Spring naar inhoud

Archief voor

Verjaardagsdram

Buiten een after-dinner Cragganmore heb ik m’n 40e verjaardag voorbij laten gaan zonder een deftige verjaardagsdram. ’t Is dat ik die dag niets binnen handbereik had, het was anders niet waar geweest. Laat me dit vandaag goedmaken met een Port Ellen uit m’n geboortejaar, een Port Ellen die best wel als ‘deftig’ kan doorgaan.

 

Port Ellen 19y 1970/1989, 40%, Sestante import, Parma, 75cl – Islay
Woensdag gedronken bij Mara, rest van de fles (een zestal centiliter) zonder twijfelen aangeschaft en mee naar huis genomen. Djééé man, er is echt niet veel lekkerders dan Port Ellen van eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Deze Sestante bewijst dit eens te meer. Neus: fantastisch! Sappig fruit. Peer op het toppunt van z’n rijpheid, mango, perzik. Boter, romige vanillepudding, crème brûlée. Zachte zoete turf op de achtergrond. Na enige tijd komt er een beetje zilt en een vleugje peper door. Oesters. Héél subtiel allemaal. Smaak: idem dito. Complex en o zo verfijnd, de alcohol is amper te proeven. Wel veel fruit (citrus – witte pompelmoes vooral), honing, amandel, peper en turf. De turf prominenter dan op de neus. Lange filmende afdronk met het fruit, de turf en het zilt die strijden om de aandacht. OK, misschien was ie beter niet versneden, 45 à 50% had ‘m wat meer pit gegeven, maar de ‘sterkte’ van deze whisky ligt juist in het succulente mouth-watering zacht-zoete karakter ervan. Je hebt echt niet het idee iets op – toch nog – 40% alcohol te drinken. Het kapt binnen als (goddelijk) fruitsap. Dit is genieten in overdrive. 95/100

Advertenties

Glenmorangie 10y

Glenmorangie 10y, 40%, OB 2007 – Highland
Lichte zilt in de neus, met wat zeepondertonen. Of is het ‘bloemig’? Fruitig ook. Rijpe perzik, abrikoos. Vanille. Smaak is zoet en licht kruidig. Wordt zoeter en zoeter. Korte zoete afdronk. Beter dan de 2000 botteling die ik al eens besprak, maar bijlange nog niet écht lekker te noemen. 72/100

Glenrothes 29y 1969, SMWS

Terug van een onvergetelijk tripje naar de imposante whiskykelder van Mara (Limburg, Duitsland), schrijf ik vandaag mijn notes uit van een zalige Glenrothes die ik enkele weken geleden proefde.

 
Glenrothes 29y 1969/1999, 49.8%, SMWS 30.26 – Speyside
Dit is een erg lekkere en complexe Glenrothes. Heel fruitige neus met waxy en kruidige toetsen erdoorheen. Honing. Ook in de smaak mooie verwevenheid van fruit (peer vooral) en kruiden. Gember? Peper sowieso. Aangename bitterheid. Lange, droge afdronk met lichte fruittoetsen. Veruit mijn beste Glenrothes tot op heden. 90/100

Twee Ardbegs

Ardbeg Almost There 1998, 54.1%, OB 2007 – Islay
De derde stap naar de nieuwe 10y, gedistilleerd in 1998 (heropening distilleerderij). Eerste (Very Young) en tweede (Still Very Young) heb ik niet geproefd, maar ik kan me voorstellen dat deze wat minder ruw is. Toch is het een echte turf-bom. Behoorlijk medicinaal in de neus met veel zee associaties. Zeewier en zilt. Houtskool. Granen. Onrijpe peren. Minder fruitig dan de 10 jarige die ik heb staan. Ook in de smaak is weinig fruit te detecteren. Wel véél turf en kruiden. Terugkerende rook. Lange turf-afdronk met de peper. Ontbeert wat complexiteit, maar wat extra rijping kan wonderen doen. 82/100
 
Ardbeg 20y 1978, 43%, OB 1998 – Islay
Erg zachte Ardbeg. Waar zit de turf? Neus van granen, beetje fruit en in de verte heel lichte rook. Licht zoete, vettige en fruitige smaak. Redelijk korte en fruitige afdronk met op het eind lichte rook. Erg atypisch allemaal, maar best lekker. 85/100

Glen Grant 5y 1964

Glen Grant 5y 1964, 40%, OB for Giovinetti, Italy, bottled +/-1969 – Speyside
Oh nee, deze whisky had al veel eerder opgedronken moeten worden. Plat, vlak, slappe thee, héél slappe thee. The spirit has gone. 46? Waarom 46? Geen idee, vond 40 of 50 nogal cliché. 46/100
 
Morgen proef ik twee Ardbegs, ter compensatie.

Macallan 10y Sherry oak

Macallan 10y ‘sherry oak’, 40%, OB 2008 – Speyside
Niet te verwarren met de 10 jarige ‘fine oak’ (gerijpt op zowel sherry- als bourbonvaten). Deze 100% sherrygerijpte whisky heeft een klein beetje sulfer in de neus, kost punten. Daarnaast karamel, fruit en slappe koffie. Smaak is licht, met granen, opnieuw wat karamel en een beetje fruit. Vrij korte afdronk. Niks om over naar huis te schrijven. 69/100

Twee nieuwe Malts of Scotlands

Highland Park 20y 1989/2009, 51%, Malts of Scotland, cask 10521, triple wood, 280 bottles – Orkney
Triple wood? Wel ja, deze HP heeft na een dikke twintig jaar op bourbonvat nog drie maand gerijpt op portovat en daarna nog ’s drie maand op sherryvat. Sobere, ‘strenge’ neus. ‘Austere’, mocht ik in het Engels schrijven. Wat eerst opvalt, is het gedroogde gras, hooi, gedroogde bloemen, potpourri. Honing ook, eucalypthus en een beetje hars. Vernis. Fruit? Niet veel, een toefje aardbeienconfituur misschien. Een weinig rook op de achtergrond. De smaak is behoorlijk droog, kruidig, met het hars en de honing uit de neus, naast een stevige stukje hout. Wat rubber. Kirsch? Drogende afdronk met peper en gember. Lekkere, maar zeker niet de beste Highland Park die ik al dronk. 82/100
 
Bowmore 14y 1995/2009, 56.7%, Malts of Scotland ‘Clubs’, cask 113, sherry but, 316 bottles – Islay
Dit is de eerste Malts of Scotland gebotteld in de ‘Clubs’ reeks, whisky’s geselecteerd door en gebotteld voor whiskyclubs, in dit geval de Maltisten uit Wesfalen. Een lekkere jonge Bowmore met mooi gebalanceerde turf is dit, vooral op de neus, de turf is wat scherper op de tong. Maar het blijft dus niet bij turf. De geur geeft ook roze pompelmoes, mandarijn, kruiden en wat medicinale toetsen. Tandartstoestanden. Dat medicinale zit ook in de smaak, naast houtskool, zilt, wat citroen en nootmuskaat. Best lekker. Eerder lange afdronk op turf en citrus. Ja ja, Bowmore heeft zich in de jaren negentig goed herpakt. Laat dit soort whisky 10, 20 jaar langer rijpen – zodat de turf nog wat meer naar de achtergrond verschuift en het fruit en de kruiden nog meer ruimte krijgen – en we gaan op onze oude dag nog heel wat beauties uit dit decenium tegenkomen. 86/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

International Malt Whiskyfestival Gent

Het eerste weekend van februari vindt de 7de editie van het Internationaal Whisky Festival Gent plaats. Dit festival, dat in 2004 boven de doopvont werd gehouden, is ondertussen een vaste waarde bij menig festivalganger. Ikzelf heb twee edities gefrequenteerd, in 2007 en 2008. Vorig jaar heb ik moeten passen maar dit jaar hoop ik weer een dagje mee te kunnen pikken.

Mijn herinneringen leren dat het festival vooral de nadruk legt op het recente bottelingen, officiële en onafhankelijke, maar dat er ook wel enkele standen zijn met het zeldzamere werk. Het biedt een vrij volledig overzicht van wat er heden ten dage aan whisky gebotteld wordt. De instapwhisky’s zijn over het algemeen gratis te proeven, de rest betaal je met ‘drams’ van 1 euro. Er is een shop waar je heel wat van het geproefde kan kopen, er zijn Masterclasses en dit jaar wordt een nieuw concept, ‘Speed tasting ‘gelanceerd.
Het festival start trouwens al op vrijdag 5 februari met een avondsessie en loopt het ganse weekend door. Plaats van het gebeuren is het Internationaal Congres Centrum (ICC) in Gent. Toegangsprijzen, uren en nog heel wat meer informatie vind je terug op de website.

De festivalbotteling is er dit jaar ééntje uit de Cooley-stal, een Connemara Single Cask op 59.7% (vat 250).

Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’

Vrijdagavond ben ik effe bij Bert Bruyneel gepasseerd. Nu ja, ‘effe’… na wat Bert me in de kraag goot, zou huiswaards rijden wel héél onverantwoord zijn geweest, dat ‘effe’ werd dus al gauw een etmaal. We proefden veel en vooral fantastisch spul, Bert toonde zich een geweldige gastheer moet ik zeggen. Ik kom hier volgende week zeker nog op terug, maar eerst wil ik even tijd maken voor de Goldlys 1994 Limousin Cask, een whisky waar Bert op z’n dagboek al de loftrompet over heeft gestoken. Eigenlijk zou ik deze post de titel ‘Bert Bruyneel heeft weer gelijk’ moeten geven, naar analogie met mijn bevindingen van de Benriach 1976 for LMDW, maar ik zou niet willen dat hij naast z’n schoenen gaat lopen. In ieder geval, ik was stevig onder de indruk van deze Belgische whisky. Zeker gezien de reputatie en mijn eigen ervaring met Goldlys, was ik behoorlijk sceptisch voordat ik proefde, maar ik kon m’n verbazing moeilijk maskeren vrees ik, dit is wreed lekker spul man! Echt waar, je houdt het niet voor mogelijk, de inhoud stemt gevoelsmatig niet overéén met het label. Ik heb trouwens met m’n eigen ogen gezien dat Bert de fles opende, hij heeft niks anders in een lege Goldlysfles gekapt (en ja, ik was toen nog bloednuchter, het was amper nummert zes in de line-up).
Om toch in alle objectiviteit te oordelen (voor zo ver dat mogelijk is natuurlijk, het blijft in sé een heel subjectieve bezigheid), vroeg ik of ik een sampletje meer naar huis mocht nemen en nu proef ik ‘m dus nog eens op m’n gemak en los van enige situationele beïnvloeding (ja, ’t was gezellig bij Bert).

 
Goldlys 1994/2009, ‘Limousin Cask’, 55% OB, Filliers, 440 bottles – België
De neus is zalig zoet en fruitig. Ik heb vanille, kandijsuiker, crème brûlée, onrijpe banaan (nog wat groen, maar al wel eetbaar), geconfijt fruit, antiekwas, een fruitgaard in bloei, een beetje hout… erg complex. De smaak is romig en mondvullend, op kruisbessen, meloen, kiwi, vanille, hout, nootmuskaat, peper, gesuikerde lindethee en ook hier een zalig waxy toefje. Wat drogend naar het einde. Lange, droge afdronk op fruit, hout en kruiden. Ja wadde, dit scoort achteraan in de tachtig verdorie. Een Goldlys! Een geweldig lekkere, complexe en mooi gebalanceerde Goldlys dus. En neen, er zit geen fout in deze zin, sinds heden kunnen ‘Goldlys’, ‘lekker’, ‘complex’ en ‘geweldig’ perfect in één zin samengaan.

We hebben er vrijdag de Amrut for Crombé naast gezet, om een eikpunt te hebben. Ik gaf deze laatste 89 punten. Het zijn verschillende profielen maar qua beoordeling komt de Goldlys héél dicht in de buurt, is op de neus misschien een tikkeltje minder complex, maar het scheelt niet veel. Een product om als Belg verdomd trots op te zijn. En dit voor een schamele 30 euro… spread the word! 88/100

Oud naar nieuw III

Voor het laatse paar tekende Glendronach. We proefden twee twaalfjarigen, de laatste en een botteling van midden jaren tachtig.

 

Glendronach 12y, 40%, OB 2009 – Speyside
Dit is een recentere versie dan degene die ik een tijdje geleden proefde. Die had een crème kleurig etiket bovenaan, bij deze zijn beide etiketten bordeaux. Deze 2009 vertoont aangename cleane sherry met associaties van noten, karamel, pruimen, hout, tabak. Gember? Vrij zoet op de tong, met woudvruchten en lichte rook. Wat hout en een lichte kruidigheid. Eerder korte, droge en kruidge finish. Beter dan de vorige batch, maar nog niet helemaal my cup of tea. 77/100
 
Glendronach 12y, 43%, OB bottled mid 1980’s, 75cl – Speyside
Qua cup of tea komt dit al een pak dichter in de buurt. Lekkere zacht-zoete sherry met rozijnen, sinaas, honing, leder, tabak, rozebottel en nog veel meer. Complex die neus. Ook in de smaak is dit complexer dan het recentere werk. Vettig, romig met karamel, sinaas, noten, kruidenthee… wat drogend. Oh ja, dit is écht lekker. De afdronk is best lang, kruidig en fruitig. 89/100

 

Yep, de oude was weerom de beste. Het was vroeger gewoon allemaal beter verdorie. Alhoewel dit natuurlijk niet voor elke whisky geldt, maar zo van die oud-naar-nieuw tastings zijn soms toch vrij ontluisterend.

 

De gezamelijke top 3 was identiek aan die van mij:

  1. Glendronach 12y – oud
  2. Dalmore 12y – oud
  3. Ambassador 8y

Als afsluitertje kregen we nog de Laphroaig Cairdeas 12y te drinken, een beetje turf voor de mensen die dit in de voorgaande whisky’s gemist hadden. Ik blijf dit een erg lekkere Laphraoig vinden, ietsje beter dan de voorganger, de Cairdeas NAS, van 2008.

Oud naar nieuw II

Het twee koppel whisky’s was een jonge en een oude Dalmore 12y, de meest recente versie en ééntje gebotteld rond 1980.

 
Dalmore 12y, 40%, OB 2009 – Highland
Heel spirity en jong in de geur. Wit onrijp fruit. Harde peren. Vrij vlak. Na enige tijd wat hout, granen en een lichte kruidigheid. Smaak is mineralig en wat fruitig. Hout en vanille vervolledigen het plaatje. Korte bitterzoete afdronk. Niet slecht, maar daar is ook alles mee gezegd. 73/100
 
Dalmore 12y, 43%, OB bottled +/-1980, Black & Gold label, plastic screw cap – Highland
Veel meer fruit hier. Sappig, rijp fruit. Versgeperse sinaas o.a.. Iets waxy ook, tabak en honing. Njummie! Een lekkere kruidigheid in de smaak die ik in de neus niet aantrof, samen met lichte rook, honing, citrus en hout. Middellange finish, licht drogend. 85/100
 
Ook hier was de oude dus beter, merkelijk beter.

Oud naar nieuw I

Maandag stond er weer een Fulldram tasting op het programma, een ‘oud naar nieuw’ tasting, één van de klassiekers ondertussen. Deze week hiervan een verslagje.

 

Als welcome dram kregen we de Ambassador 8y ingeschonken, een blend gebotteld vóór 1975. Hij viel bij menigeen in de smaak, in die mate dat hij zelfs de top 3 haalde, ook bij mij.

Ambassador 8y, 43%, OB, Taylor & Ferguson Ltd., bottled <1975, 75 cl
Zachte, zoete neus met graan, honing, veel fruit (ananas onder andere) en bloemen. Dat laatste neigt een beetje naar zeep, maar dit is hier absoluut niet storend, integendeel. Geen franse hoeren hier. Licht waxy. Ook op de smaak is ie erg aangenaam. Zoet (cake) en fruitig. Granen. Hooi? Mocht misschien wat krachtiger, maar dan ben ik aan het zeuren. Geen al te lange maar wel lekkere fruitige finish. Lekkere whisky, en behoorlijk complex voor een achtjarige blend. 81/100
 

Na deze verrassende opener begonnen we aan onze eerste head-to-head, een Pride of Islay gebotteld eind jaren tachtig en de meest recente versie ervan. Pride of Islay is een label van Gordon & MacPhail en is een vatting van Islay whisky. Bij geen van beide konden we uitmaken welke whisky er in zat, de mengeling verdoezelde enig distilleerderijkarakter.

 
Pride of Islay 12y, 40%, Gordon & MacPhail, 2009
De neus is grassig, op hooi, levertraan, kokos, wat zilt en een beetje turf. Een beetje, echt niet veel. Komkommer? De smaak geeft granen, gras opnieuw, infusiethee (slappe kamillethee) en druivensap. Korte en lichte afdronk. Vrij matige whisky en zeker op de smaak zou je ‘m niet op Islay plaatsen. 71/100
 
Pride of Islay 12y, 40%, G&M, Meregalli, Milano, bottled end 1980’s, 75cl
Dit is dus compleet verschillend. Op de neus heb ik zoete cake, karamel, rozijnen, pruimen, noten… duidelijk meer sherryvaten in deze. Zilt ook en turf, meer dan in de recente. De smaak gaat hier op verder, met gedroogde abrikozen, dadels, sinaas, espresso, karamel en subtiele turf. Redelijk vettig, romig. Zoete en kruidige finish. 77/100
 
Zowat iedereen vond de oude beter dan de nieuwe, maar de nieuwe stelde dan ook echt teleur. Morgen het tweede koppel.

Glenury Royal 36y 1973, Blackadder

Glenury Royal 36y 1973/2009, 46.2%, Blackadder, cask 6863, 148 bottles – Highland
Mijn eerste Glenury Royal. Oh, tarte tatin op de neus! Vers gebakken, recht uit de oven. Met rozijnen dan nog. Zoet en fruitig dus. Gestoofd fruit genre appelmoes, iets stroperigs. Ja ja, gekarameliseerde suiker, en ook de kaneel zit er in. Ook de smaak is lekker fruitig en kruidig. Het hout blijft mooi op de achtergrond. Middellange, zacht zoete afdronk. Zeer lekkere oude Glenury Royal. 89/100

Nog twee Malts of Scotland

Glenglassaugh 25y 1984/2009, 54.7%, Malts of Scotland, cask 186, 213 bottles – Speyside
Zachte neus waarbij het fruit en het hout om beurten strijden om de aandacht. Het hout wint evenwel, de balans is zeker niet perfect. Qua fruit denk ik aan abrikozen, perzikken en pruimen. Gedroogde pruimen. Dadels ook. Karamel en cake geven het een zoete touch. Met enkele druppels water komt het zoete meer op de voorgrond. Kaarsvet? Ja, en ook heel wat kruiden na enige tijd. Zachte rook. Zoet en bitter domineren op de tong. Karamel, hout, kruiden en gedroogd fruit. Bittere chocolade. Middellange, kruidige afdronk die toch vrij snel uitdroogt, ondanks het beetje water dat ik toevoegde. 84/100
 
Glengoyne 11y 1998/2009, 55.9%, Malts of Scotland, cask 1133, 321 bottles – Highland
Zustervat van vat 1130, dat de hemel ingeprezen is. Op de neus stevige sherry met associaties van espresso, gedroogd fruit (rozijnen in de eerste plaats maar ook abrikozen en vijgen), noten, hout, verbrande cake, verbrande karamel en tabak. Sulfer? Misschien, vaag in ieder geval. Heavy! Hetzelfde geldt voor de smaak. Zware sherry. Bitterzoet en drogend, op okkernoten, geconfijt fruit, zoethout en bittere chocolade. Rauwe kastanjes ook. Eerder lange, droge en bittere finish met terugkerende kruiden. Sherryheads gaan dit geweldig lekkere whisky vinden, voor mij was ie er net over, net. 85/100

Mortlach 17y 1990, Van Wees

Mortlach 17y 1990/2008, 46%, Van Wees, The Ultimate, sherry, cask 5959 – Speyside
Zachte, lichte neus. Beetje zoet, beetje fruit. Abrikoos. Lichte rook ook. Sherry-touch. Allemaal erg licht dus. Niet slecht hoor, maar mist kracht. De smaak is beter (vaker is het omgekeerd), lekkere sherry: droog, wat bittere karamel, beetje rubber. Droge, zacht-bittere afdronk. Aangename whisky, maar ook niet meer dan dat. 78/100

Twee Port Ellens

Port Ellen 26y 1982/2008, 50%, DL Old Malt Cask, cask 4808, 731 bottles – Islay
Lichte neus op zilt, wit fruit (appel, peer) en lichte rook. Mist punch. Smaak is steviger, met peper en zout. En een beetje turf, of course. Kruidige afdronk. Lekker, maar wat ééntonig en er bestaan heel wat betere Port Ellens. 83/100
 
Port Ellen 21y 1982/2003, 46%, Silver Seal, 375 bottles – Islay
Dit is beter zie! Erg lekkere Port Ellen met zachte zilt, zeewier, oesters, sappige groene appels, zoethout, nootmuskaat en een beetje rubber op de neus. Complex en mooi gebalanceerd. De smaak ligt in het verlengde van de neus, maar geeft een hevigere rokerigheid. Lange, zilte afdronk. I like. 89/100

Rosebank 20y 1981 Rare Malts

Rosebank 20y 1981/2002, 62.3%, Rare Malts – Lowland

Een aanslag op m’n smaakpapillen! Deze whisky smeekt om water, is als cask strength niet te drinken. Met water teruggebracht naar een 50% en dan maakt de alcohol in de neus plaats voor granen, noten, mineralen, tabak, perzik en citroen. Wat bloemig ook. Vers gemaaid gras. Licht waxy ook. Sinnas na enige tijd. Best complex. De smaak is ook met water nog altijd erg pittig en prikkelend. Veel peper en citroenen. Lichtjes bitter. Aangenaam bitter. Anijs? ja, maar subtiel. Hout en noten ook, en hooi. Opnieuw de sinaas, maar ook hier pas na enige tijd. Behoorlijk lange, intense, kruidige afdronk. Al bij al een erg lekkere en complexe whisky, maar dat water is echt wel noodzakelijk. 89/100

Springbank 22y 80° proof Cadenhead dumpy

Springbank 22y 80° proof, 46%, Cadenhead dumpy, refill sherry, bottled late 1970’s – Campbeltown
Ha, nog eens zo’n goeie ouwe dumpy! Dat zijn zo van die lelijke gedrongen flessen in bruin glas. Deze moet ergens tweede helft jaren ’70 gebotteld zijn. Erg complexe neus met vanille, hout, citrus, mineralen (de geur na een zomerse regenbui), amandel. Marsepein. Top! De smaak is fruitig en zoet (de vanille opnieuw), met subtiele rook. Ook wat peper en iets licht bitters. Zalig man! Middellange, fruitige finish met ook hier een toefje peper. Schitterende oude Springbank. 93/100

Teaninich 1971, Samaroli

Teaninich 1971, 45%, Samaroli ‘Expression’, 2006, cask 3574 – Highland
Aangename, zachte neus met veel fruit en bloesems. Peer, appel, perzik, Europees fruit dus. Planten, gras. Ook de smaak is fruitig, met zoete vanilletoetsen, kruiden en een beetje hout erdoorheen. De finish is kruidig en licht drogend. Kaarterswhisky, zo’n fles is leeg voor je het merkt. 83/100