Spring naar inhoud

Archief voor

Twee Rare Malt Brora’s – smullen!

Brora 20y 1975/1995, 59.1%, Rare Malts, 75cl – Highland – 91/100
Van dit 20 jarig distillaat van 1975 bestaan er 3 verschillende Rare Malt versies, gebotteld in 1995 en 1996. Deze is in ieder geval weer eens een schitterende Brora. Indrukwekkende neus met zee-associaties, turf, fruit (perzik)… Krachtige smaak met dezelfde karakteristieken: turf, fruit en zilt. Maar ook een aangename zoetigheid. Marsepijn? Iets van peper ook. Erg complex. Lange, zalige afdronk. Top!
 
Brora 20y 1982/2003, 58.1%, Rare Malts – Highland – 89/100
Gedronken na een gezellig etentje in restaurant De Bosmolen in O.L.V.-Waver. Mooie uitgebreide whiskykaart.
Lekkere neus met ziltige tonen en fruit. Groene appels, peer. Wat zoetigs ook. Honing. Hint van rook. En de onvermijdelijke turf, maar minder prominent dan bij andere Brora’s. Wel behoorlijk complex! Smaak is zacht en kruidig met vanille, zilt en subtiele turf. Mooie balans. Perfect drinkbaar op vatsterkte. Lange rokerige en peperige afdronk. Heerlijk. Ondanks het feit dat deze door de band lagere scores krijgt dan andere Brora Rare Malts bottelingen, is dit echt wel mijn ding. Sleutelwoorden: subtiel en complex.
 
Weerom twee erg lekkere Brora’s dus, en dan hebben we de echte top nog niet gehad…

Advertenties

Douglas Laing

Douglas Laing is een onafhankelijke bottelaar, in 1948 door Fred Douglas Laing opgericht onder de naam Douglas McGibbon. De liefde voor het gerstenat had hij ongetwijfeld van z’n vader, die z’n heel leven werkzaam was in de whisky branche. ‘McGibbon’ verwijst naar Fred Douglas’ eerste vrouw, Morag Douglas McGibbon. Haar grootvader was trouwens een Stillman op Islay.
De leiding over Douglas Laing & Company – met thuisbasis Glasgow – werd overgenomen door Fred Douglas’ twee zonen, Fred en Steward Laing, die nog steeds aan het hoofd van de firma staan.

Oorspronkelijk was Douglas Laing evenwel een blender. Tot de beide broers beseften dat bepaalde whisky’s gewoon té goed waren om te blenden en ze besloten bepaalde vaten als single malt whisky op de markt te brengen.
Zo ontstond in 1998 de Old Malt Cask (OMC) serie, een reeks Single Cask whisky’s gebotteld op 50%, de ideale drinksterkte volgens het huis. Whisky’s uit de OMC reeks zijn steeds non chillfiltered en niet gekleurd. Andere bekende labels van Douglas Laing zijn McGibbons Provenance op 40, 43 of 46% en de exclusieve Old and Rare ‘Platinum’ reeks op vatsterkte, gepresenteerd in een mooie houten doos inclusief individueel genummerd certificaat.
Douglas Laing heeft gedurende z’n 60 jarig bestaan een enorme voorraad aan vaten van verschillende distilleerderijen weten op te bouwen, waaronder ook heel wat van ondertussen gesloten distilleerderijen. Regelmatig brengt het nieuwe bottelingen uit, welke over gans de wereld verkocht worden.
 
Twee lekkere Speysiders van Douglas Laing:
 
Tomatin 40y 1962/2002, 44%, DL Platinum, 186 bottles – Speyside – 84/100
Voor z’n 40 jaar nog erg fris en vooral zéér fruitig. In de neus eerst appel en banaan, daarna evoluerend naar kweepeer. Wat zoet. Honing. Ook smaak is fruit, fruit en fruit. Opgelegde peer. Middellange, licht zoete afdronk. Lekker is dit.
 
Dufftown 20y 1981/2002, 49.6%, DL Old Malt Cask, sherry cask 533, 672 bottles – Speyside – 80/100
Lekkere sherry en rook, met een zoet ondertoon. Meer en meer evoluerend naar houtskool. Kampvuur. Dezelfde aangename sherry in de smaak, met fruit (sinaas) en een beetje peper. Karamel. Middellange afdronk op sherry.

Enkele klassiekers – de letter O

Old Pulteney 12y, 40%, OB 2003 – Highland – 82/100
Het complexe van een highlander (kruidig, granig, wat zoet – caramel) met het (licht) zilte van de zee. Middellange afdronk. Prijs/kwaliteit een sterke botteling.

(Single) Grain Whisky

Grain whisky is whisky gedistilleerd uit verschillende graansoorten, zowel gemoute gerst als andere (ongemoute) granen. Single Grain whisky is dan whisky van verschillende graansoorten, maar van één en dezelfde distilleerderij.
Het grootste deel van de Schotse graanwhisky wordt verwerkt in blended whisky’s. Blended whisky is een mengeling van malt whisky en grain whisky.

Graanwhisky’s zijn over het algemeen lichter, maar scherper van smaak. De gebruikte graan is vaak tarwe, waar vroeger eerder mais werd gebruikt.
Momenteel zijn er in Schotland nog maar enkele actieve Grain distilleerderijen actief, vooral in de Lowlands.

Hieronder twee oude single grain whisky’s.
 
Invergordon 41y 1965/2007, 50.4%, Duncan Taylor, cask 15512, 244 bottles – Highland – 76/100
Deze heeft een frisse neus met granen, hout en citrus (sinaas, mandarijn). Ook wat zoet. Vanille, karamel. Doet me aan één of ander koekje denken, maar kom er niet op. Zachte zoete smaak. Ook hier iets van karamel. Marsepein ook. Niet slecht.
 
North of Scotland 33y 1972/2006, 56.7%, Dewar Rattray, cask 25772, 172 bottles – Lowland – 83/100
Distilleerderij North of Scotland bevindt zich op 30 km van Glasgow, in de Lowlands… niet echt ‘North’ dus. Gesticht in 1958 voor de productie van single malt, maar vrij snel overgeschakeld op het distilleren van grain whisky. Gesloten in 1980, na amper 2 decennia activiteit.
Zesde whisky op de DR tasting in Tasttoe op 13 september 2007. Schitterende zoete neus! Vanille, karamel, zoethout… Appels. Speculaas. Yep, duidelijk speculaas (kruiden). Ook in de smaak, naast de vanille en appelsien. Lange zoete afdronk met de alomtegenwoordige speculaas. Speciaal en erg lekker.

Een top Springbank (The Whisky Fair)

Ha, had hier nog een sample staan van een Whisky Fair botteling, een 35 jarige Springbank. De gelegenheid om het flesje te ledigen en de inhoud tot mij te nemen. Ben er nog van aan het nagenieten…
 
Springbank 35y 1971/2007, 59%, TWF, sherry wood, 239 bottles – Cambeltown – 93/100
Alcoholpercentage klopt niet echt met de leeftijd van deze whisky… straf vat… Zalige, kruidige neus. Kokos ook. Honing. Citrus. Rook. Neus wordt hoe langer hoe zoeter, verschrikkelijk complex. En verdacht vlot drinkbaar voor z’n 59%. Is wat zoet (caramel), fruitig (citrus gevolgd door perzik en abrikoos) en kruidig (peper). Lichte rook, behoorlijk coastal eigenlijk. Lange warme afdronk op zoet fruit en kruiden. Fantastisch lekkere oude Springbank, dit is sherry whisky op z’n best!

The Whisky Fair (26-27 april)

Volgend weekend is er weer de jaarlijkse hoogmis van de whisky festivals, The Whisky Fair in Limburg, Duitsland. Spijtig genoeg zal ik er niet bij kunnen zijn, volgend jaar blokkeer ik mijn agenda!
The Whisky Fair brengt ook eigen bottelingen uit, waaronder enkele ondertussen legendarische. Een aantal kon ik reeds proeven, zovele nog niet. Pfff, het leven is veel te kort.
 
Ledaig 33y 1973/2006, 48%, TWF, 281 bottles – Mull – 88/100
Ledaig = Tobermory. Gebotteld voor The Whisky Fair, Limburg (Duitsland). Lekkere whisky met subtiele turf in neus en smaak. Neus van een smeulende barbeque. Wat hout in de smaak en zoet fruit (appel, rijpe peer). Sherry? Aangename, licht rokerige finish.
 
Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, TWF, 266 bottles – Highland – 94/100
Bourbon Hogshead vat. Neus is heerlijk, met veel turf, rubber en ‘farmy’ notes. Houtskool. Ook erg peaty in de smaak. Vettig, iets zoets en daarna wordt ie ook kruidig, met veel peper. En zoethout. Behoorlijk ‘Brora’ allemaal, en dus my cup of tea. Veel rook ook, vooral in de lange finish. Subliem!
 
Ardbeg 15y 1991/2007, 54.4%, TWF, 327 bottles – Islay – 88/100
Herkenbare Ardbeg neus met veel ‘zee’ (zilt, zeewier, jodium) en citrus. Houtskool ook. Ook smaak is ziltig, erg ziltig. Maar wel lekker. Beetje turf ook. Middellange zilte finish.

Een halve eeuw whisky

Tijd om nog eens een klepper de revue te laten passeren. Op het Lindores Whiskyfest vorig jaar liet Luc Timmermans mij een 50-jarige Glenfarclas proeven. Ik kan je verzekeren, die 2 cl heb ik me meer dan laten welgevallen.
 
Glenfarclas 50y 1956/2006, 50%, OB For Friends II, cask 1779, 96 bottles – Speyside – 91/100
Neus is ongelooflijk bloemig, met veel hars-tonen. Doet me denken aan een oude witte wijn. Condrieu? Boenwas ook. En fruit, tropisch fruit. Ananas. Speciaal allemaal, heb dit nog nooit in een whisky geroken. Maar wel lekker verdorie… Smaak is vrij droog (hout) met karamel, rozijnen… rum-rozijnen! Njammie. Medium-lange, wat droge afdronk. De geweldige neus rechtvaardigt de score.

Enkele klassiekers – de letter M

Macallan 12y (40%, OB 2003) – Speyside – 68/100
Vandaar dat ze The Macallan de sherry malt noemen! Bourbon, maltig, kruiden, fruit, en ja, duidelijk op sherry vaten gelegen. Hout, iets bitters. Neus is wel beter dan de smaak, die me toch teleurstelt. Ben hier niet echt wild van. Vind de nieuwe Fine Oak beter.

Bruichladdich – vervolg

Hieronder nog drie Laddie’s, waaronder twee geturfde.
 
Bruichladdich 17y, 46%, OB 2006 – Islay – 69/100
De langere rijping heeft deze laddie geen goed gedaan. Vanille, noten, graan, mout. Mist punch.
 
Bruichladdich ‘Infinity’ (first edition), 55.5%, OB 2005 – Islay – 89/100
Botteling van Bruichladdich en Port Charlotte vaten, resulterend in een meer dan geslaagde balans tussen kracht, complexiteit en finesse; tussen ziltigheid, zoetheid en turf. De zachte, wat zoete turf zit vooral in de neus en de smaak. Het ziltige in de zalig lange afdronk. Een Bruichladdich die moeiteloos de vergelijking met z’n zuiderburen op Islay kan doorstaan. Aanrader! En een kooptip, want best betaalbaar. Als je ‘m nog vind ten minste.
 
Bruichladdich 3D ‘Moine Mhor’, 50%, OB 2005 – Islay – 78/100
Rokerig en behoorlijk veel turf, maar niet veel meer buiten wat vanille en granen. Niet uitgebalanceerd. Te heftig, mist complexiteit. Geef mij dan maar de Infinity.

Bruichladdich

Bruichladdich – Gaelic voor ‘heuvel aan de kust’ – is één van die distilleerderijen waarvan je niet onmiddellijk weet hoe het uit te spreken. Vooreerst moet je weten dat je bij Keltische namen eindigend op ‘ich’ nooit de ‘ch’ uitspreekt. Zo is het ‘Glenfíddie’ voor Glenfiddich. De ‘bruich’ wordt in het Engels ‘brook’, dus ‘Brook-Laddie’. Of gewoon ‘Laddie’, zoals Laphroaig ook wel eens ‘Laffie’ wordt genoemd.
Het is van de zeven actieve distilleerderijen op Islay de enige onafhankelijke.

Bruichladdich werd in 1881 gebouwd door de gebroeders Robert, William en John Gourlay Harvey op de oevers van Loch Indaal, op de weg naar Port Charlotte in het westen van Islay. Het kapitaal voor de nieuwe distilleerderij kwam uit het nalatenschap van hun vader, William Harvey, indertijd eigenaar van de Glasgowse distilleerderijen Dundashill en Yoker. In 1886 werd Bruichladdich Distillery Co geboren, voor 100% in handen van de Harvey familie.
Na de dood van Kenneth Harvey werd de productie op Bruichladdich van 1929 tot 1938 stilgelegd. Deze periode staat bekend omwille van de drooglegging (Prohibition), een tijd waarin vele distilleerders op de fles gingen. In 1938 werd de distilleerderij opgekocht door Associated Scottish Distillers Ltd, eigendom van het Amerikaanse National Distillers, die het in 1952 doorverkocht aan Ross & Coulter. Ross & Couler werd in 1960 eigendom van A.B. Grant. Net zoals bij andere distilleerderijen op Islay werden de moutvloeren in 1961 gesloten, aangezien Port Ellen met z’n enorme moutvloeren gans het eiland van gemoute gerst voorzag.
In 1968 nam Invergordon Distillers de distilleerderij over. Invergordon ging vanaf 1993 zelf deeluitmaken van Whyte & MacKay, op zijn beurt onderdeel van het Amerikaanse Fortune Brands. Fortune Brands sloot Bruichladdich in 1994. Het bleef gesloten tot in december 2000 Murray McDavid, een bekende Schotse onafhankelijke bottelaar, de distilleerderij kocht en verbouwde. Murray Mcdavid is ook vandaag nog voor 100% eigenaar.

Bij het renoveren van de distilleerderij werd er op toegezien dat de originele infrastructuur zoveel mogelijk werd bewaard, eerder dan het te vervangen door nieuwe apparatuur. Oude machines werden weggehaald en door locale ambachtslui volledig gerestaureerd. Zo is er in heel de distilleerderij geen enkele computer werkzaam. Eigenlijk kan je Bruichladdich beschouwen als een actief distilleerderijmuseum.
Jim McEwan, die eerder Bowmore leidde, werd ingehuurd als Distillery Manager. Hij werd niet minder dan drie maal uitgeroepen tot Distiller of the Year.
Bruichladdich heeft twee wash stills en twee spririt stills, vult z’n vaten op 70% alcohol, wat iets hoger is dan gewoonlijk en heeft sedert 2003 ook haar eigen Bottling Hall, waarmee het de enige distilleerderij op Islay is die z’n whisky ter plekke distilleert, rijpt én bottelt. Alle Laddie’s worden ‘unchillfiltered’ en ‘uncoloured’ (geen caramel toegevoegd) gebotteld, indien op drinksterkte is dit 46%. De volledige productie van Bruichladdich wordt gebruikt voor hun single malt whisky, niets gaat er naar blenders.
Eind 2006 kon het nieuwe management haar eerste botteling op de markt brengen die volledig onder haar beheer gedistilleerd, gerijpt en gebotteld was, de Port Charlotte Evolution 5y, een verwijzing naar de vroegere distilleerderij in Port Charlotte.

Enkele jaren geleden werd Bruichladdich onderwerp van een onderzoek van het Amerikaanse Defence Threat Reduction Agency (DTRA), toen bleek dat met het distillatiemateriaal chemische wapens konden worden gemaakt en het webcam systeem – op het distillatieproces te monitoren – werd gekraakt.

Sedert 2002 stookt Bruichladdich whisky onder drie verschillende labels:

  • Bruichladdich zelf, een overwegend niet tot licht geturfde malt (op enkele uitzonderingen zoals de 3D en de schitterende Infinity na).
  • Port Charlotte, een geturfde malt, op 40 PPM.
  • Octomore, s’ werelds zwaarst geturfde malt, op liefst 80,5 PPM. Nog niet geproefd, maar volgens mij kan je evengoed vloeibare asfalt drinken.

 
Lynne Mc Ewan, dochter van Jim, kwam enige tijd geleden een aantal recente bottelingen voorstellen in Tasttoe. Vandaag en morgen lees je wat ik er van vond. Van de bottelingen welteverstaan.
 
Celtic Nations, 46%, OB 2006, 7200 bottles – 75/100
Dit is een blend van Bruichladdich 1999 en Ierse geturfde whiskey, ik dacht van Cooley (Connemara). Turf indeed, in neus en smaak. Voor z’n 46% redelijk alcoholische neus, waarschijnlijk door de jonge leeftijd. Wat zoet ook. En duidelijke citrus. De smaak is dan eerder fruitig. Wit fruit. Appel en peer. Weinig complex, te jong. Afdronk op turf en granen.
 
Bruichladdich 12y, 46%, OB 2006 – Islay – 72/100
Beetje een tegenvaller. Redelijk fruitig (neus) en maltig (smaak van graan, mout), maar niks bijzonder. Minder door z’n voorganger, de 10y.
 
Bruichladdich Links V ‘Liverpool’ 14y, 46%, OB 2006 – Islay – 80/100
Fruitig en zoet. Perzik, honing, beetje vanille. Licht geturft. Mooi in balans. Lekkere whisky.
 

Gordon & MacPhail

Gordon & MacPhail is een oude onafhankelijke bottelaar, gesticht in 1895 door James Gordon en John Mac Phail. Al gauw zou John Urquhart hen vervoegen. Het zijn de kleinkinderen van deze laatste die nog steeds eigenaar zijn.
Al meer dan een eeuw koopt G&M vaten van verschillende Schotse distilleerderijen en laat deze rijpen in haar eigen warehouses in Elgin of in de opslagplaats van de distilleerderij zelf. Daar worden ze op de voet opgevolgd tot de whisky volgens G&M op z’n best is, waarop het vat wordt gebotteld onder één van de labels van G&M. Bekende labels of reeksen zijn Connoisseurs Choice (op commerciële drinksterkte), de Cask reeks met single casks op vatsterkte, de Rare Old reeks met oude bottelingen van gesloten distilleerderijen, de Gordon & MacPhail Reserve met jongere bottelingen en de Centenary Reserve naar aanleiding van hun 100e verjaardag.

Doorheen de jaren heeft Gordon & MacPhail een schat aan vaten opgeslagen, welke geleidelijk aan op de markt gebracht worden. Ze hebben dan ook een erg ruime selectie aan whisky’s, welke grotendeels te bewonderen en gekocht kan worden in hun indrukwekkende shop in Elgin, 58-60 South Street.
 
Caol Ila 9y 1995/2004, 55.2%, G&M Reserve, cask 10618, 303 bottles – Islay – 84/100
Zware turf neus. Ook wat kruiden en nat hout. Na een tijdje komt er lichte zwavel doorheen, gelukkig niet té. Smaak is wat zoet (chocolade?), drop, maar overpowered door de frisse (jonge) turf. Njammie!
 
Linkwood 12y 1989/2001, 61%, G&M Cask – Speyside – 85/100
Lekkere, kruidige neus. Met water erbij ook koffie, karamel en vanille. Krachtige smaak met fruit (sinaas, peer) en iets zoet. Marsepein. Speculaas, yep zeker speculaas. Beetje rubber? Mooie balans. Middellange, wat ziltige afdronk. Lekker!
 
Mortlach 17y 1990/2007, 45%, G&M Rare Old – Speyside – 79/100
Lekkere neus van koffie en karamel. En zoet fruit (ananas, peer…). Sherry. Complex! Smaak is vrij krachtig, met sherry en bitter-zoete sinaasschil. Chocolade. Middellange en droge afdronk. Neigt wat naar Cognac. Lekker zonder meer.
 
Ardbeg 9y 1996/2005, 46%, G&M Connoisseurs Choice, cask 906 – Islay – 81/100
Gebotteld voor Corman Collins België. Typische Ardbeg neus met veel zoete turf en citrus. Gerookt spek. Ook de smaak ligt in de lijn van de verwachtingen met de turf, de rook en de citrus (pompelmoes). Beetje peper ook. Middellange, zoete finish met turf en peper.

Enkele klassiekers – de letter L

Laphroaig 10y, 40%, OB 2004 – Islay – 83/100
Turfbom, maar ook wat zoet. Medicinaal. Rood fruit in de neus (wijn-associaties!). Al bij al redelijk complex, maar mag nog wat krachtiger. Toch best te pruimen en prijs/kwaliteit top.

Vatted Malt

Vatted Malt whisky is whisky gemaakt van enkel en alleen gemoute gerst, maar afkomstig van meerdere distilleerderijen. Het is dit laatste dat het onderscheidt van Single Malt whisky, afkomstig van één distilleerderij. Eigenlijk betreft het een blend van single malts. Andere benamingen voor een Vatted Malt zijn Pure malt of Blended Malt.

De Scotch Whisky Association (SWA), een lobby-organisatie voor de whisky industrie, heeft het voorstel gelanceerd om enkel nog de naam Blended Malt te gebruiken. Dit om duidelijkheid te scheppen in de verschillende whisky categorieën. Hiertegen rijst echter heel wat verzet, zowel van distilleerders als van whiskyliefhebbers, omdat deze benaming geen duidelijkheid gaat scheppen, maar integendeel enkel de verwarring zal doen toenemen. Blended Malt heeft immers niets te maken met Blends, een Blend is geen malt whisky, maar kopers gaan het verschil tussen blended malt en blended whisky niet altijd opmerken. Maar ja, misschien is dit wel de bedoeling van de Industrie…

Als tegenvoorstel hebben de Malt Maniacs, een gerenommeerd genootschap whiskykenners, volgende classificatie voorgesteld:

1. Single Malt Whisky
2. Malt Whisky
3. Single Grain Whisky
4. Grain Whisky
5. Blended Whisky

Categorieën 2 & 4 zouden dan de huidige Vatted Malt & Vatted Grain whisky vervangen.

Als protest tegen het algemeen invoeren van de term Blended Malt kan je hier online een petitie tekenen. Er wordt een bijdrage gevraagd, maar ook indien je dit negeert, wordt je stem geregistreerd.

Hieronder twee proefnotities van Vatted Malts.
 
Glen Turner 8y Pure Malt, 40%, OB 1999 – 64/100
Label zegt Pure Malt, toen ik deze fles kocht, was de term Vatted Malt nog niet zo in zwang. Niet slecht, maar nu ook niet om over naar huis te schrijven. Granig, wat honing, beetje citrus. Wel een mooie blikken koker, staat schoon op ’t schap.
 
The Six Isles NAS, 43%, OB 2005 – 79/100
Zoals de naam doet vermoeden bevat deze botteling distillaten van zes eiland whiskies. Aangezien van de zes eilanden er sommige maar één distilleerderij hebben, zit er al zeker Talisker, Arran en Isle of Jura in. Dan nog Tobermory of Ledaig (Mull), Highland Park of Scapa (Orkney) en één van de Islays. Ruikt en smaakt in ieder geval erg ‘eilandig’. Behoorlijk wat zilt, turf en een medicinale touch. Lekker, maar een betere eiland blend moet mogelijk zijn.

Brora – Clynelish

Hoog tijd om Brora eens wat nader te belichten, aangezien deze distilleerderij al enige tijd met stip op één staat in mijn Top 10.

De geschiedenis van Brora is gelinkt aan deze van zuster-distilleerderij Clynelish (ook in m’n Top 10 trouwens) en gaat terug tot het jaar 1819. In dat jaar werd de Clynelish distilleerderij opgericht door de Marquis van Stafford, de latere Hertog van Sutherland. De Marquis had enorme velden gerst waar hij een bestemming voor zocht, wat na rijp beraad whisky stoken werd. In 1824 ontving hij een licentie, waarmee hij ook een pak illegale stokers in de regio een hak zette.
In 1896 werd Clynelsh opgekocht door James Ainslie & Co, in 1912 kwam ze in handen van de Clynelish Distillery Co. Ltd., om in 1925 eigendom te worden van de Distillers Company Ltd (DCL). Deze groep zag zich in 1931 verplicht de distilleerderij te sluiten. Pas in 1938 kon de productie opnieuw opgestart te worden, maar dit was van kort duur, want in 1941 werd Clynelish opnieuw stilgelegd. Tijdens de oorlog was er immers een chronisch tekort aan gerst. In 1945 werd het stoken hervat.
In 1967 werd aan de overkant van de straat een nieuwe distilleerderij gebouwd, welke de naam Clynelish 2 meekreeg. De oude distilleerderij (Clynelish 1) werd in mei 1968 gesloten, de nieuwe starte een maand later.

Maar op Islay dreigde de productie van geturfde malt door droogte serieus te krimpen, wat Johnnie Walker (eigendom van DCL) met een ernstig probleem opzadelde. Johnnie Walker was (en is) immers erg afhankelijk van geturfde whisky voor z’n blends. Dit noopte de groep te zoeken naar alternatieven. En zo werd in 1969 de oude Clynelish distilleerderij heropend onder naam ‘Clynelish 1’, om geturfde malt te produceren. In december 1969 besliste het management de naam te wijzigen in ‘Brora’, naar het plaatsje waar beide distilleerderijen liggen. In 1983 sloot DCL Brora definitief, samen met een hoop andere distilleerderijen. Clynelish daarentegen is nog steeds actief, en gebruikt de gebouwen van Brora als opslagplaats (warehouse) voor z’n vaten. Beide merken zijn momenteel eigendom van Diageo.
99% van de productie van Clynelish wordt heden ten dage gebruikt voor de blend Johnnie Walker Gold Label, amper 1% komt op de markt als single malt.

Brora stookte de meest geturfde whisky van de Highlands en werd ook wel eens ‘The Lagavulin of the North’ genoemd. Dit kwam Diageo goed uit toen het Caol Ila (Islay) tijdelijk moest sluiten en daardoor met een tekort zat aan geturfde whisky voor z’n blends. Na 1975 nam de nood aan geturfde Highland malt evenwel af en daalde het turfgehalte van Brora geleidelijk aan, alhoewel niet-geturfde batches wel regelmatig afgewisseld werden met geturfde batches. Niet-geturfde Brora’s trekken erg op Clynelish bottelingen. Beide hebben dan een duidelijk ‘waxy’ karakter (boenwas, schoensmeer en zo), wat je ook wel terugvindt in de peated Brora’s.

Vanaf 1989 worden Brora bottelingen door Onafhankelijke bottelaars op de markt gebracht. De voorraad aan vaten slinkt evenwel en de prijzen stijgen dan ook navenant.
In 1995 lanceert Diageo enkele – ondertussen legendarische – Brora Rare Malts en sedert 2002 brengt het elk jaar een prijzige 30 jarige Brora uit. Eind vorig jaar verwelkomde we hiervan de zesde release. Een lang leven is dit jaarlijks bottelen evenwel niet beschoren.
 
Hieronder twee dijken van whisky’s:
 
Brora 30y 1972/2002, 46.6%, DL Old Malt Cask for Alambic Germany, 204 bottles – Highland – 94/100
Whooow… heb m’n neus 2 seconden in m’n glas en ik weet dat indien de smaak de neus bevestigt, dit een erg hoge score wordt. Gedistilleerd maart 1972, gebotteld april 2002. Neus is licht en fruitig op een zalig subtiele ondergrond van turf. Daarna kruidig met de turf die in intensiteit toeneemt. Subtiel maar toch krachtig. En complex. Fantastisch! En dan de smaak… lichtjes droog met duidelijke turf. Maar ook fruitig. Peer? Citroen zeker. Zoet ook, en een aangename bitterheid. Schitterend gewoon, dit wordt een stevige negentiger. En dan die afdronk! Eeuwigdurend, rokerig, ziltig, fruitig, subtiel. Delicious!
 
Clynelish 23y 1983/2006, 50%, DL Old Malt Cask, cask 1354, 303 bottles – Highland – 89/100
Gerijpt op een hogshead vat (+/- 275 liter, tegenover 200 liter voor een klassiek vat of barrel). Neus van nat hout, boenwas, honing, citrus en dan evoluerend naar bloesems. Bloesems van een appelboom. Smaak is redelijk vettig en fruitig. Tropisch fruit (passievrucht). En opnieuw de honing. Na een tijdje duikt er zowaar lichte turf op. Lange, wat zoete afdronk met citroen en wat kruiden. Een whisky die je tijd moet geven, wordt alsmaar beter en complexer.

Enkele klassiekers – de letter I

Isle of Jura 10y, 40%, OB 2007 – Jura – 70/100
Redelijk wat rubber in de voor de rest zoete neus. Honing. Ziltig ook. Zachte smaak met drop en peperkoek. Geconfijt fruit. Vrij lange en vettige afdronk. Boter. Kruiden ook. Matig.

Enkele Ierse single malts

En om het hoofdstuk Ierland af te sluiten, hieronder proefnotities van enkele Ierse single malts:
 
Bushmills 10y, 40%, OB 1999 – Ireland – 66/100
Moutig, beetje zoet ook. Vanille, zowel in smaak als afdronk. Erg zacht, té zacht. Mist kracht, complexiteit, finesse… Kan doorgaan voor een betere blend, maar is een zwakke malt.
 
Cooley ‘The Drunken Angel’ 15y 1992/2007, 46%, Daily Dram, 65 bottles – Ireland – 72/100
Botteling voor The Nectar (Daily Dram). Fruitige neus met banaan en citrus en beetje kruiden. Zachte zoete smaak (Ierse whisky weet je). Ook de afdronk is zacht en zoet. Lekker, zonder echt bijzonder te zijn.
 
Tyrconnell Single Malt, 40%, OB 2006 – Ireland – 68/100
Niet ouder dan 8 jaar is deze malt. Cleane, zachte neus met veel graan en vanille. Karamel ook. En een beetje fruit (peer?). Fruitige smaak. Citrus, ananas. Kweepeer. Beetje wijn-ig… middellange afdronk. Mist kracht. In het beste geval voor ’s zomers op een terrasje.

Enkele Ierse blends

Vandaag en morgen enkele proefnotities van Ierse whisky’s. Laat ons beginnen met een paar blends.
 
Jameson, 40%, OB 2002 – Ireland – 43/100
Lichte zoetigheid, honing. Eén van de betere klassieke blends.
 
Paddy, 40%, OB 1999 – Ireland – 28/100
Minder zoet dan de Jameson. En minder lekker. Vanille, hout. Korte afdronk.
 
Inishowen, 40%, OB 2006 – Ireland – 39/100
Fruitig en zoet. Vanille, karamel. Niet slecht, maar blijft allemaal redelijk vlakjes allemaal. Mist punch. En meer… Naar het schijnt is Inishowen ‘lightly peated’, maar daar proef ik niks van.
 
Redbreast 12y Pure Potstill Irish Whiskey, 40%, OB 2006 – Ireland – 79/100
Redbreast, zowel de 12y als de 15y zijn geen malt whiskies, maar blends. Deze 12y heeft een erg aangename neus met vanille en veel fruit. Perzik, abrikoos. Iets waxy ook. Ook de smaak is erg fruitig en zoet. Vooral honing hier. Banaan. Lichte rook? Vrij lange finish op dezelfde sensaties (fruit & honing). Allemaal erg geconcentreerd voor z’n 40%, en een hoge score voor een blend.

Ierland

Ook Ierland heeft een traditie van whisky maken. Of beter, van whiskey maken, want in Ierland – net zoals in de Verenigde Staten – schrijft men whiskey, met een tussen-e. In alle andere landen blijft het gewoon ‘whisky’. Rond 1870 was de reputatie van Schotse whisky zo slecht dat men in Ierland en de VS besloot een extra ‘e’ toe te voegen om hun producten te onderscheiden van de Schotse rommel.

Ierland gaat er prat op de bakermat te zijn van het whisky distilleren, de geschiedenis ervan zou teruggaan tot de 12e eeuw. Ook zou het zo zijn dat in 1608 de Old Bushmills Distillery als eerste in de wereld een licentie kreeg voor het maken van whisky.
Rond 1770 kreeg het distilleren in Ierland een nieuw boost met de komst van Schot John Jameson naar het land. Hij starte er de distilleerderij op die z’n naam droeg. Deze is nu niet meer actief, maar is opgegaan in de New Midleton Distillery.

Ierse whisky wordt over het algemeen driemaal gedistilleerd en is niet geturfd. Uitzondering is Connemara. Deze whisky wordt slechts tweemaal gedistilleerd (zoals het geval is bij de meeste Schotse distilleerderijen) én bij het drogen van de gemoute gerst wordt er wel turf gebruikt.

Ooit telde Ierland honderde distilleerderijen, maar door economische tegenslagen (vooral de drooglegging van de jaren 1920 speelde hierin mee) is dat aantal door de jaren heen sterk verminderd. Vandaag heeft Ierland nog drie actieve distilleerderijen over, Cooley, Midleton en Bushmills.
 
Cooley Distillery
Cooley, gelegen aan de Ierse oostkust, is de enige distilleerderij die nog volledig in Ierse handen is. Het werd opgericht in 1987 door John Teeling en commercialiseert o.a. de merken Connemara, Inishowen, Tyrconnel, Kilbeggan, Locke’s, en Micheal Collins. De whiskey’s van Cooley worden maar twee in plaats van drie keer gedistileerd, in tegenstelling tot de andere Ierse whiskey’s. Voor z’n whiskey’s gebruikt Cooley water van de sliabh na Gloch rivier hoog in de Cooley mountains. De whiskey rijpt in de warehouses van de oude Kilbeggan distilleerderij.
 
New Midleton Distillery
De geschiedenis van Midleton gaat terug tot het begin van de 17e eeuw, toen werd de ‘Old Midleton’ distilleerderij gebouwd.
In 1966 richtten de eigenaars van Old Midleton Distillery, Cork Distillers Company, samen met John Power & Son en John Jameson & Son de Irish Distillers Group op. Deze nieuwe groep besliste om hun bestaande distilleerderijen te sluiten (w.o. Jameson) en hun activiteiten te groeperen. Dit leidde tot de bouw van de New Midleton Distillery, naast de oude. In 1975 werd de productie in de oude distilleerderij definitief stopgezet en overgezet naar de nieuwe. De oude fungeert nu als bezoekerscentrum.
Heden ten dage is Midleton eigendom van Pernod-Ricard en één van de modernste distilleerderijen in de wereld. Met een capaciteit van 19 miljoen liter per jaar is het trouwens ook de grootste van Ierland. Het produceert whiskey voor de labels Jameson (best verkopende Ierse whiskey in de wereld), Powers (best verkopende whiskey in Ierland zelf), Paddy, Tullamore Dew, Redbreast en Midleton Very Rare.
 
Old Bushmills Distillery
De oude Bushmills distilleerderij is gesticht in begin 17e eeuw en ligt in het gelijknamig plaatsje in Noord-Ierland. Het zou King Henry II zijn geweest die rond 1600 de smaak van Bushmills erg kon appreciëren en in 1608 Bushmills als eerste distilleerderij ter wereld een officiële licentie gaf voor het stoken van whiskey.
In 1784 werd de Bushmills Distillery een officieel geregistreerd bedrijf.
Gedurende het grootste deel van de 18e en 19e eeuw hebben Ierse migranten in de VS de lof over Bushmills gezongen, wat er toe leidde dat de whiskey een groot succes kende op internationale competities en de VS de belangrijkste importeur van Ierse whiskey werd.
De drooglegging (Prohibition) van de jaren twintig bracht de industrie grote schade toe, maar Bushmills overleefde, vooral dankzij de visionaire Wilson Boyd, toenmalig distillery manager. Hij speculeerde op het einde van de drooglegging door grote hoeveelheden whiskey op te slagen, klaar voor export.
Na WOII kwam de distilleerderij in handen van Isaac Wolfson, om in 1972 opgekocht te worden door Irish Distillers, welke in die tijd dus de volledige productie van Ierse whiskey controleerde. Het merk Bushmills werd zwaar verwaarloosd door ID, vooral ten voordele van Jameson.
In 1988 werd Bushmills overgenomen door Pernod Ricard en in 2005 belandde het voor 200 miljoen Pond in de portefeuille van de multinational Diageo, dat de productie sterk verhoogde.
De Bushmill Distillery brengt de namen Bushmills Original, Black Bush, Bushmills 10 year single malt, Bushmills 12 year single malt, Bushmills 16 year single malt, Bushmills 21 year single malt en Bushmills 1608 (ter gelegenheid van de 400e verjaardag van de distilleerderij) op de markt.
 
 
A ja, Ierse whiskey wordt ook gebruikt als onderdeel van de Irish coffee. Allez, zou toch moeten.

Signatory

Eén van de jongste onafhankelijke bottelaars is Signatory. Signatory werd opgericht in 1988 en is nog steeds volledig in familie-handen. Het is ook één van de weinige volledig onafhankelijke bottelaars die hun eigen vaten bottelen. Heel wat bottelaars bottelen onder contract.
Oorspronkelijk gevestigd in Leith, verhuisde Signatory in 1992 naar de huidige thuisbasis Newhaven – Edingburgh, waar het over grotere opslagfaciliteiten beschikte. Na deze verhuis ontving de bottelaar een licentie om ter plaatse eigen vaten te bottelen, waarop een bottelinglijn werd geïnstalleerd.

Sedert 2002 is Signatory tevens eigenaar van Edradour, Schotland’s kleinste distilleerderij.

De bottelingen van Signatory vermelden meestal de datum van distillatie, de datum van botteling en het vatnummer. Elke fles krijgt een individueel nummer mee.

Hieronder drie Signatory bottelingen die ik recent kon proeven.
 
Glen Ord 8y 1998/2006, 40%, SIG, cask 3440, 407 bottles – Highland – 73/100
Hogshead vat. Frisse, fruitige neus. Vanille. Zachte, weinig uitgesproken smaak. Granen en fruit, meer haal ik er niet uit. Middellange fruitige afdronk. Beetje te vlak, te weinig karakter.
 
Highland Park 18y 1985/2003, 53.9%, SIG for LMDW, cask 2915, 415 bottles, 50cl – Orkney – 85/100
Schattig 50 cl flesje, gebotteld uit een Hogshead vat voor La Maison Du Whisky. Behoorlijk ziltige en rokerige neus met de typische Highland Park honing. Ook veel honing in de smaak, met rook en fruit. Marsepein! Njammie. Lange, ziltige afdronk. Lekker!
 
Rosebank 13y 1991, 43%, SIG, casks 4717 & 4718 – Lowland – 84/100
Dit is dus geen Single Cask, maar een botteling van twee vaten. Lekkere neus. Kruidig. Peper. Licht ziltig. Fruitig, maar ook bloemig. Hint van turf? Ook de smaak mag er zijn, kruidig en fruitig. Citrus. Lange droge afdronk. Ben niet echt een Lowland fan, maar deze is erg lekker!

Onafhankelijke bottelaars

Naast de bottelingen van de distilleerderij zelf – officiële bottelingen (OB) – heb je onafhankelijke bottelaars die vaten opkopen bij verschillende distilleerderijen en deze dan onder hun label bottelen. Bekende bottelaars zijn Cadenhead’s, Gordon & MacPhail, Douglas Laing, Signatory, Samaroli, Duncan Taylor, Wilson & Morgan, Dewar Rattray, Blackadder, Chieftains, Dun Bheagan, etc..

Meestal betreffen hun bottelingen Single Casks, een botteling van één specifiek vat. Zo’n vat kan tussen 200 en 700 flessen bevatten, beetje naargelang het type van het vat, de leeftijd (hoe ouder, hoe minder whisky er in het vat zit) en de dichtheid van het vat (hoe dichter, hoe minder er door de jaren heen kan ‘ontsnappen’).
Soms wordt de whisky versneden (aangelengd met water tot bv. 40% of 50%), soms niet. In het laatste geval spreek m’n van whisky’s op vatsterkte of Cask Strength. Synoniemen: Full Strength, Straight from the cask, Straight from the wood, Raw Cask…

De whisky’s durven wel eens afwijken van wat je gewoon bent te proeven van een bepaalde distilleerderij, juist omdat de vaten niet gemengd worden om het typische distilleerderij-karakter te bekomen. De variatie aan smaken en aroma’s van een distilleerderij komt dus vooral bij onafhankelijke bottelingen tot z’n recht. Er bestaan immers geen twee identieke vaten.

Ik zal op regelmatige basis een post aan een bottelaar wijden, incl. enkele proefnotities, te beginnen met Signatory.