Spring naar inhoud

Archief voor

Belastingsaangifte

Vandaag zitten zwoegen op onze belastingsaangifte. En dan blijkt dat we volgend jaar minder gaan terugtrekken dan dit jaar… Heb maar wat troost gezocht in een geweldig lekkere, oude Bowmore.
 
Bowmore 32y 1968, 45.5%, OB 2000, 1860 bottles – Islay – 92/100
Mijn eerste jaren zestig Bowmore… Fantastische neus met veel fruit (tropisch fruit, maar ook appel, peer, banaan), heerlijke rook, bloemen, vanille. Iets waxy (boenwas) ook. Erg complex. Ook fruit in de smaak (eerder citrus hier), naast kruiden en weerom de zalige rook. Lange afdronk. 92 punten, vooral dankzij de indrukwekkende neus.
 
Voor alle duidelijkheid, dit was een sampletje van 2cl, geen fles. Zoveel hebben we dit jaar nu ook weer niet teruggetrokken…

Advertenties

Longrow – we geven niet op

Gisteren nog het flesje met opschrift ’14y’ geledigd, vandaag dat met vermelding ‘Gaja Barolo’.
 
Longrow 14y, 46%, OB 2007 – Campbeltown – 89/100
Mmm, dit is lekker! Zachte, zoete turfneus. Zwavel, maar het aangename type. Wat zilt ook. Gerookte heilbot! Zee associaties. Jodium. Vanille. Zoethout. Complex en wreed lekker die neus. Ook de smaak mag er wezen. Stevig, zoet (vanille), turf, zilt, eindigend in kruiden. Peper vooral. Lange, rokerige en zilte afdronk. Beste Longrow tot op heden geproefd!
 
Longrow 7y ‘Gaja Barolo’, 55.8%, OB 2008 – Campbeltown – 86/100
Na 5,5 jaar op bourbonvaten gerijpt te hebben, is deze whisky nog anderhalf jaar gefinished op een Barolo wijnvat van Angelo Gaja, eigenaar van het beroemde wijnhuis Gaja uit Piemonte. Lekkere neus met de typische zoete turf, het zoete dat nog wat extra wordt geaccentueerd door de (zoete) wijn. Fruit, tropisch fruit. Lekker rokerig. En ook hier weer iets licht waxy. Boenwas en zo. Smaak is stevig, met de turf, het zoete (vanille vooral), en naar het eind peper. Behoorlijk wat ‘body’ voor een 7-jarige whisky!

Nog enkele Longrow OB’s

Ik heb hier nog enkele samples staan van een Longrow tasting in Tasttoe die ik spijtig genoeg niet kon bijwonen. Maar vermits ik me had ingeschreven, zal ik de flesjes dan maar eenzaam en alleen tot mij nemen. Vandaag proef ik de 10y en de 100 proof.
 
Longrow 10y, 46%, OB 2007 – Campbeltown – 80/100
Veel minder prominente turf dan de Longrow CV. Neus is erg subtiel. Turf ja, maar op de achtergrond. Zoet vooral. Iets waxy ook. Hars. En zilt. Ook in de smaak is de turf subtiel aanwezig. Hier domineert eerder de peper, met daarnaast iets zoets en iets ziltigs. Droge, vrij lange afdronk op peper en zout. Lekker.
 
Longrow 10y 100° proof, 57%, OB 2007 – Campbeltown – 78/100
Zoete, licht rokerige neus met iets bloemigs. Stevige smaak op zoete turf en fruit. Sinaas. Droge, rokerige en peperige afdronk.

Springbank

De Springbank distilleerderij op Campbeltown, een schiereiland ten westen van Schotland, is uniek in meerdere opzichten. Het is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland en is nog steeds familiebezit. Daarenboven is het ook de enige die het volledig productieproces in eigen beheer uitvoert, van het malten tot het bottelen.
 
Op de grondvesten van zijn illegale stokerij stichtte Archibald Mitchell in 1828 Springbank. In die dagen was het één van de 30 distilleerderijen op Campbeltown, dat toen nog geen 2.000 inwoners telde. Negen jaar later (1837) droeg Archibald z’n levenswerk over op zijn twee zonen John en William Mitchell.
De whisky die het produceerde was – zoals de gewoonte in die tijd – erg geturfd, maar Springbank was één van de eerste distilleerderijen die rond 1850 op vraag van de blending industrie niet-geturfde whisky produceerde door z’n gemoute gerst boven een kolenvuur i.p.v. een turfvuur te drogen.
Gedurende de rest van de 19e eeuw kende het bedrijf een grote bloei. In 1897 nam de vennootschap J. & A. Mitchell & Co Ltd het beheer over.
De jaren twintig van vorige eeuw was voor vele distilleerders een donkere periode. De drooglegging zorgde ervoor dat velen de productie dienden stil te leggen, soms tijdelijk, soms definitief. Ook Springbank ontsnapte niet aan het onheil en sloot z’n deuren van 1926 tot 1935.

Vandaag is de distilleerderij in handen van Hedley G. Wright, achter-achter-kleinzoon van stichter Archibald Mitchell. Het heeft drie stills, een wash still en twee spirit stills. De productie verloopt nog grotendeels artisanaal en draait ook niet altijd op volle toeren. Meer nog, Springbank is één van de minst actieve distilleerderijen, de stills opereren hooguit een derde van de tijd. Wat hier mee te maken heeft, is dat het weinig whisky stookt voor blenders. 70% van de productie gaat naar single malt whisky.
 
Naast whisky onder het label Springbank produceert de distilleerderij ook de Longrow en Hazelburn whisky’s. De drie single malt whisky’s hebben een eigen karakter en een specifiek productieproces.

Springbank Single Malt is veruit het bekendst en wordt 2,5 maal gedistilleerd. Dit houdt in dat maar een deel van het eerste distillaat (de low wines) een tweede maal wordt gedistilleerd. Daarna worden beide opnieuw vermengd voor de laatste distillatie. Als resultaat heb je een spirit waarvan een gedeelte tweemaal en een ander gedeelte driemaal gedistilleerd is. De mout wordt 6 uur boven een turfvuur gedroogd en daarna nog eens 24u met warme lucht, resulterend in een licht-geturfde whisky.
De 10y en de 100 proof zijn de populairste Springbanks, de Local Barley’s (1965/1966) het meest legendarisch.

Longrow Single Malt is een geturfde whisky, verkrijgbaar in enkele standaardbottelingen (CV, 10y, 14y, 100 proof…) of finishes. Longrow wordt tweemaal gedistilleerd. De naam verwijst naar een oude distilleerderij op Campbeltown, gesloten in 1896.

Hazelbrun Single Malt is de jongste whisky van Springbank, voor het eerst gedistilleerd in 1997 en tot op heden enkel als 8 jarige gebotteld. Hazelburn wordt driemaal gedistilleerd en is niet geturfd. Ook de naam Hazelburn is ontleed aan een vroegere Campbeltown distilleerderij. Hazelburn sloot definitief z’n deuren in 1925 (inderdaad, de doorglegging).
 
Twee standaard bottelingen, een Springbank en een Longrow:
 
Springbank 10y 100° proof, 57%, OB 2006 – Campbeltown – 78/100
Fruitige neus met vanille. Met water bloemen. Licht ziltig. Vaag ook wat turf. Ook in de smaak hint van turf. Droog, sherry. Toch ook iets bitter, zeker in de afdronk. Behoorlijk complex voor een 10 jarige, maar zou hoger scoren zonder te bittere nasmaak…
 
Longrow CV, 46%, OB 2008 – Campbeltown – 85/100
De ‘CV’ in de naam staat naar het schijnt voor Curriculum Vitae. Ik weet niet of ik dit moet begrijpen als het visitekaartje van Longrow, maar het is in ieder geval een erg lekkere dram. De botteling bevat whisky van verschillende leeftijden. Mooie turf in de neus met fruit (appel), vanille en zilt. Ook de smaak is meer dan OK. Turf, vanille, citrusfruit en vooral veel peper. De peper en de turf blijven nazinderen in de lange afdronk.

Enkele blends

Na de legendarische Brora, nu terug met beide voeten op de grond. Twee klassieke blends en één verrassing.
 
Famous Grouse, 40%, OB 2000 – 38/100
Eén van de betere onder de klassieke blends. Zeker een trapje hoger dan J&B of Johnny Walker RL, maar dat is niet echt moeilijk natuurlijk.
 
J&B, 40%, OB 2005 – 19/100
Goed voor cocktailsaus. Alhoewel zelfs dat voor discussie vatbaar is…
PS: J&B staat voor Justerini & Brooks. Is zo’n typische kwisvraag. Waarmee deze proefnotitie toch nog voor iets nuttig is.
 
Whyte & Mackay 21y, 43%, OB 2002 – 78/100
78 voor een blend??? Yep, deze is echt wel lekker. Het bewijs dat een blend niet per definitie niet te drinken is. Hoeft helemaal niet onder te doen voor een gemiddelde malt, integendeel. Maar ja, ook de prijs (80 euro) moet er niet voor onder doen…

Kleppers – Brora 22y 1972/1995 Rare Malts

Zet je schrap! Vandaag maak ik tijd voor de tot op heden beste whisky die ik geproefd heb. Het hoeft niet te verbazen dat dit een Brora is.
 
Brora 22y 1972/1995, 58.7%, Rare Malts – Highland – 97/100
Op het Lindores Wiskyfest 2007 kon ik nog net de laatste 2 cl bemachtigen uit deze ondertussen erg zeldzame en vooral erg dure fles. Op eBay is er onlangs nog een goeie 1.200 euro voor geboden. De prijs van het sampletje was dan ook navenant, maar elke cent meer dan waard! Deze botteling heeft alles van een goede Brora, maar dan in de overtreffende trap. Neus: complex en krachtig met zoete turf, rook, ‘farmy’ notes, zilt, kruiden, fruit (appel)… subliem gewoon, olfactorisch orgastisch! Euh, steady on Johan, it’s only whisky. Only whisky? Nee, dit is meer dan gewoon whisky… Heb hier zeker een halfuur gewoon aan zitten ruiken. Genieten! Smaak: heaven! Weer die heerlijk zoete Brora turf met zalige zilt en kruiden (peper vooral). Wat citrus ook. God, I love Brora! En de afdronk kan geen puntje afdoen van de 97 die ik ‘m wil geven op basis van geur en smaak. Vreselijk – ik bedoel fantastisch – lang op tonen van rook en zilt. Zonder enige twijfel de ster aan de top van mijn track record!

De beste whisky

Mensen vragen mij weleens wat nu de beste whisky is, of althans wat ik als de beste whisky beschouw. Wel, dat is een vraag die ik onmogelijk kan beantwoorden. Er zijn wel een aantal types waar ik lyrisch van word. Ik denk hierbij aan Bowmore van de jaren ’60, Ardbeg van begin jaren ’70, Brora van diezelfde periode, geturfde whisky op sherryvat gerijpt (bijvoorbeeld de Caol Ila 15y Manager’s Dram, de Laphroaig 31y 1974, maar ook Port Ellen heeft hier schitterende voorbeelden van), enzovoort.
Er zijn zoveel sublieme bottelingen uitgebracht, van verschillende distilleerderijen dat het onmogelijk is te zeggen dat er niets beters is dan whisky’s van distilleerderij X uit periode Y. Want enige tijd en enkele whisky’s later denk je daar weer anders over.
Het enige wat ik kan zeggen is welke distilleerderijen over gans hun actief bestaan whisky’s hebben geproduceerd die mij gemiddeld genomen het meest kunnen bekoren. Zie hiervoor mijn Distillery Top 10.

Maar om toch een idee te geven van wat ik echt – maar dan ook écht – lekker vind, zal ik onder de hoofding ‘Kleppers’ af en toe proefnotities publiceren van whisky’s waarvan ik dacht “kan het nog beter?”. Meestal zijn dit bottelingen die niet (meer) te betalen zijn, maar waarvan ik het geluk had op één of andere tasting of festival toch nog een sampeltje te kunnen bemachtigen.
Enkele weken geleden heb ik reeds een proefnotitie van de Laphroaig 31y 1974, 49.7%, OB for LMDW, 910 bottles gepubliceerd, en ik kan je verzekeren, dat is al een klepper de naam meer dan waardig. Ook de Brora 30y 1972/2002, 46.6%, DL OMC for Germany, 204 bottles voldoet aan de criteria.

Manager’s dram

De Manager’s Dram serie is een legendarische reeks whisky’s welke nooit via de reguliere handel verkrijgbaar waren.
Op regelmatig tijdstip kwamen de distillery managers van de United Distillers groep (het huidige Diageo) samen en brachten elk een sample mee van wat zij als hun beste vat beschouwde. Deze samples werden door alle managers blind geproefd en de winnende whisky werd gebotteld. De flessen werden gehandtekend door de betreffende manager en elke manager van de groep kreeg een fles. De resterende flessen werden weggeschonken aan personeel of relaties.
De bottelingen onder het ‘Manager’s Dram label’ betreffen dus alle single cask whisky van topkwaliteit.

Aangezien deze flessen nooit als dusdanig verkocht werden, zijn ze erg zeldzaam en als ze al ergens te koop worden aangeboden ook erg prijzig. Je betaalt al snel enkele honderden euro’s, met uitschieters van 1.000 euro en meer.

Opmerkelijk is dat bijna alle Manager’s Dram whisky’s een leeftijd hebben tussen de 15 en de 20 jaar oud, waaruit je zou kunnen concluderen dat dat toch wel de ideale bottel-leeftijd is. Misschien een veralgemening, maar ervaring (i.e. veel proeven) leert dat dit toch vaak zo is.
 
Twee Manager’s Drams, twee sherryvaten:
 
Aberfeldy 19y Manager’s Dram, 61.3%, OB botteled 20/10/1991, sherry cask – Highland – 92/100
Zalige ‘vuile’ neus. Met ‘vuil’ bedoel ik iets richting de geur van een uitgewrongen dweil. En voor alle duidelijkheid, dit is dus geen afknapper, integendeel, I love it! Daarna noten. En houtskool. Erg complex, maar vooral erg lekker. Op de smaak ook weer noten, en fruit. Citrus. Zoet (honing). Heeft ondanks z’n alcoholpercentage geen water nodig. Lange, zalige afdronk op fruit en rook. Top-whisky!
 
Cragganmore 17y Manager’s Dram, 62%, OB bottled 10/1992, sherry cask – Speyside – 88/100
Deze kan wel een beetje water verdragen…maar dan is hij echt wel lekker. Zoete neus (karamel) met fruit (groene appels), granen, koffie en iets rokerigs. Ook karamel in de smaak, naast vanille, appels, peer… Redelijk lange, droge en kruidige afdronk. Lekker!
 
Ook geproefd: de 16 jarige Ord, de 17 jarige Clynelish en de 15 jarige Caol Ila. Deze laatste is zondermeer indrukwekkend. Proefnotities volgen…

Twee Duncan Taylors

En nog lekker ook…
 
Glenlochy 26y 1980/2006, 53.2%, DT Rarest of the Rare, cask 2452, 294 bottles – Highland – 84/100
Complexe neus. Fruitig (sinaas) en bloemig. Gras ook. Vers afgereden gras (’t is dat ik dat zonet nog ‘live’ heb kunnen ruiken). Daarnaast hout en vanille. Lekker! Hetzelfde geldt voor de smaak, lekker en complex. Fruitig (eerder perzik en peer hier), wat zoet (gedroogde vijgen?) en weer de lekkere houttoets. Lange, zoete afdronk. Een erg aangename whisky.
 
Glenlivet 37y 1968/2006, 41.7%, DT Lonach – Speyside – 78/100
De whisky’s uit de Lonach reeks van Duncan Taylor (link) zijn mengelingen van meerdere vaten waarvan er één of meerdere under strength (<40%) waren en dus op zich niet gebotteld konden/mochten worden.
Frisse, bloemige neus met vanille en groene appels. Erg zacht en fruitig (citrus) in de mond met hout, kruiden (nootmuskaat), vanille… Easy drinking. Relatief korte finish op vanille.

Twee Cadenheads

Vandaag nog twee Cadenhead bottelingen, een wat tegenvallende Glen Moray en een betere Ben Nevis.
 
Glen Moray – Glenlivet 16y 1991/2007, 57.1%, Cadenhead, bourbon hogshead – Speyside – 66/100
Eén van de vele distilleerderijen uit het dal van de river Livet. Cadenhead blijft halsstarrig de naam Glenlivet gebruiken voor distilleerderijen uit dat dal. Onlangs wonnen ze nog een proces, aangespannen door The Glenlivet (merk de ‘the’ op), die het alleenrecht op het gebruik van de naam Glenlivet wensen te bekomen. Tevergeefs dus.
Proeven nu. Erg frisse neus. Munt. Ook wat kruiden. Peper. Gember. Met water komt er fruit door. Groene appels. Smaak is zonder water redelijk scherp. Met water wordt ie iets (maar dan ook maar iets) aangenamer. Karamel en vanille. Matig.
 
Ben Nevis 16y 1991/2007, 46%, Cadenhead, sherry but, 720 bottles – Highland – 77/100
Neus is eerst erg muf. Stoffig zelfs. Maar daarna komt er fruit door. Exotisch fruit. Passievrucht, mango. Best wel aangenaam. Smaak van verbrande karamel en rook. En na een tijdje ook hier exotisch fruit. Lekker, maar het is een typevoorbeeld van een whisky die wat tijd nodig heeft.

Samaroli

Samaroli is een Italiaanse onafhankelijke bottelaar, gesticht in 1968 door Silviano S. Samaroli.

Heel wat van Samaroli’s bottelingen hebben doorheen de jaren een legendarische status verworven. Ik denk bijvoorbeeld aan de Laphroaig 15y 1967, de Springbank 12y 100 Proof, de 1973 Ardbegs, de Caol Ila 1968, enkele jaren ’70 Glen Gariochs en niet te vergeten de Bowmore 18y 1966/1984 uit de ‘Bouquet’ reeks. Deze laatste wordt door sommigen die het geluk hadden hem te kunnen proeven, beschouwd als de beste whisky ooit. Luc Timmermans en Dominiek Bouckaert hebben ‘m zelfs 100/100 gescoord.

Maar weet je wat godgeklaagd is? Van bovenstaande whisky’s heb ik er nog geen enkele kunnen proeven! Maar… er is hoop. Later dit jaar komt de heer Samaroli himself immers drie van z’n bottelingen voorstellen op een master class op het Lindores Whiskyfest. En wat meer is, de Bowmore zit in de line-up! Daarnaast de Ardbeg 9y 1974 en de Glen Garioch 1971. En om het plaatje helemaal af te maken: ondanks dat de plaatsen beperkt en vooral erg gegeerd waren, ben ik er toch ingeslaagd een ‘ticket-to-heaven’ vast te krijgen! Iets om wel héél erg naar uit te kijken dus!
 
Als kenners een top 10 opmaken, staan daar gegarandeerd enkele Samaroli bottelingen bij. Nadeel is wel dat de whisky’s van deze bottelaar over het algemeen niet goedkoop zijn, niet bij hun lancering en na verloop van tijd nog minder. Daarenboven is het aantal flessen meestal beperkt.
 
Naast de beroemde Bouquetreeks, zijn Coilltean en No Age ook bekende labels van Samaroli. No Age is een serie vatted malt whisky’s, welke enkel en alleen whisky bevat van de laatste Schotse artisanale distilleerderijen. Een statement tegen de industrialisatie van de distilleren als het ware.
 

 
Glencadam 20y 1985/2005, 45%, Samaroli, cask 3998, 330 bottles – Speyside – 77/100
Nog steeds actieve distilleerderij, maar productie wordt bijna uitsluitend gebruikt voor de Ballantine’s blends. 165 euro is wel veel geld voor een 20-jarige Glencadam, maar je betaalt ongetwijfeld een stuk de naam Samaroli. Dit is een erg zoete whisky met vanille en karamel, zowel in de neus als de smaak. Ook wat fruit (citrus). OK, maar beetje eenzijdig.
 
Glen Garioch 26y 1971/1997, 43%, Samaroli, cask 1239, 300 bottles – Highland – 91/100
Dit is een geweldige Glen Garioch! Heerlijk subtiele neus met houtskool, rook, fruit en iets kruidigs. Erg aangename smaak met turf en kruiden. Fruitig ook. Behoorlijk lange, rokerige afdronk. Schitterende dram!
 

Head to head Laphroaig Feis Ile 2007 – Feis Ile 2008

Heb gisteren de Cairdeas naast de vintage 1989 van vorig jaar gezet. In mijn eerste tasting note heb ik de Cairdeas 91 punten gegeven, de 1989 kreeg er 90. Maar ik moet bekennen dat in deze head-to-head de Cairdeas toch wel wat verbleekt. Het blijft een erg lekkere dram, maar vooral de smaak (wat vlak) moet toch een ietsje onder doen voor de Feis Ile 2007 botteling. Ik hou de 1989 op 90 punten, maar dien de Cairdeas wat naar onder te herzien. 88 is echter nog steeds een mooie score.

Enkele cask samples van Duncan Taylor

Bij Guy Boyen (Tasttoe) kon ik onlangs enkele cask samples proeven van Duncan Taylor. Stalen van vaten dus die nog niet gebotteld zijn, maar waarvan de bottelaar op basis van de reacties zal beslissen al dan niet tot bottelen over te gaan.
 
Caperdonich 35y 1972/2007, 48.4%, Duncan Taylor, cask sample – Speyside – 87/100
In tegenstelling tot de Caperdonich 1968/2007 (link) van Duncan Taylor is deze dus niet gebotteld. Nochtans vind ik deze iets lekkerder. Gelijkaardige sensaties, maar wat kruidiger en een lichte rook in de neus.
 
Glen Grant 34y 1972/2007, Duncan Taylor, cask sample – Speyside – 84/100
Nota’s beperken zich tot ‘lekker!’ en een score van 84.
 
Imperial 9y 1998/2007, 43.1%, Duncan Taylor, cask 1014, cask sample – Speyside – 77/100
Mmmm, de concentratie verslapte… enkel een score van 77 genoteerd.

La Maison Du Whisky


 
La Maison du Whisky (LMDW) is dé whisky-referentie in Frankrijk. Het huis werd opgericht in 1956 en brengt heel wat eigen bottelingen op de markt. Het gaat om whisky’s gebotteld door de distilleerder zelf of door een onafhankelijke bottelaar, telkens exclusief voor LMDW. Het huidige assortiment telt een 800 verschillende whisky’s, verkrijgbaar via hun winkel in Parijs, hun jaarlijkse catalogus en via de website.
 
Bekende reeksen zijn:

  • Prestonfield, een label van Signatory, exclusief voor whisky verdeeld door LMDW.
  • Single Cask Selection, gebotteld door Gordon & MacPhail.
  • Straight From The Cask, een serie cask strength bottelingen.
  • The Un-chillfiltered Collection
  • Very Cloudy, een variatie op de un-chillfiltered reeks.

 
In 1999 zag Taste Still het licht, de Belgische afdeling van La Maison du Whisky met thuisbasis Battice. Sinds 2005 brengt deze club eigen bottelingen onder de naam Taste Still op de markt. De nadruk ligt op de whisky en niet op de marketing en de verpakking. De reeks wordt dan ook verkocht in wijnflessen met een sober etiket (70cl in 75cl flessen m.a.w.). Het betreft whisky van streng geselecteerde kleine vaten.
 
Enkele van de bottelingen voor LMDW hebben ondertussen een vrij legendarische status verworven. Ik denk bv. aan de Laphroaig 31y 1974 en de Ardbeg 32y 1974/2006 (proefnotitie volgt).
 
Ook lekker:
 
Strathisla 40y 1967/2007, 50%, G&M for LMDW, cask 6112, 400 bottles – Speyside – 90/100
Zachte, complexe neus met veel fruit (citrus) en lekkere zee-invloeden. Zeewier, zilt. Na een tijdje komen er kruiden door. Smaak is aangenaam, erg aangenaam, met zoethout, wit fruit, vanille en kruiden. Echt lekker! En vlot drinkbaar. Enorm fruitige finish op banaan, perzik, abrikoos, peer… njammie!
 
Longmorn 43y 1964/2007, 50%, G&M for LMDW, cask 1538, 210 bottles – Highland – 86/100
First fill hogshead sherry but, en een behoorlijk actief! Neus is erg aangenaam, met veel sherry. Fruit (ananas, banaan), zoethout, leder, koffie, lichte rook… Maar de smaak is er voor mij wat over, te veel sherry-invloed. Smaak van sterke Earl Grey. Bitter en scherp. Met water beter, dan ook wat perzik, peer en bittere chocolade. Vrij lange, wat ziltige afdronk op earl grey en veel (tropisch) fruit.
 

Cadenhead


 
Cadenhead is de oudste Schotse onafhankelijke bottelaar, gesticht in 1842. Het was George Duncan, later vervoegd door z’n schoonbroer William Cadenhead, die in dat jaar zich als wijnhandelaar en whiskyagent in Netherkirkgate, Aberdeen vestigde. In 1858 stierf George Duncan, waarop William Cadenhead de zaak overnam en de naam ervan in de zijne veranderde.
Cadenhead, geboren in 1819, maakte eerst carrière in de garenindustrie om in 1853 in het bedrijf van Duncan te stappen als handelsreiziger. Hij was in die tijd ook een gerenomeerd dichter.

William stierf in 1904 en liet z’n erfgenamen een goed draaiend bedrijf achter. William’s neef Robert Duthie nam de dagelijkse leiding over. Duthie ging zich meer en meer toeleggen op het bottelen van single malt whisky & rum, en bracht de Cadenhead whisky brands Putachieside en The Heilanman op de markt.
Cadenhead wist de grote drooglegging van de jaren 1930 te overleven, in tegenstelling tot heel wat van z’n concurrenten. De donkere periode voor Cadenhead moest zich evenwel nog aandienen. Toen Robert Duthie stierf, stond er niet onmiddellijk een opvolger klaar. Robert was immers vrijgezel en z’n twee zussen hadden geen kaas gegeten van de whisky business, maar stonden er op dat familiezaak werd voortgezet. Zo kwam de leiding in handen van Miss Ann Oliver, een trouwe werkneemster van Duthie. Maar enkele verkeerde beslissingen en algeheel mismanagement van Oliver leidde er toe dat ze de zaak diende te verkopen. Het veilingshuis Christie’s werd belast met de verkoop van de enorme voorraad aan vaten. Op 3 en 4 oktober 1972 vond de grootste verkoop van wijnen en sterke dranken plaats, ooit gehouden in Groot-Brittannië.
Niet lang daarna werd het bedrijf Cadenhead – met lege wharehouses – overgenomen door de familie Mitchell’s, eigenaar van Springbank.
 
Aangezien de interesse in en vraag naar single malt whisky de laatste tijd enorm is toegenomen, neemt ook het aantal bottelaars toe. In het licht van deze toenemende concurrentie zwaait Cadenhead graag met z’n stamboom en anderhalve eeuw ervaring, en legt het de nadruk op het feit dat het z’n bottelproces volledig zelf controleert.

Cadenhead bottelt al z’n whisky’s als single cask op vatsterkte en zal ze nooit bijkleuren of ‘chill-filteren’.
 
Reeksen van Cadenhead zijn o.a. de Authentic Collection, de Original Collection en de Chairmans Stock. Legendarisch – en ondertussen ook erg prijzig – zijn de oude ‘dumpy’ bottelingen uit de jaren zeventig en tachtig. Het zijn erg herkenbare, maar ook erg lelijke flessen (gedrongen, bruin of groen glas).
 
Twee Cadenhead’s, een recente botteling en een ‘dumpy’:
 
Imperial – Glenlivet 29y 1978/2007, 54.7%, Cadenhead – Speyside – 78/100
Cadenhead blijft consequent in het gebruik van de naam Glenlivet voor distilleerderijen uit het dal van de river Livet. Dus ook voor Imperial. Neus is redelijk gerookt en wat ziltig. Spek. Tabak. Maar ook fruitaroma’s en wat zoets. Lekkere en comlexe neus. Ook smaak is aangenaam en wat olieachtig. Lange afdronk. Perfect drinkbaar op cask strength.
 
Bladnoch 13y 1964/1977, 45.7%, Cadenhead dumpy bottle black label 75 cl – Lowland – 86/100
M’n eerste Bladnoch en meteen een oude ‘dumpy’ Cadenhead botteling. Neus: bloemig, vanille, koffie, citroen. Hint van rook. Smaak is echt ‘mondvullend’, stevig, met veel citrus en ook wat peper. Lekkere bitterheid ook. Wat vettig, olie-achtig. Na een tijdje komen ook zoete tonen naar boven. Lange afdronk met ook hier weer veel citroen. Lekker seg!
 

Een behoorlijk geweldige Glengoyne

Glengoyne 32y 1972/2005, 48.7%, OB, White Rioja, cask 985, 328 bottles – Highland – 91/100
Dit is uniek, een whisky die 32 jaar gerijpt heeft op een witte Rioja vat. Het is dus geen finish, maar een volledige wijn-rijping. Ben benieuwd wat de druiven met de whisky gedaan hebben. De neus is – zoals te verwachten – erg fruitig, en zoet. Sinaas, abrikoos, allerlei tropisch fruit… En honing. Zachte, zoete smaak met ook hier veel fruit. Weer de abrikoos. En peer. Wat een fruitbom! Iets kruidigs ook. Middellange, zachte finish. Ik had zo mijn reserves bij dit experiment, maar ik enkel concluderen dat het meer dan geslaagd is, deze whisky is ongelooflijk lekker!