Skip to content

Archief voor

Lindores Whiskyfest – een korte terugblik

Ik weet het, ik ben ongetwijfeld bevooroordeeld, maar het was me toch weer een geweldig fest vorig weekend. Indien je mij niet gelooft, moet je er de blogs van Marc en van Angus maar bijhalen.

Het Lindoresweekend begon in grote stijl met een werkelijk unieke Highland Park tasting. We proefden achtereenvolgens de nieuwe Highland Park Amazing Cask (vanaf heden in de handel), de verrassend lekkere 12y OB 1992 voor België, de heerlijke 21y 1959 green dumpy, de ronduit wonderbaarlijke 40y 1958 en de indrukwekkende 35y 1962 John Goodwin retirement. Vooral deze twee laatsten zijn fenomenaal. Ik kon maar niet uitmaken welke van deze twee ik het best vond. Ik zal dat binnenkort aan de hand van samples misschien wel kunnen uitmaken. Ook van de 12y for Belgium volgt een bespreking.

Zaterdag en zondag hadden we twee festivaldagen waarbij de bezoekers zich aan de verschillende standen konden laven aan allerlei zeldzame en unieke whisky’s. Vooral op zaterdag lag de opkomst erg hoog, zondag was het iets kalmer.
Zaterdagavond was er niet te vergeten de fameuse Nocturne alwaar er enkele pareltjes uit de jaren 1950 (of eerder) te proeven vielen, waaronder de Bowmore 1955 ceramic voor de opening van het bezoekerscentrum, de Ardbeg 1959/1985 Cadenhead dumpy, een Clynelish 12y rotation 1960’s, de Teaninich 1959 Samaroli, een Macallan 1946/1961… kortom decadantie ten top.
Ah, van decadentie gesproken, Malt Maniac Patrick de Schulthess was zo zot (en vooral zo genereus) om zondagvoormiddag een Chateau d’Yquem 1937 te openen. Yquem, waarschijnlijk de beroemste witte wijn ter wereld. En nu we toch bezig zijn, op vrijdagavond opende Thomas Ewers een flesje Laphroaig 14y 1970 Samaroli. Hoe zeldzaam moet je ze hebben?

En moeten we het niet over Serge Valentin z’n zo geliefde shrimp croquets hebben? Soit, het was een weekendje genieten. Binnenkort zal ik hier een aantal van de hierboven vermelde whisky’s bespreken, heb wat sampletjes (en in een aantal gevallen flessenresten) meegebracht.

Advertenties

Auchroisk 16y 1996, Asta Morris

Bert Bruyneel houdt er het tempo in, deze maand gooit hij een Auchroisk 1996 op de markt, ook een botteling onder z’n eigen Asta Morris label. En weerom een typische Asta Morris whisky.

 

Auchroisk 16y 1996/2012, 53.5%, Asta Morris, cask AM014, 307 bottles
Zachte, elegante neus, een compleet ander profiel dan de vorige Asta Morris. Niet zo hevig, niet zo krachtig, niet zo expressief. Wel lekker, daar niet van. Grassig en fruitig. Vooral grassig. De vers gemaaide variant. Licht mineralig. Clean. Gezoet citrusfruit doemt op. Rietsuiker. Kokos nu ook. Daarna boterbloemen en heide, en acaciahoning. En best wat eik. Die eik gaat gepaard met anijs en eucalyptus. Fris profiel. Rond en romig mondgevoel. Elegant, opnieuw. Hij gaat van zoet naar droog en terug. Honing, vanille, gras (hier de gedroogde variant), fruit (gele appels en dito pruimen), zachte eik en kruiden (kaneel, zoethout). Mooie bitterheid. Met water erbij krijg ik tonen van appelsap. Met appelsap trouwens ook (ha). Dat water duwt het droge bijna volledig naar de achtergrond (zonder dat het een echte ‘zwemmer’ is, enkele druppels zijn genoeg). Maar dat variëren van zoet naar droog stoort mij absoluut niet, voor mij hoeft dat beetje water dus niet, voor anderen misschien wel. Middellange, frisse afdronk, zoet en floraal, vanille, honing en hooi. Knappe balans tussen droog en zoet. Weer een typische Asta Morris vind ik zo. Prijs/kwaliteit moeilijk te kloppen. 88/100

Clynelish 16y 1996 for Lindores Whiskyfest 2012

We hebben weer een schitterend Whiskyfest achter de rug. Fijne whisky’s, fijne babbels, fijn gezelschap. En wat ik ook fijn vond, is de festivalbotteling. Oké, ik heb ‘m mee geselecteerd, mijn ‘objectiviteit’ (een woord dat eigenlijk niet thuishoort bij whisky bespreken, maar soit) mag hier dus in twijfel getrokken worden. Het betreft een Clynelish 1996 uit de stal van fellow Lindorable Dominiek aka The Whiskyman, een wel zéér typische Clynelish.


 

Clynelish 16y 1996/2012, 52.3%, The Whiskyman for the Lindores Whiskyfest 2012, refill bourbon hogshead, 239 bottles
Prikkelende, waxy neus. Enorm veel was: kaarsen van bijenwas, schoensmeer, kaarsvet, geboende meubels… Na enige tijd wordt deze was vergezeld van mineralen. Nat gras, natte keien. En ook fruit ontbreekt niet. Ik noteer perzik, abrikoos en gele pruimen. Noten. Groene thee met honing. De smaak is romig, vettig bijna. Boter. Gezouten boter. En opnieuw erg waxy. De bijen met hun honing, pollen en was. Clynlishiger kan niet. Knappe balans tussen zoete en bittere tonen. Er is witte pompelmoes, maar daar zit suiker op. Er is eik en hars, maar er is ook kandij. Er zijn kruiden zoals nootmuskaat, maar ook zoethout. Er zijn noten, maar ook honing. Zelfs een heel klein beetje rook valt te ontwaren. ! De afdronk is niet superlang, maar ook hier houden de zoete en de bittere tonen elkaar zeer mooi in evenwicht. Waxy, kruidig en fruitig, met een beetje zilt. Als je wil weten wat men bedoelt met ‘waxyness’ of hoe je was in whisky kan ruiken en proeven, is dit een schoolvoorbeeld. 89/100

Dalmore 12y 2000, Malts of Scotland

De laatste uit de jongste batch Malts of Scotland, is een Dalmore 2000. Cask strength Dalmore aan 55 euro, je komt het niet makkelijk tegen. Hij is dan ook niet meer te krijgen…

 

Dalmore 12y 2000/2012, 53.4%, Malts of Scotland, sherry hogshead, MoS12035, 290 bottles
Een beetje een vuile neus heeft deze Dalmore. Schotelvot. De geur van ‘het putje’. Water dat te lang heeft stilgestaan. Dat vuile trekt wel wat weg om plaats te maken voor noten, dadels (enorm), karamel, en andere sherrytonen, maar helemaal lekker wordt het nooit. Meer en meer tuinkruiden. Munt, eucalyptus. Iets van praliné nu ook wel. Bwa, met ‘m tijd te geven kan ie er nog mee door. Ook de smaak is een randgeval. Hier niets storends maar ook niets wat me blij maakt. Erg zoet (kandijsiroop), kruidig (eucalyptus, gember) en maar een beetje (rood) fruit. De praliné opnieuw. Middellange, drogende afdronk. Matig, en voor mij veruit de minste uit deze reeks Malts of Scotland. 76/100

Karuizawa 1967 & Mark Lanegan

Twee legendes vandaag. Ik proef de Karuizawa 1967 voor La Maison du Whisky & The Whisky Exchange en luister ondertussen naar Bubblegum, de klassieker van Mark Lanegan.

Mark Lanegan werd bekend als frontman van The Screaming Trees, een Amerikaanse grunge-band, opgericht in 1985 en gesplit in 1996. Na deze split wierpen de leden zich op eigen projecten, waarbij Lanegan veruit het succesvolst was. Hij werkte o.a. samen met Kurt Cobain (nog ten tijde van de Screaming Trees), de Queens of the Stone Age, Isobel Campbell (Ballad of the Broken Seas) en Greg Dulli van Afghan Whigs (onder de naam The Gutter Twins).
Lanegan heeft een unieke stem. Hees, ruw en doorrookt. Z’n muziek leunt nog een beetje aan bij de grunge, maar vermengt ook invloeden van rock, blues en punk.
In 1990 bracht hij met The Winding Sheet een eerste solo-album uit, maar doorbreken deed hij pas in 2004 met Bubblegum, z’n vijfde soloplaat. Nu ja, doorbreken, z’n muziek leent zich niet tot echt commercieel succes, maar het album werd door de critici wel lovend onthaalt en het vond toch z’n weg naar een iets breder publiek. Op Bubblegum werkt Lanegan samen met een schare artisten zoals P.J. Harvey, Josh Homme, Nick Oliveri, The Afghan Whigs, Queens of the Stone Age en nog een pak anderen.
De nummers op Bubblegum gaan van rustig en breekbaar (Come to me, Out of Nowhere) tot luid, rauw en explosief (Sideways in Reverse, Driving Death Valley Blues). Ik vind het een geweldige plaat.

En dan onze Karuizawa 1967. Een cultfles. In 2009 gebotteld voor zowel La Maison du Whisky als voor The Whisky Exchange ter gelegenheid van z’n tienjarig bestaan. Bij verschijnen al niet gekoop, maar vandaag moet je op veilingen op 1200 euro rekenen, en mogelijks meer. Dat is 10 euro per slokje.

 

Karuizawa 42y 1967/2009, 58.4%, OB for LMdW and for TWE 10th Anniversary, cask 6426
Hola, wat een overweldigend heerlijke neus is dit! Anders dan recentere bottelingen, de sherry is ‘ouder’, minder scherp, ronder, meer belegen. Oude, sappige eik, oud leder, oude meubels, sigarendoosje, tabak, koffie, munt, anijs, hoestsiroop… Dan ook zoet fruit. Pruimentaart, aardbeienconfituur, bramen, kersen. Boenwas, chocolade en ahornsiroop, wat het smeuïg maakt. Mos en varens (het bos). Complex, elegant en fris. Ronduit subliem. Stevig op de tong, mondvullend. Nu ja, bijna 60% na 42 jaar rijpen… ze doen hun spirit daar duidelijk op een hoger alcoholpercentage op vat. Prachtige, ronde eik, die alle andere sensaties draagt en ondersteunt. Droog, maar nooit drogend. Er zijn voldoende zoetere en fruitige elementen. Chocolade, tabak, oud leder, rozijnen, noten (studentenhaver), munt en zoethout. Geen koffie, eerder thee. Hars. Qua fruit denk ik aan kersen, bramen en pruimen. Enorm rijk en alles perfect in balans. Zeer lange, droge afdronk. Mooi kruidig, met een wel zeer aangename toets chocolade. Ik ben niet zo’n grote Karuizawa-fan, maar dit is hemelse whisky. 94/100

Lg1

Je kent ze wel, die kleine halve-liter flesjes met daarop wat een chemisch symbool lijkt. Je hoeft er echter niet de tabel van Mendeljev bij te halen, een kaart van Islay volstaat. Speciality Drinks, het vehikel achter The Whisky Exchange, bottelt immers op regelmatige basis Islay whisky’s onder dit ‘Elements of Islay’ label, telkens zonder enige leeftijdsaanduiding. Lg1 was de eerste Lagavulin onder dit label.

 

Lagavulin ‘Lg1’, 56.8%, Speciality Drinks (TWE) 2009, Elements of Islay, 50cl
Zoet, dat is wat opvalt aan deze neus. Niet mierzoet, maar wel tonen van vanille, honing en cake. Dat zoete wordt evenwel snel gevolgd door zilte aroma’s. De zee met z’n (gerookte) vissen en oesters. Turf en teer (of course). Rubber. Geroosterde noten en natte aarde. En een licht farmy kantje. Mooi. Fruit? Ja, maar niet veel. Wat ananas. De smaak is erg stevig en rond. Turf en zilt treden eerst op de voorgrond. En hoe! Daarna granen en kruiden zoals zoethout, peper en gember. En vervolgens het zoete (vanille, honing) en het fruit. Meer fruit dan ik in de geur had: perzik, mango, ananas en rijpe kruisbessen. Onderliggend opnieuw de natte aarde. Het mondgevoel is prikkelend en zelfs wat springerig, het tegendeel van rond. Laat zich moeilijk temmen. De jonge leeftijd ongetwijfeld. De afdronk is machtig lang. Rokerig, zoet en kruidig. Ik vind dit ondanks de ongetwijfeld jonge leeftijd erg lekker, vooral dankzij het wat onverwachte fruit op de smaak. 89/100

Glen Garioch 27y 1970

Oude Glen Garioch kan vreselijk goed zijn. Denk maar aan de legendarische 1968’ers of die paar sublieme Samaroli’s. Maar er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen die de regel zo nodig dienen te bevestigen…

 

Glen Garioch 27y 1970/1997, 43.9%, OB, cask 7
Oei… wat ruik ik daar? Zeep, jawel. In het begin valt het nogal mee, maar het groeit. Spijtig genoeg. Het is op de duur moeilijk om nog naast de zeep te ruiken. En als dat toch lukt, krijg je sinaas, pompelmoes en tijm. Bloesems ook, maar dat florale leunt natuurlijk erg dicht aan bij parfum en zo beland je vanzelf bij zeep. Lijm misschien nog. Op de smaak laat de zeep nog minder ruimte voor andere sensaties. Misschien wat gras, peper, noten en tuinkruiden. Maar ver op de achtergrond. Er zit ook wel een zoete ondertoon in, maar veel positiefs brengt dat niet bij. Hout ja, maar ook dat verbleekt bij de zeep. De afdronk is er spijtig genoeg ook nog en hij is daarenboven wreed lang. En dat ‘wreed’ mag je hier letterlijk nemen. 67/100

Lindores Whiskyfest

Maak je klaar, bereid je voor, zet je schrap… het jaarlijkse Lindores Whiskyfest nadert met rasse schreden. Dit weekend is het inderdaad zo ver, dan vindt de jaarlijkse hoogmis van oude, zeldzame en unieke whisky’s plaats in Hotel Bero, Oostende. Vrijdagavond trekken we het festival op gang met een Highland Park tasting om U tegen te zeggen. Zaterdag kan je er tussen 13u en 18u doorlopend proeven van meer dan duizend zeldzame pareltjes (waaronder een honderdtal oude Ardbegs) en ’s avonds deelnemen aan de ondertussen legendarische Nocturne. Op deze Nocturne opent elke standhouder een unieke whisky gedistilleerd in de jaren vijftig en gebotteld vóór 1990. Zondag is er dan opnieuw een ganse dag festival, van 12u tot 17u. Kortom, een must voor de meerwaardezoeker.

Meer informatie, o.a. een lijst van de standhouders, vind je hier. See you there.

Benriach 1976 extravaganza

Voor de mensen die geen abonnement op Whisky Passion hebben (shame on you), hierbij een overzichtje van de decadente Benriach 1976 tasting die Serge Reijnders in juni organiseerde voor een veertigtal enthousiastelingen. Het artikel was eerder een sfeerverslag, hieronder lees je wat ik van de verschillende whisky’s vond. De scores van de meeste wisky’s zijn redelijk arbitrair. Maar is een score dat niet altijd? Soit, neem er een nog grotere korrel zout bij dan anders.

Serge opteerde om de negentien Benriachs 1976 te schenken in vier flights, drie van vijf whisky’s en op het eind een flight van vier toppers, blind geschonken. Voorafgaand hadden we twee jongere Benriachs en tussen de flights telkens een geturfde whisky om een keer iets helemaal anders te proeven. De whisky’s werden gerangschikt volgens reputatie. Op die manier zou het een tasting worden die alleen maar kon groeien.
Jürgen Vromans, ook lid van Cask Six en door sommigen gekend als de Whisky Mercenary, praatte de tasting aan elkaar.

 

Om in de sfeer te komen en vooral om ons smaakpallet op whisky te zetten, kregen we twee relatief jonge Benriachs te proeven, de Benriach 25y 1985, 48.1%, Liquid Sun en de Benriach 15y 1995, 52.5%, OB for Whisky Live South-Africa, cask 5968. Die eerste is een aangename, cleane en fruitige whisky. Wit fruit, vanille, granen en bloesems maken de dienst uit. Over de tweede waren we wat minder enthousiast, hij was gefinished op portovat en dat maakte dat het distilleerderijkarakter volledig overschaduwd werd door de (zoete) wijn. Tonen van Turks fruit, nougat, siroop, noten, kastanjes en (te) veel eik.

 

Maar we waren wel meer dan klaar voor het grote werk. En dat grote werk was dus het jaar 1976. Een eerste stap werd gezet door drie geturfde whisky’s en twee zustervaten die midden vorig decenium door Signatory werden gebotteld:

  • Benriach 30y 1976/2007 cask #4469 (55.5%, OB, richly peated, Port finish, 798 bottles) – 88/100
  • Benriach 29y 1976/2006 cask #9441 (54.6%, Signatory Vintage, refill butt, 401 bottles) – 88/100
  • Benriach 29y 1976/2006 cask #8084 (56%, OB, peated, 194 bottles) – 89/100
  • Benriach 28y 1976/2005 cask #9442 (56.9%, Signatory Vintage, sherry butt, 426 bottles) – 89/100
  • Benriach 28y 1976/2005 cask #8081 (58.7%, OB, peated, 189 bottles) – 90/100

Van de Signatory’s vond ik vat 9442 de betere van de twee, hij is iets expressiever, fruitiger. Vat 9441 is prikkelend en fris maar niet zo aromatisch, vat 9442 is een stuk ronder op fruit (een beetje tropisch zelfs), hooi, kruiden, cake en antiekwas. Naar het einde en in de afdronk werd hij wel vrij droog. Let op, de smaken (tropisch) fruit, eik en kruiden ga je hier nog vaak te lezen krijgen, het zijn samen met vanille de typische elementen die je in Benriach 1976 aantreft, het één en ander natuurlijk in meer en mindere mate.
Bij de geturfde whisky’s viel vat 4469 best te pruimen, een stuk meer dan de andere ‘Port Pipe’ die we als aperitief dronken. Meer fruit (sinaas valt op) en lichte turf, samen met de zoete tonen (appel-en perenstroop, kandijsiroop) en de eik van het vat. De neus deed me in eerste instantie trouwens wat denken aan Tomatin 1976 (rozenbottel). Vat 8084 is meteen vrij typisch Benriach 1976 maar niet erg complex. Eik, ananas, tabak en erg lichte turf op de neus, op de smaak vooral zacht, tropisch fruit (banaan, ananas, ook wat sinaas) en rozenbottelthee. Vat 8081 vond ik net een tikkeltje beter, dankzij de extra complexiteit en perfecte balans tussen het zoete fruit en de drogere tonen van de eik en de kruiden. Eerder roze pompelmoes dan sinaas, maar ook tropisch fruit, en meer kruiden.

Al bij al geen èchte hoogvliegers, maar hier en daar konden we toch al het geweldige karakter van Benriach 1976 ontwaren. Om die reden staken casks 8081 en 8084 er wat bovenuit, met voor mij 8081 als winnaar uit het rijtje, terwijl cask 8084 gemiddeld beter lag in de groep.

 

Na onze mond gespoeld te hebben met wat Ardbeg 10y batch 2011, kregen we de tweede reeks ingeschonken, whisky’s waarvan we konden vermoeden dat ze ons nog meer gingen bekoren dan deze uit de eerste:

  • Benriach 34y 1976/2011 cask #6942 (57.8%, OB, sherry butt, 469 bottles) – 91/100
  • Benriach 28y 1976/2005 cask #8079 (57.6%, OB for Craigellachie Hotel, 144 bottles) – 92/100
  • Benriach 33y 1976/2010 cask #8795 (53.2%, OB, 221 bottles) – 89/100
  • Benriach 30y 1976/2007 cask #8080 (52%, OB for The Nectar, peated, 151 botles) – 92/100
  • Benriach 32y 1976/2008 cask #2014 (50.3%, OB, batch 5, 271 bottles) – 93/100

Hiervan had ik al de tweede, vierde en vijfde geproefd, alle drie whisky’s die ik top vond. Vat 6942 was dus nieuw voor mij en het was meteen duidelijk dat deze flight z’n hogere verwachtingen ging inlossen. Dit is een whisky die de 1976 fruitigheid ten volle tentoonspreidt, mooi vermengd met de sherry van het vat (eik, kruiden, koffie, noten, leder) en antiekwas. Het fruit keert hier richting sappige bosvruchten, zoet en zuur rood fruit. Vat 8079, gebotteld voor het Craigellachie hotel ging daar voor mij nog net boven. Het fruit is anders (meer op het tropische front) en het geheel is nog wat complexer (extra floraliteit onder de vorm van gedroogde bloemen enzo, en ook zeer lichte turfrook). De eik is in balans met de rest. Mooi bitterzoet. De volgende in het rijtje, vat 8795, viel er een beetje tussen uit. Hij is het minst expressief, vertoont het minste fruit, op de neus is hij zelfs een beetje duf. Op de smaak moet hij het hebben van tuinkruiden en kruidenthees, vergezeld van een beetje tropisch fruit (maar een pak minder dan bij z’n collega’s) en een stevige portie eik.
Vat 8080, dat gebotteld werd voor The Nectar, was bij z’n verschijnen één van de beste Benriachs tot dan toe, maar ondertussen zijn er toch al enkele lekkerdere gebotteld. Al blijf ik dit een heerlijke whisky vinden. Diep en breed, erg aromatisch op fruit (ananas, appels, banaan, roze pompelmoes) en honing, lichte eik en kruiden, met zachte rook als extra. Eerder houtvuur dan turfrook. Vat 2014 sloot de tweede flight af. Deze proefde ik enkele maanden voordien al, ik wist dus dat hij in deze line-up moeilijk te kloppen zou zijn. Nog expressiever dan de andere vier, frisser ook én complexer. Zeer fruitige en florale neus, op de smaak een explosie van tropisch fruit (passievrucht, ananas, mandarijn…), vergezeld van tuinkruiden, peper, leder en nog heel wat meer.

Serge bleek z’n handen gelegd te hebben op een staal van vat 2013, een vat dat nog niet gebotteld is en dat we dus als extraatje te proeven kregen. Ideaal om naast 2014 te zetten. Het kon de vergelijking echter maar moeilijk aan, cask 2014 won met verve het pleit. En meteen ook deze flight (vóór de Craigellachie), zowel voor mij als voor de groep.

 

De lichtjes geweldige Bowmore 13y 1998 van Asta Morris (49.7%, cask AM003, 2011, 211 bottles) deed dienst als welgekome afleiding. De aansluitende barbecue deed dat ook. En wat hier ook zeker niet onvermeld mag blijven zijn de ondertussen legendarisch geworden chocolademousse en tiramisu van Serge zelfde (al schrijvend komt het water me weer in de mond). Na ons dus volgepropt te hebben met een scheepslading calorieën in vastere vorm, zetten we ons aan een straatje super Benriachs, drie gebotteld voor de Aziatische markt (met vatnummers 30XX) en twee Europese (met vatreferenties 355X):

  • Benriach 34y 1976/2011 cask #3029 (42.1%, OB for Shinanoya Japan, 139 bottles) – 93/100 (eigenlijk 93,5 maar we doen niet aan halve punten)
  • Benriach 35y 1976/2011 cask #3010 (45.3%, OB for Auld Alliance Singapore, 196 bottles) – 91/100
  • Benriach 34y 1976/2011 cask #3041 (40.5%, OB for BBI Japan, 143 bottles) – 92/100
  • Benriach 33y 1976/2009 cask #3550 (46.2%, OB for The Whisky Fair, 103 bottles) – 93/100
  • Benriach 33y 1976/2009 cask #3551 (51.%, OB for La Maison du Whisky, 160 bottles) – 93/100

Deze flight speelde duidelijk in nog een hogere klasse dan de vorige. En dan moest flight 4 nog komen… Vat 3029 (Shinanoya) opende de debatten en deed dat overweldigend goed. Op zo’n manier dat hij voor een aantal deelnemers zelfs de ultieme winnaar van de avond was. Voor mij was hij dat niet, maar hij eindigde toch mooi op een gedeelde derde plaats. Hij heeft sowieso de meest expressieve neus van allemaal, met het meest exuberante tropisch fruit (en liters roze pompelmoes, en op de smaak noteerde ik ook suikerspin). Maar hij mist complexiteit en diepgang om nòg meer indruk te maken. Vat 3010 (Auld Alliance) kon het niveau van z’n voorganger niet aanhouden, de neus is wat je kan verwachten (vooral op aromatisch tropisch fruit), op de smaak gaan de eik en de kruiden iets te veel domineren, daar wordt het dus wat droog. Maar dit blijft erg lekkere whisky, daar niet van.
Vat 3041 was dan weer wel beter in evenwicht, met het fruit dat hier vooral de rijpere varianten uitspeelde (rijpe ananas en banaan, naast de mango enzo). Op de smaak vergezeld van een heerlijke kruidigheid. Vat 3550 kende ik al en bevestigde z’n status van superfruitige en volle Benriach. De eik en de kruiden zitten hier op de achtergrond, het is zeker ook niet de meest complexe van allemaal, maar ik vind ‘m heerlijk. Vat 3551 tot slot was een meer dan waardige afsluiter, erg aromatisch, fruitig en zoeter dan de andere, zonder zeer complex te zijn. Op het – hoge – niveau van 3550.

Voor de groep stak de botteling voor Shinanoya er bovenuit, voor mij, mja, uiteindelijk toch ook wel. Al was het net. Die neus hé.

 

Nog een Bowmore, de lekkere Bowmore 10y 1995, 56.7%, The Ultimate, cask 798, maakte dat we meer dan klaar waren voor de laatste flight, we stonden te popelen. Deze beloofde immers de apoteose te vormen, het orgelpunt te zetten op deze unieke tasting. The best of the best, blind geschonken:

  • Benriach 34y 1976/2011 cask #3033 (48.2%, OB for Taiwan, 216 bottles) – 94/100
  • Benriach 30y 1976/2006 cask #3557 (53%, La Maison du Whisky, 222 bottles) – 94/100
  • Benriach 33y 1976/2009 cask #3558 (47.4%, OB for The Whisky Fair, 162 bottles) – 92/100
  • Benriach 35y 1976/2011 cask #3032 (44.2%, OB for Whisky-e Ltd, Japan, 176 bottles) – 93/100

Vat 3557 (La Maison du Whisky) kennen een aantal onder jullie als ‘the one’ of ‘the one that cannot be named’. Waarom dat zo is, moet je maar eens bij gelegenheid aan Bert Bruyneel vragen. Waar verwacht werd dat deze whisky de lakens naar zich toe zou trekken, gebeurde dat niet. In deze line-up moest hij de duimen leggen voor vat 3033 (Taiwan), ook voor mij. Nochtans vond ik 3557 nog net iets beter dan 3033 de vorige keer dat ik ze (niet blind) tegenover elkaar zette, op het Lindores Whiskyfest eind vorig jaar. De omstandigheden zijn natuurlijk niet met elkaar te vergelijken, op het LWF betrof het drie Benriachs (ook de 1975 voor Asta Morris deed mee), hier was het na vijftien andere Benriach 1976’ers. En om eerlijk te zijn, ik zou ook vandaag niet kunnen zeggen welke van de twee mijn ultieme voorkeur wegdraagt. De éne keer was het 3557, nu was het dus 3033. Ik zou ze nog eens naast elkaar moeten kunnen zetten… Beide whisky’s zijn in ieder geval erg complex, complexer dan de rest, dat zeker, ze gaan dieper, ze zijn gelaagder. En daarenboven slagen ze er in hetgeen Benriach 1976 groot heeft gemaakt, namelijk dat geweldige (tropische) fruit, in al z’n glorie uit te spelen.

Bij vat 3033 noteerde ik naast het gekende fruit, de eik en de kruiden ook kokos, bijenwas, munt, marsepein, melkchocolade en vooral veel puntjes. Bij vat 3557 werd dat honing, munt, iets floraals (heide, hooi), zelfs een beetje neigend naar de geur van een boerderij (nat hooi, stallen… maar zeer subtiel). Vat 3558 kende ik ook, deze is complexer dan vat 3550 uit vorige flight, dat gelijktijdig werd uitgebracht, maar minder expressief fruitig en droger op de smaak. Ik heb een lichte voorkeur voor 3550. Vat 3032 tenslotte kon ook geen aanspraak op een medaille maken, alhoewel het nu ook weer niet zoveel scheelde, het is immers een whisky die zonder blikken of blozen model kan staan voor al het lekkers dat Benriach 1976 je kan bieden.

 

Vat 3033 voor Taiwan werd uitgeroepen tot winnaar van deze flight èn tot beste Benriach 1976 ooit. Het zilver ging naar vat 3029 voor Shinanoya en het brons naar vat 3032 voor Japan. Azië won het dus overtuigend van Europa.

Wat mij persoonlijk betreft konden vaten 2014, 3029, 3032, 3033, 3550, 3351 en 3557 zich onderscheiden van de rest als de beste Benriachs. Binnen deze kopgroep nemen 3029, 3033 en 3557 echter nog enkele banddiktes (fietslengtes zou overdreven zijn) voorsprong. En het één moment zal ik het liefst naar de éne grijpen, het andere moment naar de andere. Dat natuurlijk in de van de pot gerukte veronderstelling dat ik deze drie flessen open zou hebben staan.

Benrinnes 1993/2011, Connoisseurs Choice

Benrinnes werd gebouwd in 1826 maar werd amper drie jaar later al vernietigd door een overstroming, komende van de berg Ben Rinnes. Onmiddellijk werd overgegaan tot het bouwen van een nieuwe distilleerderij, vlakbij de eerste, op de gronden van de Lyne of Rutherie boerderij, de naam waaronder de distilleerderij in het begin ook opereerde. In 1864 werd het opnieuw Benrinnes distillery.

 

Benrinnes 1993/2011, 43%, Gordon & MacPhail, Connoisseurs Choice
Frisse, cleane neus op vers gemaaid gras, allerlei noten, hars en florale tonen. Bloemen in het gras. Daarna krijg ik de geur van sinaas, van koffie met (veel) melk en uiteindelijk zelfs ook een beetje rook. De smaak is rond en vrij stevig. Noten en melkchocolade vallen op, net als het hars dat ik ook in de geur aantrof. Deze Benrinnes wordt langzaamaan zoeter, de chocolade wordt vervoegd door nougat en honing. Sinaas ook. Het zoete groeit echt, en verdrukt op de duur de rest. DE afdronk is niet erg lang en vooral zoet. Best lekker, maar op de duur gaan de ééntoning zoete tonen toch wat vervelen. 83/100

Caol Ila 1979, Taste Still

Taste Still was een label van M&H (Mario & Hubert) dat midden jaren 2000 een reeks – meestal schitterende – whisky’s op de markt bracht. Zo ook deze Caol Ila 1979.

 

Caol Ila 1979/2006, 57.4%, Taste Still, cask #2796, 227 bottles
Ja ja, weer die old-style Caol Ila geur, I just love it. Ik heb het dus over die zoete, olieachtige turf. Olijfolie, lijnzaadolie aan de éne kant, zoete medicinale turf aan de andere. Dat zoete wordt gevormd door bananen, honing en marsepein. Een mooie waxyness ook. Kaarsvet. En een groeiende mineraliteit. Natte gazon. Een beetje kruiden. Ik vind het weer super. Krachtig en mondvullend, prikkelend op de tong. Meer kruiden (peper, nootmuskaat, zoethout), turf, daarna gevolgd door het fruit. Banaan (nog wat groen hier, minder zoet) en rode appels. Zilt. Best wat eik en okkernoten, wat het samen met de kruiden en de groene banaan wat droog maakt. Lange afdronk, rokerig, zilt en zoet. Op basis van de neus had ik ‘m nog een puntje meer gescoord, op de smaak neigt de balans net iets te veel naar het droge. Maar dit is en blijft heerlijke whisky. 90/100

Glenrothes 1969, Duncan Taylor Lonach

Ik heb al een aantal geweldig lekkere Glenrothes 1969 geproefd, maar op een botteling van Scotch Malt Whisky Society twee en een half jaar geleden na, heb ik er hier nog geen besproken. Deze botteling van Duncan Taylor onder hun Lonach label (vattings van enkele vaten waaronder ook sommige met een alcoholpercentage onder 40%) komt hier dan ook als geroepen.

 

Glenrothes 39y 1969/2008, 42.7%, Duncan Taylor, Lonach
Zalige neus. O ja. Erg fruitig, erg aromatisch. Rijpe sinaas, ananas, banaan, mango, rijpe kruisbessen, lychee… tropical! Een beetje eik, maar dan ook maar een beetje. Best wat vanille, geboend leder en zachte kruiden (kaneel, gember). Zacht, romig op de tong en zowel fruitig als kruidig, maar het fruit wint het op de duur wel. Sinaas en ananas vallen op. Qua kruiden noteer ik kaneel en nootmuskaat. Vanille. Eik ja, maar ook hier op de achtergrond, net zoals een hint van rook (van het hout). Iets licht floraals. Niet erg complex maar o zo drinkbaar. Middellange afdronk op het fruit en de kruiden van de smaak en hoegenaamd geen eik. Op de smaak en in de afdronk mist hij wel de puch die sommige bottelingen onder hun Rare Auld of Peerless labels wel hebben, maar dit speelt in de zelfde topklasse. 91/100

Caperdonich 1972/2011 Connoisseurs Choice

Caperdonich 1972? Waarom niet hé… Deze keer ééntje van Gordon & MacPhail die ze onder hun Connoisseurs Choice label bottelden. Op laag alcoholpercentage dus.

 

Caperdonich 1972/2011, 43%, G&M Connoisseurs Choice, first fill sherry
Mooie, ronde sherryneus. In eerste instantie krijg ik tonen van gedroogd fruit (pruimen, abrikozen, rozijnen), chocolade en mokka. Daaronder zit tabak en eik. Dan ook kersen en bramen. Mooie evolutie. De eik is groots op de smaak, maar droogt niet uit, er is meer dan ruimte genoeg voor sinaas, kersen, gedroogde abrikozen en rozijnen, chocolade, koffie en kruiden. Onder die kruiden kan je zoethout en kruidnagel verstaan. Een lichte rokerigheid ook (van het hout neem ik aan). Kandijsuiker en perensiroop maken het behoorlijk zoet. Lange afdronk, zoet (pruimentaart) en kruidig (zoethout). Zeer lekker, en merkelijk beter dan de 2010 botteling, maar Caperdonich 1972 heeft toch baat bij iets meer power. 89/100

Laphroaig 19.0

Deze Laphroaig 19.0 is een zéér zeldzame, zéér gezochte en ondertussen dan ook zéér dure botteling. Hij werd gebotteld ter gelegenheid van het 190-jarig bestaan van de distilleerderij en de 175 flessen werden verloot onder de (massale) geïnteresseerden. Reken maar op een kleine duizend euro, als je al ergens een fles tegenkomt.

 

Laphroaig ’19.0’, 54.9%, bottled 2005 for the 190th anniversary, cask 5386, 175 bottles
Maar dus niet alleen de zeldzaamheid, ook de kwaliteit van de whisky verantwoordt in zekere zin de hoge prijs (alhoewel). Hij biedt in ieder geval het beste van Laphroaig, erg geconcentreerd, erg expressief en alles in een perfecte balans. Zoete turf, vanille, citroentaart, medicinale toetsen, zilt, zoethout… eigenlijk zegt dit niet veel, het zijn grotendeels klassieke Laphroaig elementen. Je moet het proeven, het is alles wat je verwacht maar dan in de overtreffende trap. En aangevuld met een geweldige ‘farmy’ kantje. En die afdronk, die blijft maar duren. Ik prijs mezelf ongelooflijk gelukkig dat ik hier een (klein) sampletje van heb kunnen bekomen, ik ga hier dan ook niet veel meer woorden aan vuil maken en met volle teugen genieten van deze laatste centiliter. 93/100

Wat een topweek was me dat… moet ik vaker doen.

Macduff 17y 1978, Signatory

En dan nu mijn beste Macduff tot op heden. Amper zeventien jaar oud, maar proeft er minstens tien meer.

 

Macduff 17y 1978/1996, 58.8%, Signatory, cask 4159, 376 bottles
Aromatische, fruitige neus: ananas, aardbeien en kokos. Daarna krijg ik tonen van zoethout en noten. Amandelen, neigend naar marsepein. Heerlijk toch wel. Zachte belegen eik en wat hars zorgen voor de nodige body. Ha, ook mos en bladeren (de herfst). Nice! Ook de smaak is nice, en meer dan dat. Mooie ronde eik onder frisse tonen van tropisch fruit, perzik, kokos en kruiden zoals munt, peper, gember en zoethout. Kaastaart? Toch iets dat er op trekt. Ik ben zot van kaastaart. Eerder lange, zoete en kruidige afdronk, met nog een fruitige comeback als je het niet meer verwacht. Mooi, mooi, mooi. 91/100

Glen Grant 24y 1972, Signatory

De laatste jaren zijn er een aantal Glen Grants 1972 op de markt gekomen, meestal wreed lekker. Vandaag een 1972 die heel wat eerder gebotteld werd, meer bepaald in 1996 door Signatory.

 

Glen Grant 24y 1972/1996, 54.3%, Signatory, cask 691, 290 bottles
Zeer mooie old style sherryneus. Belegen eik, antiekwas, oude meubels, gedroogde bloemen en best wat fruit. Sinaas, bramen en pruimen. Karamel ook. En chocolade. Praliné. Op de smaak fruit, zowel gedroogd (abrikozen, pruimen) als vers (sinaas), eik (maar zeker niet te veel), chocolade (met pralinévulling, jawel) en heel zachte rook. Eerder richting tabak. Middellange afdronk in het verlengde van de smaak, bitterzoet. Ook op 24-jarige leeftijd was Glen Grant 1972 dus al heerlijk. 89/100

Caperdonich 1972, Private Stock

Nu we toch bezig zijn… schakelen we dus nog een versnelling hoger. En wel met de Caperdonich 1972 die The Whisky Agency bottelde onder z’n exclusieve Private Stock label. En dit op amper 57 flessen, wat er toe bijdraagt dat de prijs van deze whisky op veilingen al vlot de horde van 500 euro heeft genomen. Ongelooflijk bedankt voor de sample Dominiek!
Op de achtergrond spelen Tindersticks met hun tweede album Tindersticks II. Hemelse muziek en hemelse whisky, wat kan een mens nog meer verlangen? Eh, voor jullie je gedachten de vrije loop laten, suggesties hoeven niet.

 

Caperdonich 39y 1972/2011, 52.8%, The Whisky Agency, Private Stock, sherry hogshead, 57 bottles
Halleluja! De Heer zij geloofd. Wat is het een privilege zaken zoals dit te mogen proeven in je leven. Man man, hoe heerlijk is dit… Ik voel een opkomende eruptie van lyriek, maar ik ga me inhouden. Qua associaties verwijs ik met veel plezier naar de twee voorgaande reviews. Maar toch speelt dit nog een klasse hoger. Nu ja, een klasse, het verschil is toch meer dan een punt op mijn schaal. Het verschil zit ‘m vooral in de intensiteit van de aroma’s, de expressiviteit gaat in overdrive. Ook ten opzichte van alle andere Caperdonichs die ik al geproefd heb. Zowel op de neus als op de smaak krijg je een samengebalde concentratie aan geuren en smaken die zich een weg banen langs je neus en smaakpapillen. Het fruit van allerlei slag – zowel gedroogd, gestoofd als tropisch hand in hand – is ronduit groots. De was (geboend leder, bijenwas), de pollen, de melkchocolade en de honing zijn geweldig smeuïg. De kruiden (die gember!) en het grassige geven het karakter. De sappige eik ondersteunt en versterkt het geheel op sublieme wijze. Op de neus, op de smaak, in de afdronk, op elk vlak wint hij het pleit van z’n concurrenten. Caperdonich 1972 op zijn absolute best. Vol zijn geur en smaak van z’n heerlijkheid. Hosanna in den hoge. 95/100

 

Dit is toch wel de beste Caperdonich die ik al geproefd heb. En ook één van de beste bottelingen van de afgelopen jaren tout court. Ik kom echter wel een beetje in de problemen met mijn scores. Ik heb namelijk al een Caperdonich 95/100 gescoord, cask 1145 van Malts of Scotland. De eerste Caperdonich 1972 die me echt van m’n sokken blies, was echter de Perfect Dram, die gaf ik 94 punten. Vaten 1144 en 1145 van Malts of Scotland kwamen iets later op de markt en proefde ik naast The Perfect Dram. Cask 1144 vond ik als twee druppels water gelijken op TPD, dus kreeg die ook 94 punten. Vat 1145 was anders, vooral toegankelijker en vond ik op dat moment nog nét iets beter. 95 dus. Deze Private Stock is echter beter dan alle drie de voorgaande, maar 96 is er dan weer over. Dilemma!
De verhoudingen tussen de drie blijven voor mij echter overeind, TPD en 1144 héél gelijkaardig én gelijkwaardig, 1145 iets beter. Ik denk dat ik achteraf gezien de Perfect Dram gewoon een puntje te veel heb gegeven, waardoor ik de rest vergelijkend met deze whisky in verhouding ook een punt te veel gaf. Nu, met zowel de QV.ID, de Duncan Taylor (#7460) als deze Private Stock, klopt het volledige plaatje als ik van de drie eersten een punt aftrek. Iets wat ik bij deze dan ook doe.
Maar dan nog, zes recente whisky’s die op mijn schaal variëren van 93 tot 95 punten, laat ons zeggen dat Caperdonich 1972 zowat het beste is dat ons whiskyliefhebbers de jongste tijd is overkomen. Of althans toch mij.

Caperdonich 1972, en nog één

Caperdonich 1972, moet ik daar nog woorden aan vuil maken? Nee toch? Of juist wel, je leest ze hieronder. En het zijn er veel, dit is immers het type whisky waarbij ik me nogal eens durf laten gaan. Het betreft daarenboven twee whisky’s, een botteling van Duncan Taylor van begin vorig jaar en een botteling van The Whiskyman voor QV.ID van eh, nu. Reken op een 300 euro voor beide whisky’s (afzonderlijk welteverstaan), wat meer dan het dubbele is dan de prijs van de Duncan Taylor bij lancering zowat anderhalf jaar geleden. Hoe dat komt? Wel…

 

Caperdonich 38y 1972/2011, 53.6%, Duncan Taylor Rarest of the Rare, cask 7460, 160 bts.
Tsjaka! Yeeha! Bingo! En nog zo enkele kreten. Dit is Caperdonich 1972 zie. En Caperdonich 1972 op z’n best, op de ideale leeftijd gebotteld. Gelaagder en voller dan de bottelingen van enkele jaren voordien, en waarschijnlijk beter in balans dan bottelingen die er de komende jaren misschien nog gaan volgen. Waarom? De eik. Die is in z’n volle glorie aanwezig, meer dan bij vroegere bottelingen maar in de perfecte hoeveelheid. De eik draagt het geheel, geeft het structuur en gelaagdheid, resulterend in een volle, rijke, complexe whisky. Op de neus ondersteunt de eik het fruit (sinaas, mandarijn, ananas, mango en perzik), de gedroogde vijgen, de was (boenwas, oud geboend leder), de geur van een sigarendoosje, de nougat, de honing, de pollen, de kruiden (gember en kaneel) en het natte hooi. En ongetwijfeld nog heel wat meer. Genieten in drukletters. Elegante en toch ook krachtige smaak, expressief en aromatisch. Opnieuw veel fruit: perziken, mandarijnen, bloedappelsienen, mango’s, appelsienconfituur. Honing en kandijsuiker maken het zoet, kruiden zoals kaneel, nootmuskaat en peper pittig. En opnieuw die prachtige, sappige eik die draagt. Lange afdronk, zoet en kruidig met het fruit dat heel langzaam uitdooft. Tja, ik kan er nog een paar krachttermen tegenaan gooien, maar laat het me hierbij houden. Het bovenstaande zegt genoeg, een welverdiende 93/100

 

Caperdonich 40y 1972/2012, 49%, selected by and bottled for The Whiskyman & QV.ID, 65 bts.
Deze is anders, de neus start iets minder expressief maar nog altijd zeer herkenbaar Caperdonich 1972. Wreed lekker dus. Na enige tijd komt al hetgeen ik bij de Duncan Taylor genoteerd heb wel naar boven, maar iets bedeesder, iets meer onderdrukt. Maar het is er dus wel allemaal: het fruit, de ‘waxyness’, de kruiden, het zoets, de lichte tabaksgeur, de even lichte ‘farmyness’ (het natte hooi) en natuurlijk de eik. Deze treedt iets meer op de voorgrond, de reden waarom de rest iets moeilijker op dreef raakt. Op de smaak is dat minder het geval, de eik en de kruiden zijn perfect in balans met het fruit en het zoets, de bitterheid is wel zéér aangenaam. Vol, krachtig en rond. Perzik en abrikoos, roze pompelmoes en mandarijn, honing en vanille, kaneel en gember. Maar ook munt, iets wat ik niet terugvond in de DT. Lange, bitterzoete afdronk. Op de neus wint vat 7460 de debatten, op de smaak heb ik een lichte voorkeur voor deze. Een gelijkspel dus (weliswaar met een karrevracht aan doelpunten). Maar veel langer moet Caperdonich 1972 toch niet rijpen, de eik is prominent aanwezig, hier dus nog prominenter dan bij de Duncan Taylor, maar ook nog altijd in balans. Nog iets meer eik zou echter te veel zijn. Als je dus nog een Caperdonich 1972 wil kopen, is nu het moment. Ware het niet dat deze botteling op de dag van lancering (vorige zaterdag) al uitverkocht was. Niet geheel onbegrijpelijk. 93/100

En morgen doen we daar nog een schepje bovenop…

Old Pulteney 1997 voor ALS – het vervolg

Drie maanden geleden proefde ik de erg lekkere Old Pulteney 1997 voor de ALS-liga. Een deel van de opbrengst van de verkoop ging naar de vzw Alain Verspecht, voorzitter van de liga. Op zaterdag 27 oktober organiseert Een hart voor ALS haar eerste grote benefietavond ten voordele van het wetenschappelijk onderzoek naar ALS. Op de website vind je meer informatie over deze benefiet. De mensen die die zaterdag niet naar Oostende afzakken voor ons Lindores Whiskyfest, kunnen de goede zaak dus nog verder steunen.

Octomore 5y 04.1/167

Octomore of het turfmonster. De neiging van producenten naar extremen, het is niet helemaal nieuw natuurlijk. En dan hebben we het nu even niet over sommige extreme prijzen, maar in dit concreet geval over extreem geturfde whisky’s. Ardbeg deed het met z’n Supernova, Bruichladdich met z’n Octomores: zoals hier al zijn gepasseerd, de 01.1 op 131 p.p.m. en de 03.1 op 156 p.p.m.. Ik had een voorkeur voor deze laatsten, omdat ze toch heel wat meer boden dan enkel turf. Vandaag breien we daar een vervolg aan met de 04.1, deze keer op 167 p.p.m.. The only way is up.

 

Octomore 5y 04.1/167, 62.5%, OB 2011, 15000 bottles
Natuurlijk valt de turf op, maar net zoals bij z’n voorgangers blijft het daar niet toe beperkt. Ook deze is erg zoet (harde aardbeiensnoepjes, suikerspin, vanille), maar ook – en niet geheel onlogisch – alcoholisch en peperig. Scherp dus. De schil van citroen en limoen. Een beetje zilt ook (richting gerookte vis, gezouten boter ook), vers gemaaid gras en groene appels. Krachtig en olieachtig mondgevoel met associaties van peper (de alcohol), zoethout, vanille, citroen, zilt, gras, snoepgoed en natuurlijk turfrook. En die rook is hier dominanter dan in de geur. Oesters ook. En rubber, iets wat ook niet onverwacht om de hoek komt kijken. Iets van rabarber (de rauwe variant). Water maakt het geheel assiger. Geen water toevoegen is dus de boodschap (maar dan heb je met één dram wel genoeg). De turfrook en het alcoholpercentage zorgen natuurlijk voor een lange afdronk, die rokerig, kruidig en zoet is. Het is duidelijk dat de distillatie het turfgehalte van de mout serieus heeft getemperd. En dat is wat mij betreft goed nieuws. Best lekker dus, ook deze. 85/100