Spring naar inhoud

Archief voor

Eindigen in schoonheid

Laat ons het rijtje feestwhisky’s in schoonheid afsluiten met twee sublieme pareltjes van whisky’s. Twee compleet verschillende profielen, in een ander decennium gebotteld, maar beide niet meer of niet minder dan onversneden godendranken. Eén van de twee is de Ardbeg Ardbeggeddon, een cult-Ardbeg als geen ander. Deze whisky werd in 2001 door Douglas Laing gebotteld onder hun Old Malt Cask label en dit voor het whiskygenootschap PLOWED, ofte People Lucid Only While Enjoying Dalwhinnie (de originele afleiding, maar daar zijn ondertussen al meerdere varianten op gefabriceerd).

 

Ardbeg 29y 1972/2001 ‘Arbeggeddon’, 48.4%, DL OMC for PLOWED, 227 bottles
Halleluja, dit is zalig! Big! Enorm intense neus op romige turf, gerookte vis en andere zilte aroma’s. Asfalt ook, net als een beetje teer. Houtskool. Zoete appels. Vanille. Gerookt spek. Nat hooi. Wat farmy, indeed. Wat een complexiteit en zo geconcentreerd, genieten in overdrive. Op de tong is hij dik en romig. De associaties die me het eerste te binnen springen zijn turf, smeuïge turf that is, honing, kandij, citrus, zilt, wat eik, kruiden… lichte sherrytonen. En wat een prachtige bitterheid! En dan hebben de afdronk nog niet gehad… gigantisch. Man man, wat een dijk van een whisky! 95/100

Advertenties

Glen Grant 34y 1972, Single Malts of Scotland

De op twee na laatste whisky in het feestrijtje is een Glen Grant 1972 gebotteld door Speciality Drinks Ltd., de firma van Sukhinder Singh achter onder andere The Whisky Exchange.

 

Glen Grant 34y 1972, 54.9%, Single Malts of Scotland, Speciality Drinks, sherry butt #2380, 447 bottles
Sherry voor sherryliefhebbers. Zowel op de neus als op de smaak stevige maar ook complexe sherry. Dat vertaalt zich in de geur van rode vruchten (zoete kersen, duidelijk), noten, romige karamel, eik, pruimencompot en drop. Dat alles met een lichte rokerigheid op de achtergrond. Erg dik en ‘rijk’, rijk aan geuren. Ook de smaak is dat. Hier denk ik aan hetzelfde rode fruit maar ook gedroogd fruit (abrikozen, rozijnen, pruimen), kruiden, eik, kandij, pompelmoes (mooie bitterheid) en opnieuw drop. Zoute drop. Tabak ook nog. Lange, verwarmende, bitterzoete afdronk. Erg mooie, complexe Glen Grant met – wat me hier vooral aanstond – veel rood fruit. 91/100

Caol Ila 15y, bronze metallic jug, mid 1980’s

Laat ons na het Malts of Scotland geweld terugkeren naar mijn rijtje feestwhisky’s. Vandaag een sample van Max Rigi, notoir Italiaans whiskyliefhebber en verzamelaar. De whisky komt uit een leuk kruikje.

 

Caol Ila 15y, 43%, OB Bulloch Lade & Co bottled mid 1980’s, 75cl, bronze metallic jug
Pfiew, weer zo’n zalige neus. Deze vermengt Islay elementen met heerlijke, zachte sherrytonen. Smeuïge turf, zeewier, zilt (beetje maar), zoethout, tijm, dille, sinaas, abrikoos, okkernoten, amandelnoten, antiekshop, balsamicocrème… Ik denk eerder aan Fino dan aan Oloroso. Geweldig aangenaam om ruiken in ieder geval. Al even zacht in de mond, de start is vrij licht maar hij wordt steviger in het midden en op het eind. Qua associaties denk ik aan wit fruit, noten, koffie, rabarbertaart, rum, kruiden, zilt en turfrook. Lange afdronk die me opnieuw wat aan rum doet denken. Licht geturfde en wat zilte rum dan wel. Complexe en erg geconcentreerde oude Caol Ila. Zou het aan het metalen kruikje liggen? Bij keramieken kruikjes is het immers vaak het tegendeel (risico op platte, vlakke whisky). 93/100

Intermezzo: Caperdonich 1972, Malts of Scotland #1144

Na de lichtjes geniale Glen Keith proef ik een tweede Malts of Scotland die veelbelovend op m’n bureau stond te blinken, een Caperdonich 1972. Malts of Scotland brengt heden twee 1972’ers uit, ééntje op 52.4% en éénje op 57.4%. Caperdonich en 1972 zijn ‘a match made in heaven’. Maar beter doen dan de Glen Keith, dat is schier onmogelijk.

 

Caperdonich 38y 1972/2011, 57.4%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #1144, 98 bottles
Hu… onmogelijk? Djeezes, die is gewoon nog beter! De neus start even aromatisch als de Glen Keith maar deze gaat dieper, de sherry zorgt voor een extra laag, de complexiteit wordt naar ongekende hoogtes gekatapulteerd. Steady on Johan… Gho, waar beginnen? Met het fruit: perzik, abrikozen, kweepeer, gedroogde pruimen, vijgen. Dan de kruiden: kamille, linde, munt. Vervolgens het zoets: honing, fudge. Fruit, kruiden, zoets, dat had de Glen Keith ook. Maar hier gaat deze verder. Hij is ook erg waxy. Ik denk aan boenwas, oude meubels, geboend leder. Een beetje rook, van het hout neem ik aan. De sherry die nog voor die extra dimensie zorgt. Fenomenaal goede neus. Proeven nu. De whisky explodeert in de mond, mondvullend is een understatement hier, maar toch is hij zeer goed drinkbaar zonder water, alle sensaties barsten meteen open op je tong. En die sensaties zijn: fruit (gekookt fruit, abrikoos, pruimencompot), kruiden (nootmuskaat, kaneel, peper, zoethout), kandij, honing, eik, leder, bijenwas, pollen, noten,… Let op de puntjes. Complex is het woord. Het geheel is licht drogend, toch ook een beetje water proberen. De eik wordt met water wat naar de achtergrond verbannen, het fruit komt nog meer naar voor en de ‘spicy’ kruiden worden vervangen de ‘herbal’ variant. Lange, erg lange bitterzoete, licht drogende afdronk op honing, fruit en zoethout. Op de neus vind ik deze zelfs nog wat beter dan de botteling van The Whisky Agency, op de smaak wint deze laatse nipt het pleit. Zelfde topscore. 93/100

Ook deze kost een 190 euro, maar ook hier lijkt me haast geboden indien je nog een fles op de kop wil tikken.

Intermezzo: Glen Keith 1970, Malts of Scotland #6042

Vandaag en morgen maak ik graag tijd voor een zijsprongetje in het rijtje, nl. voor twee van de nieuwe Malts of Scotland bottelingen. Omdat ik toch in de sfeer van toppers wil blijven, is mijn keuze uit de nieuwe bottelingen nogal gericht, ik licht er immers een Glen Keith 1970 en een Caperdonich 1972 uit.

 

Glen Keith 40y 1970/2011, 47.9%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #6042, 163 bottles
Ruiken: yeeha! Proeven: yeeha! Jawadde, dit is goed! En zo absoluut mijn ding… Enorm fruitige neus. Sappig, rijp fruit, onmogelijk om alle associaties te vangen. Zowel wit Europees fruit (ik denk aan perzik, peer en gele appels) als de meer tropische variant (lychee, ananas, mango), en telkens de meest sappige varianten. Het-sap-druipend-van-je-kin variant. Met je neus boven een kom superieure fruitsla. Vervolgens met je neus boven een aantal kruidenthees. Ijzerkruid, zoethout, linde… Wat honing in die thees. Nog iets anders zoets. Nougat? Vanillepudding. Gewoon fantastisch die neus. Ook op de tong roept het fruit het hardst om de aandacht, met de tropische variant die pas naar het einde de kop opsteekt. Veel ananas. Wat eik en pompelmoes geven het geheel een perfecte bitterheid. Net als een lichte kruidigheid. Kaneel. Op een warme appeltaart. Een klein beetje gember ook. De gekonfijte versie. Fruit, zoet en bitter perfect gebalanceerd. Lange, fruitige finish met diezelfde zalige bitterheid. Nu echt wel op pompelmoes, en het tropisch fruit dat zich niet weg laat drukken. Sublieme whisky. 93/100

190 euro kost deze veertigjarige whisky, maar als je een fles wil aanschaffen, zou ik daar niet al te lang mee wachten.

Glenugie 1966, Signatory dumpy

Volgende in het rijtje feestwhisky’s is een Glenugie 1966 van Signatory, een dumpy botteling van 1996. Ik weet niet meer waar ik dit sampletje vandaan heb, maar wat maakt het uit.

 

Glenugie 30y 1966/1996, 58%, Signatory, cask 848, 180 bottles
Fruity! Erg fruitige neus (ik proef de laatste tijd precies niet veel anders dan fruitbommen, watch this space – niet dat ik dat erg vind), heel aromatisch. Appels vooral. Ook wat papaja en ananas. Lichte florale toetsen erdoorheen, net als wat kruiden, wat eik en de geur van aarde. Een heel lichte rokerigheid. En een even lichte farmyness annex waxyness. Subtiel en complex. Perfect drinkbaar op 58%, straf! Ook hier zijn subtiel en complex de kernwoorden. Opnieuw heel veel fruit. De nadruk ligt op perzik hier, maar in het midden en het einde meer tropisch fruit. Honing ook, net als kruiden. Kruidnagel, beetje peper. Eik, maar nooit té. Kandij, dat samen met de honing voor de zoete toetsen zorgt. Met water komt er een heerlijke waxyness bovendrijven. Een hint van turf. Lange, filmende en pittige afdronk met het fruit, de kruiden en de eik die elkaar mooi in evenwicht houden. Prachtig! 92/100

Bowmore 18y 1971, Sestante

De volgende ‘feest’ sample is een Bowmore 1971 van Sestante. Er is heel wat Bowmore 1971 gebotteld voor Sestante (meestal door Gordon & MacPhail), van midden tot eind jaren tachtig. Sommige op drinksterkte, andere op vatsterkte. Ik proef vandaag één van de vele 18-jarigen, deze op 57.3%.

 

Bowmore 18y 1971, 57.3%, G&M for Sestante
Ja ja, tropisch fruit op een bedje zachte turf… I like. Passievrucht, mango, banaan. Wat hout en de bijhorende kruiden erdoorheen. Jodium ook en zilt, het coastal karakter van Bowmore dus. Voor z’n alcoholpercentage vlot drinkbaar, niet geweldig complex maar wel geweldig lekker. De zachte zoete turf, het fruit (minder dan op de neus), de kruiden, het zilt, het zilt, ik heb het ook hier. Fruitige en zoete afdronk met de zachte turf die lang blijft hangen. Een beauty! 92/100

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

Berry Bros & Rudd Pure Single Malt 1961

Derde in de rij feestwhisky’s is net als de Glen Cawdor een blindganger, ik bedoel dat het label geen distilleerderij vermeldt. Wat dat label wel vermeldt, is ‘Berry Bros & Rudd’, ‘Pure Single Malt’ en de jaartallen 1961 en 1974 voor respectievelijk distilleer- en botteljaar. Iemand hier een idee wat het kan zijn?

 

Berry Bros. & Rudd ‘Pure Single Malt’ 1961, 43%, Berry Bros 1974, Italian Import, 75 cl
De neus start zoet-kruidig. Karamel, misschien verbrande karamel, crème brûlée, nootmuskaat, peterselie, kervel. Groentebouillon. Daartussen ook heel wat ‘bos’: varens, mos, aarde. Lichte metalige tonen, toch wat old bottle effect met andere woorden. Oud leder, oude boeken met een dun laagje stof op. Dan een beetje balsamico en evenzeer een beetje zoete turf op de achtergrond. Dit is een erg subtiele maar prachtige oude sherryneus. Op de tong is hij zacht en romig, vegetaal en kruidig. Hier mocht hij me wel iets krachtiger. Associaties van vanille-fudge, bosbessen, koude thee, pruimen, de peterselie opnieuw en de metalige toetsen. Een klein beetje eik. Niet slecht, maar het niveau van de neus haalt hij bijlange niet meer. Middellange, bitterzoete afdronk met een klein beetje turf dat om de hoek komt kijken. Merkelijk beter op de neus dan op de smaak, daar mist hij ‘ballen’. Een – weliswaar lichte – teleurstelling toch, ik had immers gehoopt met mijn rijtje constant boven de negentig te kunnen blijven. Nu ja, laat me dit maar spoedig compenseren. 88/100

Glen Cawdor 1951

Vermits de Glen Grant 21y securo cap eigenlijk een herneming was, blijft de teller op 999 staan en is het vandaag pas echt aan nummer duizend. Geen nood, ook wat ik vandaag proef heeft genoeg adelbrieven om die eer te krijgen.
Glen Cawdor? Nooit van gehoord? Don’t worry, Glen Cawdor is geen distilleerderij, laat staan een actieve, het is een label van Samaroli. Er zijn meerdere whisky’s gebotteld onder dit label, in sommige gevallen met vermelding van distilleerderij, in andere gevallen zonder enige referentie. Er zijn enkele vrij legendarische bottelingen in dit laatste geval, o.a. de 1951 en de 1964. Het is de 1951 die nu in m’ glas zit. Merci beaucoup Patrick!

 

Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Duthie for Samaroli, 120 bottles, 75cl
Neus: mmm, mellow… belegen, rond, romig, niks scherps. Hij start wel een beetje gesloten, heeft wat tijd nodig om al z’n geheimen prijs te geven, maar dan… wat een beauty! Hoe omschrijf ik dit? Uniek. In het begin heb ik honing, romige honing, vergezeld van hooi. Maar echt grassig is dit niet, daarvoor komt er na enige tijd teveel zoets en fruit door. Gestoofd fruit, rijpe kruisbessen, marsepein. Boter. Gezouten boter. Ja, wat zilte aroma’s, licht coastal. Kruiden ook, maar niet zo evident om te benoemen. Heide, dat zeker wel. Hoe langer hoe duidelijker. Boterbloemen misschien. Dju, deze neus laat zich moeilijk doorgronden. Een heerlijke, lichte rokerigheid. Op zich zegt het allemaal niet zo veel, maar dit is één van de boeiendste geuren dit ik de laatste tijd in mijn glas had. Smaak: jawel, de smaak moet niet veel onderdoen voor de neus. Hij is zowel zoet (de honing), als grassig (het hooi, de heide, gedroogde bloemen, linde…) en subtiel kruidig. Erdoorheen priemt iets zalig zilts en een beetje turf. My God, dit is goed. Afdronk: dat is het leuke aan dit soort whisky, er is ook nog een afdronk. Geen idee wat het is, maar het profiel doet me wel wat denken aan oude Talisker of oude Springbank. Of oude Highland Park? Zou ook kunnen. Die honing, die heide. Whatever, dit is bangelijk lekkere whisky. En niet dat ik al geweldig veel Springbank, Talisker of HP 1951 gedronken heb. Omzeggens geen. Talisker 1953 daarentegen… Highland Park 1955… zucht. Iemand uitsluitsel? 94/100

Feest

Voor mij dan toch. Ik heb lang getwijfeld welke whisky ik zou selecteren voor mijn duizendste proefnotitie. Maar omdat ik nogal het besluiteloze type ben, ga ik het feest een beetje rekken. Ik heb de laatste maanden enkele whisky’s verzameld – het dient gezegd dat dit in de meeste gevallen spijtig genoeg flesjes van 2 of 3 cl zijn, alhoewel het financieel gezien beter zo is – en proef deze één voor één gedurende de komende dagen, eventueel onderbroken door een intermezzo indien daar (een goede) reden toe is. Het zijn stuk voor stuk whisky’s waarvan ik weet of hoop dat ze mij in de zevende hemel zullen doen belanden. Ik begin met één van de whisky’s die in de afgelopen drie jaar op mij het meeste indruk maakte, nl. de Glen Grant 21y Securo Cap. De securo cap was een sluiting (type draaidop) die enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 gebruikt werd. En aangezien Glen Grant z’n deuren sloot tijdens WO II, is dit dus jaren dertig whisky. Roffel roffel, hier volgt review nummer duizend.

 

Glen Grant 21y 70° proof, 40%, G&M early 1960’s, securo cap
Ah man, memories! Een avond voor Kerst, een kelder in Mortsel, een gezelschap waarbij het kwijl langs de mondhoeken naar beneden droop. Ik vond dit toen fenomenaal goede whisky, ik vind dat nu… euh, fenomenaal goede whisky. Die neus is echt uniek, indrukwekkend lekker maar niet eenvoudig te beschrijven. Laat me toch een poging wagen. Om te beginnen zoet: acaciahoning, gebak, zoet fruit à la banaan, rode appels en peer. Die banaan is gebakken banaan, met rum en honing. Rum-rozijnen. Dan heide en gedroogde bloemen. Daar stopt het bijlange nog niet bij, hij gaat verder op balsamico crème, oud leder en antiekwas. En de geur deed me van in het begin aan iets denken waar ik maar niet kon opkomen, tot het me ‘Eureka!’-gewijze te binnen schoot: Normandische pannenkoek geflambeerd met Calvados, boenk er op. En nog blijft hij evolueren. Aan de hand van een prachtige onderliggende kruidigheid bijvoorbeeld. En Canada Dry, en een beetje okkernoten, en… dat blijft maar doorgaan en doorgaan. Vermoeiend in zekere zin. Maar wat kan het me schelen! Ronduit subliem! Op de tong is hij smeuïg, dik, zoet en kruidig. Ik schrijf op: zoete appels, kaneel, gember, hars, herbal, siroop, munt, honing, Calvados, belegen eik…. Ja, vooral veel puntjes. Alles elegant, subtiel, niks scherps, complex… zo fucking complex! En lékker dat dit is! De afdronk? Pfff, whatever, lang en bitterzoet en dat zegt niks, ik weet het. Een juweeltje uit een zeer ver verleden. Hoeveel scoorde ik ‘m indertijd? 97? Wel, vandaag doe ik daar geen sikkepit van af. Buitenaards inderdaad. 97/100

Duizend

Wel, bijna toch. Vrijdag publiceerde ik mijn 999ste proefnotitie. En dat na drie jaar en drie maanden Onversneden. Time flies. Ik heb dan ook wat lekkers (en ja, dat is een understatement) klaar staan, maar daarover later meer. Ik wil immers van de gelegenheid gebruik maken om een soort van round-up te maken van Onversneden. Sommige bloggers geven bij het begin van een nieuw jaar een overzicht van hun bezoekersaantallen en dergelijke van het voorbije jaar, ik heb dat tot op heden nooit gedaan, omdat ik er niet direct de meerwaarde van inzag. Of wou inzien, want ik krijg daar toch regelmatig (nee, dat is gelogen, af en toe) vragen over. Vandaar dat ik de gelegenheid te baat neem om eens wat cijfers de ether in te gooien, zonder het evenwel te kunnen laten daar enkele al dan niet zinvolle bedenkingen bij te formuleren.

 

Bezoekersaantallen. Tricky! Sommigen geven zogenaamde pageviews of bezichtigingen, andere bezoeken, nog andere unieke bezoekers. Het is dus niet altijd even evident appels met appels te vergelijken. Indien jij vandaag drie maal Onversneden bezoekt, de eerste keer twee pagina’s opent, de tweede keer één en de derde keer vier, zijn dat zeven bezichtigingen, drie bezoeken en één unieke bezoeker. Spijtig genoeg heb ik geen cijfers over het aantal unieke bezoekers, daarvoor moet je Google Analytics of andere site stats in je pagina’s hebben staan, wat ik niet heb. Soit, bezichtingen en bezoeken dus. Onversneden genereert tussen de 500 en de 800 bezichtigingen per dag, met de laatste maand een gemiddelde van 588. Aan gemiddeld 1,4 bezichtigingen per bezoek geeft dit meer dan 400 bezoeken per dag. Rekening houdend met het feit dat het Nederlands het hinterland ervan behoorlijk inperkt, overtreft dit eerlijk gezegd mijn stoutste dromen.

Omwille van die taal merk ik dat de pagina’s regelmatig worden vertaald. De top-3 van talen zijn niet echt verrassend te noemen, nl. Engels, Duits en Japans. Ook Chinees, Frans en Zweeds scoren niet slecht. Een aparte vermelding verdient echter Swahili. No kidding, weliswaar buiten de top-10, maar toch. Swahilli! Ik stel me dan de Keniaanse savanne voor, een local die zich Hakuna-Matata-gewijze tegen een baobab vlijt en op z’n laptop http://www.onversneden.com intikt (of nee, uit z’n favorieten selecteert). De realiteit is ongetwijfeld een stuk prozaïscher, maar sta me toch toe dit beeld even te koesteren.

 

Bezoekduur. Ook tricky! Er moet immers een onderscheid gemaakt worden tussen de gemiddelde bezoekduur en de tijd dat de gemiddelde bezoeker op de site blijft hangen. Voorbeeld: indien er van de laatste 100 bezoeken een bezoeker 2 uur op Onversneden zit en de andere 99 telkens een tiental seconden, krijg je een gemiddelde bezoekduur van 1 min. 22 sec. terwijl de gemiddelde bezoeker maar 10 seconden op de blog blijft. De gemiddelde bezoekduur op Onversneden is trouwens 2 minuten en 26 seconden.
Maar als ik het voorbeeld van daarnet concretiseer en de laatste 100 bezoeken nader bekijk, zie ik dat 41 van de 100 bezoeken geregistreerd staan als een 0 seconden bezoek. Een 0 seconden bezoek is een niet relevant bezoek, ééntje met een duur van minder dan vier seconden. Typisch en ongetwijfeld herkenbaar: Onversneden openen, zien dan er niets nieuws gepubiceerd staat en onmiddellijk weer weg. Of nog: zoekopdracht ‘mest schapenstal te koop’ in Google ingeven, resultaat ‘Brora 1972’ aanklikken, en met gefronste wenkbrauwen weer teruggaan naar de zoekresultaten.
Daarnaast zijn er 24 bezoeken met een duur tussen 4 en 10 seconden. Typisch: pagina openen, lezen over welke whisky het gaat, conclusie en score lezen en weer weg. Toch is de gemiddelde bezoekduur van die laatste 100 bezoeken 4 minuten en 11 seconden omwille van een paar lange bezoeken van meer dan een uur en één van 2 uur en 36 minuten (get a life!). De mediaan echter is een bezoek van 8 seconden. Het is dus belangrijk te weten wat je meet.

 

De populairste pagina is de home page, gevolgd door ‘geproefd’, wat niet hoeft te verbazen omdat er van daaruit veel genavigeerd wordt. Daarna volgen Whisky Top 20, Japan, Over en Whiskytermen.
De populairste zoektermen zijn ook weinig verrassend: onversneden, whisky kopen, whisky top-10, whisky tasting notes, japanse whisky, onversneden whisky, beste whisky, whisky besprekingen, whisky veiling, duurste whisky, whisky reviews… maar bv. ook Duvel distilled deed het goed, net als Lagavulin, Brora, Clynelish, Bowmore, The Belgian Owl, Bruichladdich, Ardbeg, Benriach, Laphroaig, Glenfarclas, Springbank en Port Ellen. Diageo, Douglas Laing, Blackadder (hier zitten ongetwijfeld een hoop mensen tussen die niet begrijpen hoe ze hier terecht zijn gekomen), Rare Malts, Samaroli, Signatory, Malts of Scotland, La Maison du Whisky, Gordon & MacPhail, Duncan Taylor, Dewar Rattray zijn ook populair. Ook op een zekere Luc Timmermans wordt veel gezocht. Zou die iets hebben met whisky misschien?

 

De whisky’s die tot vandaag het meest aan bod zijn gekomen, zijn Caol Ila (36), Bowmore (32), Ardbeg (31), Laphroaig (30), Brora (28), Clynelish (27), Port Ellen (27), Glenfarclas (26), Benriach (26), Springbank (26), Highland Park (24) en Longmorn (21). Ik kan niet onder stoelen of banken steken dat mijn persoonlijke voorkeur enigzins meespeelt in het selecteren van whisky’s. Zo geweldig veel Brora wordt er immers niet meer gebotteld, maar je moet al erg je best doen om geen Caol Ila, Laphroaig, Clynelish of Bowmore tegen te komen.

 

Voila, tot zo ver deze kleine round-up. Er rest mij jullie enkel nog te bedanken voor de online bezoeken. Zoals gezegd ga ik me de komende dagen wat lekkers inschenken, laat je niet weerhouden dit zelf ook te doen. Op het onversneden zintuiglijk genot dat whisky ons dag in dag uit verschaft!

 

Tomatin 18y

Ondanks twee faillissementen (in 1906 en 1985), was Tomatin op een gegeven ogenblik de grootste distilleerderij van Schotland. Het heeft in totaal 23 stills, resulterend in een productie van 12 miljoen liter alcohol (25 miljoen flessen whisky) per jaar. Vandaag wordt nog niet de helft van deze productiecapaciteit (5 miljoen liter) gebruikt.

 

Tomatin 18y, 46%, OB 2011
Volle, romige, bitterzoete sherryneus. Heerlijke sensaties van zoet fruit: crème de cassis, frambozen, gevolgd door honing, heide, koffie en tabak. Een klein beetje rook (van het hout). Wat munt ook en meer en meer zoethout. Ook op de tong is de toon bitterzoet. Kruiden (gember, peper) en eik aan de éne kant, karamel, honing, crème brûlée en marsepein aan de andere kant. Zacht, romig mondgevoel, boterig bijna. En de balans tussen beide sensaties is perfect. Lange, bitterzoete afdronk op eik, honing en kruiden. Wel, ik vind dit erg lekkere whisky. En voor een goeie 50 euro een prachtige prijs-kwaliteitverhouding. 89/100

Port Ellen 29y 1979, Douglas Laing for Duty Free

Port Ellen, we kunnen er niet genoeg van krijgen! Met alle 1982 en 1983’ers die recent gebotteld worden, stel ik voor even stil te staan bij eentje uit 1979, gebotteld door Douglas Laing onder z’n exclusieve Platinum label.

 

Port Ellen 29y 1979/2009, 53.8%, Douglas Laing Platinum for World Duty Free, 261 bottles
De neus vermengt turf met wat bitters. Noten, graan, de schil van pompelmoes, hooi. Langzaamaan komen er zilt en zoete tonen door. Honing, zachte karamel. Oké, fudge. Zéér lekker by the way, zeker na wat lucht happen. Stevig en dik op de tong, met turf, citrus, hout, noten… dezelfde zalige bitterheid van in de neus. Zilt en kruiden (kruidnagel, peper) niet te vergeten. Knappe balans tussen al deze smaken. Toch een ander profiel dan Port Ellen van begin jaren tachtig. De afdronk is lang en zet zich mooi in het verlengde van de smaak. Prachtige Port Ellen. Again. 92/100

Littlemill 18y 1991, G&M Reserve for LMdW

Dat Littlemill 1990 wreed lekker kan zijn, weten we ondertussen wel, écht wel, eens zien of ook een 1991 mij kan bekoren. Deze Gordon & MacPhail werd in 2009 gebotteld voor La Maison du Whisky onder het G&M Reserve label.

 

Littlemill 18y 1991/2009, 46%, G&M Reserve for LMdW, cask 94, 287 bottles
De neus start zoet op honing, marsepein en nougat. Daarna komen er wat waxy tonen door. Bijenwas. Geboend leder. Zoet fruit ook: ananas en rijpe kruisbessen. Een heel klein beetje rook op de achtergrond (dit is niet de eerste Littlemill waar ik dit bij heb). Op de duur ook wat kruiden. De smaak is zacht en romig, fruitig en zoet. Vanille, pompelmoes en wit fruit. Appels en peren. Een lichte granigheid en ook hier wat kruiden. Middellange, eerder zoete en wat grassige afdronk. Erg lekkere (zeker op de neus) en vlot drinkbare Littlemill. 87/100

Bunnahabhain ‘Darach Ùr’

De Bunnahabhain Darach Ùr zou volledig gerijpt zijn op nieuwe eiken vaten uit de States (Darach Ùr is trouwens Gaelic voor ‘nieuw hout’) en werd gebotteld exclusief voor de duty free markt, maar is ook op andere plaatsen verkrijgbaar voor een 50 euro.

 

Bunnahabhain ‘Darach Ùr’, batch No. 1, 46.3%, OB 2009
Zoete neus met best wat fruit. Gekonfijt fruit, perziken, abrikozen en bananen. Groene bananen. Vanille-fudge. Hazelnoten. Iets licht floraals. Erg aangename neus en veel minder woody dan gevreesd. Op de tong ook zoete tonen, net als licht bittere. Kruiden (gember en nootmuskaat – die doemen wel vaker samen op), rozijnen op rum, braambessen en bosbessen. Opnieuw groene banaan en wat meer vanille dan op de neus. Vrij lange, bitterzoete afdronk met het fruit dat aanwezig blijft tot het einde. Een tweede keer proeven geeft wat meer hout, vers geschaafd hout op de neus. Maar in tegenstelling tot sommigen vind ik dit erg lekkere whisky, helemaal niks mis mee. 86/100

Tobermory 15y

In z’n 187-jarig bestaan (oprichting 1823) heeft de productie bij Tobermory exact honderd jaar stilgelegen, van 1837 tot 1978, van 1928 tot 1972 en van 1975 tot 1990. Tobermory is vandaag eigendom van Burn Stewart, die ook Bunnahabhain en Deanston in portefeuille heeft.

 

Tobermory 15y, 46.3%, OB 2010
Lichte sherrytonen in de neus: gedroogde abrikozen, noten, peterselie (vegetaal) en zelfs een klein beetje sulfer. Oké, een heel klein beetje. Gestoofd fruit ook, het maken van confituur. Aardbeienconfituur that is. Vers gemaaid gras ontwaar ik ook nog. De smaak is vol en rond, start zoet met naast het gedroogde fruit van de neus ook wit fruit à la appels en peren. Het vegetale opnieuw (peterselie, kervel), naast best wat kruiden (zoethout, gember, nootmuskaat), mokka, tabak en chocolade. Middellange, licht drogende en vooral kruidige afdronk. Correcte, aangename whisky waar ik evenwel niet echt warm van word. 81/100

Bruichladdich Organic

De Bruichladdich ‘Organic’ is een 100% organische whisky. Dit wil zeggen dat de ingrediënten op bio-dynamische wijze geproduceerd werden én van Schotse oorsprong zijn. Het graan komt van vijf Schotse boerderijen. De whisky is gecertifieerd door de Bio Dynamic Agricultural Association. De naam die deze botteling meekreeg is Anns an t-seann doigh, ofte ‘zoals het vroeger was’.

 

Bruichladdich ‘Organic’ 2003/2009, 46%, OB, 15000 bottles
Maltige en granige neus. Bierbeslag, gist, ontbijtgranen. Wat gele appels erdoorheen, maar weinig andere elementen. Misschien een beetje aardbei op de achtergrond. Saai. Ook de smaak is vooral granig. Pils (goedkope pils), wort, wat florale toetsen, schil van sinaas… vrij bitter en niet echt lekker te noemen. Middellange, licht bittere afdronk op granen en kruiden. Een dag later een tweede keer proeven geeft een gelijkaardig oordeel, echt appreciëren kan ik deze whisky niet. 73/100

Springbank 1969/1995 Signatory

Springbank uit de jaren zestig… we weten dat dat wreed lekker kan zijn. Hoog tijd dus om dat nog eens onder mijn neus en aan mijn lippen te zetten.

 

Springbank 1969/1995, 51.7%, Signatory dumpy, 790 bottles
Ja ja, dit is wat men lekkere whisky noemt. Waxy sherry! De geur van boenwas en antieke meubels vermengd met noten, rood fruit (gestoofd rood fruit), braambessen, tabak en lichte farmy notes. Mosterd in de verte. Duidelijker waar te nemen is marsepein. Eucalyptus ook. Njummie! Deze Springbank voelt erg dik aan, stroperig bijna. Ik heb lichte turf, mandarijn en sinaasconfituur met de sherry die meer en meer naar voor treedt. Chocolade, rozijnen op rum, koffie, eik, wat zilt, peper en hars. Mooie bitterheid. Lange, bitterzoete afdronk op dadels en peper. Erg lekkere oude Springbank. 90/100

Twee exclusieve Tomatin single casks

Laat ons even de decadente toer op gaan. Recent bracht Tomatin twee exclusieve single casks uit, een 1982 en een 1973, geselecteerd door Master Distiller Douglas Campbell himself. Het exclusieve zit ‘m onder andere in de verpakking maar ook in de prijs, je betaalt al gauw 350 pond voor de 1982 en 500 pond voor de 1973. Pond. Deze whisky’s kunnen maar beter waanzinnig goed zijn.

 

Tomatin 28y 1982/2010, 57%, OB, refill sherry, cask 92, 560 bts.
Lekkere, zachte, zoete sherryneus met licht florale tonen. Rozenbottel. De sherry vertaalt zich in noten, zoethout, leder, pruimen, eucalyptus en tabak. Een klein beetje rook ook. Woodsmoke. Geroosterd vlees. Ook behoorlijk wat fruit. Sinaas vooral. Opgelegde peren? Kaarsvet. Anijs komt ook om de hoek kijken. Aangenaam, complex en perfect gebalanceerd. De smaak is vol, romig en ondanks het alcoholpercentage zijdezacht. Donkere maar absoluut geen bittere chocolade, dadels, vijgen en kruiden springen er in eerste instantie uit. Dan kruidnagel, kaneel en behoorlijk wat zoethout. Daarna hazelnoten en lichte eik. De sinaas hebben we terug, net als wat roze pompelmoes. Lange, verwarmende afdronk. Zachte, erg toegankelijke en ook erg lekkere whisky maar veel te hoog geprijsd. 88/100
 
 

Tomatin 36y 1973/2010, 44%, OB, refill bourbon, cask 26502, 184 bts.
O, dit is meteen full blown op fruit. Zoet fruit. Sappige peren en dito rode appels, bananen en andere tropische varianten. Mango, meloen enzo. Honing, marsepein, boter, gedroogd gras en kruiden. Kruidenlikeur à la Jägermeister. Zalig is dit! De smaak is licht en subtiel en moet het hebben van fruit en kruiden. Qua fruit de peer weer, net als het tropische fruit. Wat eik, maar op de achtergrond. Hier mist hij misschien een beetje power. Dat laatste zorgt er ook voor dat de afdronk niet al te lang is, op fruit en honing. Zilt? Een beetje ja. Licht drogend. Wreed lekker, zeker op de neus, maar ook hier is de (retorische) vraag of hij z’n exuberante prijs wel waard is. 90/100