Spring naar inhoud

Archief voor

Twee Gordon & MacPhail’s

Twee 1991’ers ook, meer bepaald een Rosebank gebotteld onder het Connoisseurs Choice label en een Imperial gebotteld onder het G&M Reserve label. De eerste dus op drinksterkte en de tweede op vatsterke.

 
Rosebank 1991/2008, 43%, Gordon & MacPhail, Connoisseurs Choice
Granige neus met associaties van muesli, havermout en malt. Gras ook, net als wat citroenen en bessen. Lichtjes zoet. Nogal eentonig eigenlijk. Ook de smaak is granig en zoet. Vanille, een beetje hout, vrij veel citroenen en kruiden. Korte, cleane en zoete afdronk. Niet slecht, geen fouten, maar al bij al een eerder saaie whisky. 78/100
 
Imperial 1991/2003, 60.4%, G&M Reserve, cask 8681, 243 bottles
Stevige, krachtige Imperial. Veel graan, hout en noten op de neus. Amandelen. En ja, erg alcoholisch. Water toevoegen geeft meer zoets: marsepein, citroensnoepjes. En wat vers gemaaid gras. Ook de smaak kan water gebruiken, blijft anders te ruw en alcoholisch. Een 50% lijkt me ideaal, dan krijg je door het graan en de alcohol citrus, kruiden en noten. Middellange, kruidige finish. Niet slecht, maar enkel met wat water. 81/100

Advertenties

En nog een Bowmore

Zoals gezegd had ik nog een Bowmore staan, ééntje die ik gisterenavond met veel plezier heb gekraakt. Het betreft een standaard 12y, maar dan ééntje uit een ander tijdperk. Zo’n bruine dumpy fles met goudkleurig label (euh ja, zie hieronder), gebotteld ergens begin jaren tachtig.

 

Bowmore 12y, 43%, OB bottled early 1980’s, dumpy, gold label
Ha, van die zachte, smeuïge turf, vermengd met veel ‘zee’ (zeewier, zilt, wat iodium…). Zalig. Lekker fruitig ook, tropisch fruit à la banaan, mango, papaya, pompelmoes. Gesuikerde lindethee. Licht, zacht en zoet op de tong… fudge, mokka, lichte rook, zilt, tropisch fruit (meloen, papaya). De afdronk is niet erg lang maar ligt perfect in het verlengde van de smaak, dat is dus zoet en maritiem met tropisch fruit en zachte turf. Heerlijk, alhoewel het geheel misschien wat punch ontbeert. Soit, dit is een profiel van whisky dat je moeilijk kan vergelijken met de huidige standaardbottelingen. 91/100

Drie Bowmore’s

Ik heb hier nog wat Bowmore staan. Twee recente officiële bottelingen, de Legend en de 21y 1988 port cask matured, en de 1995 Malts of Scotland ‘Clubs’ voor het Lindores Whisky Fest. Laat me met deze laatste beginnen.
En dan staat er hier nog een ander geweldig aanlokkelijk sampletje met ‘Bowmore’ op het etiket… die zal ik voor morgen bewaren.

 

Bowmore 15y 1995/2010, 57.8%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Lindores Whisky Society, PX Sherry cask #112, 225 bottles
Zeer mooi gerijpte whisky, de geturfde spirit heeft zich perfect verweven met de sherry. Eerst krijg je de zoete sherry, vergezeld van veel fruit, pas daarna komt de turf opzetten. Op de smaak zit de turf meer vooraan, samen met de fruitige sherrytonen. Qua fruit noteer ik rijpe sinaas en mandarijn, passievrucht en ananas. De PX geeft het geheel een stroperige zoetigheid. Heel lekker! Een lichte kruidigheid en wat zilt maken het plaatje af. Lange, zoet-fruitige afdronk. Smullen! 89/100

 

Bowmore 21y 1988, 51.5%, OB 2009, port cask matured
Deze 21-jarige Bowmore, gedistilleerd op 10 maart 1988, rijpte op ruby portovaten en dat merk je. Hij is erg zoet op gestoofd fruit (aarbeien, pruimen), kersen, melkchocolade, hout, wat zilt en zeewier, en zachte turf. Ook de wat vettige smaak is in eerste instantie zoet. Ik heb associaties van honing, kandij, cake, marsepein, sinaas en orangettes, gevolgd door pruimen, bloesems, zilt, turf, gember en peper. Complex that is. Middellange, warme afdronk met zachte turf en gestoofd fruit. Erg lekkere, boeiende en complexe Bowmore. 89/100

 

Bowmore Legend, 40%, OB 2010
Rokerig en ziltig op de neus. Daarnaast heb ik nog wat zeewier en een beetje citrus. Subtiel, om niet te zeggen vaag. Mmm, ik ook wat rubber en benzine. Niets om over naar huis te schrijven. Op de tong is hij vrij droog en moet het hebben van turf, zilt, wat kruiden, citrus en hooi. Alles vrij licht, mist body. De afdronk is snel weg, op peper en zout. Honing? Niet slecht maar ook niet echt lekker te noemen. 75/100

Clynelish 27y 1982, The Nectar of the Daily Drams

Deze fles kocht ik op de opendeurdag van QV.ID in Huldenberg enkele weken terug. En man, wat ben ik content met deze aankoop! Er komt de laatste tijd redelijk wat Clynelish 1982 op de markt, denken we maar aan enkele Malts of Scotland (zoals deze en deze), Perfect Drams (zoals deze), en andere Synch Elli’s, maar dat is alleen maar fantastisch, van dit profiel krijg ik immers nooit genoeg.

 

Clynelish 27y 1982/2010, 59.8%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with La Maison Du Whisky France, 132 bottles
Zoet, sappig, rijp fruit en heerlijke bijenwas. Typisch, I know, maar o zo lekker. Qua fruit denk ik aan meloen, ananas, perzik… druipend van het sap. Citroen, maar dan eerder citroensnoepjes, meer zoet dan zuur. Honing ook en gedroogde bloemen. Lovely! Proeven: waxy! Smeuïg waxy en dito fruitig. Citroen, mandarijn. Hier ook wat kruiden (ik heb o.a. nootmuskaat), maar vooral de fruitige waxyness of waxy fruitigheid spelen de eerste viool. Water? Gho, op dit alcoholpercentage kan dat nuttig zijn nietwaar, maar ik heb dat hier eigenlijk niet gemist. Toch even proberen: water brengt het zoete en het fruitige nog meer naar voor, de kruiden meer naar de achtergrond. De afdronk is lang, fruitige en zoet. Nee, dit is geen geweldig complexe whisky, maar een bewijs dat een whisky niet complex hoéft te zijn om bangelijk goed te zijn. 93/100

Sazerac Straight Rye

Dit label van Buffalo Trace is genaamd naar het Sazerac koffiehuis in New Orleans, alwaar de beroemde, gelijknamige cocktail het levenslicht zag. De Sazerac draagt trouwens de titel van eerste Amerikaanse cocktail. Sazerac Coffee House werd opgekocht door Thomas H. Handy, die deze Sazerac – oorspronkelijk op basis van Cognac – massaal in flessen verkocht. Omdat Cognac alsmaar moeilijker te importeren werd, werd het in het recept vervangen door roggewhisky (rye). Uiteindelijk ging ook deze Thomas H. Handy roggewhisky, eigendom van Buffaolo Trace, de naam van de cocktail dragen.
De Sazerac die ik vandaag proef – sample gekregen van Ben Ellefsen van Master of Malt – heeft geen leeftijdsaanduiding, maar zou een vijftal jaar oud zijn.

 

Sazerac Straight Rye, 45%, OB Buffalo Trace, 2010, 75 cl
De neus bevalt me wel, hij is erg kruidig zoals we gewoon zijn van rye, ik denk aan gember en peper. Maar hij biedt meer dan dat, hij is ook fruitig (gebakken banaan, sinaas) en zoet (vanille en karamel). Gras, munt, kokos… ja, heeft best wat te bieden. I like this. Op de tong is hij krachtig en pittig. Aangenaam bitter, lekker kruidig en zoet. Kruidnagel, kaneel, eucalyptus, citroen, karamel, kandijsiroop, hout (vrij veel, maar stoort niet). Zoete en kruidige afdronk met hout en groene thee. Ik kan niet zeggen dat ik al veel Rye Whiskey gedronken heb, maar dit is toch van het betere spul. 84/100

Ledaig 10y

Ledaig – wat je uitspreekt als Lètsjik – is een product van de Tobermory Distillery. Doorheen z’n geschiedenis lopen de namen Tobermory en Ledaig door elkaar, het opereerde soms onder de naam Tobermory maar vaker onder de naam Ledaig. Vandaag is Ledaig het label waaronder Tobermory geturfde whisky produceert.

 

Ledaig 10y, 46.3%, OB 2010
Jonge, medicinale turf op de neus, vermengd met veel granen en gedroogde bloemen, zilt en wat vanille. Iets metaligs ook. Het geheel is vrij sober en wat ruw, met enkele druppels water (wat ik op dit alcoholpercentage normaal niet zou doen) komt er echter ook wat fruit door. De smaak is licht stoffig, en hier wordt de medicinale turf vergezeld van florale toetsen. Gaat richting hooi. Peper en zout ook. Zo goed als geen fruit. Alhoewel, misschien wat perzik. Middellange, rokerige, zilte en licht ‘rubberige’ afdronk. Niet slecht maar ook niet echt mijn ding. Mag nog wat verder getemd worden op vat. 77/100

Ardbeg 1975, Jas. Gordon for Auxil

Nog een Lindores sample. Dit is een Ardbeg die ik meenam van – je kan het al raden – Geert Bero z’n stand. De fles was nog dicht, het was dus een beetje een gok, maar zowel Geert als ik waren danig onder de indruk van de neus van deze whisky. Ik besloot dan ook wat in m’n glas zat gezwind over te gieten in een sampleflesje.

 

Ardbeg 1975/1989, 40%, Jas. Gordon (G&M), importe par Auxil, 75 cl
Wohoow… dit is het profiel waar ik een zwakke plek voor heb zie! Veel zoet en sappig fruit met zachte zoete turf op de achtergrond. Ik heb dit profiel al uitgebreid bejubeld bij de Port Ellen 19y 1970 voor Sestante, deze ligt wat in het verlengde. De Port Ellen is nòg fruitiger en misschien nog iets complexer, maar ook deze is top. Ook hier is het het fruit dat om de aandacht vraagt. Ik denk in de eerste plaats aan appel, limoen, roze pompelmoes en wat perzik. Er doemen oesters op, net als zachte, romige karamel. Een beetje teer. Dit alles op een bedje van subtiele, delicate turf. Wat farmy zelfs. Gewoon heerlijk! Minder fruit en meer rook op de smaak. Kruiden ook, licht bitter. Het fruit is citrus, sinaas vooral. Rijpe sinaas. Appelschil. Boter, amandelen en karamel heb ik ook nog. Lange, wat mineralige afdronk op fruit en turf. Schitterende whisky, alhoewel als ik enkel de neus zou scoren, het een een puntje meer zou zijn. 92/100

Benriach 24y 1985, Signatory

Benriach werd gebouwd in 1898, maar heeft niet lang kunnen genieten van een actief bestaan. Eigenaar John Duff, die ook Longmorn bezat, diende twee jaar later om financiële redenen beide distilleerderijen van de hand te doen. De nieuwe eigenaar besloot daarop één van de twee te sluiten, Benriach dus. Het bleef echter actief als malting plant, maar pas in 1965 werd de productie opnieuw opgestart.


Benriach 24y 1985/2009, 50.6%, Signatory bottled for Vinothek St. Stephan, cask 5500, 218 bottles
Zoete, florale neus met een heerlijke waxy draai. Ik heb hooi, gedroogde bloemen, veel bijenwas en daarna fruit. Zoet fruit. Ananas in blik (op siroop), pruimentaart, perensap. Harde fruitsnoepjes. Erg lekker. Rijke, romige smaak op citrus (mandarijn, limoen), cake en kandijsuiker. Hout en kruiden naar het eind en in de middellange afdronk. Terugkerende citrus (sinaas hier). Zeer geslaagde botteling. Eens te meer bedankt Serge. 88/100

Glengoyne 1972/1998, cask 583

Glengoyne ligt net boven de scheidingslijn tussen de Lowlands en de Highlands, vlak bij Glasgow en is sedert 2003 in handen van Ian McLeod Distillers (Glengoyne was hun eerste distileerderij). 20% van de productie gaat naar single malt.

 

Glengoyne 1972/1998, 55.9%, OB, cask 583, 468 bottles
Heerlijke zoete sherry met noten prominent vooraan in de neus. Bij het zoete denk ik aan kandij, crème brûlée en veel zachte chocolade. Belegen dennenhout en een lichte kruidigheid (eucalyptus). En dan komt het fruit opzetten: harde peren, gebakken banaan… perfecte balans tussen bittere en zoete tonen. Hele mooie, elegante neus! De smaak is erg krachtig en behoorlijk bitter. Veel okkernoten, hout, rode bessen, kruiden. Munt. Toch wat water proberen. Dit maakt de geur floraler, de smaak wat zoeter (chocolade), alhoewel het bittere en het droge blijven domineren. Lange, droge afdronk. Ik kan erg genieten van de neus, de smaak en de afdronk zijn me een ietsje te droog. Bedankt voor de sample Serge. 86/100

Malts of Scotland, Luc’s choice – part II

Na de plaspauze – veel te veel water gedronken om die dekselse chipssmaken te neutraliseren – gingen we verder met twee Malts of Scotland die ik hier al eens eerder zij aan zij besprak, whisky’s waarvan ik het absoluut niet erg vond ze nog eens te kunnen proeven. Daarna volgde een nieuwe botteling, een Caol Ila, en afsluiten deden we met Luc’s recentste Glenfarclas.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
Zie hiervoor mijn notes in bovenstaand link. De score blijft dezelfde, in dit rijtje scoort enkel de Glenfarclas heel nipt meer. Ik heb er lang over gedaan om uit te maken welke van deze twee ik de beste vond, twee compleet verschillende profielen maar beide absolute top, eigenlijk zou ik ‘m 92,5 moeten geven, het verschil is misschien geen heel punt. Prachtig oud Campbeltownprofiel. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
Ook van deze was ik volledig weg, hij moest indertijd maar nipt voor de Glen Scotia onderdoen. Ook nu, hij nestelt zich mooi tussen de Glen Scotia en de Bunnahabhain in. Frisser (fruitig, floraal) en makkelijker dan z’n voorganger, minder complex, meer ‘direct’, maar o zo heerlijk direct. 91/100
 
Caol Ila 29y 1981/2010, 59.8%, MoS, cask 4807, 216 bottles
Dit is één van de nieuwe bottelingen. Petrolium, rook, plastic, niet meteen de beste neus ever. Maar dat is dan zonder water. Water toevoegen doet wonderen, een heel pallet een geuren komt naar voor. Zoet fruit, oesters, zilt, winegums, vanille, zoethout… complex. Zoete turf ook, zowel op de neus als op de smaak. Ik noteerde qua smaken nog drop (zoute drop) en het zoete fruit van de neus. Lange, fruitige en kruidige finish. A perfect swimmer, gaat van gesloten en niet aangenaam zonder water naar open en heerlijk mét. 89/100
 
Glenfarclas 41y 1968/2010, 49.7%, OB for Thosop, casks 702 & 5240, 318 bts.
Eindigen deden we dus met deze Glenfarclas, een whisky die al behoorlijk wat airplay heeft gehad maar waarbij ik voor de volledigheid nog vermeld dat het een vatting is van twee vaten die elk op zich hun kwaliteiten hadden maar ook hun mindere kanten. Samengevoegd bleken ze echter elkaars mindere kanten op te heffen, resulterend is een perfect huwelijk. Vat 702 is een first fill oloroso, vat 5240 een first fill fino. De complexe neus geeft donkere chocolade (waarvoor dank oloroso, maar zonder echt bitter te zijn, waarvoor dank fino), noten, hout (niet te veel, niet te weinig), fruit (zowel gedroogd als geconfijt fruit), kruiden, leder, een lekkere waxyness en nog heel wat meer. Na enige tijd krijg ik ook wat vegetale tonen (denk aan peterselie, en zeker ook munt). Een neus om van te genieten. Op de tong toont hij zich stevig, mondvullend en licht drogend. Veel kruiden, bessen, hout, koffie, de donkere chocolade, enzovoort enzoverder. Lange, droge, kruidige finish met ook het fruit dat nog de kop opsteekt. Vooral de neus van deze whisky is geweldig. 93/100
 
Voila, ik vond dit een mooie line-up. Buiten onze opwarmer was de jongste whisky 29 jaar oud, en toch had ik nooit het gevoel op een stuk hout te sjieken, het zijn stuk voor stuk zeer mooi gerijpte whisky’s die alle hun smaken perfect geïntegreerd hebben. Mijn top-3 bleek dezelfde te zijn als deze van de groep (alhoewel ze voor mij alle drie erg dicht in elkaars buurt liggen), nl.:

  1. Glenfarclas 1968
  2. Glen Scotia 1972
  3. Glengoyne 1973

Malts of Scotland, Luc’s choice – part I

Maandagavond stond een mooi rijtje Malts of Scotland op het Fulldram programma. Niet zomaar wat nieuwe bottelingen, maar het beste wat ze daar volgens Luc Timmermans in Paderborn in hun pril bestaan op fles getrokken hebben. Een beetje een ‘best of’ dus. Een groot deel kende ik al, wat de line-up alleen maar aantrekkelijker maakte.Vandaag en morgen lees je hier een verslagje van deze Malts of Scotland bloemlezing.

Bij binnenkomst kreeg ik een glaasje Charlepoeng in de handen geduwd, een bier van de biergilde Dijleland uit Huldenberg. Een erg lekker brouwsel. Fris, hoppig, licht bitter. Ook een ander, donker bier van dezelfde gilde, St. Roch kon gedegusteerd worden. Beide zijn te verkrijgen bij QV.ID van Koen Philips in Huldenberg. Koen z’n populariteit in de club verkent stilaan ongekende hoogtes.

Wat zeker ook niet onvermeld mag blijven bij deze tasting is de voorafgaande opwarmer. Bestuurslid Peter had immers een eigen(zinnige) tasting in elkaar geknutseld. Ieder kreeg een blad met 40 smaken (gaande van Heinz Ketchup over Babi Pangang tot RHAHG, ofte Rudi Heeft Achter de Haag Gekakt), tien (blinde) zakken chips gingen rond, aan ons om beide aan elkaar te linken. Nadien volgde een klassikale verbetering. Boeiend en bij momenten behoorlijk hilarisch. De beste scoorde 5/10, ik deed het met 3/10 nog zo slecht niet. Kebabchips, hoe kom je er op… Soit, na de – soms vrij degoutante – chipssmaken weggewerkt te hebben met brood, water of nog wat bier, was het hoog tijd om ons aan de whisky te zetten.

 
Glen First Class 2000, 50%, Malts of Scotland 2010
Om het pallet juist te zetten, had Luc de Glen First Class bij. Als je dat met een stuk in je voeten tracht uit te spreken, dan heb je meteen de naam van de distilleerderij. Samen met de Glen Peat Class zijn dat de twee instapmalts van Malts of Scotland, op de volgens hen ideale drinksterkte van 50%. De Glen First Class is een vatting van een 40-tal sherryvaten van het jaar 2000, op tienjarige leeftijd gebotteld. Lekkere whisky en voor 36 euro prijs/kwaliteit een koopje. Een ideale daily dram. De neus is zoet en fruitig. Ik schreef ananas, sinaas, amandelen, honing en marsepein op. De smaak is romig en vol, en moet het hebben van fruit, noten, koffie en tabak. Alles vrij zacht en ‘smooth’. Middellange, fruitige afdronk. 83/100
 
Deanston 33y 1977/2010, 43%, Thosop, handwritten label, 205 bts.
De eerste topper was een whisky waarvan maar weinig bottelingen bestaan, zeker onafhankelijk is er niet veel voorradig. En wat opzoekingswerk leert dat enkel James MacArthur en Cadenhead in het verleden Deanston 1977 hebben gebotteld. Nu ook Thosop. Deze werd dus door Luc onder zijn eigen ‘handwritten’ label gebotteld en niet onder dat van MoS. Let op: 43% is hier vatsterkte. De neus deed me denken aan één van de lekkerste taarten van onze bakker: Frangipanetaart met peer. Fris, zoet en zeer fruitig. Lekker! De smaak voegt daar nog wat kruiden, bijenwas en pompelmoes aan toe. Vrij korte, fruitige afdronk. Knappe vatselectie. 86/100
 
Bunnahabhain 43y 1967/2010, 41.1%, MoS, cask 3315, 147 bts.
Vat 3315 is een bourbonvat. En een vat waarvan de inhoud al serieus bejubeld is. Ik proefde hem al eens, maar had hem nog niet besproken. Complexe neus die erg discreet van start gaat en langzaamaan meer en meer prijs geeft. Ik had zowel fruitige, kruidige, florale als zoete toetsen. Ook wat lichte zilt. Mooie evolutie. Ook de smaak is complex, en romig, met fruit (citrus, ananas) en kruiden (zoethout o.a.) die de eerste viool spelen. Alles perfect vermengd met het hout. De afdronk is middellang en kruidig. Zalige, perfect gebalanceerde whisky. 92/100
 
En dan… dan was er nog een Auchentoshan. Een wreed lekkere Auchentoshan. Atypsich, maar bangelijk goed. Hierover echter later meer. Pauze. Morgen deel twee.
 

Bezoek aan Knockdhu

Er zijn weinig mensen die Knockdhu kennen. An Cnoc kennen ze wel, Knockando ook. An Cnoc is de naam waaronder de Knockdhu distilleerderij z’n whisky bottelt, Knockando is een andere Speyside distilleerderij en heeft hier dus niets te zien.

Knockdhu ligt in het Oosten van Speyside, ergens tussen Strathisla en Glendronach in. Haar geschiedenis gaat terug tot het jaar 1893. Een jaar voordien kocht een zekere John Morrison het landgoed Knock van de Duke of Fife, een stuk land waar hij verschillende waterbronnen ontdekte op de zuidelijke flanken van Knock Hill. Het water was zo zuiver dat het zich uitstekend leende voor het distilleren. Maar naast het water was er ook de nabijgelegen ‘Great North of Scotland’ spoorlijn (nu verdwenen) die Aberdeen met Elgin verbond, en stond de Moray regio bekend om z’n overvloed aan gerst en turf. Dit alles maakte Knock de ideale locatie om whisky te produceren. Morrison twijfelde niet langer en begon met de bouw van een distillerderij in mei 1893.
Algauw kon men starten met whisky te distilleren. De productie werd in de loop der jaren driemaal stilgelegd, eerste tijdens de drooglegging en kort daarna tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het een regiment van het Indische leger huisvestte. Onder het beheer van Scottish Malt Distillers, sloot Knockdhu in 1982 een derde maal, om in 1989 onder de nieuwe eigenaars, Inver House, de productie opnieuw op te starten. In 2000 werd de naam van de whisky veranderd in An Cnoc om verwarring met deze van Knockando te vermijden. An Cnoc is Gaelic voor ‘de heuvel’. De productie gaat voor een groot deel naar de reeds vermelde blends van de groep.

Gordon Bruce, distillery manager, wijdde ons met veel gedrevenheid in in de geheimen van Knockdhu. Ik heb al best wat distillery tours achter de kiezen, en ik moet zeggen dat ondanks het gebrek aan tijd, deze tour één van de beste was die ik al deed. Gordon ademt whisky, met een passie en een maniakale drang naar perfectie die ik maar zelden ben tegengekomen. Het feit dat hij een ingenieur is, zal niet vreemd zijn aan dat perfectionisme. Alleen al de trots waarmee hij vertelde dat hij enige tijd terug een heel bijzondere versnellingsbak uit Italië op de kop wist te tikken, met merkelijk betere prestaties en een hoger rendement dan deze die hij in Schotland voor handen had. Hij bouwde deze versnellingsbak om voor gebruik in de distilleerderij en wist zo energie te besparen en het distillatieproces een pak efficiënter te laten verlopen. Energiebesparing is trouwens hét modewoord in distillerend Schotland heb ik het laatste jaar mogen ontdekken. Soit, ik vond het een geweldige kerel. Hij startte trouwens in de whisky business in 1988 als mash man bij Pulteney, in 2006 werd hij aangesteld als manager van Knockdhu.

De foto hiernaast toont een impressie van de kiln van Knockdhu (ja oké, ik ben een freak, maar wees blij dat ik de rest niet publiceer), thans ongebruikt. Maar genoeg duiding, hoog tijd om het te hebben over de whisky’s die Gordon ons na de rondleiding liet proeven. Er stonden enkele standaardbottelingen te wachten, maar Gordon kon het niet laten ook in z’n kast met cask samples te duiken. Ik zei het al, een zalige gast.

 

An Cnoc New Spirit
Anders dan deze van Balblair, opmerkelijk anders. Minder mierzoet fruitig, eerder floraal. Graniger ook. Interessant.

 

An Cnoc 12y, 40%, OB 2010
Granige neus met een beetje fruit (gedroogd fruit). Suikerspin. Granen en citrus op de smaak. Wat honing. Korte afdronk. Nogal eenzijdig en niet echt my cup of tea.

 

An Cnoc 16y, 46%, OB 2010
Dit is beter. Meer fruit op de neus. Wit fruit. Kruidenthee, herbal. Stroperig en fruitig op de tong. Tarte Tatin. Middellange, zoete afdronk.

 
 

An Cnoc 1994, 46%, OB 2008
De neus start granig, met meer en meer karamel. Geroosterde en gesuikerde noten, wat rook van het hout. Niet slecht. Romige smaak op granen, gestoofd fruit en honing. Zoethout. Best lekker.

 

An Cnoc 1995, 46%, OB 2010
De opvolger van de 1994. Redelijk vergelijkbaar, misschien wat kruidiger. Kaneel schreef ik op. Het fruit hier is vooral citrus. Zoete en kruidige smaak. Vrij lange, kruidige afdronk met perzik. Mmm, ik heb een lichte voorkeur voor deze vintage, wat complexer.

 
 

An Cnoc 30y 1975, 50%, OB 2005
Dit was voor mij de ‘WTF? Is dit An Cnoc!?’ whisky. Geweldig lekker. Zoet, floraal. Vanille-fudge, zachte rook, en nog héél wat meer waar ik niet toe kwam. Zalige whisky, maar niet de beste van de tasting. Voor 140 euro echter zeer koopwaardig.

 

An Cnoc 20y 1990, 50%, cask sample, #1693
De eerste sample die we proefden (en waarvan ik iets noteerde) was vat 1693, versneden tot 50%. Ik had hier dezelfde herbal tonen als bij de 16y. Lekkere whisky.

 

An Cnoc 35y 1975, cask sample
En last but certainly not least, kregen we een sample uit een vat, afgevuld in 1975, voorgeschoteld. In lijn met de 30y maar meer fruit (tropical!), meer bloemen, eigenlijk gewoon meer van alles. Perfect gebalanceerd met het hout. Als dit ooit gebotteld wordt, moet en zal ik een fles zien te bemachtigen. Ik zou in ieder geval niet al te lang meer wachten met bottelen, ik kan me moeilijk voorstellen dat hij nóg beter wordt.

 

Bezoek aan Balblair

Balblair is misschien niet de meest sexy distilleerderij, maar als ik nog maar denk aan hun 1966 Spanish oaks, komt het water me in de mond. Zowel de 33y als de 38y zijn ronduit schitterende whisky’s. In ieder geval stond donderdagvoormiddag een bezoek aan Balblair gepland. John MacDonald, distillery manager, leidde ons rond in zijn speeltuin en liet ons enkele vintages proeven. Balblair brengt tegenwoordig trouwens enkel vintages uit, geen klassieke ‘leeftijden’ noch single casks. Het bezoek werd afgesloten met een copieuze lunch die ons sterkte voor de lange rit naar Knockdhu.

Balblair, gelegen in Edderton, Ross-Shire, is één van de oudste Schotse distilleerderijen, het werd opgericht in 1790 (Bowmore is bij mijn weten met 1779 de oudste), het is in ieder geval de oudste nog operationele Highland distillery. De man achter het project was John Ross, later opgevolgd door z’n zoon Andrew. Balblair bleef familiebezit tot 1894, toen het in handen kwam van Alexander Cowan. Het is deze Cowan die de distilleerderij herbouwde tot de huidige site. Na een lange sluiting, van 1915 tot 1947, werd de productie terug opgestart onder Robert ‘Bertie’ Cumming. Deze advocaat stond bekend als levensgenieter en niet vies van een drammetje, en meer dan één. Zo gaat het verhaal dat hij, na iets te diep in het glas gekeken te hebben, de pub waar hij consumeerde, opkocht en zich daar de dag nadien natuurlijk niets meer van herinnerde. Maar hij nam z’n verantwoordelijkheid op en maakte van de pub een succesverhaal.

Onder leiding van Bertie bloeide ook Balblair op: de distilleerderij werd uitgebreid, de productie gevoelig verhoogd. Bij zijn pensioen in 1970 verkocht Cumming Balblair aan Hiram Walker. Hiram’s bedrijf werd later opgenomen in de Allied Distillers groep, die het op zijn beurt in 1996 verkocht aan de huidige eigenaars, Inver House.
Vandaag de dag gaat ongeveer 15% van de productie naar single malt, de rest vooral naar de blends van Inver House, zoals daar zijn: Catton’s, Hankey Bannister, MacArthur’s, Glen Talloch en Pinwinnie Royal, én naar hun likeur genaamd Heatter Cream.

 

Maar laat het ons nu maar hebben over waar het hier toch om draait, den drank. Het water voor de whisky komt van de iets verderop gelegen Allt DeargIn bron, de gemoute gerst is zo goed als ongeturfd (1,5 p.p.m.) en heel het productieproces is – zoals het hoort nietwaar – zeer uitgekiend. Maar ik bespaar jullie alle technische details (ben zelf trouwens al een deel vergeten en ik heb nu ook weer niet alles genoteerd). Vermeldenswaard is misschien nog dat er drie stills in de gebouwen staan, maar daar zijn er nog maar twee van in productie.
In 2007 werd het aanbod volledig herzien, met een nieuwe vormgeving en een nieuwe bottelstrategie, de vintages. Dus geen ‘Elements’ meer, en ook geen ‘age statemets’ meer. Hieronder geef ik een overzicht van de vintages die we te proeven kregen. Om evidente redenen zijn de besprekingen eerder beperkt en om even evidente redenen niet vergezeld van een score.

 

Balblair New Spirit, 68.1%
Zoet (suikerspin) en zéér fruitig. Veel peer en ook wat appel. M.a.w., wat je kan verwachten van new spirit.

 

Balblair 2000, 43%, OB 2010
Dit is de opvolger van de 1997. Duidelijk gerijpte new spirit, waarmee ik bedoel dat je de new spirit herkent, maar dan een stuk ronder en voller. Nog steeds veel peer maar ook perzik en banaan, vanille en granen. Het wit fruit zit ook op de zoete smaak, naar het einde en in de afdronk is hij licht kruidig. Niet erg complex, maar foutloze en vlot drinkbare whisky.

 

Balblair 1997, 43%, OB 2009
Deze is een oude bekende en mijn kennismaking indertijd met de Balblair vintages. Ik ben er nooit écht fan van geweest, en ook nu kon hij me niet bijzonder bekoren, alhoewel hij bij sommige van mijn reisgenoten wel in de smaak viel. Deze whisky heeft een lichte, fruitige (ik denk aan Europees fruit) en florale neus. Zoete (honing) en licht bittere smaak. Kruiden. Maar alles is heel speels, licht en vluchtig, het geheel mist wat body.

 

Balblair 1989, 43%, OB 2010, 2nd edition
Maar dit is verdorie wel spek naar m’n bek! Ik scoorde de eerste editie 84/100, deze scoort zeker hoger. Lucas liet me hem de avond ervoor al proeven en hij is écht lekker. Veel complexer dan de 2000 en de 1997 met een heel delicate neus op zoete (karamel), fruitige (ananas, zelfs wat passievrucht) en florale (gedroogde bloemen, hooi) tonen. Licht waxy ook, wat voor mij toch altijd een meerwaarde betekent. De smaak is vol en romig, met naast het fruit (perzik en peer hier) en het zoets van de neus een zeer lekkere kruidigheid. Lange, volle en rijke afdronk. Prijs/kwaliteit vind ik dit een topper. Ja, u leest hier een kooptip (en nee, ik heb dit niet moeten beloven).

 

Balblair 1978, 46%, OB 2009, 3000 bottles
Eindigen deden we in schoonheid. Deze 1978 voegt nog een extra dimensie toe t.o.v. de 1989. Het fruit op de neus is hier gestoofd fruit (aardbeien en pruimen onder andere), de kruiden zitten ook hier al. Ik denk aan gember. Geconfijte gember. I love it! Honing, amandelen… o ja, hij evolueert ook erg mooi. Veel fruit en evenveel kruiden op de smaak, alles perfect in balans. Vrij lange, fruitige afdronk. Yep, deze is nog wat ‘dieper’ dan de 1989, nog wat expressiever ook. Maar je tast ook al wat dieper in de buidel natuurlijk, het is immers een whisky van meer dan 30 jaar oud. Een beauty.

 

Morgen (of overmorgen, al naargelang de goesting) lees je m’n verslagje van de namiddagactiviteit, ons bezoek aan Knockdhu en z’n An Cnoc whisky.

 

Blitzbezoek Schotland

Eind vorige week bracht ik een wel zeer kort bezoekje aan een regenachtig Schotland. Samen met negen andere bloggers was ik door Inver House (International Beverage) uitgenodigd om enkele van hun distilleerderijen te bezoeken. Inver House is eigenaar van de distilleerderijen Pulteney, Speyburn, Balblair, Knockdhu en Balmenach. Deze laatste brengt evenwel geen single malt whisky uit, er bestaan wel enkele onafhankelijke bottelingen van. Ook de vatted malt Blairmohr en enkele blends zoals Hankey Bannister en MacArthur’s zitten in hun portefeuille.
Woensdag stond Pulteney op het programma, maar daar kon ik helaas niet bij zijn omdat ik pas woensdagavond laat ter plekke geraakte (het probleem van te werken voor een baas), donderdag stond Balblair en Knockdhu op het programma. Omdat ik me vrijdag wel kon vrijmaken, heb ik er nog een half dagje Edinburgh aan vastgeplakt.

 

Na een reisje van een dikke twaalf uur met auto, vliegtuig, vliegtuig, taxi, trein, trein en nog eens taxi, arriveerde ik iets voor middernacht in het statige Morangie House Hotel in Tain en maakte kennis met mijn reisgenoten: Lucas & Chris van Edinburgh Whisky Blog, Jason van Guid Scotch Drink, Mark van het Whisky Whisky Whisky forum, Keith van Whisky Emporium, Matt & Karen van Whisky for Everyone, James van Scotch Odyssey Blog, Ben van Master of Malt Whisky Blog en Cathy James van Inver House. Nadien een slaapmutje (of beter, twee slaapmutsjes) en dan onder de lakens. Goed geslapen, mooi hotel… maar wat echter het meeste indruk gemaakt had die eerste dag, was de fish & chips tijdens het wachten op de trein van Aberdeen naar Inverness.

Hoe je dat als Schot wekelijks, laat staan meermaals per week binnenkrijgt, het is me een raadsel. En ik die dacht dat vis eten gezond was. De vis, de fritten, alles druipend van het vet. Je kan het papier waarin alles gewikkeld is, nadien gewoon uitwringen. En dat vet is geen plantaardige olie, nee, puur varkensvet (lard). Je eet enkele happen en je zit meteen vol. En neen, de cheeseburger is geen alternatief… wat ze ginds een cheeseburger noemen, zouden wij omschrijven als cheeseburgerbeignets. De witte kleverige substantie die uit het vlees druipt moet dan doorgaan voor de kaas.

Soit, morgen en overmorgen ligt de nadruk op het lekkers, je leest hier dan een verslagje van de bezoeken aan Balblair en Knockdhu en mijn – soms verrassende – indrukken van hun whisky’s.

Glendronach 8y, import Ruffino

Een tweede sample van het Lindores Whisky Fest is de Glendronach 8y, een dumpy van eind jaren zeventig, geïmporteerd in Italië door Ruffino. Binnenkort zet ik me eindelijk ook aan de nieuwe bottelingen, die staan al een tijdje te wachten.

 

Glendronach 8y ‘Single Malt’, 45.4%, OB, 26 2/3 Fl. Oz, import Ruffino, end 1970’s
De neus is veel fruitiger dan je zou verwachten na een dikke 30 jaar op fles gezeten te hebben. Sappig, zoet fruit: meloen, mango, ananas, peer… njummie! Licht herbal, bloemen in volle bloei (zelfs wat stuifmeel), aangenaam maltig en een klein beetje rook van het hout. De smaak start wat droog, maar langzaamaan zet de fruitigheid van de neus zich ook door op de smaak. Hier wel meer kruiden, net als karamel en een heel lichte rokerigheid. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak (droge start, opkomend fruit). Erg lekkere oude Glendronach. 89/100

Bruichladdich 17y, Moon import

De eerste sample vanop het Lindores Whisky Fest die ik kraak, is een oude (of wat had je gedacht) 17-jarige Bruichladdich, Moon import, geïmporteerd in Italië dus, ergens rond 1980. Begin jaren zestig distillaat inderdaad. Sample van Giovanni Guiliani.

 
Bruichladdich 17y, 43%, OB, Moon import, Italy +/- 1980, 75cl
De neus is erg clean, fris en olieachtig. Lijnzaadolie. Mineralen. Granen. Wat zilt ook, net als zeelucht en daarna fruit: peer, meloen, ananas… heel zachte assen. Ook de smaak is clean en olieachtig, op granen, suikerspin, mineralen (steentjes in je mond) en zilt. Gele appels. Een klein beetje turf. Middellange, zoet en zilte finish. Niet geweldig complex, maar zo’n fles is leeg voor je het beseft, kapt binnen als limonade (maar geef mij dan toch maar dit). 87/100

Glenlivet 14y 1995, Signatory

George Smith, eigenaar van Glenlivet was de eerste die een licentie aanvroeg onder de Excise Act – uitgevaardigd in 1823 – die het mogelijk maakte legaal whisky te produceren. Hij kreeg z’n licentie in 1824.
Smith kreeg echter heel wat tegenkanting van de illegale stokers en werd zelfs bedreigd met de dood. De Hertog van Gordon, vader van de Excise Act, gaf hem daarop twee geweren, welke vandaag te bezichtigen zijn in het bezoekerscentrum van de distilleerderij.

 
Glenlivet 14y 1995/2009, 46%, Signatory ‘UCF’, cask 144352, 767 bts
Sherryvat, gebotteld onder het ‘un-chillfiltered’ label. Kruidige sherryneus. Peterselie, oxo, kruidenbouillon, lichtjes zilt. Wat hout, karamel, noten, leder en woudvruchten. Ook wat eucalyptus. De smaak is droog en kruidig (zoethout, drop) met stilaan meer en meer fruit. Bessen, sinaas. Best lange, droge en licht fruitige finish. Redelijk complexe whisky, verre van slecht. 84/100

Rosebank 18y 1990, Chieftain’s

Rosebank sloot in 1993 de deuren en werd in 2002 door Diageo verkocht aan de British Waterways Board. Jaarlijks verschijnen er nog meedere onafhankelijke bottelingen van deze distilleerderij. Het wordt door sommigen als de beste Lowland malt beschouwd.

 

 

Rosebank 18y 1990/2008, 46%, Chieftain’s, sherry, cask 614, 312 bts.
Zachte en zoete neus. Ik heb geroosterde noten, honing en zoet fruit. Ananas, peer. Koffie met melk en suiker. Ook de smaak is zoet en fruitig maar vooral – en dat had ik niet op de neus – kruidig. Peper, gember, nootmuskaat. Een beetje hout, gedroogde abrikozen en dadels. Niet al te lange, bitterzoete afdronk. Lekkere Rosebank. 85/100

Mortlach 18y 1990, Hart Brothers

Mortlach is de oudste Dufftown distilleerderij, het kreeg z’n licentie in 1823, net voor Glenfiddich. Vandaag zit het in de portefeuille van Diageo.

 
Mortlach 18y 1990/2008, 46%, Hart Brothers, First Fill Sherry Butt
Een sherryneus met een stevige vegetale toets. Zowel groenten als kruiden. Een beetje zilt ook, tabak en rode bessen. Sulfer? Misschien, heel licht in ieder geval. Op de smaak vleessaus, oxo, wat hout, noten, vrij droog. Bosvruchten. Droge, licht bittere afdronk. Bwa, ik ben hier geen grote fan van, maar dit is zeker geen slechte whisky. Gebotteld onder het Finest Collection label, mmm. 78/100
 
En dit weekend… allen naar Leuven voor Spirits in the Sky!

Celtique Connexion ‘Affinage Vin de Paille’ 1994

Na de Affinage ‘Sauternes’ 1995 Speyside van Celtic Connection komt vandaag de ‘Affinage Vin de Paille’ 1994, Highland aan bod. Benieuwd of hij mij evenzeer kan bekoren.

 
Celtique Connexion ‘Affinage Vin de Paille’ 1994/2008, 46%, Celtic Whisky Companie, Highland, 328 bottles
Zware en scherpe sherryneus. Stevig verbrande karamel, tabak, espresso, rubber… wat herbal ook. Sulfer? Mmm, daar ben ik niet uit. Op de neus nog min of meer te doen, op de smaak heel wat minder. Het begin kan er nog mee door (vegetaal, toast, wat zoet) maar daara wordt hij erg droog. Te bitter, te veel hout. De afdronk is weliswaar redelijk lang maar droog. Zoet-kruidig. Zonder écht slecht te zijn, is dit – zeker op de smaak – absoluut niet mijn ding. 75/100