Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Malts of Scotland’

Drie Bowmore’s

Ik heb hier nog wat Bowmore staan. Twee recente officiële bottelingen, de Legend en de 21y 1988 port cask matured, en de 1995 Malts of Scotland ‘Clubs’ voor het Lindores Whisky Fest. Laat me met deze laatste beginnen.
En dan staat er hier nog een ander geweldig aanlokkelijk sampletje met ‘Bowmore’ op het etiket… die zal ik voor morgen bewaren.

 

Bowmore 15y 1995/2010, 57.8%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Lindores Whisky Society, PX Sherry cask #112, 225 bottles
Zeer mooi gerijpte whisky, de geturfde spirit heeft zich perfect verweven met de sherry. Eerst krijg je de zoete sherry, vergezeld van veel fruit, pas daarna komt de turf opzetten. Op de smaak zit de turf meer vooraan, samen met de fruitige sherrytonen. Qua fruit noteer ik rijpe sinaas en mandarijn, passievrucht en ananas. De PX geeft het geheel een stroperige zoetigheid. Heel lekker! Een lichte kruidigheid en wat zilt maken het plaatje af. Lange, zoet-fruitige afdronk. Smullen! 89/100

 

Bowmore 21y 1988, 51.5%, OB 2009, port cask matured
Deze 21-jarige Bowmore, gedistilleerd op 10 maart 1988, rijpte op ruby portovaten en dat merk je. Hij is erg zoet op gestoofd fruit (aarbeien, pruimen), kersen, melkchocolade, hout, wat zilt en zeewier, en zachte turf. Ook de wat vettige smaak is in eerste instantie zoet. Ik heb associaties van honing, kandij, cake, marsepein, sinaas en orangettes, gevolgd door pruimen, bloesems, zilt, turf, gember en peper. Complex that is. Middellange, warme afdronk met zachte turf en gestoofd fruit. Erg lekkere, boeiende en complexe Bowmore. 89/100

 

Bowmore Legend, 40%, OB 2010
Rokerig en ziltig op de neus. Daarnaast heb ik nog wat zeewier en een beetje citrus. Subtiel, om niet te zeggen vaag. Mmm, ik ook wat rubber en benzine. Niets om over naar huis te schrijven. Op de tong is hij vrij droog en moet het hebben van turf, zilt, wat kruiden, citrus en hooi. Alles vrij licht, mist body. De afdronk is snel weg, op peper en zout. Honing? Niet slecht maar ook niet echt lekker te noemen. 75/100

Malts of Scotland, Luc’s choice – part II

Na de plaspauze – veel te veel water gedronken om die dekselse chipssmaken te neutraliseren – gingen we verder met twee Malts of Scotland die ik hier al eens eerder zij aan zij besprak, whisky’s waarvan ik het absoluut niet erg vond ze nog eens te kunnen proeven. Daarna volgde een nieuwe botteling, een Caol Ila, en afsluiten deden we met Luc’s recentste Glenfarclas.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
Zie hiervoor mijn notes in bovenstaand link. De score blijft dezelfde, in dit rijtje scoort enkel de Glenfarclas heel nipt meer. Ik heb er lang over gedaan om uit te maken welke van deze twee ik de beste vond, twee compleet verschillende profielen maar beide absolute top, eigenlijk zou ik ‘m 92,5 moeten geven, het verschil is misschien geen heel punt. Prachtig oud Campbeltownprofiel. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
Ook van deze was ik volledig weg, hij moest indertijd maar nipt voor de Glen Scotia onderdoen. Ook nu, hij nestelt zich mooi tussen de Glen Scotia en de Bunnahabhain in. Frisser (fruitig, floraal) en makkelijker dan z’n voorganger, minder complex, meer ‘direct’, maar o zo heerlijk direct. 91/100
 
Caol Ila 29y 1981/2010, 59.8%, MoS, cask 4807, 216 bottles
Dit is één van de nieuwe bottelingen. Petrolium, rook, plastic, niet meteen de beste neus ever. Maar dat is dan zonder water. Water toevoegen doet wonderen, een heel pallet een geuren komt naar voor. Zoet fruit, oesters, zilt, winegums, vanille, zoethout… complex. Zoete turf ook, zowel op de neus als op de smaak. Ik noteerde qua smaken nog drop (zoute drop) en het zoete fruit van de neus. Lange, fruitige en kruidige finish. A perfect swimmer, gaat van gesloten en niet aangenaam zonder water naar open en heerlijk mét. 89/100
 
Glenfarclas 41y 1968/2010, 49.7%, OB for Thosop, casks 702 & 5240, 318 bts.
Eindigen deden we dus met deze Glenfarclas, een whisky die al behoorlijk wat airplay heeft gehad maar waarbij ik voor de volledigheid nog vermeld dat het een vatting is van twee vaten die elk op zich hun kwaliteiten hadden maar ook hun mindere kanten. Samengevoegd bleken ze echter elkaars mindere kanten op te heffen, resulterend is een perfect huwelijk. Vat 702 is een first fill oloroso, vat 5240 een first fill fino. De complexe neus geeft donkere chocolade (waarvoor dank oloroso, maar zonder echt bitter te zijn, waarvoor dank fino), noten, hout (niet te veel, niet te weinig), fruit (zowel gedroogd als geconfijt fruit), kruiden, leder, een lekkere waxyness en nog heel wat meer. Na enige tijd krijg ik ook wat vegetale tonen (denk aan peterselie, en zeker ook munt). Een neus om van te genieten. Op de tong toont hij zich stevig, mondvullend en licht drogend. Veel kruiden, bessen, hout, koffie, de donkere chocolade, enzovoort enzoverder. Lange, droge, kruidige finish met ook het fruit dat nog de kop opsteekt. Vooral de neus van deze whisky is geweldig. 93/100
 
Voila, ik vond dit een mooie line-up. Buiten onze opwarmer was de jongste whisky 29 jaar oud, en toch had ik nooit het gevoel op een stuk hout te sjieken, het zijn stuk voor stuk zeer mooi gerijpte whisky’s die alle hun smaken perfect geïntegreerd hebben. Mijn top-3 bleek dezelfde te zijn als deze van de groep (alhoewel ze voor mij alle drie erg dicht in elkaars buurt liggen), nl.:

  1. Glenfarclas 1968
  2. Glen Scotia 1972
  3. Glengoyne 1973

Malts of Scotland, Luc’s choice – part I

Maandagavond stond een mooi rijtje Malts of Scotland op het Fulldram programma. Niet zomaar wat nieuwe bottelingen, maar het beste wat ze daar volgens Luc Timmermans in Paderborn in hun pril bestaan op fles getrokken hebben. Een beetje een ‘best of’ dus. Een groot deel kende ik al, wat de line-up alleen maar aantrekkelijker maakte.Vandaag en morgen lees je hier een verslagje van deze Malts of Scotland bloemlezing.

Bij binnenkomst kreeg ik een glaasje Charlepoeng in de handen geduwd, een bier van de biergilde Dijleland uit Huldenberg. Een erg lekker brouwsel. Fris, hoppig, licht bitter. Ook een ander, donker bier van dezelfde gilde, St. Roch kon gedegusteerd worden. Beide zijn te verkrijgen bij QV.ID van Koen Philips in Huldenberg. Koen z’n populariteit in de club verkent stilaan ongekende hoogtes.

Wat zeker ook niet onvermeld mag blijven bij deze tasting is de voorafgaande opwarmer. Bestuurslid Peter had immers een eigen(zinnige) tasting in elkaar geknutseld. Ieder kreeg een blad met 40 smaken (gaande van Heinz Ketchup over Babi Pangang tot RHAHG, ofte Rudi Heeft Achter de Haag Gekakt), tien (blinde) zakken chips gingen rond, aan ons om beide aan elkaar te linken. Nadien volgde een klassikale verbetering. Boeiend en bij momenten behoorlijk hilarisch. De beste scoorde 5/10, ik deed het met 3/10 nog zo slecht niet. Kebabchips, hoe kom je er op… Soit, na de – soms vrij degoutante – chipssmaken weggewerkt te hebben met brood, water of nog wat bier, was het hoog tijd om ons aan de whisky te zetten.

 
Glen First Class 2000, 50%, Malts of Scotland 2010
Om het pallet juist te zetten, had Luc de Glen First Class bij. Als je dat met een stuk in je voeten tracht uit te spreken, dan heb je meteen de naam van de distilleerderij. Samen met de Glen Peat Class zijn dat de twee instapmalts van Malts of Scotland, op de volgens hen ideale drinksterkte van 50%. De Glen First Class is een vatting van een 40-tal sherryvaten van het jaar 2000, op tienjarige leeftijd gebotteld. Lekkere whisky en voor 36 euro prijs/kwaliteit een koopje. Een ideale daily dram. De neus is zoet en fruitig. Ik schreef ananas, sinaas, amandelen, honing en marsepein op. De smaak is romig en vol, en moet het hebben van fruit, noten, koffie en tabak. Alles vrij zacht en ‘smooth’. Middellange, fruitige afdronk. 83/100
 
Deanston 33y 1977/2010, 43%, Thosop, handwritten label, 205 bts.
De eerste topper was een whisky waarvan maar weinig bottelingen bestaan, zeker onafhankelijk is er niet veel voorradig. En wat opzoekingswerk leert dat enkel James MacArthur en Cadenhead in het verleden Deanston 1977 hebben gebotteld. Nu ook Thosop. Deze werd dus door Luc onder zijn eigen ‘handwritten’ label gebotteld en niet onder dat van MoS. Let op: 43% is hier vatsterkte. De neus deed me denken aan één van de lekkerste taarten van onze bakker: Frangipanetaart met peer. Fris, zoet en zeer fruitig. Lekker! De smaak voegt daar nog wat kruiden, bijenwas en pompelmoes aan toe. Vrij korte, fruitige afdronk. Knappe vatselectie. 86/100
 
Bunnahabhain 43y 1967/2010, 41.1%, MoS, cask 3315, 147 bts.
Vat 3315 is een bourbonvat. En een vat waarvan de inhoud al serieus bejubeld is. Ik proefde hem al eens, maar had hem nog niet besproken. Complexe neus die erg discreet van start gaat en langzaamaan meer en meer prijs geeft. Ik had zowel fruitige, kruidige, florale als zoete toetsen. Ook wat lichte zilt. Mooie evolutie. Ook de smaak is complex, en romig, met fruit (citrus, ananas) en kruiden (zoethout o.a.) die de eerste viool spelen. Alles perfect vermengd met het hout. De afdronk is middellang en kruidig. Zalige, perfect gebalanceerde whisky. 92/100
 
En dan… dan was er nog een Auchentoshan. Een wreed lekkere Auchentoshan. Atypsich, maar bangelijk goed. Hierover echter later meer. Pauze. Morgen deel twee.
 

Littlemill 1990, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Fulldram

Bon, het moest er eens van komen. Vandaag proef ik – en dat is dus niet de eerste keer – een whisky die ik met de grootste moeite zo objectief mogelijk ga trachten te bespreken. Whisky bespreken en objectiviteit zijn sowieso twee zaken die moeilijk verenigbaar zijn – je kan enkel trachten zoveel mogelijk ‘objectiviteit’, consistentie en transparantie te leggen in deze per definitie zeer individuele en subjectieve aangelegenheid. Maar bij deze whisky wordt het dus extra moeilijk. De Littlemill 1990 ‘Club 02’ van Malts of Scotland is immers onze botteling. Met ‘onze’ bedoel ik deze van Fulldram, onze whiskyclub die dit vat bottelde ter gelegenheid van z’n vijfjarig bestaan. Hij werd gekozen als beste uit een selectie van vaten van Malts of Scotland. De keuze was bovendien makkelijker dan initieel gedacht, dit vat schreeuwde “kies mij!”.
Enige tijd geleden besprak ik reeds een andere Littlemill 1990 van deze bottelaar, vat 915, een whisky die ik – om het eufemistisch uit te drukken – al best te pruimen vond. Net zoals vat 915 is ook dit vat (#736) een bourbonvat. Gedistilleerd op 8 januari 1990 en gebotteld op 5 mei 2010, exact vijf jaar na de oprichting van Fulldram.

 
Littlemill 20y 1990/2010, 53.9%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Fulldram, cask 736, 183 bottles
De neus start wat schuw op zoete en grassige tonen. Een beetje walsen, wat lucht happen doet wonderen. Dat laatste mag vrij letterlijk genomen worden, hoe de neus openbloeit en evolueert… prachtig. Het zoete wordt meer dan gewoon zoet, smullen. Vanille, marsepein. Er komt fruit door, veel fruit. Ik noteer citroen, pompelmoes, abrikoos, evoluerend naar ananas en kiwi. Appelsienenconfituur. Amandelen ook (oké, de marsepein), net als radijs en wat gember. Een beetje waxy tonen (boenwas, kaarsvet) en een toef wood smoke zorgen voor de finishing touch. Rook van het hout dus, net zoals ik dat in vat 915 had. Het geheel doet me wat denken aan een Condrieu, één van mijn favoriete witte wijnen. Proeven nu.
Pats, boem, paukenslag! In de mond heeft hij absoluut geen tijd nodig om aromatisch-gewijs te exploderen. Amai, dit is lekkere whisky! Succulent romig, zoet en fruitig. Honing, gesuikerde lindethee, pompelmoes, citroenschil, een beetje hars, een beetje hout… een zalige bitterheid. Hij evolueert richting kruiden. Nootmuskaat, kaneel, gember. Een licht mineralige toets ook. Dit drink zo vlot, je hebt absoluut geen idee dat dit nog altijd een drankje op 54% alcohol is. Water? Laat ons de naam van deze blog eer aan doen, water is het laatste waar ik bij deze whisky aan denk. Dat beetje wood smoke, ook op de smaak, mag ik niet vergeten. De afdronk dan nog, die is lang, zoet en fruitig. Ik weet dat dit vrij banaal klinkt, maar laat het duidelijk zijn dat ik hier eigenlijk ‘zalig zoet’ en ‘super fruitig’ bedoel. Vooral citrus domineert hier. Ook de kruiden van de smaak steken in de afdronk nog even de kop op. Wel, deze is beter dan vat 915. Oh ja, hij is beter. De neus is even groots, maar zowel op de smaak als op de afdronk gaat hij er over. Vlotjes. Ben ik toch niet wat vooringenomen? Misschien. In ieder geval, ik weet wat ik geproefd heb. En nog vaak ga proeven. Emotionele score: 95/100. Rationele score: 92/100
 

Woordje van de uitgever: ik heb mezelf bij het proeven regelmatig afgevraagd of ik deze whisky ondanks alles toch niet wat gekleurd weergeef, zowel qua beschrijving als qua score. Het is tenslotte een beetje ons kindje, een eerstgeborene dan nog wel. Wel, ik kan je verzekeren dat ik echt ongelooflijk m’n best heb gedaan zo neutraal mogelijk te zijn, het is gewoon een superwhisky. Hand op het hart. En, als je toch nog ergens een fles kan vastkrijgen (voor alle duidelijkheid, de mijne staan niet te koop), proef ‘m vooral zelf, je zal het je niet beklagen.

Twee sherryvaten (de inhoud welteverstaan)

Vandaag publiceer ik mijn notes van twee jonge gesherriede whisky’s die ik vorig weekend vanuit het noorden van het land op m’n bord kreeg. De eerste is de Glengoyne 1998 cask 1131 van Malts of Scotland. Vaten 1132 en 1133 had ik al geproefd, deze ontbrak nog. De tweede is een Glenfarclas 1994, OB for Cöpernicker Whiskyherbst, een whiskyfestival in Berlijn.

 
Glengoyne 11y 1998/2010, 54.8%, Malts of Scotland, cask 1131, 295 bts
Neus: frisse, kruidige sherry. Herbal kruidigheid, type eucalyptus, munt, vickstoestanden. Woodsmoke, tabak, wat karamel en zoethout ook. Kruisbessen, gedroogde abrikozen, onrijpe banaan. Dezelfde dominante ‘herbal’ tonen in de smaak, net als de kruisbessen. Hij is wel erg droog, op hout, okkernoten, tamme kastanjes, wat kruidnagel en vijgen. De afdronk is droog (veel hout) en kruidig. Niet slecht, maar ook niet geweldig. In ieder geval beter dan een gemiddeld kruidendrankje. 78/100
 
Glenfarclas 1994/2004,57.6%, OB for the Cöpernicker Whiskyherbst, cask 932, 318 bts
Bij deze is het kernwoord bitterzoet. En ‘lekker’. Kandijsuiker, geconfijt fruit, sinaas, gedroogde abrikozen, geroosterde amandelen, schoensmeer, een waxy toets, koffie, licht stoffig en lichte rook ook. Erg complex. I like. Het zoete en het bittere houden ook op de smaak het geheel mooi in evenwicht. Olieachtig op rozijnen, bosbessen, hout, kastanjes, noten, kruiden. Middellange, kruidige afdronk met zoethout en misschien een tikkeltje honing. Heel mooi. Een whisky die zich laat lezen als een statement. 88/100
 

En dan ga ik me nu nog een dram inschenken zie. Wat te denken van een Littlemill?

Glen Ord 1999, Malts of Scotland

De laatste Malts of Scotland in de rij is een Glen Ord gedistilleerd in maart 1999, en na 11 jaar rijping op bourbonvat gebotteld.

 
Glen Ord 11y 1999/2010, 54.5%, Malts of Scotland, cask 31212, 289 bts
De neus start niet geweldig aromatisch, maar wel volledig foutloos. Thee, vanille, granen, warm hout, gras, een lichte kruidigheid… Hij groeit evenwel. Er komt fruit door (pompelmoes, bosbessen, peren, appelsap) en ook de kruiden komen meer en meer naar voor. Allerlei kruidenthees. Gember. Thijm. Olijfolie. Wat rook ook. Lapsang Souchong thee. Een neus die tijd nodig heeft, maar zich dan wel erg lekker toont. In de mond heb ik direct meer smaak. Granen, honing, bosbessen, gedroogde bloemen, koffie, wat hout en een heel kruidenboeket. Kaneel, peper, gember, dille, zoethout, eucalyptus… en nog andere kruiden waar ik niet op kom. Geweldig vatje moet dit geweest zijn. Licht waxy en een toefje rook. De neus was met wat tijd geven al meer dan aangenaam, de smaak is beter. De afdronk is redelijk lang, met kruiden en fruit die een perfect gebalanceerd samenspel ten tonele voeren, aangevuld met een beetje zilt. Voor nog geen 50 euro? Wel, laat dat dan maar meteen een kooptip zijn. 88/100

Bunnahabhain 1992, Malts of Scotland

De voorlaatste Malts of Scotland is een Bunnahabhain gedistilleerd op 25 mei 1992 en in april dit jaar gebotteld. Het vat met nummer 1419 is een sherryvat.

 
Bunnahabhain 17y 1992/2010, 54.4%, MoS, cask 1419, 603 bottles
Ah, dit is lekkere sherry zie, heel wat anders dan die Ballindalloch. Bitterzoete neus met associaties van geroosterde en gesuikerde amandelen, kandijsuiker, lichte zilt, sinaas, schoensmeer, gedroogde vijgen, Campari, gember, espresso, enzovoort enzoverder. Een aangename stoffigheid. Oude boeken, sigaren, rook van het hout. Lekker! Op de tong is hij olieachtig en romig, met ook hier bitterzoet als kernwoord. Fruit (bessen vooral), kandij, praliné, noten, tamme kastanjes, zoethout, wat munt, evolueert richting hars. Middellange, droge afdronk met zoethout en honing. Bitter en zoet dus. En wat meer is, mevrouw Onversneden vindt dit lekker… Dit is de eerste keer dat ze een whisky die ik haar voorschotel lekker vindt. Zowaar een mijlpaal. Of een bedreiging. 86/100

Malts of Scotland duo: Bowmore & Ballindalloch 2000

Het volgende koppel Malts of Scotland dat ik proef is de Bowmore 2000 en de Ballindalloch 2000. Deze laatste is een Glenfarclas ‘in disguise’. Nu, buiten het feit dat beide whisky’s gedistilleerd werden in het jaar 2000 hebben ze bijzonder weinig gemeen. Van een ‘head to head’ is dan ook geen sprake, gewoon twee whisky’s op een rijtje.

 
Bowmore 9y 2000/2010, 58.7%, MoS, cask 800266, 219 bottles
Dit is een bourbonvat, en een zusje van vat 800267 dat enige tijd geleden door de Malts of Scotland werd gebotteld. De neus geeft lichte turf en dito zilt. Houtskool ook, oesters, een beetje iodium, wat sinaas en citroen, vanille en een licht mineralige toets. Vleessaus? Alles redelijk gedempt, er springt niets uit. Wat water toevoegen wijzigt het profiel niet echt. De smaak is stevig en mondvullend. Zilt (veel zilt), turf, assen, een lichte zurigheid (limoen?) en wat kruiden. Water maakt ‘m toegankelijker en geeft de rook wat meer vrij spel. Niet al te lange, zilte afdronk. Het geheel is vrij simpel, deze whisky mist een beetje persoonlijkheid. Verre van slecht hoor, maar ook niet om over naar huis te schrijven. 83/100
 
Ballindalloch 9y 2000/2010, 59.2%, MoS, cask 5408, 622 bottles
Dit is een sherryvat. De kleur, de geur, de smaak, het schreeuwt allemaal “sherry”. Spijtig genoeg schreeuwt het ook andere dingen. De neus start nochtans niet slecht. Zoet op gestoofd fruit, geconfijt fruit, van die gesuikerde halve schijfjes sinaas, leder, miso, sojasaus, oxo. Het zoete slaat dus wat om richting zout, maar hij slaat te ver om, richting heel wat minder aangename associaties. Maagzout, rotte eieren zelfs. Ondanks het alcoholpercentage is hij perfect drinkbaar. ’t Is te zeggen, mocht hij lekker zijn. Start ook hier zoet maar wordt snel bitter-droog. Okkernoten, druivenpitten, verbrande karamel, sherry met een serieus sulferkantje. De afdronk is redelijk lang, maar dat is ook z’n enige kwaliteit. De Bowmore miste wat persoonlijkheid, deze z’n persoonlijkheid staat me niet aan. 66/100

Malts of Scotland H2H: Glen Scotia 1972 vs Glengoyne 1973

Vanaf vandaag bespreek ik de nieuwe Malts of Scotland bottelingen. Twee ervan zijn exclusief voor België gebotteld, een Glengoyne 1973 en een Glen Scotia 1972. Maar met welke begin ik? Mmm, vermits ik niet kan kiezen (ben van het besluiteloze type), ga ik ook niet kiezen. Het zijn trouwens twee whisky’s die niet alleen ongeveer even oud zijn en beide op bourbonvaten rijpte, maar na een eerste keer proeven ook aan elkaar gewaagd bleken te zijn, ideaal dus om head to head elkaar te laten uitdagen en zo de finesses van beide te ontdekken. De Glen Scotia proefde ik trouwens vorige week maandag al, maar laat ons zeggen dat ik het niet erg vind deze nog eens te ‘moeten’ proeven. Oude Glen Scotia is zeldzaam, 1975 (o.a. een lekkere voor The Whisky Fair) en 1977 ben ik al tegengekomen, oudere nog niet.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
De neus zou die van een oude Clynelish kunnen zijn. Van een zeer lekkere oude Clynelish. Bijenwas, gedroogde bloemen en veel fruit is het eerste wat er uitspringt en wat mij aan Clynelish doet denken. Wat nog? Pollen, honing, marsepein, antiekwas. Qua fruit denk ik aan perziken, druiven, ananas, rijpe appelsienen, dadels en de schil van Granny Smith appels. Vers gemaaid gras ook en een subtiele rokerigheid. Licht ‘old bottle effect’ – zou wel kunnen, zit toch al zeker een maand in de fles. Het zal de antiekwas zijn die me aan een antiekshop doet denken. Soit, die neus is in ieder geval absolute top. Weinig tot geen hout trouwens. Ah, op de smaak wel wat hout, net als nootmuskaat, gember, zoethout en noten. Dit maakt het geheel aangenaam bitter met zoete (honing) en fruitige tonen die het geheel in balans trekken. Hier vooral gedroogd fruit. Naar het eind druivenpitten (tannines). Middellange, droge finish op peper en noten met ook hier lichte tannines. De neus verdient 93 punten, de tannines in de mond kosten ‘m spijtig genoeg een puntje. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
De neus start zoet en fruitig. Banaan, kokos (véél kokos), ananas en rijpe kruisbessen. Ik zei ‘start’, maar eigenlijk blijft hij verder gaan op zoete en fruitige tonen. Vanille en ook wat bloemen, maar vooral het fruit domineert. Geroosterde noten, dat is ook nog het vermelden waard. Ook op de smaak is hij zeer fruitig. Groene kruisbessen (dus minder rijpe dan in de geur), groene appels, witte druiven, witte pompelmoes. Boterig en mondvullend met naast het fruit redelijk wat hout (zonder echt bitter te worden), honing, vanille en kruiden. Lange fruitige afdronk met hier wel een licht bittere ondertoon. Gho, deze Glengoyne moet niet echt onderdoen voor de Glen Scotia. Op de smaak vind ik ‘m misschien zelfs iets beter. De indrukwekkende neus van de Glen Scotia is echter moeilijk te kloppen, dat rechtvaardigt het puntje extra. 91/100

Laphroaig 1996, Malts of Scotland ‘Clubs’

The Bonding Dram viert z’n derde verjaardag met een eigen botteling, een Laphroaig 1996 van de Malts of Scotland in de ‘Clubs’ reeks. De eerste ‘Clubs’ was de Bowmore 1995 voor de Maltisten uit Wesfalen, deze Laphroaig is de derde. Wat was dan de tweede Clubs vraagt u zich af? Wel, daarover later meer.

 

Laphroaig 13y 1996/2010, 57.3%, MoS ‘Clubs’ for The Bonding Dram, cask 7313, 102 bottles
Vat 7313 was – en is dat eigenlijk nog steeds – een bourbonvat. De neus start zoet. Zoete jonge turf, helemaal niet droog of assig, dat is meteen al een stevige plus. Vanille, fudge (oké, vanille fudge), appelsap/compote. Hij is daarnaast redelijk medicinaal (mercurochroom ofte ‘rood’, terpentijn) en er priemt ook zilt, zeewier en ‘meaty’ tonen doorheen. Een hammetje aan het spit. Wat nog? Wel, er is ook citroen te ontwaren en zure room. Ja, een aangename lichte zurigheid. Clean, geconcentreerd en vooral meer dan lekker deze neus. Water maakt ‘m misschien toegankelijker maar wijzigt het profiel niet echt. Nat stro en dito hooi, dat is wel een extraatje, en – niet onlogisch – iets meer rook. Op de tong olieachtig en erg stevig – mondvullend – zoals het alcoholpercentage al kon doen vermoeden. Zoet, ziltig en rokerig zijn ook hier de dominante smaken, met wel een beetje assen maar niet genoeg om te gaan storen. Citroen, zoethout, peper (de alcohol), amandelen en okkernoten (licht bitter) maken het plaatje af. Minder complex en meer recht voor de raap dan de geur. Lange, medicinale afdronk op rook, teer, citroen, peper en zout. Deze jonge stevige Laphroaig is niet over-complex maar wel zéér lekker en mooi gebalanceerd. Knappe selectie Jeroen! 88/100

Glen Scotia 1992 Malts of Scotland

Dit is nog maar mijn tweede Glen Scotia, mijn tweede 1992 ook. Die Jack Wieber viel me al redelijk mee, benieuwd wat deze geeft.

 
Glen Scotia 1992/2010, 53.3%, Malts of Scotland, sherry cask #429, 199 bottles
Prominente sherryneus op koffie, rubber, verbrande cake, crème (tres) brûlée, hooi… best aangenaam. Ho, wacht ‘s, wat is dat? Een minder aangenaam trekje. Karton? Ja, karton verdorie. En oude boeken. Natte kranten. Stof. Klei. Vreemde neus met een bizarre twist. Smaak: punchy! Eucalyptus, hooi, hout, Irish coffee, bittere chocolade, kaneel, kruidnagel, zoethout, een beetje zout, gepofte kastanjes… en dan ook hier die onaangename kant van karton, kranten en stof. De afdronk is redelijk lang op noten en zilt. Speciale whisky die zo z’n momenten heeft, maar die me vooral stevig in verwarring bracht. Ben in m’n beoordeling tussen 85 en 70 geslingerd. Met stip de minste van de drie nieuwe Malts of Scotland. 76/100

Clynelish 1982 Malts of Scotland, cask 5894

Clynelish vat 5894 is een zustervat van het reeds eerder besproken vat 5895, ook gebotteld door Malts of Scotland en twee maanden vroeger op de markt gebracht. 5895 dronk ik nog eens op onze Schotlandreis, naast de 1983/2006 Old Malt Cask.

 
Clynelish 27y 1982/2010, 48.7%, Malts of Scotland, cask 5894, 229 bttls
Zachte, complexe neus op bijenwas, honing, amandelen, wat hout, bloesems en veel fruit. Mandarijn, meloen, ananas, perzik… tja, zo lekker en zo herkenbaar Clynelish. Riesling. Top Riesling. Smaak: smooth! Oh ja, wat hou ik van dit profiel! Aroma’s van de zee (zilt, oesters…), fruit (citroen, pompelmoes), waxyness, kamille, kruiden, genoeg maar niet teveel hout. Alles zeer mooi in balans. Lange, complexe afdronk in het verlengde van de smaak. Op basis van mijn herinneringen aan en notities van vat 5895, heb ik geen enkele reden om deze een andere score te geven. Ik heb misschien niet helemaal dezelfde associaties, maar basically is dit zeer gelijkaardige whisky, van hetzelfde – hoge – niveau. 91/100

Glencadam 1974, Malts of Scotland

Malts of Scotland blijft maar whisky’s bottelen, ik krijg ze amper bijgeproefd verdorie. In de nieuwe release zit een Glencadam 1974, een Clynelish 1982 en een Glen Scotia 1992. Ik zette ze vandaag alle drie op een rij en publiceer alvast mijn review van de Glencadam. De andere volgen morgen en zaterdag.

 
Glencadam 1974/2010, 48.9%, Malts of Scotland, sherry cask #3214, 216 bottles
Heerlijke zoete neus. Niet mierzoet, geen suikerspin of kandijsirooptoestanden, eerder een fruitige zoetheid. Ik denk aan appel- en perensiroop, geconfijt fruit, gedroogde abrikozen, vijgen en rozijnen. Rozijnen op rum. Daardoorheen priemt wat hout, boter en leder door. Top! Bloemen na enige tijd. Vrij complexe, delicate sherry. Op de tong is hij krachtig en romig, met het zoete fruit (hier eerder sinaas), rozijnen opnieuw, noten, kirsh en zilt (vrij veel zelfs). Hout ook, misschien net wat teveel hout zelfs, hij droogt naar het eind en in de middellange afdronk wat uit. Het hout en de bijhorende kruiden gaan het fruit en het zoets wat overheersen in plaats van het te completeren. Spijtig, het maakt dat hij toch onder de negentig punten tuimelt, een score die ik op basis van de neus niet meer dan terecht had gevonden. Heeft geen water nodig, water brengt trouwens niet veel bij. 88/100

Glengoyne 1998, Malts of Scotland, cask 1132

Malts of Scotland blijft maar Glengoynes bottelen. Vat 1133 proefde ik al eerder, maar ook de andere zustervaten, 1130 & 1131 werden recent door hen gebotteld.

 
Glengoyne 11y 1998/2010, 55.2%, Malts of Scotland, cask 1132, 295 bottles – Highland
Vette, vuile sherry op de neus met perensiroop, sojasaus, balsamico, noten, gedroogd fruit… studentenhaver dus. Geen sulfer, gelukkig. Wel iets zurigs. Rode bessen? Ja, en de balsamico natuurlijk. Op de tong is hij me te wrang, zoals ik al vreesde. Erg sterke English Breakfast thee en veel propolis. Dat laatste is goed om al gorgelend keelpijn tegen te gaan, hier is het ronduit storend. Ok, ik dien volledigheidshalve ook de bittere chocolade, de vijgen, dadels en het hout te vermelden, maar die maken het er toch niet aangenamer op. Laat er ons water bijhalen, kwestie van ‘m een faire tweede kans te geven. Mmm, ja, dat help toch wat. De neus geeft wat meer fruit (bosvruchten) en eucalyptus. De smaak krijgt meer hout en kruiden. Kruidnagel, nootmuskaat en ook hier de eucalyptus die opduikt. Blijft toch erg droog, net zoals de afdronk. De neus kan me nog boeien, de smaak niet. Vat 1133 vond ik er net over, bij deze is het duidelijker. OK, water maakt het geheel toegankelijker, maar mijn ding werd het nooit. 77/100

Glen Keith 1990, Malts of Scotland

Nog twee Malts of Scotland wachten op proeven. Ik begin met een Glen Keith, morgen een Glengoyne.

 
Glen Keith 19y 1990/2010, 52.1%, Malts of Scotland, cask 13678, 232 bottles – Speyside
Mmm, die neus lijkt me weer dik in orde. Zacht en fris met veel fruit. Ik heb druivensap, banaan (nog wat groen) en pompelmoes. Maar ook bloemen en bloesems, linde en honing. En een waxy touch om het helemaal af te maken. Zalig seg! De smaak is vol en smeuïg op kruidenthee (met honing), citrus en wat hout. Licht drogend. Kruiden naar het eind en in de middellange afdronk. Deze Glen Keith is een topper op de neus en meer dan aangenaam op de tong. Weer een verdomd knappe vatselectie van de Malts of Scotland en voor 75 euro zeer koopwaardig. 88/100

Een indrukwekkend setje Port Charlotte

Vandaag proef ik twee Port Charlottes van de Malts of Scotland, één op bourbonvat en één op sherryvat. Zeker gezien de jonge leeftijd van deze whisky’s (geen 9 jaar oud), zijn dit waanzinnig straffe bottelingen. En ik bedoel hier niet het alcoholvolume. Vooral de sherry is hallucinant goed.

 
Port Charlotte 2001/2010, 60.2%, Malts of Scotland, Bourbon Barrel, cask 967, 220 bottles – Islay
Gedistilleerd op 14 december 2001, in februari gebotteld. De neus heeft wat tijd nodig om open te komen. Enkele druppels water kunnen dit wat bespoedigen, we zitten hier immers boven de 60%. Maar dan krijg je een shot aan vette turf vermengd met zilt en bitterzoete fruittoetsen. Ik heb pompelmoes (met suiker), sinaasappelschil en onrijpe banaan. Oh ja, die combinatie van vette cleane turf, zonder rokerige asbaktoestanden, en romige fruitigheid is perfect. Smaak: knock-out. Met een klein beetje water (heeft echt niet veel nodig) zoete turf, medicinale elementen (een gans dokterskabinet), zilt, peper, nootmuskaat en fruit. Lange, verwarmende afdronk op fruitige turf. Kortom, een zalige whisky. 92/100

Laat dit soort whisky een jaar of tien, vijftien verder rijpen zodat de turf wat aan kracht mindert en de complexiteit nóg toeneemt… het wordt me een beetje ijl in het hoofd.

 
Port Charlotte 2001/2010, 61.6%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead, cask 833, 326 bottles – Islay
Gedistilleerd op 6 december 2001, vorige maand gebotteld. Djééé, wat is dit? Dit kan toch niet? Hoe kan sherry en turf op amper acht jaar al dit ten toon spreiden? Wat een kracht, wat een balans! Romig en zoet op verbrande cake, karamel, turf, leder, rubber (ook de rubber is verbrand, dus niet het type binnenband), gedroogde abrikozen, vijgen en pruimen, cappuccino… pfiew! En neen, geen sulfer. Met water ook gerookt vlees. Zwarte-Woud ham, my favourite! Het orgastisch genot zet zich verder op de tong. Die sherry en die turf! Bitterzoet met dadels, rozijnen, pruimencompot, karamel, hout en donkere chocolade, mooi gecounterd door de turf. Dit alles met een lekje water. Vat 967 had een lange afdronk, maar valt maar bleekjes uit in vergelijking met deze. Hij blíjft maar hangen, na een uur proef ik ‘m nog. Neen, ik kan er niet van over, dat turf en sherry op amper een dikke acht jaar rijping al tot zo’n complex en gebalanceerd samenspel kan komen… dit moét je proeven.

Hij doet me trouwens wat denken aan zowel de Lagavulin 21y (92/100) als de Port Ellen 12y James MacArthur (98/100). Deze achtjarige Port Charlotte is beter dan de eenentwintigjarig Lagavulin (beste Lagavulin volgens Serge Valentin), no kidding. OK, de Port Ellen staat nog een trap hoger, is een graad complexer en geconcentreerder (‘bolder’), is eigenlijk out of this world… maar toch, deze whisky kan daar dus zonder blozen gaan tussen staan hé. Score? Wel, op het gevaar af me vierkant belachelijk te maken, moet ik toegeven dat ik een tijdje met twee stemmetjes in m’n hoofd gezeten. Dat ging ongeveer als volgt:
“Wel, dit verdient niet minder dan 94/100”
“94? Neen, dat kan niet.”
Mmm, nog ’s ruiken en proeven…. “Hèhè, toch wel!”
“Neen Johan, dit is achtjarige Port Charlotte verdorie.”
“So what?”
“Ja maar, 94!?”
“Yep!”
“Zeker!? Proef voor alle zekerheid nog ‘s”
“Whoehaaa, dit ís gewoon 94!”
“100% zeker!?”
“Absolutely!”
Voor de mensen die zich zorgen beginnen te maken over mijn geestelijke gezondheid, no worries, ik heb daar mee leren leven. 94/100

In tegenstelling tot bij de bourbon heb ik hier niet het gevoel dat dit door extra rijping nog veel beter gaat worden. Veel marge is er trouwens ook niet meer. Misschien wel integendeel, de zoete sherrywood zou wel eens kunnen gaan overheersen en het gevaar op sulfernotes is dan ook niet meer denkbeeldig.

 

Tja, wat te concluderen na zo’n sessietje? Dit is indrukwekkende whisky. Daarenboven zijn de scores tot stand gekomen met drie uitdagers, een 90-, een 92- en een 93-punter, telkens geturfd spul. Een aantal existentiële vragen dienen zich aan, zoals daar zijn: Heeft Jim McEwan hier een antwoord op Ardbeg 1974 liggen? Wordt Port Charlotte de rechtgeaarde erfgenaam van Port Ellen? De toekomst zal het uitwijzen, maar hij lacht ons tegemoet.

Clynelish 1982, Malts of Scotland

Laatste in de rij Malts of Scotland is een Clynelish van 1982, het ondertussen bijna magische jaar 1982. Heel wat 1982-ers en ook sommige 1983-ers kunnen makkelijk naast Clynelish van begin jaren zeventig gaan staan en misschien wel naast sommige jaren zestig Clynelish. Eens zien of ook deze dat kan.

 
Clynelish 27y 1982/2010, 51.5%, Malts of Scotland, cask 5895, 263 bottles – Highland
Mmm, die neus is goed! Herkenbaar Clynelish, maar dan van het beste dat ze daar te bieden hebben. De typische bijenwas, de smeuïge honing, het zalige fruit, alles erg geconcentreerd en perfect gebalanceerd. Het fruit komt mettertijd meer en meer naar voor. Ananas, limoen, abrikoos, peer, meloen en weet ik veel wat nog allemaal. Amandelen. Geroosterde amandalen. Hout en de daarbij behorende kruidigheid. Op de tong is deze whisky stevig en mondvullend. Hij combineert heel mooi zachte en zoete fruitigheid (citroen, pompelmoes) met coastal aroma’s. Zilt, zeewier. Kruidenthee. Kamille. Linde? Ook de spicy variant zit er in. Ik denk vooral aan nootmuskaat en peper. Behoorlijk wat hout ook. Lange, warme en waxy finish met het fruit dat ook hier de dienst uitmaakt. Yep, deze mag in het rijtje gaan staan. Zeker de neus is absolute top. 91/100

Littlemill 1990, Malts of Scotland

Littlemill 19y 1990/2010, 54.3%, Malts of Scotland, cask 915, 142 bottles – Lowland
Dit is dan weer een bourbonvat. Maar ook hier tref je een lichte rokerigheid aan. Tussen het fruit en de bloemen door. De neus is erg fris, met bloemen dus, gras, vanille, een beetje hout en fruitassociaties van ananas, kiwi en citroen. En de verrassende zachte rook. Oh ja, deze neus is zalig. Ook op de tong toont ie zich een topper. Dik en romig. Hars, hout en pompelmoes zorgen voor een aangename bitterheid, vanille en praliné counteren met zoets. De lichte rook maakt het af. Lange, kruidige afdronk met hints van peper en nootmuskaat. Littlemill 1990? Ik had me er niet al te veel bij voorgesteld. Heeft deze me effe verrast seg… 90/100
 
Morgen de laatste uit de nieuwe reeks Malts of Scotland, een Clynelish 1982. Iets om naar uit te kijken!

Ben Nevis 1996, Malts of Scotland

Ben Nevis 13y 1996/2010, 57.1%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead, cask 1466, 258 bottles – Highland
Zoete neus met wat ‘verbrande’ associaties. Verbrande cake, verbrande kandijsuiker, dat soort zaken. Vanille. De crème brûlée doemt op. Kersen ook en sinaas. Woodsmoke. Ja, een plezante rokerigheid op de achtergrond. Nat hooi. Ook de smaak kan me bekoren. Die is stevig, met karamel, geroosterde noten en kastanjes. Een aangename kruidigheid op gember en peper. De neus heeft zeker geen water nodig, eens zien wat enkele druppels met de smaak doen. De kruidigheid neemt wat af en ruimt plaats voor fruit. Peren en banaan vooral. Middellange, kruidige finish. Een verrassend lekkere, jonge Ben Nevis. 86/100

Linkwood 1989, Malts of Scotland

Linkwood 20y 1989/2010, 53.5%, Malts of Scotland, cask 1826, 263 bottles – Speyside
Clean, krachtig en vrij alcoholisch op de neus. Vanille en hout heb ik eerst, met na enige tijd de geur van bloemen die komt opzetten. Fragiel. Ontbijtgranen ook, appels en groene thee. Ja, als je ‘m wat tijd geeft, best genietbaar. Smaak: punchy! Gedroogd gras, hout, vrij bitter in combinatie met een beetje zoets. Gesuikerde thee en veel kruiden. Ik denk aan nootmuskaat, peper en gember. Ook met wat water blijft het bittere domineren. Lange, bittere afdronk. Op de tong is ie me te droog om hoger te scoren. 81/100