Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Ardbeg’

Ardbeg Provenance for Asia

Laat ons nog eens écht zwaar geschut bovenhalen. Van de Ardbeg Provenance zijn vier batchen gebotteld, één voor de Europese markt (1997), één voor de Amerikaanse markt (de Verenigde Staten eigenlijk, 1998) en twee voor de Aziatische én Amerikaanse markt (2000). Ik had tot voor kort enkel nog maar de Europese botteling geproefd, een machtige whisky. Deze voor Azië & de VS is beter. Oh yes! Ongelooflijk bedankt Bert!

 

Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March, 2000 for Asia & US, third release, bottle no 5060, 75 cl
Pfiew, wat ruikt dit hemels! Zeemzoete turfrook, oud geboend leder, geboende eiken meubels, lichte zilt, belegen eik, zachte kruiden zoals zoethout, gember en kaneel, vers gebakken croissants, honing, warme appeltaart (of is het abrikozentaart? Nee, het is beide), lapsang souchong thee, een beetje jodium… wow! Ik weet dat een opsomming van associaties niet veel zegt, het toont enkel aan dat deze whisky een complexe neus heeft. Maar dit moet je ruiken, dit is zo goed, prachtig verweven, niets scherps aan, en het blijft maar evolueren. Geuren komen, prikkelen je zinnen, gaan weer weg en duiken weer op. Hemels dus. De smaak is zeker even complex en even goed. Nu ja, ‘goed’ is een licht understatement hier. Zoete turf, zilt, een lichte medicinaliteit, bijenwas, olijfolie (eerste persing – yeah right), zachte karamel, appels, mandarijn, peper, gember, melkchocolade en cake. Niet dat dat alles is, maar ik heb geen zin om verder te graven, wel om verder te genieten. Het geheel er erg olieachtig, licht vettig dus. Zeer lange afdronk, op de meest sublieme turf, zilt, kruiden en fruit. Ardbeg op z’n absolute top en toch wel mooi twee puntjes meer dan de ‘Europe’. 96/100

Advertenties

Ardbeg 30y ‘Very Old Ardbeg’

Vandaag Ardbeg 1967. 1967, één van de cultjaren van de distilleerderij (denk maar aan de Signatory’s Pale & Dark Oloroso). Deze officiële Ardbeg vermeld echter geen vintage, wel de leeftijd van 30 jaar. Hij is gebotteld in 1997, en is dus distillaat van 1967. Of vroeger.

 

Ardbeg 30 YO 'Very Old Ardbeg,  40%,1997Ardbeg 30y ‘Very Old Ardbeg’, 40%, OB 1997
Oh yes, die heerlijke zachte, zoete, oude turf. Elegant, delicaat, complex, gebalanceerd, het is allemaal van toepassing op deze neus. Vermengd met een beetje zilt, jodium, fruit zoals appels, rijpe perziken en appelsienenconfituur, honing, vanille, bloemen en in de verte zelfs wat motorolie. En wat toch altijd een meerwaarde is, dit is behoorlijk ‘farmy’. Nat hooi, natte hond. Heel rijk en romig, met voor z’n leeftijd maar een weinig eik. De smaak ligt in het verlengde van de geur. Elegant en zijdezacht op tonen van zachte, romige, zoete turf, sappige perziken, dito abrikozen, appelsienen, mandarijnen, zachte kruiden (kaneel, beetje peper), vanille, honing, een beetje zilt. Sommigen zullen opwerpen dat dit nogal licht en zelfs wat plat is op de smaak. Het is allemaal nogal licht ja, 40%, wat wil je. Maar dit is zo drinkbaar en voor z’n alcoholpercentage zo complex, dat dat licht karakter voor mij eerder een meerwaarde is. Denk ook aan de Ardbegs, maar ook Caol Ila’s of Brora’s, in Connoisseurs Choice bottelingen van Gordon & MacPhail. Drinkbaarheid en complexiteit verenigd. De afdronk is niet superlang, dat viel te verwachten, maar het blijft genieten. En ook hier zo goed als geen eik. Ik vind dit fantastische whisky, maar spijtig genoeg niet meer te betalen. 93/100

Images of Islay (Ardbeg), Malts of Scotland

Naast de Images of Dufftown (Glenfiddich) bottelde Malts of Scotland ook een Images of Islay. De tekening op deze fles (het befaamde Kildalton Cross) verwijst naar de nabijgelegen Ardbeg distilleerderij. Ook onafhankelijk Ardbeg is zeldzaam, zeker na de overname door LVMH. Deze whisky vermeldt geen distillatiejaar. Naar de leeftijd is het dus raden. Kost 75 euro.

 

Images of Islay (Ardbeg) Kildalton Cross, 53.2%, Malts of Scotland 2013Images of Islay (Ardbeg) ‘Kildalton Cross’, 53.2%, Malts of Scotland 2013, 195 bottles
Jonge, prikkelende en zoete turf. Heel veel zoethout. Echt wel een paringsdans tussen turf en zoethout. Pas na enige tijd ruik ik andere zaken. Peperkoek en appelsap bevoorbeeld (maar geef het niet aan je kinderen). Daarna draait hij de citruskant op. Zoete citroenen en appelsienen. Geen medicinale elementen, het is turf van boven de zeespiegel. Wel wat zilt. Ardbeg all right. Houtskool komt er nu ook door, net als motorolie. En een hint van gerookt vlees. Of het ligt aan de BBQ van gisteren. De smaak maakt duidelijk dat dit vrij jonge whisky is, alhoewel dit niet zo assig is als sommige jonge Laphroaig (samen met het typische medicinale van deze laatste lijkt me dat een tweede element des onderscheids). Het zoethout is samen met de turf echt wel de dominerende factor in dit drankje. Het mondgevoel is stevig, maar water is niet nodig (daarenboven ben ik als de dood voor een overdosis assen). Best wat zoet fruit (goed zo), zoals rode appels en gezoete citrus. Schweppes Agrum (en dat zonder sponsoring). Naar het einde toe meer en meer zilt. Gerookte heilbot. Oesters. Lange, zoete, rokerige en zilte afdronk. Wel, ik vind dit meer dan lekker. Jong, ongetwijfeld, maar best complex en onderhoudend. Er komt te weinig onafhankelijke Ardbeg uit, dat is duidelijk. 88/100

Ardbeg Uigeadail

Ik heb hier al eens een Ardbeg Uigeadail besproken, maar dat was de batch van 2003. Ik proefde recent de nieuwste batch. Voor een zestig euro is hij de jouwe.

 

Ardbeg UigeadailArdbeg Uigeadail, 54.2%, OB +/- 2012
Mooi gebalanceerde neus, de Ardbeg turf knap verweven met de sherry van de rijping. Turfrook, teer en zilt, wat we kunnen verwachten van Ardbeg. Gestoofd en gedroogd fruit, sinaas, noten, chocolade, leder en koffie, wat we kunnen verwachten van sherryvaten. Vanille, karamel en kandijsuiker maken het zoet. Dat laatste, die suiker doet me wat aan rum denken. Geturfde rum, wel ja. Ook de op de smaak vermengt de sherry zich mooi met de typische Ardbegsmaken. Qua associaties ga ik mij het gemakkelijk maken en verwijzen naar de neus, dit ligt mooi in het verlengde. Rokerige, zoete en zilte aroma’s springen het meeste in het oog. Enkel balsamico wil ik nog als extra vermelden. Iets licht zurigs. Het geheel wordt wel wat droog naar het einde, maar dat vinden we niet erg. Stevig en olieachtig mondgevoel. Lange, zoete en rokerige afdronk. Turf op sherry zoals het moet. Ik ga ervan uit dat niet alle whisky in deze vatting op sherryvaten rijpte, maar toch wel een significant deel. Het niveau van de Airigh Nam Beist (voor mij de laatste echte top-Ardbeg) haalt hij echter niet. Maar dit is absoluut geen slecht alternatief. 87/100

Ardbeg 27y 1973, Old Malt Cask

We feesten verder op Islay, meer bepaald met een Ardbeg in de hand. Douglas Laing heeft veel Ardbeg gebotteld, zowel onder z’n Old Malt Cask label als onder de Platinumvlag. Daaronder ook een aantal 1973’ers. 1973, dat is dus Ardbeg uit z’n topperiode. Deze botteling wordt beschouwd als één van de beste 73’ers.

 

Ardbeg 27 YO 1973/2000, 50%, DL Old Malt Cask, 240 bottlesArdbeg 27y 1973/2000, 50%, DL Old Malt Cask, 240 bottles
Bingo! Geweldige ‘farmy’ turf op de neus. Dat is dus de zoetzure variant die doet denken aan nat hooi, stallen en de bijhorende mest. Hij is ook zalig ‘coastal’, waarmee we het dan hebben over zilt, zeewier en jodium, dat soort zaken. Maar ook oesters. En welke Engelse termen kunnen we nog gebruiken? Wel, ‘fruity’ of course. Kweeperen, limoen en ananas. Lichte tonen van rubber ook. En melkchocolade. En dennennaalden. Chocolaty indeed. Maar vooral: f#*!ng great! Dit is echt machtig om ruiken. De smaak is al even machtig. Erg complex. Intens en dik op de tong. De boerderij, de zee, het fruit (citrus en kiwi, jawel), de lichte rubber, het zit ook hier. Samen met kruiden zoals zoethout en gember. En cacao. En noten. En marsepein. En lichte teer. En gedroogd gras. Complex, ik zei het al. Fantastisch droog. Indrukwekkend lange afdronk. Fenomenaal, één van de beste oude Ardbegs die ik al kon proeven. 95/100

Ardbeg 15y 1973, Sestante

Gisteren Old Pulteney, vandaag Old Ardbeg. Een 1973 van Sestante. Niet één van hun legendarische bottelingen op vatsterkte, wel een easy drinking versie op 43%. De ‘clear glass’, je hebt ook een groene fles 15y 1973/1988 op 43%.

 

Ardbeg 15y 1973/1988, 43%, Sestante, clear glass
Zachte neus met veel fruit en niet zo veel turf. Qua fruit denk ik aan verse pruimen, peren, ananas in blik. Kruidenthee ook (linde). Noten, natte wol, kalk en marsepein. Ook wat honing. Daarna zilt en jodium, lichtjes medicinaal. Gerookte heilbot. De smaak is licht en even zacht als de geur. De associaties lopen gelijk met deze van de geur: honing, gerookte vis, noten, zachte turf, marespein en fruit (ananas, peer). Gember en munt. Fris. Geen erg lange, frisse afdronk. Heerlijke oude Ardbeg, zalige drink-away whisky. 91/100

Airigh Nam Beist revisited

Net nog eens de Ardbeg ‘Airigh Nam Beist’ 1990 (46%, OB 2006) geproefd. Wat een geweldige whisky is dat toch. Complex, perfect gebalanceerd en vooral fantastisch lekker. Ik had die op 90 punten staan. Ik doe er een puntje bij. Gewoon omdat ie het verdient.

Ardbeg Alligator

Ardbeg bracht recent een nieuwe botteling op de markt, de Alligator. De naam alligator is afgeleid van het proces waarbij men de binnenkant van vaten schroeit alvorens er whisky op te lageren. De staven die men hiervoor gebruikt, zouden het patroon van krokodillenhuid hebben. Bon, tijd om dit varkentje, ik bedoel krokodilletje te wassen.

 

Ardbeg Alligator, 51.2%, OB 2011
De neus start op turf, rubber en houtkool, snel gevolgd door kruiden, citrus en rabarber. Best veel kruiden op de duur: zoethout, gember, tijm… Amandelen ook, net als wat zilt. Gerookte heilbot. Water toevoegen is niet nodig, doe je dat wel dan komt de citrus meer naar voor. Volle smaak op turfrook, sinaas, appels, gember, nootmuskaat, zoethout en toast. En ook hier wat zilt, net als zeewier. Meer zilt met water. Niet erg complex. Geen al te lange, droge afdronk in het verlengde van de smaak met noten als extraatje. Lekkere whisky, maar dat is lekker zonder meer. Voor mij een lichte teleurstelling, ik had hier nog net wat meer van verwacht. 84/100

Ardbeg 1991 for Hotel Bero

Bon, vandaag een whisky die op korte tijd een redelijke cultstatus heeft verworven. Het feit dat Geert Bero (Mister Ardbeg) voor het eerst een eigen Ardbeg selecteert (voor z’n hotel), het feit dat je de whisky enkel kan kopen als je in Hotel Bero overnacht, gecombineerd met de geruchten dat het echt wel een top-Ardbeg is… tja, dan krijg je een hype natuurlijk.
225 euro is misschien niet goedkoop voor een 20-jarige onafhankelijke botteling, maar anderzijds wel zéér correct geprijsd voor een 20-jarige Ardbeg Single Cask gerijpt op sherryvat. Zeker als je kijkt naar vergelijkbare bottelingen. Niet dat die er veel zijn, Ardbeg verkoopt geen vaten meer aan bottelaars.
We proefden deze whisky al op de weg naar het Lindores Whiskyfest vorig weekend en hadden allen iets van “wow, dit is goed man!” Eens zien of ik vandaag even zeer onder de indruk ben.

 

Ardbeg 20y 1991/2011, 48,4%, Malts of Scotland for Hotel Bero, sherry hogshead #11003, 240 bottles
Mmm, die neus is toch al fantastisch hoor. Sherry en turf… als de balans tussen beide goed zit, is het bingo. En dat is hier dus absoluut het geval. Aan de éne kant rook, teer en smeulend kampvuur, en aan de andere kant een erg breed scala aan sherry-associaties: noten, appelsiroop, vijgencompote, warme – net gemaakte – aardbeienconfituur, balsamico crème, tabak, geboend leder, enzoverder. Daaronder wat natte aarde en mos. En dan nog iets vlezigs. Sappig, zoet en zilt vlees. Zalig. Ha, ook wat kruiden merk ik op: eucalyptus en een klein beetje tijm. Erg complexe, grootse neus. Op de smaak valt de turfrook als eerste op, maar dat zit heel mooi ingekapseld in zowel zoete (karamel, kandij), zilte als drogere aroma’s. Onder die laatste categorie vallen allerlei kruiden, eik en noten. Amandelen. Toch ook wat fruit: citroen en ananas. Het zoete, het zilte en het rokerige blijven hangen in de erg lange afdronk. Oké, dit is dus effectief een top-botteling, en voor mij merkelijk beter dan de 1998 voor Feis Ile dit jaar. Prachtige whisky Geert! 91/100

Ardbeg 1977

Ardbeg 1977, een klassieker die je vaak tegenkomt op veilingen. En nog best betaalbaar. Nu ja, ergens tussen 220 en 250 euro, goedkoop is dat niet, maar anderzijds is dat niet meer dan recente jonge officiële single casks.

 

Ardbeg 1977, 46%, OB 2002
De geur van deze whisky doet me denken aan een wandeling langs het strand, maar al evenzeer aan een kampvuur. Wel ja, een kampvuur op het strand. Ik denk dat dat ondertussen verboden is, maar zo zou het ruiken. Zilt, zeewier, jodium en rook. Wat fruit erdoorheen. Sinaas en mandarijn. Delicaat en elegant, met weinig turf. Het mondgevoel is olieachtig, romig en licht. Zachte rook, best wat citrus, vanille (best zoet), licht zilte tonen, vlees. Een hammetje aan het spit (boven dat vuur op het strand dus). De turf(rook) groeit, en maakt het geheel na enige tijd aangenaam drogend. Kruiden komen er bij, net als een beetje teer. Maar het blijft allemaal zijdezacht. Zeer lange, verwarmende afdronk op turfrook en sinaas. Complexe en elegante whisky, klassieke jaren zeventig Ardbeg eigenlijk. 91/100

Ardbeg 1998 for Feis Ile 2011

Tijd voor een hype. De Ardbeg 1998 voor het Feis Ile festival dit jaar was in een mum van tijd uitverkocht en wordt nu voor zotte prijzen op veilingen verhandeld. Het is een vatting van twee vaten Ardbeg 1998, beide gerijpt op Pedro Ximenez sherry butts, resulterend in botteling van 1200 flessen.

 

Ardbeg 13y 1998, 55.1%, OB for Feis Ile 2011, Pedro Ximenez sherry casks, 1200 bottles
Lekkere, ronde en zoete neus op gekonfijt fruit, orangettes, peren- en appelsiroop, gedroogde vijgen en chocolade. Dat alles doorweven met turf en zilte aroma’s. Tabak ook, en koffie. Erg lekker om ruiken. Smeuïg, stroperig mondgevoel, de whisky plakt zich echt tegen je gehemelte en tong. Stroop, allerlei bessen (braambessen, rode en zwarte bessen), rozijnen, gedroogde pruimen, dan wat zilt en daarna de rook die langzaamaan opzet. Een beetje rubber. Eik. Toch wel wat bitter, maar de balans bitter-zoet zit een stuk beter met wat water toe te voegen. Lange, licht drogende afdronk op de sherrytonen van de smaak en turf. Dikke, stropige Ardbeg die een beetje water kan gebruiken. Best een uniek profiel. 88/100

Ardbeg 21y 1974, Sestante

Nog eens een Ardbeg 1974? Why not, een mens kan immers nooit teveel Ardbeg 1974 proeven. Het wordt een botteling uit 1996 door het Italiaanse Sestante.

 

Ardbeg 21y 1974/1996, 40%, Sestante
Zachte, smeuïge en fruitige turf, hét kenmerk van Ardbeg uit deze periode. Ik denk aan mandarijn en citroensnoepjes, vermengd met turf en wat coastal tonen zoals zilt en zeewier. Marsepein en gebak geven de neus een zoete toets. Een beetje bijenwas niet te vergeten, wat altijd een mooie meerwaarde is. Erg lekkere neus. Hopelijk kan de smaak dit niveau aanhouden. Het mondgevoel is alvast romig en zacht. Erg zacht. Mmm, misschien wel wat té zacht, hij mist hier toch wat kracht. Turfrook, bijenwas, amandelspijs (om niet opnieuw marsepein te schrijven), maar minder fruit dan op de neus (juist een beetje citrus). Weinig complexe en ook niet al te lange afdronk op turf en noten, wat drogend. Op de smaak een beetje een tegenvaller, maar meer dan aangenaam om ruiken. 85/100

Ardbeg 12y 1998, The Nectar of the Daily Drams

Na de overname door LVMH zien we nog maar zelden onafhankelijke Ardbegs gebottled worden. Deze 1998 van The Nectar is dus eerder een uitzondering. Hij kost je een 80 euro.

 

Ardbeg 12y 1998/2011, 55.4%, The Nectar of the Daily Drams
Zeer cleane en mineralige neus. Natte aarde, kalk, gras, planten… turf natuurlijk, maar ook deze is erg clean, zilt, zeelucht (jodium) en een beetje fruit (harde peren, kruisbessen). Niet echt complex maar wel aangenaam. Op de smaak stevig, mondvullend en met een rokerige start. Maar dan komt er zoets door (vanille, zoethout en marsepein), vervolgens kruiden, citrus en ook wat zilt. Complexer op de smaak dan op de neus. Met water wordt het geheel zoeter en fruitiger, en eigenlijk ook beter. Lange afdronk op zoete turfrook. Interessante botteling en zeker beter dan de klassieke Ardbeg 10y. 86/100

Weedram Masters – Het vierde koppel

Voordat de Benriach 1975 voor Asta Morris voor het orgelpunt mocht zorgen, moesten we toch nog even richting Islay trekken. En wat beter dan Ardbeg 1974 om een statement te maken?

 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2011
Ik vind dit nog steeds een correcte standaardbotteling. Complexloze whisky, in alle betekenissen van het woord. Veel (medicinale) turfrook, zilt en kruiden. Aardetoetsen en noten ook nog. Olijven. Zo goed als geen fruit. Een gelijkaardig verhaal op de smaak. Turf (op het assige af), kruiden (zoethout vooral), zilt en aarde. Hier ook wat vanille. Lange afdronk op zit en rook. Weinig complex dus maar wel lekker. Lekker zonder meer. 83/100
 
Ardbeg 1974/1997, 50.9%, Signatory, cask 1045, 248 bottles
Ja ja, die smeuïge, zoete turf op de neus vermengd met fruit en zilt. Het fruit is zoetzuur, ik denk in eerste instantie aan die gesuikerde citroenschijfjes van bij de bakker. Witte pompelmoes, mandarijn. Misschien ook wat abrikoos in de verte. Maar dan komt het coastal karakter opzetten met het zilt, jodium en zeewier. Gerookte vis. Het zoete vertaalt zich ook in marsepein. Een lichte kruidigheid ook: munt en gember. O ja, duidelijk gember. Complex en heel elegant die neus. Zachte, romige smaak op turf, citrus, zilt en kruiden. Hier komt ook een beetje eik om de hoek kijken. Zeer mooi. Lange afdronk, zoet en zilt met citroen en de turfrook die lang blijft nazinderen. Perfect gebalanceerd op neus en smaak. 91/100
 

Tja, Ardbeg 1974, what can I say. Een uniek profiel, alhoewel deze misschien niet bij de beste 1974’ers hoort, was het toch weer genieten. Thanks again Bert!

Eindigen in schoonheid

Laat ons het rijtje feestwhisky’s in schoonheid afsluiten met twee sublieme pareltjes van whisky’s. Twee compleet verschillende profielen, in een ander decennium gebotteld, maar beide niet meer of niet minder dan onversneden godendranken. Eén van de twee is de Ardbeg Ardbeggeddon, een cult-Ardbeg als geen ander. Deze whisky werd in 2001 door Douglas Laing gebotteld onder hun Old Malt Cask label en dit voor het whiskygenootschap PLOWED, ofte People Lucid Only While Enjoying Dalwhinnie (de originele afleiding, maar daar zijn ondertussen al meerdere varianten op gefabriceerd).

 

Ardbeg 29y 1972/2001 ‘Arbeggeddon’, 48.4%, DL OMC for PLOWED, 227 bottles
Halleluja, dit is zalig! Big! Enorm intense neus op romige turf, gerookte vis en andere zilte aroma’s. Asfalt ook, net als een beetje teer. Houtskool. Zoete appels. Vanille. Gerookt spek. Nat hooi. Wat farmy, indeed. Wat een complexiteit en zo geconcentreerd, genieten in overdrive. Op de tong is hij dik en romig. De associaties die me het eerste te binnen springen zijn turf, smeuïge turf that is, honing, kandij, citrus, zilt, wat eik, kruiden… lichte sherrytonen. En wat een prachtige bitterheid! En dan hebben de afdronk nog niet gehad… gigantisch. Man man, wat een dijk van een whisky! 95/100

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

Ardbeg 1975, Jas. Gordon for Auxil

Nog een Lindores sample. Dit is een Ardbeg die ik meenam van – je kan het al raden – Geert Bero z’n stand. De fles was nog dicht, het was dus een beetje een gok, maar zowel Geert als ik waren danig onder de indruk van de neus van deze whisky. Ik besloot dan ook wat in m’n glas zat gezwind over te gieten in een sampleflesje.

 

Ardbeg 1975/1989, 40%, Jas. Gordon (G&M), importe par Auxil, 75 cl
Wohoow… dit is het profiel waar ik een zwakke plek voor heb zie! Veel zoet en sappig fruit met zachte zoete turf op de achtergrond. Ik heb dit profiel al uitgebreid bejubeld bij de Port Ellen 19y 1970 voor Sestante, deze ligt wat in het verlengde. De Port Ellen is nòg fruitiger en misschien nog iets complexer, maar ook deze is top. Ook hier is het het fruit dat om de aandacht vraagt. Ik denk in de eerste plaats aan appel, limoen, roze pompelmoes en wat perzik. Er doemen oesters op, net als zachte, romige karamel. Een beetje teer. Dit alles op een bedje van subtiele, delicate turf. Wat farmy zelfs. Gewoon heerlijk! Minder fruit en meer rook op de smaak. Kruiden ook, licht bitter. Het fruit is citrus, sinaas vooral. Rijpe sinaas. Appelschil. Boter, amandelen en karamel heb ik ook nog. Lange, wat mineralige afdronk op fruit en turf. Schitterende whisky, alhoewel als ik enkel de neus zou scoren, het een een puntje meer zou zijn. 92/100

Twee Ileach

Vandaag maak ik tijd voor een Bowmore die tot behoorlijk wat heen en weer gemail met Bert Bruyneel heeft geleid en de recentste batch van de Ardbeg 10y. Beide blind geproefd en vooral die Bowmore vind ik erg lekker (BB heeft niet altijd gelijk).

 
Bowmore 11y 1998/2009, 46%, Duncan Taylor, NC2
Frisse, florale en mineralige neus met fruit en zelfs een licht waxy touch. Bijenwas, sappige appels, rijpe kruisbessen. Na enige tijd krijg ik iets lichts geroosterds (geroosterde noten?) en lucifers. Geen zwavel evenwel, niets storends. Integendeel, I love this nose! De smaak geeft lichte turf, veel fruit (citrus, peer), honing, amandelnoten en gedroogde bloemen. Of eerder gedroogde kruiden à la linde en kamille. Een klein beetje hout ook, vooral naar het einde. Lange, licht bittere afdronk met fruit en zoete turf. Vooral de neus is erg goed. 88/100
 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2009
Neus op turf, wat fruit (druivensap, peren) en medicinale toetsen. Een beetje zilt ook. Peper. Aarde. Asperges??? Mmm, niet slecht maar ook niet erg complex. Het fruit dat ik had, verdwijnt vrij snel. De turf, het medicinale en de aarde blijven over. Ook op de tong domineert de turf, die wordt vergezeld van wat zoets (vanille) en een klein beetje fruit (citrus). Wat kruiden naar het einde. Vrij assig op de duur. Nogal ruw. Lange, rokerige afdronk met ook hier wat citrus. Niet slecht, niet geweldig, wel wat beter dan de vorige batchen die ik proefde. 83/100
 
En dit weekend… Lindores Whisky Fest! Of wat had je gedacht?

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.

 

Ardbeg Corryvreckan

De Corryvreckan die ik vandaag bespreek, is de standaard versie en dus niet de Committee botteling, die heb ik nog niet geopend. Van Serge V. krijg de Committee versie trouwens twee punten meer dan de standaard release (92 i.p.v. 90).
De naam Corryvreckan verwijst naar een beruchte draaikolk in de zee ten noorden van het eiland Islay. De whisky in deze botteling rijpte op Franse eiken vaten.

 
Ardbeg ‘Corryvreckan’, 57.1%, OB 2009
Krachtige neus op intense zoete turf (maar geen Supernova rokerigheid), sinaas, mandarijn, limoen (citrus dus), braambessen, pruimen, zeewier, oesters, zachte anijs en iets geroosterd. Vrij complex, mooi gebalanceerd en vooral erg lekker die neus. Drinken nu. Mondvullend, stevig en romig. Het eerste dat opvalt is de aangename mengeling van turf en kruiden. Peper en eucalyptus. Hoestbonbons. Dan komt de citrus opzetten, vergezeld van wat zoete tonen. Kandij. Melkchocolade. Een beetje zilt en kaneel op het eind en verder in de afdronk. Die afdronk is lang en geeft naast de zilt en de kaneel ook nog siroop en turf. Lekkere Ardbeg, beter dan de Rollercoaster, minder dan de Airigh Nam Beist (2006). 88/100