Spring naar inhoud

Archief voor

Tomatin 1966, The Whisky Agency & The Nectar

Vandaag één van de nieuwe joint bottlings van The Whisky Agency en The Nectar, een Tomatin 1966 die 45 jaar gerijpt heeft op sherryvat. Op die leeftijd kunnen we alleen maar hopen dat dat vat niet ál te actief was.

 

Tomatin 45y 1966/2011, 46.1%, TWA & The Nectar, sherry butt, 391 bts.
Volle, fruitige neus. Sappig fruit à la peer, meloen en ananas. Een beetje tropisch dus. Daardoorheen zoete toetsen (honing en marsepein) en wat eik, maar niet te veel. Iets licht floraals ook. O, daar doemt bijenwas en oud leder op. Heerlijk! Zachte kruiden ook en amandelen. Ook de smaak is vol en zoet. Dik en mondvullend. Ook hier fruit, misschien wel evenveel als op de smaak (peer, sinaas, vijgen). De bijenwas en de honing opnieuw, maar het zijn vooral het hout en de kruiden (peper, munt, tuinkruiden) die nu op de voorgrond treden. Wordt wat bitter, zeker naar het einde en op de afdronk. Erg lekkere neus, wat tegenvallende smaak. Iets te laat gebotteld me dunkt, het hout voert zeker op de smaak te veel de boventoon. 87/100

Advertenties

Nog twee Glen Mhors

Ik had hier nog twee staaltjes staan van oude Glen Mhors. Weliswaar niet zo oud als de Charles MacKinlay van zaterdag, maar toch. Beide werden door Gordon & MacPhail gebotteld. Ik proefde ze gisteren naast elkaar.

 

Glen Mhor 13y 1974, 58.4%, G&M for Sestante, White label with green and gold letters, 75cl
De neus is clean, fris (zelfs na meer dan twintig jaar op fles), mineralig en grassig. Natte stenen, vers gemaaid gras, natte aarde. Leder ook en een klein beetje citrus. Water toevoegen accentueert het grassige nog meer, en voegt noten en groene thee toe. Eigenlijk helemaal niet slecht deze neus. Op de tong is deze whisky zonder water weinig toegankelijk, alcoholisch en scherp. Maar met water is hij erg genietbaar. Dan krijg je fruit, meer dan op de neus, noten en vooral veel kruiden. Peper, gember, en hoe langer hoe meer tuinkruiden. Dille, rozemarijn, tijm… Heel lichte rook ook. De afdronk is lang, zeer lang zelfs, licht drogend en vooral erg kruidig. Bijzondere whisky, en zeker met water ook best lekker. 86/100
 
 

Glen Mhor 15y, 40%, Gordon & MacPhail +/- 1985, 75cl
Erg donker van kleur, dat wordt een sherrymonstertje. En inderdaad, veel eik op de neus, maar met genoeg zoete toetsen erdoorheen. Zelfs wat tropisch fruit, heel licht weliswaar. Ook wat hars en granen. En redelijk wat kruiden. Peterselie, kervel, dille. In de verte wat tabak. De smaak is voor z’n alcoholpercentage best krachtig en eerder droog. Toch ook wat zoet (karamel, maar ook wat vanille), fruitig (banaan) en kruidig. Verwarmende afdronk, stevig en droog. Niet echt complex en misschien wat te droog op de tong, maar voor de rest niets mis mee. 83/100

Glen Mhor 10y 75° proof, Charles Mackinlay

Vandaag proef ik een unieke en ook vrij legendarische Glen Mhor. Op deze fles staat Glen Mhor nog geschreven als Glenmhor en het is absoluut niet zeker wanneer hij werd gebotteld. Sommigen beweren in de jaren zestig, anderen in de jaren vijftig. De whisky zou in ieder geval gedistilleerd zijn vóór 1954 (het jaar dat Glenn Mhor oveschakelde op zogenaamde Saladin Boxes – geen idee hoe je dat vertaalt – voor het mouten van de gerst). Uniek, ik zei het al. Dit is een sample van het Lindores Whiskyfest vorig jaar als ik me niet vergis.

 

Glenmhor 10y 75° proof, Charles Mackinlay, bottled +/- 1960
O ja, een typisch oud profiel. En ik bedoel dan echt oud, jaren dertig of veertig stijl. Vermengd met even typische old bottle toestanden, maar deze op de achtergrond, het is de oude whisky die op de voorgrond blijft. Nooit evdident om te omschrijven, dat profiel. Zachte zoete toetsen à la acaciahoning, siroop, marsepein en gebakken banaan. Een beetje rum. Veel waxy tonen zoals bijenwas, schoensmeer en oud leder. Oud zilverwerk ook, pas gepoets. Lijnzaadolie. Houtskool. Natte bladeren, een boswandeling in de (natte) herfst. Iets geweldig farmy (nat hooi en dito hond), maar zonder enige hint van turf. Wow. De smaak ligt vrij goed in de lijn van de neus. Eerst die zachte zoete tonen (siroop, marsepein, gebakken – en geflambeerde – banaan), dan de oude waxy toetsen en de olie. Kaneel en munt heb ik nog, net als belegen eik. Subtiel en elegant, mist misschien een klein beetje kracht. De afdronk is niet geweldig lang, maar het is hier wel even erg genieten als op de smaak. Olieachtig, zoet en kruidig. Weer zo’n absolute beauty uit een ver verleden, die op de smaak nóg hoger zou scoren op enkele graden meer. 93/100

Strathmill 35y 1976, A.D. Rattray

Ha, Strathmill! Nog nooit geproefd denk ik, in ieder geval de eerste keer dat hij hier aan bod komt. Een typische blenderswhisky, buiten een botteling onder het Flora & Fauna label en recent een Manager’s Choice (1996) ken ik geen officiële bottelingen. Maar vandaag dus mijn eerste Strahmill, en wel een 1976 gebotteld door A. Dewar Rattray.

 

Strathmill 35y 1976/2011, 44%, A.D. Rattray, bourbon cask #1125, 179 bottles
Lekkere, frisse en fruitige neus. Start op sappige en zoete rode appels, peren en bloemen van de weide. Dan tonen van boter (veel boter, melkerijboter), gedroogd gras, varens en honing. Onderliggend een beetje eik, zachte kruiden (kaneel en gember) en kokos. Erg genietbare neus. Ruikt evenwel bijlange geen 35 jaar. Zacht en elegant in de mond, met het fruit en de honing van de neus, maar hier wel meer eik, wat hars en kruiden. Peper, gember, zoethout. Amandelen ook. Deze laatste elementen maken het geheel wel wat droog, waardoor het zoete en het fruitige in de verdrukking raken (hier laat het vat zich duidelijk meer gelden). Middellange, volle en licht bittere afdronk. Heerlijk op de neus, een beetje te droog op de smaak om negentig punten te halen. Maar naast de neus is de sterkte van deze whisky ook wel z’n prijs, een goeie 120 euro voor een 35 jaar oude whisky, dat zie je niet zo vaak meer. 88/100

Voorwaar een Edradour!

Onlangs ging ik door de lijst van distilleerderijen die op deze blog reeds aan bod zijn gekomen om te zien welke distilleerderijen nog ontbraken. En één van de opvallendste afwezigen is Edradour. Oké, ik heb al wel twee Ballechins besproken, Ballechin, het label voor getrufde Edradour. Maar een Edradour pur sang dus nog niet. Eén van de redenen kan zijn dat er buiten Signatory zo goed als geen onafhankelijke bottelaars zijn die Edradour op de markt brengen (weet dat Edradour in 2002 is opgekocht door Andrew Symington van Signatory, dat is dus niet zo onlogisch). Een andere reden zou kunnen zijn dat ik al wel af en toe een Edradour geproefd heb, maar dat die mij nooit echt konden bekoren en ik dus niet echt happig was om mijn handen op een sample te leggen. Maar geen excuses meer, vandaag proef ik de standaard botteling van deze kleinste Schotse distilleerderij, de 10y.
 

Edradour 10y, 40%, OB 2011
Weinig uitgesproken neus, granig en licht fruitig. Ik denk in de eerste plaats aan abrikozen, en ook een beetje aan kruisbessen. Wat rozijnen en karamel. Lichte sherrytoetsen. Misschien wat drop ook. Notenlikeur. Geen fouten, maar niets dat me ook maar even kan boeien. Op de smaak, die romig aandoet, dezelfde granigheid van op de neus, gist, noten (amandelen), honing en witte pompelmoes. Maar opnieuw vooral saai. Middellange afdronk, licht bitter op kruiden, hout en karamel. Absoluut oninteressante whisky vind ik dit. Dit zou het visitekaartje van de distilleerderij moeten zijn. Tja. 72/100

Glen Scotia 1992, A.D. Rattray

Eén van de nieuwe bottelingen van A. Dewar Rattray is een Glen Scotia 1992. Ook deze is een split cask, wat wil zeggen dat men maar een deel van het vat gebruikt heeft. Het vattype is een butt, met een inhoud van zowat 480 liter ongeveer het dubbel van een hogshead en dus perfect om te delen met een andere bottelaar.

 

Glen Scotia 19y 1992/2011, 59.6%, A.D. Rattray, sherry butt #2 (part), 359 bottles
Toen ik even aan het flesje rook, vreesde ik wat voor sulferaroma’s, maar met de whisky in m’n glas te gieten en even te laten ademen, is daar geen sprake meer van. Wel veel aarde (natte grond), nieuw rubber, donkere chocolade, gedroogde pruimen en rozijnen, noten, nieuw leder, een beetje munt en jonge rode wijn. Een behoorlijk actief sherryvat met andere woorden. Wat pijptabak mag ik niet vergeten te vermelden. En hoe langer hoe meer de geur van natte kranten erdoorheen. Met water meer richting wijn. Proeven nu. Hola, stevige sherry, echt stevig. Droog, wat bitter. Associaties van Eau-de-vie, Kirsch, donkere chocolade, eik, hars, sinaas, veel kruiden en jeneverbessen. Met water meer gedroogd fruit maar de drogende eik blijft domineren. Lange, droge afdronk. Niets verkeerds met deze whisky, maar niet echt mijn ding, zeker op de smaak vind ik ‘m (veel) te droog. 77/100

Glen Grant 37y 1972, Berry Bros

Glen Grant is een whisky die altijd al erg populair geweest in Italië, er bestaan honderde bottelingen voor de Italiaanse markt, vooral veel van de hand van Gordon & MacPhail. Glen Grant is vandaag de dag trouwens eigendom van Italianen, nl. van de Campari groep. De vorige eigenaar, Pernod Ricard, diende in 2006 de distilleerder – samen met o.a. Laphroaig en Bushmills – van de hand te doen.

 

Glen Grant 37y 1972/2009, 51.8%, Berry Bros, cask 744/9
De neus start op lekkere zoete en geroosterde tonen. Toast, geroosterde noten, crème brûlée, honing en karamel. Dan krijg ik kruiden (eucalyptus, tijm) en sinaas. Mokka ook. Mooi rond en gebalanceerd. Romig mondgevoel op honing, cappuccino, zachte eik en veel fruit. Banaan, sinaas, mandarijn. En ook hier komen de kruiden pas in tweede instantie om de hoek kijken. Peper en gember. Lange afdronk, licht bitter, op citrus en eik. Die eik blijft op elk moment perfect onder controle. 89/100

Laphroaig 1998, A.D. Rattray

Laphroaig 1998? Hebben we dat al niet eens gehad? Ik ga hier niet verder uitweiden over de achterliggende mechanismen bij het bijna simultaan releasen van vaten van een bepaalde jaargang van eenzelfde distilleerderij. Op het excellente WhiskyNotes haalde Ruben dit gegeven onlangs al eens aan. Lees zeker ook de commentaren op z’n post. Wat deze botteling echter wel interessant maakt, is dat dit een sherryvat is. Niet de eerste 1998 op sherry, maar de sherryvaten zijn duidelijk wel in de minderheid. Het is een split cak, maar geen idee bij wie het andere deel van deze butt zit.

 

Laphroaig 13y 1998/2011, 63.9%, A.D. Rattray, sherry butt #800017 (part), 277 bottles
Hola, als turf en sherry mooi in elkaar verweven raken, is het bingo. En ik heb zo de indruk dat dit hier wel degelijk het geval is. Ondanks het astronomische alcoholpercentage zalig om ruiken. Mooie, ronde turf, medicinale toetsen, teer, alcohol (yeah right), heel wat aardse tonen ook (klei, aarde, wortels), veel kandijsuiker, rijpe sinaas, zoethout, chocolade, marsepein… heerlijk zoet, inderdaad. Met een beetje water krijg ik er lichte farmy tonen, leder en zilt bij. Njummie! Onverdund is ie op de smaak nogal… euh, krachtig. En heet. Maar niet ondrinkbaar, best romig en vol. Scherpe turf, bittere chocolade, eik, wat noten en kruiden. Maar ik kan me voorstellen dat water heel wat meer naar boven zal halen en hem vooral toegankelijker maken. Inderdaad, en wel in de vorm van citrusfruit (sinaas), maar ook zilt, zoethout (zoute drop that is), teer en stevige rook. Het geheel blijft aangenaam droog, maar de sherry wordt wat meer naar de achtergrond verdrongen. Nog wat extra water toevoegen maakt de aardetonen van de neus nu ook detecteerbaar op de smaak. Lange, wat drogende afdronk op cleane turf, zilt en sinaas, een typische en vooral geslaagde combinatie. Oké, er komt veel jonge Laphroaig op de markt, maar dit is toch één van de beste die ik al kon proeven. Maar zie wel dat je water bij de hand hebt. 88/100

Ardbeg 21y 1974, Sestante

Nog eens een Ardbeg 1974? Why not, een mens kan immers nooit teveel Ardbeg 1974 proeven. Het wordt een botteling uit 1996 door het Italiaanse Sestante.

 

Ardbeg 21y 1974/1996, 40%, Sestante
Zachte, smeuïge en fruitige turf, hét kenmerk van Ardbeg uit deze periode. Ik denk aan mandarijn en citroensnoepjes, vermengd met turf en wat coastal tonen zoals zilt en zeewier. Marsepein en gebak geven de neus een zoete toets. Een beetje bijenwas niet te vergeten, wat altijd een mooie meerwaarde is. Erg lekkere neus. Hopelijk kan de smaak dit niveau aanhouden. Het mondgevoel is alvast romig en zacht. Erg zacht. Mmm, misschien wel wat té zacht, hij mist hier toch wat kracht. Turfrook, bijenwas, amandelspijs (om niet opnieuw marsepein te schrijven), maar minder fruit dan op de neus (juist een beetje citrus). Weinig complexe en ook niet al te lange afdronk op turf en noten, wat drogend. Op de smaak een beetje een tegenvaller, maar meer dan aangenaam om ruiken. 85/100

Caol Ila 2000, Single Cask Collection

Een dikke week geleden proefde ik met een erg lekkere Bladnoch 1990 voor het eerst een botteling van het Oostenrijkse Single Cask Collection. Benieuwd of deze Caol Ila 2000 opnieuw een schot in roos is.

 

Caol Ila 10y 2000/2011, 58.5%, Single Cask Collection, bourbon barrel #309889
Zachte neus op tonen van rook (turfrook), gedroogd gras, vanille, een frisse zeebries, pompelmoes en citroen. Wat ‘zesty’ (de schil van het vermelde fruit) en mineralig (natte stenen). Cleane en droge smaak op jonge turf, gerookte heilbot, zilt, gras en noten. Amandelspijs. Op de neus had deze whisky geen water nodig, op de smaak kan ie dat wel gebruiken, we zitten tenslotte ook tegen de 60%. Met water zet er zich zoethout door, net als wit fruit en komt het zilt nog meer naar voor. Middellange afdronk op citrus, zilt en rook. Erg cleane Caol Ila, heel rechttoe rechtaan. 84/100

De eerste organische whisky

Met de Da Mhile bracht Springbank in 1999 de eerste 100% organische whisky op de markt. Later volgden nog batchen. Da Mhile is Gaelic voor het jaar 2000, aan de vooravond waarvan de eerste botteling het levenslicht zag. Later zouden andere distilleerderijen zoals Bruichladdich en Benromach het voorbeeld van Springbank volgen en een eigen organische whisky op de markt brengen. Alle ingrediënten van deze whisky’s worden dus lokaal én op bio-dynamische wijze geproduceerd.

 

Springbank 7y 1992/1999 ‘Da Mhile’, 46%, OB, Organic, 1000 bottles
Cleane en lichte neus, wat waterig en weinig uitgesproken. Wat fruit, dat wel, wat zilt ook. Na enige tijd wordt het geheel licht vegetaal. Misschien iets van boter ook, maar alles erg onderdrukt. Valt weinig meer over te zeggen. Ook over de smaak kan ik niet erg veel zeggen. Zoet en granig. Punt. Nee, wacht, harde citroensnoepjes. Geen fouten, enkel nogal saai. De afdronk? Idem. Saai dus, zoet en wat zilt. Een whisky die me niet echt kan bekoren en net zoals de bruichladdich toch wel een tegenvaller. 75/100

Tomatin 30y

Na de Decades vandaag een Tomatin waar niets jonger dan dertig jaar oud in zit, ook een botteling van zowel Europese als Amerikaanse eiken vaten.

 

Tomatin 30y, 46%, OB, European & American oak casks
Ook dit blijkt een lekkere Tomatin te zijn. Directer dan de Decades maar minder complex. De neus combineert heel mooi wit fruit à la appel, peer en meloen, met eik en kruiden. Vanille en wat honing ook. Na enige tijd maakt het wit fruit plaats voor woudvruchten en komt er leder door. Op de smaak roept in eerste instantie het fruit het hards om de aandacht, na enige tijd doet ook de eik serieus z’n best. Het fruit is eerder tropisch van aard, naast sinaas en appels. De eik en kruiden (gember en zoethout) maken het geheel wat drogend. Mist hier toch wat complexiteit. Middellange, drogende afdronk. Zalige neus, een iets te weinig complexe smaak. De prijs is ongeveer het dubbele van de Decades, ik weet wat kopen. 86/100

Tomatin ‘Decades’

Vandaag en morgen twee nieuwe officiële Tomatins, de ‘Decades’ en de 30y. Laat ons met die eerste beginnen. De Decades werd gecreëerd ter ere van Douglas Campbell, Master Distiller, die dit jaar liefst 50 jaar in dienst is. De naam Decades verwijst ook naar de inhoud van deze botteling, nl. whisky van alle laatste vijf decennia: 1967 (refill sherry hogshead), 1976 (oloroso sherry butts), 1984 (refill sherry hogsheads), 1990 (first fill bourbon barrels) en 2005 (first fill bourbon barrels). Eigenlijk is dit dus vijf of zes jaar oude whisky, maar het zou wel eens kunnen dat ie ouder smaakt…

 

Tomatin ‘Decades’, 46%, OB, European & American oak casks ranging from 1967 to 2005
Subtiele, romige en complexe neus op florale, fruitige en zoete toetsen. Maar laat ‘m eerst even lucht happen in je glas, ga er niet onmiddellijk mee aan de slag, hij heeft wat tijd nodig om volledig open te komen. Dan krijg je associaties van roomboter, granen, bloemen, vanille-fudge, peer, perzik, dennennaalden en een beetje rook. Geen turfrook, eerder haardvuur. Romig, bijna smeuïg mondgevoel, fruitig en zoet. Vanille, boter, karamel, sinaas, appels en ananas. Daarna zetten er zich wat kruiden door, net als eik en ook hier dat klein beetje rook. Je proeft in deze Decades echt de jonge en de oude whisky. En het goede nieuws is dat ze perfect met elkaar verweven zijn. Middellange, romige afdronk met een licht bittere toets in de vorm van witte pompelmoes en eik. Ik vind dit geen makkelijke whisky, als je er de tijd niet voor neemt, gaat de complexiteit aan je voorbij. Maar als je er wel de tijd voor neemt, heb je een subtiele en elegante whisky in je glas die je op geen enkel moment teleurstelt. Voor 80 euro z’n geld meer dan waard. 88/100

Ardbeg 12y 1998, The Nectar of the Daily Drams

Na de overname door LVMH zien we nog maar zelden onafhankelijke Ardbegs gebottled worden. Deze 1998 van The Nectar is dus eerder een uitzondering. Hij kost je een 80 euro.

 

Ardbeg 12y 1998/2011, 55.4%, The Nectar of the Daily Drams
Zeer cleane en mineralige neus. Natte aarde, kalk, gras, planten… turf natuurlijk, maar ook deze is erg clean, zilt, zeelucht (jodium) en een beetje fruit (harde peren, kruisbessen). Niet echt complex maar wel aangenaam. Op de smaak stevig, mondvullend en met een rokerige start. Maar dan komt er zoets door (vanille, zoethout en marsepein), vervolgens kruiden, citrus en ook wat zilt. Complexer op de smaak dan op de neus. Met water wordt het geheel zoeter en fruitiger, en eigenlijk ook beter. Lange afdronk op zoete turfrook. Interessante botteling en zeker beter dan de klassieke Ardbeg 10y. 86/100

Glenglassaugh 38y 1967, Signatory

Een Glenglassaugh, dat is weer even geleden. En een stevige, zo goed als 60% alcohol na meer dan 38 jaar op vat, sterk.

 

Glenglassaugh 38y 1967/2006, 59.3%, Signatory, Cask Strenght Collection, cask 98/685, 109 bottles
Stevig is inderdaad het woord. Enorm krachtig op geur en smaak, maar nooit erover, de sensaties hebben vrij spel, hij wordt op geen enkel moment te wrang of te droog. Complex daarentegen is ie wel. Op de neus heb ik abrikoos, pompelmoes, limoen, eik, hars, honing, heide, eucalyptus, varens, mos, enzovoort enzoverder. Wat zilt zelfs. Verdacht drinkbaar zonder water. Stevig en verwarmend natuurlijk, maar water is niet nodig, brengt ook niet veel extra bij. De citrus van op de neus, kruisbessen, karamel, fudge, eik, nootmuskaat, zilt… Lange afdronk, bitterzoet. Peper en zout. Lovely whisky! 90/100

Longmorn 1996, A.D. Rattray

Longmorn 1996? Een keer iets anders dan al die 1976’ers. Het is A.D. Rattray (ben nog altijd geneigd te spreken van Dewar Rattray) die ons de kans biedt ook eens Longmorn 1996 te ontdekken.

 

Longmorn 14y 1996/2011, 46%, A.D. Rattray, bourbon cask #97630, 304 bts.
Mmm, niet slecht die neus. Verre van. Fris, clean en grassig. Ik denk in willekeurige volgorde aan limoen, kruisbes, appel, hooi, mos, olijfolie, zilverpoets, natte stenen (mineralig dus), kaneel (appel-kaneel, o ja)… vrij complex en erg aangenaam om ruiken. Krachtig en olieachtig op de tong. Het fruit van op de neus, aangevuld met wittte perziken, en een meer prominente kruidigheid. Kaneel, nootmuskaat, peper. Wat eik en noten geeft de smaak een lekkere bitterheid. Een beetje honing zorgt voor het zoets. De balans zit goed. Best lange afdronk, bitterzoet op de kruiden en het fruit van de smaak. Oké, het is geen 1976, maar vanuit prijs/kwaliteit oogpunt moet deze niet onderdoen voor de meeste van die ouwelui. 87/100

Springbank 1992/2011 ‘Peat smoked’, Berry Bros

Berry Bros bracht recent een tweede ‘peat smoked’ Springbank uit. In 2009 hadden we al vatnummer 71. Zoals we weten, bottelt Springbank hun geturfde whisky onder de naam Longrow. Berry Bros echter heeft nog nooit een whisky onder de naam Longrow gebotteld, zij houden het dus op peat smoked Springbank.

 

Springbank 1992/2011 ‘Peat smoked’, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 61
De neus start op dezelfde olieachtige turf die ik ook in de 2009 botteling had en die typisch is voor Longrow. Lijnzaadolie, inderdaad. Ook dat mineralige heb ik hier, net als de mercurochroom (wat medicinaal). De neus lijkt me alvast vrij gelijkend, én even lekker. Wat ik hier ook nog wel heb en niet genoteerd heb bij de 2009, is teer en citrus. Sinaas, mandarijn. En potloodslijpsel. Na verloop van tijd meer en meer kruiden uit de tuin (tijm, roosmarijn, laurier). Vol, rond, dik en vettig in de mond. Olieachtig, inderdaad. Complex ook. Zachte turf, olie, zilt, mineralen, citrus, honing. Net als op de neus zetten kruiden zich na enige tijd door, maar dan de spicy kind. Ik denk aan nootmuskaat en gember. Wat vegetale tonen. Middellange afdronk, clean en complex, gedomineerd door zoete turf, kruiden en citrusfruit. Knappe whisky en even heerlijk als Berry Bros’s botteling uit 2009. 90/100

Bladnoch 1990, Single Cask Collection

Single Cask Collection is anders dan de naam doet vermoeden geen nieuw label van een bestaande bottelaar maar een nieuwe bottelaar an sich, een Oostenrijkse bottelaar meer bepaald. De mensen achter SCC organiseren ook het Scottish Single Malt Spring festival in Linz.

 

Bladnoch 21y 1990/2011, 51.9%, Single Cask Collection, bourbon cask #134, 288 bottles
Delicate en cleane neus op zoete ontbijtgranen (honey pops), kruisbessen, limoen en vers gemaaid gras. Rietsuiker. De neus doet me wat aan Caipirinha denken (brengt me terug naar m’n verlof in Catalonië). Nat hooi ook na enige tijd. Lekkere neus, absoluut. Stevig en romig mondgevoel. Minstens even grassig als de neus, met ook hier citrus (eerder witte pompelmoes) en een zoete toets. Wat eik en kruiden (peper). Groene thee. Noten. Een onderliggende en aangename bitterheid. De best lange afdronk ligt perfect in het verlengde van de smaak, bitterzoet. Mooie vatselectie met voor nog geen zestig euro een erg sterke prijs/kwaliteitsverhouding. 86/100

Lochside 1981/2011, Berry Bros & Rudd

Nog een Lochside 1981? Waarom niet. Veel liever dat dan nog eens een Laphroaig 1998 bijvoorbeeld. Vandaag ééntje uit de stal van de excellente Londonse bottelaar Berry Bros & Rudd. Leestip: Bert Bruyneel’s interview met Doug McIvor van Berry Bors in de laatste Whisky Passion.

 

Lochside 1981/2011, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 808
Het label vermeldt geen vattype, maar de neus maakt snel duidelijk dat deze whisky op sherryvat rijpte (oké, de kleur deed ook al iets in die richting vermoeden). Een perfecte combinatie van de typische Lochside fruitigheid met sherrytonen. Rijpe sinaas, roze pompelmoes, neigend richting tropische fruit, vermengd met geblakerde eik, geroosterde noten en rook van het hout. Gedroogde pruimen en een beetje kruiden. Nootmuskaat, peper. O ja, de waxyness niet te vergeten. Boenwas enzo. Lovely! Maar de smaak is minstens even goed, misschien zelfs nog beter. Enorm fruitig. Tropical galore! Passievrucht, papaya, maracuja, guave… en de overmijdelijke roze pompelmoes. Rozenbottelthee ook duidelijk, wat eik, gember, bijenwas, misschien wat honing. Licht drogend naar het eind, maar het tropische fruit blijft lang hangen. En daar kunnen we enkel blij mee zijn… Er verschijnt de laatste tijd veel Lochside 1981, maar als je niet goed weet welke te kiezen, is deze absoluut geen slechte keuze, integendeel. 91/100

Caperdonich 1995, A.D. Rattray

Ik heb tot op heden enkel nog maar Caperdonich 1968 of 1972 besproken, je zou haast vergeten dat deze distilleerderij tot 2002 actief was en er dus heel wat meer Caperdonich is dan deze twee vintages.

 

Caperdonich 15y 1995/2011, 60.4%, A.D. Rattray, bourbon cask 95052, 82 bottles
De neus start een beetje bizar op een aantal geroosterde en zelfs verbrande associaties. (Iets te hard) geroosterde noten, aangebakken aardappelen, verbrand hout… geblakerd bourbonvat? Deze associaties laten zich echter vrij snel wegdrukken door heel wat frissere aroma’s. Peer, meloen, aardbei, zelfs wat jodium (zeelucht). Zo zie je maar, je hoeft niet aan de kust te liggen om ‘coastal’ aroma’s in je whisky te krijgen. Een klein beetje rook ook op de achtergrond. Caperdonich heeft in de jaren negentig meermaals geëxperimenteerd met geturfde runs, misschien dat de leidingen niet helemaal uitgekuisd waren voor deze run. 60.4%… op de neus merkte ik dat niet zo, op de smaak daarentegen! Brandt zich een weg naar je maag. Al wel wat fruit, maar dat komt pas goed naar voor met meerdere druppels water. Peer, meloen, vergezeld van honing en noten (marsepein). En ook hier een klein beetje zilt. Op de neus verandert water niet zo veel, dat verbrande blijft licht aanwezig. Middellange afdronk. Moeilijk om te scoren. Los van die licht storende start, is dit best aangename whisky, maar op de smaak heeft hij water nodig. 82/100