Spring naar inhoud

Archief voor

Littlemill 22y 1989, Malts of Scotland

Laat ons de nieuwe batch Malts of Scotland verder overlopen. Ik heb hier nog een Littlemill 1989 staan, een Longmorn 1975 en een Glen Grant 1972. Littlemill van rond 1990 is echt wel mijn meug, ik keek dus wel wat uit naar deze botteling. Vermits hij uit een butt komt, ga ik er van uit dat dit een split cask is…

 

Littlemill 22y 1989/2011, 52.8%, Malts of Scotland, sherry butt #2511, 325 bottles
De neus vermengt de typische fruitige Littlemill-elementen met duidelijke sherryinvloeden. Qua fruit denk ik vooral aan perzik en abrikoos, rijpe kruisbessen, alsook warme appeltaart met kaneel (ook niet de eerste keer dat ik dit in Littlemill op sherryvat ruik). Met een korstje op (op die appeltaart dus). De sherry vertaalt zich in rozijnen op rum, noten en wat eik. Een beetje bijenwas, wat boter en nat hooi maken het plaatje af. Zeer mooie neus. Stevig mondgevoel, licht drogend. Daar zorgen de eik, de kruiden (peper en nootmuskaat) en de noten voor. Maar dan zet er zich fruit door, en hoe. Mandarijn, roze pompelmoes, meloen en rijpe ananas. Ook wat gedroogde abrikoos. Lang leve het fruit! Wat rozenbottel nog en gedroogd gras. Best lange, droge afdronk, eerder kruidig. Op het einde verliest het fruit alsnog het pleit, daardoor net geen negentig punten, maar dit blijft een erg lekkere whisky. Voor 120 euro is hij de jouwe. 89/100

Advertenties

Ardbeg 1998 for Feis Ile 2011

Tijd voor een hype. De Ardbeg 1998 voor het Feis Ile festival dit jaar was in een mum van tijd uitverkocht en wordt nu voor zotte prijzen op veilingen verhandeld. Het is een vatting van twee vaten Ardbeg 1998, beide gerijpt op Pedro Ximenez sherry butts, resulterend in botteling van 1200 flessen.

 

Ardbeg 13y 1998, 55.1%, OB for Feis Ile 2011, Pedro Ximenez sherry casks, 1200 bottles
Lekkere, ronde en zoete neus op gekonfijt fruit, orangettes, peren- en appelsiroop, gedroogde vijgen en chocolade. Dat alles doorweven met turf en zilte aroma’s. Tabak ook, en koffie. Erg lekker om ruiken. Smeuïg, stroperig mondgevoel, de whisky plakt zich echt tegen je gehemelte en tong. Stroop, allerlei bessen (braambessen, rode en zwarte bessen), rozijnen, gedroogde pruimen, dan wat zilt en daarna de rook die langzaamaan opzet. Een beetje rubber. Eik. Toch wel wat bitter, maar de balans bitter-zoet zit een stuk beter met wat water toe te voegen. Lange, licht drogende afdronk op de sherrytonen van de smaak en turf. Dikke, stropige Ardbeg die een beetje water kan gebruiken. Best een uniek profiel. 88/100

Dalmore 20y, Duncan MacBeth, 1960’s

The Dalmore is eigendom van Whyte and MacKay, een groot deel van de productie van Dalmore gaat dus naar de blends van deze groep. Bij mijn bezoek aan de distilleerderij twee weken geleden proefde ik enkele nieuwe bottelingen, gaande van lekker tot ronduit subliem, vandaag een botteling van een kleine vijftig jaar geleden.

 

Dalmore 20y, 43%, OB Duncan MacBeth, mid 1960’s
Mmm, de neus start op petroleum en metalige toetsen. Maar gelukkig blijft het daar niet bij, er komt meer en meer fruit door en het geheel wordt best aangenaam. Zowel citrus als tropisch fruit. Ook een lichte waxy toets en iets geroosterd. Olie nog misschien en gebakken vlees. Het tropisch fruit groeit en verdringt de petroleum, dat ‘best aangenaam’ wordt stilaan een understatement. Ook in de smaak heb ik in het begin lichte petroleum, maar met wat ademen maakt dat plaats voor fruit, bijenwas, kaarsvet, oude meubels, fudge, teer, vernis en kruidnagel. Iets medicinaals. Zeer elegant en na enige tijd gewoon zalig om proeven. Lange, wat bittere afdronk op zachte turf en veel fruit. Die lichte off-note van petroleum in het begin kan aan de 45 jaar op fles liggen, en wie weet hoe lang was de fles waaruit ik de sample heb al open… Maar met deze whisky de nodige tijd te geven, ontspon er zich een klein wonder in het glas, de minder aangename tonen verdwenen waardoor de kwaliteiten van deze whisky zich in volle glorie ontvouwden. 91/100

Tomintoul 43y 1967, Liquid Sun

De laatste Liquid Sun botteling die ik hier heb staan, is een Tomintoul 1967 (kost een 190 euro). Ook dit is niet de eerste Tomintoul 1967 die recent op de markt kwam, ik besprak al eerder een heerlijke Thosop en dito Rattray. De verwachtingen staan dus hoog gespannen.

 

Tomintoul 43y 1967, 49.8%, Liquid Sun, Bourbon hogshead, 209 bottles
Lichte, breekbare, wat vluchtige neus, een beetje zoals bij de botteling van Dewar Rattray. Wat fruit (perzik en abrikoos vooral, ook een beetje meloen), wat honing, amandelen (geroosterd), eik en een lichte kruidigheid op de achtergrond. De neus blijft echter gedempt, ook met tijd te geven. Zachte, romige smaak op fruit (banaan, perzik), honing, granen en eik. Nootmuskaat. Middellange afdronk op fruit en zachte kruiden. Gho, dit is opnieuw erg lekkere whisky, maar toch een lichte teleurstelling, zowel de Thosop als de Rattray vond ik beter, complexer en expressiever. 87/100

Macallan 21y 1990, Malts of Scotland, Oloroso Sherry

Na de fino #1135, vandaag het zustervat met referentie 1134, een oloroso hogshead vat dus.

 

Macallan 21y 1990/2011, 49.1%, Malts of Scotland, oloroso sherry hogshead #1134, 184 bottles
De neus van deze whisky start meteen een stuk aromatischer, expressiever en voller dan de fino. Karamel, gesuikerde en geroosterde noten, rozijnen, cake, gekonfijt fruit (Christmas cake inderdaad), noten, dadels, tabak en chocolade. Volle, romige en bitterzoete smaak op gedroogd en gestoofd fruit, noten, eik, gember en nootmuskaat. In tegenstelling tot bij de fino zit hier de balans tussen de bittere en zoete tonen beter me dunkt. Lange bitterzoete afdronk. Het is niet dat ik een voorkeur heb voor oloroso gerijpte whisky, maar bij deze Macallans gaat mij voorkeur toch uit naar deze botteling. 86/100

Macallan 21y 1990, Malts of Scotland, Fino Sherry

Vandaag en maandag twee Macallan’s 1990 van Malts of Scotland. Zustervaten, dus waarschijnlijk hetzelfde distillaat. Beide rijpten ze op sherryvaten, maar het profiel is gans anders. Het vattype (de éne rijpte op fino, de andere op oloroso) drukt hier echt wel z’n stempel op de uiteindelijke whisky, iets wat ons ondertussen niet meer zou mogen verbazen.

 

Macallan 21y 1990/2011, 51.5%, Malts of Scotland, fino sherry hogshead #1135, 254 bottles
De neus start wat gedempt op gekookte groeten en zilt. Ook wat bostoestanden: mos, varens, gevallen bladeren. Maar met wat ademen, komt hij open. Dan krijg ik fudge, vanille (american oak?), kruiden (zoethout onder andere) en meer en meer fruit. Pompelmoes, kruisbessen. Wordt aangenaam om ruiken. Stevig op de tong en licht drogend. Veel noten hier, honing, eik, kruiden, dezelfde vegetale toets van de neus, net als florale tonen. Hooi en heide. Lange, eerder bittere afdronk op eik, pompelmoes en kruiden. Lekkere neus die tijd nodig heeft, een ietsje te droog op de tong echter om hoger te scoren. 84/100

West Coast Whisky Battle

Maandagavond was het verzamelen blazen in zaal De Blauwe Schuit voor een tasting van onze club Fulldram onder de noemer West Coast Whisky Battle. De dames Jenny Karlsson en Paulina Kwiatkowska, brand ambassadors van respectievelijk Springbank en Arran, kruisten de degens in een vriendschappelijk doch gedreven tweestrijd om de gunst van het publiek. De namen van beiden klinken niet echt Schots, Jenny is van Zweede afkomst, Paulina van Poolse. Schotse roots hebben is niet echt een vereiste voor de job, er gelden in het wereldje duidelijk andere criteria. Als lelijke Schotse vent maak je volgens mij zo goed als geen kans om het tot brand ambassador (of sales representative of regional sales manager of hoe ze het ook noemen) te schoppen. Soit, hieronder een kort verslag. De begeleidende info over beide distilleerderijen laat ik gemakshalve achterwege.

 

De eerste ‘battle’ was deze tussen de Arran 14y, 46%, OB 2010 en de Springbank 15y, 46%, OB 2011. Die Arran kende ik al, de Springbank nog niet. Voor mij, en ook voor de groep was de Arran de winnaar. Ik vind dit een erg lekkere, volle en voldragen whisky. De Springbank, die voor 100% op sherryvaten rijpte, is ook best genietbaar, maar minder complex en een beetje saai. Licht fruitig (citrus vooral) en mineralig op de neus met zachte turf en wat teer. Op de smaak wat meer kruiden.
 
Arran 14y, OB 2010 85/100
Springbank 15y, 46%, OB 2011 82/100
 
 
De tweede battle ging tussen de Arran ‘Sleeping Warrior’ 10y 2000/2011, 54.9%, OB, 6000 bottles en de Longrow 14y, 56.2%, OB 2011 for The Nectar Belgium. De naam Sleeping Warrior verwijst naar de hoogste berg van het eiland Arran, met wat goede wil – of een halve fles Arran achter de kiezen – herken je in het silhouet van deze berg een slapende krijger. De whisky in deze botteling werd gedistilleerd in 2000 en rijpte zowel op bourbon-, sherry als rode wijnvaten. De wijn heeft hier in ieder geval z’n werk gedaan, je ruikt de wijn, net als Turks fruit en zoethout. Wordt hoe langer hoe zoeter (gekonfijte kersen). Stevig op de tong, ook hier vooral zoet met een licht bittere ondertoon. Kruiden. Ben hier absoluut niet wild van, maar water maakt het geheel wel wat beter (meer fruit). De Longrow vertoont de verwachte zachte en olieachtige turf, granen, vanille, citrus, aarde en een licht florale toets, hooi en heide. Vlot drinkbaar en ondanks het alcoholpercentage zacht op de tong. Lichte rook, sinaas, kruiden, een beetje zilt en vanille. Lange afdronk, rokerig en kruidig. Zéér lekkere whisky, die deze battle dan ook won. Afgetekend.
 
Arran ‘Sleeping Warrior’ 78/100
Longrow 14y for The Nectar 89/100
 
 
Vervolgens werden de Arran Single Cask 14y 1996/2011, 52%, OB, sherry cask #2034, 272 bottles en de Hazelburn 12y, 46%, OB 2011 tegenover elkaar gezet. Die Arran vond ik erg lekker (smeuïg zoet met associaties van marsepein, amandelen, appelmoes en opgelegde peren, licht mineralig en wat waxy, rijk en romig mondgevoel met meer kruiden dan op de neus), de Hazelburn viel me tegen (clean en grassig – gaande van versgemaaid tot stro – plus wat aarde, noten en lichte rubber, maar vooral saai, zeker minder dan de 2009 batch). Ook hier dus een duidelijke winnaar.
 
Arran Single Sherry Cask 1996 89/100
Hazelburn 12y 2011 76/100
 
 
Tot slot kregen we de Arran Single Cask 5y 2005/2011, 55%, OB bottled for the 5th anniversary of The Nectar, Belgium, bourbon cask 124, 254 bottles te drinken naast de Kilkerran Work in Progress III, 46%, OB 2011, Glengyle Distillery. Bijzonder aan de Arran is dat deze whisky licht geturfd is, de gebruikte malt had 14 p.p.m. (deeltjes per miljoen) turf. De neus ervan is clean op zoete tonen (vanille), fruit (appels en peren), gedroogd gras, heide en lichte turf in de verte. De smaak is zoet, fruitig (wit fruit opnieuw) en kruidig met de turf die ver op de achtergrond blijft. De Kilkerran (klassiek, dus tweemaal gedistilleerd) zou ongeveer 7 jaar oud zijn, 60% rijpte op bourbonvaten, 40% op sherryvaten. Ook hier veel wit fruit, maar meer olieachtige tonen en noten. Kaneel. Op de smaak vrij mineralig ook, licht ziltig en wat waxy. Niet slecht en zeker beter dan de eerste WIP. Hier was het een stuk spannender, met een nipte winst voor de Arran, ook voor mij.
 
Arran Single Cask 2005 for The Nectar 86/100
Kilkerran WIP III 85/100
 
Dat resulteerde dus in een 3-1 stand ten voordele van Arran.
 

Glenlochy 1974, Connoisseurs Choice

Glenlochy Distillery werd opgericht in 1898 (jawel, de whisky-boom) door David McAndies, die op dat ogenblik directeur was van de Glenlochy Fort William Distillery Co. Hieruit kan je afleiden dat Glenlochy in Fort William lag, aan de voet van de Ben Nevis in de Highlands. Ik schrijf ‘lag’ want Glenlochy werd definitief gesloten in 1983 (jawel, de sluiting-boom).

 

Glenlochy 1974/1991, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Pfff, die neus is wel erg granig. Muesli, malt… Wat kruiden ook, hooi en lichte zilt. Rather boring. Ook op de tong veel graan, noten, wat hout, vanille, zoethout, druivenpitten… dat laatste wijst op een wat wrang mondgevoel. Droge, bittere afdronk. Een korte beschrijving, maar veel meer valt er over deze whisky niet te vertellen. 74/100

Tomatin 34y 1976, Liquid Sun

De volgende in het rijtje Liquid Sun bottelingen is een Tomatin 1976. Tomatin 1976 is zo’n beetje zoals Longmorn 1976. Keuze te over en bijna altijd super lekker. In ieder geval, de Tomatins die ik van dat jaar geproefd heb waren stuk voor stuk excellent. Ik ga er van uit dat deze niet uit de toon zal vallen.

 

Tomatin 34y 1976/2011, 48.7%, Liquid Sun, sherry butt, 366 bottles
De geur van fruit, maar niet echt prikkelend noch sappig. Het zijn tuinkruiden, noten en rozijnen die het fruit in eerste instantie wat onderdrukken (subtiele sherrytonen). Maar met wat tijd geven, laat het fruit zich kennen. Sinaas, perzik, abrikozen en meloen. Op de smaak is het fruit prominenter aanwezig. Banaan, perzik, meloen, mango (best wel tropisch ja), vermengd met wat florale toetsen, honing en een (klein) beetje eik. Zoethout. Ook wat gekookt fruit (allerlei confituren). Lange fruitige afdronk met hier wat meer hout en kruiden, wat de whisky op het einde een erg aangename bitterheid bezorgt. Niet super complex, maar wel super lekker. En beter dan de onlangs besproken 1966 van TWA & The Nectar als je het mij vraagt. 1976 is gewoon een top-vintage voor Tomatin. 91/100

Bunnahabhain 38y 1973, Malts of Scotland

Ik herinner er graag nog eens aan dat Malts of Scotland recent op de Independent Bottlers’ Challenge 2011 een resem medailles in de wacht sleepte, en dit voor de Old Pulteney 1998 (Highlands, goud), de Ledaig 1998 sherry cask (Island non-Islay, goud), de Highland Park 1986 (Island non-Islay, brons), de Bunnahabhain 1973 sherry (Islay, zilver) en niet te vergeten de Auchantoshan 1999 for Fulldram (Lowlands, goud). En het werd met twee medailles ook nog eens uitgeroepen tot beste bottelaar in de catagorie Island non-Islay. Ik proef m.a.w. vandaag een zilveren medaille winnaar.

 

Bunnahabhain 38y 1973/2011, 50.2%, Malts of Scotland, sherry butt #3463, 216 bottles
Lichte en toch prikkelende neus die start op zachte karamel, zilt, een beetje jodium en mineralige tonen. Natte stenen en zo. Dan, maar pas na enige tijd ademen, zet er zich fruit door (sinaas, citroen en ananas). Na nog wat wachten ook opgelegde peren. Wat honing, net als een weinig turf en eik. Zoethout, mos en kamille komen ook nog om de hoek kijken. Net als wat bijenwas. Licht maar dus best complex deze neus, doet me zelfs wat aan oude Springbank denken. Ook de smaak is zacht, maar heeft toch genoeg ‘body’. Karamel en honing zorgen voor het zoets, ananas, sinaas en sappige rode appels voor het fruit. Daaronder heb ik nog zilt en rook. Best wat eik en kruiden (gember, nootmuskaat) die het geheel een lichte bitterheid geven. Water doet die bitterheid wat naar de achtergrond verhuizen en brengt het fruit meer naar voor. Lange afdronk op eik, kruiden, honing, zilt en een beetje rubber. Hier niet zo veel fruit meer. Lekkere Bunnahabhain die op de smaak een beetje water kan gebruiken. Zilver inderaad, geen goud, maar ook geen brons. 88/100

Benriach 20y 1991, Malts of Scotland

Een gunstige wind bracht samples van de nieuwe batch Malts of Scotland ten huize Onversneden. Het betreft weer een erg gevarieerde reeks, zowel qua regio, leeftijd als type vat. Beginnen doen we met een Benriach 1991 op bourbonvat.

 

Benriach 20y 1991/2011, 51.6%, Malts of Scotland, bourbon barrel #32283, 251 bottles
Frisse, grassige neus met een licht mineralige toets. Vers gemaaid gras, afgereden toen het nog wat nat was (ja, probeer deze zomer maar eens je gras af te rijden als het volledig droog is). Honing, kruisbessen, frambozen, abrikozen, boter en wat munt. Hooi (het gras raakt stilaan droog), heide en op de achtergrond zelfs heel lichte rook. Heide en lichte rook, een combinatie die je wel vaker tegenkomt. Erg genietbaar. Stevig, romig mondgevoel. Fruitige smaak (mandarijn, limoen), met ook hier de honing en het grassige. Die heide opnieuw. Meer eik, licht drogend. Gember. Middellange afdronk op citrusfruit en kruiden. Ik vind dit verrassend lekkere whisky, zeker op de neus. 87/100

Glen Ila 5y

De Glen Ila 5y is een vatted malt, of blended malt zoals we dat nu verondersteld worden te noemen, gebotteld begin jaren zeventig door Bulloch Lade & Co. Bulloch Lade was in die tijd eigenaar van Caol Ila, je kan dus vermoeden dat hier heel wat Caol Ila van die periode in moet zitten.

 

Glen Ila 5y, 40%, Bulloch Lade & Co, early 1970’s
De neus is in ieder geval erg aangenaam om ruiken, met veel fruit en turf. Banaan op de barbeque. Lichte metalige toetsen erdoorheen (een beetje OBE). Ook de smaak is erg lekker met fruit, zachte rook en dito eik. Behoorlijk lange, zoete afdronk. Niet erg complex, wel lekker en vreselijk drinkbaar, kan perfect naast de betere Islay single malts van vandaag gaan staan. 86/100

The Whiskyman

The Whiskyman is de naam waarmee Dominiek Bouckaert zich whiskygewijze door het leven begeeft. Onder die naam importeert hij Malts of Scotland in België en verdeelt hij de Thosop handwritten bottelingen. Maar selecteren en verdelen is één ding, als je zo gepassioneerd bent door whisky als hij, is het een natte droom om een volledig eigen label in de markt te zetten. En zo geschiedde. Na enkele maanden denkwerk, vatenselectie, labelontwerp en weet ik veel wat nog allemaal, is hier het resultaat. Een Port Ellen 1983… hij zet dus meteen erg hoog in. Een statement, ongetwijfeld. En geef toe, als deze eerste whisky even knap is als het label (I just love it!), dan schiet hij hiermee recht in de roos.
Uit het label kan je afleiden dat Dominiek niet alleen een gepassioneerd whiskyliefhebber is, maar een minstens even gepassioneerd muziekliefhebber. Volgende bottelingen onder dit label zullen een variant zijn op dit thema (andere kleuren, andere variaties op song titles).

Bon, de whisky nu. Ik zet ‘m naast de Port Ellen 1983 Malts of Scotland en de Port Ellen 1982, DR for The Nectar, de lat ligt dus hoog. Maar ik proefde deze whisky reeds eerder en weet dus in welke gewichtsklasse hij speelt.

 

Port Ellen 27y 1983/2011 ‘While My Whisky Gently Weeps’, 55.5%, The Whiskyman, 120 bottles
O ja, de neus van deze Port Ellen zit alvast meteen goed. Ho, goed is hier echt wel een understatement! Vol, romig, zoet, fruitig, ziltig en zesty. En complex! Waar te beginnen? Met het zeekarakter bijvoorbeeld. Zilt dus, maar ook jodium en zeewier. Dan het fruit. Ik had het over ‘zesty’, ik bedoel dus de schil van allerlei citrusfruit. Limoen, citroen, sinaas. Zonder dat het bitter is, eerder zoet, gesuikerde zeste. Pompelmoes met griessuiker. De schil van groene appels. Naast de suiker ook vanille, marsepein en fudge qua zoets. Wat nog? Euh, wat te denken van kruiden? Nootmuskaat bijvoorbeeld, en kaneel. Een licht mineralige toets ook. En natuurlijk de rook: lichte rook, van een houtvuur, kampvuur en een toefje turfrook. Prachtig! En complex, ik vermeldde het al. Ook op de smaak is ie dat. Romig, olieachtig mondgevoel. Zoet (marsepein, nougat), fruitig (citroen en limoen), zilt en kruidig (gember, peper, kaneel). Een beetje eik, hazelnoten en pompelmoes zorgen voor een erg aangename bitterheid. De kruiden komen meer naar voor, en pas daarna laat de turfrook zich gelden. Die turf blijft dan wel lang hangen, net als de citrus en het zilt. Zoute drop. Pfff, wat een heerlijke whisky. Oké, het is een profiel waar ik behoorlijk wild van ben, maar zelfs binnen dit profiel is dit bij het beste wat ik al dronk. 92/100

Hij is een stuk complexer dan de Malts of Scotland (die ik al erg lekker vond, 90/100), hij is gelaagder en gaat dieper, en hij kan perfect naast de Dewar Rattray for The Nectar gaan staan, wat echt wel een prestatie is.

Tamdhu 21y 1990, Liquid Sun

In z’n geschiedenis (die in 2010 tot een voorlopig einde kwam – voorlopig, want recent overgenomen door Ian MacLeod) sloot Tamdhu tweemaal de deuren, in die periodes deed het dienst als warehouse voor Glenrothes. Het grootste deel van de productie ging naar de blends Famous Grouce, J&B en Cutty Sark. Het produceerde naast een officiële standaardbotteling ook lange tijd een malt onder de naam Saladin box.

 

Tamdhu 21y 1990/2011, 48.1%, Liquid Sun, sherry butt, 312 bottles
Hola, stevige sherryneus! Beginnen doet ie met gedroogde vruchten (rozijnen, enorm, maar ook pruimen en vijgen), noten en wat vegetale tonen (ik denk aan peterselie en kervel). Vleessaus ook. Oxo. Wat sinaas, rijpe sinaas. Daarna wat zoets, kandijsuiker. Bitterzoet en vrij droog op de tong op tonen van kandij, verbrande karamel, gedroogd fruit, noten, zilt, zoethout, tuinkruiden, hout, koffie en bittere chocolade. Op de duur toch wat te droog. Lange, vrij bittere afdronk. Aangename neus, maar voor mij wat te droog en bitter op de tong om hoger te scoren. Erg gelijkend op de Malts of Scotland (cask 8119, dit zou wel eens een zustervat kunnen zijn), maar ik vond deze laatste toegankelijker op de smaak. 82/100

Liquid Sun

Hoog tijd dat ik ook eens een botteling van het nieuwe Liquid Sun label bespreek. Of laat me daar meteen enkele bottelingen van maken. Liquid Sun is een reeks whisky’s met een sprekend en bijpassend label, van het excellente The Whisky Agency.
Ik heb de indruk dat de prijszetting iets onder deze van bv. The Perfect Dram zit. 190 euro voor een 42-jarige Bunnahabhain is in ieder geval best redelijk te noemen.

 

Bunnahabhain 42y 1968/2011, 47.8%, Liquid Sun, refill sherry, 257 bts.
42 jaar op vat gerijpt, maar nog een erg frisse, fruitige neus. Fruit van de boomgaard. Appels, peren, zelfs wat pruimen en kersen in de verte. Niet te verbazen dat er wat eik en hars doorheen priemt. Honing ook, net als antiekwas en oude meubelen. Iets van geroosterde noten. Melkchocolade. En een klein beetje zilt. Zeer mooi. De smaak start even fris en prikkelend, met een goede balans tussen het fruit en de eik, maar is minder complex dan de neus. Achterliggende honing en wat zilt. Na enige tijd gaat de eik wel een beetje domineren. Vrij lange, lichtjes bittere afdronk. Erg lekkere neus, op de smaak naar het einde een beetje te droog om negentig punten te halen. 89/100

Balvenie 86° proof, pear shaped bottle

Morgen trek ik nog eens voor een weekje richting Schotland, de Highlands en Orkney. Op het programma staan o.a. Dalmore, Clynelish/Brora, Pulteney en Highland Park. Echt wel iets om naar uit te kijken. Vandaag proef ik dan ook enkele whisky’s waarvan ik mijn bevindingen de komende dagen zal publiceren. Ik heb hier o.a. nog nieuw werk van Malts of Scotland staan, enkele Liquid Suns (het nieuwe label van The Whisky Agency) en een unieke primeur. Maar beginnen doe ik met een oude Balvenie.

 

86 proof en toch maar 43%? Wel ja, het gaat hier om een botteling voor de Amerikaanse markt, alwaar men een ander ‘proof’ stelsel heeft dan in Europa. In de VS is het aantal graden proof gewoon het dubbele van het alcoholpercentage hier. Deze botteling is daarna ingevoerd in Italië.

 
The Balvenie 86° proof, 43%, pear shape bottled, 1970’s, Italian import, Genova
Zachte en lichte neus op honing, kweeperengelei, tuinkruiden, kruidenthees (met honing, inderdaad), een licht florale toets, maar ook karton. Nat karton, wat hier niet echt een meerwaarde genoemd kan worden. De smaak is romig en iets voller dan de neus, maar blijft vrij ‘plat’, vlak. Kruidenthee (eerder slappe kruidenthee dus), honing, vanille, puree, cake. Een klein beetje rook in de verte. De afdronk is redelijk lang, op… ja, slappe kruidenthee met honing. Echt slecht is dit niet, maar deze whisky proeft een stuk lichter, platter dan 43%. 76/100

MacKinlay’s Shackleton Replica

De MacKinlay’s Shackleton is een whisky met een verhaal. En wat voor een verhaal. De beroemde avonturier en ontdekkingsreiziger Sir Ernest Shackleton liet een kist Mackinlay’s Rare Old Highland Malt Whisky achter op Antarctica bij z’n zuidpoolexpeditie van 1907 tot 1909. Shackleton moest op een goeie 150 kilometer van de pool z’n expeditie staken, waarna de Brit Scott en de Noor Amudsen hun race om de zuidpool konden inzetten, met de Noor als uiteindelijke winnaar in 1911.
Na een eeuw onder het ijs te hebben gezeten, werd deze whisky opgegraven en werden drie flessen naar Groot-Brittanië verscheept. Richard Patterson van Whyte and Mackay (dat in de jaren 1990 eigenaar werd van Charles Mackinlay & Co), kreeg de taak de whisky zo nauwgezet mogelijk na te maken, wat resulteerde in de Schackleton’s replica, een ‘limited’ release van 50.000 flessen. De originele flessen worden teruggegeven aan de Antarctic Heritage Trust om opnieuw en volgens wet onder het ijs geplaatst te worden.
Deze vatted malt bevat whisky uit Speyside, uit de Highlands en van de eilanden. De oudste whisky die er in zit is Glen Mhor 1983. Niet verwonderlijk, want MacKinlay was in die tijd eigenaar van Glen Mhor, deze malt zal een belangrijk onderdeel van die blend geweest zijn en in 1983 werd er voor het laatst whisky gestookt. Ook leuk om weten is dat per verkochte fles 5 pond geschonken wordt aan de Antarctic Heritage Trust.

 

Mackinlay’s Shackleton Replica ‘Rare Old Highland Malt’, 47.3%, OB Whyte and MacKay, 2011, vatted malt, 50000 bottles
Cleane neus met veel vanille, gras, een beetje wit fruit (appel, peer), leder, kruiden (kaneel), aarde, een klein beetje rook en een al even klein beetje stof. Of nee, zaagsel eerder. Het is op de duur de aarde, het leder en dat zaagsel dat gaat domineren, het fruit en de kruiden worden wat weggedrukt. Niet slecht maar ook niet echt geweldig deze neus. Het mondgevoel is droog. Fruitig, maar dan eerder op sinaas en gedroogde ananas, kruiden, hazelnoten en kandijsuiker, dat zijn de zaken die me eerst te binnen schieten. Gesuikerde noten in feite. Dat toefje rook zit ook hier, net als het grassige en de kaneel. En nootmuskaat. Middellange afdronk op sinaas, gras en kruiden. Tja, een mooi verhaal, een iets minder mooie whisky als je het mij vraagt. Mocht wat frisser, wat prikkelender, te veel op doffere tonen (het gras, het zaagsel, het leder). Je betaalt ongeveer 130 euro voor de fles. En voor het verhaal. En voor de verpakking. En voor de marketing. 82/100

Glendronach 21y ‘Parliament’

Ik denk niet dat ik de enige was bij wie er vorige week een sample van de nieuwe Glendronach 21y in de bus stak. Leuke actie, dank aan GlenDronach en The Nectar!
Na de standaard 12y, 15y (Revival) en 18y (Allardice), wordt de range dus uitgebreid met een 21y. Deze 21 jarige whisky kreeg de naam ‘Parliament’ mee. Parliament is naast de gekende betekenis ook de naam die men geeft aan een verzameling roeks, een kraaiachtige vogel. GlenDronach was lange tijd een favoriete nestplaats voor deze vogel. Let op, onderstaande foto toont de sample, niet de 70cl fles.

 

Glendronach 21y ‘Parliament’, 48%, OB 2011
Romige, bitterzoete neus. Complex, met alle associaties perfect geïntegreerd. Mooie verwevenheid m.a.w. (ik denk niet dat ik Danny E. reeds bedankt heb voor deze uitbreiding van mijn whisky-vocabularium, bij deze). Maar over welke associaties hebben we het hier? Om te beginnen chocolade (niet te bitter, eerder melkchocolade), praliné, rozijnen (op rum), dadels, pruimentaart en warme aarbeienconfituur. Lekker zoet, inderdaad. Voor het (aangename) bittere tegengewicht zorgen zachte kruiden en al even zachte, warme eik. En de balans zit perfect. Na enige tijd ook leder, geboend leder. Noten ook. Een neus om van te genieten. Stevig, rond mondgevoel. 48% lijkt me ideaal, krachtig maar geen behoefte om water toe te voegen. Ook hier heb ik chocolade, donkere deze keer. Pruimen, rozijnen, koffie, karamel en tabak, dat komt het eerste in me op. Dan veel kruiden, meer dan op de neus. Peper, kruidnagel. Pompelmoes. Hazelnoten. En best wat eik. Licht drogend. Lange, verwarmende afdronk, de whisky blijft echt in je mond plakken. Kruiden domineren, samen met wat leder. Integenstelling tot bij de eerste batchen van de Revival en de Allardice heb ik hier niets van zwavel, nice! Perfect gebalanceerde, volle en complexe whisky. 88/100

The Asta Morris sessions: Benriach 1978

Ik besluit de Asta Morris sessions with, euh, met de Benriach 1978 die al enkele maanden geleden op de markt kwam, tegelijkertijd met de 1975. Ik proefde deze whisky dus naast de twee nieuwe bottelingen én naast de 1975.

 

Benriach 32y 1978/2011, 48%, OB for Asta Morris, sherry hogshead #7037, 79 bottles
Directe, erg aromatische en expressieve neus. Smeuïg zoet en fruitig. Appel- en perensiroop, zoete ananas, dito sinaas, pruimencompot, rozijnen, evoluerend richting high-end rum en zelfs iets van oude porto. Zo goed als geen eik of kruiden, noch noten of andere eerder bittere associaties. De geur evolueert niet echt en is ook niet super complex (oké, de 1975 is wat dat betreft niet de meest ideale sparring partner), maar dat is natuurlijk allemaal niet nodig als het er meteen boenk op is. Puur genieten! Ook de smaak is vol, romig en zoet. Kandijsuiker. Het fruit is hier eerder citrus (sinaas), naast de rozijnen. Hier wel wat eik, licht en aangenaam bitter. Ook de smaak is niet complex te noemen maar blijft lekker, alhoewel hij niet helemaal het niveau van de neus haalt. Lange, volle afdronk. Puur op de neus was het 93 geweest. 92/100
 
Benriach 1978 is over het algemeen niet zo uitzonderlijk lekker, deze is dat wel. Dit zou dus wel eens de beste Benriach 1978 ooit kunnen zijn. Dat er een betere 1975 dan de Asta Morris zou bestaan, of nog zou verschijnen, lijkt me vrij onwaarschijnlijk. Wat wil zeggen dat de heer Bruyneel wel eens de beste 1975 én de beste 1978 gebotteld zou hebben. Sterk!

The Asta Morris sessions: Dailuaine 27y 1983

De tweede nieuwe Asta Morris is een Dailuaine 1983. In tegenstelling tot de Glenburgie heeft Bert dit vat onder het eigen label gebotteld. Dailuaine 1983… al even weinig tot de verbeelding sprekend als Glenburgie 1997, geef toe. Maar niets zo misleidend als imago.

 

Dailuaine 27y 1983/2011, 50%, Asta Morris, refill sherry hogshead AM004, 248 bottles
Mooie neus die start op gedroogd gras, hooi en allerlei tuinkruiden. Maar dan gaat hij over in andere sensaties en is het niet meer mooi, maar prachtig. Mandarijn, boter, zachte vanille, bloemen van de weide (echt een wandeling door een weide in volle bloei). Iets van geroosterd brood. Besmeerd met honing. Zeer elegante en delicate neus. Krachtig en stevig op de tong, en toch zacht, niets scherps. Boterig bijna. Perfecte drinksterkte me dunkt. Vanillecrème, rijpe sinaas, warme appelmoes, heide, honing, tuinkruiden (tijm, laurier), nootmuskaat en wat eik. Perfecte balans, op geen enkel moment drogend. En zo makkelijk drinkbaar! Lange, smeuïge afdronk met hier iets meer kruiden. Ook deze had wat tijd nodig om volledig tot z’n recht te komen, maar dan… een juweeltje. 92/100
 

Hier heb ik toch op zitten wroeten. Ik bedoel dat ik ‘m meerdere malen proefde, op verschillende momenten in de line-up. Zowel na de zéér lekkere Glenburgie 1997, als na de schitterende Benriach 1978, als na de hors-catégorie Benriach 1975. Ik vond deze whisky na een eerste keer uitgebreid te proeven meteen geweldig en had een score van 92 in gedachten. Maar, 92 voor een Dailuaine 1983? Het is niet omdat Bert een sympatieke gast is, dat ik met punten moet gaan smijten hé… laat ons zo correct en consistent mogelijk blijven… maar toch, telkens als ik ‘m opnieuw proefde moest ik toegeven dat dit een fantastische whisky is, die in mijn scoring gewoon 92 waard is. En wat moet dat kosten? 89 euro. Knappe prijs/kwaliteitverhouding noemt men dit, en dat is hier dan nog een understatement.