Spring naar inhoud

Archief voor

Twee sherryvaten (de inhoud welteverstaan)

Vandaag publiceer ik mijn notes van twee jonge gesherriede whisky’s die ik vorig weekend vanuit het noorden van het land op m’n bord kreeg. De eerste is de Glengoyne 1998 cask 1131 van Malts of Scotland. Vaten 1132 en 1133 had ik al geproefd, deze ontbrak nog. De tweede is een Glenfarclas 1994, OB for Cöpernicker Whiskyherbst, een whiskyfestival in Berlijn.

 
Glengoyne 11y 1998/2010, 54.8%, Malts of Scotland, cask 1131, 295 bts
Neus: frisse, kruidige sherry. Herbal kruidigheid, type eucalyptus, munt, vickstoestanden. Woodsmoke, tabak, wat karamel en zoethout ook. Kruisbessen, gedroogde abrikozen, onrijpe banaan. Dezelfde dominante ‘herbal’ tonen in de smaak, net als de kruisbessen. Hij is wel erg droog, op hout, okkernoten, tamme kastanjes, wat kruidnagel en vijgen. De afdronk is droog (veel hout) en kruidig. Niet slecht, maar ook niet geweldig. In ieder geval beter dan een gemiddeld kruidendrankje. 78/100
 
Glenfarclas 1994/2004,57.6%, OB for the Cöpernicker Whiskyherbst, cask 932, 318 bts
Bij deze is het kernwoord bitterzoet. En ‘lekker’. Kandijsuiker, geconfijt fruit, sinaas, gedroogde abrikozen, geroosterde amandelen, schoensmeer, een waxy toets, koffie, licht stoffig en lichte rook ook. Erg complex. I like. Het zoete en het bittere houden ook op de smaak het geheel mooi in evenwicht. Olieachtig op rozijnen, bosbessen, hout, kastanjes, noten, kruiden. Middellange, kruidige afdronk met zoethout en misschien een tikkeltje honing. Heel mooi. Een whisky die zich laat lezen als een statement. 88/100
 

En dan ga ik me nu nog een dram inschenken zie. Wat te denken van een Littlemill?

Advertenties

Genieten

Het is dinsdagavond, zo goed als middernacht. Ik drink Littlemill 1990, Malts of Scotland ‘Clubs 02’ for Fulldram en ik kan een brede glimlach moeilijk onderdrukken. Review? Vergeet het! Misschien morgen, als ik er dan wel zin in heb. Of anders donderdag. Of ook niet. Wie zal het zeggen?

Brora 23y 1981 Duncan Taylor

Bij tijd en wijlen een Brora, dat moet kunnen. Neen, dat is een doelstelling.

 
Brora 23y 1981/2005, 61%, DT Rare Auld, cask 1425, 542 bottles
Ah, vat 1425 was een sherryvat, de neus maakt dat vrij snel duidelijk. De sherry is er mooi verweven met waxy elementen (boenwas, kaarsvet…), fruit (abrikoos, peer), honing en bloemen. Subtiele rook. Heerlijk! Gelijkaardige elementen in de smaak. Sherry (noten, rubber en zo), fruit, turf, karamel, zilt. De finish is vrij lang, kruidig en ziltig. Prachtige sherry. Verdacht drinkbaar ook, is uiteindelijk 61% maar water ben ik gewoon vergeten… te veel aan het genieten. 90/100

Een Glen Scotia die z’n naam niet gestolen heeft

Vandaag proef ik een Glen Scotia van de Scotch Malt Whisky Society. Glen Scotia is de minder bekende distilleerderij op Campbeltown, naast grote broer Springbank (en recente aanwinst Glengyle). Dat oude Glen Scotia overheerlijk kan zijn, bewees de 1972 van Malts of Scotland al, nu eens zien hoe het met recentere zit.

 
Glen Scotia 16y 1992/2008, 55.1%, SMWS 93.34 ‘Absolutely delicious!’, 178 bottles
Laten we ons vooral niet beïnvloeden door de naam die de Society deze whisky meegaf. The proof of the pudding enzo. Mooie, rokerige en zoete neus. Het zoete laat zich vertalen als karamel, zachte karamel. Daarnaast is hij licht ziltig en kruidig. Maggi. Wat nog? Leder, tabak en peper. Ook de smaak is zilt en zoet. Pittig op de tong en wat stroperig. Ik heb tonen van pruimen, zoethout, appel, rozijnen, rook… complex. Vrij lange afdronk op gedroogd fruit en kruiden. Doet me wat aan oude rum denken. Heerlijke whisky, en volledig terecht die naam. 87/100

Laphroaig ‘Lp1’, Elements of Islay

Ik zie dat ik nog geen enkele Elements of Islay heb besproken, tijd om daar verandering in te brengen. Dit weekend kreeg ik immers een sample met op het etiket ‘Lp1’ in het oog, dit is de eerste Laphroaig in deze reeks van Speciality Drink Ltd., de firma van Sukhinder Singh achter o.a. The Whisky Exchange.

 

Laphroaig ‘Lp1’, 58.8%, Elements of Islay, Speciality Drinks 2008, 50cl
Rokerige neus op houtvuur, woodsmoke en assen, gevolgd door kruiden (kaneel is het eerste waar ik aan denk), gedroogd gras, heide, citroen en zure appels. Op de tong krijg je eerst turf en kandij, dan zilt, kruiden (peper) en medicinale tonen, eindigend in rook en assen. Echt een turfbom. Afdronk: erg lang op turf, rook, assen en toch ook nog wat kruiden. Ah ja, water. Water maakt vooral dat de kruiden meer op de voorgrond treden, de rest van het profiel blijft grotendeels gelijk. Een erg stevige Laphroaig (‘big’), maar enkel voor hevige peat lovers. Voor mij mocht ie iets gebalanceerder zijn, zoals de ‘Clubs’ voor The Bonding Dram bv.. 85/100

The National & Port Ellen 1976

Al nippend aan een Port Ellen 1976 van Signatory luister ik naar High Violet van The National. High Violet is het vijfde reguliere album van deze band uit Brooklyn. Ontstaan uit de overblijfselen van de groep Nancy – die maar één plaat uitbrachten – debuteerde The National in 2001 met hun gelijknamig plaat, maar het was wachten tot Alligator uit 2005 voor ze echt opgepikt werden en tot High Violet voor ze ook bij een breder publiek doorbraken.
De groep brengt een soort indie-rock, maar de stijl laat zich nog het beste omschrijven als een kruising tussen Joy Division, Sufjan Stevens en Tindersticks. Tegendraads commercieel. Zanger Matt Berninger schrijf de – vaak geëngageerde – teksten. Dat engagement uitte zich ook in de steun voor Barack Obama’s presidentiële campagne in 2008 en een resem benefietconcerten voor verchillende goede doelen.
Momenteel speelt Conversation 16, wat ik samen met Afraid of Everyone, het beste nummer van het album vind.

 
Port Ellen 22y 1976/1999, 55.9%, Signatory, cask 4756, 348 bottles
Zeer herkenbare Port Ellen. Frisse, cleane en licht medicinale neus op zilt, turf, iodium, ontsmettingsmiddel, gras, appelsap en vanille. In de smaak voegt hij een lekkere kruidigheid toe. Peper, kaneel, gember. Vrij zoet. Erg geconcentreerd en perfect gebalanceerd allemaal. Niet veel zin om dieper te graven maar wel meteen te concluderen met… euh, de conclusie: een schitterende PE! Alhoewel, toch nog even de zoete en kruidige afdronk vermelden, want die blijft wel heel lang hangen. 92/100

Longmorn 16y

De Longmorn 16y werd in 2007 gelanceerd als opvolger van de 15y. Die 15 vond ik altijd al een sterke benchmark whisky.

 

Longmorn 16y, 48%, OB 2010
Veel fruit op de neus, fruit à la appels, peren en kersen, Europees fruit dus. Niet veel meer dan dit fruit evenwel… of ja, wat vanille, maar toch redelijk vlak die neus. Lekker maar weinig complex. Romig op de tong met ook hier vooral fruit, wat honing, noten en een beetje kruiden. Middellange, droge finish op kruiden en gestoofd fruit. De oude 15y vond ik beter. 79/100

Glen Ord 1999, Malts of Scotland

De laatste Malts of Scotland in de rij is een Glen Ord gedistilleerd in maart 1999, en na 11 jaar rijping op bourbonvat gebotteld.

 
Glen Ord 11y 1999/2010, 54.5%, Malts of Scotland, cask 31212, 289 bts
De neus start niet geweldig aromatisch, maar wel volledig foutloos. Thee, vanille, granen, warm hout, gras, een lichte kruidigheid… Hij groeit evenwel. Er komt fruit door (pompelmoes, bosbessen, peren, appelsap) en ook de kruiden komen meer en meer naar voor. Allerlei kruidenthees. Gember. Thijm. Olijfolie. Wat rook ook. Lapsang Souchong thee. Een neus die tijd nodig heeft, maar zich dan wel erg lekker toont. In de mond heb ik direct meer smaak. Granen, honing, bosbessen, gedroogde bloemen, koffie, wat hout en een heel kruidenboeket. Kaneel, peper, gember, dille, zoethout, eucalyptus… en nog andere kruiden waar ik niet op kom. Geweldig vatje moet dit geweest zijn. Licht waxy en een toefje rook. De neus was met wat tijd geven al meer dan aangenaam, de smaak is beter. De afdronk is redelijk lang, met kruiden en fruit die een perfect gebalanceerd samenspel ten tonele voeren, aangevuld met een beetje zilt. Voor nog geen 50 euro? Wel, laat dat dan maar meteen een kooptip zijn. 88/100

Bunnahabhain 1992, Malts of Scotland

De voorlaatste Malts of Scotland is een Bunnahabhain gedistilleerd op 25 mei 1992 en in april dit jaar gebotteld. Het vat met nummer 1419 is een sherryvat.

 
Bunnahabhain 17y 1992/2010, 54.4%, MoS, cask 1419, 603 bottles
Ah, dit is lekkere sherry zie, heel wat anders dan die Ballindalloch. Bitterzoete neus met associaties van geroosterde en gesuikerde amandelen, kandijsuiker, lichte zilt, sinaas, schoensmeer, gedroogde vijgen, Campari, gember, espresso, enzovoort enzoverder. Een aangename stoffigheid. Oude boeken, sigaren, rook van het hout. Lekker! Op de tong is hij olieachtig en romig, met ook hier bitterzoet als kernwoord. Fruit (bessen vooral), kandij, praliné, noten, tamme kastanjes, zoethout, wat munt, evolueert richting hars. Middellange, droge afdronk met zoethout en honing. Bitter en zoet dus. En wat meer is, mevrouw Onversneden vindt dit lekker… Dit is de eerste keer dat ze een whisky die ik haar voorschotel lekker vindt. Zowaar een mijlpaal. Of een bedreiging. 86/100

Malts of Scotland duo: Bowmore & Ballindalloch 2000

Het volgende koppel Malts of Scotland dat ik proef is de Bowmore 2000 en de Ballindalloch 2000. Deze laatste is een Glenfarclas ‘in disguise’. Nu, buiten het feit dat beide whisky’s gedistilleerd werden in het jaar 2000 hebben ze bijzonder weinig gemeen. Van een ‘head to head’ is dan ook geen sprake, gewoon twee whisky’s op een rijtje.

 
Bowmore 9y 2000/2010, 58.7%, MoS, cask 800266, 219 bottles
Dit is een bourbonvat, en een zusje van vat 800267 dat enige tijd geleden door de Malts of Scotland werd gebotteld. De neus geeft lichte turf en dito zilt. Houtskool ook, oesters, een beetje iodium, wat sinaas en citroen, vanille en een licht mineralige toets. Vleessaus? Alles redelijk gedempt, er springt niets uit. Wat water toevoegen wijzigt het profiel niet echt. De smaak is stevig en mondvullend. Zilt (veel zilt), turf, assen, een lichte zurigheid (limoen?) en wat kruiden. Water maakt ‘m toegankelijker en geeft de rook wat meer vrij spel. Niet al te lange, zilte afdronk. Het geheel is vrij simpel, deze whisky mist een beetje persoonlijkheid. Verre van slecht hoor, maar ook niet om over naar huis te schrijven. 83/100
 
Ballindalloch 9y 2000/2010, 59.2%, MoS, cask 5408, 622 bottles
Dit is een sherryvat. De kleur, de geur, de smaak, het schreeuwt allemaal “sherry”. Spijtig genoeg schreeuwt het ook andere dingen. De neus start nochtans niet slecht. Zoet op gestoofd fruit, geconfijt fruit, van die gesuikerde halve schijfjes sinaas, leder, miso, sojasaus, oxo. Het zoete slaat dus wat om richting zout, maar hij slaat te ver om, richting heel wat minder aangename associaties. Maagzout, rotte eieren zelfs. Ondanks het alcoholpercentage is hij perfect drinkbaar. ’t Is te zeggen, mocht hij lekker zijn. Start ook hier zoet maar wordt snel bitter-droog. Okkernoten, druivenpitten, verbrande karamel, sherry met een serieus sulferkantje. De afdronk is redelijk lang, maar dat is ook z’n enige kwaliteit. De Bowmore miste wat persoonlijkheid, deze z’n persoonlijkheid staat me niet aan. 66/100

Malts of Scotland H2H: Glen Scotia 1972 vs Glengoyne 1973

Vanaf vandaag bespreek ik de nieuwe Malts of Scotland bottelingen. Twee ervan zijn exclusief voor België gebotteld, een Glengoyne 1973 en een Glen Scotia 1972. Maar met welke begin ik? Mmm, vermits ik niet kan kiezen (ben van het besluiteloze type), ga ik ook niet kiezen. Het zijn trouwens twee whisky’s die niet alleen ongeveer even oud zijn en beide op bourbonvaten rijpte, maar na een eerste keer proeven ook aan elkaar gewaagd bleken te zijn, ideaal dus om head to head elkaar te laten uitdagen en zo de finesses van beide te ontdekken. De Glen Scotia proefde ik trouwens vorige week maandag al, maar laat ons zeggen dat ik het niet erg vind deze nog eens te ‘moeten’ proeven. Oude Glen Scotia is zeldzaam, 1975 (o.a. een lekkere voor The Whisky Fair) en 1977 ben ik al tegengekomen, oudere nog niet.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
De neus zou die van een oude Clynelish kunnen zijn. Van een zeer lekkere oude Clynelish. Bijenwas, gedroogde bloemen en veel fruit is het eerste wat er uitspringt en wat mij aan Clynelish doet denken. Wat nog? Pollen, honing, marsepein, antiekwas. Qua fruit denk ik aan perziken, druiven, ananas, rijpe appelsienen, dadels en de schil van Granny Smith appels. Vers gemaaid gras ook en een subtiele rokerigheid. Licht ‘old bottle effect’ – zou wel kunnen, zit toch al zeker een maand in de fles. Het zal de antiekwas zijn die me aan een antiekshop doet denken. Soit, die neus is in ieder geval absolute top. Weinig tot geen hout trouwens. Ah, op de smaak wel wat hout, net als nootmuskaat, gember, zoethout en noten. Dit maakt het geheel aangenaam bitter met zoete (honing) en fruitige tonen die het geheel in balans trekken. Hier vooral gedroogd fruit. Naar het eind druivenpitten (tannines). Middellange, droge finish op peper en noten met ook hier lichte tannines. De neus verdient 93 punten, de tannines in de mond kosten ‘m spijtig genoeg een puntje. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
De neus start zoet en fruitig. Banaan, kokos (véél kokos), ananas en rijpe kruisbessen. Ik zei ‘start’, maar eigenlijk blijft hij verder gaan op zoete en fruitige tonen. Vanille en ook wat bloemen, maar vooral het fruit domineert. Geroosterde noten, dat is ook nog het vermelden waard. Ook op de smaak is hij zeer fruitig. Groene kruisbessen (dus minder rijpe dan in de geur), groene appels, witte druiven, witte pompelmoes. Boterig en mondvullend met naast het fruit redelijk wat hout (zonder echt bitter te worden), honing, vanille en kruiden. Lange fruitige afdronk met hier wel een licht bittere ondertoon. Gho, deze Glengoyne moet niet echt onderdoen voor de Glen Scotia. Op de smaak vind ik ‘m misschien zelfs iets beter. De indrukwekkende neus van de Glen Scotia is echter moeilijk te kloppen, dat rechtvaardigt het puntje extra. 91/100

Laphroaig 1996, Malts of Scotland ‘Clubs’

The Bonding Dram viert z’n derde verjaardag met een eigen botteling, een Laphroaig 1996 van de Malts of Scotland in de ‘Clubs’ reeks. De eerste ‘Clubs’ was de Bowmore 1995 voor de Maltisten uit Wesfalen, deze Laphroaig is de derde. Wat was dan de tweede Clubs vraagt u zich af? Wel, daarover later meer.

 

Laphroaig 13y 1996/2010, 57.3%, MoS ‘Clubs’ for The Bonding Dram, cask 7313, 102 bottles
Vat 7313 was – en is dat eigenlijk nog steeds – een bourbonvat. De neus start zoet. Zoete jonge turf, helemaal niet droog of assig, dat is meteen al een stevige plus. Vanille, fudge (oké, vanille fudge), appelsap/compote. Hij is daarnaast redelijk medicinaal (mercurochroom ofte ‘rood’, terpentijn) en er priemt ook zilt, zeewier en ‘meaty’ tonen doorheen. Een hammetje aan het spit. Wat nog? Wel, er is ook citroen te ontwaren en zure room. Ja, een aangename lichte zurigheid. Clean, geconcentreerd en vooral meer dan lekker deze neus. Water maakt ‘m misschien toegankelijker maar wijzigt het profiel niet echt. Nat stro en dito hooi, dat is wel een extraatje, en – niet onlogisch – iets meer rook. Op de tong olieachtig en erg stevig – mondvullend – zoals het alcoholpercentage al kon doen vermoeden. Zoet, ziltig en rokerig zijn ook hier de dominante smaken, met wel een beetje assen maar niet genoeg om te gaan storen. Citroen, zoethout, peper (de alcohol), amandelen en okkernoten (licht bitter) maken het plaatje af. Minder complex en meer recht voor de raap dan de geur. Lange, medicinale afdronk op rook, teer, citroen, peper en zout. Deze jonge stevige Laphroaig is niet over-complex maar wel zéér lekker en mooi gebalanceerd. Knappe selectie Jeroen! 88/100

Glenlivet ‘Archive’ 21y

Enkele dagen terug de Glenlivet 18y, vandaag 21y ‘Archive’, gepresenteerd alsof het een fles van 300 euro betreft, waar je er in werkelijkheid ‘maar’ een goeie 100 voor dient neer te tellen.

 

Glenlivet ‘Archive’ 21y, 43%, OB batch #0209C, 2009
Florale neus met naast de bloemen vooral citrusfruit, vanille, wat hout en noten. Ontbijtgranen heb ik ook nog, net zoals gras. Alles eerder zacht maar mooi gebalanceerd. Het florale karakter krijg ik terug op de smaak. Gedroogde bloemen, hooi, eucalyptus. Vrij ‘herbal’. Wat heb ik nog? Gemoute gerst, sinaas, vanilla en gepofte kastanjes. Fruitige finish die enige tijd blijft hangen en een licht bittere ondertoon heeft (witte pompelmoes en kruiden). Mooi gebalanceerde en redelijk complexe Glenlivet. 85/100

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.

 

Glenlivet 18y

De Glenlivet 18y is winnaar van twee gouden medailles op de International Wine and Spirit Competition (I.W.S.C.) en misschien wel de meest verkochte 18-jarige whisky.

 

Glenlivet 18y, 43%, OB 2009
Een delicate neus van zoet fruit. Peer, banaan en een lichte tropische touch. Honing ook en wat hooi. Zachte, licht drogende smaak op fruit, hout, zoethout en drop. Lindethee. Licht ziltig zelfs (de – zoute – drop). Peper naar het einde. Geen al te lange maar wel aangename, kruidige afdronk met terugkerende honing. Lekkere klassieker. 83/100

Greenore 15y ‘Small batch’

Van de Greenore, een single grain whisky, hebben we al twee batchen van de 8y gehad, tijd dat ik ook eens de 15y proef.

 
Greenore 15y ‘Small batch’, 43%, OB 2009, single grain
Frisse neus op fruit en zoets. Ik denk aan meloenen, kruisbessen en vanille. Eucalyptus ook, en granen. Licht etherisch. Wordt hoe langer hoe zoeter. Suikerspin. De smaak is redelijk droog op hout en kruiden. Gember, zoethout. Wat fruit (sinaas), vanille en graan erdoorheen. Bitterzoete afdronk, niet al te lang. Hij mist een beetje punch maar ik kan ‘m best wel appreciëren. Bert Bruyneel is behoorlijk zot van dit profiel, ik toch iets minder. 80/100

WWWF

Zoals vermeld, heb ik me zaterdag richting Kortrijk (het Belgische Wilde Westen) begeven voor een bezoek aan het Wild West Whiskyfest. Des avonds keerde ik meer dan tevreden – en met het hoofd wat in de wind – huiswaards, het was immers een zeer geslaagde tweede editie. Dit is echt een festival waar zowel nieuwelingen als gevorderden hun hart kunnen ophalen. Chapeau aan Bert en de zijnen voor de perfecte organisatie!

Wat deze tweede editie naar een nog hoger niveau tilde dan de eerste editie is ongetwijfeld de aanwezigheid van seniore Max Righi. Net zoals op het Lindores Whiskyfest had Max z’n stand verzorgd met antipasti. Salame, prosciutto, zalige oude Parmigiano overgoten met balsamico… de ideale begeleiders van sublieme oldies, zoals daar zijn: Macallan 1937, Bruichladdich 15y Samaroli Collection Mayflower ’80 ceramic, Glen Moray 1959 Samaroli, Caol Ila 15y bottled early 1980’s for Italy (de lelijkste kruik ever)… er bleef gewoon te weinig tijd over voor de andere stands. Alhoewel ook op die andere stands heel wat lekkers te proeven viel. Kortom, ik hou het eerste weekend van juni 2011 al zeker vrij.

 

En dan nu, hop naar de Fulldram Supertasting. Benieuwd wat Mister T. uit z’n hoed gaat toveren.

Ardbeg Corryvreckan

De Corryvreckan die ik vandaag bespreek, is de standaard versie en dus niet de Committee botteling, die heb ik nog niet geopend. Van Serge V. krijg de Committee versie trouwens twee punten meer dan de standaard release (92 i.p.v. 90).
De naam Corryvreckan verwijst naar een beruchte draaikolk in de zee ten noorden van het eiland Islay. De whisky in deze botteling rijpte op Franse eiken vaten.

 
Ardbeg ‘Corryvreckan’, 57.1%, OB 2009
Krachtige neus op intense zoete turf (maar geen Supernova rokerigheid), sinaas, mandarijn, limoen (citrus dus), braambessen, pruimen, zeewier, oesters, zachte anijs en iets geroosterd. Vrij complex, mooi gebalanceerd en vooral erg lekker die neus. Drinken nu. Mondvullend, stevig en romig. Het eerste dat opvalt is de aangename mengeling van turf en kruiden. Peper en eucalyptus. Hoestbonbons. Dan komt de citrus opzetten, vergezeld van wat zoete tonen. Kandij. Melkchocolade. Een beetje zilt en kaneel op het eind en verder in de afdronk. Die afdronk is lang en geeft naast de zilt en de kaneel ook nog siroop en turf. Lekkere Ardbeg, beter dan de Rollercoaster, minder dan de Airigh Nam Beist (2006). 88/100

Laphroaig Quarter Cask

De Quarter Cask van Laphroaig is een vatting van whisky van verschillende – relatief jonge – leeftijden die na hun klassieke rijping ‘afgewerkt’ wordt in kleinere vaten (quarter casks), vooral met de bedoeling het rijpingsproces te versnellen. Kleinere vaten = meer contact met het hout = snellere rijping. Maar ook de stijl van de whisky zou logischerwijze wat moeten verschillen van de volledig klassiek gerijpte Laphroaig. Effe uitzoeken of dat effectief ook zo is.

 
Laphroaig Quarter Cask, 48%, OB 2009
De neus is aangenaam op vooral rook en zilt. Minder hout dan verwacht. En meer zoets. Vanille, cake, banaan. Net als wat medicinale tonen. Jodium. Zeelucht. Turf. Met water komt er een aangename kruidigheid bij. Linde. Minder rook en turf op de smaak, hier zijn het eerder kruiden die de dienst uitmaken. Kruidnagel en kaneel. Dat zal dan wel de invloed van quarter casks zijn zeker? Pas op, de turf is aanwezig, maar minder prominent dan in de neus. Er is tevens vanille, sinaas en zilt te ontwaren. Lange, zoet-rokerige afdronk, met een licht bittere touch. Lekkere Laphroaig, zeker beter dan de standaard 10y. 86/100

The Càrn Mòr Cask

Onlangs kreeg ik een fles kado, ééntje uit The Càrn Mòr Cask serie. The Càrn Mòr Cask is een label waaronder The Scottisch Liqueur Centre eigen whisky’s bottelt, zowel blends als single malts. Hun exclusievere bottelingen worden op de markt gebracht onder het Celebration of the Cask label.
Deze Islay 12 years old is een single malt gedistilleerd op Caol Ila. Waarvoor dank Danny!


The Càrn Mòr Cask ‘Islay 12y’, 46%, The Scottish Liqueur Centre, 2009
Mooie cleane turf op de neus, weinig medicinale elementen. Een beetje zilt wel, net als boter, citroenen en oesters. Oesters met een citroen er over uitgeperst, yep that’s it. Dit alles maakt plaats voor aarde. En mineralen. En de combinatie: mineralige aarde, de geur na een zomerse regenbui. Noten heb ik ook nog, amandel, net als leder, tabak en potloodslijpsel. Sherry? Witte wijn die nog enkele maanden verder rijpte op eiken vaten. Behoorlijk complex eigenlijk, en lekker! De cleane turf vermengd met zilt en citroen tref ik ook aan op de tong. Gerookte heilbot. Rijpe sinaas, noten, wat assen (maar nooit te veel) en een zoete kruidigheid vervolledigen het plaatje. Zoethout. Zoute drop. De afdronk is redelijk lang en ziltig met de turf die zich niet weg laat dringen. Caol Ila stelt zelden teleur, ook hier niet. 87/100