Spring naar inhoud

Archief voor

Tijd voor de jaarlijkse opkuis in m’n samples

Ik heb nog tientalle samples staan (van festivals, tastings, whiskysamples.eu, sample swaps…) en heb me voorgenomen die de rest van de winter weg te werken. Een beetje zoals de jaarlijkse lenteschoonmaak, maar dan plezanter. De komende weken en maanden volgen dus af en toe wat losse flodders. Beginnen doe ik met de Clynelish Manager’s Dram die ik gisteren dronk. Vandaag en morgen zullen er ongetwijfeld andere alcoholen mijn ingewanden beroeren.

 
Clynelish 17y Manager’s Dram, 61.8%, OB 1998, sherry cask – Highland
Deze Clynelish is écht lekker, en met water zo mogelijk nog beter. Het water ontketent de fruitigheid in de neus. Zonder water heb je ook al fruit (citrus, appels), samen met bijenwas, mineralen, noten en kruiden. Met water slaat het fruit om in de exotische variant (heb ik niet zo vaak bij Clynelish), nog meer bijenwas, honing, turf, zoethout. Fantastisch gewoon, ook op de smaak (verdund). Die is fruitig (sinaas, pompelmoes), waxy, ziltig, rokerig en wat kruidig (gember?). Erg complex. Lange afdronk op kruiden, fruit en terugkerende turf. 93/100

Advertenties

Drie Longmorns, een oude en twee jonkies

Longmorn-Glenlivet 1963/2003, 40% Gordon & MacPhail – Highland
Deze oude Longmorn is nog erg fruitig, het hout heeft ondanks de 40 jarige rijping niet de overhand gekregen. Mooie balans! Aangenaam bitter, lekkere sherry. Smaak mocht iets meer punch (i.e. alcoholpercentage) hebben, maar is nog steeds erg aangenaam. Middellange, droge finish. 87/100
 
Longmorn 14y 1994/2008, 50%, DL Old Malt Cask, 352 bottles – Highland
Neus startte met een lichte off-note. Waspoeder? Krijt, kalk, dat zeker. Dit verdwijnt na een tijdje en maakt plaats voor fruit en graan. Mineralig ook. Vettige smaak (olie) met honing, fruit en kruiden. Zoete, kruidige afdronk. Mooie bitterheid. 81/100
 
Longmorn 1990/2005, 46%, Berry Bros, casks 30111-30112 – Highland
Superneus. Veel fruit, beetje rook, honing, daarna bloemen… zalig. Erg complex. Ook de smaak is lekker. Fruit, karamel, hout… mmm, wordt mij een ietsje te droog, het hout gaat wat overheersen. Spijtig. Bitter-fruitige afdronk. Verliest enkele punten op de smaak, was anders vooraan in de negentig geëindigd. 89/100

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Glann ar Mor

Glann ar Mor – Bretoens voor ‘aan zee’ – is een distilleerderij aan de Noordkust van Bretagne, een regio met een stevige Keltische invloed. Het is opgericht door de Celtic Whisky Compagnie, die op die manier hun aanbod van ‘Keltische’ whisky kan vervolledigen. Verschillende jaren voorbereiding gingen de opening in juni 2005 vooraf, een oude boerderij werd omgebouwd en het ganse whiskyproces werd uitgedokterd, van het vinden van geschikt water tot het bouwen van een warehouse. Het hart van de distilleerderij is één grote kamer waar zowel de washbacks, de stills als de opslagtanks (waar de spirit in zit voordat het op vaten wordt gedaan) staan. De eerste distillatie vond plaats op 31 december 1999, maar dat was nog voordat de nieuwe stills geplaatst zouden worden in 2005. De spirit van dat eerste distillaat is ter gelegenheid van het inwerkingstellen van de nieuwe stills gebotteld onder de naam ‘Taol Esa’ (probeersel) op 99 flessen van 50cl. In 2008 werd dan het eerste distillaat van de nieuwe stills gebotteld onder de naam ‘Taol Esa – 1än Gwech 08’. Een tweede (Taol Esa – 1ãn Gwech 09’) kwam vorige maand uit. Daarnaast heeft Glann ar Mor ook een geturfde versie, de Kornog. Een eerste batch hiervan werd gebotteld op 57.1%, een tweede recent op 46%. Vandaag proef ik de eerste batches van zowel de niet-geturfde als van de geturfde.

De gebruikte gerst komt uit het Noorden van Frankrijk, maar voor hun Kornog gebruiken ze geturfde mout uit Schotland. De whisky rijpt op het domein van de distilleerderij, aan de Bretoense kust dus. Zoals geweten passeert daar de warme golfstroom wat een extra stimulans is voor het rijpen. De gebruikte vaten zijn ex-bourbon of ex-sauterne vaten.
 

Glann ar Mor ‘Taol Esa – 1än Gwech 08’, 46%, OB 2008 – Frankrijk
Lekkere, frisse neus. Bloesems. Een boomgaard in volle bloei. Veel fruit (sinaas, appel, peer), granen en behoorlijk wat vanille. Ik zou dit absoluut geen drie jaar schatten (wordt dit een tweede Amrut?), maar weinig new-spirit-toestanden. Ja, de peer misschien, en een klein beetje bubblegum, maar dat valt allemaal erg mee. Ook veel fruit in de smaak. Appel en peer, ook hier. Sappige peer. Een lichte kruidigheid ook. Gember. Munt. De smaak is ‘dik’, boterig en blijft vrij lang hangen. Zeer mooie whisky voor z’n leeftijd. 86/100
 
Kornog ‘Taouarc’hKentan’, 57.1%, Glan ar Mor, OB 2008 – Frankrijk
35 p.p.m., drie jaar gerijpt op bourbonvaten. Neus: veel turf en rook en veel ‘zee’ (zilt, iodium, zeewier) maar ook wat citrus en zoets erdoorheen. Geroosterde amandelen. Smaak: meer rook dan in de neus, beetje fruit (witte perzik, peer), marsepein, zilt en peper. Lichtjes bitter. Potloodslijpsel. Naar het einde vrij veel asbaktoestanden, wat teveel naar mijn smaak. Vrij scherpe finish op rook en hars. Mmm, slecht is dit niet, verre van, maar de niet-geturfde is beter. 83/100

De clash der Brora’s 22y Rare Malts (61.1% vs. 58.7%)

Na twee uur sneeuwpret met de kids heb ik even mijn neusholtes moeten laten wennen aan temteraturen die ze gewend zijn bij het proeven van whisky, maar ze zijn nu helemaal klaar voor Onversnedens note nummer 500: de Brora 22y 1972/1995, 61.1%, Rare Malts. Geef toe, ik kon een slechtere keuze maken. Aangezien ik nog een sample van die andere batch op 58.7% heb staan en mijn Brora 30y 2004 bijlange nog niet leeg is, wordt dit een mooie jubileum post.

Ik begin met een snifje en een nipje van de 30y 2004, kwestie van het pallet meteen op ‘what the fuck!?’ te zetten. Man, dit is en blijft toch een dijk van een whisky! Die gebalde farmy notes, zalig. De perfecte gangmaker voor de Brora 22y 1972 op 61.1% me dunkt.

Deze Rare Malts geeft zich ondanks het alcoholpercentage meteen bloot. En hoe! De neus is scherp, de whisky stormt echt je neusholtes binnen. Ik heb turf, zilt, farmy notes van de beste soort, wit fruit, maar ook een licht medicinaal toets. Djéé, dit is goed! De smaak is erg ‘dik’, hij blijft plakken, beetje vettig. Ik tref er de turf en het zilt uit de neus aan, plus peper, nootmuskaat, honing en witte pompelmoes. Erg complex en o zo lekker! I love it! Oh man, I love it! Rustig Johan, rustig, denk aan je hart. En dan hebben we die afdronk nog niet gehad… ja, dit is het soort whisky waar ik gelukkig van word zie. En, het beste van alles: ik heb nog 8cl over!

Tenslotte schenk ik mezelf nog een klestje van de 58.7% uit, voor mij de op één na beste whisky die ik ooit dronk (euh, ondertussen misschien op twee na, maar daarover later meer). Deze is zoals te verwachten redelijk vergelijkbaar, maar hij is toch nog complexer hoor, zeker in de neus maar ook op de smaak voegt hij nog extra fruit en een waxy toefje toe. Oh ja, dit is duidelijk nóg beter! Buitenaards gewoon… en by far mijn beste Brora ever.

Conclusie? De 30y is meer rechttoe rechtaan farmy Brora, de 58.7% de complexiteit ten top. Qua scores gaat het allemaal niet zo heel veel schelen. Ik gaf de 30y 2004 indertijd 95/100 en de Rare Malts 58.7% 97/100. Ik heb na vandaag absoluut geen reden om daar iets aan te wijzigen. De 61.1% kan het niveau van de 58.7% niet aan, dat is ook schier onmogelijk, maar dat van de 2004 kan hij wel aan, makkelijk. 95/100 wordt het, en met de twee sparringpartners is dat een behoorlijk gefundeerde score, al zeg ik het zelf. Drie 95+ op één avond, hèhè. En zes op een weekend, maar daarover dus later meer…

 

Bon, dit was weer een hoogtepunt in m’n leven zie! En dan straks mevrouw Onversneden mogen uitleggen hoe het drinken van enkele centiliter whisky in godsnaam een hoogtepunt in m’n leven kan zijn… het onbegrip!

 

Caol Ila 1980, Malts of Scotland

Na een helse tocht Brussel-Leuven ben ik toe aan een hartverwarmende dram. Het wordt de laatste in de rij Malts of Scotland, een Caol Ila gedistilleerd op 21 mei 1980 en gebotteld in oktober dit jaar.

 
Caol Ila 29y 1980/2009, 54%, Malts of Scotland, cask 4935, 175 bottles – Islay
Oh ja, dit is weer in de roos hoor. Niet de verwachte fruitige turf, maar eerder kruidige turf. In de neus heb ik drop, gember, hout, hars, planten, turf, beetje zilt en toch nog een beetje fruit (witte pompelmoes) op de achtergrond. Heel mooi. Erg krachtig op de tong, komt sterker over dan de 54%. Spicy! Ook hier. Peper, zoethout. Meer fruit dan in de neus, en een perfecte portie hout. Beetje water toevoegen maakt het geheel – zoals gewoonlijk – wat zoeter. Middellange, aangenaam bittere en verwarmende afdronk. Ja, ze weten hun vaten daar wel te kiezen bij de Malts of Scotland. 89/100
 

Dit was trouwens note nummer 499, heb voor het weekend een specialleke klaarstaan. En dat is een understatement.

Laphroaig 1990, Malts of Scotland

Een andere recente botteling van Malts of Scotland is een Laphroaig 1990. Deze werd gedistilleerd op 18 juni 1990 en vorige maand gebotteld.

 
Laphroaig 19y 1990/2009, 53.2%, Malts of Scotland, cask 6463, 154 bottles – Islay
Mmm, zalige neus! Zachte, zoete en fruitige turf. Ik heb kruisbessen, rijpe sinaas, marsepein, turf, zilt. Een beetje hout. Paraffine? Menthol zeker wel. Gerookt vlees ook. Spek, of eerder een hammetje aan ’t spit. Meer rook in de smaak, assen, wat medicinaal. Punchy! Citrus, zilt, zoethout en peper zorgen voor het nodige tegengewicht. Lange ziltige finish met terugkerende rook. Complexe en perfect gebalanceerde laffie. 90/100

Benrinnes 1988, Malts of Scotland

De Benrinnes proefde ik een tijdje geleden. Hieronder mijn notes.

 
Benrinnes 21y 1988/2009, 46.3%, Malts of Scotland, 2009, cask 888, 175 bottles – Speyside
Mooie zachte, fruitige en licht zoete neus op sinaas, ananas, honing, amandel (marsepein!), granen (muesli) en gras. Wat mineralig ook, de natte steen. Ook de smaak geeft fruit (citrus, peer), maar ook vanille, een beetje hout en kruiden. Subtiele turf erdoorheen. Wat bitter op het einde. Eerder korte, fruitige afdronk, beetje zurig. Al bij al lekkere whisky, deze Benrinnes. 82/100

Glen Spey 1977, Malts of Scotland

De derde in de rij is een Glen Spey, een geweldige Glen Spey. De whisky is gedistilleerd op 21/11/1977 en gebotteld in oktober dit jaar.

 
Glen Spey 31y 1977/2009, 55.8%, Malts of Scotland, cask 3656, 210 bottles – Speyside
Frisse, fruitige geur, mooi verweven met het hout. Meloen, perzik, druiven (druivensap). Acaciahoning. Na een tijdje komt het hout opzetten zonder echt te domineren. Lekkere kruidigheid, eerder de ‘herbs’ kruidigheid. Eucalyptus. Planten. Knap! De smaak is aangenaam bitter. Het hout heeft z’n werk gedaan, maar het maakt deze whisky niet te scherp of te bitter zoals vaak wel het geval is bij oudere whisky. Het zoete (ook hier honing) en de kruiden (peper, zoethout) counteren en maken het een mooi gebalanceerd geheel. Behoorlijk lange, bitterzoete afdronk. Zéér lekkere whisky vind ik dit, en een meer dan geslaagde kennismaking met deze distilleerderij. 90/100

Aberlour 1990, Malts of Scotland

Tweede in de rij is één van de nieuwelingen, een Aberlour van 1990. Ik kon deze reeds proeven op Spirits in the Sky vorige maand en was er behoorlijk door verrast. Een Aberlour 1990 is immers niet direct een whisky die mij doet watertanden. Nochtans…

 
Aberlour 19y 1990/2009, 54.5%, Malts of Scotland, cask 18847, 167 bottles – Speyside

Gedistilleerd 15/10/1990, gebotteld 10/2009. Ik ga er dus maar gemakshalve van uit dat dit een 19 jarige whisky is, alhoewel het in principe ook een 18-jarige kan zijn vermits ik niet weet op welke dag in oktober deze Aberlour op flessen is getrokken. Soit, wat belangrijker is, is dat ik dit lekkere whisky vind. Ik ben absoluut geen sherryhead, zwaar gescherriede whisky laat ik graag aan mij voorbijgaan, maar indien de sherry mooi verweven is met andere smaken, dan is het smullen geblazen. Ook hier dus. Erg aangename, zachte, zoete sherryneus. Karamel, zoethout, pruimencompot annex -taart, kruiden, wood smoke (hebben we daar trouwens geen nederlands woord voor?), bloemen en een lichte waxyness. Compact en complex! Ik moet ook denken aan bolussen. Dat zijn van die koffiekoeken met geconfijt fruit die ik in mijn kindertijd graag at, maar nu gewooon nergens meer tegenkom. Dat geconfijt fruit komt er trouwens hoe langer hoe duidelijker door en zit ook wat in de smaak. Die smaak is vrij stevig, bitterzoet en geeft ook karamel, rozijnen, bosbessen, hout, tabak en kruiden. Droogt een beetje uit, maar dat stoort absoluut niet. Vrij lange, kruidige afdronk. Een onafhankelijke A’bunadh die makkelijk naast de betere OB’s kan gaan staan. 88/100

Een reeksje Malts of Scotland

Malts of Scotland is een nieuwe Duitse onafhankelijke bottelaar, opgericht door Thomas Ewers. Het zag begin dit jaar het levenslicht met het op de markt brengen van een eerste batch van elf bottelingen, later volgden er meer. Malts of Scotland beweert een zeer uitgebreide stock vaten van een zestigtal distilleerders te hebben liggen. Hun bottelingen zijn single casks op vatsterkte, worden niet bijgekleurd noch koud gefilterd.
Ik merk dat ik nog geen enkele bespreking van een whisky van hen gepubliceerd heb. Laat ons daar met een straatje van zes verandering in brengen zie… Beginnen doe ik met de Clynelish 1996.

 
Clynelish 12y 1996, 58.1%, Malts of Scotland, 2009, cask 8245, 304 bottles – Highland
Cask 8245 is duidelijk een sherryvat. Alhoewel de sherry niet overheerst, de typische Clynelish kenmerken kunnen nog vrij hun gang gaan. Boenwas, fruit (citrus, sinaas vooral), pollen, bloemen, het gekende patroon. Mooie balans met de droge sherrytonen. Zoet, maar ook lichtjes bitter in de smaak. Aangenaam bitter, met zoethout en de lekkere waxyness er mooi doorheen verweven. Middellange bitterzoete finish. Je zou je kunnen afvragen wat een tiental jaar extra rijping zou gegeven hebben, maar who cares, dit is op 12 jaar al meer dan te pruimen. Misschien is ie wel op z’n top gebotteld en zou het hout anders te veel gaan domineren. Whatever, voor 50 euro een sterke prijs/kwaliteit verhouding. 88/100

Twee koninklijke whisky’s

Er zijn drie distilleerderijen die het predikaat ‘Royal’ in hun naam hebben dragen: Royal Brackla, Royal Lochnagar en Glenury Royal. Dat doet me er aan denken dat ik dringend eens iets van deze laatste moet proeven.

 
Royal Brackla 17y 1970/1987, 63.9%, G&M for Ristorante Gloria (Intertrade), 279 bottles – Highland
Straffe toebak! Zonder water komt er door de alcohol maar weinig door. Malt, granen, niet veel meer. Met water krijg ik sinaas, rijpe sinaas, op het rotte af. Lichte waxy en zelfs farmy notes ook, wat ik dan weer wel kan appreciëren, alhoewel het geheel toch wat ondermaats blijft. Beetje old bottle effect (oude, stoffige boeken) en na een tijdje nat karton. Geen al te geweldige neus. Ook de smaak kan me maar matig bekoren. De granen, het karton, ook hier duikt het op. Karamel en hout ook wel. Afdronk? Vrij kort en droog met wat zoethout en granen. Een tegenvaller toch. 68/100
 
Royal Lochnagar 23y 1984/2008, 50%, DL Old Malt Cask, cask 4205, 295 bottles – Highland
Zoete neus met karamel en honing. Sinaas. Ook smaak is zoet met de honing en de karamel, en wordt lichtjes bitter (drogend) naar het einde. Droge afdronk. Helemaal niet slecht deze Lochnagar. 83/100

Tweemaal Caperdonich 1968

Twee 39-jarigen daarenboven.
 
Caperdonich 1968, 46%, Gordon & MacPhail 2007 – Speyside
Zachte, fruitige en zoete neus op honing, pompelmoes, sinaasschil en een lichte kruidigheid. Ook de smaak is erg zacht, ondanks de leeftijd blijft het hout mooi in toom. Vanille, nootmuskaat, peper. Middellange, fruitige en kruidige finish. Niet de beste Caperdonich die ik al geproefd heb, wel een meer dan geslaagde. 87/100
 
Caperdonich 39y 1968/2008, 50.1%, PDA, Closed Distilleries – Speyside
Volle, fruitige whisky. Wat zoet, een beetje zilt, vanille en in de smaak naar het einde toe peper. Erg lekkere oude Caperdonich, waarvan ik gewoon genoten heb zonder al te veel associaties te zoeken (gewoon geen zin soms). 89/100

Kilchoman

Het wordt tijd dat ik wat aandacht besteed aan Kilchoman, de jongste distilleerderij op Islay en de – voorlopig – meest westelijk gelegen van Schotland, in het plaatsje Bruichladdich. De opening van Kilchoman in 2005 was een uniek event, want het was van eind 19e eeuw geleden dat er nog eens een nieuwe distilleerderij werd geopend op het eiland. Na de sluiting van Port Ellen in 1983 telt Islay dus opnieuw acht actieve distilleerders.
Kilchoman teelt en mout trouwens een deel van de gebruikte gerst zelf (de rest betrekt het bij Port Ellen Maltings) en ook het rijpen van de whisky vindt plaats in hun eigen warehouses. 80% rijpt op bourbonvaten van Buffalo Trace, 20% op Oloroso sherry. Met een volume van 90.000 liter per jaar is het één van de kleinste distilleerderijen in Schotland. Distillery Manager is Malcolm Rennie.
Begin 2009 bracht Kilchoman z’n eerste whisky op de markt, een driejarige op 50 ppm en gefinished op sherryvaten. Deze proef ik vandaag samen met de tweede release die vorige week op de markt werd gebracht.

 
Kilchoman 3y ‘Inaugural release’, 46%, OB 2009, 8450 bottles – Islay
De neus geeft turf, rook, houtkool, assen… het ledigen van een barbeque de day after. Iets chemisch ook. Bubblegum sowieso (new make). Vanille en misschien een beetje fruit. Citroenen. Pfff, neen, deze neus kan me niet boeien. Smaak: het proberen ledigen van een barbeque de day after door hard te blazen, en dus met een bakkes vol assen zitten. Zeker in de afdronk zijn de assen te dominant. In de smaak probeert het zoets (stroopwafels, karamel) wat te counteren, maar slaagt daar maar gedeeltelijk in. De afdronk is lang en geeft zoals gezegd niet veel meer dan rook en assen. Ja, een ietsje kruiden misschien. Al bij al te weinig complex, daarenboven kan ik dit niet echt lekker vinden. 74/100
 
Kilchoman 3y ‘Autumn 2009 release’, 46%, OB 2009, 10000 bottles – Islay
Deze tweede release heeft drie jaar gerijpt op refill bourbonvaten en is dan 2,5 maand gefinished op sherryvat. Vrij snel blijkt dat deze beter is. Hij heeft meer body (ja, dat ontbrak ook aan de ‘Inaugural’) en is gelukkig ook complexer. De neus blijft natuurlijk stevige turf tentoonspreiden, maar ik heb ook vanille, fruit en speculaas. Oh ja, duidelijk speculaas. Geturfde speculaas, njummie. In de smaak rook, kruiden (kruidnagel, peper), een beetje hout en wat fruit. Pompelmoes, licht bitter. Ook een lichte zeeptoets, zonder te storen evenwel. De afdronk is ook bij deze erg lang op turf en kruiden. Nog niet smashing, maar al wel heel wat lekkerder dan de eerste. 81/100

A’bunadh

‘A’bunadh’ is Keltisch voor ‘the origin’, de oorsprong, waarmee de mannen van Aberlour willen aangeven dat deze distillaten nauw aanleunen bij de manier waarop vroeger whisky werd gedistilleerd. Wat natuurlijk met een korreltje zout genomen moet worden, maar kom, de A’bunadh’s worden in ieder geval nooit gekleurd of koud gefilterd en worden altijd op vatsterkte gebotteld. Aberlour vermeldt bij z’n A’bunadh’s nooit een leeftijd, maar men mag aannemen dat dat rond de 8 jaar zal liggen. Alle whisky die voor deze bottelingen wordt gebruikt, is gerijpt op sherryvaten. De botteling die onlangs proefde is ondertussen al de 22e batch A’bunadh.

 
Aberlour NAS ‘A’bunadh’, 59.3%, OB 2008, batch no 22 – Speyside
Neus: opgelegde peren. Lichtjes zuur. Wat wijnig. Zachte sherry. Gaat over in rood fruit. Allerlei bessen, maar geen zin uit te vissen welke. Stevige smaak, mondvullend. Sherry, fruit (appel), vanille, karamel en licht rokerig. Mooie balans bitter-zoet. Afdronk op bittere chocolade en kruiden. Blijft effe hangen. Aangename whisky. 81/100

Cask Six Blind

Ik heb ook aan de recentste Blind Session van Cask Six deelgenomen. We kregen weerom twee erg lekkere whisky’s voorgeschoteld die we blind dienden te reviewen, scoren en plaatsen. De eerlijk gebiedt mij te zeggen dat ik bij geen van beide een idee had in welke regio ik het moest gaan zoeken. De eerste bleek trouwens een vatted (nee pure, nee blended) malt te zijn, wat zich absoluut niet liet blijken – niemand had dat geraden trouwens. De tweede was een Lowlander, die achteraf gezien wel dat profiel had (ja, da’s makkelijk, I know), maar toch gokte ik op Speyside. Ik vond het niet gemakkelijk uit te maken welke ik best vond, alhoewel het heel andere profielen zijn.
Nu dat Bert Dexters de resultaten heeft gepubliceerd, doe ik hetzelfde met mijn bevindingen en scores, in concreto van onderstaande whisky’s:

 
Highland Fusilier 21y, 70° proof, 40%, Gordon & MacPhail bottled 1978
Neus: zoet, sappig fruit (peer, perzik), lichte waxyness. Karamel ook, lichte rook, noten en tabak. Zachte sherry. Refill? Smaak: bitterzoet. Hout (wat drogend), kruiden. Aangename bitterheid. Afdronk: Middellang, zoet en ook hier wat drogend. Erg lekkere zachte whisky zonder één fout. 88/100
 
Rosebank 13y 1989/2002, 59.1%, MacKillop’s Choice, cask 908 – Lowland
Neus: bloemig en zoet. Dat geeft bloemen, bloesems, citrus en honing. Kruidig is ie ook. Nootmuskaat, kruidenthee. Linde? A ja, die citrus, die laat zich meer en meer kennen als pompelmoes. Smaak: mondvullend, prikkelend. Kruiden en ook hier wat honing. Afdronk: droog en licht bitter. Wel vrij lang. 87/100