Spring naar inhoud

Archief voor

Port Ellen 26y 1983, Old Bothwell

Old Bothwell is een jonge bottelaar, opgericht in 1998 en opererend vanuit het plaatsje Bothwell. Het bottelt allerlei sterke dranken, waaronder Single Cask whisky, maar het onderscheidt zich van andere onafhankelijke bottelaars door het personaliseren van hun flessen, voor eender welke gelegenheid. Wil je m.a.w. je eigen kop op een label, één adres.
Onderstaande Port Ellen van 1983 is één van de Port Ellens uit hun stock, naar het schijnt hebben ze nog een behoorlijke voorraad. Nu ja, daarmee zijn ze niet alleen, er ligt nog behoorlijk veel Port Ellen in allerlei opslagplaatsen te wachten op botteling, Port Ellen is Brora niet.

 
Port Ellen 26y 1983/2009, 54.9%, Old Bothwell, cask 220 – Islay – 91/100
Ondanks een opkomende verkoudheid ruik ik de zeer herkenbare Port Ellen neus van zilt, jodium en zeewier. Een strandwandeling in de winter. Rook, houtskool en een lichte houttoets er mooi doorheen. Een smeulend kampvuur op het strand dus eigenlijk. Dan komt het fruit opzetten: kruisbessen (de zeer ondergewaarde ‘stekebezen’), maar ook appel. Noten, geroosterde. Complex! De smaak is stevig en vrij vettig met dezelfde elementen uit de neus (voor de grapjassen onder jullie: neen, geen snot), boter en veel turf. Kruiden (zoethout, gember) heb ik ook. Marsepein. Njummie. De afdronk is lang, erg lang, op zoete turf, zilt en kruiden. Een whisky om van te genieten op een koude winteravond, als het even kan op de pier van Oostende. Een erg lekkere Port Ellen dus en wat mij betreft beter dan de twee 1982’ers van Old Bothwell die ik op Spirits in the Sky dronk. Reviews van deze twee vind je trouwens terug op WhiskyNotes, maar als je er één wil aanschaffen, laat het dan de 1983 zijn.

Advertenties

Brora & Clynelish tasting II

Nadat iedereen opnieuw gezeten was (noodzakelijk, want anders zouden meerdere broeken afgezakt zijn) werd ons de Brora 29y 1971/2000, 50%, Douglas Laing OMC, 274 bottles voorgeschoteld. Hèhè, dit is wat ik lekker vind zie! Een herkenbare Brora-neus met alles wat Brora je kan geven. Genot, plezier, levensvreugde, een reden om te leven tout court, maar ook farmy notes, rook, fruit (citrus & appels had ik), wat zoets, zilt en de zee. Gerookte vis! Bij Dominiek doemde een plat de fruits de mer, inderdaad. De smaak gaat hier mooi op door, geeft een zalige combinatie van de associaties uit de neus, en brengt ook een heerlijke kruidigheid naar voren. Pffiew, dit is goeie whisky! En dan die afdronk… man, man. 93/100. De rest van deze fles moest en zou ik mee naar huis nemen. Biedt diene onnozele Luc toch wel mee zeker… Bon, geen Brora 29y 1971 op whiskysamples!

Ik dacht dat ik deze Brora al eens had gedronken, maar dat blijkt niet zo te zijn. Het is z’n broertje op 210 flessen (ook 29y 1971 OMC) die ik al gehad had (niet gepost). In mijn herinneringen – nee, dit soort whisky vergeet men niet – zijn ze aan elkaar gewaagd.

 

Dan terug wat meer ‘gewonere’ whisky dachten er enkelen, de Clynelish 27y ‘Synch Elli’ 1982/2009, 46%, Daily Dram, The Nectar. Ik wist beter, ik had de batch van The Perfect Dram al geproefd (op vatsterkte die) – dit is immers een split cask met The Whisky Agency. Ruiken: whoehoe! Bijenwas (en véél!), zalig fruit (pompelmoes, meloen), dito zoets (zachte honing) en bloesems (een fruitgaard in volle bloei). Proeven: whoehoe bis! De was, het fruit, de honing, en ook kruiden. Kaneel. Nootmuskaat? Lange, zoet-fruitige afdronk met ook hier een geweldige waxy touch. Van een heel andere orde dan de Brora, maar evenzeer top. 92/100.

Weer eens een bewijs van de constant hoge kwaliteit van Clynelish. In tegenstelling tot een aantal distilleerderijen waarbij het “vroeger toch allemaal beter was”, kunnen heel wat Clynelish’s van de jaren tachtig of negentig (zie ook de SMWS of de 12y 1996 Malts of Scotland) makkelijk naast toppers uit de jaren zestig en zeventig gaan staan. Ook deze dus, met sprekend gemak.

 

Het slot van het ‘officiële’ gedeelte werd verzorgd door de Brora 30y, 53.2%, OB 2009, 2652 bottles. De neus is vrij krachtig en geeft turf, wit fruit, een beetje zilt, redelijk wat boenwas en verbrande cake (wat scherp, zonder te storen). Ook op de tong is hij stevig. De boenwas doemt ook hier op, net zoals de turf, het zout en het fruit. Na een tijdje kruiden, ‘wood-spices’. Dit laatste komt ook terug in de lekkere, lange afdronk.
Deze Brora is niet ‘farmy’ te noemen, je zou ‘m anderzijds wel kunnen beschouwen als een geturfde Clynelish. Het is duidelijk meer op eind jaren zeventig dan begin jaren zeventig Brora. Begin jaren zeventig Brora is volgens mij dan ook zo goed als op, anders zouden ze vorig jaar ook geen 25 jarige hebben uitgebracht. Het zou me echter niet verbazen mochten ze binnen enkele jaren nog een veertigjarige op de markt brengen. Aan een viercijferig bedrag natuurlijk.
Score: 92/100. Voor mij speelt deze nog net in de categorie van de 30y 2007 (92) en de 25y 2008 (91). Lekker, zéér lekker zelfs, maar toch een categorie lager dan de drie voorgaande releases. De eerste twee batchen (2002 & 2003) heb ik nog niet gedronken. Hier moet dringend verandering in komen, vind ik zo.

 

Naar goede gewoonte werd er op het einde en voor de veiling van de flessen een top 3 samengesteld, deze zag er als volgt uit:

  1. Brora 29y 1971 OMC
  2. Clynelish ‘Synch Elli’ 27y 1982 Daily Dram
  3. Brora 1972/1995 G&M

Exact mijn top 3 trouwens.

 

Tot slot had Dominiek nog een extraatje bij, de Clynelish 12y, 56.9%, OB, Ainslie & Heilbron for Edward & Edward, Italy (Giaccone), rotation 1973, bicolor label. Ik rook, ik nipte, ik mompelde een ‘halleluja’ en goot m’n 2cl gezwind over in een sampleflesje. Dit is echt wel zonde om als achtste whisky nog rap rap achterover te kappen. Ik proef ‘m nu, in alle rust en lichtjes boven m’n stoel zwevend.
Rotation 1973, dat is dus pre-Brora Clynelish, gedistilleerd in de distilleerderij die later Brora zou heten, ergens rond het jaar 1960. En dit ís ook Brora, Brora voordat Brora bestond. En hoeft het gezegd, I love it. Zachte, zoete turf en sappig fruit, prachtig verweven met zalige waxy én lichte farmy notes. Piew, wat een neus! Honing, vanille, amandel, peer, sinaas, antiekwas, ‘boerderij’, enzovoort enzoverder. De smaak houdt moeiteloos dit niveau aan. Krachtig en toch subtiel, complex en toch perfect gebalanceerd. Goddelijk! De turf, het fruit, de honing, het hooi, de waxy touch, een mens wordt daar stil van. Ook een lichte kruidigheid, kwestie van het plaatje helemaal af te maken. En die afdronk, die blijft maar duren! Ik denk dat ik straks m’n tanden niet poets… wakker worden op dit, stel je voor. Ok, ok, de lyriek (anderen noemen het malt-o-porn) neemt de bovenhand. Ik stop. Enkel de score nog. Pfff, who cares? Of toch, ik heb de 1971 93/100 gegeven en vermits ik mij de rest van deze fles bij opbod heb aangeschaft, zie ik mezelf verplicht nog wat van deze laatste in te schenken. Een score moet immers gefundeerd zijn, dat spreekt. Wel, deze 12 jarige Clynelish is nóg beter. Niet veel, maar toch. 94/100 zal het zijn.

 

En of het dus goed was. Ook de nabeschouwing was dat, alleen ben ik nog altijd niet bijgeslapen.

 

Brora & Clynelish tasting I

De eerste clubtasting van het seizoen zette ons onder de noemer ‘Back to basics’ weer met beide voeten op de grond, de tweede tasting had een lichtjes ander effect. De meesten onder ons bevonden zich na afloop met hun hoofd in de wolken, wolken die naar bijenwas en schapenstal roken dan nog (ja, ik kan me voorstellen dat dat voor menigeen een nieuw concept is). Bijenwas en schapenstal, dat is dus Clynelish en Brora. Voor de geïnteresseerden, ik heb me in het verleden al aan een beknopte geschiedschrijving van deze toch wel legendarische distilleerderijen gewaagd, daar hoef ik me dus niet meer mee bezig te houden.
Dominiek, die niet vies is van dit soort whisky, had acht flessen mee. Sommige whisky’s waren lekker, voor andere moet ik een ander vocabularium bovenhalen.

 

Het opwarmertje was de Clynelish 12y, 46%, OB for the Friends of the Classic Malts. Geen slechte whisky om mee te starten, maar wel veruit de minste van de avond. De neus vond ik heel mineralig. Natte steen. Ook geeft ie wat citrusfruit, wat zoets (karamel), rook, zilt en een heel lichte zeeptoets, wat geen meerwaarde te noemen is. Die zeep had ik weliswaar pas toen ik er na enkele andere whisky’s terug naar greep, dat viel dus nog wel mee. De smaak vonden sommigen wat zurig. Ik had appels (maar inderdaad eerder zure dan zoete), citrus opnieuw en een beetje was. Licht zoete en kruidige finish die effe blijft hangen. Al bij al weinig distilleerderijkarakter. Score? 76/100. Ik zie dat SV ‘m 85 geeft, die was er dus duidelijk meer van onder de indruk.

 

Ook nummer twee was een Clynelish, meer bepaald de Clynelish 31y 1970/2001, 48.4%, Douglas Laing OMC, sherry finish, 186 bottles, die ik hier al eens besproken heb. Net zoals toen was ik er ook maandag niet echt wild van. Het is lekkere whisky, zeker op de neus, maar hij had eerder gebotteld moeten zijn. Het hout maakt het op de tong en in de afdronk wat te droog. Mijn bevindingen en score van maandag komen mooi overéén met wat ik begin dit jaar neerpende. Die 85/100 blijft dus ongewijzigd.

 

Tijd voor een Brora, ééntje uit 1972 (jawel): Brora 1972/1997, 40%, Gordon & MacPhail Rare Old. Gordon & MacPhail heeft een aantal Brora’s 1972 onder het Connoisseurs Choice label uitgebracht, waarvan ik er onlangs twee proefde en een derde (1992) mij wel heel verleidelijk vanuit m’n whiskyschap staat aan te staren (ja, flessen en samples kunnen staren). Deze 25 jarige Brora hebben ze – bij mijn weten als enige – onder hun Rare Old label gebotteld. De neus is wat je van Brora 1972 mag verwachten: farmy! Very farmy that is. De stallen, de mest, het hooi, de natte hond die tegen je opspringt, de… nee Johan, laat de boerendochter maar achterwege. Zachte zoete turf ook, beetje fruit, beetje honing… smullen! Ook de smaak is lekker, maar mist punch. De Connoisseurs Choices bewijzen dat dat niet aan het lage alcoholpercentage hoeft te liggen, toch is deze op de smaak wat plattekes, licht waterig. Pas op, wat je proeft is nog altijd zeer Brora-ig (turf, farmy, honing, beetje zilt) en dus lekker-lekker. De 1993 blijft echter mijn favoriet, die is steviger én complexer. De extra waxyness, bloemen en zalige fruitigheid van de 1993 ontbeert de Rare Old. Desondanks geef ik ‘m toch nog 90/100, vooral dankzij de neus.

 

Het eerste gedeelte van de tasting eindigde met de Clynelish 8y 1999/2008, 62.8%, SMWS 26.54 ‘Midsummer nights’ dram’, een erg lekkere, frisse Clynelish die wel water nodig heeft. Zonder water is de neus erg mineralig. De natte steen weer. Wat metalig ook. Met water gaat hij open, wordt zoeter en komen er bloemen, fruit en wat zilt door. Ook de smaak kan water gebruiken, best veel water zelfs, deze Clynelish toont zich een erg goeie zwemmer (iets wat niet over mezelf gezegd kan worden, maar dit volledig terzijde). Fruitig (peer, perzik), bijenwas, noten, kruiden, erg complex voor zo’n jonge whisky. Hij blijft ook z’n kracht behouden, zelfs nog indien verdund tot onder 40%. Knap! 86/100.

 
Morgen deel twee, going crescendo.

Our Angel

Gisteren een geweldige Brora & Clynelish tasting gehad, maar met amper twee uur slaap wil de kop vandaag niet echt mee, dat verslagje volgt dus morgen of overmorgen. In de plaats daarvan mijn bevindingen van Our Angel, die ik vorige week (nog eens) gedronken heb. The Drunken Angel en The Mad(eira) Angel hebben we al gehad. Telkens ging het om vaten van Cooley, de Ierse distilleerderij achter o.a. Connemara en Tyrconnell, gebotteld door The Nectar. Ook deze ‘Our Angel’ is een Cooley, maar een bijzondere want geselecteerd door de deelnemers van de Cooley Masterclass op het Spirits in the Sky festival te Leuven, editie 2008. Zij kregen een aantal cask samples te proeven en deze won het pleit, wat me na proeven niet verbaasde.

 
Cooley ‘Our Angel’ 9y 1999, 46%, Daily Dram – Ireland – 87/100
Zoete maar vooral fruitige whisky. Perzik, ananas, (sappige) peer, crème de banane, honing, bloemen. Zeer fris en vooral erg lekker, zowel op de neus als in de smaak. Ideaal op een zomers terrasje, maar eigenlijk evengoed op eender welke andere plek want dit is een pure genietwhisky. Wel oppassen want hij kapt erg makkelijk binnen.

Dez Mona & Bunnahabhain

Nu de jongens van Dez Mona met Hilfe Kommt een nieuwe plaat hebben uitgebracht, grijp ik graag nog eens terug naar het vorige, Moments of Dejection and Despondency (ja, pak dat woordenboek maar vast). Voor mij is dit één van de beste Belgische platen ever. Arid Song, Forgive My Tears, Red Light, The Guy… stuk voor stuk pareltjes. De muziek is een mix van pop, jazz, tango en klassiek (eclectisch inderdaad), de dramatische zang van Gregory Frateur snijdt door merg en been.
Frateur – ook achtergrondzanger bij Daan en in 2005 genomineerd voor de Zamu awards in de categorie Beste Zanger – richtte zes jaar geleden samen met bassist Nicolas Rombouts Dez Mona op. De naam van de groep verwijst naar Desdemona, het personage uit Othello van Shakespeare.
Zij waren de eerste groep die optrad in de Ancien Belgique zonder een plaat uitgebracht te hebben, weliswaar als voorpramma bij Zita Swoon en Mauro. Het debuutalbum Pursued Sinners verscheen in 2005 en kwam tot stand in samenwerking met trompettist Sam Vloemans en accordeonist Roel Van Camp van DAAU. In de aanloop naar hun tweede plaat Moments of Dejection and Despondency (op het Radical Duke label) werd de band versterkt met Bram Weijters op piano, Steven Cassiers op drums (beide uit de jazzwereld) en Roel Van Camp op accordeon. Vorige maand verscheen dan hun derde, Hilfe Kommt. Naast albums maken en optreden, verzorgen ze ook performances bij theaterstukken, live soundtracks, modeshows, enz..
De muziek van Dez Mona zou je kunnen omschrijven als een kruising tussen Anthony & The Johnsons, John Cale en Tom Waits… niet toevallig drie van m’n favorieten.

Ja, dit is genieten, er gaat niet veel boven luisteren naar deze ‘moments’. Of toch wel, luisteren naar deze plaat met een lekkere whisky in de hand. Een oude Bunnhabhain bijvoorbeeld.

 
Bunnahabhain 31y 1976/2008, 47.3%, Duncan Taylor for Falster, Denmark – Islay – 88/100
Deze whisky werd vorig jaar gebotteld voor Falster, een Deens hotel. Spectaculair metalen label. Heel lekkere neus met karamel, appel, peer, kruisbessen (stekebezen!), cake… Smaak: opnieuw in de roos. Het witte fruit mooi verweven met kruiden en lichte rook. Lange, kruidige afdronk. Zalige Bunna.

Amrut for Crombé vs. Amrut Fusion

Zondag heb ik me op enkele Amruts geworpen. Ik zette de nieuwe botteling voor Crombé tegenover de Fusion. De Blackadder op 46% toonte zich een ideale sparring partner.
Zoals ondertussen gemeenzaam geweten, is Amrut een beetje een hype de laatste tijd. Door het Indische klimaat rijpt de whisky er een pak sneller dan in Schotland, wat resulteert in erg mature vier-, vijfjarige whisky’s. Gezien de gigantische Angel’s Share zullen we waarschijnlijk nooit een Amrut 20Y of 30y kunnen drinken, tegen die tijd zal er immers niet veel vocht meer in het vat overblijven.
Thuishaven van Amrut is Bangalore. Managing director is Neelakanta Rao Jagdale, Ashok Chokalingam is er International sales manager en als dusdanig het sympatieke gezicht van Amrut in onze contreien.

 

Ik begon met de Crombé, voluit Amrut 2004/2009, 52%, OB for Crombé, cask 2930, 221 bottles. Mijn eerste impressie was “mwa, ja, niet slecht”, maar na een tijdje werd die “niet slecht” toch een serieus understatement. Hij heeft een zeer subtiele neus, die zoet en bloemig start. Honing. Daarna krijgen we gras, hooi en hars. Vervolgens komen er kruiden door, speculaas en noten, tabak ook. Opgelegde peren. Ja, die neus evolueert echt héél mooi. Op de tong is deze Amrut fruitig (citrus vooral) en kruidig (peper). Ook hier komt wat hars bovendrijven, wat een aangename bitterheid geeft. Hij blijft lang hangen, gaat naadloos over in een lekkere bitterzoete afdronk.
Wel, ik vind dit geen gemakkelijke whisky, hij heeft echt wat tijd nodig om zich volledig te geven, maar dan toont hij zich een beauty.

De Amrut Blackadder die ik tussendoor dronk, moet het meer hebben van zijn pure fruitigheid, zoete fruitigheid, zalige zoete fruitigheid. Ja, ik blijf deze een absolute stunner vinden.

Dan de Fusion, Amrut Fusion, 50%, OB 2009, batch #01, die al door heel wat mensen de hemel in is geprezen. De naam Fusion verwijst naar het gebruik van twee verschillende soorten malt, nl. geturfde Schotse malt en niet-geturfde Indische malt. Deze laatste komt van gerst geoogst in de provincies Punjab en Rajasthan, aan de voet van de Himalaya. Beide maltsoorten werden apart verwerkt, gedistilleerd én gerijpt. Het geheel werd na een viertal jaar rijping vermengd in bourbonvaten en dit in een verhouding van 25% geturfd en 75% niet-geturfd distillaat. Het resultaat is een zeer zachte whisky die inderdaad een mooie mix biedt van subtiele turf en rijke fruitigheid. In de neus geeft dit naast de fruitige turf nog heel wat zoete associaties, ik denk aan kandijsuiker, cake, rozijnen (op rum!) en crème brûlée. Vooral dat laatste wordt na enige tijd zeer duidelijk. De eveneens zachte en frisse smaak bouwt hier wat op voort: turf, fruit, vanille, hout, bloemen ook. Gho, ik weet niet of het mij ligt maar dat laatste nijgt een beetje naar iets geparfumeerd dat ik niet onmiddelijk kan thuisbrengen, zonder echt te storen evenwel (het is geen jaren tachtig Bowmore). Behoorlijk lange finish met terugkerend hout, fruit en turf.

Scores? 86/100 voor de Fusion, 89/100 voor de Crombé. Aan nog geen 40 euro de fles… kopen die handel!

Een Auchroisk om ‘u’ tegen te zeggen (of iets anders)

Auchroisk ‘Auk’s Choir’ 34y 1975/2009, 41.3%, Daily Dram, The Nectar, 97 bottles – Speyside – 88/100
Spreek uit ‘othrosk’. Subtiele, zachte neus op vanille, fruit, lichte rook, koffie en wat hout (de jaren I guess). Njam njam. Ook de smaak is erg lekker. Zacht, zoet (karamel, rozijnen – op rum!), fruitig (citrus), lekker. Mooie afdronk. Weerom een sterke vatselectie van de jongens van The Nectar.

Twee toppers op het Lindores Whisky Fest

Hieronder mijn impressies van de twee whisky’s die op mij het meeste indruk maakte tijdens het voorbije Lindores Whisky Fest in Oostende.

 
Scapa 37y 1965/2003, 45.6%, SMWS 17.24 ‘Cherry lips and stately homes’, 65 bottles – Orkney – 93/100
Als je Luc Timmermans naar iets echt lekkers vraagt, dan weet je dat je niet bedrogen wordt. Fruit en hout, in perfecte harmonie. De neus spreidt ook een zeer mooie waxyness ten toon, naast sinaas, rozijnen, gestoofde appels en nog heel wat meer waar ik op dat moment geen zin had om naar te zoeken. Ronduit fantastische neus. Maar de smaak doet niet onder, zalig fruitig en zoet. Rijp, sappig fruit (peer o.a.), honing, mooi verweven hout, top! Dit is een fantastisch lekkere Scapa, denk niet dat ik er ooit nog een betere zal proeven. Alhoewel, laat ons niet ophouden met dromen…
 
Ardbeg 19y 1974, 46%, First Cask 1993 for Direct Wines, cask 4380 – Islay – 94/100
Sublieme Ardbeg, geproefd aan de stand van Geert Bero. Zachte, fruitige turf vermengd met honing, bijenwas, zilt en de heerlijkste kruidenmix. Geen enkel scherp kantje, deze is zo zacht en romig… lovely! En alles danst in perfecte harmonie. Old school top-notch turf.

Deze Ardbeg is een nobele (zeer nobele) onbekende. First Cask is een reeks bottelingen van Direct Wines voor The Sunday Times Wine Club. Zij hebben er bij mijn weten een vijftiental op de markt gebracht, waaronder dus deze fantastische Ardbeg. Volgens Geert Bero komt hij serieus in de buurt van de Provenance for Asia. Ik geloof hem graag. Je vindt evenwel niks terug over deze whisky, hij staat niet vermeld in de Malt Maniacs Monitor, er is nergens een tasting note van te bespeuren. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik amper een week na het Whisky Fest een fles zag staan in de laatste Rare & Collectable Whisky Sale bij McTears. Plezant, zo’n live online bieding waarbij je de veilingmeester hoort afroepen. Nog plezanter was dat ik won, tegen een best redelijke ‘hammer price’. Nu m’n vrouw nog wijsmaken dat ‘redelijk’ eigenlijk ‘belachelijk’ was…

Mackillop’s

Mackillop’s is misschien geen bekende onafhankelijke bottelaar, hij bestaat ondertussen wel al een dertiental jaar. Opgericht in 1996 door Lorne Mackillop legt het zich toe op het bottelen van Schotse single malt whisky uit individuele vaten, en dit onder het Mackillop’s Choice label.
Lorne Mackillop is de erfgenaam van het hoofd van de Mackillop clan. Deze clan werd zo goed als volledig van de kaart geveegd (i.e. uitgemoord) door de Engelsen tijdens slag om Culloden in 1746, ten tijde van de Jabobijnse rebellie. Twee jonge knapen zouden de slachting overleefd hebben en op die manier de voortzetting van de clan verzekerd. Eeuwen geleden stonden de Mackillop’s trouwens aan het hoofd van de persoonlijke lijfwacht van de koningen van Schotland. De spreuk in het familiewapen is dan ook ‘Non Dormit Qui Custodit’, Latijn voor ‘Hij die bewaakt, slaapt niet’. Soit, tot zover dit streepje geschiedschrijving.
Lorne Mackillop werd in 1984 het jongste lid van het prestigieuze Londense Masters of Wine. Z’n kennis rijkte evenwel verder dan wijn, whisky was z’n tweede passie. Het was dus niet geheel onlogisch dat de man op een gegeven ogenblik met het selecteren en bottelen van whisky begon. Lorne beweert enkel en alleen de beste vaten te selecteren voor z’n Mackillop’s Choice range, maar ja, zeggen ze dat niet allemaal? Alle bottelingen zijn dus single casks, niet koud-gefilterd en zonder toevoeging van enige kleuring, meestal op vatsterkte, soms versneden tot 43% of 46%.

 
Mackillop's
Caperdonich 1968/1999, 43%, Mackillop’s, cask 813 – Speyside – 84/100
Lekkere, zoete neus met veel fruit. Perzik, peer… Zachte, wat boterachtige smaak met eens te meer zoet fruit, gestoofd fruit. Wat peper naar het einde toe. Middellange fruitige finish. Aangename en vlot drinkende oude Caperdonich, maar ik heb er al betere gedronken.

Glenfarclas 1968, Family Cask #699 (Luc Timmermans)

Glenfarclas vat nr. 699 is eigendom van Luc Timmermans, notoir Glenfarclasverzamelaar. Ter gelegenheid van het vijfjarige bestaan van de Lindores Society werden eerst 11 flessen van dit vat manueel gebotteld op 51.2% in de distilleerderij zelf. Daarna zijn nog eens 35 flessen gebotteld in de bottelaarij op 51.0%. Het meten van het alcoholpercentage gebeurde voor die eerste 11 flessen manueel, op de bottelaarij elektronisch, vandaar het miniem verschil. Maar wat ik me vooral afvraag, is waar de rest van het vat naartoe is. Laat ons er maar van uit gaan dat Luc er serieus plezier aan beleeft of beleefd heeft. A propos, vat 699 is een sherryvat – u raadde het al – waar finosherry van Gonzales Byass op heeft gerijpt. Let’s taste.

 
Glenfarclas 1968, 51%, OB 2009, Family Cask for Luc Timmermans, cask 699, Lindores 5th anniversary, 35 bottles – Speyside – 93/100
Whoehoehoe… wat een schitterende neus! Ik ben geen ‘sherry-head’, maar deze sherry is zó zacht, zó subtiel. Tabak (van de allerbeste kwaliteit, dat spreekt), honing, prachtig succulent fruit. Ik denk bij dit laatste aan een rijpe peer, verse zuurzoete Granny Smith schillen, abrikozen, maar dan gedroogde. Ja, nog meer gedroogd fruit na enige tijd. Vijgen, rozijnen. Kruiden, ook dat. Kruidnagel, peper. Antiekwas. Hout ook, en heel lichte rook. Het stopt maar niet. Ik wel, ik proef nu. En of dat ik proef… de whisky explodeert in de mond. Stevig, ruw en mondvullend, op kruiden (peper, zoethout), fruit (bittere citrus), noten, hout en ook hier honing. Het hout speelt langzaamaan wel wat op, maar het gaat er nooit over, de balans blijft behouden. Mooi, mooi, mooi. Lange afdronk, drogend en kruidig. Slotsom: de smaak is zalig, maar die neus, die grenst aan de perfectie. 93/100, en dat is dan nog omdat de smaak het niveau van de neus niet (helemaal) aanhoudt.

Duvel Distilled

Duvel Distilled

Vorige week kreeg ik een 5cl staaltje van de Duvel distilled in de bus, maar vermits ik nog o.a. Ardbeg 1974 te proeven had, moest het Duvel distillaat toch even wachten. Tot vandaag dus.
Net zoals Het Anker met hun Gouden Carolus Single Malt, brengt nu ook Duvel-Moortgat een distillaat van hun bier op de markt. Maar in tegenstelling tot Gouden Carolus, draagt de Duvel niet de naam whisky. Ik vermoed omdat er reeds hop aan het brouwsel was toegevoegd alvorens het werd gedistilleerd, maar zeker ben ik daar niet van. Zoals geweten, mag whisky maar uit drie ingrediënten bestaan: water, graan en gist. Met hop erbij dus geen whisky meer.

 
Duvel Distilled 3y, 40%, OB 2009 – België
De neus verrast mij, en wel in positieve zin. Hij is fris, fruitig en bloemig. Ok, dat laatste durft misschien te neigen naar een licht geparfumeerde touch, maar niks onoverkomelijks of storends. Wat gist ook. Vers gebakken brood. De smaak is iets minder. Die is vrij bitter, ééntonig bitter. Veel graan. Muesli toestanden. Havermoutpap. Toch ook een beetje fruit en vanille. De afdronk is kort en ook hier eerder bitter. Het geheel zit nog dicht bij het distillaat, het hout heeft nog niet genoeg kunnen inwerken. Dit is niet enkel technisch, maar ook op de tong geen whisky te noemen, en als dusdanig ga ik ‘m ook niet scoren (een score zou trouwens compleet waardeloos zijn).
 

Ik moet wel toegeven dat ik dit liever drink dan de Gouden Carolus Single Malt, alhoewel ik vrees dat men ook hier te snel wou zijn en het hout niet voldoende z’n werk heeft laten doen. Vooral op de smaak is deze Duvel nog te onaf, te hoekig, te jong.
Pas op, dit heeft potentieel en op zich is het concept ook sterk. Uiteindelijk is whisky niet meer dan gedistilleerd bier. De wash (beslag) die men in distilleerderijen verhit is in feite een bier, maar dan een bier van bedenkelijke kwaliteit. Voor de Schotten moet hun graan vooral een zo groot mogelijke opbrengst genereren, de kwaliteit is van hoegenaamd geen tel. Bij zowel de Gouden Carolus Tripel als de Duvel vertrek je met een veel hoogstander product. Als men bij beide brouwerijen het distillaat de tijd zou geven om 5 à 10 jaar langer te rijpen, zodat het hout de scherpe ‘spirit’-kantjes kan milderen, moet het eindresultaat ook een pak beter en meer ‘mature’ zijn. Hopelijk beseft men dat bij Moortgat en laten ze een deel van hun vaten nog een tijdje liggen, zodat niet enkel de Duvelfanaten maar ook de whisky liefhebbers gecharmeerd geraken door deze Duvel distilled.

Ardbeg 22y 1974 ‘Mellow Matured’

Ardbeg 22y 1974 Mellow Matured

Bon, de Mexicaanse griep is hier gaan liggen, er kan weer deftig geproefd worden. Vandaag is dat de Ardbeg 22y 1974/1996 ‘Mellow matured’ (40%, G&M for Italy). Bij deze whisky wou ik al lang even stilstaan, en wel hierom:
Toen ik de Ardbeg opzocht in de Malt Manicas Monitor bleek dat hij er tweemaal in vermeld stond, éénmaal onder G&M (for Italy) en éénmaal onder Sestante, Italiaanse importeur. Ah, zegt u, dat zijn dan misschien toch twee verschillende whisky’s of dezelfde whisky in twee verschillende bottelingen. Nope, het betreft wel degelijk één en dezelfde botteling. Tot hier geen probleem, een simpele slordigheid van de maniacs. Maar dan komt het. Serge Valentin heeft ‘beide’ whisky’s gereviewed en nogal verschillend bevonden. De ‘Sestante’ gaf hij 71/100 (nu, als Serge een Ardbeg 1974 71 punten geeft, weet je het wel: mijden die fles). De ‘G&M for Italy’ daarentegen scoorde hij… 94/100, wat toch wel van een lichtjes andere orde is. Ik heb de bijhorende foto’s op Whiskyfun minutieus bekeken en zie geen verschil.

Is de ‘Sestante’ die Serge proefde toch een fake bottle? Of is zijn suggestie “maybe a defective bottle” correct? Ik heb ‘m er onlangs zelf op aangesproken. Hij was absoluut niet op de hoogte van het bovenstaande, maar er wel behoorlijk door geïntrigeerd. Hij ging het napluizen. Na enige tijd stuurde hij mij volgend berichtje:

 
Hi Johan,

Indeed, these should be two different bottles of the same whisky, and one was probably defective (oxidised). It goes to show that it’s quite tricky to identify older bottles correctly. Indeed, we know that this was a Sestante bottling by G&M, so some add that to the ‘name’, but Sestante isn’t clearly indicated on the label, even if Bologna and the Italian licensee code say ‘Sestante’.
Anyway, seeing the scores for similar bottlings (other 1974/1996 by G&M, CC, Spirit of Scotland etc.), it should be very good, provided it’s not defective (twist cap not properly ‘twisted’, hence too much air flowing into the bottle). If the level is OK and the whisky limpid, there are great chances that it’s in perfect shape and very good.

I’d mention the big dilemma we’re facing with these Italian bottlings:
– regularly twist the cap so that it stays airtight (but break the tax stripe)
– keep the tax stripe intact, but face oxidising.

Or, of course, store the bottles where temperatures don’t vary so that the twist cap doesn’t go up (the dreadful bicycle pump effect).

Hope that helps
Serge

 

Voila, dat weten dan ook weer. Het gaat dus wel degelijk om één en dezelfde botteling, maar de whisky die hij als Sestante proefde, moet geoxideerd zijn geweest.

Nu, het leuke aan deze whisky is dat de prijszetting op veilingen vooral bepaald wordt door de score voor de ‘Sestante’. Zo heb ik een jaar of twee geleden een fles op de kop kunnen tikken voor 200 euro, een koopje naar ik meende. Tot ik enkele maanden geleden twee flessen op Whisky Auction zag gaan, de éne voor 160 euro en de andere voor… 130 euro. 130 euro voor een Ardbeg 1974 die op Whiskyfun 94/100 krijgt! Echt gerust was ik er toch nog altijd niet op. Voor ik mijn fles zou kraken, zou ik ‘m toch graag eens geproefd hebben.

En dat proeven gebeurt dus hier en nu. Tijdens het voorbije Lindores Whiskyfest zag ik immers dat Geert Bero tussen z’n 100 Ardbegs ook deze had openstaan. Heb me allegauw een sampeltje aangeschaft. Het resultaat van onderstaande review zal dus bepalen of ik mijn fles binnenkort soldaat maak of toch maar niet.

 
Ardbeg 22y 1974/1996, 40%, G&M for Italy (Sestante), white label – Islay – 89/100
De neus is erg zacht… zee, zilt, zeewier, zeer zubtiel allemaal. Lichte rook ook, en iodium. Sappige, zoete sinaas. Zalig! Ook de smaak is zacht en geeft zilt, rook en perzikken op siroop. Mist wel wat punch. Ja, op de smaak verliest hij toch enkele puntjes. Geen bijster lange maar wel lekkere, ziltige afdronk.
 
P1050749

Conclusie? Zeer lekkere whisky, maar hij mocht iets krachtiger zijn. En, ik mis de zachte, zoete turf die zo kenmerkend is voor Ardbeg uit die periode. 94 punten verdient ie voor mij niet, maar 71 nog veel minder. 89 zal het zijn.
Het whiskyniveau in Geert’s fles stond al wel laag, ben vergeten vragen hoe lang de fles al open was. Indien de fles al enkele jaren openstaat, is het misschien logisch dat de fenolen grotendeels verschwunden zijn, en dat mijn gesloten fles deze fenolen nog wel heeft. Of ook niet natuurlijk. Pfff… openen of niet? Gezien de herverkoopwaarde zal ik het er binnenkort toch maar op wagen, denk ik. De mellow matured whisky (eerlijk gezegd absoluut geen idee waar die ‘mellow matured’ op slaat) in mijn fles staat immers nog relatief hoog in de nek en de whisky zelf is behoorlijk ‘limpid’, dat Italiaans taxlabel zal er toch aan moeten geloven.

Twee Benriachs

Een heerlijke en een zware tegenvaller.
 
Benriach 37y 1968/2006, 48.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 2597, 262 bottles – Speyside – 91/100
Oude Benriach = zalig fruit. Ook hier, zowel neus als smaak lopen over van het heerlijkste fruit. Vooral allerlei tropische soorten (ananas, mango, banaan…), maar ook abrikoos en perzik. Iets kruidigs ook (gember?) en subtiele rook in de neus. Zalig! Lange fruitige (of wat had je gedacht) afdronk.
 
Benriach 1976/1991, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice – Speyside – 68/100
Stevige sherryneus, met een beetje fruit en donkere chocolade. Maltig ook, graan. Tot hier gaat het nog redelijk. De smaak is evenwel veel te droog, te bitter en neigt meer naar (kurkdroge) sherry dan naar whisky. Allez, behoorlijk straffe sherry dan. Middellange droge en bittere afdronk. Not my cup of tea.