Spring naar inhoud

Archief voor

Caol Ila 16y 1977, Cadenhead

Vandaag proef ik een oude jonge Caol Ila. Deze Cadenhead botteling is een 1977, maar al bijna twee decennia geleden op flessen getrokken.

 

Caol Ila 16y 1977/1993, 58.6%, Cadenhead
De neus van een hammetje aan ‘t spit, rokerig en zilt, maar ook van behoorlijk wat groene appels, net als van gras (hooi misschien eerder), mineralen (natte steen), mosterd en peper. Dik en boterig op de tong. Hier heb ik in eerste instantie turf, daarna een stevige portie kruiden en wat hout. Hier is echter niet veel fruit te bespeuren, tenzij wat witte pompelmoes. Lange afdronk op kruiden en turf. Lekkere, foutloze Caol Ila, ook toen al. 86/100

Advertenties

Yoichi 1987, beste single malt WWA 2008

Deze Yoichi werd uitgeroepen tot beste single malt van de wereld op de World Whisky Awards 2008. Let op, er zijn nadien nog bottelingen gevolgd (althans op z’n minst één waarvan ik weet heb), ik proef de eerste uit 2007. Nikka bottelt trouwens elke winter een zogenaamde ‘limited edition’ whisky die twintig jaar eerder werd gedistilleerd.

 

Yoichi 1987, 55%, OB 2007, Nikka, 2000 bottles
Lekkere sherryneus met veel fruit (gedroogde abrikozen, vijgen, rabarber-confituur), een beetje hars, stroop, peper en zoethout. Tabak, lichte kruidige turf. Antiekshop (oude meubels, oud geboend leder). Volle, romige smaak, zoet en kruiden. Stroop, karamel en zoet, gekookt fruit. Nootmuskaat. Zachte turf. Een beetje zilt zelfs. Mooi in balans, verwarmend en elegant. Met water erbij treden de kruiden meer op de voorgrond. Lange, bitterzoete afdronk, wat drogend. Erg lekkere whisky, dat zeker, maar ik kan me niet voorstellen dat er in 2008 geen betere single malt te krijgen was. 87/100

Tomintoul 1967, Thosop

Niet zo lang geleden proefde ik de Tomintoul 1967 van A.D. Rattray. Dat was een whisky die moest groeien, hij startte heel gedempt, zowel op de neus als op de smaak, maar met wat moeite doen en vooral tijd geven, bloeide hij open tot een wondermooie whisky. Vandaag proef ik de 1967 van Thosop, en aangezien ik nog wat over had van de Rattray heb ik meteen een mooie sparring partner.

 

Tomintoul 43y 1967/2010, 49.3%, Thosop, handwritten label, bourbon cask #5426, 112 bottles
Deze Thosop is in tegenstelling tot de Dewar Rattray meteen erg aromatisch, hier moet je niet zo veel moeite voor doen. Ook een bourbon cask maar het hout was hier actiever, zonder dat het z’n stempel op de whisky drukt. Veel fruit: ananas, rijpe sinaas, appels. Veel groene thee ook. Dan geroosterde noten. Karamel? Ja, een beetje. Butterscotch. Nootmuskaat, en dus de mooie, zachte eik. De smaak is zeker steviger dan die van de Rattray (logisch, 9% meer), met de eik die zich heel mooi vermengd met tonen van gebakken banaan, pompelmoes, karamel en kruiden. Hier echt veel nootmuskaat. Daarna ook wat peer. De eik zorgt voor een mooie bitterheid. Eerder lange, verwarmende en drogende afdronk op kruiden en sinaas. Erg lekkere whisky. Het is moeilijk kiezen tussen beide, het zijn twee verschillende profielen, je moet ze ook anders benaderen… maar beide zijn toppers, laat dat duidelijk zijn. 90/100

Parker’s Heritage Collection, Golden Anniversary

Deze luxe bourbon werd gebotteld ter ere van Master Distiller Parker Beam’s vijftig jaar in de business en bevat whiskey van elk van de vijf voorbije decennia, van de jaren zestig tot heden dus. Een bourbon van meer dan 150 euro, benieuwd wat dat geeft.

 

Parker’s Heritage Collection, Golden Anniversary, 50%, Heaven Hill 2009
Mmm, dit is toch een beauty. De neus start zoet op kandij, donkere chocolade, honing, pruimencompot en perensiroop. Daarna zetten de granen zich door, net als noten en fruit. Braambessen. Na enige tijd ook duidelijk sinaas. Leder. Eikenhout en een wel heel bijzondere kruidigheid. Selderijzout, anijs. Schoenenwinkel. Complex. En erg lekker. Dezelfde smeuïge zoete tonen op de smaak, vermengd met een prominente kruidigheid. Het zoet doet me denken een chocolade, praliné en kandijsiroop, qua kruiden heb ik kaneel, peper en munt. Mooie, ronde eik. Tabak. Warme appeltaart. Verwarmend, absoluut. Lange, ronde en perfect gebalanceerde afdronk, op kruiden, roze pompelmoes en kandij. De integratie van jong en oud is hier echt wel geslaagd. Ben niet zo’n grote fan van bourbon, maar dit is gewoon schitterende whiskey. 89/100

Blairfindy Moor

Blairfindy Moor is een stuk heide tussen de rivieren Avon en Livet en is onderdeel van het Cairngorms National Park. Blairfindy is ook de naam van een single malt van Blackadder, meer bepaald van een familiale distilleerderij uit Ballindalloch wiens naam niet het etiket mag staan. Rarara. Blairfindy is trouwens de naam van de boerderij waar de familie vandaan kwamen, men noemt hen dan ook de Blairfindy Grants. Toch is niet elke Blairfindy van Blackadder een Glenfarclas, zo werd er in 2007 een Mortlach 1989 gebotteld voor Whisky Live Brabant, welke de naam Blairfindy Moor meekreeg.

 
Blairfindy Moor 1989 (Mortlach), 60.5%, Blackadder for Whisky Live Brabant 2007, 99 bottles
De neus is erg krachtig en alcoholisch, wat niet mag verwonderen. Hars, hout, de schil van appelsienen, graan, chocolade. Met water krijgt hij iets geparfumeerds, zonder te storen evenwel. Al even krachtig op de tong, laat zich moeilijk drinken zonder water. Met water zoet. Bananenlikeur, appelsien, karamel, aardbeien, gember… ja, versneden is hij best aangenaam. Middellange, fruitige finish (met water dus). 83/100

Balmenach 1975, Connoisseurs Choice

Van Balmenach wordt weleens gezegd dat het een typische blenderswhisky is en dat hun zeldzame single malts niet veel soeps zijn. Ik proefde tot op heden twee Balmenachs, een 1983 en een 1973 die ik respectievelijk 82 en 85 scoorde, voorwaar toch niet slecht? En weet je wat, vandaag wordt het nog beter. Ruben bezorgde mij een sample van een volgens hem heerlijke 1975 van Gordon & MacPhail, waarvoor dank Ruben.
Weetje: je vindt onafhankelijke Balmenach bottelingen ook soms onder de naam Deerstalker. Ook de namen Balminoch of Cromdale werden gebruikt.

 

Balmenach 1975/2007, 43%, G&M Connoisseurs Choice, first fill sherry
Zeer mooie, bitterzoete sherryneus. Geroosterde noten, kandijsuiker (en -siroop), rozijnen, gebakken banaan (op de barbeque), appelsien, belegen eik, de geur van een bos in de herfst, het vallen van de bladeren. Misschien een heel klein beetje rook op de achtergrond, rook van het hout. Acaciahoning ook, gefrituurde peterselie, kaneel en gekonfijte gember. Iets licht waxy. Volle, romige smaak met veel gedroogd fruit en noten, maar ook citrus (oké, de sinaas weer), karamel, koffie (zwart), tabak. Eik, en een aangename kruidigheid. Lange afdronk op gedroogd fruit, honing en kruiden. 88/100

Ballantine’s Blended, Quartino import 1950’s

Ballantine’s, ik heb er trauma’s van! Hoe slecht kan whisky zijn? Oké, ik weet ook wel dat er andere Ballantine’s zijn dan de standaard blend – zo gooide de 17-jarige nog hoge ogen in de recentste Whisky Bible van Jim Murray – maar ik wil nu toch eens zien wat de gewone leeftijdloze Ballantine’s uit lang vervlogen tijden waard was. En dat zal ik spoedig weten want voor mij heb ik de eerste botteling voor de Italiaanse markt staan, eentje uit de jaren vijftig. Grazie Giovanni!

 

Ballentine’s Blended, 43%, OB imported by Quartino 1950’s, first import in Italy
De neus moet het hebben van de verwachte granen, maar ook van heel wat meer. En zo goed als geen karamel. Dat heel wat meer komt verdacht fris over voor meer dan vijftig jaar op fles te hebben gezeten: kamille, eucalyptus, jodium, lichte rook… daarna mos en wierook (vraag me niet welke). Antiekwas, oud leder, oude kleerkast… ja, lichte old bottle toestanden, maar op de achtergrond. Op de smaak wel een beetje karamel, wat granen maar ook zoethout, vrij veel kruiden, misschien wat zilt, gekonfijt fruit, melkchocolade. En ook hier dat licht stoffige op de achtergrond, net zoals in de middellange, granige en waxy afdronk. Niet meer te vergelijken met het huidige spul, maar of dat aan de blend van vijftig, zestig jaar geleden ligt dan wel aan die periode op de fles… het is ongetwijfeld een samenspel van beide. 84/100

The Dalmore 30y

Bijzonder aan The Dalmore Distillery is dat het gebouwd werd met de bedoeling het te verhuren. In 1839 stichtte Alexander Matheson de distilleerderij en verhuurde het aan de familie Sutherland. Eén van de leden van deze familie, Margaret Sutherland, huurde het van 1860 tot 1866. Haar bijnaam was ‘Sometime distiller’ aangezien zij maar af en toe aanwezig was en de productie meer stil lag dan wat anders.
De Dalmore 30y die ik vandaag bespreek werd gebotteld rond 2003 en daarna is er volgens mij geen nieuwe dertigjarige meer gebotteld. Let op, dit is niet de bekende 1973 Gonzales Byass sherry finish.

 
Dalmore 30y, 42%, OB 2003
De neus is erg licht, als je iets ruikt is die geur vrij snel weer weg. Slappe thee, vernis, lichte rook (één of andere wierook), vanille, gedroogde vruchten, nootmuskaat… alles nogal vluchtig. Elegant, dat wel. Ook op de tong mis ik de nodige punch. Granig en zoet. Vanille en aardbeienijs (of vanilleijs met aardbeiencoullis, dat kan ook). Natte bladeren? De thee weer, ook hier niet al te sterke thee. Zoethout en kaneel voor wat betreft de kruidenafdeling. De afdronk is zoals te verwachten niet erg lang, licht rokerig en even licht zoet. Tja, niet slecht, zeker niet, maar ik had hier heel wat meer van verwacht. 79/100

Glenisla

Net als Craigduff is ook Glenisla een naam waaronder Signatory geturfde Glen Keith bottelde. Tijdens de jaren zeventig durfde Glen Keith al eens te experimenteren met geturfde runs, en dit door licht geturfde malt en zwaar geturfd water bij elke wash toe te voegen. Naar het schijnt zou men voor de Glenisla het geturfde water zelfs eerst door de still gejaagd hebben om de turfconcentratie nog te verhogen. Het resultaat werd gebruikt voor blends, o.a. voor de ‘Century of Malts’ botteling van Chivas. Toch kon Signatory enkele vaten in handen krijgen en bottelen als single malt.

 

Glenisla 28y 1977/2006, 48.6%, Signatory Cask Strength Collection, cask 19598, 274 bottles
Mmm, geweldig peaty is dit niet. De neus moet het vooral hebben van grassige tonen (gedroogde bloemen, nat hooi, stro) en daarna van lichte farmy tonen (mest tussen het stro). Vanille ook, en een beetje peer. Alhoewel, dat beetje fruit neigt op de duur meer naar zeep. En dat stoort. Ook de smaak is grassig en wat farmy (minder dan op de neus echter) maar daarnaast ook granig (popcorn). Noten heb ik nog, net als vanille. Het geheel wordt vrij bitter en droog. De granen en de alcohol beginnen te domineren. Eau de vie? Korte, alcoholische afdronk. Nee, het licht zepige op de neus en de te grote bitterheid op de smaak maken dat deze whisky mij absoluut niet kan bekoren, doe mij dan maar de Craigduff! 68/100

Highland Park 21y 1959, green dumpy

En nu we toch bij Highland Park zitten, stel ik voor dat we een versnelling hoger schakelen. Wat zeg ik? We gaan in overdrive! En dit met de 21 jaar oude 1959 OB dumpy. Zo van die gedrongen groene flessen met een cirkelvormig label, vaak al half verweerd (euh ja, zie afbeelding). Maar wie maalt om het label als je weet wat voor een goddelijk vocht er in die fles zit?

 

Highland Park 21y 1959/1980, 43%, OB, J. Grant for Italy, green dumpy
Whohoow, wat een neus! Sherry, fruit, rook en kruiden strijden om de aandacht. Ook een geweldige waxy touch doemt op. En de bijna onvermijdelijke honing en heide. De smaak is ongelooflijk zacht, je hebt echt niet het idee iets op 43° alcohol te drinken. En toch heeft ie zeker genoeg ‘body’. Fruit, honing, hooi, zilt, rook, kruiden, karamel, subtiele sherry, alles perfect gebalanceerd. Elegante en complexe afdronk. Heb geen zin om hier nog dieper op in te gaan, van de rest van mijn glas ga ik nu zonder nadenken genieten. Erg genieten. Mijn beste HP tot op heden? Het scheelt niet veel. 94/100
 
En ook van onderstaande HP had ik nog notities liggen:
Highland Park 8y 1998/2007, 60.65%, OB for Japan, cask 8017, 35 cl
Lekkere jonge gesherriede Highland Park waarvan de smaak perfect geeft wat de neus beloofde. Het geheel is licht bitter en wat zoet, resulterend in associaties van bittere karamel, kruiden, zachte rook, noten, rozijnen en gedroogde abrikoos. Studentenhaver! 85/100

Highland Park 22y 1986, Duncan Taylor

Highland Park, gelegen aan de Scapa flow niet ver van Kirkwall op het eiland Orkney, is de meest noordelijk gelegen distilleerderij van Schotland. Zonder tegenspoed breng ik er volgend jaar een bezoekje aan. Vandaag een Highland Park 1986 van Duncan Taylor, gebotteld in 2009 maar hier en daar nog verkrijgbaar.

 

Highland Park 22 y 1986/2009, 55.7%, DT Rare Auld, cask 2254
Cleane, mineralige neus die start op granen, lichte zilt en gras. Hooi, gedroogde bloemen, heide… Daarna en daarnaast bijenwas, sinaas, lichte rook… kortom de neus van een jonge (jonger dan hier het geval is) Highland Park. Eucalyptus ook wel, het geheel is erg fris en levendig. Gember? De smaak sluit hier mooi op aan. De sinaas, het florale en grassige, zachte rook, wat kruiden, het zit ook hier. Licht drogend op het einde en in de afdronk. Die afdronk is wat zoeter dan de smaak. Aangename, complexloze whisky. 83/100

Glenlivet 32y 1977, Asta-Morris

Glenlivet verhuisde in 1858 naar z’n huidige locatie Minmore. Daarna rees de ster van deze distilleerder naar ongekende hoogtes, mede dankzij de exclusieve verdeling via Andrew Usher & Co. Usher is trouwens de vader van de consistentie in blends (altijd hetzelfde profiel trachten te behouden).
Vandaag proef ik een 1977 van het nieuwe Asta Morris label.

 

Genlivet 32y 1977/2010, 56.8%, Asta Morris, bourbon cask
Een neus die zeer mooi van start gaat op zoete en fruitige toetsen. Tuinfruit à la appels, peren en perziken. Daarna komt er een lichte grassigheid bij, net als vanille, cacao, boter en nootmuskaat. Bijenwas, wat nog meer naar voor komt met enkele druppels water. Leder dan ook. Perfect verweven. Een hint van cider is nog het vermelden waard. Net als bloemen en bloesems, alles erg elegant en subtiel. Stevig, romig, bijna boterig mondgevoel. Op de tong meer kruiden en eik, maar het fruit blijft prominent aanwezig, zeker met een beetje water. Qua kruiden denk ik aan kaneel, gember en wat peper. De eik is zacht maar zorgt toch voor de nodige pit. Vanille, cider (hoe langer hoe duidelijker), appelcompot en ook nog wat mandarijn. Middellange afdronk op vanille, appels, gember en zachte eik. Het label vermeldt dat the whisky will give the best of itself with some drops of water, en dat klopt als een bus. Mooi zonder water, prachtig mét. En niet te vergeten, dit is drinkbaar, bangelijk drinkbaar. Eigenlijk een ideale dagelijkse whisky. Met standing. 90/100

Glenturret 29y 1979, Signatory

Als ik me niet vergis is met de sluiting van Littlemill in 1997 Glenturret nu de oudste actieve distilleerderij in Schotland. Het werd opgericht in 1775 en een deel van de oorspronkelijke gebouwen is zelfs nog in gebruik. Volgens bepaalde bronnen zou er zelfs al in 1717 gedistilleerd zijn, maar op dat moment dus nog zonder licentie.

 

Glenturret 29y 1979/2009, 48%, Signatory Cask Strength Collection, cask 1440, 163 bottles
Lichte neus op citrusfruit, appel, hout en vanille, associaties waar ik wat moeite voor moet doen, het is allemaal nogal snel weg. Na enige tijd krijgt hij een kaasgeurtje, wat hier toch een beetje misplaatst is. De smaak is licht bitter op hout en kruiden met fruit en vanille die voor wat zoet tegengewicht zorgen. Stevige, eerder bittere afdronk. Niet slecht, maar de kaas op de neus en het wat te bittere op de smaak doen hem onder de tachtig tuimelen. 77/100

Braes of Glenlivet / Braeval

Een distilleerderij die hier nog niet aan bod is gekomen, is Braes of Glenlivet. Hoog tijd om hier verandering in te brengen. Braes of Glenlivet, gelegen tussen Tomintoul en Tamnavulin, is een vrij recente distilleerderij, opgericht in 1973. Het wijzigde z’n naam in 1995 in Braeval. De toenmalige eigenaar Seagram’s had ook The Glenlivet in portefeuille en wilde af van het achtervoegsel ‘Glenlivet’. Kwestie van consequent te zijn in hun niet-aflatende strijd het gebruik van de naam Glenlivet exclusief te bepreken tot The Glenlivet. ‘Braes’ betekent heuvelrug, Braes of Glenlivet kan men dan vertalen als de heuvelrug in de vallei van de Livet. Veruit het grootste deel van de productie ging en gaat nog steeds naar de blendingindustrie, voornamelijk de blends in bezit van de groep (Chivas o.a.).

 

Braes of Glenlivet 1975/2006, 43%, G&M Connoisseurs Choice
De neus van deze whisky is erg grassing. Hooi, granen, bloemen. Gedroogde bloemen eerder, alhoewel dat niet echt mijn winkel is. Potpourri? Een beetje kruiden toch ook. Fruit? Ja, citrus misschien, maar dat zit goed weggestopt. Na enige tijd krijgt iets vlezigs. Ham. Kan me niet boeien. De smaak is mondvullend en droog, vooral op kruiden en hout. Ik denk voor de rest aan noten, rozijnen, vijgen en vanille. Ook hier vooral saai. De afdronk is vrij kort en droog. Mmm, hier was misschien toch beter mee geblend. 73/100

Longmorn 34y 1976, Malts of Scotland

Longmorn werd opgericht in 1894 tijdens de zogenaamde whisky-boom door John Duff, die in de jaren 1870 reeds Glenlossie uit de grond had gestampt, en in 1898 ook nog eens Benriach bouwde, toen onder de naam ‘Longmorn #2’. Even later echter werd Duff failliet verklaard, waarop de distilleerderij overgekocht werd door James Grant. Deze overname luidde een periode van grote bloei in, het aantal stills werd verdubbeld, de productie schoot de hoogte in. Vandaag is Longmorn in handen van Pernod-Ricard (Chivas).

 

Longmorn 34y 1976/2011, 51.5%, Malts of Scotland, cask 5892, bourbon hogshead, 132 bottles
Heerlijke zoete en kruidige neus. Honing en honingkoek. Gekonfijt fruit, cake, wat me onvermijdelijk bij de bolus brengt (je weet wel, de koffiekoek die je niet vaak meer tegenkomt, toch niet in onze regio). Naast het gekonfijte fruit denk ik ook aan lychee en sinaas, en qua kruiden zijn het gember en nootmuskaat die bij me opkomen. Zachte eik. Butterscotch. En dan iets waar ik heel lang op heb zitten zoeken en dat ik heel duidelijk aanwezig vind, nl. Maitrank. Maitrank is een aperitief uit Luxemburg op basis van witte wijn en Lievevrouwbedstro. Het wordt meestal met een schijfje sinaasappel geserveerd. De smaak is minstens even goed als de neus, misschien zelfs nog iets beter. Zoet, fruitig en kruidig. Appel-kaneel, apfelstrudel, rozijnen op rum… I love it! Munt ook, gember, vanille, marsepein, sinaas (de marsepein met sinaas omhuld door donkere chocolade van Dominique Persoone, ha!), ja, dit is smullen! Met water wordt het geheel wat droger, zowel op de neus als op de smaak. Ook hier geen water nodig dus. Lange, erg lange, verwarmende en licht drogende afdronk in het verlengde van de smaak (kruiden en fruit), bitterzoet. Zalige whisky! 91/100

Lochside 1981, Whisky Doris

Ha, Lochside 1981! We worden er de laatste paar jaar rijkelijk van voorzien. Het is wel een profiel dat je moet liggen, er zijn mensen die er niet warm voor te krijgen zijn. Voor alle duidelijkheid, ik behoor niet tot deze categorie. De whisky die ik vandaag proef is een recente botteling van Whisky-Doris, op sherry fino vat, wat vrij uniek is – alhoewel ook The Whisky Agency er eentje heeft. Deze Lochside is verkrijgbaar bij Whisky-Doris voor 150 euro.

 

Lochside 29y 1981/2010, 58.8%, Whisky-Doris, Fino sherry butt #960, 403 bottles
Mmm, het is niet de verwachte (tropische) fruitigheid wat me het eerste opvalt in de neus. Integendeel, dat fruit is in het begin zelfs ver te zoeken. Wat wel? Leder, boter, lijnzaadolie, okkernoten en gekookte groeten (broccoli, aardperen, schorseneren). Misschien wat bizar maar verre van onaangenaam. Klei? Vers gemaaid gras ook wel. Daarna kruiden (peperkoek met gember, bieslook, munt), met geleidelijk aan het fruit dat komt opzetten. Witte pompelmoes, mandarijn en limoen. Eens dat fruit er is, gaat het niet meer weg, zeker als je er wat water bij doet, treedt de citrus zelfs op de voorgrond. Maar deze neus blijft heerlijk schommelen tussen de verschillende sensaties (klassieke en dus veel minder klassieke), zonder ook maar één moment te vervelen. Integendeel, dit is verdomd lekker! Op de tong ontpopt hij zich als een stevige en kruidige whisky die doet vermoeden dat hij wel wat water kan gebruiken. Pas op, dit is ook erg genietbaar zonder. Kruiden (veel gember – ja, ik denk weer aan de peperkoek met gember, in België bij mijn weten spijtig genoeg niet te vinden, in Nederland daarentegen bij manier van spreken op elke hoek van de straat) en (citrus)fruit in perfecte harmonie. Heel lichte rook ook, net als noten. Met water wat zilt en honing. Limoen en mandarijn, en door het toevoegen van water zelfs wat lychees. Je merkt dat ik op de smaak minder vreemde associaties heb, maar hij is hier zeker even geweldig als op de neus. De afdronk is lang op citrus, kruiden en zilt. Een whisky met een hoek af, een beetje zoals ook de Banff van de Dead Whisky Society, maar ook hier op een manier dat ik het geweldig vind. 92/100

Laphroaig 12y 1998, Malts of Scotland

Laphroaig werd opgericht in 1815 door Donald Johnston, de zoon van de man die enkele jaren voordien Lagavulin bouwde. Bij de dood van Donald erfde diens zoon Dugald op elfjarige leeftijd de distilleerderij. Ik kreeg op 11 jaar een horloge als ik me niet vergis.

 

Laphroaig 12y 1998/2011, 59.6%, Malts of Scotland, cask 700272, bourbon hogshead, 152 bottles
Stevige rokerige neus met naast de (turf)rook redelijk wat teer, houtskool en lampolie. Vanille ook, net als zilt en zeewier. Daarna zet er zich een beetje citrusfruit door. Nieuw leder en lichte munt vervolledigen het plaatje. Deze Laphroaig is krachtig op de tong, scherp zelfs en erg rokerig, op het assige af. De rook gaat hier vergezeld van medicinale toetsen, zilt en vrij veel citroen. De schil van zure appels. Kandijsiroop misschien in de verte. In de verte. De smaak vind ik minder boeiend dan de neus, een beetje eentonig. Lange, rokerige afdronk met kruiden (peper vooral), zilt en ook hier (vrij veel) citrus. Een echte rechttoe rechtaan whisky, takes no prisoners zoals ze dat over de plas zeggen. 84/100

Glen Garioch 19y 1991, Malts of Scotland

De volgende Malts of Scotland is een Glen Garioch 1991, eentje die vorig jaar gebotteld werd, in juli, maar nu in België verkrijgbaar is.

 

Glen Garioch 19y 1991/2010, 50.1%, Malts of Scotland, cask 3175, bourbon hogshead, 142 bottles
Ik proefde deze samen (of beter naast) de Miltonduff en dan viel het meteen op dat deze een pak minder fris en fruitig is. Zoet is hij wel, vegetaal ook. Bieslook. Qua zoete associaties denk ik aan kandijsiroop en melkchocolade. Kokos (samen met de chocolade hebben we een Bounty), ananas in blik. Pina colada, juist ja. Misschien een klein beetje appel. Hij groeit wel. Steenkool, asfalt? Iets licht rokerigs. Ook op de smaak zit dat licht rokerige. Stevig en rond mondgevoel, kruidig. Zoethout, nootmuskaat, peper. In de fruitafdeling hebben we appels en groene banaan. Kandij, vanille en noten (amandelen) vervolledigen. Vrij bitter wel, met wat water wordt ie iets zoeter. Lange, bitterzoete afdronk, op noten, vrij veel eik, kandij en zelfs wat zilt. Geen slechte whisky, maar op de smaak blijft hij me wat te bitter om hoger te scoren. 83/100

Ardmore 18y 1992, Malts of Scotland

Met een productie van ongeveer 3 miljoen liter per jaar is Ardmore één van de grootste distilleerderijen van Schotland. Voor deze productie zorgen o.a. acht distilleerketels van 15000 liter. Het is ook één van de weinige die over een eigen ‘cooperage’ of kuiperij beschikt.

 

Ardmore 18y 1992/2010, 49.4%, Malts of Scotland, cask 5014, bourbon barrel, 185 bts.
Aangename neus met niet echt turfrook, maar eerder de geur van houtskool, roet, teer en rubber. Verbrand rubber, maar achterliggend, zeker niet storend. Gerookte hesp. Zilverpoets ook, mineralen… en dan zet het fruit zich door. Peren, appels (de schil) en kruisbessen. Toch ook een beetje cleane turf. Die turf komt trouwens meer naar de voorgrond met enkele druppels water. De (turf)rook is prominenter op de smaak en gaat vergezeld van vanille en vooral veel groene appel, zoet-zuur is de toon. Ook wel wat zilt, een beetje rubber en bosbessen. Zoethout op het einde en in de afdronk. Die afdronk is vrij lang, zoet en licht rokerig. Aangename whisky, best te genieten zonder water. 85/100

Televoting – het vervolg

Hieronder het vervolg van de Fulldram ‘Televoting Tasting’. De eerste twee whisky’s had ik al eens geproefd, maar dat vond ik niet erg, de andere twee waren nieuw voor mij.

 
Glen Elgin 31y 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection (Berry Bros.), casks 5167/5170
Erg fruitige neus op peer en witte perzik, honing en lychees uit blik. Niet echt complex te noemen maar vlot drinkbaar. Wat kruiden op het einde. Behoorlijk lange, fruitige en licht kruidige afdronk. Ik schreef vorige keer al ‘njammie’, dat kan ik hier alleen maar herhalen. 87/100
 
Glenlivet 37y 1972/2009, 56.8%, The Perfect Dram (TWA), 141 bts.
Mijn notes indertijd: Levendige, frisse neus. Ik heb zowel zoete tonen (vanille, zoethout), fruitige tonen (gestoofd fruit) en maltige (granen). Zachte houttoetsen erdoorheen. Na een tijdje bloemen ook. Mooie evolutie. Stevig op de tong met fruit uit de tuin, noten, wat hout en vers gemaaid gras. Beetje kruiden. Die kruidigheid komt terug in de licht drogende afdronk.
Die ‘mooie evolutie’ op de neus mag ‘prachtige evolutie’ worden, en het woord ‘complex’ mag toegevoegd worden. Echt een beauty. 90/100
 
Tomatin 34y 1976/2010, 51%, The Nectar of the Daily Drams, sherry butt
Dit was een whisky die moest groeien, wat misschien aan de line-up lag, het was ook niet evident om na de Glenlivet te komen. De neus van deze laatste was aromatischer, maar na enige tijd toonde ook deze zich een schitterende whisky. De start was dus wat gedempt, daarna riep het fruit om aandacht. Banaan, perzik, en ook een beetje tropische varianten. Veel honing, en herbal tonen. Fris. Op de smaak meer tropisch fruit, zeker naar het einde en in de afdronk. Gekookt fruit ook en meer kruiden dan op de neus. Misschien wat eik, maar op de achtergrond. Lange, fruitige (tropisch dus vooral) afdronk. Bij deze vond ik de smaak beter dan de neus, maar dat zegt meer over de geweldige smaak dan over die neus. In de eindrangschikking haalde deze het voor mij erg nipt van de Glenlivet. 91/100
 
Port Ellen 27y 1983/2010, 56%, Malts of Scotland, refill sherry, cask MoS66, 322 bottles
De neus van deze Port Ellen is erg clean en fris, zilt en zesty. De schil van citrusfruit. Mineralen. Zoethout. En turf natuurlijk, maar niet overweldigend. Wat medicinaal. Typisch zonder heel complex te zijn, en ook zoals wel vaker een erg inactief sherryvat. Ook op de smaak proeft dit niet als 27 jaar oude whisky. Prikkelend, zesty, rokerig, zilt… Noten? Citroen. Lange, rokerige en zilte afdronk. Erg lekkere, frisse, ‘jonge’ Port Ellen en vlotjes in mijn top drie van de avond. 90/100
 
De top drie van de groep was:

  1. Tomatin
  2. Glen Elgin
  3. Port Ellen