Spring naar inhoud

Archief voor

Samaroli tasting – het verslag

Vandaag stuur ik zoals beloofd mijn verslag van de nu al legendarische Samaroli tasting van vorige vrijdag de wereld in. Voor diegenen die rechtstaan achter hun computer stel ik voor even te gaan zitten.

 

De eerste whisky die Silvano Samaroli inschok – ’t is te zeggen, liet inschenken, dit soort man heeft daar personeel voor – was een jonge Glen Garioch. Een schitterende jonge Glen Garioch.

Glen Garioch 8y 1971, 59.6%, Samaroli, 2280 bottles – Highland – 96/100
Een neus met een erg hoge ‘wow’ factor. De heerlijkste sherry gemixt met de heerlijkste turf. Koffie, tabak, rubberen banden… voor een highlander behoorlijk medicinaal ook. Na een tijdje ook wat farmy notes. Geitenstal, merkt iemand op. Geitenstal? Mmm, om dat onderscheid te kunnen maken, moet ik mijn kinderen toch nog eens bewegen tot een boerderijbezoek. Immers, zo alleen op een boerderij toekomen met de vraag de stallen eens te mogen ruiken, komt misschien wat vreemd over. We wijken af. Heb ik al fruit vermeld? Perzik that is. Bon, proeven nu. Oh boy, dit is van hetzelfde kaliber als de neus. Massive! Schitterende, subtiele turf… rook, zilt, hout, koffie, karamel, zoet fruit… Perfecte balans tussen de sherry en de jonge turf. Hoe kan in godsnaam een 8 jarige whisky dit ten toon spreiden? Naar het einde beetje (aangenaam) bitter en kruidig. Is het woord complex hier al gevallen? Wel, dit is een ongelooflijk complexe whisky. Sublieme afdronk op rook en vanille. Veruit de beste -10 jarige die ik ooit gedronken heb. 96 punten. Punt.
 

Nummer twee was een Ardbeg uit het magische Ardbeg jaar 1974. Weliswaar ook een erg jonge, maar gezien de lofbetuigingen die over deze whisky de ronde doen, denk ik niet dat dat hier een probleem vormt. Deze Ardbeg heeft zowat dezelfde reputatie opgebouwd als de Glen Garioch. Een stevige.

Ardbeg 9y 1974, 59%, Samaroli, 2400 bottles – Islay – 94/100
Misschien wel de krachtigste neus die ik ooit heb waargenomen! Zo één die je benen onder je lijf maait. Gelukkig zat ik. Als de eerste alcohol en scherpe turf (en zelfs vers gelegde asfalt) wat is weggetrokken, krijg je rook en houtskool. Typische barbeque toestanden. Maar daar blijft het niet bij. De neus wordt langzaamaan zoeter en fruitiger (appel?) en daarna komt er ook balsamico door. Complex, maar vooral indrukwekkend krachtig. Hetzelfde kan gezegd worden van de smaak. Die wordt enerzijds gekenmerkt door veel turf en rook, maar is anderzijds ook behoorlijk zoet, met vanille en zoethout. Het is een botteling op 59%, dus het klinkt misschien een beetje lullig om dit een straffe whisky te noemen, maar toch is het zo en niet zozeer omwille van het alcoholpercentage maar wel omwille van de ongelooflijke intensiteit en kracht. En dan hebben we de afdronk nog niet gehad… lang, ik bedoel héééél lang, rokerig… zalig! Ja wadde, dit is dus echt een whiskybom. Geweldige whisky zoals ie spijtig genoeg niet meer wordt gemaakt, resulterend in een verdiende 94 punten. En dan moest het beste nog komen…
 

En dit beste was de 18 jarige Bowmore uit de Bucket, euh Bouquet reeks. Volgens sommigen die de eer hadden deze whisky reeds eerder te proeven zonder meer de beste whisky ooit. Zo hebben zowel Luc Timmermans als Dominiek Bouckaert – twee heerschappen die toch al ’t één en ’t ander gedronken hebben – deze Bowmore gewoonweg 100/100 gescoord. Laat ons zeggen dat mijn verwachtingen hoog gespannen waren…

Bowmore 18y 1966, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles – Islay – 99/100
Gho, waar begin je met zo’n overweldigende neus? Ik stel voor bij het fruit, want dat is wel erg prominent aanwezig. Het bij een oude Bowmore verwachte tropische fruit, maar ook peer, zo’n goei sappige… ananas (euh, dat is tropisch zeker?), citroen, pompelmoes… een behoorlijk superieure fruitsalade als het ware. En wat naast al dat fruit? Wel, heel wat. Om te beginnen de oh zo geweldige ‘boerderij’ sensaties: subtiele geur van stallen, van hooi, tot de mest toe. Hu, kunnen we dat spreken van fruitsalade met een toefje mest? Soit, zilt ook, wat zoets, rook… en dan mis ik ongetwijfeld nog een groot deel. Onvoorstelbaar complex en vooral intergalactisch lekker. Nu de smaak. Ook hier veel fruit, allerlei citrus (nota voor mezelf: dit kan in het vervolg als ‘agrum’ omschreven worden), naar het einde meer neigend naar (bittere) pompelmoes. Heerlijk. Kamille ook. Peper en zoethout. Schitterende balans tussen zoet en bitter. En zilt. Geweldig lange, intense, fruitige, licht rokerige afdronk. Man man, moeilijk om op zo’n tasting objectief te blijven zoeken naar geur- en smaaksensaties. Dit is dus echt wel hemels.
Maar nu de score. Is deze whisky 100 punten waard? Misschien wel, maar mijn hoogste score tot op vandaag is 97 (voor een Brora en een Ardbeg). Ok, deze ís ook wel nog dat ietsje beter – dit klinkt te eufemistisch, ik bedoel deze is absolute top in whisky – maar meteen de sprong naar de 100 is me wat gewaagd. Indien ik deze Bowmore 100 punten geef, eindigt het hier wel. Dan ontneem ik mezelf immers de hoop ooit nog iets beters te proeven. En neen, die hoop wens ik levend te houden. 99 wordt het dus. Ook niet slecht en by far het beste wat ik ooit in m’n glas heb gehad. Punt. Zucht. Punt.

Laat het een kadotip zijn, ik verjaar op 23 januari. Nu ja, je moet naast erg veel geld ook veel geluk hebben, heb het laatste jaar nergens een fles te koop zien staan. En als er al één te koop zal worden aangeboden, is Dominiek er geheid me aan de haal.
 

Ze bottles

Ze bottles


 

Zie zo, tot zover een avondje in het gezelschap van fijn volk en dito whisky. Ik begin me zo stilaan bewust te worden van het feit dat het leven er zonder whisky voor mij toch een pak minder interessant zou uitzien.

 

Advertenties

Samaroli tasting Oostende – en of het goed was

Gisteren een wel erg bijzondere tasting meegemaakt. Niemand minder dan Silvano Samaroli himself kwam in Oostende drie van de meest legendarische bottelingen uit de 40 jarige geschiedenis van het huis Samaroli voorstellen. De tasting werd georganiseerd door Lindores als opwarmer voor hun Whiskyfest dat vandaag en morgen plaatsvindt. Een opwarmer die ik niet gauw zal vergeten. Morgen trek ik opnieuw richting Oostende en ik ben ervan overtuigd dat ik op het ‘fest’ enkele pareltjes zal kunnen proeven, maar wat Silvano ons gisterenavond voorschotelde, was ronduit indrukwekkend. Line-up:

Glen Garioch 8y 1971 (59,6%)
Ardbeg 9y 1974/1983 (59%)
Bowmore 18y 1966/1984 (53%)

Als daar je broek niet van afzakt, dan weet ik het ook niet meer. Of heb je je broeksriem wel erg strak aangespannen, dat kan ook. Het 30 koppige internationale publiek was dan ook behoorlijk van z’n sokken geblazen en verloor zich in lyrisch taalgebruik (“mouthwatering”, “breathtaking”, “pure maltoporn” – ja, het is een apart wereldje). Ook ik heb gepoogd mijn bevindingen te verwoorden, en dit zo rationeel mogelijk. De komende dagen hier te lezen. Maar zoals gezegd, duik ik morgen eerst opnieuw in de wereld van de whisky-antiquiteiten.

Whisky compositie

Een leuk tussendoortje uit de gazet:

De Belgische componist Luc Brewaeys heeft zijn zesde whisky-compositie geschreven, ditmaal geïnspireerd op de Schotse single malt Cardhu.

Dit weekend staan op het Transit-festival in Leuven een aantal creaties van Vlaamse en internationale componisten. Een van die zeventien werken die hun wereldpremière beleven, wordt Cardhu van de componist Luc Brewaeys. Die knoopt daarmee na twaalf jaar opnieuw bij zijn opmerkelijke reeks van single malt stukken aan: composities die allemaal vernoemd zijn naar een uitgelezen Schotse whisky.
Het slot van de reeks wordt Lagavulin, een compositie voor bas en groot orkest, op basis van teksten van Robert Burns.

Het volledig interview met Brewaeys: In whisky zit muziek
 

En nu naar Oostende bollen voor de Samaroli tasting van de Lindores boys! Nu ja, ‘bollen’… op de wegenkaart zie ik dat er op de Brusselse ring weinig te bollen valt.

Een zéér lekkere oude Aberlour… op de tonen van Fleet Foxes

Aberlour – Glenlivet 8y, 50%, OB +/- 1975, cube bottle small cork 75 cl – Speyside – 91/100
Een oude jongeling, en wat voor één! Moet een distillaat zijn van ergens midden jaren zestig. Stevige sherry-neus met hout, vanille, rubber, rook. Erg complex. Schitterende volle smaak met honing, karamel, iets gerookt, tropisch fruit, etc.. Zacht, maar toch erg stevig en complex. En een geweldig lange, heerlijke afdronk. Niet te geloven dat deze botteling maar 8 jaar oud is! Eén van de beste <10 jarige die ik ooit geproefd heb.
 
Heb deze geweldige Aberlour zonet gedronken op de tonen van Fleet Foxes’ titelloze debuutalbum. Misschien wel één van de sterkste debuten van de jongste jaren, echt een aanrader.

200ste proefnotitie – laat het een Brora zijn

Brora 30y 2004, 3th release, 56.6%, OB, 3000 bottles – Highland – 95/100
Derde van de tot op heden zes batches (eerste 2002). Fantastische neus met veel ‘boerderij’ (de stallen, het hooi, de loslopende honden, de boerendochter… nee, niet de boerendochter), naast heerlijke turf, rook… kampvuur, houtskool. Daarna ook fruitige en zoete tonen. Complex. Pfffiew, geweldig is dit! Smaak is vol en stevig. Eerst vrij zoet, vettig en kruidig. Maar dan komt de turf. En hoe! Man, dit is lekker… en subtiel. Fruit ook, citrus. Met water komen er lekkere hout-tonen door. Erg lange afdronk op turf en citroen. Enkel superlatieven zijn hier van doen, en alhoewel iets scherper in de neus, komt ie toch serieus dicht in de buurt van de 22y Rare Malt botteling.

Van Wees – The Ultimate

Onlangs hadden we met de club een openluchttasting op het terras van De Blauwe Schuit in Leuven. De tasting stond in het teken van Van Wees en werd gegeven door Marc Segers van Whisky Corner.

Het familiebedrijf Van Wees werd in 1921 opgericht door Hubertus van Wees en legde zich toe op de handel in tabak. De zonen van Hubertus, Han (Johan) en Ben van Wees namen bij diens overlijden in 1954 de zaak over.
In het jaar 1963 verwierven Han en Ben een licentie om wijn en likeuren te verhandelen. Een belangrijke aanleiding voor deze stap was het feit dat vrienden van de gebroeders van Wees in dat jaar de vracht van een gezonken schip opkochten. Het schip was op weg naar de haven van Rotterdam, maar leed schipbreuk. Naast auto’s en meubelen bevatte deze vracht ook een container whisky, bestemd voor de Latijns-Amerikaanse markt. De kwaliteit van deze whisky lag een pak hoger dan wat de Nederlanders gewoon waren te drinken. Han twijfelde niet en kocht de whisky, welke ik geen tijd de deur uit vloog.
De vraag naar de betere whisky nam toe en Van Wees legde zich dan ook meer en meer toe op het importeren van bekende single malt whisky zoals Glenfarclas, Macallan, Springbank… zowel officiële als onafhankelijke bottelingen. De tabakhandel daarentegen werd omwille van dalende winsten definitief gestopt in het jaar 1974.

Maurice, de zoon van Han vervoegde in 1987 het bedrijf. In 1994 startte Van Wees met de import van Signatory bottelingen en nog enkele jaren later vierde het de geboorte van een eigen reeks bottelingen, The Ultimate Single Malt Scotch Whisky Selection, kortweg The Ultimate. Alle bottelingen zijn single cask bottelingen en worden noch gekleurd, noch koud-gefilterd. Zowel het rijpen als het bottelen van de whisky vindt plaats in Schotland.

Ben van Wees stapte in 2000 uit de zaak en liet het dagelijks beleid over aan Han en Maurice. De winkel in Amersfoort heeft een indrukwekkende collectie van 1200 verschillende whisky’s, maar biedt daarnaast ook een ruim aanbod aan andere sterke dranken.

 
Burn of Speyside 6y 1996, 43%, Van Wees, 2002 – Speyside – 65/100
Een whisky met een verhaal, een verhaal van een schipbreuk (weerom), dat je hier kan lezen. De scheepslading, zijnde 144 vaten whisky, was oorspronkelijk bedoeld voor de Amerikaanse markt, maar werd na de schipbreuk opgekocht door Van Wees en in Nederland gebotteld. Onderzoek wees uit dat de whisky geproduceerd was bij William Grant & Sons in Dufftown.
De Burn of Speyside bevat 99% Balvenie en 1% Glenfiddich. Misschien vreemd, maar Balvenie mocht door derden (bottelaars) niet als dusdanig (single malt) gebotteld worden. Met 1% Glenfiddich erbij is het geen single malt meer, maar een vatted malt, en dat kon wel. Nadat Van Wees de whisky gebotteld had en te koop aanbood, werd het vanuit Schotland vriendelijk doch met aandrang verzocht de namen ‘The Balvenie’ en ‘Glenfiddich’ van de etiketten te schrappen. Met enkele tienduizenden flessen hadden de plaatselijk beschutte werkplaatsen hun handen meer dan vol. De eerste verkochte flessen, waarbij de beide namen nog niet doorstreept waren, worden stilaan collectors items.
De whisky zelf is licht en fruitig en vooral erg vlot drinkbaar. Het is geen hoogvlieger, maar voor 16/17 euro is hij z’n geld meer dan waard. Niet echt duurder dan een mainstream blend, maar dan is dit toch wel een pak beter.
 
Glenrothes 13y 1995/2008, 46%, Van Wees, The Ultimate Selection, casks 9/8362+3, bottle 177 – Speyside – 70/100
Vanille, honing en fruit (sinaas) in de neus. En noten. Frisse, fruitige en kruidige smaak. Wit fruit hier vooral. Eerder korte, fruitige afdronk. Zomerwhisky, ideaal voor op een terrasje.

Twee blends en een vatted malt

Tayside blended, 40%, OB 2007 – 26/100
Gedronken als opener voor een Cadenhead tasting, ‘to get the palet right’. Granig, wat zoet, weinig meers. Of toch, na een tijdje een lichte zeeptoets in de neus. Vlakke, granige smaak. Kortom, mijn palet stond niet echt ‘right’ , eerder ‘wrong’. Maar gelukkig waren de Cadenheads van die avond wel lekker.
 
House of Lords 12y, 40%, OB 1995 – 22/100
Voor een 12 jaar oude whisky is dit echt slecht! Waterig, plat. Niks complex, niks kracht. Te mijden.
 
Isle of Skye 12y, Ian MacLeod, 40%, OB 2000 – 59/100
Botteling van Ian MacLeod. Ik veronderstel dat dit een vatted malt is… of is het een blend? In ieder geval één van het eiland Skye, er zal dus zeker Talisker in zitten. In de neus lichte rook (de Talisker dus) en granen. Smaak is wat plattekes. Weinig uitgesproken. Beetje zoet, beetje zilt. Beter dan de twee blends, maar als whisky niet echt bijzonder.

M&H

M&H is de eerste Belgische onafhankelijk bottelaar en staat voor Mario (Groteklaes) en Hubert (Corman) van Corman Collins uit Battice (in de buurt van Luik). Corman Collins is zo’n beetje de belgische afdeling van La Maison du Whisky.
Mario Groteklaes is ook één van de mensen achter The Nectar. Beide heren zijn erin geslaagd enkele schitterende vaten onder hun label te bottelen, waaronder een Port Ellen van 1982, een 40 jarige Tomatin en een 1971 Clynelish. Ook het onderstaande mag er wezen.

 
Scapa 12y 1993/2005, 46%, M&H, 330 bottles – Orkney – 79/100
Naast Highland Park de enige actieve distilleerderij op Orkney (eiland ten Noorden van het Schotse vasteland). Zoete neus met veel fruit. Geconfijt fruit. Honing ook. Vanille. Appel. Kruidig ook. Peper. Smaak is wat scherp, naar het bittere toe, zonder echt onaangenaam te zijn. Pompelmoes. Fruitige en licht ziltige afdronk. Best wel lekker.
 
Blair Athol 12y 1993/2005, 55.7%, M&H Selection, 300 bottles – Highland – 85/100
Dit vat is voor de helft op vatsterkte geboteld, de andere helft is versneden tot 46%. Dit is dus de vatsterkte versie. Heb deze gedronken na de 15 jarige Blair Athol van Blackadder (73/100). Deze ligt me duidelijk beter. Lekkere neus. Ook hier kruiden, maar ook fruit (sinaas, peer). Zelfs een hint van rook. Tabak? Smaak ligt in het verlengde van de neus. Kruiden, fruit, rook. Beetje ziltig ook. Water is niet echt nodig, maar doet zeker geen afbreuk aan het pallet. Relatief lange en aangenaam bittere afdronk. Heel wat beter dan de Blackadder me dunkt.

Glen

Het woord Glen verwijst naar een dal/vallei. Van distilleerderijen waarvan de naam met ‘glen’ begint, mag je dus aannemen dat ze in één of ander dal liggen. Het tweede deel van de naam verwijst soms naar de rivier die door dat dal stroomt. Zo ligt The Glenlivet in het dal van de Livet en Glenlossie in dat van de Lossie. Maar soms heeft de – keltische – naam een heel specifieke betekenis. Glenfarclas bv. betekent ‘vallei van het groene gras’, Glengoyne ‘vallei van de wilde ganzen’, Glenfiddich ‘vallei van de herten’…

Dit gezegd zijnde, hier een paar glennekes:
 
Glenmorangie 10y 100 Proof ‘Traditional’, 57.2%, OB 2005, 1 liter – Highland – 78/100
Spreek uit ‘Glenmóran’. Neus is zoet: caramel, vanille, zoethout. Ook wat bloemen. Of is het gras? Lichte turf. Met water wordt ie fruitiger. Krachtige smaak met fruit (appels, ananas), karamel en beetje kruiden. Vrij lange afdronk met granen en een hint van rook. Best ok, maar kan wel wat water verdragen.
 
Glenlivet Minmore 19y 1988/2008, 56.7%, Cadenhead, port wood – Speyside – 70/100
Zoete, fruitige neus met ook iets zurigs. Citrus. Ananas. Ja, duidelijk ananas. Idem dito voor de smaak, zoet en fruitig. Zachte, middellange finish. Niet slecht, maar ook niet echt goed te noemen.
 
Glengoyne 17y, 43%, OB 2007 – Highland – 76/100
Vanille, hout en appel in neus en smaak. Eerder korte, ietwat droge afronk. Niet slecht, maar Glengoyne heeft al beters op de markt gebracht.

Kleppers – Glen Ord 16y Manager’s Dram

Ord 16y, Manager’s Dram, 66.2%, OB bottled 20/01/1991 – Highland – 93/100
Met 2cl van deze whisky ben ik een ganse avond zoet geweest. Ongelooflijk, maar op 66,2% heeft deze whisky geen water nodig. Krachtig en complex. Fruit, honing, bloemen, kruiden, you name it. Ook de heerlijkste Earl Grey in de neus. Man, man, dit is een super botteling!

Een koppel oude Gordon & MacPhails

Strathisla 1963/2005, 40%, Gordon & MacPhail – Speyside – 81/100
Fles vermeldt geen leeftijd, gezien distillatie- en botteljaar moet dat 41 of 42 jaar zijn. Erg krachtige neus voor z’n alcoholpercentage. Veel fruit, sinaas, kweepeer… Wat hout ook, en karamel. Daarna bananen. Kiwi. Pisang Ambon! Begrijpt me niet verkeerd, dit is wel degelijk whisky, laat ons zeggen ‘een hint van Pisang Ambon’. Complex in ieder geval. En lekker! Smaak kan dit niveau niet aanhouden. Olie-achtig met sherry (lichte bitterheid met veel hout), zout en beetje fruit (weerom de bananen). Het mondgevoel is snel weg. Afdronk is dan weer wel ok. Die is behoorlijk lang en kruidig. Verliest punten op de smaak.
 
Tamdhu 35y 1973/2008, 56%, Gordon & MacPhail, sherry cask 3230, 481 bottles – Speyside – 79/100
Gordon & MacPhail Reserve. First fill sherry cask. Complexe fruitige neus. Beetje zoet, beetje rook, beetje granen. Smaak is minder. Karamel, wat bitter, kruiden, noten. Okkernoot? Ja, nu duidelijk okkernoot. Ook in de finish, die een tijdje blijft hangen. Mist net de 80 punten.
 

Beide oldies halen een mooie score dankzij de neus. Maar zoals zo vaak bij oudere whisky’s valt de smaak wat tegen. Te laat gebotteld. De oorspronkelijke sensaties van de whisky blijven over het algemeen langer in de neus hangen dan in de smaak, smaak wordt wat slap, verwatert. Nochtans is Strathisla een whisky die over het algemeen wél erg lekker is op latere leeftijd.