Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Islay’

Doek

En laten we het nu even stil maken. De Bowmore 1964 ‘Fino’ is de eerste uit de zogenaamde 1964 Wood Trilogy. Hij werd in september 2002 op de markt gebracht, gevolgd door de Oloroso en de Bourbon. Deze Fino-botteling bevat whisky van twee vaten, meer bepaald twee sherry fino vaten van de Macharnudo Albariza wijngaard. Sidder en beef met mijn mee.

 

Bowmore 37y 1964, 49.6%, OB 2002, Wood Trilogy, Fino, 300 bottles
Hallelujah! Wat een fenomenale neus… Zo verschrikkelijk complex. Alles wat je zoekt, vind je. Dit is rijk, diep en ongelooflijk gelaagd. Het typische tropische fruit is aanwezig, maar niet zomaar aanwezig, het vertoont zich in volle glorie. Mango, lychee, ananas, kiwi, passievrucht, papaya… noem ze maar op. Het wordt vergezeld van sublieme roze pompelmoes. Roze pompelmoes met de perfecte hoeveelheid griessuiker (net zoet genoeg), het sap dat zich langs je mondhoeken aan de zwaartekracht overgeeft. Al dat succulente fruit wordt ondersteund door het zilt van Bowmore en de sublieme zachte en zoete turf. Dan dient er zich ook een waxy laag aan. Bijenwas, oud en geboend leder. Vervolgens heb ik ook tintelende kruiden, lichte tonen van koffie, vanille fudge en nougat. De geur van sigarendoosjes ook. En nat hooi (farmy, hell yes). Het houdt niet op, ik heb nu ook florale toetsen (gedroogde bloemen). Man, hoe wonderlijk is dit! En ook de smaak beantwoordt aan de torenhoge verwachtingen. Hij heeft werkelijk alles. Om te beginnen fruit: roze pomplemoes, mandarijn, ananas, mango… Zilt. Zachte turf (iets prominenter dan op de neus). Zoete elementen (nougat, mokka). Kruiden (zoethout, gekonfijte gember, kaneel). Bijenwas. De boerderij (nat hooi). Ook op de smaak is dit één van de meest complexe whisky’s die ik al kon proeven. En dat alles is perfect – maar dan ook perfect – gebalanceerd en met elkaar verweven. Het mondgevoel is romig. Zijdezacht eigenlijk. Lange, geweldig lange en complexe afdronk, op zowat alles wat de smaak te bieden had… Eén van de mooiste woorden uit het Engels is Flabbergasted. Het laat zich vertalen als overdonderd. De perfecte omschrijving van mijn gemoedstoestand. 99/100

Ik moet zeggen dat ik voor deze whisky de tijd heb genomen. Ruim de tijd. Ruim de tijd kùnnen nemen ook (waarvoor nogmaals mijn eeuwige dank Bert). Het is een whisky die me meteen onderuithaalde. Maar die me ook nooit de kans liet recht te krabbelen en bij m’n positieven te komen. Hij greep me bij de keel, en liet niet meer los. Zelfs het lege glas deed me naar adem happen. Dit is kunst. Verheven kunst.
Maar, hoor ik u zich afvragen, is hij beter dan de 1966 Samaroli ‘Bouquet’? Mwaa… eerlijk? Geen idee. Beide whisky’s hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt en in mij achtergelaten. Het proeven ervan (allebei ondertussen al meer dan eens) zijn momenten die ik nooit vergeet, meer nog, die ik koester. Ooit moet ik ze eens naast elkaar zetten, om finaal te kunnen zeggen wat ik de beste whisky ooit vind. Maar dan zou ik daar ook nog die Laphroaig 1967 bij moeten kunnen betrekken. Een heel ander profiel, maar nog zo’n letterlijk indruk-wekkende whisky. De Port Ellen 12 James MacArthur (dark) kan dan als sparring partner opdraven. Ha, het idee alleen al! Laat het me een project noemen.

 

Maar dat zal dan een project buiten Onversneden zijn. De titel verraadde het al, ik trek hierbij een sierlijke streep onder deze blog. Onder het motto ‘het is goed geweest’, wordt het tijd mijn passie voor whisky anders in te vullen en vooral wat meer tijd uit te trekken voor de dingen die zo veel belangrijker zijn dan whisky. Jawel, ze bestaan.

Nosing and tastingHet begon allemaal in februari 2008. Ik was al een jaar of vier intensief met whisky bezig. Tastings, festivals, clubactiviteiten afschuimend, telkens met het notaboekje in de hand en maar ijverig noteren. Om uiteindelijk de drang om mijn bevindingen wereldkundig te maken niet langer meer te onderdrukken. Een blog werd geboren. Exact zes jaar en een kleine 2000 notes later, heb ik het gevoel het wel wat gehad te hebben. Wroeten op een whisky, zoeken naar associaties, soms met volle goesting, soms omdat het moet, omdat er nu eenmaal een blog gevuld dient te worden… het begon af en toe toch wat ‘werken’ te worden.

Wat bij dat laatste ook meespeelt, is dat ik me niet van de indruk kan ontdoen dat het qua nieuwe releases het laatste jaar, de laatste twee jaar merkelijk een stuk minder boeiend geworden is. Zowat alles van de jaren zeventig is gebotteld, de jaren tachtig zijn gemiddeld minder interessant en ook daarvan lijkt er niet zo veel meer beschikbaar. Opéénvolgende bottelingen van Caperdonich 1972, Longmorn 1976, Clynelish 1982, Lochside 1981, Tomatin 1976, BenRiach 1976 en dergelijke meer (telkens zeer beschikbare vintages, maar ook zeer lekkere) zijn vervangen door reeksen Glen Garioch 1992, Clynelish 1997, Ardmore 1992, Laphroaig 1998… ook vaak lekker, maar toch niet vergelijkbaar. En niet zo veel goedkoper dan de nu cultflessen van amper twee, drie jaar geleden. Het kan natuurlijk zijn dat dit een tijdelijk fenomeen is, bepaald door al even tijdelijke factoren. Laat Bowmore van de jaren negentig en begin jaren tweeduizend tien jaar langer rijpen, geef Port Charlotte de tijd om z’n scherpe kantjes af te ronden, gun Clynelish 1997 de leeftijd van die fameuze 1982’ers. De toekomst hoeft er niet noodzakelijk somber uit de zien. Maar dan zullen er andere keuzes gemaakt moeten worden.

Je kan immers niet naast enkele trends kijken. Enerzijds distilleerders die alsmaar jonger bottelen, anderzijds onafhankelijke bottelaars die nog moeilijk aan ‘mooie’ vaten geraken. De stijgende vraag naar premium whisky’s in het Verre Oosten speelt hierin een belangrijke rol. Er zullen in de toekomst ongetwijfeld nog schitterende whisky’s uitgebracht worden, maar het aanbod zal kleiner (en jonger) zijn en de prijzen… tja, dat laat zich wel raden. Nochtans is er geen enkele markt die alleen maar stijgt, ooit komt er een stevige knik in die alsmaar klimmende lijn, elke bubbel moet ooit eens barsten. Maar ik denk niet dat dat voor onmiddellijk is, en dat we dus nog enkele jaren tegen stijgende prijzen zullen aankijken.
Ik heb het voorbije anderhalf jaar nog maar weinig nieuwe bottelingen gekocht en me eerder gericht op gemiste bottelingen van de jaren voordien, weliswaar vaak aan een hogere prijs. Die jaren voor de terugval boden immers een overvloed aan fantastische whisky’s, maar tenzij je over onbeperkte middelen beschikte, was je verplicht te kiezen. En kiezen is zoals iedereen weet altijd een beetje verliezen. Daarenboven is er nog zoveel ander lekkers (en betaalbaarders) te ontdekken, zeker wat wijn en z’n satellieten (Sherry, Madeira, Cognac…) betreft. Alhoewel whisky altijd mijn eerste passie zal blijven.

Ga ik Onversneden missen? Ongetwijfeld. Maar het leven zonder zal wel wennen en zal me niet minder bevallen. Want, zoals Oscar Wilde het in Lady Windermere’s Fan verwoordde: we are all in the gutter, but some of us are looking at the stars.

The End

Port Charlotte ‘An Turas Mor’

De An Turas Mor bevat vijf tot acht jaar oude whisky en is ‘unfinished’. Wat tegenwoordig een kwaliteitsaanduiding is. Voor een goeie 40 euro is hij de jouwe.

 

Port Charlotte ‘An Turas Mor’, 46%, OB +/-2010
Een neus met veel ‘kust’. Zilt, zeewier, een beetje jodium, je kent het plaatje. Zachte rook en veel mineralen. Olijfolie en natte stenen. Fruit in de vorm van citroen en limoen, appels en perziken. Zachte kruiden (munt, kaneel, peper). Een beetje vanille. En, als een duivel uit een doosje, is de boerderij en z’n bijhorende geuren daar. Nat hooi, natte hond en met wat goede wil ook mest. Na enige tijd komt daar oude kaas bij, een beetje zweterig. Maar dat laatste is hier absoluut geen minpunt. De smaak is zoet, met opnieuw de mineralige en medicinale tonen die ik ook in de geur had, samen met zilt, kruiden en turfrook. Die rook doet me ook wat aan een barbecue denken. Het fruit is nu nog enkel citrus. Vol en rond mondgevoel. Lange, kruidige en rokerig afdronk. Complex turfje, behoorlijk naar mijn goesting. 87/100

Bunnahabhain 26y 1987, The Nectar of the Daily Drams

Dat Bunnahabhain 1987 lekker kan zijn, weten we ondertussen al. De kleur van deze van The Nectar & La Maison du Whisky is lichter dan de kleur van hun zusterbotteling, deze op 60.3%.

 

Bunnahabhain 26y 1987/2013, 62.5%, The Nectar of the Daily Drams ‘Yin-Yang’, joint bottling with LMdW
Die lichtere kleur kon al doen vermoeden dat deze Bunna op de neus eerder zachte sherry ten toon zou spreiden. En dat doet hij ook. Geen scherpe, bittere tonen, wel associaties van chocolade en praliné, rozijnen en pruimen, koffie en tabak. Lichte mineralen en de geur van de herfst. Natte bladeren, varens… de eik laat zich gelden, zonder schreeuwerig te worden. Zachte kruiden. Een neus om stilletjes van te genieten. Erg prikkelend mondgevoel (je weet wel, zoals cayennepeper het gat van een ezel prikkelt – ik blijf het een goei vinden). Krachtig en kruidig, op smaken van tabak, sterke thee, koffie, noten, chocolade, gember, nootmuskaat en peper. En meer eik dan in de geur. Zilt op de achtergrond. Lange, droge en kruidige afdronk. Minder complex dan de Archives en op de smaak scherper. 87/100

Laphroaig 18y

We blijven op Islay, maar zakken naar de zuidkust. De 18 is al enige tijd onderdeel van de standaardbottelingen van Laphroaig, tijd om hem onder loupe te nemen.

 

Laphroaig 18y, 48%, OB 2013
De turf is zacht en gaat vergezeld van vanille, zilt, jodium en een behoorlijke hoeveelheid fruit. Daar horen onder andere appels, perziken, wat ananas en abrikozen bij. Ik ruik ook een beetje boter. En in de verte hooi, ook een beetje. Het geheel is vrij licht, maar wel meer dan aangenaam om ruiken. Ook de smaak is vrij zacht, het mondgevoel is romig. In eerste instantie turf en zilt, met daarachter zoetere aroma’s zoals vanille, citroensnoepjes, marsepein, zoethout, perziken en wat ananas. Zeewier nu ook. En heide. De eik groeit naar het einde. De afdronk is zacht en lang, zoet, zilt en rokerig. Lekkere Laphroaig, minder assig dan soms het geval is (weliswaar bij jongere whisky’s), deze gaat wat breder. 88/100

Kilchoman ‘Loch Gorm’ 2007

Kilchoman is hier nog niet veel aan bod gekomen. Er zijn er nog maar twee voorafgegaan, aan deze Loch Gorm. Deze botteling is trouwens de enige standaard-Kilchoman die volledig op sherryvat rijpte. Bij deze eerste batch is dat oloroso.

 

Kilchoman ‘Loch Gorm’ 5y 2007/2013, 46%, OB, first release, 10.000 bottles
Zilte en rokerige neus, vergezeld van wat zoetere tonen (karamel en gebak) en wat scherpere (kruiden zoals peper en gember, en teer). Dankzij de sherry komen er ook koffie, tabak, leder en noten bij. En fruit. Bij deze laatste denk ik vooral aan appelsienen en kersen. Mooie balans voor zo’n jonge whisky, dit is immers nog geen zes jaar oud. De smaak moet het vooral hebben van zoete turfrook. De zoete aroma’s worden aangevoerd door chocolade, karamel, rozijnen, appelsien en pruimen. Met wat moeite ook een beetje banaan. Rijpe banaan. Pas daarna komen er kruiden bij. Gember, zoethout, munt en kaneel. Het mondgevoel is romig en olieachtig. De afdronk is iets droger, vooral op turf, zilt en kruiden, maar met voldoende zoet weerwerk. En hij is erg lang. Rekening houdend met het feit dat ik nog niet zo veel Kilchoman heb geproefd, is dit voor mij met gemak het beste van de distilleerderij. Moet ronduit fantastisch worden op hogere leeftijd. 86/100

Port Ellen 24y 1983, The Whisky Agency ‘Butterflies’

Vandaag één van de beste Port Ellens die ik de laatste tijd heb kunnen proeven, een 1983, enkele jaren geleden gebotteld door The Whisky Agency. Bedankt voor de sample André!

 

Port Ellen 24y 1983/2007, 58.4%, The Whisky Agency ‘Butterflies’, refill sherry wood, 240 bottles
Dit sherryvat was actiever dan het gemiddelde sherryvat waar Port Ellen op rijpte. De turf en het zilt worden stevig ondersteund door zaken zoals koffie, tabak, leder, zoethout, appelsienen, abrikozen, gekonfijt fruit, appel- en perensiroop, chocolade… je merkt het, het geheel is behoorlijk zoet. Geweldig vind ik dit. Sherry turf en zilt in perfecte harmonie. Rubber? Misschien, maar dan de ‘goede’ variant en ver op de achtergrond. Op de tong is dit een stevig beestje, en rokerig dan op de neus. Turfrook hand in hand met kruiden, zilt en zoete associaties. Qua kruiden hebben we het over gember, zoethout, peper en nootmuskaat. Voor het zoets zorgen peperkoek (opvallend), gekonfijt fruit, drop, marsepein, appelsienen, kersen en pruimencompot. Rubber opnieuw, maar ook hier alles behalve storend. Vol, rond en krachtig mondgevoel. Alle smaken mooi geïntegreerd. Erg lange, zoete en zilte afdronk. Een beest, ik zei het al, maar dan wel een perfect getemd beest. 92/100

Smokehead 18y ‘Extra Black’

De Smokehead ‘Extra Black’ van Ian MacLeod is een whisky met een reputatie. Zeker nadat het gerucht de ronde deed dat dit een Ardbeg-in-disguise zou zijn. M.a.w. achtien jaar oude Ardbeg.

 

Smokehead 18y ‘Extra Black’, 46%, Ian MacLeod 2013, 6000 bottles
Stevige rook en teer op de neus. Turfrook, maar ook de geur van geroosterd vlees. Barbecuetoestanden. Daarna zet er zich wat fruit door. Perziken, appels en abrikozen. En na enige tijd ook citrus. Mandarijnen meer bepaald. Marsepein, chocolade en kaarsvet zorgen voor het ronde karakter. Zilt en natte aarde. Ansjovis. Geen medicinale toetsen, het zou dus inderdaad wel eens Ardbeg kunnen zijn. Best lekker om ruiken, en voor mij ook beter om te ruiken, op de smaak vind ik ‘m behoorlijk scherp. Eik, assen, peper, chili, nootmuskaat, zout… weliswaar getemperd door olie, chocolade en fruit. Bananen, appels, kersen en ananas. Maar de eik, de kruiden en de rook overheersen toch. Droge, zilte afdronk, niet erg lang. Achtien jaar oude Ardbeg? Dat zou wel eens kunnen. De geur kon me in ieder geval meer bekoren dan de smaak en de afdronk. 83/100

Bruichladdich ‘Scottish Barley’

Bruichladdich (Gaelic voor ‘Heuvel aan de zee’) werd opgericht in 1881, maar sloot doorheen z’n geschiedenis meermaals de deuren en veranderde ook vaak van eigenaar. Vanaf 2001 is het eigendom van Murray McDavid.
Vandaag de ‘Scottish Barley’. Deze standaardbotteling van Bruichladdich draagt de ondertitel ‘The Classic Laddie’ en is onderdeel van een nieuwe reeks bottelingen gemaakt van 100% Schotse ingrediënten. Schots water, Schotse gerst en Schotse gist dus.

 

Bruichladdich ‘Scottish Barley’, 50%, OB 2013 ‘The Classic Laddie’
Matige, lichte en zachte neus op tonen van granen (mash), vanille, honing en fruit. Appelsienen, druiven en kersen zijn dat vooral. Lichte geur van gedroogde bloemen. Wat kruiden ook. Munt en nootmuskaat. Boter. Allemaal nogal licht dus en weinig expressief. Goed dat dit op 50% is gebotteld, de alcohol geeft toch wat karakter aan de whisky. Die biedt op de smaak veel granen (muesli), kruiden (munt, peper), fruit (citrus en gedroogde abrikozen hier), vanille en lichte eik. Misschien wat chocolade ook. Redelijk scherp, het is niet echt rond te noemen. Eerder korte, lichte en zoete afdronk. Karamel nu. Een beetje simpel vind ik dit. Geef mij dan maar de Laddie Ten, die biedt meer waar voor je geld. 79/100

Port Ellen 25y 1979, Old Malt Cask

Port Ellen van eind jaren zeventig heeft over het algemeen een ander profiel dan dat van begin jaren tachtig. Het is minder mineralig, minder ‘zesty’, minder scherp en clean, eerder ronder. Maar daarom niet beter of slechter. Gewoon anders.

 

Port Ellen 25y 1979/2005, 50%, DL OMC, cask 2016, 425 bottles
Mooie, zachte en zoete neus op appelsien, chocolade (orangettes), citroensnoepjes, vanille en cake. Altijd met zoete turfrook en zilt op de achtergrond. Ook de geur van teer en rubber. En zeewier. Zelfs een lichte medicinaliteit. Verband. Mercurochroom. Een lichte florale toets komt ook om de hoek kijken. Best complex. Hetzelfde patroon op de smaak: zoete elementen, citrusfruit, turf en zilt. Associaties van kandijsuiker en vanille, chocolade en cake, mandarijn en citroen, gezouten nootjes en drop, turf en (een beetje) rubber. Lichte, dragende eik. En maar weinig kruiden, enkel een beetje peper. Stevig en dik mondgevoel. Lange afdronk, rokerig en zoet. Ja, Port Ellen 1979, dit is opnieuw een beetje anders dan wat we de laatste jaren gewoon zijn van 1982/1983. Maar dus zeker niet beter of slechter. 91/100

Bowmore 17y 1993, Thosop

Om één of andere reden was er in 1993 vanuit de blenders minder vraag naar Bowmore. Men hoefde op de distilleerderij dus minder snel te produceren, alles verliep wat trager. En dat zorgde ervoor dat de whisky van dat jaar wat anders is dan deze van andere jaren. Rijker, dieper. Ik veronderstel dat vooral een langere fermentatie hierin een rol heeft gespeeld. Een voorbeeld hiervan is deze Thosop botteling.

 

Bowmore 17y 1993/2011, 53.7%, Thosop Handwritten label, bourbon cask 477, 198 bottles
Ah, we have die fruit! En nog zo’n klein beetje. Appelsien, ananas, kruisbessen, papaja, coeur de boeuf, passievrucht, perzik, rode appels, mango en pompelmoes. En heel deze fruitsla op tonen van vanille, boter, gedroogde bloemen, een beetje kalk (licht mineralig), zachte eik, lichte gember en heerlijke zachte turf. Erg aromatisch en expressief. Ook de smaak is dat. Iets meer turf dan op de neus, ook wat meer kruiden (de gember, maar nu ook zoethout en kaneel). Maar het zoete, smeuïge fruit blijft op de voorgrond. Zowat dezelfde soorten als in de geur, nogal tropisch dus, samen met zowel sappige appels als appelsien. Minder zilt dan verwacht. Romig, olieachtig mondgevoel. Een genot voor de papillen. De afdronk is vrij lang en rijk op fruit en zoete turf. Ik vind deze Bowmore nu nog beter dan toen ik ‘m twee jaar geleden voor het eerst proefde. En zo vreselijk drinkbaar. Bowmore 1993, toch wel cult-in-the-making. 92/100

Bowmore 17y 1996, The Whisky Agency ‘Faces’

Vandaag één van de voor mij beste bottelingen van het (bijna) afgelopen jaar, zeker prijs/kwaliteit. Complexiteit in perfecte balans.

 

Bowmore 17y 1996/2013, 52.7%, The Whisky Agency ‘Faces’, refill bourbon hogshead, 307 bottles
Ronde, romige en expressieve ‘Brora’-neus op zilt en turfrook, honing en vanille, citrus en wit fruit (perziken, appels, kruisbessen), heide en (nat) hooi. Farmy! Jawel. Doet echt denken aan Brora 1977 of een geturfde batch Brora 1981. Een klein beetje jodium ook. Onderliggend lijnzaadolie en een heerlijke mineraliteit. Kalk. En dat fruit krijgt nu zelfs ook een tropisch kantje. Meloen en ananas. Daarna krijg ik ook nog wat kruiden. Peperkoek. Het blijft maar evolueren, zonder dat er één geur bovenuit steekt. De smaak vertoont complexe tonen van honing, turfrook, zilt, peper, kaneel, zoethout, mandarijn, meloen, ananas, papaja, perzik, marsepein, lijnzaadolie, eik, hooi… Ja, vooral veel puntjes. Aardse tonen wil ik toch ook nog vermelden. Het begint romig en elegant, om te evolueren naar een iets scherper profiel. De afdronk is lang, de eik treedt wat meer op de voorgrond, maar het fruit (mandarijn) en de turf blijven hun ding doen. Typisch Bowmore uit deze periode maar dan met nóg meer fruit en dat beetje ‘Brora’ op de neus, terwijl het rokerig, zilt en farmy karakter behouden blijft. In het tweede deel van de smaak misschien net iets te scherp om nog hoger te scoren. Tien, vijftien jaar flessenrijping en je hebt vloeibaar goud in handen. 91/100

Bunnahabhain 40y 1973 ‘Birthday dram’

Voorafgaand aan het voorbije Lindores Whiskyfest gaven vier Lindorables een vrij memorabel feestje voor hun veertigste verjaardag. Dominiek, Geert, Billy en Dirk hebben 1973 als vintage, wat meteen ook het distillatiejaar is van de botteling die dit feestje nog wat extra luister moest bijzetten. Dominiek, aka The Whiskyman, selecteerde een bijzondere Bunnahabhain, die moeiteloos de drie lotgenoten kon overtuigen. Ruben (WhiskyNotes) ontwierp het label, na de Caperdonich 1972 voor QV.ID het tweede ‘black label’ van The Whiskyman. Te verkrijgen bij één van de vier jarigen (contactgegevens op aanvraag) voor 250 euro.

 

Bunnahabhain 40y 1973/2013, 48.5%, The Whiskyman ‘Birthday dram’, 155 bottles
Zalige, smeuïge neus. Zoet, fruitig, zilt en waxy. Ik noteer, en dit in willekeurige volgorde: bananen (geflambeerd), perziken, meloen, papaja, mango (tropical!), vanille, honing, geboende meubels, gedroogde bloemen, heide, zilt, gekonfijte gember, zachte rook (van het hout) en sappige eik. Typisch oude Bunna. Maar dan nog wat extra geconcentreerd en extra aromatisch. Heerlijk om ruiken. De smaak is al even romig en smeuïg. Hij is fruitig, op (veel) bananen, perziken, ananas, mango, papaja. Hij is kruidig, op de gekonfijte gember van de neus, zachte peper, kaneel. Hij is wat ‘coastal’, op zilt en zeewier. Hij is zoet, op honing vooral. En hij balanceert perfect de zoete en drogere aroma’s, nog beter dan zustervaten zoals de Archives die ik al super vond, of de Malts of Scotland die wat water nodig had. Aan water heb ik hier bij het proeven nooit gedacht. Best lange afdronk, de balans tussen het zoete fruit en de kruiden/eik verder doortrekkend. Ik heb er de Archives naast gezet, wat resulteert in een puntje extra, dankzij de toch wel perfecte balans (de Archives is een beetje droger op de smaak). Maar al bij al zijn het beide schitterende whisky’s. 92/100

Bruichladdich 22y 1991, The Whiskyman

Van de jongste Age Matters gaan we meteen naar de oudste, de Bruichladdich ’22′. Hiervoor betaal je ongeveer 115 euro.

 

Bruichladdich 22y 1991/2013, 51.9%, The Whiskyman ‘Age Matters’
Heel frisse neus, startend op vers gemaaid en nat gras, granen, vanille en mineralen (dat natte gras, maar ook kalk en zilverpoets). Klei. Gevolgd door sprankelend fruit zoals sappige peren, perziken en zoete appels. Eau-de-vie van pruimen in de verte. Een klein beetje zilt ook, en olijfolie. Warme houtkrullen. Heel clean en natuurlijk profiel. Prikkelend mondgevoel, met eerst vooral vanille en fruitige smaken. Rode appels, perziken, maar ook meloen en wat bittere appelsien (of is het de zeste ervan?). En dan zetten er zich plots kruiden en zilt door, wat het een scherp randje geeft. Peper en zout. En mosterd. Opnieuw de eau-de-vie. Of is het tequila? Middellange afdronk, zilt, ‘zesty’ en mooi bitter. Lichte, cleane, frisse en natuurlijke Bruichladdich, die absoluut niet als een 22-jaar oude whisky proeft. Het vat heeft niet zo’n grote invloed gehad, wat zeker geen minpunt is. 85/100

Laphroaig 10y 1996, Jack Wiebers Auld Distillers

Een whisky die ik al enige tijd geleden proefde, maar waarvan ik nu op de tasting note stootte, is deze Laphroaig 1996.

 

Laphroaig 10y 1996/2006, 54.7%, Jack Wiebers Whisky World, Auld Distillers Collection, sherry cask 5369, 300 bottles
De neus start op stevige, medicinale turf. Turfrook, jodium, zilt. En dat samen met de geuren die de sherry aanbrengt: karamel, peper, kaneel, pruimen, rozijnen en gekarameliseerde appeltjes. Ook wat appelsienen. En dan is er ook nog een meer dan aangename toets van geroosterd vlees. De smaak is stevig op een mengeling van turf, appelsien, mandarijn, karamel, chocolade, peper, kaneel en zilt. Niet erg complex, wel meer dan gewoon aangenaam. De afdronk is lang en bitterzoet. Niet voor gevoelige zielen, maar sherry en turf kunnen samen mooie dingen doen, dat weten we ondertussen wel. 86/100

Bunnahabhain 26y 1987, Archives

Een nieuwe reeks Archives bottelingen, altijd iets om naar uit te kijken. Onder het label The Fishes of Samoa zien vijf nieuwe whisky’s het levenslicht. Van een Ledaig 2005 tot deze mooi amberkleurige Bunnahabhain 1987. Kost een goeie 140 euro.

 

Bunnahabhain 26y 1987/2013, 50.2%, Archives, Whiskybase, sherry cask #2557, 233 bottles
Dit is sherry zoals ik ‘m het liefste heb. Subtiel, elegant en verfijnd. Ik ruik gele rozijnen, zachte chocolade, praliné, sigarendoosjes, koffie (cappuccino), appelsien en zoete krieken. Kaneel. Er komt ook wat zilt om de hoek kijken. En subtiele toetsen van gerookt vlees. Zwarte Woudham, leidend naar lapsang souchong thee (in de verte weliswaar). En dan komt er ook nog hars en mos bij kijken. Complex is het dus ook nog. En de eik houdt zich gedeisd, het vult enkel aan. Het doet dat ook op de smaak, en daar kan ik alleen maar blij om zijn. Rijk en elegant, met een zacht en romig mondgevoel. Ik proef allerlei confituren. Aardbei-, appelsien- en abrikozenconfituur. Maar ook gedroogd fruit zoals rozijnen, dadels en pruimen. Daarachter kruiden zoals kaneel, zoethout en nootmuskaat, gevolgd door zilt, chocolade en koffie (opnieuw niet de straffe variant, eerder koffie verkeerd of mokka). De afdronk is lang op noten, chocolade, dadels en aardbeien. Elegante, complexe en gelaagde Bunna. Knap! 90/100

Laphroaig 16y 1997, Signatory for Vinothek Massen & De Tongerse Whiskyvrienden

De Tongerse Whiskyvrienden zitten niet stil. Samen met Vinothek Massen uit Luxemburg zijn ze recent bevallen van een nieuwe worp, een Laphroaig 1997. Here we go.

 

Laphroaig 16y 1997/2013, 55.4%, Signatory Vintage, selected by Vinothek Massen & De Tongerse Whiskyvrienden, refill sherry hogshead #3369, 292 bottles
Ronde, zoete neus, gekenmerkt door de rook en het zilt, en in mindere mate door de sherry. Medicinale en zilte rokerigheid, met alles wat de zee met zich meebrengt. Zilt, zeewier, jodium, zeevruchten. Een hele plat de fruits de mer, inclusief oesters. De rook houdt het midden tussen turfrook en een open haardvuur. Vanille. De sherry houdt zich redelijk gedeisd en brengt subtiele tonen van kandijstroop mee, pruimencompot, appelsienen, chocolade (jawel, we belanden bij de orangettes) en geboend leder. Maar dat alles eerder op de achtergrond. Rond en romig op de tong, met zilt, rook en zoets als basissmaken. In die volgorde. Associaties van brak water, gerookte vis (heilbot), licht assige turfrook, kandijsuiker, karamel en chocolade. Niet veel fruit, buiten was citrus. Mandarijn. Kruiden tekenen ook present, in de vorm van peper en zoethout. Lange afdronk waar het zilt nog steeds de eerste viool speelt. Rook en kandij vullen aan. Lekkere Laphroaig op een niet zo actief sherryvat, een whisky die me naar een smeulend vuur op een verlaten strand brengt. 86/100

Ardbeg Provenance for Asia

Laat ons nog eens écht zwaar geschut bovenhalen. Van de Ardbeg Provenance zijn vier batchen gebotteld, één voor de Europese markt (1997), één voor de Amerikaanse markt (de Verenigde Staten eigenlijk, 1998) en twee voor de Aziatische én Amerikaanse markt (2000). Ik had tot voor kort enkel nog maar de Europese botteling geproefd, een machtige whisky. Deze voor Azië & de VS is beter. Oh yes! Ongelooflijk bedankt Bert!

 

Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March, 2000 for Asia & US, third release, bottle no 5060, 75 cl
Pfiew, wat ruikt dit hemels! Zeemzoete turfrook, oud geboend leder, geboende eiken meubels, lichte zilt, belegen eik, zachte kruiden zoals zoethout, gember en kaneel, vers gebakken croissants, honing, warme appeltaart (of is het abrikozentaart? Nee, het is beide), lapsang souchong thee, een beetje jodium… wow! Ik weet dat een opsomming van associaties niet veel zegt, het toont enkel aan dat deze whisky een complexe neus heeft. Maar dit moet je ruiken, dit is zo goed, prachtig verweven, niets scherps aan, en het blijft maar evolueren. Geuren komen, prikkelen je zinnen, gaan weer weg en duiken weer op. Hemels dus. De smaak is zeker even complex en even goed. Nu ja, ‘goed’ is een licht understatement hier. Zoete turf, zilt, een lichte medicinaliteit, bijenwas, olijfolie (eerste persing – yeah right), zachte karamel, appels, mandarijn, peper, gember, melkchocolade en cake. Niet dat dat alles is, maar ik heb geen zin om verder te graven, wel om verder te genieten. Het geheel er erg olieachtig, licht vettig dus. Zeer lange afdronk, op de meest sublieme turf, zilt, kruiden en fruit. Ardbeg op z’n absolute top en toch wel mooi twee puntjes meer dan de ‘Europe’. 96/100

Lagavulin Distillery Only

Ook Lagavulin heeft zijn ‘Distilery Only’, ofwel een botteling die je enkel op de distilleerderij zelf kan kopen. En zoals blijkbaar ook de gewoonte is, is het een whisky zonder leeftijdsaanduiding of jaartal. Sedert 2010 ter plekke te koop voor minder dan 100 euro, bij handelaars die ‘m verkopen mag je op 250 euro rekenen.

 

Lagavulin ‘Only Available at the Distillery’, 52.5%, OB 2010, 6000 bottles
Op de neus stroperige turfrook. En daarmee bedoel ik een dik en romig gevoel, turf vermengd met kandijsiroop, appel- en perenstroop. Behoorlijk zoete turf dus. Warme aardbeienconfituur ook. En warme krieken. Zilt, teer, peper en zoethout vullen aan. Sappige eik. Nog vermeldenswaard is Lapsang Souchong thee. Heerlijk. Een extra puntje is dat. Romige, mondvullende smaak, rokerig en zoet. Turf op chocolade en praliné nu, minder op siroop. Tabak, koffie en pruimen, gevolgd door wat meer rood fruit zoals kersen en frambozen. Geweldige evolutie. Ook kruiden ontbreken niet, kruiden zoals zoethout, gember en peper. Erg complex. Zeer lange afdronk op zoete en kruidige associaties. De sherry en de turf in perfecte harmonie. Lagavulin hoeft niet lang te rijpen om top te zijn. 91/100

Ardbeg 30y ‘Very Old Ardbeg’

Vandaag Ardbeg 1967. 1967, één van de cultjaren van de distilleerderij (denk maar aan de Signatory’s Pale & Dark Oloroso). Deze officiële Ardbeg vermeld echter geen vintage, wel de leeftijd van 30 jaar. Hij is gebotteld in 1997, en is dus distillaat van 1967. Of vroeger.

 

Ardbeg 30 YO 'Very Old Ardbeg,  40%,1997Ardbeg 30y ‘Very Old Ardbeg’, 40%, OB 1997
Oh yes, die heerlijke zachte, zoete, oude turf. Elegant, delicaat, complex, gebalanceerd, het is allemaal van toepassing op deze neus. Vermengd met een beetje zilt, jodium, fruit zoals appels, rijpe perziken en appelsienenconfituur, honing, vanille, bloemen en in de verte zelfs wat motorolie. En wat toch altijd een meerwaarde is, dit is behoorlijk ‘farmy’. Nat hooi, natte hond. Heel rijk en romig, met voor z’n leeftijd maar een weinig eik. De smaak ligt in het verlengde van de geur. Elegant en zijdezacht op tonen van zachte, romige, zoete turf, sappige perziken, dito abrikozen, appelsienen, mandarijnen, zachte kruiden (kaneel, beetje peper), vanille, honing, een beetje zilt. Sommigen zullen opwerpen dat dit nogal licht en zelfs wat plat is op de smaak. Het is allemaal nogal licht ja, 40%, wat wil je. Maar dit is zo drinkbaar en voor z’n alcoholpercentage zo complex, dat dat licht karakter voor mij eerder een meerwaarde is. Denk ook aan de Ardbegs, maar ook Caol Ila’s of Brora’s, in Connoisseurs Choice bottelingen van Gordon & MacPhail. Drinkbaarheid en complexiteit verenigd. De afdronk is niet superlang, dat viel te verwachten, maar het blijft genieten. En ook hier zo goed als geen eik. Ik vind dit fantastische whisky, maar spijtig genoeg niet meer te betalen. 93/100

Port Ellen 27y 1982, The Nectar of the Daily Drams

In 2013 hebben nog niet zo veel nieuwe Port Ellens gezien. Zitten de bottelaars stilaan door hun voorraad? Teruggrijpen naar een iets eerdere botteling dan maar. Bedankt voor de sample Gunther.

 

Port Ellen 27 YO 1982/2010, 53%, The Nectar of the Daily DramsPort Ellen 27y 1982/2010, 53%, The Nectar of the Daily Drams
Zalige PE-neus op het beproefd recept van rook, zilt en mineralen. Maar het zijn vooral het zilt en de mineralen die met de aandacht gaan lopen. Vers gemaaid nat gras (slecht voor de grasmaaier I know, maar dat is nu even irrelevant). De gazon na een zomerse regenbui, ook dat wel. Natte keien, ook een klassieker. Veel zilt dus ook. Gerookte vis, oesters. De rook is eerder dat van een smeulend haardvuur dan wel pure turf. Juist, ik moet nog het fruit vermelden, wat ook meer dan voldoende aanwezig is. Peren, rijpe kruisbessen en de onvermijdelijke citroen. Gezoete citroen. Rietsuiker. En een beetje vanille. Op de tong is hij rond en minder scherp dan bij soortgenoten. Wel clean en op gelijkaardige associaties dan op de geur. Dat zijn dus mineralen, rook, zilt (veel zilt) en fruit. Minder de peren en de kruisbessen, hier is het voluit op citrus. Citroen en pompelmoes. Vanille en harde citroensnoepjes. Zachte eik. De afdronk is lang en droog op gerookte heilbot, mineralen en rook. Het fruit is hier verdwenen. Cleane en ronde Port Ellen, zoals ik ze graag heb. 91/100