Spring naar inhoud

Archief voor

Twee Glenfarclassen

Voor mij staan samples van de recentste batches van vier officiële Glenfarclas bottelingen: de 15y, de 21y, de 25y en de 40y. Deze laatste is een nieuwe leeftijd en eentje die ik enkele maanden geleden al proefde en waar ik behoorlijk weg van was. Vandaag kraak ik de 15-jarige en de 21-jarige.
Glenfarclas is één van de weinige Schotse distilleerderijen die nog volledig in familiale handen is, nl. sedert 1865 in deze van de familie Grant. De huidige eigenaar, John Grant, vertegenwoordigt de vijfde generatie Grants.

 

Glenfarclas 15y, 46%, OB 2010
Ja, dit blijft toch wel een dijk van een whisky. Prijs/kwaliteit nog steeds een aanrader. Lekkere, zachte en romige sherry, zoet en fruitig. Gestoofd fruit, gedroogd fruit. Bijenwas, heel subtiele rook (van het hout waarschijnlijk). Het mondgevoel is stevig en smeuïg. Middellange, bitterzoete afdronk. Ideale daily dram. 85/100

 

Glenfarclas 21y, 43%, OB 2010
Zachte neus op vanille-fudge, zoete appels, wat banaan en noten. Wat rook van het hout. De smaak is vol en geeft zoete sherrytonen, vanille, granen en noten. Licht zoete en maltige afdronk. Wel, dit is zeker niet slecht, maar ik vind de 15y beter, die is wat expressiever. Dus waarom meer betalen voor de 21y? 83/100

Advertenties

Auchentoshan 1999, Fulldram Xmas bottling

Laten we ons nog even in de Kerstsfeer wentelen. Onze club Fulldram bracht enkele dagen geleden een tweede botteling uit. Na de voor mij fantastische Littlemill 1990, kon het bestuur een bepaald vat in de kelders van Malts of Scotland niet laten liggen. Volgens de aanwezigen stak dit boven andere geproefde vaten uit en was de drang te onweerstaanbaar om deze whisky niet te bottelen. Zo gezegd zo gedaan, leidend tot de ‘Fulldram Xmas 2010 bottling’. Zaterdag nog onder de kerstboom, vandaag ontkurkt.

 

Auchentoshan 11y 1999/2010, 56.4%, Malts of Scotland, Fulldram Xmas bottling, oloroso hogshead #2412, 186 bottles
Ruiken aan de fles geeft aan dat dit een heerlijk zoete whisky is. Stroperig zoet. Ik schreef meteen appel- en perenstroop (Sirop de Liège) op, kandijsiroop, en gekonfijt fruit. Ook rozijnen op rum mogen niet onvermeld blijven. Maar laat ons de whisky toch maar in een glas gieten, dat gaat eens zo makkelijk drinken (en ik moet toch ook aan de beeldvorming naar mevrouw Onversneden toe denken). In het glas komt er bij dat zoete een zeer aangename zurigheid. Balsamico. Oude balsamico, high-end. Het fruit gaat nu richting gedroogd fruit (vijgen, dadels) vergezeld van noten en daarna doemt een frisse bries op in de vorm van munt en eucalyptus. Nice. Very nice. Ook op de smaak is de aanzet zoet en ook hier heb ik gekonfijt fruit. En cake… juist ja, Christmas cake. Na enige tijd komen de noten er bij, gevolgd door een portie hout en kruiden. Kruidnagel, kaneel, nootmuskaat. Niet erg complex, wel lekker. Op de tong is hij droger dan de neus deed vermoeden, maar het zoete houdt het geheel toch mooi in balans. Lange, bitterzoete afdronk. Zalige sloeberwhisky! 89/100

Port Ellen 1982, Connoisseurs Choice

Vandaag zet ik me aan een Port Ellen 1982, vorig jaar gebotteld door Gordon & MacPhail onder hun Connoisseurs Choice label.

 

Port Ellen 1982/2009, 43%, G&M Connoisseurs Choice
Zachte turf en dito zilt op de neus, vermengd met fruit (citrus, meloen, appel), medicinale tonen en zeewier. De smaak is erg gelijkaardig. Ook hier heb ik naast de te verwachte turf en zilt, de citrus en de appels, het zeewier en ook wat hout. Naar het einde kruiden. Licht drogende afdronk op turf en kruiden. Net als op de neus tevens wat citroen. Dit is een erg lekkere Port Ellen en het stoorde me helemaal niet dat hij maar op 43% gebotteld is. Verre van ‘a little weak on the palate’. 89/100

Glenlivet ‘Special Export Reserve’

Tijd om het Kerstgebeuren achter ons te laten en de draad weer op te pakken. Omdat ik in gedachten toch nog wat in Mortsel zit, heb ik me vandaag een oldie ingeschonken, een oude Glenlivet zonder leeftijdsaanduiding, gebotteld rond 1970. Ik kocht de rest van de fles van Giovanni Giuliani op het Lindores Whiskyfest twee maanden geleden. Nu ja ‘rest’, de fles was nog zo goed als vol.

 

The Glenlivet ‘Special Export Reserve’, 43%, OB ‘unblended all malt’, Baretto Import, Milano, +/- 1970, 75cl
Héél lekkere, smeuïge neus zonder het minste old bottle effect. Kamillethee met honing, limoen, hooi, heide, wat graan en een licht florale toets. Daarna draait hij richting bijenwas en kaarsvet. Zalig! In de verte ook een klein beetje rook. Houtskool, turf… maar zeer subtiel. De smaak kan dit niveau spijtig genoeg niet aanhouden, hij mist hier wat punch, wat body. Alhoewel dit verre van slecht is hoor. Zoet en floraal maken de hoofdtoon uit, diezelfde kamillethee met honing van de neus. Licht waxy en dito rokerig. Hier wél iets van OBE. Zilverpoets, een beetje bitter. Pompelmoes. Met griessuiker. Verrassend lange, bitterzoete afdronk. De honing proef je een half uur later nog. Lekker op de tong, heerlijk op de neus. 86/100

De Hoogmis

Zoals geweten heeft de mens nood aan rituelen, zonder rituelen voelt z’n bestaan leeg aan, voelt hij zich niet vol-waardig mens. Rond deze tijd van het jaar zijn er mensen die aan deze nood beantwoorden door met Kerst de nachtmis bij te wonen, door een Kerstboom op te trekken en te versieren, door een opgevulde kalkoen in de oven te schuiven, door elkaar met kadootjes te overladen… Bij een handvol Belgische whisky freaks, zeg maar geeks, uit deze behoefte zich helemaal anders. In de week voor Kerst neemt een soort heilig vuur bezit van ons, een vuur dat ons vol hoop en verlangen leidt naar de stal… euh kelder van Luc Timmermans in Beth… nee Mortsel. Er komt geen wierook bij kijken, noch mirre, maar wel goud. Vloeibaar goud, fonkelend, parelend, ons alle vervullend van diepe vreugde, volmaakte innerlijke vrede en hemels geluk.

Schoorvoetend betreden we het Heiligdom, aanschouwen het altaar met de offergaven, wenden de blik af omdat de ontroering ons teveel wordt. We vermannen ons en zetten ons met een eerbied die haast sacraal aandoet aan de tafel, beseffende dat zalig zijn zij die genodigd zijn aan de tafel van de gastheer. Opperpriester Luc gaat de Hoogmis voor met een bezieling alsof hij tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt werd door de Heilige Geest, ook gekend als Holy Spirit. Z’n volgelingen prevelen halleluja’s bij het consacreren en tot zich nemen van de zegeningen, danken God voor deze weldaden en worden allen broeder.

De blijde boodschap zij met u allen, heden daarom deze lezing uit het Heilig Evangelie van het Levenswater volgens Luc(as), het – laat dat duidelijk zijn – onvoltooide hoofdstuk:

 

De vorige mis was indrukwekkend, deze beloofde legendarisch te worden. Luc koos dit keer voor twee line-ups van vijf whisky’s. Oorspronkelijk zou het tweemaal zeven zijn, wat achteraf bekeken zware overkill zou geweest zijn. Tien whisky’s op dit niveau, meer kan een mens niet aan. Tien whisky’s waarvan we mogen aannemen dat we deze niet gemakkelijk nog eens gaan kunnen drinken. Alhoewel hoop nog steeds doet leven.

 

Aperitiefje voor de eerste line-up was de Pride of Strathspey 1938, 40%, James Gordon & Co, Da Litri 3/4, 75cl, kwestie van meteen de toon te zetten. Deze toon kan men omschrijven als… ja, als iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Dat typisch oud, vooroorlogs profiel dat je in recentere distillaten, of het nu jaren vijftig, zestig, zeventig of recenter is, niet terugvindt. De geur van de herfst geeft misschien een hint. Een boswandeling door de vallende bladeren en het mos. Maar natuurlijk heel wat meer dan dat. Honing, heide, gemberkoekjes, gestoofd fruit, antiekshop… lovely! Zeer delicaat in de mond, en toch krachtig. Zoetzuur. Oude high-end balsamico. Wat belegen hout, honing, confituur. En o zo drinkbaar. Voor je het weet heb je enkele honderden euro’s binnengekapt. Uniek! Nee Serge, hier zit je mis. De fles vermeldt niet hoe oud de whisky is, je kan enkel uit de ‘Da Litri’ afleiden dat deze gebotteld is voor 1975. 92/100

 

Dan kregen we een officiële Ardbeg 10y op 46% ingeschonken. Ah, zoiets wat je tegenwoordig overal vindt aan minder dan 50 euro hoor ik jullie denken… Niet echt, de Ardbeg 10y, 80 proof, OB early 1970’s, white label, 26 2/3 Fl. Oz. kan je in weinig vergelijken met het recente spul. Dit is Ardbeg van begin jaren zestig, Ardbeg waarbij de turf niet op de voorgrond treedt, maar bescheiden op de achtergrond blijft. Deze whisky is vooral heel mineralig. Natte stenen en zo. De neus biedt daarnaast veel fruit, zeelucht, kruiden en een klein beetje petrolium (niet storend, integendeel). De smaak heeft meer turf, zoete turf, maar is verder even fris en mineralig als de neus. Zilt en kruiden noteerde ik nog, net als wat zoet, misschien geconfijt fruit. Meer heb ik niet genoteerd (blame me), maar wees gerust, hij is erg complex, en heeft alle sensaties perfect gebalanceerd. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak, ook hier veel zoete turf. Zalige oude Ardbeg. 92/100

 

Vervolgens kwam de Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl aan bod. Samen met de officiële 21y 1959 dumpy en de 1968/1998 van Samaroli is dit ongetwijfeld de beste Highland Park die ik al dronk. Geen idee wanneer hij gebotteld werd en ook Google maakt me niet veel wijzer. De neus geeft eerst honing en allerlei waxy toestanden: boenwas, antiekwas, oude boeken, oud leder, pollen… wat hars. Daarna fruit. Maar niet zomaar wat fruit, neen, het is hier de succulent tropische soort. Ik heb de variaties niet opgeschreven, you get the picture nietwaar. Lichte turf ook. Die neus is echt fantastisch! Maar ook op de smaak is dit absolute top. Krachtig en boordevol aroma’s (véél fruit, honing, heide, kruiden, zachte turf enzovoort enzoverder), complex en perfect in balans. Lange, honingzachte en honingzoete afdronk. Puur genieten! 94/100

 

Maar na dat puur genieten, ging het genieten in overdrive met de Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, sherry cask, Warehouse #10, cask 2391, 497 bottles. Wat een whisky! De eerste Ardbeg die we proefden omschreef ik als zalige oude Ardbeg, voor deze volstaat dat ‘zalig’ niet, hiervoor moet ik een ander vocabularium aanspreken. Orgastisch, out-of-this-world… Ja, dat is het, dit is buitenaards lekkere whisky. Sublieme fruitige sherry vermengd met even fantastische zachte, zoete turf. Daardoorheen verweven krijg je nog schitterende coastal elementen als bonus (denk aan de beste oesters die je ooit at). Gerookt vlees schreef ik nog op. Zwarte Woudham, I love it. Op de smaak komt daar nog een geroosterde toets bij. Stunning as they say. Geweldige (dat adjectief hebben we nog niet gehad zeker?) afdronk. Sensuele, grootse whisky. 96/100

 

De eerste ronde werd afgesloten met de Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition. Ook geen slechte whisky. In vergelijking met de Ardbeg Manager’s Choice tref je hier heel wat minder turf aan, maar de sherry is des te prominenter. Tropical sherry zou ik zeggen. Heel veel, puur tropisch fruit, het handelsmerk van Bowmore uit deze periode, vermengd met de kruidige sherry en (geboend) oud leder. De neus is absolute top, op de smaak wordt hij me een ietsje te droog. Oké, ik ben aan het mierenziften (of was het muggenneuken?). Het tropisch fruit is immers nog voldoende aanwezig ter compensatie. Ik heb lang de laatste drie tegen elkaar afgewogen en voor mij was de Highland Park net wat beter dan deze Black Bowmore, maar toornde de Ardbeg toch nog boven beide uit. Pas op, naar het schijnt zijn de eerste en de tweede batchen van deze Bowmore beter. Nóg beter dus. In de eindstand eindigde de Black Bowmore voor mij op de derde laatste plaats. Ha! 93/100

 
Geef toe, dit was een leuk vluchtje. Maar dan heb je de tweede flight nog niet bekeken…
 
 

De tweede line-up werd ingeleid met de droge mededeling “even terug met de voetjes op de grond”. De whisky die daarvoor moest dienen, slaagde evenwel niet in dat opzet, Luc had dit toch lichtjes verkeerd ingeschat (foutje). We bleven immers zweven, hoe langer hoe hoger zelfs, stilaan tot hemelse hoogtes. De whisky die niet voldeed aan het opzet was de Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4. Een legendarische (ik gebruik dit woord echt niet lichtzinnig) botteling en uiterst zeldzaam. De Bonfanti Import, die met z’n botteling ergens midden jaren zeventig iets recenter is, had ik al eens geproefd en ik was daar serieus van onder de indruk. Deze is beter. Zo complex, zo subtiel, zo zijdezacht, zo zo heerlijk. Op de neus verschillende soorten fruit, honing, kruiden en nog zoveel meer. Dat alles op een bedje van de heerlijkste turf. Smaak: say no more. Afdronk: sprakeloos. 96/100

 

Wat zet je in hemelsnaam na zo’n toppunt van complexiteit? Voor Luc is dat een koud kunstje, wat gedacht van nog een Bowmore 1964? De Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, sherry hogshead #1546, 240 bottles is een legendarische (euh ja, echt wel) Bowmore uit de al even legandarische eerste ‘Birds’ reeks van Moon. In deze reeks zit onder andere ook nog Ardbeg 1966 en Springbank 1965, die naar het schijnt ook redelijk drinkbaar zijn. De toon bij deze Bowmore is zoetzuur. Zoet en zuur fruit, kruiden, lichte turf en een geweldige farmy touch (opnieuw dat smeuïge zoetzure). Balsamico, inderdaad. Op de smaak gaat de triomftocht verder. Ook hier veel fruit, dat zich hier – meer dan op de neus – duidelijk als tropisch laat kennen. Meloen, passievrucht, you name it. Dik, romig, bijna stroperig. Man man, dit is lékker. Smullen in opperste extase. 95/100

 

En dan… dan was er Brora 1957. Oké oké, de geschiedenis van Brora start pas in 1969, maar de Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rotation 1969 is whisky van midden jaren 1950 (indien effectief twaalf jaar oud, van 1957 dus), geproduceerd in de distilleerderij die later omgedoopt werd tot Brora (eerst ook gekend als ‘Clynelish II’, Clynelish I was de naam van de nieuwe distilleerderij die tot op vandaag de Clynelish whisky produceert). Soit, genoeg duiding me dunkt. De whisky. Sorry, dat moet De Whisky zijn. Hoe begin ik hier in godsnaam aan? Wat heb ik genoteerd? Waxy, mineralig, farmy, zoet (banaan, honing, melkchocolade), zeelucht,… Ja, vooral veel puntjes. Qua smaak zoet, fruitig, farmy, waxy,… Ja, vooral veel puntjes. A ja, ook nog ‘hemels’. Misschien is enkel dat laatste relevant. Een triomf voor de zintuigen! 96/100

 

De whisky die de eer had de apotheose in te luiden was de Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’. En hij deed dat met verve. Ruiken: pfff… ik zit door mijn voorraad malt-o-porn heen, I rest my case. Is hij goed? O ja, hij is goed. Heel goed, ongelooflijk goed, bangelijk goed. Voor sherryliefhebbers. En voor niet-sherryliefhebbers die dan meteen sherryliefhebber worden. Wat een fenomenale neus! Heel intense, extreme sherry zonder ook maar even te droog te worden. Vol van geuren, waar ik absoluut geen zin meer had om naar te zoeken. Enorm fruitig, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar natuurlijk zoveel meer. Proeven: my God! Afdronk: juist ja. Toch nog één associatie: een kersje in chocolade tussen de borsten van Marie Vinck. Dominiek was duidelijk het delirium nabij. 95/100

 

Voor het absolute, orgastische orgelpunt zorgde de Bowmore Bouquet of voluit Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles. Vrede aan alle mensen van goede wil en aan Luc in het bijzonder. Het wonderlijke is dat deze nog vlot over de rest ging. Met vlag en wimpel. En scroll eens terug naar boven, dat was verdorie niet min wat we achter kiezen hadden. Ik scoorde de Bouquet twee jaar geleden 99/100, ik zie niet in waarom ik hem nu een andere score zou geven. Voor Luc en Dominiek is hij 100 punten waard “omdat er absoluut niets aan deze whisky is waarvoor je een puntje van de absolute perfectie zou aftrekken”. Misschien hebben ze wel gelijk. Ik ga hier niets aan toevoegen, woorden schieten soms schromelijk te kort en zijn volslagen nutteloos. 99/100

 

Luc Timmermans, hij zij geloofd. Hosanna in den hoge.

 

Tot zover deze lezing.

 

Octomore 5y, Edition 03.1

Vandaag draaien we de turfkraan helemaal open met de nieuwe Octomore. Hoeveel ppm? 152? Who cares, dat zegt toch niets over het turfgehalte van de whisky, enkel iets over het turfgehalte van de gebruikte malt. De Edition 01.1 kon mij al bekoren, in de zin dat hij complexer was dan ik vreesde. Benieuwd of dit hier bij de 03.1 ook het geval is. Let op, deze fles vermeldt dat het om een Limited Edition gaat. En inderdaad, blijkbaar is deze op ‘amper’ 18.000 flessen gebotteld. Als je je deze fles aanschaft, weet dan dat je iets unieks in handen hebt.

 

Octomore 5y ‘Edition 03.1’, 59%, OB 2010, 18000 bottles
Op de neus veel (turf)rook (of wat had je gedacht), maar ook heel wat coastal aroma’s. Zilt, jodium, zeewier. Citroenen ook, net als groene appels. Daarna wordt hij wat vegetaal. Groenten à la broccoli, kool. De rokerigheid domineert maar overschaduwt de rest niet. De smaak is romig, olie-achtig en clean. Ook hier heb je meer dan rook. Hij start vrij droog en wat assig, maar hij wordt (gelukkig) zoeter met de tijd. Vanille en van die harde citroensnoepjes. Zout en kruidig. Gember, peper en munt. Lange, en hier toch vooral rokerig afdronk. Wat peper en zout. Water is ondanks het alcoholpercentage niet nodig, het accentueert de assen alleen maar. Gho ja, ook deze biedt heel wat meer dan turf en is gewoon lekker om drinken. Misschien niet als dagelijkse dram, maar als je eens zin hebt in een portie turf is dit een goeie keuze. 86/100

Lochside 29y 1981 Daily Dram

Vandaag nog een recente Daily Dram, een 29-jarige Lochside 1981, vat gedeeld met The Whisky Agency.

 

Lochside 29y 1981/2010, 51.8%, The Nectar of the Daily Dram, refill hogshead
Een typische Lochside 1981 neus, zijnde veel (tropisch) fruit, maar dan wel vermengd met sherrytonen. Qua fruit denk ik aan passievrucht, papaya, banaan en ananas. De sherry vertaalt zich onder andere in karamel, hout, earl grey en peterselie. Subtiele rook ook en hoe langer hoe meer vegetale en florale toetsen. Een neus om van te genieten. Maar de smaak moet niet echt onderdoen en laat zich omschrijven als fruitige sherry. In willekeurige volgorde: noten, rode bessen, appelsienen, roze pompelmoes, pruimencompot, kruiden, perensiroop en ook hier héél lichte (turf)rook. Vrij lange afdronk met tropisch fruit en een aangename bitterzoete kruidigheid. Heerlijke whisky! 89/100

Laphroaig 11y 1999 Daily Dram

Malts of Scotland, The Whisky Agency, La Maison du Whisky, The Nectar… er wordt hier bij ons en bij de buren de laatste jaren serieus lekker spul gebotteld. Ook de Laproaig 1999 Daily Dram mag er wezen.

 

Laphroaig 11y 1999/2010, 59.5%, The Nectar of the Daily Drams, sherry cask
Cleane en mineralige neus op turf, zilt en jodium. De geur van een zomerdag na een hevige regenbui, natte stenen… de mineralen dus. Niet slecht maar met water komt hij pas volledig tot z’n recht. Hij wordt lekkerder en er komt nog vanille en citroen bij. Een aangename rokerigheid. Op de smaak én met een beetje water vermengt hij heel mooi de rook, het zilt, de citrus en het mineralige. Lange, cleane afdronk op rook, zilt en mandarijnen. Knappe botteling. 88/100

Glendronach 1971, oloroso cask #489 & Cask in a Van

Met een dagje vertraging (ik had gisteren wel wat beters te doen – en dat is een stevig understatement, maar daarover later meer) de laatste Glendronach single cask. De 1971 proefde ik naast de 1972. Spijtig genoeg versterkte deze setting alleen maar de 1972 en bleek dat – voor mijn smaak – de 1971 niet in z’n buurt komt. Ik sluit het hoofdstukje Glendronach af met de Cask in a Van editie 2010.

 

Glendronach 39y 1971/2010, 48,8%, OB, oloroso cask #489, 541 bts.
Veel minder fruit op de neus dan bij de 1972. Wat geconfijt fruit wel, naast rozijnen, noten, kandijsuiker, zoethout en veel ‘bos’. Nat hout, varens, bosbessen, mos, rottende bladeren, een kampvuur in de verte. Aangename neus, maar heel wat minder overrompelend dan deze van de 1972. In de mond is hij stevig, dik en mondvullend. Hier moet hij het vooral hebben van kruiden (zoethout, anijs, nootmuskaat), noten, donkere chocolade, gedroogde abrikoos en sinaas. Hout. Er komen meer en meer tannines door. Druivenpitten, rauwe kastanjes… Lange, drogende afdronk met wat sinaas maar toch vooral het bittere dat domineert. Lekkere whisky hoor, maar merkelijk minder dan de 1972 en met 370 euro gewoon veel te duur. 85/100
 
Glendronach 8y 2002/2010, 58%, OB, bourbon cask #4521, virgin oak finish, 312 bts.
Serieus wat ‘cask’ in m’n glas – zwarte partikeltjes dwarrelen rond, hopelijk niet te veel ‘van’. Deze zou gefinished zijn op ‘virgin oak’, nieuwe eiken vaten dus. Wel, dit is onmogelijk als typisch Glendronach te bestempelen, daarvoor zijn we immers iets te weinig vertrouwd met Glendronach op bourbonvat. Zachte neus op vanille, kruisbessen, vernis, hout en onrijpe banaan. Hij wordt hoe langer hoe zoeter. Kandij. Bruine suiker. Bijlange niet slecht. De smaak is vrij alcoholisch en start zoet. Kandijsuiker, vanille, crème brûlée… Dan hout en de bijhorende kruiden, ik denk o.a. aan nootmuskaat en witte peper. Met wat water krijgt de neus een floraal kantje en wordt de kruidigheid op de smaak versterkt. Op de neus vind ik ‘m evenwel beter. Middellange, zoete en kruidige afdronk. Niet slecht maar ook niet echt bijzonder. 78/100
 

Conclusie van dit rondje Glendronach: de 1972 is overduidelijk de winnaar, net zoals vorig jaar leveren ze met deze vintage hun masterpiece af. Maar met z’n 350 euro en 100 euro voor de 1989 is deze laatste voor mij echter de beste koop.

 

Glendronach 1972, oloroso cask #718

En dan beginnen we vandaag met het serieuze werk. Niet dat ik de vorige vintages niet serieus nam, maar alleen al het jaartal 1972 doet me watertanden. Morgen publiceer ik mijn bevindingen van de 1971 en een extraatje.

 

Glendronach 38y 1972/2010, 51,5%, OB, oloroso cask #718, 396 bts.
O, wat een zalige neus is dit! Fruity! Echt enorm fruitig, op het sappige af. We starten op rijpe sinaas en mandarijn, we gaan naar tropisch fruit à la passievrucht, papaja en overrijpe ananas (aangenaam zurig) en eindigen met verse pruimen. Het is dus het fruit dat de eerste viool speelt. Voor de achtergrondmuziek zorgt de sherry. Zachte karamel, oude balsamico (nee, geen goedkope brol) en een klein beetje rubber. Schitterende neus! Eens zien of de smaak dit niveau kan volhouden. Zo ja, gaan we stevig boven de negentig eindigen. Wel, hij doet het niet helemaal, hier haalt de bitterzoete sherry het van het (tropische) fruit, op de neus was het omgekeerd, zoals wel vaker. Eerst krijgen we noten, kruiden (kaneel, kruidnagel) en hout, en pas daarna het fruit. Zowel gedroogde vruchten als vers zoetzuur fruit. Droog, maar nooit té droog. Het bittere, het zoete en het zure houden elkaar perfect in evenwicht. De afdronk is lang en droog op fruit, kruiden en noten. Lekker op de tong, subliem op de neus. Wat was dat toch in Schotland in 1972? Ledaig, Brora, Longmorn, Glenronach… allemaal op hun top in dat magische jaar. 92/100

Glendronach 1978, oloroso cask #1040

De single casks van de jaren zeventig – de 1978, 1972 en 1971 dus – zijn alle gerijpt op olorosovat. Met deze 1978 maken we meteen een stevige sprong in de tijd, elf jaar ouder dan de vorige 1989’er. Eens zien of het ook beter wordt.

 

Glendronach 31y 1978/2010, 51,2%, OB, oloroso cask #1040, 522 bts.
Zachte subtiele sherry. Op de neus heb je de usual suspects zoals noten, koffie (latte), sinaas, bessensap ook en wat honing, maar alles subtiel, niks scherps. Dat kan beschouwd worden als een pluspunt, maar anderzijds ben ik er ook niet wild van. Zacht maar weinig boeiend, mist karakter. De smaak is gelukkig iets steviger. Hier heb ik rijpe sinaas, kandijsuiker, hazelnoten en eikenhout. Bitterzoet afdronk. Verre van slecht maar voor mij toch een beetje een tegenvaller. 82/100

Glendronach 1989, Pedro Ximenez sherrycask #3315

Zoals zaterdag aangehaald, is deze 1989 een erg rijke whisky, met een veel uitgesprokener geur- en smaakprofiel dan de 1990 en 1991. Bij deze laatste twee was alles subtiel en delicaat, hier is het veel meer into-your-face. And I like it a lot.

 

Glendronach 20y 1989/2010, 53.2%, OB, Pedro Ximenez cask #3315, 522 bts.
Expressieve zoete neus op pruimentaart, opgelegde peren, balsamico (veel), rozijnen op rum, kersen, cassis en vers gemaakte (nog warme) aardbeienconfituur. Dat alles gebed in de duidelijk merkbare invloed van het hout en de bijhorende kruiden. Met water komt daar wat methol bij. De smaak is dik, vettig bijna en behoudt de mooie balans tussen bittere en zoete tonen. Boter, rozijnen, gedroogde pruimen, confituur, noten, hout, kruiden, de balsamico. Daarna heb ik ook nog mokka en kandijsuiker. Wat bitterder met water. Nee, doet blijkbaar meer kwaad dan goed dat water. Erg lekkere, lange afdronk op pruimen. Op ongetwijfeld heel wat meer, maar het zijn vooral de gedroogde pruimen die opvallen en blijven hangen. Duidelijk anders dan de 1990 en 1991, maar wel helemaal my cup of tea als het op whisky op sherryvat aankomt. 89/100

Glendronach 1990, oloroso sherrycask #2621

Ik begon met het proeven van deze 1990 samen met de 1989 en dat was geen goed idee. De 1989 is een pak expressiever en drukte deze volledig weg. De 1989 terug in z’n flesje gegoten en me op de 1990 geconcentreerd.

 

Glendronach 20y 1990/2010, 57.9%, OB, oloroso cask #2621, 546 bts.
Zonder het 1989-geweld moet ik toegeven dat hij heel wat te bieden heeft, maar je moet er wel de tijd voor nemen. Zachte, subtiele sherry met veel sinaas (sinaasschil), geroosterde noten (niks scherps), oude geboende meubels, antiquariaat (bladeren door oude stoffige boeken), vanille-fudge, iets floraals, oud leder… lekker! Erg drinkbaar ook, licht drogend en zoet op tonen van chocolade, noten en rozijnen, van die studentenhaver in donkere chocolade dus. De sinaas heb ik terug, net als wat pompelmoes (een aangename bitterheid), tabak, licht verbrande karamel. Middellange en middeldroge afdronk op noten en orangettes. 85/100

De Glendronach’s single cask 2010

Vandaag en de komende dagen maak ik – eindelijk – tijd voor de nieuwe single casks van Glendronach. Zullen achtereenvolgens aan bod komen: de 1993, de 1991, de 1990, de 1989, de 1978, de 1972, de 1971 en de ‘Cask in a Van’ botteling. De meeste van deze whisky’s rijpten op olorosovat, sommige op Pedro Ximenez. Zonet proefde ik de twee jongste, de 1993 oloroso en de 1991 PX. Zij aan zij, met nogal uitéénlopende bevindingen.

 

Glendronach 17y 1993/2010, 60.5%, OB, oloroso cask #529, 627 bts.
De neus start erg zoet op stroop en verbande karamel, gaat over naar vegetale tonen (oxo, bouillon, consommé) en noten, om langzaam te verglijden richting rubber en lichte sulfer. Me no like. Op de smaak heb ik die sulfer niet zo, maar echt lekker vind ik ‘m hier ook niet. De start is eveneens zoet (perensiroop), om snel plaats te maken voor kruiden. Paprika, kruidnagel, peper… Dan komt er wat gedroogd fruit door, pruimen en dadels, maar het droge gaat overheersen. Hout, de kruiden en bittere chocolade zorgen daarvoor. Misschien dat het beter wordt met wat water, is per slot van rekening een botteling op meer dan 60%. Mmm, er komt meer fruit door. Rode bessen, zonder suiker uiteraard. Droge, kruidige finish. Een whisky waar je je moet doorworstelen, niet echt mijn profiel. 72/100

 

Glendronach 18y 1991/2010, 51.7%, OB, Pedro Ximenez cask #3182, 633 bts.
Ha, dit is al een pak beter. Een heel ander profiel. Veel minder scherp, en fruitiger. De sherry is op de neus zacht, zoet en fruitig. Qua associaties heb ik geconfijt fruit (zoet dus, doet me wat denken van die gesuikerde halve appelsienschijfjes van bij de bakker), acaciahoning, kamille, munt en nootmuskaat. Niet supercomplex maar wel erg aangenaam om ruiken. De smaak is vol en verwarmend, licht drogend en kruidig. Drinkt evenwel veel vlotter dan de 1993. Naast de lichte houtinvloed en de kruiden (anijs, kruidbagel) ook best wat fruit. Kersen, vijgen. Hier is water trouwens niet van doen. Middellange, kruidige finale met zoete kersen die het bittere counteren. Zomaar eventjes 12 punten meer dan de 1993, maar dat ligt zowel aan de kwaliteiten van deze (vooral de neus vind ik erg lekker) als aan de zwakte van de andere. 84/100

Strathisla 30y, Gordon & MacPhail

Strathisla gaat er prat op de oudste distilleerderij te zijn die continue produceerde. Het werd in 1786 opgestart door George Taylor en Alexander Milne en zou z’n productie dus nooit stilgelegd hebben, wat met twee wereldoorlogen en de drooglegging niet altijd even evident was.

 

Strathisla 30y, 43%, Gordon & MacPhail 2009
De neus komt een stuk steviger over dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Lekkere sherry op rozijnen, pruimen, kersen, karamel, geconfijt fruit, tabak en florale toetsen. Heide. Boenwas en ook iets van gerookt vlees. Lichte rook inderdaad. Complex en lekker die neus. De smaak is een ietsje minder, behoorlijk droog. Vrij veel hout en kruiden. Ik denk aan nootmuskaat, kruidnagel en eucalyptus. Planten. Lichte tanines. Daarnaast rozijnen en honing, wat het geheel een wat zoet tegengewicht geeft, alhoewel de bittere tonen toch de bovenhand hebben. Lange, maar ook hier eerder droge afdronk op hout, kruiden en gedroogd fruit. Erg lekkere neus, maar voor mij is hij wat te droog op de tong om hoger te scoren. 85/100

Caol Ila 24y 1984, Bladnoch Forum

Caol Ila is Gaelic voor “Sound of Islay”, de naam van de strook water tussen Islay en Jura, waaraan Caol Ila gelegen is. Mooi gelegen is.

 
Caol Ila 24y 1984/2009, 55%, Bladnoch Forum, cask 5381, 290 bts.
Neus op zilt en citrus. Een ‘plat de fruits de mer’ besprenkeld met citroen. Oesters, iodium, maar ook eucalyptus en munt, en turf natuurlijk. Vrij mineralig allemaal. Meer turf op de tong, naast het zilt en de citroenen. Zacht en romig mondgevoel. Wat vanille en hoe langer hoe meer fruit. Naast de citroen krijg je dan ananas, groene appels en kweeperen. Confituurtoestanden. Een beetje hars. Lange afdronk op turf, vanille, citrus en een beetje peper. Nog maar ’s een lekkere Caol Ila. 86/100

Dallas Dhu 27y 1981, Duncan Taylor

Dallas Dhu distillery werd getekend door Charles Doig, de geestelijke/geestrijke vader van het pagodedak. Dallas Dhu is niet meer actief, het sloot de deuren in 1988.

 
Dallas Dhu 27y 1981/2008, 55.1%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 389
Sherry cask. Lekkere fruitige neus op pompelmoes, limoen, kiwi en peer. Antiekwas, honing, zilverpoets, koffie, sigarenrook… oh ja, dit is lekker. Behoorlijk wat hout op de smaak met zoets en fruit ter compensatie. Sinaas, pompelmoesschil, karamel en veel kruiden. Ik denk aan kruidnagel en nootmuskaat. Een aangename zurigheid. Lange, kruidige afdronk met ook hier veel citrus. 88/100

Twee Scotch Malt Whisky Society bottelingen

Ik geraak maar niet door m’n samples (luxeprobleem, I know). Mijn oog viel op twee whisky’s van de Scotch Malt Whisky Society, S.M.W.S. voor de vrienden: een oude Glenrothes en een jongere Glenmorangie. Omdat Glenmorangie niet toelaat dat z’n naam wordt gebruikt bij onafhankelijke bottelingen, is dit wel vrij unieke whisky.

 
Glenrothes 27y 1980/2008, 51.7%, SMWS 30.52 ‘Christmassy sophistication’
De neus is lekker zoet en fruitig. Rozijnen, geconfijt fruit enzo. Denk aan… juist ja, Christmas cake. Een beetje kruiden heb ik ook, net als koffie en sigaren. De smaak is licht bitter, maar zeer aangenaam bitter. Hij start kruidig, gaat over in fruit (pruimen), koffielikeur, menthol. De middellange afdronk gaat hierop door. Erg lekkere Glenrothes. 87/100
 
Glenmorangie 14y 1995/2009, 56.2%, SMWS 125.20 ‘Trap door to another world’, 291 bottles
Frisse en fruitige neus. Wit fruit. Appel, peer, perzik. Honing. Beetje hout. Ook in de smaak een mooie verwevenheid van fruit en hout. Korte, droge maar lekkere afdronk. Aangename en vlot drinkende Glenmorangie. 82/100

Port Ellen 19y 1970 for Gallo

Hebben we deze al niet gehad? Nope, dat was er ééntje die er heel goed op trekt, ééntje waarvan een fles me onlangs op een haar na ontglipte. Ook een Port Ellen 1970, ook 19 jaar oud, ook een Gordon & MacPhail botteling geïmporteerd door Sestante, maar deze werd gebotteld voor Gallo, ook voor de Italiaanse markt dus. The lucky bastards.

 

Port Ellen 19y 1970/1989, 40%, Sestante import for Gallo, 75cl
Versneden tot 40%, maar toch een ‘sterke’ Port Ellen, complex en erg verfijnd. Neus van vanille, karamel, boter. Crème brûlée. Turf, maar minder dan verwacht. Zilt en peper. Wel prominente turf in de smaak. Wat zoetigs ook (honing?) en citrus fruit. Krachtig voor z’n alcoholpercentage. Mooie rook. Lange ziltige afdronk. Gebotteld op een 10% meer had ie misschien (maar dat is natuurlijk niet zeker) meer gehaald. Haalde die andere geen 95 op 40%? Inderdaad, maar die is buiten categorie. Naast het bovenstaande heeft die nog – en vooral – een succulente fruitigheid. Nu ja, je leest het daar. 91/100

Littlemill 1975

Littlemill zou met stichtingsjaar 1772 de oudste distilleerderij van Schotland zijn. Ze is echter niet meer actief, want in 1994 de deuren gesloten.

 

Littlemill 1975, 40%, OB 1999
Lekkere neus, zoet en fruitig. Wat hout erdoorheen, mooi in balans met de rest. In de mond is deze Littlemill zacht en wat plakkerig (stroperig) met veel fruit (ik heb onder andere perzik en meloen), perensiroop, kandijsiroop, daarna ook wat sinaas en een lichte kruidigheid op het einde. Zoete afdronk. Niet echt complex maar zeker ook niet slecht. Bijlange na niet het niveau van onze Fulldram botteling echter! 83/100