Spring naar inhoud

Archief voor

Twee sterke Jappen

Karuizawa 19y 1988/2007, 59.8%, OB, cask 3397 – Japan – 86/100
Hout, koffie, granen en zoet fruit in de neus. Appelmoes. Frisse, ietwat scherpe smaak die langzaam zoeter wordt. Kruidige, droge afdronk. Lekkere, stevige Jap!
 
Yamazaki 1993/2008, 62%, Puncheon cask 3Q70048, 503 bottles – Japan – 91/100
De neus heeft schitterende turf, mooi in balans met fruit en kruiden. Bloemen. Potpourri. Fruitthee. Een beetje zilt. En een geweldige mineraliteit. Natte stenen, nat gras. Bijzonder lekker! Ook in de smaak dezelfde sublieme turf, die nooit gaat overheersen en echt perfect gebalanceerd is met een zalige fruitigheid en bloemen in volle bloei. Lange rokerige afdronk. Schitterende whisky en van het beste wat ik uit Japan al heb gedronken.

Advertenties

Straffe whisky

George T. Stagg is een bourbon whiskey uit Buffalo Trace’s Antique Collection. Elk jaar wordt er een botteling op de markt gebracht, een 15-tal jaar gerijpt, altijd op hoge sterkte. Zéér hoge sterkte.

 
George T. Stagg ‘Hazmat IV’ 144.8 proof, 72.4%, OB 2007 – USA – 85/100
Even de alcohol laten waaien… Neus is vrij toegankelijk en geeft karamel, sinaas, tabak, koffie… lekker! Karamel ook in de volle, romige smaak, naast chocolade, en nougat? Verdacht drinkbaar op dit astronomisch alcoholpercentage. Zelfs vergeten water bij te doen…

Hart Brothers

HB

Hart Brothers is één van de vele Schotse bottelaars. De geschiedenis van het bedrijf uit Glasgow gaat terug tot laat 19e eeuw, maar het is pas in 1964 dat de gebroeders Iain en Donald Hart het bedrijf registreren als whiskyhandel en blender. In 1975 worden ze vervoegd door Alistair, die z’n sporen al verdiend had als blender bij Whyte & Mackay. Alistair legde zich toe op het opsporen en selecteren van vaten whisky. Whisky die ze verder laten rijpen tot de gebroeders het moment ‘rijp’ achten het edele vocht te bottelen. Ze beweren niets anders dan water aan hun whisky’s toe te voegen.
Vandaag zijn het Donald en Alistair die het roer in handen hebben, maar hun respectievelijke zonen Andrew en Jonathan staan paraat om het bedrijf in handen van de familie te houden.
De bottelingen van Hart Brothers kan je vinden bij enkele slijters in de Lage Landen.

 
Ballindaloch 35y 1967/2002, 48.5%, Hart Bros. – Speyside – 77/100
Dit is een Glenfarclas in disguise. Glenfarclas verbiedt onafhankelijke bottelaars de naam van de distilleerderij op hun flessen te vermelden. Indien ze dit wel doen, hebben ze een proces aan hun been. Cadenhead trotseert de dreigementen van Glenfarclas, andere bottelaars houden zich braafjes aan het verbod. Zo ook Hart Brothers. Zij noemen deze Glenfarclas dan ook Ballindaloch. Deze botteling heeft een aangename neus met verdacht weinig sherry. Wel: fruit (peer, citrus), vanille, kruiden en gaat daarna over in levertraan. Niet onaangenaam, maar bepaalde jeugdtrauma’s komen bovendrijven… De smaak is vrij droog op hout, kruiden en een beetje fruit. Daarna thee. Ook hier weinig sherry trouwens. Kruidige afdronk met veel peper. Een beetje teleurstellend voor een 35 jarige Glenfarclas.

Cask Six Blind Session

Ik heb voor het eerst eens deelgenomen aan één van de beruchte Cask Six Online Blind Sessions, hun zevende ondertussen. We kregen twee 3cl samples toegestuurd en mochten raden naar streek, leeftijd, alcoholpercentage en distilleerderij. Erg leuk om te doen, volgende keer ben ik weer van de partij.
Deze ochtend werd bekend gemaakt wat we geproefd hadden en wisten we dus meteen hoe goed we het gedaan hadden. Of hoe slecht, ahum. Hieronder mijn proefnotities van een whisky die een Amrut bleek te zijn en een Caol Ila die voor een Port Charlotte moet doorgaan. Eronder wat ik dacht te proeven (ja, dit publiceren vergt enig masochisme).

 
Amrut NAS, 46%, Blackadder, 2009, cask BA 5/2009, 295 bottles – India – 91/100
Neus: veel zoet fruit. Geplette banaan, sappige peer. Een heerlijke waxy touch. Honing ook. Bloemen. Een lichte kruidigheid. Nootmuskaat. Tabak? Zalig, en heel complex. Smaak: filmend met karamel, fruit, confituurtoestanden, hout en kruiden op het einde. Peper vooral. Lekkere, middellange, fruitige en kruidige afdronk. Acaciahoning pops up. Heel mooie balans, geen scherpe kantjes. Vooral de neus is fruitige top. Daarenboven laat ie zich wreed makkelijk drinken.

Wat dacht ik?
Een highlander? Misschien, maar ik denk ook aan Tomatin, wat niet echt rijmt met Highland… Linkwood? Bon, het kan dus evengoed een Speysider zijn. Wordt moeilijk. Toch een lichte voorkeur om de Tomatin piste te bewandelen.

Pas op: het alcoholpercentage had ik juist (een mens moet zich toch aan iets kunnen optrekken niet waar). De bottom line evenwel is dat dit eens te meer een bewijs van de kwaliteit van Amrut is. Heb me meteen een fles besteld, voor 40 euro is dit immers prijs/kwaliteit top.

 
Port Charlotte 5y 2002/2008, 46%, OB for Nadi Fiori, first fill sherry – Islay – 91/100
Woow, wat een neus! Zoete turf, noten, geroosterde amandel, koffie, subtiele balsamico. Sherryvat? Verbrande cake. Duidelijk zilt en zeewier ook en een lichte medicinale touch. We’re coastal here. Citrus. Peperkoek! Geweldig complex. In de smaak stevige turf, fruit (sinaas, banaan), peper & zout. Heerlijk lange en zoete afdronk op rook en kruiden. Vind de neus beter dan de smaak, maar dat zegt niets over de heerlijke smaak. Wat moet dit kosten?

Wat dacht ik?
Dit is geen geturfde Speysider, we moeten richting Schotse westkust. En dan belanden we onvermijdelijk op Islay, tenzij het een Longrow is natuurlijk. Ik herken in ieder geval geen Ardbeg, noch Laphroaig. Caol Ila daarentegen… mmm, dit zou wel eens een Caol Ila kunnen zijn. Volgens mij is ie gerijpt op sherryvat (of op z’n minst een deel ervan), wat ongetwijfeld wat het distilleerderijkarakter maskeert. Lagavulin kan ook… nee, toch eerder Caol Ila. Yep, laat ik het daar bij houden, op een relatief jonge cask strength Caol Ila.

Vind het toch onverantwoord dat ze Caol Ila bottelen onder het label van Port Charlotte. Tegen dit soort praktijken moet dringend opgetreden worden! Soit, de regio en het vattype – waarom worden hier geen punten voor gegeven??? – had ik dus wel juist.

 
Weer met beide voeten op de grond dus en twee nieuwe parels ontdekt.

Een Inverleven!

Mijn eerste…
 
Inverleven 1991/2007, 40%, Gordon & MacPhail – Lowland – 78/100
Frisse florale en fruitige neus. Qua fruit hier vooral perzik en abrikoos. Granen, vanille en een lichte kruidigheid ook. Kruidige smaak met peper, zoethout, hout en opnieuw het florale. Droge, kruidige finish. Aangename kennismaking met deze distilleerderij.

Een koppel Bladnochs

Bladnoch 13y, 55%, OB 2005 – Lowland – 74/100
Granige, maltige neus met duidelijk citrus. Frisse, licht zoete smaak met veel citroen. Middellange afdronk op opnieuw graan en citroen. Mmm, het stevigere alternatief voor citroenjenever…
 
Bladnoch 15y, 46%, OB 2008 – Lowland – 83/100
Nieuwe officiële botteling, bestaat ook een 40% versie van. Stevige neus met veel fruit (citrus), granen, bloemen (vraag me vooral niet welke), zilt en peper. Smaak mooi in het verlengde hiervan: citroen, peper en zilt. Finish op citrus en zoethout. Mooie lowlander.
 
En ook:
Bladnoch new spirit, 63%, 2008 – 45/100
Altijd plezant om eens new spirit te drinken. Whisky vóór het whisky is met andere woorden. Deze spirit van Bladnoch is extreem zoet. Puur snoep. Zo van die harde fruitsnoepjes. Wel drinkbaar, verdacht drinkbaar zelfs. Maar bon, dit is dus geen whisky.

Nog twee Perfect Drams, twee op sherryvat

Terug van een weekendje Brussel. Mevrouw Onversneden werd heden vandaag 40 en de bijhorende tristesse diende gecounterd te worden. Beetje shoppen, tafelen bij Bruneau, overnachten in Hotel Metropole, matineeconcertje in het koninklijk park en bezoek aan het Magrittemuseum, I hope it did the trick.

Zoals beloofd hieronder mijn notities van nog twee whisky’s van The Whisky Agency, twee op sherryvat

 
Bunnahabhain 34y 1974/2008, 59.3%, The Perfect Dram (TWA), Oloroso, 300 bottles – Islay – 90/100
Hele mooie sherry. Geen wham-bam sherry, maar verweven met zoete en fruitige tonen. Zeker met wat water komt er meer fruit door. Rozijnen hebben we ook, naast wat balsamico en een zalige chocoladetoets. Ook de smaak kan een beetje water hebben (een klein scheutje volstaat), en dan krijg je noten, koffie, pruimtabak en fruit… njam njam. Middellange, droge en filmende afdronk. Sherry zoals ik ‘m graag heb.
 
Glenfarclas 39y 1970/2009, 54.4%, The Perfect Dram (TWA), First Fill Oloroso, 240 bottles – Speyside – 86/100
Volle sherry. Neus is krachtig en vertoont pure sherry met rozijnen, okkernoten en bittere chocolade. Heel bittere chocolade that is. In de smaak naast de usual suspects (rubber, hout, fruit, kruiden) ook propolis, straffe thee en perensiroop. De thee blijft hangen in de vrij lange afdronk. Voor sherry lovers, maar voor mij net wat té ‘sherry’. De Bunna is meer mijn ding.

The Whisky Agency

Het wordt tijd dat ik eens een woordje placeer over deze nieuwe bottelaar, want heb er ondertussen al één en ander van geproefd, meestal tot mijn grote voldoening.
The Whisky Agency (TWA) is een Duitse bottelaar die werd opgericht door de heren Ehrlich en Schneider. Carsten Ehrlich is trouwens ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Fair, één van de meest gerenomeerde whiskyfestivals ter wereld, dat jaarlijks plaatsvindt in het Duitse Limburg. Het hoeft geen betoog dat beide oprichters al jaren intensief met whisky bezig waren alvorens ze besloten zelf whisky te gaan selecteren en bottelen. In principe bottelen ze alles wat ze zelf lekker vinden, ongeacht regio, distilleerderij, leeftijd, vattype of wat dan ook. De whisky wordt niet koud gefilterd noch bijgekleurd. TWA bottelt zowel onder z’n eigen naam als onder het label van The Perfect Dram.

Vandaag mijn bevindingen van hun Caol Ila, Fettercairn – ja, die hadden we nog niet gehad – en Longmorn, later deze week gaan we de sherrytoer op met één van hun Bunnahabhains (de 1974) en een spiksplinternieuwe Glenfarclas.

Caol Ila 26y 1982/2009, 63%, The Perfect Dram (TWA), 120 bottles – Islay – 84/100
Door de alcaohol ruik je zoete truf. Met water heel wat meer. Wat? Wel, we hebben o.a. zilt, gerookte vis (heilbot?), appels en vanille. In de smaak zonder water kruiden (nootmuskaat) en rook, met water nog meer rook en ook appels (opnieuw), zoethout en drop. Lange rokerige finish. Heeft absoluut water nodig om open te komen, maar vertoont zich dan een goeie zwemmer.
 
Fettercairn 33y 1975/2008, 58.3%, The Perfect Dram (TWA), 143 bottles – Highland – 80/100
Pfff, dit is een vreemde neus. Er is een hoek af, maar kan niet onmiddelijk associëren. Stoffig? Mmm, zeker geen old bottle toestanden. Nat karton misschien. Iets ranzig in ieder geval. Granen ook, kandij en na een tijdje wat fruit. Appels. Advocado? Moeilijk. Je moet ‘m sowieso wat tijd geven. Smaak is in ieder geval beter. Hout (vrij veel), karamel, fruit (allerlei citrus) en kruiden. Kruidige, licht bittere afdronk. Niet slecht en alhoewel lang getwijfeld over de score toch 80, weliswaar met de hakken over de sloot en volledig op het conto van de smaak.
 
Longmorn 32y 1976/2008, 53%, The Whisky Agency, 120 bottles – Highland – 85/100
Aangename neus met hooi, fruit (perzik, abrikoos, peer), beetje hout, kruiden, lichte rook en tabak. Mondvullende smaak – deels door het hout veronderstel ik – met ook hier fruit en kruiden, wordt vrij bitter naar het einde. Lange, droge en kruidige afdronk. Lekker, maar een beetje te bitter om geweldig te zijn.

Twee ‘St. Magdalene’s’

De St. Magdalene distilleerderij werd in 1765 door Sebastian Henderson opgericht onder de naam Linlithgow in het gelijknamig stadje, op de plaats waar zich indertijd een lepra-hospitaal bevond. De geschiedenis hiervan gaat terug tot de 12e eeuw en de tempelridders, later werd dit hospitaal omgevormd tot het St. Magdalene klooster. De Scottish Malt Distillers company – wat later United Distillers en nog later Diageo werd – kocht de distilleerderij in 1912 en sloot het in 1983. Nu doen de gebouwen dienst als woonblokken.
Tot 1968 moutte St.Magdalene z’n gerst zelf, daarna betrok het mout van Glenesk. De whisky werd twee maal gedistilleerd, wat vrij ongewoon is voor een Lowland whiksy, die meestal triple-distilled is.
Doorheen de jaren werd de whisky zowel onder de naam St. Magdalene als Linlithgow gebotteld.
 
Linlithgow 25y 1982/2008, 46%, SMoS, The Whisky Exchange, cask 8902, 245 bottles – Lowland – 80/100
Frisse neus met perzik en appel, bloemen, een beetje hout en lichte rook. Ook wat hout in de voor de rest zoete (honing) en fruitige smaak. Granny Smith, lichtjes zuur. Droge, wat bittere finish.
 
St. Magdalene 26y 1982/2008, 50%, DL OMC, cask 1615, 511 bottles – Lowland – 77/100
Sample van Ruben. De neus is wat scherp en heeft veel hooi, gras, hout, hars (dat scherpe), een lichte kruidigheid en wat zoet fruit. Appels vooral, maar ook banaan en citrus. Ha, ook wat (subtiele) rook. De olie-achtige smaak is bitter en zoet. Hout, sinaasschil, zoethout. Ook de afdronk is bitter-zoet op appels, hout, zoethout en ook hier hooi/gedroogd gras. Slecht is dit niet, maar het geheel is me toch wat te wrang en kan me maar matig boeien.
 
Twee lekkere whisky’s zonder meer, maar St. Magdalene van begin jaren 1980 is toch niet te vergelijken met wat ze daar in de jaren zeventig en vooral zestig (1964! 1965! 1966!) uit hun stills hebben getoverd. Bij de weg, ik heb me zondag eBay-gewijs een 1966/1996 Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice aangeschaft. Gezien de prijs die ik er voor betaalde, heb ik de indruk dat er weinigen beseffen hoe goed deze whisky’s wel niet zijn. Nu ja, je gaat mij niet horen klagen, ik wacht enkel nog op DHL.

Lochside 21y 1987/2008 (The Whisky Agency)

Net m’n gras gemaaid. En na deze inspanning (ok, ok, het is een zelftrekker) in de zetel geploft met een heerlijke Lochside. Lochside bottelingen zijn vrij zeldzaam. De distilleerderij was actief van 1957 tot 1992 en sloot definitief z’n deuren in 1996. Tot begin jaren zeventig stookte Lochside zowel malt- als graanwhisky (een deel ervan rijpte zelfs samen op vat – single blend), daarna enkel nog malt. Veruit het grootste deel van de productie ging naar blends of werd verscheept naar de toenmalige Spaanse eigenaars, slechts een klein deel rijpte verder en werd later als single malt gebotteld.

 
Lochside 21y 1987/2008, 62.4%, The Whisky Agency, 199 bottles – Highland – 90/100
Frisse neus met veel en lekker fruit. Vooral als je er een klein beetje water aan toevoegt. Citroen, pompelmoes. De schillen ervan vooral. Granen, koffie, hout. Vers gemaaid gras (nu ja). Iets kruidigs. Smaak is ook om van te smullen, zelfs zonder water. Maar water maakt het geheel nog toegankelijker. Waxy toestanden vermengd met fruit (de citrus) en geleidelijkaan ook wat kruiden. Erg complex allemaal. Zoete afdronk die lang aanhoudt. Schitterende whisky.

Enkele heerlijke Islay’s

Caol Ila 15y 1992/2007, 52.5%, Duncan Taylor, cask 3633 – Islay – 86/100
Typische frisse Caol Ila neus met vanille, turf en zilt. Appels. Sappige groene appels. Stevige smaak. Zoet (de vanille), kruidig (peper) en voorzien van een behoorlijke dosis turf. Robuust, maar toch erg vlot drinkbaar. Lange zoete finish met de klassieke zilte turf. Foutloze en dus erg lekkere Caol Ila.
 
Laphroaig 15y, 43%, OB 2008 – Islay – 89/100
Complexe, subtiele neus. Vrij medicinaal. Zilt, jodium, turf… een echte eilander. Beetje zoet en fruitig ook. Smaak is wat vettig (olie), zoet en fruitig (citrus vooral). Turf natuurlijk ook, en naar het eind wat zilt. Hout ook, die de lange afdronk licht drogend maakt. Allemaal wat minder direct dan bij de andere OB’s heb ik de indruk. Wel héél lekker.
 
Port Ellen 26y 1979/2006, 50%, DL OMC, 514 bottles – Islay – 88/100
De herkenbare Port Ellen neus met zilt, zeewier en turf. Ook smaak dominant turf, maar daarna komt het fruit, citrus. Lichte aangename bitterheid. Bittere chocolade. Orangettes! Middellange rokerige afdronk.