Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Ardbeg’

Onversneden goes Islay

Ja ja, morgen rond deze tijd bevind ik mij op Schotse bodem. Weliswaar niet zonder een ingenieus nachtelijk beraamd plan B. Op het programma staan enkele dagen Islay, een dag Campbeltown en een dag Arran. Misschien dat we ook wat natuur gaan zien… Maar niet voor ik nog heel wat lekkers proef, whisky’s waarvan je m’n bevindingen in de loop van volgende week dagelijks zal zien verschijnen. Als voorproevertje begin ik met de Blasda, een whisky die ik al eerder had moeten reviewen, maar waar ik nu ook niet bijzonder naar uitkeek.

 
Ardbeg Blasda, 40%, OB 2009
Een Ardbeg op 40%? Wat gaan we nog meemaken? Ardbeg Tokay finish? De neus geeft zachte rook, citrus, meloen en banaan. Rijpe banaan. Zilt. Licht medicinaal. Niet geweldig complex maar erg clean en puur. En meer turf dan ik verwachtte. Lichte romige smaak met de turfrook die ook hier erg clean is en ‘jong’. Ik heb opnieuw de citrus maar ook groene appels. Niet veel meer evenwel. Middellange afdronk op rook en citrus. Ja, rook en citrus, that says it all. Lichte, zachte en weinig complexe Ardbeg die me al bij al beter beviel dan ik vreesde. 82/100

Een blinde Fulldram sessie

Maandag was het weer verzamelen geblazen aan de Leuvense vismarkt. Dit keer voor een blind session, zeven whisky’s waarvan we pas na proeven, na ranking én na verkoop per opbod wisten wat het was. Vooral dat laatste was behoorlijk tricky omdat je absoluut niet wist hoeveel de fles gekost had en je dus voor de rest van de fles evenveel of meer kon betalen als voor een volle fles.

Blind proeven is uiteindelijk wel de meest eerlijke en correcte manier van proeven. Je bent op geen enkele manier beïnvloed door een merk, een reputatie of enige andere voorkennis. Mensen die beweren dat ze ook niet-blind 100% objectief scoren, maken zichzelf wat wijs. Je kan de invloed van het label proberen weg te drukken, maar helemaal lukt dat nooit, bewust of onbewust speelt het toch ergens mee. We gebruikten wel onze gewone tastingglazen waardoor we de kleur konden waarnemen, wat nog niet helemáál blind is natuurlijk, daar heb je die blauwe glaasjes voor. Vandaag en morgen een verslagje van de avond.

 
Campbeltown Loch 30y, 40%, blend
Als welcome dram dronken we de 30-jarige Campbeltown Loch, een whisky die we ook op de Whisky & Bier tasting van 19 oktober vorig jaar voorgeschoteld kregen. Aangename en vlot drinkende whisky zonder capsones. Ongewijzigde score.
 
Port Askaig 25y, 45,8%, Speciality Drinks (The Whisky Exchange), 2009
De eerste blinde was de Port Askaig 25y, ook een whisky die ik reeds eerder dronk. Deze blijft voor mij een lekkere whisky op zachte turf en fruit, die echter wat te bitter eindigt om hoger te scoren.
 
Springbank 21y, 46%, OB +/- 2005
De tweede was een fles met een redelijk cultniveau, en hoeft het te verbazen, zowel voor mij als voor de groep de winnaar van de avond. De neus is erg levendig en fris. Ik had bloemen, fruit, bijenwas, sinaaszest, geconfijt fruit, noten, zacht hout… complex inderdaad. En lekker! Subtiele sherry en alles perfect gebalanceerd. Ook op de smaak trouwens. Fruit, licht bitter (witte pompelmoes), kruiden, vanille, hout, heel lichte rook. Lange zoete en fruitige finish. En dan zijn de oudere batchen naar het schijnt nog een stuk beter. 90/100
 
Ardbeg ‘Rollercoaster’, 57.3%, OB Committee, 2010
Een whisky waar ik twee flessen van heb staan, maar nog geen van heb geopend. De Rollercoaster bevat vaten van elk jaar van 1997 t.e.m. 2006 en werd gebotteld ter ere van het tienjarig bestaan van het Ardbeg Committee.
Medicinale turf, mineralen, wit fruit, gerookte ham (vrij ziltig), sigaren, kruiden en wat zoets (marsepein) in de neus. Vrij complex dus, en voor mij herkenbaar Ardbeg. De smaak is stevig en licht bitter met lekkere turf, zilt, kruiden (‘herbal’) en pompelmoes. Had ‘m evenwel niet zo hoog in alcohol geschat. Lange afdronk met turf, zilt en kruiden die strijden om de aandacht. Pas op, de turf is nooit te scherp of te neigend naar asbak, de balans is meer dan oké. Wetende wat het is, is dit best een meevaller. Ik vreesde immers voor meer turf en minder complexiteit, maar dat valt dus reuze mee. 87/100

Twee Ardbegs 1974

Bon, genoeg ‘basic’ whisky gehad, terug naar het betere werk. Wat te denken van Ardbeg 1974? Of nog beter, van twee Ardbegs 1974?

 
Ardbeg 1974/1996, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Zalige ouwe Ardbeg zonder turfexplosie maar met véél fruit. In de neus geeft dat peer, perzik en abrikoos, met daarnaast zilt, jodium en dus ook een heerlijk toefje zachte turf. In de smaak vervoegt hout het fruit en de turf. Zeewier ook en een lichte kruidigheid. Elegantie in de overtreffende trap! Lange afdronk op zoete turf en kruiden. Mooie balans tussen fruit, zilt en turf, en alles zo zacht… schoon! Misschien dat ie op een hoger alcoholpercentage nog hoger zou scoren, maar het subtiele zachte karakter van deze whisky is misschien wel z’n grootste ‘kracht’. 91/100
 
Ardbeg 26y 1974/2001, 46%, Silver Seal, 264 bottles
Mmm, ik mis het verwachte Ardbeg 1974 karakter in de neus. Turf? Nauwelijks. Zilt? Idem. Fruit? Ja, een beetje (appels denk ik). Voor de rest vrij mineralig. De smaak is beter, stevig en prikkelend. Hier hebben we wel een beetje turf alsook vanille, peren, noten en kruiden. Ja, op de smaak wint hij punten. Middellange, zoete afdronk. Al bij al toch een wat teleurstellende Ardbeg ‘74. 85/100

Twee Ardbegs

Ardbeg Almost There 1998, 54.1%, OB 2007 – Islay
De derde stap naar de nieuwe 10y, gedistilleerd in 1998 (heropening distilleerderij). Eerste (Very Young) en tweede (Still Very Young) heb ik niet geproefd, maar ik kan me voorstellen dat deze wat minder ruw is. Toch is het een echte turf-bom. Behoorlijk medicinaal in de neus met veel zee associaties. Zeewier en zilt. Houtskool. Granen. Onrijpe peren. Minder fruitig dan de 10 jarige die ik heb staan. Ook in de smaak is weinig fruit te detecteren. Wel véél turf en kruiden. Terugkerende rook. Lange turf-afdronk met de peper. Ontbeert wat complexiteit, maar wat extra rijping kan wonderen doen. 82/100
 
Ardbeg 20y 1978, 43%, OB 1998 – Islay
Erg zachte Ardbeg. Waar zit de turf? Neus van granen, beetje fruit en in de verte heel lichte rook. Licht zoete, vettige en fruitige smaak. Redelijk korte en fruitige afdronk met op het eind lichte rook. Erg atypisch allemaal, maar best lekker. 85/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Ardbeg 22y 1974 ‘Mellow Matured’

Ardbeg 22y 1974 Mellow Matured

Bon, de Mexicaanse griep is hier gaan liggen, er kan weer deftig geproefd worden. Vandaag is dat de Ardbeg 22y 1974/1996 ‘Mellow matured’ (40%, G&M for Italy). Bij deze whisky wou ik al lang even stilstaan, en wel hierom:
Toen ik de Ardbeg opzocht in de Malt Manicas Monitor bleek dat hij er tweemaal in vermeld stond, éénmaal onder G&M (for Italy) en éénmaal onder Sestante, Italiaanse importeur. Ah, zegt u, dat zijn dan misschien toch twee verschillende whisky’s of dezelfde whisky in twee verschillende bottelingen. Nope, het betreft wel degelijk één en dezelfde botteling. Tot hier geen probleem, een simpele slordigheid van de maniacs. Maar dan komt het. Serge Valentin heeft ‘beide’ whisky’s gereviewed en nogal verschillend bevonden. De ‘Sestante’ gaf hij 71/100 (nu, als Serge een Ardbeg 1974 71 punten geeft, weet je het wel: mijden die fles). De ‘G&M for Italy’ daarentegen scoorde hij… 94/100, wat toch wel van een lichtjes andere orde is. Ik heb de bijhorende foto’s op Whiskyfun minutieus bekeken en zie geen verschil.

Is de ‘Sestante’ die Serge proefde toch een fake bottle? Of is zijn suggestie “maybe a defective bottle” correct? Ik heb ‘m er onlangs zelf op aangesproken. Hij was absoluut niet op de hoogte van het bovenstaande, maar er wel behoorlijk door geïntrigeerd. Hij ging het napluizen. Na enige tijd stuurde hij mij volgend berichtje:

 
Hi Johan,

Indeed, these should be two different bottles of the same whisky, and one was probably defective (oxidised). It goes to show that it’s quite tricky to identify older bottles correctly. Indeed, we know that this was a Sestante bottling by G&M, so some add that to the ‘name’, but Sestante isn’t clearly indicated on the label, even if Bologna and the Italian licensee code say ‘Sestante’.
Anyway, seeing the scores for similar bottlings (other 1974/1996 by G&M, CC, Spirit of Scotland etc.), it should be very good, provided it’s not defective (twist cap not properly ‘twisted’, hence too much air flowing into the bottle). If the level is OK and the whisky limpid, there are great chances that it’s in perfect shape and very good.

I’d mention the big dilemma we’re facing with these Italian bottlings:
– regularly twist the cap so that it stays airtight (but break the tax stripe)
– keep the tax stripe intact, but face oxidising.

Or, of course, store the bottles where temperatures don’t vary so that the twist cap doesn’t go up (the dreadful bicycle pump effect).

Hope that helps
Serge

 

Voila, dat weten dan ook weer. Het gaat dus wel degelijk om één en dezelfde botteling, maar de whisky die hij als Sestante proefde, moet geoxideerd zijn geweest.

Nu, het leuke aan deze whisky is dat de prijszetting op veilingen vooral bepaald wordt door de score voor de ‘Sestante’. Zo heb ik een jaar of twee geleden een fles op de kop kunnen tikken voor 200 euro, een koopje naar ik meende. Tot ik enkele maanden geleden twee flessen op Whisky Auction zag gaan, de éne voor 160 euro en de andere voor… 130 euro. 130 euro voor een Ardbeg 1974 die op Whiskyfun 94/100 krijgt! Echt gerust was ik er toch nog altijd niet op. Voor ik mijn fles zou kraken, zou ik ‘m toch graag eens geproefd hebben.

En dat proeven gebeurt dus hier en nu. Tijdens het voorbije Lindores Whiskyfest zag ik immers dat Geert Bero tussen z’n 100 Ardbegs ook deze had openstaan. Heb me allegauw een sampeltje aangeschaft. Het resultaat van onderstaande review zal dus bepalen of ik mijn fles binnenkort soldaat maak of toch maar niet.

 
Ardbeg 22y 1974/1996, 40%, G&M for Italy (Sestante), white label – Islay – 89/100
De neus is erg zacht… zee, zilt, zeewier, zeer zubtiel allemaal. Lichte rook ook, en iodium. Sappige, zoete sinaas. Zalig! Ook de smaak is zacht en geeft zilt, rook en perzikken op siroop. Mist wel wat punch. Ja, op de smaak verliest hij toch enkele puntjes. Geen bijster lange maar wel lekkere, ziltige afdronk.
 
P1050749

Conclusie? Zeer lekkere whisky, maar hij mocht iets krachtiger zijn. En, ik mis de zachte, zoete turf die zo kenmerkend is voor Ardbeg uit die periode. 94 punten verdient ie voor mij niet, maar 71 nog veel minder. 89 zal het zijn.
Het whiskyniveau in Geert’s fles stond al wel laag, ben vergeten vragen hoe lang de fles al open was. Indien de fles al enkele jaren openstaat, is het misschien logisch dat de fenolen grotendeels verschwunden zijn, en dat mijn gesloten fles deze fenolen nog wel heeft. Of ook niet natuurlijk. Pfff… openen of niet? Gezien de herverkoopwaarde zal ik het er binnenkort toch maar op wagen, denk ik. De mellow matured whisky (eerlijk gezegd absoluut geen idee waar die ‘mellow matured’ op slaat) in mijn fles staat immers nog relatief hoog in de nek en de whisky zelf is behoorlijk ‘limpid’, dat Italiaans taxlabel zal er toch aan moeten geloven.

The shelter of the beast

Ardbeg bracht in 2006 een nieuwe botteling op de markt, de Airigh Nam Beist (spreek uit ‘Arri nam baysht’). Verwijzing naar een meer op Islay en Gaelic voor ‘schuilplaats van het beest’. Het betrof whisky gedistilleerd in 1990, 16 jaar oud dus en als dusdanig kan men ‘m beschouwen als de vervanger van de terziele gegane 17 jarige. In 2007 werd een tweede batch op de markt gebracht.

 
Ardbeg Airigh Nam Beist 1990, 46%, OB 2006 – Islay – 91/100
Zalige Ardbeg neus met fijne, zoete turf en (zure) groene appels er doorheen. Iets van houtskool. Zeewier. De smaak ligt perfect in dezelfde lijn en blijft erg lang hangen. Iets peperigs en ziltigs ook. Beestig lekker!

Ardbeg


 
Ardbeg is één van de zeven nog actieve distilleerderijen op het eiland Islay. Het ligt aan de zuidkust, ten oosten van Laphroaig en Lagavulin.

De geschiedenis van Ardbeg gaat terug tot het jaar 1794, toen Alexander Stewart z’n distilleerderij diende te sluiten. De (illegale) productie werd evenwel niet stilgelegd. In 1798 starte John McDougall samen met enkele boeren uit de buurt de bouw van een nieuwe distilleerderij, welke in 1815 officiëel van start ging en tot 1977 in het bezit van de familie McDougall bleef.
Eind 19e eeuw beleefde Ardbeg z’n hoogdagen. Geleid door twee McDougall zussen telde het 60 personeelsleden (vandaag zijn dat er een tiental) en klom de jaarlijkse productie tot meer dan 1 miljoen liter.
In 1959 werd een nieuwe vennootschap, de Ardbeg Distillery Ltd opgericht

In 1977 kwam Ardbeg in handen van Hiram Walker and Sons, dat later overgenomen werd door Allied Distillers. Allied Distillers bezat in die dagen verschillende distilleerderijen, waaronder ook Laphroaig. Het sloot de distilleerderij in 1981, om het in 1989 op verminderde capaciteit opnieuw op te staren. Het mouten van de gerst werd uitbesteed aan Port Ellen Maltings, dat heden alle distilleerderijen op Islay van mout voorziet. Hierdoor verloor de whisky een deel van z’n rokerig karakter.

Na een nieuwe sluiting in juli 1996 werd Ardbeg in 1997 overgenomen door Glenmorangie Plc. en heropend. Glenmorangie Plc., dat vandaag eigendom is van LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy), investeerde meer dan 1,4 miljoen BP in de verbouwing van Ardbeg en is er in geslaagd de traditie van de sterk geturfde Islay whisky nieuw leven in te blazen.
Ardbeg heeft een mash tun met een inhoud van vier ton en zes washbacks met een gezamenlijke inhoud van 168.000 liter. Per jaar wordt ongeveer 600.000 liter whisky geproduceerd.
De huidige Distillery Manager is Michael “Mickey” Heads die in 2007 Stuart Thomson opvolgde.
 
In 2000 is de ‘Ardbeg Committee’ opgericht, een genootschap dat Ardbeg-liefhebbers – zoals mezelf – over de hele wereld verenigt. Iedereen kan gratis lid worden via de website. Soms worden voor leden van de commissie speciale bottelingen uitgegeven.
 
Wat nog vermeldenswaard is, is dat de volledige productie van Ardbeg naar single malt gaat, wat in de whisky wereld vrij uniek is. Het water van de distilleerderij is afkomstig van Loch Iaran (Airigh Nam Beist) en Loch Uigeadail.
De whisky’s van Ardbeg behoren tot de meest geturfde van Schotland en hebben daarnaast over het algemeen ook een erg fruitig karakter.
 
Twee officiële Ardbeg bottelingen uit 2003:
 
Ardbeg Uigeadail, 54.2%, OB 2003 – Islay – 84/100
Lekkere neus van de zee, naast de te verwachten rook en turf. Wel minder turf dan de 10y. Vanille. Kruidnagel? Smaak ietsje minder, maar wel lekker. Zoet (zoethout?) en zilt, naast de turf. Ook wat bitters. Lange droge afdronk. Beter dan de 10y.
 
Ardbeg 25y ‘Lord of the Isles’, 46%, OB 2003 – Islay – 91/100
Sample van het Whiskyfest 2007 te Oostende. Lekkere Ardbeg neus met veel ‘zee’ (zilt & jodium), rook en sinaas. Zachte smaak, erg fruitig (citroen), zoet en ietsje bitter (karamel), beetje hout, peper en aangename turf. Complex. Erg lange afdronk, medicinaal, rokerig. Subtiel genieten!