Spring naar inhoud

Archief voor

Helen Arthur

Helen Arthur is misschien wel de bekendste vrouw van het andere geslacht in de mondiale whiskywereld. Arthur schrijft veel en ook erg succesvol over whisky, denken we maar aan The Single Malt Whisky Companion, een standaardwerk, of Whisky – Uisge Beatha, The Water of Life. Ze publiceert met de regelmaat van de klok artikels in allerlei magazines of op websites. Helen Arthur werkte ook voor een aantal grote merken zoals The Glenlivet, Highland Park, The Famous Grouse en Glendronach. Daarnaast organiseert ze wereldwijd tastings, vaak met het oogmerk geld in te zamelen voor lokale liefdadigheidsprojecten.
Sedert 1999 is Helen Arthur lid van het illustere genootschap van de Keepers of the Quaich.

Helen Arthur

In 2003 werd The Helen Arthur Single Cask Collection boven de doopvont gehouden. Dit eigen whiskylabel is een samenwerking met Caecil Gerrits van Versailles Dranken uit Nijmegen. Deze staat borg voor de commercialisatie van de collection. De opvallende labels van het… euh, label zijn ontworpen op basis van schilderijen van Ben Reiken, een Nederlands schilder. Onderstaande Mannochmore is één van de bottelingen van de Helen Arthur collection.

 
Mannochmore 19y 1984/2004, 46%, Helen Arthur, cask 4582 – Speyside – 80/100
Stevige neus op zoete sherry. Noten, karamel, rozijnen, kruiden, dat soort zaken. Iets onbestemd fruitigs. Smaak: ook hier sherry. Droge sherry. Hout, koffie, rood fruit… en na een tijdje ook thee. Earl Grey? Subtiele rook, wat altijd een plus is. Vrij korte, droge en kruidige afdronk. Mooi, maar niets om lyrisch over te gaan doen.

Advertenties

Drie maal Brora 1981

Brora 25y 1981/2007, 56.5%, Duncan Taylor, cask 1423, 682 bottles – Highland – 82/100
Neus: waar zit de turf?? Niet te bespeuren. Wel veel hout. Vanille ook, en iets zoet-zurigs. Groene appels. Ook in de smaak is het behoorlijk zoeken om iets van turf waar te nemen. Hier is het vooral het citrus fruit dat domineert. Niet meer dan een lichte waxyness. Weinig distilleerderijkarakter eigenlijk. Middellange afdronk, beetje bitter. Het bewijs dat het na de jaren zeventig voor Brora toch wat bergaf ging, enkele pareltjes van uitzonderingen zoals deze niet te na gesproken. Pas op, dit is nog altijd lekkere whisky hoor, maar beneden Brora’s standaard.
 
Brora 20y 1981/2001, 43%, Signatory, cask 578, 412 bottles – Highland – 85/100
Mineralige neus. Lichte rook ook, bloemen, amandel (marsepein), zilt en honing. De smaak is vrij droog, met een beetje turf, zoethout en kruiden. Droge, kruidige afdronk. Da’s al wat beter.
 
Brora 22y 1981/2004, 56.4%, Signatory, cask 1561, 611 bottles – Highland – 86/100
Frisse neus met lichte sherryinvloed. Koffie en leder naast rook en zilt. Mineralige smaak moet zoete en fruitige tonen die ik associeer met rozijnen, citrus, appel, zilt, drop en turf. Wordt hoe langer hoe droger, het hout speelt op. Mooie lange en kruidige afdronk. Ook deze is geen grootse Brora, maar desalniettemenin erg genietbaar.

Glenmorangie 1971

Glenmorangie 1971, 43%, OB 1993 – Highland – 87/100
Gebotteld op 30/8/1993. Oude Glemorangies zijn zeldzaam, deze batch voor de Belgische markt is dat dus eens te meer. Duidelijke sherry in de neus, maar zeker niet te scherp. Fruitig (wit fruit – appel, peer), lichtjes zoet (donkere chocolade) en lekkere subtiele rook. Balsamico? Ja, inderdaad ook balsamico. Droge smaak, licht bitter. Sterke thee. Het zoete is verdwenen, maakt plaats voor kruiden. Blijft erg aangenaam. Middellange droge finish. Lekkere oude Glenmorangie.

Whisky & Bier II

Vandaag volgen de laatste twee whisky’s die we vrijdag proefden, een Longmorn gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society en de nieuwe Laphroaig Cask Strength. Tenslotte passeren ook de bieren de revue.

 
Longmorn 38y 1968/2007, 52.5%, SMWS 7.38 ‘An old barber’s Shop’, 467 bottles – Highland – 83/100
Kleur, neus, smaak: sherry! In de neus geeft dat rozijnen, noten, pijptabak, karamel en lichte rook. In de mondvullende smaak espresso, koffiebonen, bittere okkernoten en bittere chocolade. Verbrande karamel ook. Big I’d say. Naar het einde toe wordt ie wel erg bitter en droog. Lange, droge en licht rokerige afdronk. Ik vind deze duidelijk beter dan de SMWS 7.37.
 
Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB, batch 001 feb 2009 – Islay – 84/100
De nieuwe Laphroaig CS sloot het whiskyhoofdstuk af. Bij mijn weten nog niet verkrijgbaar in België, het was dan ook een fles die zich de week ervoor nog op Islay bevond. De geur moet het vooral hebben van rook en medicinale toetsen. Rubber ook, leder en houtskool. Op de achtergrond – en goed gecamoufleerd – wat fruit. Plakkaatverf wierp er iemand op. Inderdaad, plakkaatverf – waar is de tijd? Maar het is vooral de rook die de forcing voert en het geheel vrij ééndimensionaal maakt. Deze lijn wordt doorgetrokken in de stevige smaak. Rook, rook, rook, wat zilt en peper. Met water nóg meer rook, echt wel over the top, had ik beter niet gedaan. Finish? Juist ja.
Ik vind deze batch merkelijk minder dan de vorige, minder complex, het zoete en het fruit ontbreken hier, teveel rook quoi. Vraag me af wat het p.p.m. gehalte is, volgens mij zouden ze dit bij Laphroaig ook vermarkt kunnen hebben als antwoord op Octomore en Supernova, én slijten aan het dubbele van de prijs. Soit, 84 is al bij al nog een mooie score – ik kan ‘m best appreciëren – maar de vorige was met z’n 92 toch van een heel andere orde. Als je die vorige batch nog kan vastkrijgen, doen!
 

En dan nog een kort woordje over de bieren, stuk voor stuk ontdekkingen voor mij. Naast de Gouden Carolus Tripel, dronken we het volgende:

Liefmans Goudenband Oud Bruin, 8%, Moortgat
Gebrouwen bij Moortgat, gelagerd bij Liefmans. Dit is bier van de eerste batch na de overname van het failliete Liefmans door Duvel. De smaak is zoet-zuur. Deed me wat aan Rodenbach denken, maar dan minder zuur. Geweldig lekker en voor mij de winnaar bij de bieren.

Bravoure ‘De dochter van de korenaar’, 6.5%, Baarle-Hertog
Amberkleurig. Licht rokerig (jawel, ook bij bier!) en licht bitter. Je proeft duidelijk de mout. Ook lekker.

Bon Voeux, 9.5%, Brasserie Dupont
Bitter bier met een erg aangename zure toets. Hop, floraal en fruitig. Drogend naar het einde.

Sint Bernardus Abt 12, 10%
Donker, quadrupel. Gemaakt volgens hetzelfde recept als de Westvleteren 12. Spijtig genoeg konden we niet vergelijken, maar deze Sint Bernardus is top. Zacht en heerlijk fruitig met wat kruiden erdoorheen.
 
En morgen: Lindores Whisky Fest!

Whisky & Bier

Vorige vrijdag hadden we met onze club een unieke tasting. Fulldram organiseerde deze samen met de Leuvense Bier Therapeuten (LBT), de locale bierclub. De opkomst was niet zo geweldig – vooral LBT was ondervertegenwoordigd – maar de afwezigen hadden ongelijk. We proefden vijf whisky’s en vijf bieren. Het waren eerlijk gezegd vooral de bieren die mij verrasten, niet geheel onlogisch gezien het feit dat deze categorie van speciale bieren nog relatief onontgonnen terrein is voor mij. Ik kom nog niet veel verder dan de in de meeste etablissementen verkrijgbare Orval, Blauwe Chimay, Duvel of Westmalle Trippel. Niet slecht, maar vrijdag ben ik met de wetenschap (eigenlijk bevestiging) naar huis gegaan dat er nog héél wat meer en soms nog lekkerders beschikbaar is. De vermoeidheid na een drukke week zorgde er wel voor dat ik m’n glas Bravoure over m’n schoot omkieperde, maar ik vrees dat de indruk bij de anderen eerder was van “lap, den eerste met een stuk in z’n kl…”.

 

Beginnen deden we met de Gouden Carolus Tripel naast de Gouden Carolus Single Malt te zetten. Deze laatste had ik al geproefd, maar nu was er de gelegenheid om te zien hoe dicht de whisky nog bij het bier aanleunt. En het antwoord is behoorlijk dicht. De ‘whisky’ ligt mooi in het verlengde van de tripel, maar is wel een pak zoeter. De tripel is lekker, de whisky is geen whisky maar dat wisten we ondertussen al.

 

Vervolgens proefden we vier (echte) whisky’s, gevolgd door vier andere bieren. Hieronder alvast een bespreking van de eerste twee whisky’s, de rest is voor morgen.

 
Campbeltown Loch 30y blended, 40%, OB 2008 – 76/100
In de neus had ik fruit (sinaas en perzik), granen, wat hout, beetje karamel en Worcestershiresaus (spreek uit: wshstrchrtschstrch). De smaak was erg licht en een beetje bitter op hout en fruit. Mocht op een iets hoger alcoholpercentage gebottled zijn. Lekkere, kruidige finish wel, waar het hout weinig kans krijgt het geheel uit te drogen.
 
Miltonduff 26y 1980/2006, 48%, Dewar Rattray, cask 12502, 132 bottles – Speyside – 89/100
Voor mij de winnaar bij de whisky’s. Lekker bloemig in de neus, verweven met een mooie kruidigheid. Nootmuskaat en kaneel heb ik opgeschreven. Vanille ook, fruit (perzik) en hooi. Ook de smaak is aangenaam kruidig, zoet en fruitig (meloen hier). Lichte turf en dito hout. Geen al te lange maar wel zacht zoete afdronk. Complexe en perfect gebalanceerde whisky.

Elbow & Jura

Elbow

Elbow – een band uit Manchester – heeft met The Seldom Seen Kid een wel erg knappe plaat afgeleverd, een plaat die vorig jaar trouwens de Mercury Price won – niet geheel onterecht als je het mij vraagt. The Bones of You, Grounds for Divorce, Some Riot (die laatste twee minuten!), An Audience with the Pope, The Fix (dat nu speelt), stuk voor stuk ijzersterke nummers. De band viel al langer in de smaak bij critici en collega-bands, maar het is met dit vierde studio-album dat ze ook bij het grote publiek doorbraken.

Goeie muziek noopt tot goeie whisky, dat spreekt. Ik heb me er dan ook een lekkere 35 jarige Isle of Jura bij ingeschonken.

 
Isle of Jura 35y 1966/2001, 47.8%, Douglas Laing Old Malt Cask, 204 bottles – Jura – 88/100
Vrij mineralige neus. De geur na een frisse zomerbui. Rood fruit heb ik ook, en amandel. Beetje zilt, beetje hout en hoe langer hoe meer kruiden. En laat ons de balsamico niet vergeten. Complex! Olie-achtige smaak (boter) met opnieuw het rode fruit, rozijnen, vanille, noten, wat zilt en naar het einde – zoals wel vaker – peper. Tintelende, wat droge en fruitige afdronk. Zalige Jura!

Glenugie 27y 1982/2009 OMC

Ook deze stond nog op m’n verlanglijstje. Eerder proefde ik al de Glenugie 20y 1984/2004 OMC, wat een meer dan aangename kennismaking was met deze distilleerderij.

 
Glenugie 27y 1982/2009, 50%, DL OMC, cask 5040, 216 bottles – Highland – 89/100
Ha, dit is weer een lekkere! Hij spreidt zalig sappig fruit (appel, sinaas, meloen…) tentoon, zowel in de neus als in de smaak. In de neus vanille, een beetje hout en een mooie kruidigheid erdoorheen. Ook hout (maar bescheiden) in de vrij smeuïge smaak. Suikerspin, rozijnen, amandel. Kokosmelk? Middellange, zachte en kruidige afdronk. Smullen!

Port Ellen 3rd release

PE3&6

Volgens sommigen is de derde de beste van alle jaarlijkse Port Ellen releases. Hoog tijd dus om ook deze eens te proeven. Ik zet er de zesde release naast (whisky mag niet té lang blijven staan in een geopende fles nietwaar), die ik indertijd 90 punten gaf, een score die bij volgende proefbeurten een status van solid-as-a-rock verwierf. Eens kijken of de 3rd heerst over de 6th.

 
 
 
Port Ellen 24y 1979/2003, 3rd release, 57.3%, OB, 9000 bottles – Islay 91/100
Neus: zilt, rook en citrus in beide, een beetje zoals verwacht. Maar de derde release is ‘vuiler’, minder afgeborsteld dan de zesde. Hij geeft ook stevige jodium, visolie (subtiele levertraan, gelukkig subtiel), planten en heeft iets etherisch. Ja, de derde wint hier. Smaak: veel zilt, rook, as, fruit (abrikoos), vanille, hout (licht drogend), noten, kruiden (kruidnagel, peper)… complex en alles mooi in balans. De 6e release mist de kruidigheid van de 3e en vertoont iets minder hout op het pallet. Al bij al toont de derde zich ook in de smaak wat rebelser, wat ruwer, maar ik kan hier moeilijk bepalen welke ik best vind. Afdronk: zalig! Lang, beetje droog met vanille, zilt en rook. Veel rook. Maar ook de challenger z’n finish mag er wezen. Tie, ook hier.

Wel, het zijn beide erg lekkere, maar ook typische Port Ellens. De derde steekt zeker niet boven de zesde uit, maar de wildere neus resulteert toch in een bonus van één puntje extra, 91/100. Dus ja, ook voor mij is de derde de beste van de jaarlijkse releases die ik al geproefd heb (1e, 2e en 4e heb ik nog niet gehad), maar beide Rare Malts (20y & 22y) en de 1978 DL for The Whisky Shop gaan hier toch nog over, en misschien ook wel de 1982 DR for The Nectar (deze laatste denk ik niet op de neus, maar wel op de smaak). Bedankt voor het sampletje Ruben. Ik moet trouwens eens dringend door de rest onze sampleshare gaan.

Ian MacLeod

Ian Macleod

Als de naam Ian MacLeod geen belletje doet rinkelen, zullen Chieftain’s, Dun Bheagan, Glengoyne en Smokehead dat ongetwijfeld wel doen. Samen met nog een rits andere brands maken ze immers deel uit van de portefeuille van Ian MacLeod distillers Ltd. Deze bottelaar en distilleerder mag dus gerust beschouwd worden als één van de grote namen in de Schotse whiskywereld.

Het bedrijf werd opgericht in 1933 onder de naam Ian Macleod & Company Limited, maar kwam in 1963 in handen van de familie Russell, die er tot op de dag van vandaag de plak zwaait. Het was pater familias Leonerd J Russell die zich in 1936 vestigde als whiskymakelaar. Hij stierf evenwel in 1956, waardoor hij de overname niet meer meemaakte. In 1963 was het immers Peter Russell die als Managing Director de overname in goede banen leidde. Een jaar later werd Peter vervoegd door z’n jongere broer David. De eeuwwisseling luidde enkele wijzigingen aan de top aan: David ging op pensioen, Peter schoof op naar de voorzittersstoel en Peter’s zoon Leonard jr. – die in 1989 in het bedrijf stapte – nam de dagelijkse leiding over van z’n vader.
In 2003 verwierf Ian MacLeod de controle over de Glengoyne distilleerderij en werd de naam gewijzigd in Ian Macleod Distillers Ltd..

De activiteiten van Ian MacLeod strekken zich uit over gans de business. Distilleren (recent via de overname van Glengoyne), blenden (de oorspronkelijke activiteit), bottelen, ze doen het allemaal. Het bottelen gebeurt trouwens op de Broxburn bottling plant, die ze delen met J&G Grant, eigenaars van Glenfarclas. Broxburn bottlers bottelt ook voor derden zoals Old Pulteney en Finlaggan.

De hoofdactiviteit blijft evenwel het blenden. Hiervoor beschikken ze over een arsenaal aan vaten, o.a. van Lagavulin en Talisker, distilleerderijen wiens whisky ze via een soort van gentlemen’s agreement enkel mogen gebruiken voor blends. Ook sommigen supermarkt labels betrekken hun whisky bij Ian MacLeod. Alles bij elkaar geteld produceert en verkoopt Ian MacLeoad jaarlijks zo’n 15 miljoen flessen.

De belangrijkste merken van de firma zijn:

  • Single Malt: Chieftain’s Choice, Dhun Beaghan en McLeod’s Single malt.
  • Blends/vatted: Isle Of Skye, Smokehead, The Six Isles, Hedges & Butler, Lang’s Blended, Magilligan, King Robert II.
    Nice to know: The Six Isles wordt dra The Seven Isles, als naast Islay, Skye, Arran, Orkney, Jura en Mull ook het eiland Barra (Outer Hebrides) whisky zal produceren.
  • Andere: London Hill Gin, Wincarnis Tonic Wines.

 
Springbank 37y 1969/2006, 41%, Chieftains, casks 57/61, 486 bottles – Campbeltown – 79/100
Springbank is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland (gesticht in 1828), reeds 180 jaar in familiehanden. Hun whiskies worden 2,5 maal gedistilleerd (een deel twee maal en een ander deel drie maal). Deze Chieftains is een botteling van twee vaten, waarvan – gezien het alcoholpercentage – waarschijnlijk één under proof was. Frisse, bloemige neus met banaan, bloesems, hout en lichte rook. Effe laten staan brengt nog meer fruit naar boven, wit fruit (peer vooral). In verhouding tot deze erg aangename neus, valt de smaak wat tegen. Bloemig, wat waterachtig en bitter. Hout. Vaten waren beter wat eerder gebotteld me dunkt. Middellange afdronk.

Twee Balblairs

Vandaag proef ik twee Balblair samples, een tijdje geleden meegebracht van een festival. Was het het WWWF? Of Spirits in the Sky vorig jaar? Mmm, don’t remember. In ieder geval, deze whisky’s vertegenwoordigen zowat het beste en het slechtste wat Balblair te bieden heeft.

 
Balblair 15y 1991/2007, 55.2%, Dewar Rattray, cask 3289, 204 bottles – Highland – 69/100
Een ander deel van dit vat is gebottled voor Jack Dewar (for Monnier). Bitterzoete neus, op lichte sherry met karamel en koffie. Het afsteken van vuurwerk. Lichte zwavel. Met water geconfijt fruit, of zo van die bitterzoete citrusschillen. De smaak is wel héél bitter, de sherry is veel te dominant. Veel rubber, (kurkdroog) hout, gember… Iets beter met water, maar blijft toch erg bitter, ook in de nasmaak. Enkel en alleen als je van über-sherried whisky houdt, maar absoluut not my cup of tea.
 
Balblair 38y 1966/2004, 44%, OB, spanish oak, 2400 bottles – Highland – 92/100
Wow, deze Balblair is helemaal anders dan ik had verwacht. Zo goed als geen hout en erg beheerste sherryinvloed. Fris en fruitig (appel, peer) in neus en smaak. De elegante neus geeft ook lekkere waxy toestanden en een dito kruidigheid. Karamel. Crème brûlée? Jawel! Lekker seg! De smaak is al evenzeer om van te smullen. Die is zoet (honing), fruitig (eerder gestoofd fruit hier) én kruidig, en dat alles heel mooi gebalanceerd. De finish is lang en bitterzoet op honing en okkernoot. Heerlijk! In verhouding tot de leeftijd en het vattype is deze whisky erg zacht en toegankelijk, hij vertoont relatief weinig houtinvloed. Een dijk van een whisky en by far mijn beste Balblair tot op heden.

De beste Dalwhinnie ooit?

Dalwhinnie is de hoogst gelegen distilleerderij van Schotland en volgens velen – waaronder Serge ‘Whiskyfun’ Valentin – is hun 29-jarige gebotteld in 2003 de beste Dalwhinnie die ze ooit proefden. Ben benieuwd!

 
Dalwhinnie 29y 1973/2003, 57.8%, OB – Highland – 86/100
Laat ons voor de verandering eens met de neus beginnen. Die geeft in eerste instantie veel zoet fruit, banaan en peer vooral. Het zoete gaat verder door op honing en zoethout. Heel lichte turf, wat toch wel een mooie plus is. De smaak is ondanks het alcoholpercentage licht en zacht. Beetje honing, wat boterig, fruit (de banaan van de neus en ook appels) en granen. Middellange afdronk op honing en fruit. Erg lekker, maar had er gezien de reputatie toch nog een ietsje meer van verwacht. Dus, beste Dalwhinnie ooit? Wie weet, maar laat ons voorlopig maar hopen van niet.

Royal flush!

Ok, ok, de jaartallen volgen elkaar niet op, zo royal is deze flush dus ook niet…
 
Highland Park ‘High Dark Plan’ 10y 1998/2009, 46%, Daily Dram – The Nectar – Orkney – 85/100
Herkenbare bitterzoete HP neus met fruit (citrus), honing en (lichte) turf. Ook de smaak is fruitig (appel) en zoet (vanilla, honing) en vermengt zich mooi met de turf. Na een tijdje kruiden. Zoete en kruidige finish. Peper. Klassieke en dus aangename Highland Park.
 
Highland Park 11y 1997/2008, 57.6%, Gordon & MacPhail, sherry cask 5820, 298 bottles – Orkney – 62/100
Wow, dit is speciaal! En niet in positieve zin. Neus is erg scherp, met veel zwavel. Toch is ie ook zoet, mierzoet zelfs. Karamel, maar dan verbrande karamel, zwaar verbrande karamel. Chicorei. En iets van gerookte bacon. Maar de zwavel is veel te dominant. Ook de smaak is erg aggressief. Droog, wrang en scheepladingen zwavel. Water helpt iets, maar niet veel. Doet ook hier chicorei naar boven komen. Afdronk? Welke afdronk? M’n zintuigen zijn KO.
 
Highland Park 12y 1989/2001, 56.5%, Caledonian Selection, cask 1897 – Orkney – 83/100
Elegante sherryneus met fruit en honing. Krachtige, wat zoete smaak. Sinaas en bittere chocolade. Orangettes, jawel! Lichtjes rokerig. Lange droge afdronk. Een lekkere malt.
 
Highland Park 19y 1986/2005, 55.3%, OB for Maxxium Holland, cask 2793, 1120 bottles, 35 cl – Orkney – 90/100
Schattig flesje! En lekkere whisky dat daar in zit! Subtiele en zoete sherryneus op honing, kandijsiroop, rozijnen, rum (en de combinatie van deze laatste twee), hout, koffie, rubber, leder, lichte rook,… zalig complex. Hetzelfde kan gezegd worden van de stevige, ronde smaak. Sinaasschil, bittere karamel, noten, rozijnen (studentenhaver toestanden), beetje turf, hout, chocolade. Mooie bitterheid. Middellange, bitterzoete afdronk. Top-notch HP!
 
Highland Park 24y 1981/2005, 52.3%, Dewar Rattray, cask 6061, 263 bottles – Orkney – 86/100
Zalige zoet-zilte neus. Honing, zee en lichte turf. Appels ook. En na een tijdje krijgt ie iets bloemigs. Erg complex allemaal. Smaak ligt mooi in het verlengde hiervan. Zoet en zilt hand in hand. Ook wel wat hout op het einde en in de lange, zoete afdronk.