Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Fulldram’

Een zeer fijne tasting

Het seizoen van onze nieuwe Fulldram-afdeling ‘Degustatie’ werd eind september op schitterende wijze ingezet met een proeverij van, jawel, enkele zeer exclusieve soorten rundsvlees (of dat is toch wat ik me heb laten vertellen), en dit onder de deskundige leiding van Filip Rondou van de gelijknamige slagerij uit Leuven. In december volgt er een top Madeira-tasting waar ik al reikhalzend naar uitkijk. Maar we zijn in de eerste plaats natuurlijk nog altijd een whiskyclub, de helft van de tastings zal dus rond whisky draaien. Zo ook vorige maandag.

Aan zeven leden werd gevraagd een whisky uit hun persoonlijke collectie in te brengen en aan Danny, lid van het eerste uur, om deze zeven whisky’s (uiteindelijk werden het er negen) in een line-up te gieten en de avond te animeren. Opdracht meer dan geslaagd. Natuurlijk wou niemand onderdoen voor de rest, wat er voor zorgde dat we volgende schitterende whisky’s (blind) voorgeschoteld kregen:

 

Na heerlijke bubbels die Philip had meegebracht, startten we met het eerste extraatje, de Glenburgie 26y 1983/2010, 48.5%, The Nectar of the Daily Drams. Ik besprak deze Glenburgie twee jaar geleden en kwam uit op een gelijkaardige score. Alhoewel hij nu een zeker old-bottle-effect (wat muf) vertoonde, wat ik indertijd niet had. Niet zo bijzonder in ieder geval.

Ook het tweede extraatje was een Glenburgie, de Glenburgie 14y 1998/2012, 59.1%, Gordon & MacPhail Reserve for Maltclan, cask 4044, 217 bottles. Deze vond ik een stuk beter. Ik dacht aan een Asta Morris botteling, wat fout bleek, maar het is wel een jonge Glenburgie, iets wat al tweemaal onder het Asta Morris label is gebotteld. Typisch jonge Glenburgie, fris en kruidig met een licht geroosterd en floraal kantje (dat laatste iets minder dan bij de AM’s). Geroosterde noten, verbrande heide, verbrande cake, maar wel subtiel. Voor de rest best fruitig (appels, perziken) en kruidig, met op de smaak en in de afdronk nog meer kruiden. Ongeveer 88/100

Macduff 12 YO 1964/1977, 80° Proof, Cadenhead dumpyDaarna volgde een jonge ouwe, de Macduff 12y 1964/1977, 80° Proof, Cadenhead, dumpy, black label. Nochtans proefde hij niet zo, hij was een stuk frisser en expressiever dan je zou vermoeden bij een twaalfjarige die al 35 jaar op fles zit. Munt en eucalyptus, olie en schoensmeer, appels en peer, gepoetst zilverwerk, tabak, dat zijn de zaken die me het meest opvielen. Vrij complex voor z’n leeftijd, en vooral erg levendig en fris. Dit was een fles die Danny zelf meehad en volgens mij de eerste Cadenhead dumpy in de geschiedenis van Fulldram. Ongeveer 88/100

Next in line was de Convalmore 30y 1975/2006, 46%, Dun Bheagan, cask 3758, 264 bottles. Ook deze proefde ik al eerder. Dit blijft voor mij een heerlijke whisky. Gelaagd, delicaat, subtiel. Eigenschappen die hem in deze line-up echter iets minder goed tot z’n recht deden komen, zeker na het geweld van wat volgt.

En dan een whisky waarvan ik enorm blij ben nog een flesje te hebben, de Yamazaki 15y 1993/2008 ‘The Cask’, 62%, OB, Puncheon white oak, cask 3Q70048, 503 bottles, ook niet nieuw voor mij. Kon doorgaan voor een veel oudere Caol Ila. Fruit (ook tropisch), turf, mineralen, olie, zilt, zachte kruiden, hij heeft het allemaal en in de juiste hoeveelheden en verhoudingen.

Het niveau blijft zeer hoog met de Glenfarclas 38y 1970/2008, 57.6%, Whiskycorner goes Mistery no 1, oloroso sherry butt, 70 bottles, op subtiele en elegante sherry, gekenmerkt door sprankelend rood fruit zoals aardbeien, bramen en kersen, romige wastoestanden, belegen eik en zachte kruiden zoals kaneel en kruidnagel. Ook wat rook van het hout en tabak. De smaak is voor z’n alcoholpercentage zacht en romig. En sappig, absoluut niet drogen dof bitter. Heel mooi. Ongeveer 90/100

Highland Park 34 YO 1971, 53%, for Binny’s USA, cask 8363Van complexe, gelaagde sherry gingen we met de Highland Park 34y 1971/2006, 53%, OB for Binny’s, USA, first fill sherry butt #8363 naar de stevigere variant. En dat is nog eufemistisch uitgedrukt. Dit is een beest van een whisky. 34 jaren op first fill sherry laten zich gelden. Koffie, chocolade, tabak, rozijnen, dadels, munt, kersen, appelsien, sappige eik, oude meubels, antiekwas, en ga zo maar door. Dat alles vermengd met zalige turfrook. En het goede nieuws is dat het ook op de smaak heel consistent en gebalanceerd blijft, op ideale leeftijd gebotteld. Een bom van complexiteit en balans. Bedankt aan de wilde weldoener om dit cultflesje met ons te delen. Ongeveer 93/100

We bleven bij sherry-gerijpte whisky met de Tomatin 34y 1976/2011, 51.3%, The Whisky Agency, refill sherry butt, 309 bottles. Zeer herkenbaar Tomatin 1976, en zeker één van de betere. Zoals ik ook al eerder kon vaststellen.

We eindigden in schoonheid met de Port Ellen 24y 1982/2007, 57.8%, Dewar Rattray for The Nectar, cask 2464, 168 bottles, een whisky die blijkbaar nog beter wordt met de tijd. Ik proefde hem voor het eerst meer dan vijf jaar geleden en heb de score ondertussen al twee keer aangepast. Veel beter dan dit wordt het niet, maar ik denk wel dat zes jaar flessenrijping hier een meerwaarde is. Een schitterend orgelpunt op een even schitterende tasting.

En dan morgen richting Oostende voor het Lindores Whiskyfest!

Advertenties

Mortlach 1995, Asta Morris for Fulldram

We zijn met onze club Fulldram ondertussen al toe aan onze vijfde clubbotteling. Deze keer een Mortlach 1995 uit de Asta Morris stal. Bert Bruyneel had de opdracht gekregen uit te kijken naar een bijzonder vatje, en kwam een tijdje geleden aandraven met drie samples. De uiteindelijke – moeilijke – keuze viel dus op deze Mortlach. Mortlach, en zeker jonge Mortlach, is vaak love-it or hate-it. Ofwel valt dat stevig tegen ofwel is het erg lekker. Het spreekt voor zich onder welke categorie deze whisky valt. Bedankt voor het speurwerk Bert!

 

Mortlach 17 YO 1995/2012, 50.2%, Asta Morris for Fulldram, cask AM022Mortlach 17y 1995/2013, 50.2%, Asta Morris for Fulldram, cask AM022, 314 bottles
Aromatische, ronde neus vol fruit. Fris, wit fruit. Sappige rode appels, witte perziken, zelfs een beetje meloen. Ananas uit blik ook wel, en wat abrikozen. Naast het fruit zijn er ook andere zoete elementen te ontwaren, zoals vanille en honing. Een klein beetje munt en een lichte mineraliteit voegen een frisse toets toe. De geur wordt ook hoe langer hoe waxier. Kaarsvet en ook pure bijenwas. Heel mooi. De smaak start al even rond op zoete en fruitige tonen. Appels, perziken, abrikozen, ananas, honing en lichte tonen van nougat. Zachte was en al even zachte kruidige tonen vullen aan. Peper, gember, kaneel. Meer eik dan op de neus, zonder dat het echt droog wordt. Daarvoor blijven het fruit en de zoete elementen te duidelijk in de driver’s seat. Wat het dan ook zo vreselijk drinkbaar maakt. Naar het einde toe komt er zelfs een klein beetje zilt bij. Vrij lange afdronk, zoet en kruidig. Ik wist al dat Mortlach 1995 lekker kon zijn, nu weet ik ook dat het heel lekker kan zijn. 89/100

Tomatin 36y 1976, The Whiskyman for Fulldram

Voordat de supertasting in Leuven vorige maandag van start ging, werd onze nieuwe clubbotteling uitgedeeld aan de Fulldramleden. Toch aan deze die een fles (of meerdere) besteld hadden. En dat was duidelijk de meerderheid. Voor onze vierde botteling (jawel, dit is reeds nummer vier, na de Littlemill 1990, de Auchentoshan 1999 en de recente Bowmore 1999) viel de keuze op een Tomatin 1976. Nu ja, een echte keuze kun je het moeilijk noemen, eerder een gelegenheid die we onmogelijk aan onze neus en mond voorbij konden laten gaan. Met Tomatin 1976 mikken we natuurlijk hoog. 1976 is hèt cultjaar voor Tomatin en ik heb eerlijk gezegd nog geen enkele matige – laat staan slechte – Tomatin 1976 geproefd. En na een eerste maal proeven, hoefden we ook niet lang na te denken, die moesten we hebben.
Het betreft een vat van The Whiskyman dat dus exclusief gebotteld werd voor Fulldram. We gaven ‘m het onderschrift ‘Full Metal Dram’ mee. Een groot deel van de flessen werd rechtstreeks gekocht door de leden, de rest (beperkt dus) via de reguliere handel. Als je er nog een fles van op de kop wil (en vooral kan) tikken, betaal je er 185 euro voor.
Ik proef ‘m naast de Tomatin 1976 ‘Grotesque Crocs’ van The Whisky Agency, kwestie van een waardige sparring partner te hebben.


 

Tomatin 36y 1976/2012 ‘Full Metal Dram’, 49.3%, The Whiskyman for Fulldram, 103 bottles
Op de neus is het verschil met de Grotesque Crocs amper waarneembaar. Dezelfde iet wat gedempte start zoals zo vaak bij Tomatin 1976, gevolgd door de perfect gebalanceerde combo fruit/sherry. En dat fruit dat blijft maar groeien: roze pompelmoes, sinaas en mandarijn, gevolgd door kruisbessen en banaan en tenslotte ook nog perzik en ananas in blik. Dat laatste is een verschil met de TWA, namelijk licht metalige tonen. Licht waxy ook, en de sherry die sappige eik en de bijhorende kruiden naar voor brengt. Allerlei tuinkruiden en gras. Dat grassige is dan ook weer een extraatje. Maar de slotsom is dat de neus van beide even geweldig is en o zo typisch Tomatin uit die periode. Maar Tomatin 1976 laat zich natuurlijk vooral op de smaak kennen. Kan ik me verwachten aan een explosie van tropisch fruit? O ja! Maar zoals wel vaker pas in de retro. De start is voor de eik en de kruiden (zoethout en kruidenthee’s), samen met florale toetsen, kandijsuiker en gekookt fruit. En pas dan… bingo! En achter die ‘bingo’ moeten meer uitroeptekens staan dan bij de Whisky Agency botteling. Dit is wel zéér indrukwekkend. Roze pompelmoes, mango, passievrucht, perzik, meloen, enzovoort enzoverder. Samen met een geweldige toets sterke rozenbottelthee. Prachtige bitterheid. Ja, op de smaak wint hij een puntje op de TWA botteling. De afdronk is even lang, misschien iets zoeter, met dezelfde balans tussen het tropisch fruit aan de éne kant en de eik en de (tuin)kruiden aan de andere kant. Het verschil is niet groot maar wel in het voordeel van de Full Metal Dram. Al zeg ik het zelf. 92/100

Illustratie

Mijn vorige post was nogal kaal zonder illustratie, dus hierbij een illustratie:
 

Fulldram Supertastings

Het Fulldram whiskyseizoen werd in grote stijl afgesloten aan de hand van een supertasting, ééntje twee weken geleden in de afdeling Kampenhout en ééntje eergisteren in Leuven. De line-ups, die voor de helft gelijk liepen, bestonden telkens uit een aperitief en zes top-bottelingen. De meeste van deze whisky’s had ik al eens geproefd en hier besproken. Van de rest lees je hieronder mijn summiere indrukken en provisoire score. De aperitief was de Teaninich 12y van The Nectar.

 
Kampenhout:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
Geef toe, een sterke opener. Hij bleef moeiteloos overeind tussen al wat volgde. Niet te verwonderen natuurlijk.
 
Brora 32y, 54.7%, OB 2011, 1500 bottles
Typisch Brora van eind jaren zeventig. Minder ‘farmy’ dan oudere distillaten, maar wel zeer complex. Heeft daarenboven tijd nodig om zich volledig bloot te geven. Een uitgebreide bespreking volgt. Nipt in de top 3.
 
Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, G&M for Limburg, Book of Kells label, sherry butt #576
Ook deze is hier al gepasseerd. Ik blijf dit een zalige whisky vinden, zeker op de neus. Op de smaak vertoonde hij naar het einde voor sommigen net iets te veel eik, maar mij stoorde dat op geen enkel moment.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 56.4%, Old Bothwell, cask 2545
Voor mij is dit één van de beste Port Ellens die ik al proefde. Erg clean, met een perfecte balans tussen het zilt, de turf en zoete en fruitige (sinaas o.a.) tonen. Mooie mineraliteit ook. En geweldig drinkbaar. 93/100
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Tropical! Zowel op neus als op smaak een tropische fruitbom. Rozenbottel viel me ook op. Vreselijk lekker, vreselijk drinkbaar maar ver van complex. Who cares? Weinigen, want dit werd met stip de winnaar. 93/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Een cultfles. Say no more.
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Bowmore 1968
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Brora 32

 
 
Leuven:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
In Leuven deed hij het met een ex aequo met de winnaar (maar net iets minder leden hadden ‘m op één staan) zelfs nóg beter dan in Kampenhout. Nog maar eens het bewijs van de absolute klasse van deze whisky. Zelfs de Bowmore (geweldig lekker maar een stuk minder complex en gelaagd) verbleekte er tegen. Voor mij toch. Hier dus meer details.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 55.7%, Old Bothwell, cask 2473
Een actiever sherryvat dan de Port Ellen in Kampenhout. Donkerder van kleur maar vooral meer sherry (koffie, eik, leder, rozijnen, kruiden) in geur en smaak. Of sherry tout court, ik ga er van uit dat andere een bourbonvat was. Ik prefereer by far de cleanere PE’s (cleaner, mineraliger, ‘zesty-er’…). 89/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Say no more indeed.
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Blijft toch smullen.
 
Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, The Whisky Fair, 266 bottles
Ook deze besprak ik hier al, maar dat is al enkele jaren geleden. Hoog tijd om deze score te herzien en ‘m in mijn top 50 ever binnen te loodsen. Een juweeltje.
 
Springbank 33y 1970/2003, 54.4%, Adelphi, cask 1622
Stevige maar o zo mooie en complexe sherry. Zowel op neus als op smaak ronduit prachtig. Ik heb weinig genoteerd, ook onmogelijk om volledig te vatten. Krudig, stroperig, veel rood fruit en rozenbottel (waarvoor dank Christophe) en bovenal: Mon Cheri! En nooit te droog of bitter. 94/100
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Clynelish 1974
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Springbank 1970

 

Back to reality – Fulldram ledentasting

Het leven gaat verder, zo zegt men. Maar het zal niet helemaal meer het leven zoals voordien zijn. Ik kan me voorstellen dat er heel wat lezers zijn die niet weten waarom deze blog bijna twee weken heeft stilgelegen. Wel, dat had te maken met het fatale busongeval van dinsdagavond vorige week om 9u15 nabij Sierre, Zwitserland, een bus waarop ook mijn oudste zoon zat. Met veel schroom naar diegenen die veel minder geluk gehad hebben, kan ik zeggen dat Simon het fysiek goed stelt. Het verlies van twee van z’n beste vrienden echter, van z’n meester Frank waar hij enorm naar opkeek, van de andere klasgenootjes (ruimtevaardertjes die niet meer naar school zullen komen), de traumatische ervaringen in de bus… het zijn zaken die maken dat het leven voor hem, maar ook voor ons, niet helemaal hetzelfde zal zijn.
Laat me het leven echter opnieuw opnemen met één van de meest futiele dingen in mijn leven, whisky. Sinds onze terugkomst uit Zwitserland heb ik nog geen druppel gedronken, zelfs nooit de behoefte gehad me een dram in te schenken. Ik merk dat daar stilaan verandering in komt, en dat is goed. Ik begin echter met een verslagje van de Fulldram ledentasting van maandag 12 maart, een verslag dat ik de avond erop al grotendeels rond had, maar een telefoontje enkele uren later heeft dit twee weken in koelkast doen belanden.

 

Danny en Alex Eekelaers namen de honneurs waar in Tasttoe, Kampenhout. Ze kregen van het bestuur een mooi bedrag en carte blanche om een leuke tasting in elkaar te boksen. En dat is het ook geworden. Ze legden de lat voor zichzelf wel behoorlijk hoog door zes whisky’s te schenken die volgens hen door minstens 1/3 van de leden telkens 90 punten of meer zouden krijgen. Deze zes whisky’s werden gepresenteerd in koppels, twee uit Speyside, twee uit de Highlands en twee van de eilanden, en dat alles blind geschonken. Daarenboven werd geopteerd voor whisky’s van één en dezelfde bottelaar, die nog niet vaak aan bod was gekomen in onze club. Dat bleek The Whisky Fair te zijn, een label uit de stal van The Whisky Agency. Hieronder een verslagje van deze toch wel bijzonder geslaagde tasting.

 

Als aperitief schonk het bestuur de Glen Grain Class 2000/2011, 50%, Malts of Scotland, first batch uit, een vatting van vier sherryvaten North British grain whisky. Een whisky die maar matig ontvangen werd. Veel granen (nu ja), alcohol en ook lijm (Velpon) zijn me bijgebleven. Na enige tijd kwam hij iets meer open (tuinkruiden en zoete tonen), maar lekker werd het nooit. 70/100

 

Wat volgde was dus wel lekker, en eigenlijk ook meer dan dat. De familie Eekelaers ging van start met Speyside whisky’s. Het bleken, net zoals bij de andere koppels, twee verschillende profielen te zijn. De eerste whisky werd op het einde onthuld als de Tomatin 30y 1977/2007, 48.6%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 223 bottles. Deze heeft een erg fruitige neus (roze pompelmoes, mango, ananas), vermengd met kandij, yoghurt en rozenbottel. Ook op de smaak speelt het fruit de eerste viool. Zoet en tropisch fruit. Niet erg complex, maar wel zeer lekker en zeer drinkbaar ook. Ja, achteraf gezien toch wel typisch Tomatin uit deze periode, alhoewel het niet de veel gekendere 1976 vintage betrof. Maar is Tomatin geen Highland whisky? En haalt ie de negentig? Wel ja, voor mij net, lang getwijfeld, 89 of 90, maar uiteindelijk dus met de hakken over de sloot. 90/100

De tweede helft van dit Speyside koppel werd gevormd door de Inchgower 36y 1974/2010, 50.4%, The Whisky Fair, sherry wood, 180 bottles, wat trouwens ook de tweede helft is van de botteling van The Whisky Agency (hetzelfde vat, hetzelfde moment gebotteld, hetzelfde alcoholpercentage, gewoon een ander label), een whisky die onmiddellijk uitverkocht was. Deze is dus, net zoals de andere in de line-up, nog steeds te koop. Het is maar dat je het weet. Nu ja, de Whisky Agency botteling is door Serge besproken (en met 91/100 meer dan goed bevonden), de Whisky Fair versie niet. Dat scheelt. Voor mij was het de winnaar in deze battle, vooral omwille van de veel grotere complexiteit, de mooie evolutie in het glas en natuurlijk ook omdat het gewoon geweldig lekkere whisky is. De belangrijkste associaties die ik opgeschreven ben, zijn kruiden (ook tuinkruiden), citrus, honing, natte bladeren, eik en lichte rook. Een erg fris, levendig profiel. 91/100
 

Vervolgens namen de heren ons mee naar de Highlands (alhoewel we daar al even beland waren), met de Royal Lochnagar 37y 1972/2009, 50.7%, The Whisky Fair and Three Rivers bar, 126 bottles, die uiteindelijk bij de stemming de winnaar van de avond werd. Een typisch oud Highland profiel, dat me spontaan aan Clynelish uit deze periode deed denken. Zoet (marsepein), fruitig, waxy, floraal, op een ondergrond van mooie sappige eik. Op de smaak aangevuld met kruiden. Ronde, romige, erg elegante en complexe whisky, een absolute topper. 92/100

Deze parel werd vergezeld door de duurste whisky van de avond, de Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles, een whisky gekenmerkt door kruiden (veel kruiden), banaan en zoete tonen. Toen bekend werd welke whisky het was, was ik toch opgelucht dat ik deze exact dezelfde score gaf dan een dikke twee maanden geleden. Geluk? Nee, expertise! Oké, hier zou een smiley moeten volgen. 91/100

 

Tot slot bezochten we de eilanden. Islay lijkt dan een evidente keuze, maar we kwamen terecht op Skye en Mull. Beide eilanden (waar Skye sinds de bouw van de brug eigenlijk een schiereiland is geworden – bedankt om dit te vermelden Alex, dat maakte het raden naar distilleerderij toch wel wat makkelijker) hebben maar één distilleerderij, respectievelijk Talisker en Tobermory. De eerste whisky luisterde naar de wat mysterieuze naam Talimburg 20y 1986/2006, 43.8%, The Whisky Fair (Artist Edition), 240 bottles. Een samentrekking van Talisker en Limburg, het stadje waar The Whisky Fair resideert. De goedkoopste botteling in de line-up trouwens. Dit is een profiel waar ik volledig weg van ben. Niet geweldig complex, maar o zo mooi. Ronde, zoete turf en mineralen (heeft echt wel wat weg van Riesling), vergezeld van zoet fruit zoals ananas en rode appels, en planten. Op de smaak komt daar dan nog wat zilt en peper bij. Niet iedereen was hier echter even wild van, hij eindigde voorlaatste in de eindrangschikking. Ik vind het super. 92/100

Na deze Talisker, viel de Ledaig 33y 1973/2006, 48%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 281 bottles mij een beetje tegen, maar dat lag vooral aan z’n gangmaker. Zeer lekkere whisky, daar niet van, maar toch een trapje lager. Weer zo’n twijfelgeval tussen 89 en 90. Had ‘m eerst op 90 staan, maar hij moet het uiteindelijk met een puntje minder stellen. Zachte ronde turf op de neus, net als gerookt vlees, kruiden, eik en een beetje boenwas. Meer fruit op de smaak: sinaas, aardbei. Ook de eik en de turf zijn dominanter. Complexer dan de Talisker, zeker, maar minder mijn ding. 89/100

 

Aangezien de heren gans het budget aan deze zes flessen gespendeerd hadden, mochten we Stijn dankbaar zijn dat hij nog een extraatje bij had, dat dienst kon doen als toetje. Rarara, wat had hij bij? Z’n eigenste Macduff 14y 1997/2012 ‘Freyr’, 50%, Lord of the Drams, sherry, 104 bottles natuurlijk. Een whisky die niet helemaal tot z’n recht kwam na de voorgaande kanonnen. Hij is daarenboven amper half zo oud dan het voorgaande geweld. Het is ook een ander profiel, met de nadruk op zoete granigheid.

 

Uit de einduitslag bleek dat de whisky’s erg dicht bij elkaar lagen, het waren dan ook alle zes toppers. Opzet geslaagd dus. En wat meer is, allemaal nog verkrijgbaar via de shop van TWF. De finale rangschikking voor de groep was:

  1. Royal Lochnagar 1972
  2. Tomatin 1977
  3. Ben Nevis 1966
  4. Ledaig 1973
  5. Talimburg 1986
  6. Inchgower 1974

 

Thierry Segers en andere

Jullie weten ondertussen dat ik graag eens een muzikaal zijsprongetje maak. Vandaag doe ik dat in de vorm van de persoon in titel. Thierry Segers, dat is wat mij het meest is bijgebleven van de Fulldram whiskykwis in Leuven maandag jongstleden. Het is de naam (waar het eigenlijk een begrip zou moeten zijn – ik durf zelfs een concept te vermoeden) van de man die voorheen door het leven ging als Thierry Vankerrebroek. Maar als eerbetoon aan z’n grote voorbeeld Yves Segers (bekend van de klassieker ‘Ik schreeuw het van de daken’), heeft hij zich de naam van deze levende legende eigen gemaakt. Ik zou in verschillende paragrafen kunnen uitweiden over de levensloop van deze artiest, maar waarom zou ik dat doen als Thierry het zelf zo veel beter kan. Lees dus hier meer over dit in mijn ogen zwaar miskend talent.

 

Maar genoeg ernst, Thierry Segers was dus het antwoord op één van de vragen uit de voor de rest leutige whiskykwis. Deze kwis werd door ons aller Peter vakkundig in elkaar gebokst en op onnavolgbare wijze gepresenteerd. En aangezien Peter enkel diende bijgestaan te worden door een bevallige (nu ja) assistente, kon de rest van het bestuur deelnemen. De vragen waren nogal, eh, divers. Vlaamse zangers kwamen aan bod, dat had u al begrepen, maar ook plaatsen in Schotland, bekende figuren uit de whiskywereld en daarbuiten, ontbrekende distilleerderijen in een alfabetisch rijtje en dergelijke meer.

Tijdens de kwis werden zeven whisky’s geschonken. Bedoeling was telkens het alcoholpercentage, leeftijd en vattype te raden en er op het einde de twee koppels (tweemaal twee whisky’s van dezelfde distilleerderij) uit te halen. Elke ploeg zou na de kwis beloond worden met een flesje bier, gaande van een Orval met vervaldatum ergens in 2008 voor de laatste ploeg tot de Cuvée Delphine van de Struise Brouwers voor de ploeg die eerste zou eindigen.

De whisky’s die geschonken werden:

  • Vintage Choice 10y ‘Speyside blended malt’, 40%, OB +/-2010
  • Miltonduff 30y 1980/2011, 44.5%, A. Dewar Rattray bourbon cask #12427, 240 bottles
  • Ledaig 2005/2010, 62.7% Berry Bros & Rudd, sherry butt #900008
  • Tomatin 33y 1976/2010, 51.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 6816, 264 bottles
  • Dailuaine 27y 1983/2011, 50%, Asta Morris, refill sherry hogshead AM004, 248 bottles
  • Tomatin 34y 1976/2011, 51.3%, The Whisky Agency ‘Grotesque Crocs’, refill sherry butt, 309 bottles
  • Ledaig 12y 1998/2010, 61.8%, Malts of Scotland, sherry butt #800025, 256 bottles

 
Resulterend in volgende top drie:

  1. Tomatin 34y 1976 TWA
  2. Tomatin 33y 1976 DT
  3. Ledaig 12y 1998 MoS

Niet helemaal mijn top drie, maar die wordt in de loop van de komende dagen wel duidelijk. De whisky die derde eindigde, was de Ledaig 1998 van Malts of Scotland. Dankzij het hoogste bod nam ik de rest van de fles mee naar huis en proef ik ‘m nog een tweede keer. Mijn bevindingen hieronder. Beide Tomatins bespreek ik samplegewijze binnenkort.

Welke ploeg uiteindelijk tot winnaar van de kwis werd uitgeroepen, is van geen tel, het ging immers puur om het plezier. Wel een dikke pluim aan de Struise Brouwers, hun Cuvée Delphine is werkelijk voortreffelijk.

 

Ledaig 12y 1998/2010, 61.8%, Malts of Scotland, sherry butt #800025, 256 bottles
Ha, de balans tussen de turf en de sherry zit goed, mooi zo. Eigenlijk moet ik zeggen de balans tussen de turf, de sherry en het zilt. Dit is echt ‘coastal’, kustig, of zoiets. Zout en zeewier. De turf is zoals wel vaker bij jonge Ledaig mineralig van aard. Minder clean echter dan deze op bourbonvaten of dan jongere op sherryvaten, waar de sherry dus minder z’n stempel op gedrukt heeft. Maar ik vind het prima zo. Nu zijn het leder, tabak, tamari (natuurlijk gefermenteerde sojasaus), dadels en rozijnen die de dienst uitmaken. Aarde ook nog. Complex. Deze neus kan perfect doorgaan voor deze van een Port Ellen 1982/1983 op sherryvat. No kidding. Krachtig maar goed drinkbaar, op dezelfde hoofdtonen als de geur: zilte, rokerige en sherry-aroma’s. Meer bepaald zoethout, eik, bloedappelsien, leder, teer, medicinale turf, tabak, rozijnen, pruimencompot, stroperige karamel en zo kan ik nog even doorgaan. Complex, ook op de smaak dus. Water maakt het geheel zoeter maar is ondanks de 62% niet nodig. Erg lange afdronk, zoet, zilt en rokerig met wat peper erdoorheen. Prachtige whisky die ik blind een pak ouder zou schatten en waar de sherry perfect z’n werk heeft gedaan, niet te weinig maar ook niet te veel. Dat vat moest geen jaren meer blijven liggen. 91/100

Port Charlotte 2002, Malts of Scotland, cask #1172

En dan nu een whisky die ook hoog scoorde op de Fulldram Class of ’89 tasting. Zowel voor de groep als voor mij viel hij net buiten de top-3. Alhoewel ik whisky één en twee 91 punten gaf en whisky drie en vier 90 (de andere tussen 86 en 89), het verschil tussen beide koppels was voor mij dus zo miniem dat ik na de komma zou moeten scoren.

 

Port Charlotte 2002/2010, 64.2%, Malts of Scotland, bourbon hogshead, cask #1172, 306 bottles
Voor meer dan 64% alcohol te zijn, ruik ik meteen heel wat meer dan de alcohol. Echt een levendige en aromatische neus. Sinaas, zilt, karamel, turfrook, leder en gember vallen op. Nat hooi ook. Ook op de tong is het meer dan te doen. Sterk, natuurlijk, mondvullend, natuurlijk, alcoholisch, natuurlijk… maar ook zonder water al heel wat meer dan dat. Zoet vooral. Karamel, honing, gekonfijte gember. Veel rook, net als peper en een beetje rubber. Met water erbij zilt en opnieuw het natte hooi. Lange afdronk op zoete turf en zilt. Sprankelend en levendig, met de nadruk op zoete en farmy turf, een profiel dat me wel ligt. 90/100

Bowmore 12y 1999, Fulldram

Met onze whiskyclub Fulldram hebben we zopas een derde clubbbotteling uitgebracht. Na de complexe fruitigheid van de Littlemill 1990 en de smeuïge zoetheid van de Auchentoshan 1999, wilden we nu de kaart van de turf trekken. Onze keuze viel uiteindelijk op een Bowmore 1999. Het werd meteen ook de eerste eigen botteling, waar de vorige Malts of Scotland bottelingen waren. Ruben Luyten stond in voor het ontwerp van het label. Waarvoor nogmaals dank Ruben.

 

 

Bowmore 12y 1999/2011, 57.6%, Fulldram, oloroso sherry cask matured, 190 bottles
De neus start meteen erg ‘coastal’. Kustig dus, maar geef toe, dat bekt niet echt. Ik heb vooral veel zilt, maar ook jodium (licht medicinaal) en zeewier. Een degelijke portie turfrook volgt, net als teer, met daaronder zoete tonen zoals vanille en melkchocolade. Pas in tweede instantie komt de sherry er door. Leder, rozijnen en allerlei bessen. Bramen, bosbessen en rode bessen. Dan ook nog een beetje wit fruit à la appel en perzik. Met water wordt het zoeter en krijgt de appel en de perzik de bovenhand op de bessen. Stevig mondgevoel met veel turfrook en zilt, donkere chocolade en een pak kruiden: kruidnagel, kaneel, zoethout en steranijs. Met water wordt het een stuk ronder en toegankelijker, dan met associaties van praliné, appeltjes uit de oven en bessen. Lange afdronk op turf en zilt, maar ook hier zoeter en fruitiger met water. Ik vind dit best comlexe whisky, maar om dat te ontdekken is er zeker op de smaak water nodig. Water maakt het geheel ook ronder, minder scherp. De neus komt het best onversneden tot z’n recht, de smaak versneden. Vandaar dat we er ook voor geopteerd hebben deze whisky onversneden te bottelen, dan kan je zelf beslissen al dan niet water toe te voegen (idealiter dus na het neuzen). 88/100

 

Het zou me trouwens niet verbazen mocht deze whisky nog beter worden in de (open) fles, de lucht en de jaren zouden de scherpe kantjes wel eens verder kunnen afronden en het fruit meer naar voor brengen. Ik heb dat al wel vaker gemerkt bij vatsterkte-whisky’s (en zeker geturfde whisky). Whisky’s op drinksterkte kunnen na enkele jaren in een open fles weleens ‘plat’ vallen, whisky’s op vatsterkte hebben soms juist baat bij enkele jaren in een geopende fles.

Tasting met Jim McEwan

Op vrijdag 9 december organiseert Fulldram samen met The Nectar in Leuven een tasting met niemand minder dan Jim McEwan. Dit zal waarschijnlijk de laatste keer zijn dat hij naar België komt.

Voor diegenen onder jullie die Jim niet kennen, hij is geboren en getogen op Islay, en een legende in de Schotse whiskywereld. Vroeger Distillery Manager van Bowmore en vandaag Master Distiller van Bruichladdich. Begonnen op z’n 15e als leerling-kuiper bij Bowmore en ondertussen bijna 50 jaar ervaring in de industrie. Er zijn weinigen met een even grote kennis over whisky en er zijn er nog minder die even gedreven over het product praten als hij.

De whisky’s die Jim ons zal laten proeven, zijn stuk voor stuk pareltjes, de éne al verrassender als de andere:

  • Bruichladdich 5y, 50%, Murray McDavid by Jim Murray, for the 5th anniversary of The Nectar, enhanced in Chateau d’Yquem Sauternes casks, 500 bottles
  • Bruichladdich 18y 1992 Calvados finish, 46%, OB 2011 for The Nectar, 270 bottles
  • Bunnahabhain 33y 1976/2010, 49%, Murray McDavid, Celtic Heartlands, 465 bottles
  • Caol Ila 30y 1980/2010, 51.9%, Murray McDavid, Celtic Heartlands, 1017 bottles
  • Glenlivet 33y 1977/2010, 47.7%, Murray McDavid, Celtic Heartlands, 1358 bottles
  • Bruichladdich 32y 1977/2010 ‘MCMLXXVII’, 47.4%, OB, DNA2, 844 bottles

 

Jullie zijn welkom op 9 december 2011 om 20u in Sportoase, Philipssite 6, 3001 Leuven.

Inkom: 60 euro

Inschrijven kan via whisky@fulldram.be. Let op: je inschrijving is pas bindend na betaling van 60 euro op rekeningnummer 063-4514511-69 (IBAN: BE71 0634 5145 1169, BIC: GKCCBEBB). Gelieve als mededeling bij je betaling ‘McEwan’ te vermelden, alsook je naam en voornaam, emailadres en telefoonnummer.

Fulldram Halloween tasting

Maandag hadden we met Fulldram een Halloween tasting in Tasttoe, Kampenhout, een tasting met als thema finishes. Finishes, altijd tricky natuurlijk. Kan meevallen, kan tegenvallen. En dat laatste valt wel wat vaker voor dan dat eerste, is zo mijn ervaring. Maar bon, het principe van Halloween is mensen eens goed te laten schrikken natuurlijk. Als aperitief dronken we een lekkere zesjaar oude rum, mijn summiere bevindingen van de zes whisky’s en het heerlijk toetje lees je hieronder.

 

Tyrconnell 10y Madeira cask finish, 46%, OB 2010
Vanille en zachte karamel op de neus, wat rozijnen en noten. Warme appelcompot, appelstrudel. Weinig complex, wel aangenaam om ruiken. Nogal licht op de tong, zonder al te veel diepgang. Maar ook hier niets mis mee. Zoet en licht drogend. 79/100
 
Glenmorangie ‘Lasanta’, 46%, OB 2007, Lasanta oloroso sherry extra matured
Deze whisky bespreek ik later. Ik heb immers de rest van de fles mee naar huis genomen. Niet omdat hij zo geweldig lekker is, maar omdat ik dit voor vijf euro (en toch nog 20cl in de fles) didactisch best wel interessant vond.
 
Ballechin 3rd release, port cask matured, 46%, OB 2008, 6000 bottles
Geturfde Edradour dus. Tja, hier waren de meningen stevig over verdeeld. Ik vind dit best lekkere whisky (reeds enige tijd geleden besproken), anderen vonden dit absoluut niet. Turf vermengd met zoete (marsepein) en fruitige (ananas o.a.) tonen. Meer rook en naast het zoete ook kruiden en wat rubber op de smaak. Goede rubber voor mij. Vrij lange afdronk op zoete turf. Bronze medaille op de Malt Maniac Awards 2009 trouwens.
 
Arran ‘Amarone finish’ NAS, 50%, OB 2011
Amarone is een Italiaanse rode wijn, afkomstig uit Veneto, de streek rond Venetië. Dit was een whisky die de meesten nogal koud liet. Niet bijzonder, maar ook niet slecht. Lichte, zoete neus met tonen van vanille, granen, rabarber en hooi. Met water meer fruit (peer ook). Ook de smaak is licht en zoet met honing en fruit en wat peper naar het einde. 77/100
 
Bruichladdich 16y 1992 The Sixteens – Cuvee E’, 46%, OB 2010 First Growth, Sauternes finish, 12000 bottles
De neus start granig en grassig, daarna komt er fruit door. Aardbeien en appels. Op de smaak meteen redelijk wat fruit, voor de rest eerder droog. Met water licht stoffig. De winnaar voor de groep, maar desalniettemin geen grootse whisky. 81/100
 
Auchentoshan 18y 1992/2011, 54%, Murray McDavid, Mission Gold, Chateau Climens finish, 254 bottles
Gerijpt op bourbonvat en gefinished op een vat Château Climens. Château Climens is een Sauternes Premier Grand Cru Classé. Ik kan me voorstellen dat dit geweldig lekkere wijn moet zijn, de whisky is dit absoluut niet. Een compleet mislukt huwelijk. Ofwel was het distillaat na rijping op bourbonvat al niet te drinken. Bitter, wat sulfer (meer sulfer met water), natte kranten… echt niet lekker. En met nul punten de afgetekende verliezer van de avond. 64/100
 
Laphroaig 20y 1991/2011, 53.3%, Liquid Sun, sherry hogshead, 279 bottles
Halvelings ter compensatie van het voorgaande (we wisten dat we hiermee een risico liepen) werd er als toetje geopteerd voor een zeer lekkere Laphroaig van Luiqid Sun, één van de labels van The Whisky Agency. Perfecte balans tussen turf, eilandassociaties (zilt, zeewier, jodium) en sherry. Dat laatste vertaalt zich in rood fruit, kruiden en barbecue (gerookt en geroosterd vlees). Lange, zoete, zilte en rokerige afdronk. Zeer mooi! 90/100
 
De ranking voor de groep (de Laphroaig buiten beschouwing gelaten) was:

  1. Bruichladdich Sauternes
  2. Tyrconnell Madeira
  3. Arran Amarone
  4. Ballechin Porto
  5. Glenmorangie Sherry
  6. Auchentoshan Château Climens

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

Televoting – het vervolg

Hieronder het vervolg van de Fulldram ‘Televoting Tasting’. De eerste twee whisky’s had ik al eens geproefd, maar dat vond ik niet erg, de andere twee waren nieuw voor mij.

 
Glen Elgin 31y 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection (Berry Bros.), casks 5167/5170
Erg fruitige neus op peer en witte perzik, honing en lychees uit blik. Niet echt complex te noemen maar vlot drinkbaar. Wat kruiden op het einde. Behoorlijk lange, fruitige en licht kruidige afdronk. Ik schreef vorige keer al ‘njammie’, dat kan ik hier alleen maar herhalen. 87/100
 
Glenlivet 37y 1972/2009, 56.8%, The Perfect Dram (TWA), 141 bts.
Mijn notes indertijd: Levendige, frisse neus. Ik heb zowel zoete tonen (vanille, zoethout), fruitige tonen (gestoofd fruit) en maltige (granen). Zachte houttoetsen erdoorheen. Na een tijdje bloemen ook. Mooie evolutie. Stevig op de tong met fruit uit de tuin, noten, wat hout en vers gemaaid gras. Beetje kruiden. Die kruidigheid komt terug in de licht drogende afdronk.
Die ‘mooie evolutie’ op de neus mag ‘prachtige evolutie’ worden, en het woord ‘complex’ mag toegevoegd worden. Echt een beauty. 90/100
 
Tomatin 34y 1976/2010, 51%, The Nectar of the Daily Drams, sherry butt
Dit was een whisky die moest groeien, wat misschien aan de line-up lag, het was ook niet evident om na de Glenlivet te komen. De neus van deze laatste was aromatischer, maar na enige tijd toonde ook deze zich een schitterende whisky. De start was dus wat gedempt, daarna riep het fruit om aandacht. Banaan, perzik, en ook een beetje tropische varianten. Veel honing, en herbal tonen. Fris. Op de smaak meer tropisch fruit, zeker naar het einde en in de afdronk. Gekookt fruit ook en meer kruiden dan op de neus. Misschien wat eik, maar op de achtergrond. Lange, fruitige (tropisch dus vooral) afdronk. Bij deze vond ik de smaak beter dan de neus, maar dat zegt meer over de geweldige smaak dan over die neus. In de eindrangschikking haalde deze het voor mij erg nipt van de Glenlivet. 91/100
 
Port Ellen 27y 1983/2010, 56%, Malts of Scotland, refill sherry, cask MoS66, 322 bottles
De neus van deze Port Ellen is erg clean en fris, zilt en zesty. De schil van citrusfruit. Mineralen. Zoethout. En turf natuurlijk, maar niet overweldigend. Wat medicinaal. Typisch zonder heel complex te zijn, en ook zoals wel vaker een erg inactief sherryvat. Ook op de smaak proeft dit niet als 27 jaar oude whisky. Prikkelend, zesty, rokerig, zilt… Noten? Citroen. Lange, rokerige en zilte afdronk. Erg lekkere, frisse, ‘jonge’ Port Ellen en vlotjes in mijn top drie van de avond. 90/100
 
De top drie van de groep was:

  1. Tomatin
  2. Glen Elgin
  3. Port Ellen

Televoting

Gisteren stond er een nieuwe Fulldram tasting op het programma, met als thema ‘televoting’. De leden kregen op voorhand een lijst van twintig whisky’s voorgeschoteld, waaruit ieder zes whisky’s diende te selecteren. De zes met het hoogste aantal stemmen zouden dan de line-up uitmaken, uiteindelijk werden het er zeven. Vandaag en morgen een verslagje hiervan.

 
The Irishman, 40%, OB 2010
Als opwarmer kregen we deze malt uit de Bushmills stal te proeven, een tiental jaar gerijpt. Granige en licht fruitige neus. Slappe thee, wat kruiden. De smaak gaat daar op door en voegt wat vanille toe. Korte, licht kruidige afdronk. Niets bijzonders. 70/100
 
Glenfarclas 14y 1991/2005, 46%, OB, cask 164, 454 bottles
De neus is zoet en bitter. Hij start op rozijnen, pruimen, karamel en eik, en wordt dan hoe langer hoe kruidiger. Na wat verder in de line-up terug te gaan naar deze Glenfarclas vielen vegetale tonen op. Peterselie, oxo. De smaak is vrij droog. Bittere citrus, wat hars. Iemand merkte koffielikeur op. Middellange bitterzoete afdronk. Niet slecht maar nogal eenzijdig en op sommige momenten wat scherp. De standaard 15y lijkt mij ronder en complexer. 82/100
 
Clynelish 20y 1983/2004, 46%, Murray McDavid Mission III, 498 bts.
Op de neus heb ik niet de verwachte waxyness en ook minder fruit dan verhoopt. Wel dennennaalden, vanille, citrus en abrikoos. En wat peper en zout. Erg delicaat allemaal. Op de tong is hij zoet en fruitig (de citrus maar ook de abrikoos opnieuw). Misschien heel in de verte wat turf. De afdronk is niet echt lang en licht drogend. Ik was hier in eerste instantie een beetje door teleurgesteld, maar na wat andere whisky’s gedronken te hebben, treedt het fruit maar op de voorgrond. Tropisch fruit dan vooral. Toch bleef ie onder par voor Clynelish uit deze periode. 86/100
 
Caol Ila 11y 1995/2006, 57.6%, G&M Cask, casks 10638/10639
Cleane turf en zilt. Gerookt vlees, een hammetje aan het spit. Jodium. Een beetje fruit, niet veel. Op de tong agressief en bitter. Scherpe turf en peper. Niet echt aangenaam maar water doet wonderen. Veel ronder, romiger, zoeter dan. De peper blijft, maar het fruit komt er meer door. Lange, zoete en kruidige afdronk met cleane turf. Lekkere whisky, maar dat is ie enkel met water. 85/100

Oud naar nieuw – een klassieker

Maandag stond de tasting van onze club in het teken van een ondertussen klassiek thema, van oud naar nieuw. We proefden van drie whisky’s telkens de recentste versie en een oudere. De whisky’s die aan bod kwamen, waren de Springbank CV, de Talisker 10y en de Macallan 12y. Deze zes proefden we blind. Ik heb niet geweldig veel genoteerd en ook de setting – veel discussiëren en raden – was niet van aard om te scoren.

 

Als welkomdram kregen we 2 van de 300 cl Robert Watson of Aberdeen ‘Imperial’, rotation 1967 ingeschonken. Een blend van meer dan veertig jaar oud dus. Hierbij ging het misschien meer om het gebaar – je opent niet elke dag een 3-liter fles – dan om de inhoud, maar het dient gezegd dat het absoluut geen slechte whisky is.
De neus start zoet en herbal en evolueert richting floraal. Bij mij balanceerde hij wat op het randje van zeep, maar zonder te storen, laat het ons op ‘floraal’ houden. Lekker op de tong, zonder echt diep te gaan, op granen, het florale van de neus en iemand merkte ook nog witte chocolade op. Maar ik weet niet meer of dit op de neus of op de smaak was. Whatever, dit is een lekkere blend.

 
Eerste koppel
Springbank CV, 46%, OB 2010
Op de neus startte deze wat vreemd. Mineralig én stoffig. Natte steen, iemand aan onze tafel merkte natte muren op. Ik had een beetje rook, neigend naar farmy notes. De combinatie van dat laatste en de natte muren deed me aan oude vochtige stallen denken. Niet geheel onaangenaam. De smaak is zoet en mineralig.

Springbank CV, 46%, Green Thistle, OB rotation 1996
Erg frisse neus, maar alle whisky’s die na de vorige gezet zouden worden, zouden fris overkomen. Veel wit fruit en lychees, wat eigenlijk ook wit fruit genoemd kan worden. De smaak is fris, clean en fruitig, in het verlengde van de neus dus.

Ik gokte correct op Springbank. Je zal zien dat ik bij de volgende twee paren niet vermeld waar ik op gokte, zoek daar vooral niets achter. Geen van beide Sprinkbanks vond ik echter écht lekker, de oude wel wat beter dan de nieuwe. Of CV nu staat voor Curriculum Vitae of Chairman’s Vat (Springbank houdt beide theses in stand, kwestie van het debat levendig te houden), geen van beide vlaggen dekken echter hun lading.

 
Tweede koppel
Talisker 10y, 45.8%, OB end 1980’s, pre-classic malts
Een klein beetje turf, herbal notes, fruit (banaan). De smaak is zoet en fruitig. Een lichte kruidigheid en dito rokerigheid.

Talisker 10y, 45.8%, OB 2008
Een neus op fruit en lichte rook. “Cuberdons!” riep er iemand. Neuzekes in de volksmond. Voor de Nederlandse lezers: van die paarse kegelvormige snoepjes, hard aan de buitenkant, zacht en stroperig van binnen. Ik weet zelfs niet of ze in Nederland te krijgen zijn, in ieder geval een aanrader als je eens de grens oversteekt. Soit, de neus is ook licht waxy. De smaak romig, fruitig en zoet met zeer lichte rook. Wat kruiden naar het einde en in de afdronk.

Hier vond ik de oude wel duidelijk beter. Na beide whisky’s raadde trouwens niemand Talisker. Highland Park was de gok van Kristof, een gok die ik onderschreef, maar het bleek dus een ander eiland te zijn. Vreemd dat iedereen hier fout zat.

 
Derde koppel
Macallan 12y ‘Sherry Oak’, 40%, OB 2010
Wat gedempt op de neus. Sherry, maar belegen. Ik bedoel met belegen… euh ja, wat bedoel ik daarmee? Gedempt ja, niet echt levendig of prikkelend. Wat vegetaal (peterselie, heb dat tegenwoordig vaak in whisky op sherryvat). Op de smaak ook zachte karamel. Fudge.

Macallan 12y, 43%, OB end 1990’s
Hola, dit is helemaal anders, een veel uitgesprokenere neus, aromatischer. Goeie, expressieve sherry that is. Meer kruiden, meer fruit. Rood fruit vooral. Bosvruchten.

Hier was het verschil ook duidelijk, de oude was beter, expressiever vooral. ‘Levendiger’, ‘prikkelender’ ‘virieler’, ik zou bijna ‘jonger’ zeggen.

 

Conclusie: net zoals bij vorige oud-naar-nieuw sessies, wint ook hier ‘oud’ het pleit. Maar ik kan het toch niet nalaten te vermelden dat dit niet altijd zo is of hoeft te zijn, ik heb al best wat oude whisky’s geproefd die mij tegen vielen en nieuwe batchen die ik beter vond dan oude(re). Het is zeker niet zo dat omdat een whisky oud is dat hij ook beter is, alhoewel het bij instap-malts (officiële 10/12 jarige) wel vaak het geval blijkt te zijn.

 

Voor de volledigheid, de eindrangschikking:

  1. Macallan oud
  2. Talisker oud
  3. Springbank oud
  4. Macallan jong
  5. Talisker jong
  6. Springbank jong

Daarna volgden nog twee toetjes, een nog-niet-gebottelde Port Ellen van Luc en een al-wel-gebottelde Bunnahabhain die Reinhard voor z’n verjaardag mee had, beide ronduit schitterende whisky’s. Applaus.

 
Port Ellen 27y 1982/2010, 57.5%, ‘not available in the market’ as they say. Eén van de beste jaren tachtig Port Ellens die ik al kon proeven, met een afdronk van hier tot op Islay. Indien dit ooit gebotteld wordt, I wante die bottle.
 
Bunnahabhain 33y 1976/2010, 49%, Celtic Heartlands (Jim MacEwan), 465 bottles. Fruit, zilt, kruiden, honing, licht rokerig (fascinerend dat ik dat nog genoteerd heb). Erg complex en vooral overheerlijk.
 

Voila, dat was weer een gezellige avondbezigheid zie. Natuurlijk volgde een nabespreking die zoals altijd veel te lang uitliep, met een stukgeslagen radiowekker als collateral damage. Soms is zeven uur gewoon te vroeg.

 

Auchentoshan 1999, Fulldram Xmas bottling

Laten we ons nog even in de Kerstsfeer wentelen. Onze club Fulldram bracht enkele dagen geleden een tweede botteling uit. Na de voor mij fantastische Littlemill 1990, kon het bestuur een bepaald vat in de kelders van Malts of Scotland niet laten liggen. Volgens de aanwezigen stak dit boven andere geproefde vaten uit en was de drang te onweerstaanbaar om deze whisky niet te bottelen. Zo gezegd zo gedaan, leidend tot de ‘Fulldram Xmas 2010 bottling’. Zaterdag nog onder de kerstboom, vandaag ontkurkt.

 

Auchentoshan 11y 1999/2010, 56.4%, Malts of Scotland, Fulldram Xmas bottling, oloroso hogshead #2412, 186 bottles
Ruiken aan de fles geeft aan dat dit een heerlijk zoete whisky is. Stroperig zoet. Ik schreef meteen appel- en perenstroop (Sirop de Liège) op, kandijsiroop, en gekonfijt fruit. Ook rozijnen op rum mogen niet onvermeld blijven. Maar laat ons de whisky toch maar in een glas gieten, dat gaat eens zo makkelijk drinken (en ik moet toch ook aan de beeldvorming naar mevrouw Onversneden toe denken). In het glas komt er bij dat zoete een zeer aangename zurigheid. Balsamico. Oude balsamico, high-end. Het fruit gaat nu richting gedroogd fruit (vijgen, dadels) vergezeld van noten en daarna doemt een frisse bries op in de vorm van munt en eucalyptus. Nice. Very nice. Ook op de smaak is de aanzet zoet en ook hier heb ik gekonfijt fruit. En cake… juist ja, Christmas cake. Na enige tijd komen de noten er bij, gevolgd door een portie hout en kruiden. Kruidnagel, kaneel, nootmuskaat. Niet erg complex, wel lekker. Op de tong is hij droger dan de neus deed vermoeden, maar het zoete houdt het geheel toch mooi in balans. Lange, bitterzoete afdronk. Zalige sloeberwhisky! 89/100

Malts of Scotland, Luc’s choice – part II

Na de plaspauze – veel te veel water gedronken om die dekselse chipssmaken te neutraliseren – gingen we verder met twee Malts of Scotland die ik hier al eens eerder zij aan zij besprak, whisky’s waarvan ik het absoluut niet erg vond ze nog eens te kunnen proeven. Daarna volgde een nieuwe botteling, een Caol Ila, en afsluiten deden we met Luc’s recentste Glenfarclas.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
Zie hiervoor mijn notes in bovenstaand link. De score blijft dezelfde, in dit rijtje scoort enkel de Glenfarclas heel nipt meer. Ik heb er lang over gedaan om uit te maken welke van deze twee ik de beste vond, twee compleet verschillende profielen maar beide absolute top, eigenlijk zou ik ‘m 92,5 moeten geven, het verschil is misschien geen heel punt. Prachtig oud Campbeltownprofiel. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
Ook van deze was ik volledig weg, hij moest indertijd maar nipt voor de Glen Scotia onderdoen. Ook nu, hij nestelt zich mooi tussen de Glen Scotia en de Bunnahabhain in. Frisser (fruitig, floraal) en makkelijker dan z’n voorganger, minder complex, meer ‘direct’, maar o zo heerlijk direct. 91/100
 
Caol Ila 29y 1981/2010, 59.8%, MoS, cask 4807, 216 bottles
Dit is één van de nieuwe bottelingen. Petrolium, rook, plastic, niet meteen de beste neus ever. Maar dat is dan zonder water. Water toevoegen doet wonderen, een heel pallet een geuren komt naar voor. Zoet fruit, oesters, zilt, winegums, vanille, zoethout… complex. Zoete turf ook, zowel op de neus als op de smaak. Ik noteerde qua smaken nog drop (zoute drop) en het zoete fruit van de neus. Lange, fruitige en kruidige finish. A perfect swimmer, gaat van gesloten en niet aangenaam zonder water naar open en heerlijk mét. 89/100
 
Glenfarclas 41y 1968/2010, 49.7%, OB for Thosop, casks 702 & 5240, 318 bts.
Eindigen deden we dus met deze Glenfarclas, een whisky die al behoorlijk wat airplay heeft gehad maar waarbij ik voor de volledigheid nog vermeld dat het een vatting is van twee vaten die elk op zich hun kwaliteiten hadden maar ook hun mindere kanten. Samengevoegd bleken ze echter elkaars mindere kanten op te heffen, resulterend is een perfect huwelijk. Vat 702 is een first fill oloroso, vat 5240 een first fill fino. De complexe neus geeft donkere chocolade (waarvoor dank oloroso, maar zonder echt bitter te zijn, waarvoor dank fino), noten, hout (niet te veel, niet te weinig), fruit (zowel gedroogd als geconfijt fruit), kruiden, leder, een lekkere waxyness en nog heel wat meer. Na enige tijd krijg ik ook wat vegetale tonen (denk aan peterselie, en zeker ook munt). Een neus om van te genieten. Op de tong toont hij zich stevig, mondvullend en licht drogend. Veel kruiden, bessen, hout, koffie, de donkere chocolade, enzovoort enzoverder. Lange, droge, kruidige finish met ook het fruit dat nog de kop opsteekt. Vooral de neus van deze whisky is geweldig. 93/100
 
Voila, ik vond dit een mooie line-up. Buiten onze opwarmer was de jongste whisky 29 jaar oud, en toch had ik nooit het gevoel op een stuk hout te sjieken, het zijn stuk voor stuk zeer mooi gerijpte whisky’s die alle hun smaken perfect geïntegreerd hebben. Mijn top-3 bleek dezelfde te zijn als deze van de groep (alhoewel ze voor mij alle drie erg dicht in elkaars buurt liggen), nl.:

  1. Glenfarclas 1968
  2. Glen Scotia 1972
  3. Glengoyne 1973

Battle of the Stunners


 

Het nieuwe Fulldram seizoen werd dit jaar afgetrapt door Bert Bruyneel, notoir levensgenieter uit Ingooigem. Het beproefde concept dat de naam Battle of the Stunners draagt, vormde een ideale opener voor zowel anciens als nieuwe leden. In vijf categorieën voerden Bert en het Fulldrambestuur een strijd om wie de beste ‘stunner’ meehad. Een stunner – term indertijd door Luc Timmermans gelanceerd – is een bangelijk lekkere whisky die minder dan 50 euro kost. Alle whisky’s werden uiteraard blind geproefd – jawel, er was iemand die een blinddoek bijhad. Hieronder een verslag van een leuke avond – gelardeerd met de nodige hilarische anekdotes – waar het wedstrijdelement ondergeschikt was aan het plezier. Om één of andere reden was het vooral Bert die dit laatste meermaals benadrukte. De uitslag zie je bovenaan – voor alle duidelijkheid, dat leest als Fulldram-Bert en niet omgekeerd. Let op, de winnaar voor de groep was niet altijd mijn winnaar.

 

Categorie 1: super-stunner (minder dan 25 euro)

Goldlys Rye & Malt 1988, 46%, Filliers 2010
Twee graandistillaten, rogge en gerst, 22 jaar samen gerijpt op bourbonvaten. Erg granig met een beetje fruit. Wordt hoe langer hoe zoeter. Veel vanille. Ik was hier niet echt wild van. Bijlange niet het niveau van de Limousin als je het mij vraagt.

Fighting Cock 103 proof, 51.5%, Heaven Hill 2010
Een Bourbon die ik ook bij een vorige proefbeurt niet echt geweldig vond. Zoet, granig, verbrande karamel, leder, iets geroosterd en veel kruiden.

Voor mij twee tegenvallers.
Winnaar: Goldlys, Fulldram. I disagree (lichtjes).

 

Categorie 2: Niet-geturfd, geen vatsterkte

Arran 14y, 46%, OB 2010
Vrij complexe, frisse en fruitige whisky. Redelijk zoet ook, wat hout en een aangename kruidigheid op de smaak.

Amrut 2004/2009, 52%, OB for Crombé, cask 2930, 221 bottles.
Moeilijke whisky. Start wat vreemd, niet gemakkelijk om te associëren. Grassig, floraal, kruiden. Een bijzondere bitterheid.

Winnaar: Arran, Fulldram. I agree.

Hier moet ik ootmoedig toegeven dat ook bij mij de Arran de winnaar was alhoewel ik de Amrut indertijd een hogere score gaf dan onlangs de Arran. Dit toont nogmaals de relativiteit aan van scores. Omstandigheden, line-up, stemming, het speelt allemaal een rol. Maar als ik er mijn oorspronkelijke notes bijhaal, merk ik dat ik ook toen wel wat worstelde met deze Amrut maar er uiteindelijk wel volledig voor viel. Misschien heeft deze Amrut gewoon meer tijd nodig.

 

Categorie 3: Geturfd, geen vatsterkte

Lagavulin 16y, OB 2010
Zachte, zoete, ronde turf met fruit en kruiden erdoorheen. Redelijk complexe, subtiele en mooi gebalanceerde whisky. Herkenbaar Lagavulin 16y.

Laphroaig Quarter Cask, 48%, OB 2009
Medicinaler en meer rook dan de Lagavulin. Meer zilt ook. Kruidigheid van het hout, vooral op de smaak. Voor mij iets ééndimensionaler, minder complex.

Twee erg lekkere whisky’s, maar ik vond de Lagavulin iets beter.
Winnaar: Laphroaig, Fulldram. I disagree.

 

Categorie 4: Niet-geturfd, vatsterkte

Westport (Glenmorangie) 9y 2000/2010, cask 800104, 644 bottles
Lekkere sherry! Zoet (geconfijt en gedroogd fruit) en aangenaam bittter. Koffie, noten, hout… Droog, maar nooit té.

Glenfarclas 105, 60%, OB 2010
Ook dit is lekkere sherry. Meer op kruiden wel. En ook eerder rood fruit. Stevig! De Westport is echter beter, complexer.

Winnaar: Westport, Fulldram. I agree.

 

Categorie 5: Geturfd, vatsterkte

Laphroaig 10y Cask Strenght, 57.8%, OB 2009, Batch 001
Erg rokerig. Medicinaal, houtskool, een beetje fruit, peper. Voor mij teveel rook, te ééntonig.

Bowmore 10y ‘Tempest’, 56.3%, OB 2010, 12.000 bottles
Dit is beter, de rook zit ook hier maar wordt vergezeld van zilt, veel fruit (sinaas vooral), vanille, bloemen… een pak complexer dan de Laphroaig en alles perfect in balans. Deze bespreek ik later deze week meer in detail, flesje staat klaar.

Winnaar: Bowmore, Fulldram. I fully agree.

 

Conclusie: afgedroogd. Nu is het wel zo dat het Fulldrambestuur ondertussen goed weet wat het gemiddelde lid lekker vindt. Bert had daar misschien een lichte handicap. Maar desalniettemin, 5-0… het staat daar wel mooi te blinken bovenaan.

 

Littlemill 1990, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Fulldram

Bon, het moest er eens van komen. Vandaag proef ik – en dat is dus niet de eerste keer – een whisky die ik met de grootste moeite zo objectief mogelijk ga trachten te bespreken. Whisky bespreken en objectiviteit zijn sowieso twee zaken die moeilijk verenigbaar zijn – je kan enkel trachten zoveel mogelijk ‘objectiviteit’, consistentie en transparantie te leggen in deze per definitie zeer individuele en subjectieve aangelegenheid. Maar bij deze whisky wordt het dus extra moeilijk. De Littlemill 1990 ‘Club 02’ van Malts of Scotland is immers onze botteling. Met ‘onze’ bedoel ik deze van Fulldram, onze whiskyclub die dit vat bottelde ter gelegenheid van z’n vijfjarig bestaan. Hij werd gekozen als beste uit een selectie van vaten van Malts of Scotland. De keuze was bovendien makkelijker dan initieel gedacht, dit vat schreeuwde “kies mij!”.
Enige tijd geleden besprak ik reeds een andere Littlemill 1990 van deze bottelaar, vat 915, een whisky die ik – om het eufemistisch uit te drukken – al best te pruimen vond. Net zoals vat 915 is ook dit vat (#736) een bourbonvat. Gedistilleerd op 8 januari 1990 en gebotteld op 5 mei 2010, exact vijf jaar na de oprichting van Fulldram.

 
Littlemill 20y 1990/2010, 53.9%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Fulldram, cask 736, 183 bottles
De neus start wat schuw op zoete en grassige tonen. Een beetje walsen, wat lucht happen doet wonderen. Dat laatste mag vrij letterlijk genomen worden, hoe de neus openbloeit en evolueert… prachtig. Het zoete wordt meer dan gewoon zoet, smullen. Vanille, marsepein. Er komt fruit door, veel fruit. Ik noteer citroen, pompelmoes, abrikoos, evoluerend naar ananas en kiwi. Appelsienenconfituur. Amandelen ook (oké, de marsepein), net als radijs en wat gember. Een beetje waxy tonen (boenwas, kaarsvet) en een toef wood smoke zorgen voor de finishing touch. Rook van het hout dus, net zoals ik dat in vat 915 had. Het geheel doet me wat denken aan een Condrieu, één van mijn favoriete witte wijnen. Proeven nu.
Pats, boem, paukenslag! In de mond heeft hij absoluut geen tijd nodig om aromatisch-gewijs te exploderen. Amai, dit is lekkere whisky! Succulent romig, zoet en fruitig. Honing, gesuikerde lindethee, pompelmoes, citroenschil, een beetje hars, een beetje hout… een zalige bitterheid. Hij evolueert richting kruiden. Nootmuskaat, kaneel, gember. Een licht mineralige toets ook. Dit drink zo vlot, je hebt absoluut geen idee dat dit nog altijd een drankje op 54% alcohol is. Water? Laat ons de naam van deze blog eer aan doen, water is het laatste waar ik bij deze whisky aan denk. Dat beetje wood smoke, ook op de smaak, mag ik niet vergeten. De afdronk dan nog, die is lang, zoet en fruitig. Ik weet dat dit vrij banaal klinkt, maar laat het duidelijk zijn dat ik hier eigenlijk ‘zalig zoet’ en ‘super fruitig’ bedoel. Vooral citrus domineert hier. Ook de kruiden van de smaak steken in de afdronk nog even de kop op. Wel, deze is beter dan vat 915. Oh ja, hij is beter. De neus is even groots, maar zowel op de smaak als op de afdronk gaat hij er over. Vlotjes. Ben ik toch niet wat vooringenomen? Misschien. In ieder geval, ik weet wat ik geproefd heb. En nog vaak ga proeven. Emotionele score: 95/100. Rationele score: 92/100
 

Woordje van de uitgever: ik heb mezelf bij het proeven regelmatig afgevraagd of ik deze whisky ondanks alles toch niet wat gekleurd weergeef, zowel qua beschrijving als qua score. Het is tenslotte een beetje ons kindje, een eerstgeborene dan nog wel. Wel, ik kan je verzekeren dat ik echt ongelooflijk m’n best heb gedaan zo neutraal mogelijk te zijn, het is gewoon een superwhisky. Hand op het hart. En, als je toch nog ergens een fles kan vastkrijgen (voor alle duidelijkheid, de mijne staan niet te koop), proef ‘m vooral zelf, je zal het je niet beklagen.

Genieten

Het is dinsdagavond, zo goed als middernacht. Ik drink Littlemill 1990, Malts of Scotland ‘Clubs 02’ for Fulldram en ik kan een brede glimlach moeilijk onderdrukken. Review? Vergeet het! Misschien morgen, als ik er dan wel zin in heb. Of anders donderdag. Of ook niet. Wie zal het zeggen?