Spring naar inhoud

Clynelish 1971 en T-Bone Burnett

Gisteren De Kleine Prins aan het werk gezien in Gent, een dijk van een concert. Ik ben absoluut geen fan van de muziek van Prince, maar wat een performer en wat een muzikant ook. Behoorlijk indrukwekkend feestje. Deze avond echter wentel ik me in subtiliteit en elegantie. Subtiliteit? Elegantie? Dan hebben we het toch wel over Clynelish zeker? Oké, oké, ik had ook een andere whisky kunnen nemen, maar ik heb nu eenmaal een zwak voor Clynelish, de keuze was dus evidenter dan het misschien lijkt. Clynelish en zeker oude Clynelish is zelden scherp of hoekig, integendeel, de combinatie van fruit, (bijen)was en romige zoete toetsen maakt het juist een erg toegankelijk profiel. Zacht, smeuïg, elegant, dit profiel moet het minder hebben van explosiviteit en kracht, maar meer van zijdezachte en gebalanceerde tonen. Subtiel en elegant dus, net als de muziek van T-Bone Burnett.

T-Bone Burnett, geboren in St. Louis als Joseph Henry Burnett, is een Amerikaans singer-songwriter en gitarist (er zijn trouwens maar weinig foto’s te vinden waar hij niet met z’n gitaar poseert), maar hij is waarschijnlijk bekender als producer, producer van albums en soundtracks. Artiesten die op hem een beroep deden zijn o.a. Elvis Costello, Los Lobos, Counting Crows, Natalie Merchant en Robert Plant. Qua films zorgde hij voor de geniale soundtracks van o.a. O Brother, Where Art Thou? (Grammy), Walk the Line en The Big Lebowsky. Hij won ook een Oscar voor beste song, The Weary Kind uit Crazy Heart.

Burnett speelde eerst in enkele bands, o.a. in The Alpha Band, dat hij oprichtte samen met David Mansfield en Steven Soles, die hun sporen verdiend hadden bij Bob Dylan. Vanaf 1980 ging hij solo. Zijn albums kregen altijd erg lovende kritieken maar verkochtten voor geen meter, zeker in Europa niet. Ontdekken deed ik hem via Humans From Earth, een song uit de film Until the End of the World van Wim Wenders (ook een geweldige soundtrack trouwens). En de bovenvermelde films maakte me natuurlijk nog meer fan. Ik luister momenteel naar The True False Identity, een plaat uit 2006. Song als Earlier Baghdad (The Bounce) en There Would be Hell to Pay zijn echt parels. Subtiel en elegant, wel ja, het zijn eigenschappen die perfect toepasbaar zijn op deze muziek.

 

Ik drink bij dit album een subtiele en elegante Clynelish 1971 van Jack Wieber. Let op, dit vatnummer staat tweemaal vermeld in de Malt Maniacs Monitor, éénmaal onder het Premier Malts label en éénmaal onder het Auld Distillers label, mèt een ander alcoholpercentage.

 

Clynelish 32y 1971/2003, 54.2%, JWWW Premier Malts, cask 2704
Oké, even de neus in het glas steken maakt duidelijk dat dit weer een topper wordt. Een enorme fruitigheid (peer en veel tropische soorten à la mango, ananas, meloen en papaya), honing, bijenwas, zoethout, een klein beetje zilt, meer bloesems en heel lichte turf. Elegant, subtiel, complex en perfect gebalanceerd. De smaak ligt mooi in het verlengde van de neus. Sappig fruit (veel perzik hier), turf, zilt, bijenwas, pollen, honing (oké, bijenkorf – niet dat ik weet hoe bijenkorf smaakt, maar alla), noten, … van alles een beetje en niets dat de rest verdrukt. Lange, licht bittere afdronk op eik, pompelmoes en turf. Heerlijk. Man, wat hou ik van dit profiel! En van T-Bone Burnett. 92/100

Tasmaanse whisky!

Tegenwoordig wordt zowat overal whisky gestookt, dus ook in Australië. Vandaag proef ik m.a.w. whisky van de andere kant van de wereld, geproduceerd op Tasmanië, het eiland in het zuiden van Australië. Deze ‘Lark’ vermeldt geen leeftijd en zal dus vrij jong zijn, wat gezien het klimaat misschien ook moeilijk anders kan. Reken op een kleine 80 euro voor een fles. Niet goedkoop maar weet dat daar wat kilometers in verrekend zijn.

 

Lark ‘Distiller’s Selection’ NAS, 46%, OB 2010, Tasmania
Mooie sherryneus. Bitterzoet met een lichte zurige toets. Veel (zuur) fruit. Rode bessen, braambessen, harde appels. Wat eik. Amandelspijs. Stevige ‘herbalness’. Eucalyptus enzo. Vicks. Doet me aan bourbon denken, aan erg lekkere bourbon. Op de smaak wat meer eik. Kruiden komen er bij, er blijft wat fruit aanwezig maar het zijn toch de kruiden die de hoofdtoon voeren, de ‘herbalness’ blijft domineren. Dit lijkt een beetje een kruising tussen een kruidenlikeur en whisky. Wel lekker, absoluut. Middellange, kruidige en frisse afdronk. Echt een meevaller. Ik had lage verwachtingen, maar ik vind dit gezien z’n leeftijd wreed goeie whisky. 86/100

Bruichladdich 28y 1970, Old Malt Cask

Het wordt tijd dat ik eens de Bruichladdich 1970 OB (44.2%) proef, volgens velen de beste Laddie ever. Maar intussentijd moet ik het doen met een andere 1970’er, eentje gebotteld door Douglas Laing in z’n Old Malt Cask reeks. Ook niks mis mee.

 

Bruichladdich 28y 1970/1999, 50%, DL Old Malt Cask, 199 bottles
Dit is een erg complexe en subtiele Bruichladdich. Op de neus kruiden en fruit, vermengd met zachte rook en een lichte farmy toets. Nat hooi en zo. Qua fruit denk ik aan perziken, abrikozen, peren en meloenen. Maar zoals gezegd zeer subtiel allemaal. Super! De smaak is romig en zoet op de abrikozen en de perziken van de neus maar ook banaan. De kruiden komen vooral naar het einde en in de afdronk opzetten. Nootmuskaat. Een topper deze Bruichladdich. 90/100

Tomatin 42y 1965, Duncan Taylor

Tomatin is één van de vele distilleerderijen die eind 19e eeuw het levenslicht zagen, het werd opgericht in 1897. Vandaag is het in handen van de Japanse groep Takara Shuzo.

 

Tomatin 42y 1965/2008, 52.1%, DT Rare Auld, cask 20942, 211 bts.
Fruit, fruit en fruit. En daartussen nog wat fruit. Vooral veel appels, soms lijkt het puur appelsap (gevaarlijk appelsap). Peren ook, perziken, abrikozen, meloen. Oké, als je je best doet, haal je er ook andere associaties uit maar het fruit is ‘big’. Die andere associaties zijn honing, eik (op de achtergrond dus), cashewnoten en een klein beetje gember. Op de smaak heb ik weliswaar meer eik, maar het fruit blijft de toon zetten, de eik vult enkel aan. Net als vergezellende kruiden trouwens. Verschrikkelijk drinkbaar, ik heb het idee zo’n ganse fles te kunnen verzetten. Decadent en niet verstandig, ik weet het. Lange, zoete en fruitige afdronk met ook hier de eik die zich erg gedeisd houdt. Geen complexe whisky, maar wat kan mij het schelen, dit is gewoon geweldig lekkere whisky. 91/100

Een oude Pittyvaich

Pittyvaich, hebben we die hier al gehad? O ja, een 1974 Kingsbury die ik heerlijk vond (91/100). Eens zien of deze van Cadenhead voor Bar Metro in Milaan de vergelijking kan doorstaan…

 

Pittyvaich 1977, 56.6%, Cadenhead for Bar Metro di Giorgio D’Ambrosio, Milano, Sestante Import, +/-1990, 75cl
Wat ranzige neus op boter en kaas (kaas die al lang terug in de koelkast had moeten liggen), gedroogd gras en een heel klein beetje (groen) fruit. Granny Smith? Voor de rest wordt de geur gedomineerd door de alcohol. Water toevoegen maakt het geheel niet veel beter. Ook de smaak is niet om over naar huis te schrijven. Erg grassig en alcoholisch zonder water, met wat kruiden (munt, gember) en dezelfde zure appels van op de neus. Onrijpe bananen. Water toevoegen maakt het geheel toegankelijker maar daarom nog niet lekkerder. Eerder lange afdronk, een beetje zoet maar ook licht wrang. Minder slecht met een beetje water maar op geen enkel moment lekker. 74/100

Longrow 1987

Hoog tijd dat ik eens Longrow 1987 bespreek. 1987 was een uitzonderlijk goed jaar voor Longrow (ook gekend als de geturfde Springbank), in die mate dat Silvano Samaroli besloot de resterende stock op te kopen. Eind jaren negentig, begin jaren 2000 zijn dan ook verschillende Longrows 1987 onder het Samaroli label gebotteld. Alle zijn erg goed, sommige – zoals de 1987/1999 handwritten label ‘to celebrate 2000’ – waanzinnig goed. Ik proef de 1987/2002 cask 115.

 

Longrow 1987/2002, 55%, Samaroli, cask 115, 312 bottles
O ja, dit is zeer mooie turf. Rond, zacht, zoet en complex. Ik denk aan die harde fruitsnoepjes (vooral die met aardbeismaak) en suikerspin, naast zilt en zeewier, zonnebloemolie, rijpe sinaas, een beetje teer en na enige tijd een heerlijke kruidigheid. Dille, rozemarijn. Lapsang Souchong thee niet te vergeten. Krachtig maar niets scherps. Stevig, romig en olieachtig mondgevoel, ook hier op zoete turf, romige karamel (bijna boterig), Frosties, eik, zilt, kruiden… Gekonfijte gember, en niet zo’n klein beetje. Lange afdronk op zoete turf, wat eik en zilt. Prachtig! 91/100

 
En ook deze:

Longrow 14y 1990/2004, 57.8%, SMWS 114.4 ‘A Para Handy Tales’, 624 bottles
Stevige Longrow met veel turf, zilt en minerale tonen. De geur na een zomerse regenbui. Op de neus komt daar citrusfruit bij (limoen, sinaas) en wat kruiden. Diezelfde kruiden vergezellen de turf en het zilt op de smaak. Een zalige bitterheid ook. Stevig (dat is een understatement), mondvullend en licht drogend mondgevoel. Erg lekkere Longrow, maar niet voor watjes. 88/100

Clynelish 24y 1965, Cadenhead

Tijd voor een streepje cult. Pre-Brora Clynelish ís cult. Ik bedoel dus Clynelish gestookt in de distilleerderij die later Brora zou gaan heten. In 1969 verhuisde de productie van Clynelish immers naar ‘Clynelish 2’. Het oorspronkelijke ‘Clynelish 1’ werd snel omgedoopt in Brora en Clynelish 2 werd weer gewoon Clynelish, maar dat verhaal hebben we hier al gehad. Het verhaal van de 24-jarige Clynelish 1965 die Cadenhead voor Sestante bottelde nog niet.

 

Clynelish 24y 1965/1989, 49.4%, William Cadenhead, Sestante import, Ainslie & Heilbron, 75 cl
Djééé, wat een neus! Schitterende oude, waxy sherry vermengd met subtiel fruit. Met oude en waxy sherry bedoel ik de geur van oud en geboend leder en dito meubelen. Een antiekshop, enorm. Het subtiele fruit vertaalt zich in rozijnen op rum, gekonfijte sinaas en gebakken banaan. Nee, geflambeerde banaan. Andere sherrytonen zoals koffie, karamel en tabak ook. Een zachte, bitterzoete kruidigheid. Zoethout, en nog een pak andere kruiden waar ik nu geen zin heb om naar te zoeken. Fenomenaal lekkere neus. Ho wacht, turf. Natuurlijk, nog wat turf om het helemaal perfect te maken, dat zou ik nog vergeten. De smaak is even goed. Ik bedoel even subliem. Stevig mondgevoel, zoet met een zalige bitterheid erdoorheen. Een kruidige, nooit drogende bitterheid. En even waxy als de neus. En dezelfde zalige zachte turf. En de zachte karamel. En het geweldige fruit. En… en… Man, dit is goed! Lange afdronk in het verlengde van de smaak (nogal lekker dus). Whisky zoals alle whisky zou moeten zijn. 95/100
 

Bedankt Dominiek! En ik weet niet waarom, maar ik heb bij het drinken van deze whisky nogal spontaan naar de muziek van Richard Thompson gegrepen.

Port Ellen 26y 1982, Douglas Laing for The Nectar

Pfff, weer Port Ellen…

 

Port Ellen 26y 1982/2009, 56.2%, DL OMC for The Nectar, refill hogshead #4900, 193 bottles
Bitterzoete neus op vanille, citroen, roze pompelmoes en groene appels. Ertussen priemt zilt en jodium, amandelen en versgemaaid gras. En natuurlijk ontbreekt ook de zachte turfrook niet. Krachtig op de tong, mondvullend. Een behoorlijke hoeveelheid turf, wat zilt, hars ook, vanille, honing, sinaasconfituur (best wat zoete tonen), citroen, gember en peper. Lekkere neus, maar ik vind de smaak nog beter. Lange, kruidige afdronk met een aangename bitterzoete fruitigheid. 91/100

Banff 1977 & The Bony King of Nowhere 2011

Vandaag een avondje in het teken van complexiteit & gelaagdheid. Ik heb weken zitten wroeten op Eleonore, het tweede album van The Bony King of Nowhere (die in Gent door het leven gaat als Bram Vanparys), dat begin dit jaar gelanceerd werd. Zijn debuut Alas my Love vond ik erg sterk, deze tweede plaat kon mij na een eerste keer beluisteren maar matig boeien. Na een tweede en derde luisterbeurt vond ik het al iets beter, maar de muziek raakte me nog altijd niet. Nadat een kameraad mij dropbox-gewijze twee albums bezorgde, waaronder toevallig ook deze plaat, heb ik me nog eens aan Eleonore gezet. Zijn lofzang op de plaat deed me twijfelen. En, ik moet toegeven, hoe meer tijd ik Eleonore geef, hoe vaker ik een nummer beluister, hoe meer lagen er naar boven komen en hoe beter de plaat wordt. Vooral Some are Fearfull, maar ook Going Home, Here Them Calling en The Poet hebben zich in mijn hoofd langzaamaan omgetoverd van eerder lelijke eendjes tot sierlijke zwanen.

Banff, en zeker Banff van de jaren zeventig schijnt bij mij een gelijkaardig effect te hebben. Na een eerste keer ruiken en proeven, kan ik dat appreciëren maar ook niet meer dan dat. Het is pas met deze whisky tijd te geven, dat hij openbloeit en z’n ware gelaat toont. Laagje na laagje geeft hij z’n geheimen prijs, de lagen die langzaamaan tot een mooi gebalanceerd geheel komen. Als je dit type Banff de tijd niet geeft, heb je een hoekige, stuurse, sobere en wat scherpe whisky. Neem je er wel je tijd voor, dan heb je vaak vloeibaar goud in je glas. Denk maar aan de 1971 van de Dead Whisky Society.

Ik geniet vandaag dus zowel auditief, olfactorisch als gustatorisch van ‘gelaagdheid’. Of zoiets.

 

Banff 24y 1977/2002, 50%, Silver Seal ‘Missing’
Subtiele en complexe neus. De start is wat je zou kunnen omschrijven als ‘etherisch’. Vluchtig, spirity. Licht alcoholisch, tinner, lijm, vernis. Wat scherp. Dan een lichte granigheid en fruit. Banaan, rijpe sinaas, perzik. O ja, dat fruit komt er mooi door. Onderliggend ook hooi, vanille, noten en wat jodium. En daar dan weer onder zachte kruiden. Mosterd, linde en gember. Alles vrij ‘licht’ dus. Geen gemakkelijke neus, maar als je er je tijd voor neemt ontdek je de lagen en de complexiteit. De smaak is directer. Zoet (marsepein, enorm, nougat ook) en fruitig (perzik, abrikoos) met een erg aangename bitterheid erdoorheen. Pompelmoes, eik, peper en zoute drop. Best lange, bitterzoete, kruidige afdronk. Lekkere en vooral boeiende whisky. En toch wel een uniek profiel, Banff. 88/100

Springbank 1965, Murray McDavid

In de jaren 1850 was Springbank één van de eerste distilleerderijen die overschakelden van turf naar kolen om hun malt te drogen. Er waren immers genoeg koolmijnen in de buurt op Campbeltown. Het is vandaag trouwens één van de enige distilleerderijen die hun eigen whisky ook zelf bottelt.

 
Springbank 1965/1998, 46%, Murray McDavid, cask 580, 204 bottles
De neus start zoet (honing, nougat) en laat langzaamaan fruitige tonen door. Eerst gedroogd fruit à la rozijnen en vijgen, daarna frambozen en tropisch fruit. Passievrucht, meloen, mango. Een lichte waxyness (boenwas) en een even lichte kruidigheid op de achtergrond. Meer op de voorgrond ook melkchocolade en praliné. Heerlijk om ruiken. In de mond komt hij steviger over dan het alcoholpercentage kon doen vermoeden. Olieachtig. Ook hier licht tropisch met kokos als extraatje. Perziken ook. De kruiden meer prominent dan in de geur. Peper, gember, munt. Chocolade, hier donkere. Wordt naar het einde wel wat bitter, maar nooit storend. Lange verwarmende afdronk met munt en abrikoos die opvallen. Stevige oude Springbank. En lèkker! 91/100

Bowmore 25y

Als we van de bottelperiode van de nieuwe Bowmore 25y z’n leeftijd aftrekken, belanden we midden in de jaren tachtig, midden in de lavendel- en zeepperiode dus. Desondanks blijkt mijn vrees voor een ‘French Whore Perfume’ bom onterecht te zijn…

 

Bowmore 25y, 43%, OB 2011
Zachte sherry vermengd met zilt en turf. Munt ook, eucalyptus, hout en drop. Gedroogde bloemen. Confituur. Alles behoorlijk subtiel. De smaak is zijdezacht en licht droog op turf, karamel, bloemen, noten en kruiden. Veel ‘bloemen’ zoals je kan lezen, floraal is inderdaad het woord, maar nooit ‘zeep’. De afdronk is best lang en zoet op zilt en fruitige turf. Dit is lekkere whisky, maar aan het niveau van de 21y kan hij naar mijn smaak toch niet tippen. 84/100

Speyside Class, Malts of Scotland

Eén van de nieuwe zogenaamde ‘steady crackers’ van Malts of Scotland (scherp geprijsde kwaliteitsmalts) is de Glen Speyside Class, een vatting van achtienjaar oude Glenrothes, gerijpt op bourbonvaten.

 

Glen Speyside Class 18y, 50%, Malts of Scotland ‘Steady Crackers’
Aangename, zachte en zoete neus. Honing. Lichte grassige tonen zoals hooi en heide. Geroosterde kastanjes, net als geroosterde noten. Een mooie granigheid. Appelmoes ook en daarna praliné. Al even aangenaam mondgevoel. Romig, zacht en zoet. Honing, melkchocolade, gevolgd door fruitige en florale toetsen. Kweepeer en allerlei confituren. Kirsch. Suikerspin. Fris. Ha, zelfs een klein beetje rook van het hout op het einde. Prikkelende, middellange afdronk op het florale en het fruitige van de smaak met ook hier zeer lichte rook. Nice! Meer dan correcte instapmalt, je krijgt hier echt wel waar voor je geld. 84/100

Connemara 15y 1992 for Guy Boyen

Guy Boyen… een man waar menig Belgisch whiskyliefhebber met enige weemoed aan terugdenkt. Een man met niet alleen een grote passie voor whisky, maar een grote passie voor het leven an sich. Ondertussen een kleine drie jaar geleden, maar vooral veel te vroeg van ons heengegaan. Desalniettemin blij hem gekend te hebben, drink ik deze Connemara – die hij nog zelf geselecteerd heeft voor zijn Tasttoe – op z’n nagedachtenis.

 
Connemara 15y 1992/2008, 58.5%, OB selected by Guy Boyen, cask K92/34 4188, 137 bottles
Stevige, volle en complexe whisky. Zoet en kruidig op neus en smaak, met erg lekkere zoete en farmy turf. Op de neus komt er wat fruit bij, op de tong ook veel zoethout, zoet en zout/kruidig. Ik heb de smaak van zowel zoete als zoute drop. En ook hier (een beetje) fruit als extraatje. Erg romig, bijna boterig mondgevoel. Eén van de beste… nee, dé beste Connemara die ik al dronk. Guy wist hoe het kaf van het koren te scheiden, laat dat duidelijk zijn. 89/100

Port Ellen 1982, Thosop

Vandaag een whisky die me meer dan een jaar terug in de tijd doet belanden. Meer bepaald naar mijn eerste stappen op Islay, vergezeld van enkele andere whiskyfreaks, een frisse zeebries, kippenvel en Port Ellen 1982. En niet de eerste de beste Port Ellen 1982. Toen scoorde ik ‘m 100, vandaag een iet of wat objectievere herneming.

 

Port Ellen 1982/2010, 56%, Thosop, handwritten Label, 150 bottles
Een zalige Port Ellen is dit toch wel hoor! Hij heeft niet dat scherpe, rubberige dat sommige Port Ellens kunnen hebben. Neen, deze is erg elegant en complex. Op de neus geeft dat fruit (ik denk aan peer en rabarber), zilt, rook, vanille, vers gemaaid gras, mineralen (natte stenen – flinty!) en eucalytus. Top! Op de smaak is het qua fruit eerder citrus, aangevuld met turf, zilt en kruiden (peper en zout). Gestoofd fruit na enige tijd… ja, een geweldige zoetigheid. Perfect drinkbaar op 56%. Lange, erg lange finish op de turf en het zilt. Puur genieten! Ook nu. 92/100

Strathisla 40y 1970, Malts of Scotland

Deze Strathisla is een gedeelde botteling van Malts of Scotland met The Whisky Agency, beschikbaar in Nederland maar spijtig genoeg niet in België. Zoals je op de foto kan zien, hebben ze hier ook geopteerd voor een andere presentatie. Mocht je ‘m in Nederland of Duitsland op de kop willen tikken, reken op een 300 euro.

 

Strathisla 40y 1970/2011, 59.6%, Malts of Scotland & The Whisky Agency, Sherry Hogshead, 109 bottles
Een typische oude sherryneus op veel gedroogde vruchten (rozijnen, pruimen, vijgen, dadels, abrikozen, de hele santeboetiek) en noten. Notenlikeur… o ja, enorm. En dan balsamico, ook niet ongewoon in dit profiel. Kruiden ontbreken evenmin op het appel. Eucalyptus, zoethout en kaneel. Tabak. Heerlijk gewoon! Stevig en mondvullend op hars, eik, zoethout, drop en okkernoten. Als tegengewicht voor de droge sensaties biedt hij zoet, gedroogd fruit en aarbeien. Maar het geheel blijft amper drinkbaar, ik heb zo’n vermoeden dat water wel eens nodig zou kunnen zijn. Op de neus komt dan de balsamico nog meer naar voor, maar het is vooral op de smaak dat water een meerwaarde betekent. Zoeter en vooral drinkbaarder, alhoewel het geheel toch behoorlijk droog blijft. De hars, het zoethout en de okkernoten blijven prominent aanwezig. Lange, drogende afdronk op bittere chocolade. Ik had ‘m op de neus op 90-91, maar de voor mij té droge smaak, ook met water, doet ‘m nog behoorlijk onder de negentig tuimelen. 87/100

Miltonduff 1991, G&M Reserve

Miltonduff ligt in de Pluscarden regio, genoemd naar de gelijknamige vroegere 13e eeuwse abdij, een regio die omwille van het vele beschikbare water van perfecte distilleerkwaliteit heel wat distilleerderijen telt.

 

Miltonduff 1991/2009, 60.9%, G&M Reserve, selected by Van Wees, cask 26594 257 bottles
Deze whisky start erg ruw en wild, zowel op de neus als op de smaak. Het alcoholpercentage zal daar wel voor iets tussen zitten. Hij evolueert echter mooi. De geur van sherry, koffie, pollen, honing, ananas, yoghurt (aangename zurigheid), wood smoke, geroosterde noten… en de balans zit goed. Mondvullend en ‘dik’ op de tong met lekkere sherry, honing, gestoofd fruit en hout. Water maakt het geheel kruidiger. Zoethout, kruidnagel, nootmuskaat. Lange bitterzoete afdronk op noten en hout. 85/100

Lochside 29y 1981, The Whisky Agency

Lochside 1981, dat begint zo’n reputatie op te bouwen als Caperdonich 1972 of Clynelish 1982, twee andere super-fruitige profielen. Met veel plezier zet ik me dan ook aan deze van The Whisky Agency. Bedankt voor de sample Stefaan!

 

Lochside 29y 1981/2010, 52.4%, The Whisky Agency, Oloroso Hogshead, 172 bottles
Erg aromatische neus met – zoals te verwachten bij Lochside 1981 – veel fruit. Braambessenconfituur, mandarijn, aardbeien, aalbessen… Dan laat de sherry van zich spreken in de vorm van rozijnen, gedroogde abrikozen en pruimen. Eau de vie van pruimen, opmerkelijk. Iets van opgelegde peren in de verte. Wijnazijn? Vervolgens krijg je een heerlijke waxy toets (antiekwas). Eucalyptus is ook nog het vermelden waard, net als lichte grassige tonen. Ronduit heerlijke neus! Op de smaak moet hij niet onderdoen, even aromatisch en fruitig. Romig, bijna boterig mondgevoel met mandarijn, roze pompelmoes, de braambessen terug en een beetje tropisch fruit erdoorheen. Infusiethees. Rozenbottel. Kruiden, een beetje eik, honing… misschien minder complex maar even lekker als in de geur. Middellange, prikkelende, fruitige en licht florale afdronk. Hier domineert de citrus. Fantastische Lochside! 92/100
 

Ik vind Lochside 1981 vaak ondergewaardeerd in leidinggevende reviews, denk Malt Maniacs bv.. Ook deze, met scores van 87 en 88 in de Monitor, vind ik persoonlijk een klasse beter. Blijkbaar is het een profiel dat je moet liggen. In ieder geval, samen met de Fino van Whisky Doris is deze de beste Lochside die ik al proefde.

Allt-A-Bhainne 18y 1992, Malts of Scotland

Allt-A-Bhainne is een typsiche blenderswhisky, echt veel single malts verschijnen er niet van. Malts of Scotland biedt dus een unieke gelegenheid om ook deze distilleerder te ontdekken. Dat kan je doen voor 79 euro.

 

Allt-A-Bhainne 18y 1992/2011, 56.1%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #6, 273 bottles
Frisse neus op droog hooi, granenpap, eucalyptus, druivensap en abrikozen. Aarde. Licht alcoholisch. Met water iets zoeter (vanille). Romig op de tong, bitterzoet, waarbij het bittere op de duur wel de bovenhand haalt. Nootmuskaat en peper qua kruiden, eik en witte pompelmoes. Het zoete vertaalt zich in een zoete granigheid. Eau de vie van pruimen. Ja, de alcohol laat zich ook hier gelden. Lange, verwarmende afdronk op kruiden, hout en lichte rubber. Niet slecht, maar een grootse indruk laat hij evenwel niet na. 78/100
 

Maar wacht eens, misschien is dit wel één van de beste, of op z’n minst één van de betere Allt-A-Bhainne’s. De weinige single malts die er zijn, krijgen nooit hoge scores, zelden tachtig of meer. Ik proefde er tot op heden drie, één op een festival en die vond ik ronduit slecht, de tweede was de 1992 Scott’s Selection die me ook op geen enkel moment kon bekoren en nu dus deze, met stip de beste van de drie. Als je als whiskyliefhebber van elke distilleerderij een whisky wil hebben die representatief is voor de distilleerderij (wat ik op basis van drie whisky’s natuurlijk niet kan zeggen, maar deze lag qua profiel wel in het verlengde van de Scott’s Selection) en bij de betere ervan hoort, is dit misschien wel een ideale gelegenheid.
En stel nu dat als je als whiskyclub Cask Six zou heten, kan je toch moeilijk anders dan deze whisky op een tasting te zetten?

Billy Bragg & Macduff

Hoog tijd voor een streepje muziek, was weer veel te lang geleden. Billy Bragg (op bijgaande foto: Jeroen Moernaut binnen 20 jaar), dat is jeugdsentiment maar toch ook nog veel actueel luistergenot. Ik had zonet het wondermooie Way over Yonder in the Minor Key spelen dat hij samen met Wilco opnam, een recenter nummer. Maar ik grijp zeker even graag terug naar z’n ouder werk. Zoals Back to Basics wat ik nu afspeel, een verzamelalbum van z’n eerste drie platen, uit 1987. Man, we worden oud…

En Billy Bragg nog ouder, want hij werd geboren in 1957, als Steven William Bragg. Eerst speelde hij in een aantal bandjes waaronder het mede door hem opgerichte Riff Raff, om na z’n legerdienst solo als Billy Bragg te debuteren met Life’s a riot with spy vs. spy. Na zich bij John Peel (BCC) binnengewerkt te hebben, groeide z’n populariteit, benefietoptredens voor stakende mijnwerkers en andere sociale acties droegen hier nog verder toe bij.
Bragg trad meestal solo op, maar ook op z’n eerste albumopnames begeleidde hij zichzelf enkel op een (aftandse) gitaar. Op latere albums zoals het knappe Don’t Try This at Home werd hij echter begeleid door een band. Enkele jaren radiostilte – na vader te zijn geworden – luidde een nieuwe periode in. Hij wierp zich o.a. op het werk van Woody Guthrie en trad op met z’n nieuwe band The Blokes. Vanaf 2003 speelde hij weer meestal solo. Z’n laatste plaat uit 2008 kreeg de titel Mr Love & Justice mee.

Bragg’s muziekgenre laat zich niet eenvoudig omschrijven, hij is eigenlijk een genre op zich. De invloeden in z’n muziek komen zowel uit de folk als uit de punk. Zijn sociaal engagement vind je ook terug in z’n teksten. Deze zijn vaak maatschappij- en politiek-kritisch, hij schopt graag tegen de schenen van het establishment en vertegenwoordigers van het kapitaal. Laat ons zeggen dat hij zich perfect in z’n vel voelt als ‘working class hero’. Dit links engagement zorgde er trouwens voor dat Bragg één van de weinige artiesten was die tijdens de Koude Oorlog achter het Ijzeren Gordijn Gordijn kon optreden.
Billy Bragg’s bekendste nummers zijn waarschijnlijk Sexuality en A New England, dat nog gecoverd werd door Kirsty MacColl.
Toch wel een prachtige plaat die Back to Basics (Which Side Are You On, The Man In The Iron Mask, Island Of No Return, Between the Wars… klassiekers). En weet je wat ik ook prachtig vind, de nieuwe Macduff 1980 van Malts of Scotland. Samen met de twee Caperdonichs 1972 en de Glen Keith 1970 voor mij zowat de vaandeldrager van de nieuwe releases.

 

Macduff 30y 1980/2011, 54.1%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #6707, 175 bottels
Njummie, die neus is goed! Sappig fruitig. Rijpe peren. Banaan. Ananas. Dat fruit vermengt zich met acaciahoning, geroosterde noten en geboend leder. Geroosterde granen ook, en toast. Pollen. Nat hout. Zéér mooie neus. Zachte, romige smaak die start op gestoofd fruit, mandarijn, verse vijgen en cake. Na enige tijd rozenbottel, rabarber en licht tropische smaken. Meloen. De ananas opnieuw. Zachte kruiden op de achtergrond en een beetje eik, maar ook dat achterliggend. Middellange, fruitige afdronk met nootmuskaat en zoethout. Zeer mooie Macduff. 139 euro. 89/100

Bowmore 21y 1989 for QV.ID & Whiskysite.nl

Met een Bowmore 1989 brengt QV.ID, de speciaalzaak uit het Vlaams-Brabantse Huldenberg, een derde botteling onder eigen label uit. De eerste was een geweldig lekkere Caol Ila, de tweede een nu al legendarische Port Ellen. Net als bij de Port Ellen is ook dit trouwens een split cask met Whiskysite.nl.

 


Bowmore 21y 1989/2011, 51.2%, selected by Luc Timmermans and The Whiskyman for QV.ID/Whiskysite.nl, Bourbon Hogshead, 233 bts.
Erg cleane, mineralige (natte stenen) en grassige (versgemaaid gras) neus met de typische ‘eiland’ associaties zoals zilt, zeewier, oesters (besprenkeld met citroen), jodium enzomeer. Daarnaast ook de geur van boter (melkerijboter), net zoals deze van vanille en hazelnoten. Zachte turf. Na enige tijd zet er zich fruit door. Vooral veel kruisbessen. Mooie en complexe neus. Op de tong is de turf(rook) prominenter, vergezeld van citroen, hetzelfde grassige karakter van de neus, zilt en butterscotch. Clean, droog en scherp. Dat laatste in de positieve betekenis van het woord, ‘gefocust’ zou je ook kunnen zeggen. Minder complex dan de neus evenwel. Middellange afdronk op rook, zilt, peper en citrus, een klassieke Islay-combinatie. Dit is een erg lekkere whisky die in niets meer doet denken aan die typische jaren-tachtig Bowmore. Ook de derde in de rij is dus een zeer geslaagde botteling. En voor 95 euro is hij de jouwe. 89/100