Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Islay’

Caol Ila 28y 1983, Duncan Taylor ‘Dimensions’

Caol Ila 1983 op sherryvat, dat kan wreed lekker zijn. Alhoewel deze van Duncan Taylor nog een stuk donkerder is dan de QV.ID. Een veel actiever vat waarschijnlijk, wat niet noodzakelijk een meerwaarde is voor oudere geturfde whisky.

 

Caol Ila 28y 1983/2012, 54.3%, Duncan Taylor ‘Dimensions’, cask 3625
Zeer mooie neus met de zachte Caol Ila turf in perfecte harmonie met de sherry. Ik heb tonen van tabak, karamel, geroosterde noten, leder, gedroogd fruit, mandarijn, geflambeerde banaan en aarde. Daarna komt het kustkarakter van de distilleerderij naar boven, in de vorm van zilt en zeewier. En daaronder hebben we dan de turfrook en wat eik, beide in een louter ondersteunende rol. Erg rijke en complexe neus. Olieachtig en licht drogend mondgevoel, met de sherry en zoete turf die om de aandacht dingen, op een onderlaag van sappige eik. Hier meer kruiden dan op de neus: eucalyptus, hoestsiroop en gember. Licht bitter en droog, maar dat wordt deels gecounterd door kandij, rozijnen en perensiroop. Deels, de balans neigt net iets te veel naar het droge. Zilt, net als op de neus pas na enige tijd. Lange afdronk, kruidige, zilt en rokerig. De neus alleen is negentig punten waard, op de smaak is de balans niet goed genoeg om uiteindelijk ook die score te krijgen. 88/100

Bruichladdich Black Art

Tijd voor een streepje marketing. En dan komen we toch wel uit bij Bruichladdich zeker… Alhoewel ze o.a. met hun recentste 10y (oké, Laddie Ten klinkt dan weer beter) de echte whiskyliefhebber hebben gecharmeerd, blijven ze langs de andere kant de markt ook overspoelen met allerlei whisky’s die één of andere speciale behandeling hebben gekregen (oké, gefinished zijn, maar bij Bruichladdich heet dat dan Additional Cask Enhancement) en die in de meest spectaculaire flessen aan de man worden gebracht. Vandaag de Black Art (tweede editie), gefinished in allerlei type vaten.

 

Bruichladdich 21y 1989 ‘Black Art edition 2.02’, 49.7%, OB 2010
De neus doet me aan rosé denken, maar dat kan ook aan de kleur liggen. Ik heb rood fruit zoals aardbeien, rode bessen maar vooral kersen. Daarnaast siroop, zoethout, toast en met wat goede wil ook balsamico. Maar vooral wijn-ige tonen. Ook de smaak is dat. Rood fruit, iets van porto, roze pompelmoes (die kleur speelt me echt wel parten), stroop, granen en eik. Het geheel wordt droger naar het einde. Deze whisky heeft een behoorlijk lange afdronk, waar het zoete opnieuw de bovenhand krijgt op het droge. Pfff, dit is ver van slecht maar ik word hier niet warm van. Te veel (zoete) wijn, te weinig whisky. 79/100

Laphroaig 14y 1997, A. Dewar Rattray

Na lange tijd in familiehanden te zijn gebleven, ging Laphroaig in 1954 over in de handen van Bessie Williamson, die jarenlang als secretaresse werkte op de distilleerderij. Zij erfde Laphroaig omdat er geen rechtstreekse erfgenamen van de Johnston-familie waren en werd zo de eerste vrouwelijke distillery manager op Islay en waarschijnlijk de eerste in gans Schotland. Ze bleef Laphroaig beheren tot aan haar pensioen in 1972. Vandaag is de distilleerderij eigendom van Fortune Brands.


 
Laphroaig 14y 1997/2011, 56.5%, A. Dewar Rattray, Bourbon Hogshead #3327, 252 bottles
Geen overdreven assigheid in de neus, wel mooie rook (zowel turf als smeulend haardvuur), vermengd met vanille, citrus en granen. Pas daarna komt de zee opzetten, met zilt, zeewier en jodium. Ook op de smaak gaat de rook niet domineren, maar treedt hij wel meer op de voorgrond dan op de neus. Toch laat hij genoeg ruimte voor vanille en citrus. Zoet-zuur. Lekker zoet-zuur. Het zilt zit ook hier, net als wat peper. Gerookte heilbot en oesters. Deze laatste dus besprenkenld met citroen, peper en zout. Redelijke lange afdronk op turfrook, citrus en zilt. Een typische, klassieke jonge Laphroaig. En dus opnieuw meer dan gewoon lekker. 87/100

Bruichladdich 18y

Na de geweldige Laddie Ten, zet ik me aan een officiële Bruichladdich die iets hoger in pikorde staat, de 18y. Deze kost je een 75 euro.

 

Bruichladdich 18y, 46%, OB +/- 2011
Noten! Veel noten, dat is het eerste wat opvalt in deze neus. Okkernoten, cashewnoten en hazelnoten. Vanille, ook in grote hoeveelheden, en daarachter (maar dat is al wat meer zoeken) abrikozen, perziken, pruimen, wat gedroogd gras, kruiden en een beetje zilt. O wacht, ook een klein beetje rook, ver op de achtergrond, maar het komt toch even piepen. Zacht, romig op de tong met in eerste instantie dezelfde sensaties als in de geur, vanille en noten, gevolgd door perzik en abrikoos. Een beetje pompelmoes ook nog. Meer kruiden naar het einde en in de middellange, wat droge afdronk. Dit is geen slechte whisky, maar geef mij toch maar de nieuwe 10, pakken beter en maar de helft van de prijs. 77/100

Bruichladdich 10y ‘The Laddie Ten’

Vandaag een standaardbottelingen die links en rechts hoge ogen gooide, de Bruichladdich 10 of The Laddie Ten voor de vrienden. Het is een vatting van vooral bourbonvaten, maar ook enkele sherryvaten.

 

Bruichladdich 10y ‘The Laddie Ten’, 46%, OB 2011
Hola, dit is een wel zéér aangename neus. Aromatisch, met veel fruit. Fruit dat zich vermengt met zilt en zoete tonen (kandijsuiker en honing komen in me op). Qua fruit denk ik aan citroen, limoen en ananas. Wat gras ook (de vers-gemaaide variant), zoethout en een klein beetje rook. Maar dat alles erg expressief dus. De smaak is zacht, romig en fruitig: banaan, ananas, mandarijn. Licht tropisch zelfs. En ook hier gaat het fruit vergezeld van zilt. Zachte karamel en enkele kruiden vullen verder aan: kaneel, peper en gember. Mooi! Lange afdronk op fruit en kruiden. Ja, ik vind dit een indrukwekkende standaardbotteling, niet super-complex, maar voor een dikke 30 euro prijs/kwaliteit top me dunkt. 88/100

Port Charlotte 2002, Malts of Scotland, cask #1172

En dan nu een whisky die ook hoog scoorde op de Fulldram Class of ’89 tasting. Zowel voor de groep als voor mij viel hij net buiten de top-3. Alhoewel ik whisky één en twee 91 punten gaf en whisky drie en vier 90 (de andere tussen 86 en 89), het verschil tussen beide koppels was voor mij dus zo miniem dat ik na de komma zou moeten scoren.

 

Port Charlotte 2002/2010, 64.2%, Malts of Scotland, bourbon hogshead, cask #1172, 306 bottles
Voor meer dan 64% alcohol te zijn, ruik ik meteen heel wat meer dan de alcohol. Echt een levendige en aromatische neus. Sinaas, zilt, karamel, turfrook, leder en gember vallen op. Nat hooi ook. Ook op de tong is het meer dan te doen. Sterk, natuurlijk, mondvullend, natuurlijk, alcoholisch, natuurlijk… maar ook zonder water al heel wat meer dan dat. Zoet vooral. Karamel, honing, gekonfijte gember. Veel rook, net als peper en een beetje rubber. Met water erbij zilt en opnieuw het natte hooi. Lange afdronk op zoete turf en zilt. Sprankelend en levendig, met de nadruk op zoete en farmy turf, een profiel dat me wel ligt. 90/100

Bunnahabhain 36y 1975, The Nectar of the Daily Drams

Bunnahabhain is één van de weinige distilleerderijen die gedurende het grootste deel van z’n geschiedenis eigendom is gebleven van dezelfde groep, nl. de Highlands Distillers Group. Gebouwd tussen 1881 en 1893, kwam het in 1887 in handen van de groep en bleef dat tot 2003, toen de groep Bunnahabhain verkocht aan Burn Steward Distillers, dat op z’n beurt overgenomen werd door CL Financial.

 

Bunnahabhain 36y 1975/2011, 58%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with LMdW, fino sherry, 258 bts.
Aangename neus, maar wat aan de droge kant. Wat niet abnormaal is natuurlijk, de fino zal z’n werk gedaan hebben. De associaties waar ik aan denk, zijn grassig (hooi), noten, natte bladeren, aarde (natte aarde), een beetje boenwas en dadels. Met water treedt er fruit op de voorgrond. Rode appels en sinaas vallen me dan op. Ook de smaak is droog, maar complexer dan de neus. Okkernoten, natte bladeren, mos en zoethout als start, in lijn met de neus dus. Daarna gevolgd door balsamico en zilt, en door heel wat fruit. Sinaas, bramen, kersen, bosbessen… Lange, droge afdronk met toch voldoende fruit om het lekker te houden. Op de neus vond ik ‘m niet super, misschien wat te weinig aromatisch, op de smaak won hij enkele punten, vooral dankzij de extra complexiteit en de prominentere aanwezigheid van het fruit. 87/100

Bunnahabhain 24y 1987, Duncan Taylor

Vandaag nog een nieuwe botteling van Duncan Taylor, deze keer een Bunnahabhain 1987. Kost ongeveer 100 euro. Wist je trouwens dat Bunnahabhain Distillery in z’n beginjaren Islay Distillery heette?

 

Bunnahabhain 24y 1987/2011, 55.7%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 1598, 399 bts.
Rijke en aromatische sherryneus met veel gedroogd fruit (abrikozen, vijgen, dadels, pruimen, rozijnen, the whole lot), noten, sinaas en honing. Daarnaast heeft deze neus ook een florale kant. Gedroogde bloemen, hooi en heide. Ook kruiden ontbreken niet: peper en kaneel. Zeer mooi. Stevig en prikkelend mondgevoel, met zowel een zoete en fruitige kant als een droge en kruidige kant. Voor dat laatste zorgen eik, noten, peper en gember, maar dat wordt gecounterd door cake, chocolade, honing, sinaas en rode appels. Naar het einde gaat het droge het zoete wat verdringen. Sterke thee. Middellange, verwarmende en kruidige afdronk. Vooral de neus van deze whisky kon me erg bekoren. 85/100

Bowmore 12y 1998, A. Dewar Rattray

Vandaag een Bowmore 1998 van Dewar Rattray, te koop aan minder dan 60 euro. We weten al langer dat Bowmore de zepige jaren tachtig achter zich heeft gelaten, we hebben schitterende dingen kunnen proeven uit 1993, 1994 en 1995, maar ook distillaten uit de tweede helft van de jaren negentig blijken dus vaak erg lekker te zijn.

 

Bowmore 12y 1998/2011, 62.8%, A. Dewar Rattray, sherry butt #800167 (part), 271 bottles
Stevig rokerige neus (en dus niet ‘a touch of smoke and peat’ zoals de officiële tasting notes suggereren), vermengd met zee-elementen, mineralen en mooie sherrytonen. Dat vertaalt zich in associaties van turfrook, zilt, jodium, wat rubber, noten, leder, sinaas en natte stenen. Bij die sinaas denk ik vooral aan de schil ervan (zeste). Met water (want niet onlogisch aan dit alcoholpercentage) zelfs wat ‘farmy’ (nat hooi en natte hond). Mooi! Hij is zonder water natuurlijk erg krachtig en prikkelend op de tong, olieachtig ook. Opnieuw rook, maar minder dan op de neus, zilt, citrus (eerder citroen hier) en een groot aandeel sherry. Noten, leder en kruiden (zoethout valt op). Met water zoeter (vanille), meer citroen, en ook nog meer zilt. Lange afdronk, rokerig en zilt. Bowmore uit een sterke periode heb ik zo de indruk. 87/100

Bowmore 12y 1999, Fulldram

Met onze whiskyclub Fulldram hebben we zopas een derde clubbbotteling uitgebracht. Na de complexe fruitigheid van de Littlemill 1990 en de smeuïge zoetheid van de Auchentoshan 1999, wilden we nu de kaart van de turf trekken. Onze keuze viel uiteindelijk op een Bowmore 1999. Het werd meteen ook de eerste eigen botteling, waar de vorige Malts of Scotland bottelingen waren. Ruben Luyten stond in voor het ontwerp van het label. Waarvoor nogmaals dank Ruben.

 

 

Bowmore 12y 1999/2011, 57.6%, Fulldram, oloroso sherry cask matured, 190 bottles
De neus start meteen erg ‘coastal’. Kustig dus, maar geef toe, dat bekt niet echt. Ik heb vooral veel zilt, maar ook jodium (licht medicinaal) en zeewier. Een degelijke portie turfrook volgt, net als teer, met daaronder zoete tonen zoals vanille en melkchocolade. Pas in tweede instantie komt de sherry er door. Leder, rozijnen en allerlei bessen. Bramen, bosbessen en rode bessen. Dan ook nog een beetje wit fruit à la appel en perzik. Met water wordt het zoeter en krijgt de appel en de perzik de bovenhand op de bessen. Stevig mondgevoel met veel turfrook en zilt, donkere chocolade en een pak kruiden: kruidnagel, kaneel, zoethout en steranijs. Met water wordt het een stuk ronder en toegankelijker, dan met associaties van praliné, appeltjes uit de oven en bessen. Lange afdronk op turf en zilt, maar ook hier zoeter en fruitiger met water. Ik vind dit best comlexe whisky, maar om dat te ontdekken is er zeker op de smaak water nodig. Water maakt het geheel ook ronder, minder scherp. De neus komt het best onversneden tot z’n recht, de smaak versneden. Vandaar dat we er ook voor geopteerd hebben deze whisky onversneden te bottelen, dan kan je zelf beslissen al dan niet water toe te voegen (idealiter dus na het neuzen). 88/100

 

Het zou me trouwens niet verbazen mocht deze whisky nog beter worden in de (open) fles, de lucht en de jaren zouden de scherpe kantjes wel eens verder kunnen afronden en het fruit meer naar voor brengen. Ik heb dat al wel vaker gemerkt bij vatsterkte-whisky’s (en zeker geturfde whisky). Whisky’s op drinksterkte kunnen na enkele jaren in een open fles weleens ‘plat’ vallen, whisky’s op vatsterkte hebben soms juist baat bij enkele jaren in een geopende fles.

Caol Ila 1981, Thosop

Vandaag maak ik met veel plezier tijd voor de nieuwe Thopos Handwritten. Dit keer is het een Caol Ila 1981 geworden. Er verschijnt zeer veel onafhankelijke Caol Ila en deze stellen zelden teleur, ik veronderstel dat dit ook hier niet het geval zal zijn. Maar toch verwacht ik van een Thosop botteling nog nét een ietsje meer, dat deze Caol Ila dus nog beter is dan de grote massa lekkere Caol Ila.

 

Caol Ila 30y 1981/2011, 50.6%, Thosop Handwritten Label, by The Whiskyman, bourbon cask, 153 bottles
Wow, dit is alvast een prachtige neus! Een neus die ik kan samenvatten als zoete, fruitige turf gedrenkt in olie. Olijfolie, maar eigenlijk nog meer lijnzaadolie. Amandelolie ook, wat me dan naadloos bij marsepein brengt. De turf is discreet en clean, maar een weinig medicinaal. Het fruit waar ik aan denk is banaan, mandarijn en ananas. Ook het zee-karakter ontbreekt niet. Zilt en jodium. Een klein beetje teer. Ha, nu ook kokos. Een hint van rum. Complexe en ronduit schitterende neus. En het goede nieuws is dat de smaak niet moet onderdoen. Hier is de turf wel wat minder discreet. Licht medicinaal opnieuw, met ook hier het zilt. Ook de banaan ontbreekt niet. Groene thee noteer ik nog, net als kandijsuiker, ananas en amandelen. Zeste van sinaas. Prikkelend en levendig. Zeer, zeer goed. Old style Caol Ila, deze whisky kan perfect doorgaan voor een begin-jaren-zeventig distillaat. Lange afdronk, op mooie, zachte turfrook, zilt en pompelmoes. Knap! 92/100

Bunnahabhain 19y 1991, A. Dewar Rattray

Een andere nieuwe botteling van Dewar Rattray is een Bunnahabahin 1991, gerijpt op sherry butt, die je je kan aanschaffen voor een goeie 70 euro.
Net zoals zoveel andere distilleerderijen is Bunnahabhain een tijd lang gesloten geweest, maar in tegensteling tot meerdere lotgenoten werd de productie in 1983 opnieuw opgestart i.p.v. dat de deuren definitief gesloten werden.

 

Bunnahabhain 19y 1991/2011, 54.3%, A. Dewar Rattray, sherry butt #5447, 328 bottles
Zachte sherryneus op tonen van geroosterde noten, gedroogde vijgen, tabak, koffie en sinaas. Er zit ook een waxy kantje aan, net als een rokerig. Mooi! De smaak gaat verder op deze aroma’s: sinaas, koffie, vijgen, geroosterde noten, tabak en rook (van het hout). Maar ook karamel en rozijnen, vervolledigd door eik (maar niet erg veel) en een aantal kruiden zoals zoethout en kaneel. Eerder lange afdronk op kruiden en zoete tonen zoals honing en kandijsuiker. Knappe en vlotdrinkbare Bunnahabhain, die alle sensaties mooi in balans heeft. 86/100

Aberlour 1994 & Bowmore 1997 Mac Bolle

Ter ere van 100 jaar Ronde Van Vlaanderen in 2012, verschijnen twee single cask bottelingen, een Aberlour 1994 en een Bowmore 1997. Het label draagt de naam en beeltenis van de legendarische Torhoutenaar Karel Van Wijnendale (alias ‘Mac Bolle’), wielerjournalist, stichter van de sportkrant Sportwereld en geestelijke vader van de Ronde van Vlaanderen.
Beide vaten werden geselecteerd door Whisky Import Belux en The Bonding Dram, de flessen worden verkocht door de stad Torhout, dat in 2012 de titel Dorp van de Ronde Van Vlaanderen mag dragen. De prijs voor een fles is 60 euro, waarvan er 5 euro naar de actie Kom Op Tegen Kanker gaat. Hoe je de flessen kunt bestellen lees je hier.

 

Aberlour 16y 1994/2011 ‘Mac Bolle’, 46%, Whisky Import Belux & The Bonding Dram, Bourbon Hogshead #8825, 279 bottles
Erg aangename, zoete neus die start op vanille en fruit. Sappig wit fruit à la rode appels (oké, het wit slaat dus op de binnenkant), peren, perziken en lychee. Lycheesap. Na enige tijd toast, geroosterde noten, hooi en kruiden. Mooi rond en romig mondgevoel. Vanille, peer, perzik. Best stevig ook wel, lijkt meer dan 46%. Hiervoor zorgen de eik en de kruiden, kruiden zoals peper, zoethout en gember. Middellange, wat droge afdronk op hooi, eik en kruiden. Simpele whisky, maar dat bedoel ik positief. Niet complex, niet super gelaagd, wel makkelijk te benaderen en even makkelijk drinkbaar. Een whisky zonder streken. 84/100
 
 

Bowmore 14y 1997/2011 ‘Mac Bolle’, 46%, Whisky Import Belux & The Bonding Dram, Bourbon Hogshead #800029, 303 bottles
Uitzonderlijk zachte, zelfs wat delicate neus, wat natuurlijk aan het alcoholpercentage ligt (de meeste jonge Bowmores die ik proefde, zijn vatsterktes, en dat betekent vaak 60% en meer). Geen rookbom, de (turf)rook is licht en laat veel ruimte voor ‘zee’: jodium, zeewier, zilt en een heuse plat de fruits de mer. Dat laatste besprenkeld (stevig besprenkeld) met citroen. Vanille en zachte nougat maakt de neus wat zoet. Zachte, cleane smaak. Rook, vanille, kaneel, citroen en opnieuw een stevige ‘coastal’ toets (zilt). Mineralig ook wel. Geen al te lange afdronk, zilt en rokerig met citroen ertussendoor. Cleane, zilte en net zoals de Aberlour vlot drinkbare en dus erg toegankelijke whisky. 86/100
 

Caol Ila 10y 2000, Kintra Single Cask Collection

Kintra is het geesteskind van Erik Molenaar, een Nederlander met een grote passie voor whisky. Hij organiseert al vele jaren tastings, maar in 2009 schakelde hij een versnelling hoger met de oprichting van Kintra Whisky. Een jaar later begon hij zelf whisky te bottelen onder z’n Kintra Single Cask Collection label.
De regio waar de whisky vandaan komt wordt verraden door de kleur van het label: rood voor Speyside, blauw voor de Highlands, groen voor de Lowlands en bruin voor Islay. Ik begin met een bruin…

 

Caol Ila 10y 2000/2011, 62.6%, Kintra Single Cask Collection, Bourbon Hogshead #309534, 120 bottles
Zoet-rokerige neus. Niet zozeer turfrook echter, eerder een smeulend haardvuur, wat assig. De assen van sigaren ook wel. Die rook vermengt zich met kandij, acaciahoning en amandelen. Niet veel fruit, enkel wat citrus (ik denk aan limoen). Water versterkt de grassigheid en brengt de geur van natte wol en mineralen naar voor. Best lekkere neus. Gezien het alcoholvolume hoeft het niet te verbazen dat het mondgevoel stevig en prikkelend is, maar hij is verdacht drinkbaar zonder water. Erg clean, rokerig en grassig met gezoete citrus erdoorheen. Hier wel turf. Zoete turf. En wat zilt niet te vergeten. Niet complex maar erg rechttoe rechtaan. Met water nog wat zoeter en assiger. Tja, zelfs op 62.6% (op welk percentage is deze spirit op vat gedaan???) heb ik ‘m het liefst zonder water. Lange afdronk, zoet, rokerig en zilt. Ik vind dit een erg lekkere jonge Caol Ila, knappe vatselectie van de mensen van Kintra. 86/100

Bunnahabhain 1968, The Whiskyman

De vijfde botteling van The Whiskyman is een Bunnahabhain 1968. 1968, het jaar van de Auld Acquaintance… (sorry, even het kwijl van m’n mondhoeken vegen). Deze botteling werd getiteld ‘Dram together’. Je moest eens weten hoeveel Beatle-songs er zich nog lenen tot een leuke whisky-gerelateerde verbastering. Bring it on Dominiek!
Ik proef ‘m op de tonen van Chet Baker’s Angel Eyes. Oké, dat is niet van hem, het een jazzstandard uit de jaren 1940, maar zijn versie dus. Ah, melancholie…

 

Bunnahabhain 1968/2011 ‘Dram Together’, 46.5%, The Whiskyman, 120 bottles
Bananen! Gebakken bananen. Geflambeerde bananen… zalig gewoon! Niet dat ie nogal ééntonig is, verre van, maar die warme bananen is toch wel het eerste dat opvalt in deze neus. Vijgen, ja ook dat valt op. Maar ook andere soorten fruit laten zich gelden: pruimen, gele rozijnen, aardbeienconfituur. Naast dit (zoete) fruit heb ik honing, antiekwas en (oud) leder. Daarna gember (gekonfijte gember) en zoethout. Dennenhars. Melkchocolade. Subtiele sherrytonen. Eik? Ja, maar heel wat minder dan je zou verwachten op deze leeftijd. Getemde eik. Het zoete en het fruitige halen het op de neus van het bittere, met meerdere fietslengtes. Op de smaak meer eik, zoals wel vaker, maar het wordt nooit drogend. Integendeel, het zoete en vooral het fruit blijven de forcing voeren. De bananen en de vijgen zetten zich door en worden vergezeld van sinaas, sappige peren en zelfs wat mango. Qua zoets heb ik honing en rozijnen. Kaneel, zoethout en nootmuskaat qua kruiden. Tabak noteerde ik nog, net als toast. Meer ‘sherry’ dan op de neus. En een perfect, romig mondgevoel. Lange afdronk op vijgen, zoethout, honing en zachte eik. Het blijft dus tot op het einde zacht en elegant. En dat is de sterkte van deze whisky: 43 jaar oud en nog zo levendig, fris en vol aroma’s. Prachtig! 93/100

Bowmore 1998, Asta Morris

De jongste botteling van Bert Bruyneel is een Bowmore 1998 onder z’n eigen Asta Morris label. Ik proefde er een tijd geleden al een cask sample van en was meteen verkocht. Ondertussen heeft de whisky nog wat verder gerijpt en is ie ook versneden tot ideale drinksterkte. Opnieuw proeven dus.

 

Bowmore 13y 1998/2011, 49.7%, Asta Morris, cask AM003, 211 bts.
Mineralige, prikkelende turf, dat was het eerste wat me in de cask sample opviel. Nu is hij ronder, minder scherp. Op de neus heb ik nog steeds de mineralen (natte stenen, zomerse regenbui, je kent het wel) en de turf, maar wat mij nu vooral opvalt, is zwarte woudham en lapsang souchong thee, twee associaties die een smile op m’n gezicht brengen. Lapsang souchong thee wordt gedroogd op een vuur van naaldhout, en dat is wat ik in deze neus terugvind, de rook die vrijkomt bij het verbranden van naaldhout. De zwarte woudham wijst dan weer op zilt en zoete rook (en vlees natuurlijk). Wat heb ik nog? Honing, kruisbessen, bijenwas en bostoestanden. Met dat laatste bedoel ik mos, varens enzo. En ja, het is een naaldbos. Rond, romig mondgevoel met opnieuw het gerookte vlees en dito thee. Barbeque, hammetje aan het spit… gemarineerd. Met honing. Kruidig dus, zilt en zoet. Naast de honing noteer ik ook vanille. Qua kruiden heb ik tijm, citroenmelisse, gember, en nog heel wat meer. Amandelen schrijf ik nog op, net als wat citrus en lichte eik. Wreed lekkere whisky, en zo drinkbaar! Lange afdronk op zoete en zilte turfrook. Prijs/kwaliteit een absolute topper. En een whisky die recht op mijn smaakprofiel zit, alsof ie voor mij gemaakt is. 91/100

Bunnahabhain 32y 1979, Duncan Taylor

Vandaag nog een nieuwe botteling van Duncan Taylor, een Bunnahabhain 1979 deze keer. Geen vattype vermeld, maar ik vermoed dat het hier om een bourbonvat gaat.

 

Bunnahabhain 32y 1979/2011, 47.1%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 38408, 182 bottles
Zachte zoete neus die het in eerste instantie moet hebben van melkchocolade, marsepein (amandelen, maar dus eerder het zoete en niet het bittere ervan) en sinaas. Ha, van die stammetjes sinaasmarsepein met chocolade rond (denk The Chocolate Line)! Een beetje kokos ook, appel, pistache en weidebloemen. Boter. Erg aangename neus. De smaak is al even zacht als de neus en moet het hebbben van granen (pils), honing, heide en appels. Cider. Wat banaan ook en pompelmoes. Hij wordt hoe langer hoe grassiger. Naar het einde toe doemen nog gember, zoethout en zachte eik op. Wat bitter. Middellange, drogende afdronk op vanille, zoethout en pils. De smaak houdt het niveau van de neus niet helemaal aan, de pils stoort me een beetje. 85/100

Ardbeg Alligator

Ardbeg bracht recent een nieuwe botteling op de markt, de Alligator. De naam alligator is afgeleid van het proces waarbij men de binnenkant van vaten schroeit alvorens er whisky op te lageren. De staven die men hiervoor gebruikt, zouden het patroon van krokodillenhuid hebben. Bon, tijd om dit varkentje, ik bedoel krokodilletje te wassen.

 

Ardbeg Alligator, 51.2%, OB 2011
De neus start op turf, rubber en houtkool, snel gevolgd door kruiden, citrus en rabarber. Best veel kruiden op de duur: zoethout, gember, tijm… Amandelen ook, net als wat zilt. Gerookte heilbot. Water toevoegen is niet nodig, doe je dat wel dan komt de citrus meer naar voor. Volle smaak op turfrook, sinaas, appels, gember, nootmuskaat, zoethout en toast. En ook hier wat zilt, net als zeewier. Meer zilt met water. Niet erg complex. Geen al te lange, droge afdronk in het verlengde van de smaak met noten als extraatje. Lekkere whisky, maar dat is lekker zonder meer. Voor mij een lichte teleurstelling, ik had hier nog net wat meer van verwacht. 84/100

Lagavulin 1988, Moon Import

Deze Lagavulin werd geschonken tijdens de ‘Happy Masterclass’ op Spirits in the Sky vorig weekend. Het moet daar naar het schijnt een zeer gezellige boel zijn geweest, met Bert Bruyneel, Mario Groteklaes en Paul Dejong die ten dans speelden. Ik was spijtig genoeg van dienst. Bij Bert en Michiel van de Dutch Connection zag ik echter diezelfde Lagavulin staan. Here we go:

 

Lagavulin 1988/1998, 50%, Moon Import, Horea Solaris, 1300 bottles
Prachtige, elegante en cleane neus die het niet zozeer moet hebben van zware turf maar van subtielere tonen. Tonen van gele appels, citrus, aardbeien, bramen, wat zilt, zwarte thee, rietsuiker, natte bladeren, natte stenen… en natuurlijk toch ook wel wat turf, maar eerder als één van de vele elementen. Complex en vooral zalig om ruiken. Al even mooi en clean op de smaak. Misschien minder complex dan de neus, maar wat maakt dat uit, als het zo leker is als hier? De gele appels en de citrus van op de neus heb ik terug, aangevuld met aardbeiconfituur en suikerspin (best zoet ja), en cleane turf. De afdronk borduurt hier op verder, met nog wat extra kruiden. Tien jaar oud? Wow! 92/100

Laphroaig 10y Cask Strength, Batch 002

Van het nieuwe cask strength label proefde ik een tijdje terug batch #001, een whisky die me niet helemaal kon overtuigen. Ondertussen zitten we al een batch #003, maar ik proef vandaag batch 002.

 

Laphroaig 10y cask strength, 58.3%, OB, batch #002, Jan. 10, 2010
In de neus van deze Laphroaig valt eerst het zoete (vanille) en het fruitige (citrus) op, eerder dan de rook, die bij batch 001 domineerde. Daarna zet de rook zich door, samen met medicinale toetsen. Hij is ook vrij mineralig, natte stenen en zo. Ook het coastal karakter ontbreekt niet: zilt, zeewier, jodium. Misschien ook wat rubber. Leder zeker ook. Hetzelfde verhaal op de smaak: eerst vanille en fruit (limoen en groene appels), dan de medicinale rook en het zilt. Aarde en noten vervolledigen. Met water zoeter en meer rook. Lange afdronk op turfrook, citrus en veel kruiden. Ik vind deze beter dan batch 001, minder ‘assig’, complexer. Maar er zijn er anderen die daar anders over denken. 88/100