Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Douglas Laing’

Big Peat ‘Christmas 2013’

Ik weet het, qua timing kon het beter, maar ik zet me vandaag aan de Big Peat ‘Christmas Edition 2013’. Net zoals de standaardbotteling bevat deze whisky van Ardbeg, Bowmore, Port Ellen (jawel) en Caol Ila, maar ook van Laphroaig en Lagavulin.

 

Big Peat ‘Christmas Edition 2013’, 54.9%, Douglas Laing 2013
Rokerig, granig en zilt op de neus, met daartussen tonen van wit fruit. Wit fruit zoals daar is: peren en gele appels (geel van buiten, wit van binnen). In de geur doet deze whisky jonger aan dan de gewone die ik in 2010 proefde. Vooral het zilt valt nu op. Brak water. Ik heb ook enkele frisse elementen zoals munt en eucalyptus. En een beetje zoethout. De granen brengen me bij nu havermout. In z’n geheel niet zo bijzonder. Nogal scherp ook. Ook op de smaak is dit duidelijk jonge whisky en net als op de neus behoorlijk scherp. Maar dat ligt deels natuurlijk ook aan het alcoholpercentage. Ik noteer turfrook, neigend naar assen, teer, zilt en ‘jong’ fruit zoals ananas en peer. Kruiden vallen er nog te ontwaren: gember en peper. Zwarte thee. De afdronk is lang en rokerig. Niet slecht, zeker niet, maar toch merkelijk minder dan de 2010. 85/100

Port Ellen 25y 1979, Old Malt Cask

Port Ellen van eind jaren zeventig heeft over het algemeen een ander profiel dan dat van begin jaren tachtig. Het is minder mineralig, minder ‘zesty’, minder scherp en clean, eerder ronder. Maar daarom niet beter of slechter. Gewoon anders.

 

Port Ellen 25y 1979/2005, 50%, DL OMC, cask 2016, 425 bottles
Mooie, zachte en zoete neus op appelsien, chocolade (orangettes), citroensnoepjes, vanille en cake. Altijd met zoete turfrook en zilt op de achtergrond. Ook de geur van teer en rubber. En zeewier. Zelfs een lichte medicinaliteit. Verband. Mercurochroom. Een lichte florale toets komt ook om de hoek kijken. Best complex. Hetzelfde patroon op de smaak: zoete elementen, citrusfruit, turf en zilt. Associaties van kandijsuiker en vanille, chocolade en cake, mandarijn en citroen, gezouten nootjes en drop, turf en (een beetje) rubber. Lichte, dragende eik. En maar weinig kruiden, enkel een beetje peper. Stevig en dik mondgevoel. Lange afdronk, rokerig en zoet. Ja, Port Ellen 1979, dit is opnieuw een beetje anders dan wat we de laatste jaren gewoon zijn van 1982/1983. Maar dus zeker niet beter of slechter. 91/100

St. Magdalene 25y 1982, Old Malt Cask

Vandaag een whisky die evengoed Linlithgow had kunnen heten. Eén van de vele 1982’ers die Douglas Laing gebotteld heeft.

 

St. Magdalene 25 YO 1982/2008, 50%, Douglas Laing, Old Malt Cask, refill butt #4282St. Magdalene 25y 1982/2008, 50%, Douglas Laing, Old Malt Cask, refill butt #4282, 378 bottles
Cleane en grassige neus. Vers gemaaid gras, vermengd met kaarsvet en citroen. Citroenkaarsen, jawel. Harde citroensnoepjes. Daarachter gaan er tonen van gezouten boter en lampolie schuil. En ook associaties van okkernoten en rubber. Dat laatste is hier geen meerwaarde. Schweppes tonic. Een beetje vanille. De schil van groene appels. Best complex. Doorheen dit alles ontwaar ik mineralen. Kalk en klei. En zelfs de geur van natte kranten. Scherp en clean profiel. De smaak is iets ronder, de vanille treedt meer op de voorgrond, samen met gele appels (cider) en noten. Ook hier is deze whisky redelijk waxy. De citroen laat zich echter wat naar de achtergrond drukken. Kruiden zijn op de smaak dan weer meer aanwezig dan in de geur. Peper en mosterd. Groene thee. Een beetje droog gras. De mineralen blijven sluimeren. Middellange, cleane en licht bittere afdronk. Niet de gemakkelijkste neus, de smaak overtuigt meer. 84/100

Brora 32y 1970, DL Platinum Selection

Onversneden is zo stilaan Lindoresgewijze een oord van decadentie aan het worden. Dringend tijd om weer even back to basics te gaan, kwestie van de balans terug wat in evenwicht te trekken. Maar nu nog even niet.

 

Brora 32 YO 1970, 58.4%, Douglas Laing Platinum Selection, 297 bottlesBrora 32y 1970/2002, 58.4%, DL Platinum Selection, 297 bottles
Ronduit schitterende neus van de zee. Hij start wat bedeesd, maar vertoont dan veel maritieme elementen zoals zilt, jodium, zeewier, gerookte vis, oesters… op een achtergrond van zoete turfrook en aardse tonen (wortels, natte aarde). Er sluimert ook wat fruit door, fruit zoals rode (zoete) appels en zelfs wat banaan en mango. Amandelspijs en nougat vallen er qua zoete associaties te noteren. Maar hoe langer ik hier mee bezig ben, hoe meer zaken ik opmerk. Lijnzaadolie bijvoorbeeld, net als bijenwas, en ook zoethout en tijm. Oude boeken. Vreselijk complex is dit. Doet me wat aan de recentste OB’s denken (de 32y en de 35y). Niet erg ‘farmy’, dit is veel subtieler en eleganter. Op de smaak is dit minstens even goed. Minstens. Neigt een beetje naar oude Port Ellen op een weinig actief sherryvat. Maar dan nog beter eigenlijk. Erg maritiem dus (zie hierboven), maar ook prachtig rokerig en zoet. En fruitig. En waxy. En kruidig. En, vooral, alles perfect verweven. Op de smaak komt de boerderij iets meer naar voor. Nat hooi, natte hond. De marsepein keert terug. Net als de lijnzaadolie. Het fruit is hier minder appel dan wel citrusfruit. Pompelmoes, mandarijn. Het rokerige karakter is hier oude turf. Ik bedoel dan de turf die je ook wel tegenkomt in oude Ardbeg of oude Laphroaig (ja, zelfs met het licht medicinale kantje). Lange, erg lange afdronk. Zilt, rokerig, peperig en zoet. Het fruit is hier zo goed als verdwenen. Is dat een minpunt? Nah, dit is een whisky waar ik wel heel weinig op kan aanmerken. Absouut topspul. Oude Brora, wat wil je? Bedankt Dominiek om ook deze beauty open te trekken. 94/100

Brora 20y 1982/2003, Old Malt Cask

Begin jaren zeventig produceerde Brora een rijk geturfde malt, wat de distilleerderij de bijnaam ‘Lagavulin of the North’ opleverde. Toen Caol Ila opnieuw op volle kracht opereerde, verminderde de nood aan geturfde Brora. En wat later ook aan Brora an sich, resulterend in een definitieve sluiting in maart 1983. 1983, het jaar dat Diageo een grote reorganisatie doorvoerde en meerdere distilleerderijen sloot. Een deel van de oude gebouwen wordt nu nog gebruikt als warehouse voor Clynelish, andere delen staan leeg en zijn verboden terrein.
Vandaag een 1982 uit de stal van Douglas Laing.

 

Brora 20 YO 1982/2003, 50%, Douglas Laing, Old Malt Cask_sherry, cask 1186Brora 20y 1982/2003, 50%, DL Old Malt Cask, sherry cask #1186, 264 bottles
Aromatische neus, op veel wit fruit (appels, witte perziken), honing, vanille, zilt, oud leder en natuurlijk de onvermijdelijke ‘farmy notes’. De geur van de stallen en het natte hooi. Die boerderij-associaties komen echter pas in tweede instantie. Zoete, maar erg lichte rook. Tja, ik vind het zalig om ruiken. Op de smaak is deze Brora vooral zoet, fruitig en zilt. Maar ook hier ontbreken de typische boerderijgeuren niet. Meer kruiden dan in de geur en ook de turfrook is iets prominenter. Middellange, zilte en zoete afdronk. Niet erg complex maar wel spek naar mijn bek. Of wat had u gedacht? 89/100

Ardbeg 27y 1973, Old Malt Cask

We feesten verder op Islay, meer bepaald met een Ardbeg in de hand. Douglas Laing heeft veel Ardbeg gebotteld, zowel onder z’n Old Malt Cask label als onder de Platinumvlag. Daaronder ook een aantal 1973’ers. 1973, dat is dus Ardbeg uit z’n topperiode. Deze botteling wordt beschouwd als één van de beste 73’ers.

 

Ardbeg 27 YO 1973/2000, 50%, DL Old Malt Cask, 240 bottlesArdbeg 27y 1973/2000, 50%, DL Old Malt Cask, 240 bottles
Bingo! Geweldige ‘farmy’ turf op de neus. Dat is dus de zoetzure variant die doet denken aan nat hooi, stallen en de bijhorende mest. Hij is ook zalig ‘coastal’, waarmee we het dan hebben over zilt, zeewier en jodium, dat soort zaken. Maar ook oesters. En welke Engelse termen kunnen we nog gebruiken? Wel, ‘fruity’ of course. Kweeperen, limoen en ananas. Lichte tonen van rubber ook. En melkchocolade. En dennennaalden. Chocolaty indeed. Maar vooral: f#*!ng great! Dit is echt machtig om ruiken. De smaak is al even machtig. Erg complex. Intens en dik op de tong. De boerderij, de zee, het fruit (citrus en kiwi, jawel), de lichte rubber, het zit ook hier. Samen met kruiden zoals zoethout en gember. En cacao. En noten. En marsepein. En lichte teer. En gedroogd gras. Complex, ik zei het al. Fantastisch droog. Indrukwekkend lange afdronk. Fenomenaal, één van de beste oude Ardbegs die ik al kon proeven. 95/100

Clynelish 24y 1983, Old Malt Cask

Driekwart eeuw na z’n oprichting, werd in 1896 Clynelish opgekocht door James Ainslie & Co, in 1912 kwam ze in handen van de Clynelish Distillery Co. Ltd., om in 1925 eigendom te worden van de Distillers Company Ltd (DCL), die op z’n beurt samenging met John Walker. Deze groep zag zich in 1931 echter verplicht de distilleerderij te sluiten. Pas in 1938 kon de productie opnieuw opgestart te worden, maar dit was van korte duur, in 1941 werd Clynelish opnieuw stilgelegd. Tijdens de oorlog was er immers een chronisch tekort aan gerst. Na de oorlog werd het stoken hervat.

 

Clynelish 24y 1983/2007, 50%, DL Old Malt Cask, cask 3555, 305 bottles
Cleane, mineralige neus op natte stenen, lijnzaadolie, bijenwas en kaarsvet. Honing geeft het een zoet kantje, daarna komt het fruit opzetten, in de vorm van sinaas en rode appels. Een klein beetje zilt en een even weinig rook. Mmm, de geur van natte wol komt er nog bij. Licht drogend mondgevoel, met net als op de neus mineralen en was die opvallen. Peper en nootmuskaat zorgen voor de nodige pit. Honing, zilt en de lichte turf vullen aan. Geen erg lange afdronk, een beetje drogend met langzaamaan wijkend fruit. Tja, Clynelish, ik kan dat onmogelijk niet lekker vinden. Misschien niet het niveau van sommige 1982’ers, maar ach, gewoon erg lekker is soms ook goed genoeg. 88/100

Banff 32y 1975, Old Malt Cask

De Banff distilleerderij ligt in het noorden van de Speyside regio, een goeie kilometer buiten het centrum van het stadje Banff. Of beter gezegd lag, na de sluiting in 1983 verwoestte een brand in 1991 immers de overblijvende gebouwen.

 

Banff 32y 1975/2008, 48.7%, DL Old Malt Cask, cask 3971, 164 bottles
Frisse neus op tuinkruiden, mineralen (natte stenen) en heide, snel gevolgd door fruit. Wit fruit (appel, peer), daarna perzik en gele pruimen. Kaarsvet ook wel. Net als wat zilt. En een aangename florale toets. Subtiele rook. Ook de smaak is fris en clean: mineralen, gras, hooi, munt, harde peren vooral en wat vanille. De klassieke mosterd-en-dille combinatie ontbreekt niet. Okkernoten. Eik, en niet zo’n beetje, maar nooit uitdrogend. Bijenwas en kaarsvet. Lange afdronk op tuinkruiden, mosterd, okkernoten en een heel klein beetje rook. Tja, Banff van de jaren zeventig, ik ben fan. 90/100

Nick Cave & Ben Nevis 1966

Nick Cave, dat ik die nog niet heb opgevoerd… een schande! Ik dweepte er al in m’n puberjaren mee, ten tijde van The Birthday Party.
Nu hij een punt heeft gezet achter het lichtjes geniale Grinderman, met de boodschap “See you all in another ten years when we’ll be even older and uglier”, kunnen we ons binnenkort aan een nieuw album met de Bad Seeds verwachten.

 

Nicholas Edward Cave, zoals de man voluit heet, werd geboren in 1957 in Warracknabeal. De meesten onder ons weten dat dat een stadje is in Australië. Naast muziek schrijven en spelen, heeft hij zich ook gewaagd een het acteren en het schrijven. Zo verslond ik als puber And the Ass Saw the Angel, een boek dat ook door de critici lovend onthaald werd.

 

Maar muzikaal brak hij door met The Boys Next Door, een bandje dat hij in 1973 als zestienjarige knaap oprichtte samen met Mick Harvey en Phil Calvert. Later werd naam van deze band gewijzigd in The Birthday Party en verhuisden ze van Melbourne naar Londen. Aldaar werden de heren vervoegd door het fenomeen Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten en Rowland S. Howard. De muziek van The Birthday Party laat zich niet gemakkelijk omschrijven, maar het wordt vaak als ‘post-punk’ geduid. Alhoewel voor mij ‘rauwe bluesrock’ de lading ook we dekt. Laat het ons op stevige muziek houden. Ook op hun optredens ging het er trouwens stevig aan toe. Vrouwen die op het podium kropen, hun rok omhoog trokken en urineerde op het podium… ja, het moet daar nogal gemoedelijk aan toe zijn gegaan.
Hun muziek had in ieder geval een niet te onderschatten invloed op de generatie muzikanten na hen. Samen met The Stooges hebben ze menige punkrock band de nodige inspiratie bezorgd.
Kort na een tweede verhuis, van Londen naar West-Berlijn deze keer, en na onenigheid tussen Cave en Howard, hief de band in 1984 zichzelf op. Cave, Harvey, Bargeld gingen daarna samen met Barry Adamson als Nick Cave and the Bad Seeds door het leven. Howard sloot zich aan bij het fantastische Crime & The City Solution van Simon Bonney (volgende keer moet ik het hebben over Bonney). Ook These Immortal Souls was een spin-off van The Birthday Party. Nick Cave zelf verhuisde nadien nog naar Sao Paulo, waar hij in 1987 trouwde en een zoon Luke kreeg, opnieuw naar Londen en uiteindelijk naar Brighton.

Cave’s teksten zijn bijna altijd gitzwart, thema’s die aan bod komen zijn in willekeurige volgorde: dood, moord, bloed, geweld, krankzinnigheid… Laat het duidelijk zijn, een doetje is het nooit geweest. In combinatie met de weinig toegankelijke muziek, hoeft het ook niet te verbazen dat de man, zeker in z’n beginjaren, weinig commercieel succes kende. Pas met The Good Son uit 1990 (waarop de ‘hit’ The Ship Song staat) en later met z’n duet met Kylie Minogue (wat een koppel!), Where the Wild Roses Grow, kon het grote publiek kennismaken met ’s mans talenten. Ook PJ Harvey kon kennis maken met een aantal talenten van de man, weliswaar andere, maar hun relatie liep na enige tijd op de klippen.

In 2007 stampte hij Grinderman uit de grond, een project samen met enkele leden van The Bad Seeds, waarin hij zich als mean machine lekker kon uitleven zoals in de beste Birthday Party traditie. De band bracht twee titelloze albums uit.

Voor de filmwereld schreef hij zowel muziek (o.a. voor enkele films van Wim Wenders zoals Until the End of the World) als scenario’s (o.a. Ghost of the Dead uit 1989 en The Proposition uit 2005).

 

Goed, tot zover nonkel Nick. Met het geweldige album Tender Prey (Up Jumped the Devil! Watching Alice! The Mercy Seat!) op de achtergrond, proef ik een Ben Nevis 1966. Oude (ik bedoel dan vooral jaren zestig) Ben Nevis is een profiel dat me enorm ligt. Niet alles uit deze periode is echter even goed, maar twee officiële bottelingen – deze en vooral deze – staan toch wel mooi te blinken in m’n top-50 ever. De 1966 voor The Whisky Fair die ik vandaag bespreek, proefde ik het verleden al eens, nu maak ik er wat meer tijd voor.

 

Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing, Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles
De neus start zalig: zoet fruit vermengd met (veel) kruiden. Nootmuskaat, munt en kruidnagel. Qua fruit vooral sinaas, banaan en ananas in blik. Vijgen ook. Daarna antiekwas en oud leder. Oude boeken. Romige chocolade (truffels). Hij start niet alleen zalig, hij blijft het. Volle smaak, geconcentreerd, dik en stroperig op de tong. Opnieuw veel kruiden (kruidnagel, peper, zoethout) en zoet fruit. Aardbeienconfituur. Appel- en perensiroop. Kokos, sinaas en banaan. Doet me wat aan oude rum denken. Daarna zet de eik zich door, net als okkernoten en donkere chocolade. Het geheel wordt m.a.w. licht drogend. Lange afdronk met de bittere (eik, kruiden) en de zoete (zoet fruit) elementen die elkaar perfect in evenwicht houden. Ja, ik vind dit heerlijk. Misschien niet helemaal het niveau van de bovenvermelde OB’s, maar wel betaalbaarder (195 euro, o.a. nog online te koop op de site van The Whisky Fair). 91/100

Highland Park 28y 1974, DL Platinum

2011 was wat whisky betreft best een gezegend jaar vond ik zo. Er is heel wat lekkers gebotteld en ook heel wat beter dan lekker. En we hoeven daarvoor tegenwoordig zelfs niet meer over de landsgrenzen te kijken. Denk maar aan al het moois dat Thosop, Asta Morris en The Whiskyman ons gebracht hebben. Buiten dat Belgische geweld vielen wat mij betreft eens te meer de bottelingen van Malts of Scotland (die Caperdonichs!) en The Whisky Agency op.
Maar het is niet het verleden wat belangrijk is, het is wat de toekomst ons zal brengen. De heren van Thosop, Asta Morris en The Whiskyman weten alvast dat de lat erg hoog ligt, maar ook van de andere bottelaars mogen we verwachten dat ze ons regelmatig een glimlach op het aangezicht toveren. En dat is uiteindelijk ook wat ik jullie allen dit jaar toewens, af en toe een whisky ontdekken die je simpleweg blij maakt, al is het maar voor even.

Bon, genoeg meligheid, laat ons het nieuwe jaar gezwind inzetten met een Highland Park 1974 van het prestigelabel van Douglas Laing, de Platinum Selection.

 

Highland Park 28y 1974/2002, 56.8%, DL Platinum Selection, 226 bottles
Frisse, grassige neus. Hooi, granen, sinaas, rook en melkchocolade tref ik aan. Ik vind deze neus eerlijk gezegd toch lichtjes tegenvallen. Redelijk wat turf in de smaak, naast geroosterde noten, munt, acaciahoning en gestoofd fruit. Lange zoete afdronk met wat turf. Niet geweldig complex maar wel lekker, alhoewel ik niet weet of Douglas Laing deze Highland Park onder het Platinum label had moeten bottelen. 85/100

Brora 29y 1971/2001 Old Malt Cask

Compenseren dus. En wel met één van de beste Brora’s die ik dronk, en dat zijn er ondertussen toch al wel enkele. Bij mijn weten bestaan er drie 1971’ers die op 29-jarige leeftijd onder het Old Malt Cask label gebotteld zijn: twee bourbonvaten gebotteld in 2000, één op 210 en één op 274 flessen, en één sherryvat gebotteld in 2001 op 258 flessen. Na de twee bourbonvaten proef ik nu dus het sherryvat, een sample van bij The Duch Connection op Spirits in the Sky begin vorige maand.

 

Brora 29y 1971/2001, 50%, DL Old Malt Cask, sherry cask, 258 bottles
Muahaha, dit vind ik goed zie! Ronduit sublieme neus, typisch Brora 1971 (anders dan 1972, niet zo ‘farmy’, meer ‘coastal’ en cleaner), aangevuld met het beste wat een sherryvat aan een whisky kan toevoegen. Ik denk in de eerste plaats aan vers fruit (sinaas, ananas, roze pompelmoes), maar ook aan noten en gedroogd fruit. Zachte rook van een kampvuur, vermengd met zeelucht en nat hooi (een beetje farmy, toch wel). Prachtige aanzet op de smaak, stevig, droog, zilt, zoet en kruidig. Zoute drop, zachte karamel, kandijsuiker, peper, gekonfijte gember, sinaas, roze pompelmoes, rook (ook hier niet zo zeer turfrook, eerder van een houtvuur), lapsang souchong, gerookte heilbot,… let op de puntjes. Complex, met een perfecte balans. Genieten in overdrive. Erg lange afdronk, fruitig, kruidig en zilt. Voor mij nog beter dan de twee andere 1971’ers die onder het Old Malt Cask label gebotteld werden. De rest van de fles was spijtig genoeg al door één of andere onverlaat voor m’n neus weggegraaid. 94/100

Caperdonich 36y 1967, Douglas Laing Platinum Selection

De Caperdonich die ik gisteren proefde was een beetje een teleurstelling, laat me dit goedmaken met een klepper, een 1967 van Douglas Laing. Grazie mille Signore Bruyneel.

 

Caperdonich 36y 1967/2004, 57.9%, DL Platinum Selection, 167 bts.
Ronduit sublieme, aromatische en rijke neus op succulent fruit en dito zoets. Allerlei fruit, zoals perzik, mandarijn, sinaas, abrikoos (vers én gedroogd), gedroogde vijgen, druiven en ananas, vermengd met romige chocolade (chocoladefondue), praliné, honing en vanille. En daardoorheen geroosterde noten, gele rozijnen, een beetje kruiden en prachtige, sappige eik. Halleluja, dit is goed! En dan zou ik de bijenwas nog vergeten… Stevige, romige smaak die start op veel fruit: braambessen en rode bessen, ananas, sinaas en roze pompelmoes. Zowel licht zoete, wat zure als eerder bittere varianten dus. Daaronder zachte karamel en nougat, gevolgd door wat kruiden zoals kaneel, nootmuskaat en gember, een beetje zilt, een beetje bijenwas en zachte eik. Die eik blijft in eerste instantie op de achtergrond, ter ondersteuning, zorgend voor extra karakter en body. Maar naar het einde toe treedt de eik meer op de voorgrond, en het samenspel met de pompelmoes maakt het dan wat bitter. Aangenaam bitter dien ik te onderstrepen. Water is niet echt nodig, maar het brengt de bijenwas meer naar voor. Lange afdronk in het verlengde van de smaak en dat is hier geweldig nieuws. Machtige whisky, zeker op de neus. 93/100

Littlemill 19y 1990, Douglas Laing Platinum Selection

Littlemill 1989, 1990 of 1991 stelt me zelden teleur. Onlangs dronk ik nog een geweldige botteling voor Falster (Denemarken), als ik me niet vergis was dat een 1991. Daarnet proefde ik twee 1990’ers naast elkaar, ééntje van Douglas Laing en ééntje van First Cask. Hieronder alvast mijn bevindingen van de Douglas Laing, morgen deze van de First Cask.

 

Littlemill 19y 1990/2009, 55.4%, Douglas Laing Old & Rare Platinum Selection, 333 bottles
Warme, zachte, zoete en fruitige neus, iets of wat onderdrukt (toch in vergelijking met de First Cask), met associaties van sinaas, perzik, appel en abrikoos. Abrikozencompote, warme appeltaart (met kaneel). Een beetje eik ook, kamille, cake en kandijsiroop. Licht waxy. En al even licht mineralig. Olieachtig mondgevoel, en vooral zoet van smaak. Harde fruitsnoepjes, zoete granen, karamel. Zoet fruit (perzik, sinaas). En hier stevig wat kruiden (peper, gember en zoethout), net als wat eik. Een klein beetje rook van het hout. Zoete, kruidige afdronk met wat sinaas ertussendoor. Het vattype staat niet vermeld op het label, maar het zou me niet verbazen als dit een refill sherry is. Whatever, ik vind dit lekkere whisky, alhoewel ik meerdere Littlemills uit deze periode heb gedronken die beter zijn. 86/100

St. Magdalene 23y 1982, Old Malt Cask

Alhoewel ik oude St. Magdalene enorm kan appreciëren, bevalt de whisky uit hun nadagen mij heel wat minder. St. Magdalene sloot z’n deuren, net zoals heel wat andere distilleerderijen van Diageo, in 1983.

 

St. Magdalene 23y 1982/2006, 50%, DL Old Malt Cask, cask 2918, 331 bts.
Cleane, granige en licht zoete neus. Ontbijtgranen, vers gebakken brood. Vanille. Vrij grassig ook (hooi). Iets licht zurigs… rottend hooi? Wat rubber misschien ook. Daarnaast heb ik de geur van boter, noten en wat vegetale toetsen. Net als kaarsvet. Een klein beetje turf vervolledigt het geheel. Al bij al een weinig boeiende neus. In de mond is dit een olieachtige whisky, redelijk dik. De start is ook hier zoet en granig en wordt net zoals op de neus gevolgd door grassige tonen. Wat bijenwas, citrus en ook hier een beetje turf. Wat ik niet zo op de neus had, zijn kruiden. Munt, peper. Best lange afdronk, zoetzuur (neigt richting farmy tonen). Een whisky die weinig met me doet. 78/100

Port Ellen 23y 1983, Douglas Laing Provenance

Port Ellen, we kunnen er maar niet genoeg van krijgen… Vandaag een 1983 die Douglas Laing onder z’n Provenance label bottelde. Provenance is zowat het instaplabel van DL met toegankelijke whisky’s op drinksterkte.

 

Port Ellen 23y 1983/2007, 46%, DL Provenance, cask 3402 & 3403
Aangename Port Ellen. Oké, dat is een pleonasme. De neus geeft rokerige, zilte en fruitige aroma’s vermengd met zachte turf. Een beetje vanille ook, zeewier en vers gemaaid gras. Zachte smaak (het alcoholpercentage speelt mee natuurlijk) op zilt, citroen, amandelen, groene appel, peper, vanille, nat hout, rook… nice, maar mist toch wat ballen hier. Het zilt en de zachte turf blijven lang hangen in de zoete afdronk. De balans tussen de turf, de rook, het zoete en de citrus klopt als een bus. Zeker niet de beste Port Ellen die ik al proefde, maar lekker, dat wel. 86/100

Bruichladdich 28y 1970, Old Malt Cask

Het wordt tijd dat ik eens de Bruichladdich 1970 OB (44.2%) proef, volgens velen de beste Laddie ever. Maar intussentijd moet ik het doen met een andere 1970’er, eentje gebotteld door Douglas Laing in z’n Old Malt Cask reeks. Ook niks mis mee.

 

Bruichladdich 28y 1970/1999, 50%, DL Old Malt Cask, 199 bottles
Dit is een erg complexe en subtiele Bruichladdich. Op de neus kruiden en fruit, vermengd met zachte rook en een lichte farmy toets. Nat hooi en zo. Qua fruit denk ik aan perziken, abrikozen, peren en meloenen. Maar zoals gezegd zeer subtiel allemaal. Super! De smaak is romig en zoet op de abrikozen en de perziken van de neus maar ook banaan. De kruiden komen vooral naar het einde en in de afdronk opzetten. Nootmuskaat. Een topper deze Bruichladdich. 90/100

Port Ellen 26y 1982, Douglas Laing for The Nectar

Pfff, weer Port Ellen…

 

Port Ellen 26y 1982/2009, 56.2%, DL OMC for The Nectar, refill hogshead #4900, 193 bottles
Bitterzoete neus op vanille, citroen, roze pompelmoes en groene appels. Ertussen priemt zilt en jodium, amandelen en versgemaaid gras. En natuurlijk ontbreekt ook de zachte turfrook niet. Krachtig op de tong, mondvullend. Een behoorlijke hoeveelheid turf, wat zilt, hars ook, vanille, honing, sinaasconfituur (best wat zoete tonen), citroen, gember en peper. Lekkere neus, maar ik vind de smaak nog beter. Lange, kruidige afdronk met een aangename bitterzoete fruitigheid. 91/100

Eindigen in schoonheid

Laat ons het rijtje feestwhisky’s in schoonheid afsluiten met twee sublieme pareltjes van whisky’s. Twee compleet verschillende profielen, in een ander decennium gebotteld, maar beide niet meer of niet minder dan onversneden godendranken. Eén van de twee is de Ardbeg Ardbeggeddon, een cult-Ardbeg als geen ander. Deze whisky werd in 2001 door Douglas Laing gebotteld onder hun Old Malt Cask label en dit voor het whiskygenootschap PLOWED, ofte People Lucid Only While Enjoying Dalwhinnie (de originele afleiding, maar daar zijn ondertussen al meerdere varianten op gefabriceerd).

 

Ardbeg 29y 1972/2001 ‘Arbeggeddon’, 48.4%, DL OMC for PLOWED, 227 bottles
Halleluja, dit is zalig! Big! Enorm intense neus op romige turf, gerookte vis en andere zilte aroma’s. Asfalt ook, net als een beetje teer. Houtskool. Zoete appels. Vanille. Gerookt spek. Nat hooi. Wat farmy, indeed. Wat een complexiteit en zo geconcentreerd, genieten in overdrive. Op de tong is hij dik en romig. De associaties die me het eerste te binnen springen zijn turf, smeuïge turf that is, honing, kandij, citrus, zilt, wat eik, kruiden… lichte sherrytonen. En wat een prachtige bitterheid! En dan hebben de afdronk nog niet gehad… gigantisch. Man man, wat een dijk van een whisky! 95/100

Port Ellen 29y 1979, Douglas Laing for Duty Free

Port Ellen, we kunnen er niet genoeg van krijgen! Met alle 1982 en 1983’ers die recent gebotteld worden, stel ik voor even stil te staan bij eentje uit 1979, gebotteld door Douglas Laing onder z’n exclusieve Platinum label.

 

Port Ellen 29y 1979/2009, 53.8%, Douglas Laing Platinum for World Duty Free, 261 bottles
De neus vermengt turf met wat bitters. Noten, graan, de schil van pompelmoes, hooi. Langzaamaan komen er zilt en zoete tonen door. Honing, zachte karamel. Oké, fudge. Zéér lekker by the way, zeker na wat lucht happen. Stevig en dik op de tong, met turf, citrus, hout, noten… dezelfde zalige bitterheid van in de neus. Zilt en kruiden (kruidnagel, peper) niet te vergeten. Knappe balans tussen al deze smaken. Toch een ander profiel dan Port Ellen van begin jaren tachtig. De afdronk is lang en zet zich mooi in het verlengde van de smaak. Prachtige Port Ellen. Again. 92/100

Craigellachie 32y 1973, Douglas Laing Platinum

Craigellachie is niet meteen de meest bekende, laat staan meest sexy distilleerderij. Sedert 1998 is het in handen van John Dewar & Sons (deel van de Bacardi groep), die ook MacDuff en Aberfeldy in portefeuille hebben. Craigellachie, gelegen aan de samenvloeiing van de Spey en de Fiddich, is misschien nog meer bekend van z’n hotel (mét indrukwekkende whiskybar) dan van z’n distilleerderij. En van de Speyside Cooperage natuurlijk. En van Macallan, inderdaad. Eigenlijk van heel wat… kortom, een must bij een bezoek aan Speyside.

 

Craigellachie 32y 1973/2005, 42.7%, Douglas Laing Platinum, 181 bts.
Zoete en grassige neus. Gedroogd gras, gaat richting hooi. Honing. Daarna fruit. Lekker, sappig fruit. Appels, appelsap. Vanille. Wat me ook opvalt, is de geur van geroosterde granen, het maken van muesli (dat is een jeugdherinnering). Natuuryoghurt, samen een ideaal ontbijt. Die neus is echt complex, er komt ook nog wat hout bij en een klein beetje hars. Ha, nu we het toch over bomen hebben: berkensap. Nog zo’n jeugdherinnering. Erg boeiende, lekkere, complexe neus. Op de smaak heb ik meer hout, kruiden, linde, munt en ook hier best wat fruit. Clementines, limoen. Honing, wat hars en een licht mineralige toets. Licht bitter op het einde en in de vrij lange, zoete, kruidige afdronk. Heerlijke genietwhisky, die blijft en blijft boeien. 89/100