Spring naar inhoud

Posts from the ‘Bowmore’ Category

Doek

En laten we het nu even stil maken. De Bowmore 1964 ‘Fino’ is de eerste uit de zogenaamde 1964 Wood Trilogy. Hij werd in september 2002 op de markt gebracht, gevolgd door de Oloroso en de Bourbon. Deze Fino-botteling bevat whisky van twee vaten, meer bepaald twee sherry fino vaten van de Macharnudo Albariza wijngaard. Sidder en beef met mijn mee.

 

Bowmore 37y 1964, 49.6%, OB 2002, Wood Trilogy, Fino, 300 bottles
Hallelujah! Wat een fenomenale neus… Zo verschrikkelijk complex. Alles wat je zoekt, vind je. Dit is rijk, diep en ongelooflijk gelaagd. Het typische tropische fruit is aanwezig, maar niet zomaar aanwezig, het vertoont zich in volle glorie. Mango, lychee, ananas, kiwi, passievrucht, papaya… noem ze maar op. Het wordt vergezeld van sublieme roze pompelmoes. Roze pompelmoes met de perfecte hoeveelheid griessuiker (net zoet genoeg), het sap dat zich langs je mondhoeken aan de zwaartekracht overgeeft. Al dat succulente fruit wordt ondersteund door het zilt van Bowmore en de sublieme zachte en zoete turf. Dan dient er zich ook een waxy laag aan. Bijenwas, oud en geboend leder. Vervolgens heb ik ook tintelende kruiden, lichte tonen van koffie, vanille fudge en nougat. De geur van sigarendoosjes ook. En nat hooi (farmy, hell yes). Het houdt niet op, ik heb nu ook florale toetsen (gedroogde bloemen). Man, hoe wonderlijk is dit! En ook de smaak beantwoordt aan de torenhoge verwachtingen. Hij heeft werkelijk alles. Om te beginnen fruit: roze pomplemoes, mandarijn, ananas, mango… Zilt. Zachte turf (iets prominenter dan op de neus). Zoete elementen (nougat, mokka). Kruiden (zoethout, gekonfijte gember, kaneel). Bijenwas. De boerderij (nat hooi). Ook op de smaak is dit één van de meest complexe whisky’s die ik al kon proeven. En dat alles is perfect – maar dan ook perfect – gebalanceerd en met elkaar verweven. Het mondgevoel is romig. Zijdezacht eigenlijk. Lange, geweldig lange en complexe afdronk, op zowat alles wat de smaak te bieden had… Eén van de mooiste woorden uit het Engels is Flabbergasted. Het laat zich vertalen als overdonderd. De perfecte omschrijving van mijn gemoedstoestand. 99/100

Ik moet zeggen dat ik voor deze whisky de tijd heb genomen. Ruim de tijd. Ruim de tijd kùnnen nemen ook (waarvoor nogmaals mijn eeuwige dank Bert). Het is een whisky die me meteen onderuithaalde. Maar die me ook nooit de kans liet recht te krabbelen en bij m’n positieven te komen. Hij greep me bij de keel, en liet niet meer los. Zelfs het lege glas deed me naar adem happen. Dit is kunst. Verheven kunst.
Maar, hoor ik u zich afvragen, is hij beter dan de 1966 Samaroli ‘Bouquet’? Mwaa… eerlijk? Geen idee. Beide whisky’s hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt en in mij achtergelaten. Het proeven ervan (allebei ondertussen al meer dan eens) zijn momenten die ik nooit vergeet, meer nog, die ik koester. Ooit moet ik ze eens naast elkaar zetten, om finaal te kunnen zeggen wat ik de beste whisky ooit vind. Maar dan zou ik daar ook nog die Laphroaig 1967 bij moeten kunnen betrekken. Een heel ander profiel, maar nog zo’n letterlijk indruk-wekkende whisky. De Port Ellen 12 James MacArthur (dark) kan dan als sparring partner opdraven. Ha, het idee alleen al! Laat het me een project noemen.

 

Maar dat zal dan een project buiten Onversneden zijn. De titel verraadde het al, ik trek hierbij een sierlijke streep onder deze blog. Onder het motto ‘het is goed geweest’, wordt het tijd mijn passie voor whisky anders in te vullen en vooral wat meer tijd uit te trekken voor de dingen die zo veel belangrijker zijn dan whisky. Jawel, ze bestaan.

Nosing and tastingHet begon allemaal in februari 2008. Ik was al een jaar of vier intensief met whisky bezig. Tastings, festivals, clubactiviteiten afschuimend, telkens met het notaboekje in de hand en maar ijverig noteren. Om uiteindelijk de drang om mijn bevindingen wereldkundig te maken niet langer meer te onderdrukken. Een blog werd geboren. Exact zes jaar en een kleine 2000 notes later, heb ik het gevoel het wel wat gehad te hebben. Wroeten op een whisky, zoeken naar associaties, soms met volle goesting, soms omdat het moet, omdat er nu eenmaal een blog gevuld dient te worden… het begon af en toe toch wat ‘werken’ te worden.

Wat bij dat laatste ook meespeelt, is dat ik me niet van de indruk kan ontdoen dat het qua nieuwe releases het laatste jaar, de laatste twee jaar merkelijk een stuk minder boeiend geworden is. Zowat alles van de jaren zeventig is gebotteld, de jaren tachtig zijn gemiddeld minder interessant en ook daarvan lijkt er niet zo veel meer beschikbaar. Opéénvolgende bottelingen van Caperdonich 1972, Longmorn 1976, Clynelish 1982, Lochside 1981, Tomatin 1976, BenRiach 1976 en dergelijke meer (telkens zeer beschikbare vintages, maar ook zeer lekkere) zijn vervangen door reeksen Glen Garioch 1992, Clynelish 1997, Ardmore 1992, Laphroaig 1998… ook vaak lekker, maar toch niet vergelijkbaar. En niet zo veel goedkoper dan de nu cultflessen van amper twee, drie jaar geleden. Het kan natuurlijk zijn dat dit een tijdelijk fenomeen is, bepaald door al even tijdelijke factoren. Laat Bowmore van de jaren negentig en begin jaren tweeduizend tien jaar langer rijpen, geef Port Charlotte de tijd om z’n scherpe kantjes af te ronden, gun Clynelish 1997 de leeftijd van die fameuze 1982’ers. De toekomst hoeft er niet noodzakelijk somber uit de zien. Maar dan zullen er andere keuzes gemaakt moeten worden.

Je kan immers niet naast enkele trends kijken. Enerzijds distilleerders die alsmaar jonger bottelen, anderzijds onafhankelijke bottelaars die nog moeilijk aan ‘mooie’ vaten geraken. De stijgende vraag naar premium whisky’s in het Verre Oosten speelt hierin een belangrijke rol. Er zullen in de toekomst ongetwijfeld nog schitterende whisky’s uitgebracht worden, maar het aanbod zal kleiner (en jonger) zijn en de prijzen… tja, dat laat zich wel raden. Nochtans is er geen enkele markt die alleen maar stijgt, ooit komt er een stevige knik in die alsmaar klimmende lijn, elke bubbel moet ooit eens barsten. Maar ik denk niet dat dat voor onmiddellijk is, en dat we dus nog enkele jaren tegen stijgende prijzen zullen aankijken.
Ik heb het voorbije anderhalf jaar nog maar weinig nieuwe bottelingen gekocht en me eerder gericht op gemiste bottelingen van de jaren voordien, weliswaar vaak aan een hogere prijs. Die jaren voor de terugval boden immers een overvloed aan fantastische whisky’s, maar tenzij je over onbeperkte middelen beschikte, was je verplicht te kiezen. En kiezen is zoals iedereen weet altijd een beetje verliezen. Daarenboven is er nog zoveel ander lekkers (en betaalbaarders) te ontdekken, zeker wat wijn en z’n satellieten (Sherry, Madeira, Cognac…) betreft. Alhoewel whisky altijd mijn eerste passie zal blijven.

Ga ik Onversneden missen? Ongetwijfeld. Maar het leven zonder zal wel wennen en zal me niet minder bevallen. Want, zoals Oscar Wilde het in Lady Windermere’s Fan verwoordde: we are all in the gutter, but some of us are looking at the stars.

The End

Advertenties

Klein vuil tastinkje

Er hebben al vaker leuke tastings plaatsgevonden ten huize Asta Morris, maar deze van vorige maandag was er toch wel eentje om in te kaderen. En neer te pennen.
Ik had zelf wat lekkers meegebracht, maar toen Bert mij duidelijk maakte dat hij zich in zijn “eigen kot door niemand laat overtreffen”, wist ik dat het een zeer fijne avond zou worden… Na wat werken op samples voor mogelijke nieuwe Asta Morris bottelingen (met als resultaat dat niets de moeite waard was – het is tegenwoordig echt wel huilen met de pet op), begonnen we aan het officieuze en plezante gedeelte. Ik heb niets genoteerd – dat zou het genieten alleen maar doorkruisen – en ga dus af op m’n herinneringen. Die nog verdacht levendig zijn. Hieronder een overzichtje van het lekkers (en of het lekker was).

 

Loch Dhu 10 'Black Whisky'Starten deden we met de Strathisla 1972/1994, 62.1%, G&M Cask, casks 7510-7512, die ook figureerde in de jongste Weedram Masters en volgens Bert nu beter tot z’n recht kwam. De neus vond ik alvast erg goed, op de smaak misschien een beetje droog. We zakten daarna meer dan 20% om uit te komen bij de Glen Garioch NAS, 43%, OB 1970′s, Samaroli Import, brown dumpy. Beter dan de meeste batchen die Lemar importeerde. En stukken beter dan de Loch Dhu 10y Black Whisky, 40%, OB 2013. Wat een draak van een whisky. Dit is toch wel van het slechtste wat er op de markt te verkrijgen is. De neus is slecht, de smaak slechter. Onder het motto ‘hoeveel off-notes kunnen we in één whisky krijgen?’, vreselijk. Alles wat hier achter kwam, zou ik geweldig vinden.

En de Glen Elgin 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection, Berry Bross & Rudd, casks 5167 & 5170 ís dat ook gewoon. Delicaat, smeuïg en fruitig. Nog beter was de Glendullan 31y 1966/1997, 49.7%, Cadenhead’s Authentic Collection, complexe en gelaagde sherry. Die stijgende lijn werd doorgetrokken met behulp van de Glenlivet 25y 1967/1993, 46.9%, Signatory, cask 3470, 250 bottles. Sublieme oude Speysider, complex en elegant.

Maar het kon nog beter, de Glen Grant 48y 1958/2007, 50%, G&M for La Maison du Whisky is één van de beste sherrybommen die ik al kon proeven. Zo krachtig, maar ook zo fruitig, wat een machtige sherry! De Longmorn 37y 1973/2011, 58%, The Whisky Agency, fino sherry hogshead, joint bottling with The Nectar and Three Rivers Tokyo, 252 bottles kon dat niveau niet helemaal aanhouden, maar dat was ook schier onmogelijk. Nochtans is ook dit een dijk van een whisky. Hetzelfde kan gezegd worden van de Tomatin 31y 1976, 47.2%, OB 2008, cask 19090, 107 bottles, één van de beste Tomatin 76’ers als je ’t mij vraagt, op het klassieke en geweldige tropische patroon. De Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts deed er niet voor onder.

Terug naar het sherrygeweld met de Aberfeldy 19y ‘Manager’s Dram’, 61.3%, OB 1991. Een topper, maar in z’n categorie kan hij niet op tegen de Glen Grant. 1969 moet zowat het beste jaar voor Longmorn zijn, iets wat de Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M for Intertrade, Turatello import, Highlander label, 420 bottles met veel overtuiging bewijst. Machtige whisky op rood fruit, noten, kruiden, koffie, oud leder, boenwas en lichte rook. Daarna volgden twee best te pruimen Laphroaig Cask Strengths, de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB 2009, batch #001 en de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.3%, OB 2002, red stripe. Ze vielen in ieder geval niet uit de toon in het straatje.

 

VlezekesNa de obligate ‘vlezekes’ (wat zeer denigrerend klinkt voor pata negra van de hoogste kwaliteit), werden zes kanonnen uit de kelder opgediept, waar ik gelukkig iets waardigs naast kon zetten. In volgorde hadden mijn smaakpapillen de eer en het genoegen kennis te maken met de geweldige Caol Ila 35y 1969/2004, 45%, G&M Private Collection, casks 1755 & 1760, 374 bottles (een Caol Ila 1969 nu eens niet op jonge leeftijd, en die extra rijping is alleen maar een meerwaarde), de legendarische Caol Ila 12y 1974/1986, 63%, James MacArthur, The London Scottish Malt Whisky Society, cask 74.23.1 (bestaat er Caol Ila met een hoger cult-gehalte? In ieder geval volledig terecht als je ’t mij vraagt), de Laphroaig 40y 1960, 42.4%, OB 2001, 3300 bottles (lekker, maar de 30 is beter), de Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Samaroli, 120 bottles (waarschijnlijk Springbank, en van het meest complexe wat je kan proeven), de Glenfiddich 32y 1972/2005, 46.9%, Cadenhead’s Bond Reserve (niet de beste oude Glenfiddich, wel lekker en vooral vlot wegkappend), de Macduff 35y 1967/2003, 53.8%, Douglas Laing Platinum Selection, 528 bottles (zo goed kan Macduff dus zijn) en tenslotte de Laphroaig 31y 1974/2005, 49.7%, OB for La Maison du Whisky, 910 bottles (hèhè).

Tenslotte? Niks tenslotte, het kon immers nóg beter. Twee absolute toppers om “in schoonheid te eindigen”? Allez vooruit, omdat je aandringt. In schoonheid eindigen is een stevig understatement als je de Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March 2000, for Asia & US, third release en de Bowmore 37y 1964/2002, 49.6%, The Trilogy Series, Fino sherry cask, 300 bottles ingeschonken krijgt. De Provenance heb ik hier al eens besproken, de Fino nog niet.

Vermits ik nog naar huis moest bollen, hebben we het hier maar bij gelaten. Voor alle duidelijkheid, een paar van deze whisky’s waren van mij, maar ik heb me met veel genoegen laten wegblazen door wat Bert bovenhaalde.

Nog wat vleesjes en water deden m’n alcoholpercentage langzaam maar zeker onder de 0,5 promille zakken, waarop ik mij aan een tweede sessie 120 kilometer asfalt waagde. De Fino gloeide nog lang na, de glimlach kreeg ik moeilijk van m’n lippen, de muziek op de radio klonk gelaagder dan anders. Het bed was zacht, het ontwaken iets minder.

Bowmore 17y 1993, Thosop

Om één of andere reden was er in 1993 vanuit de blenders minder vraag naar Bowmore. Men hoefde op de distilleerderij dus minder snel te produceren, alles verliep wat trager. En dat zorgde ervoor dat de whisky van dat jaar wat anders is dan deze van andere jaren. Rijker, dieper. Ik veronderstel dat vooral een langere fermentatie hierin een rol heeft gespeeld. Een voorbeeld hiervan is deze Thosop botteling.

 

Bowmore 17y 1993/2011, 53.7%, Thosop Handwritten label, bourbon cask 477, 198 bottles
Ah, we have die fruit! En nog zo’n klein beetje. Appelsien, ananas, kruisbessen, papaja, coeur de boeuf, passievrucht, perzik, rode appels, mango en pompelmoes. En heel deze fruitsla op tonen van vanille, boter, gedroogde bloemen, een beetje kalk (licht mineralig), zachte eik, lichte gember en heerlijke zachte turf. Erg aromatisch en expressief. Ook de smaak is dat. Iets meer turf dan op de neus, ook wat meer kruiden (de gember, maar nu ook zoethout en kaneel). Maar het zoete, smeuïge fruit blijft op de voorgrond. Zowat dezelfde soorten als in de geur, nogal tropisch dus, samen met zowel sappige appels als appelsien. Minder zilt dan verwacht. Romig, olieachtig mondgevoel. Een genot voor de papillen. De afdronk is vrij lang en rijk op fruit en zoete turf. Ik vind deze Bowmore nu nog beter dan toen ik ‘m twee jaar geleden voor het eerst proefde. En zo vreselijk drinkbaar. Bowmore 1993, toch wel cult-in-the-making. 92/100

Bowmore 17y 1996, The Whisky Agency ‘Faces’

Vandaag één van de voor mij beste bottelingen van het (bijna) afgelopen jaar, zeker prijs/kwaliteit. Complexiteit in perfecte balans.

 

Bowmore 17y 1996/2013, 52.7%, The Whisky Agency ‘Faces’, refill bourbon hogshead, 307 bottles
Ronde, romige en expressieve ‘Brora’-neus op zilt en turfrook, honing en vanille, citrus en wit fruit (perziken, appels, kruisbessen), heide en (nat) hooi. Farmy! Jawel. Doet echt denken aan Brora 1977 of een geturfde batch Brora 1981. Een klein beetje jodium ook. Onderliggend lijnzaadolie en een heerlijke mineraliteit. Kalk. En dat fruit krijgt nu zelfs ook een tropisch kantje. Meloen en ananas. Daarna krijg ik ook nog wat kruiden. Peperkoek. Het blijft maar evolueren, zonder dat er één geur bovenuit steekt. De smaak vertoont complexe tonen van honing, turfrook, zilt, peper, kaneel, zoethout, mandarijn, meloen, ananas, papaja, perzik, marsepein, lijnzaadolie, eik, hooi… Ja, vooral veel puntjes. Aardse tonen wil ik toch ook nog vermelden. Het begint romig en elegant, om te evolueren naar een iets scherper profiel. De afdronk is lang, de eik treedt wat meer op de voorgrond, maar het fruit (mandarijn) en de turf blijven hun ding doen. Typisch Bowmore uit deze periode maar dan met nóg meer fruit en dat beetje ‘Brora’ op de neus, terwijl het rokerig, zilt en farmy karakter behouden blijft. In het tweede deel van de smaak misschien net iets te scherp om nog hoger te scoren. Tien, vijftien jaar flessenrijping en je hebt vloeibaar goud in handen. 91/100

Bowmore 11y 2001, The Whiskyman

Vandaag een Bowmore 2001 die The Whiskyman eind vorig jaar bottelde voor drie whiskyshops: QV.ID, Whiskysite.nl en Single Malt Whisky Shop. Nog te koop aan 65 euro.

 

Bowmore 11 YO 2001/2012, 50.6%, The WhiskymanBowmore 11y 2001/2012, 50.6%, The Whiskyman, 240 bottles
De neus laat zich samenvatten als rokerig, granig en zilt. Deze drie geuren zijn mooi verweven met elkaar en domineren het geheel. Boter, neigend naar boterkoekjes. Petit Beurre. Ook motorolie laat zich ruiken, net als teer. En binnenbanden. En leder. De geur wordt hoe langer hoe zoeter. Bananen, de schil van appels en appelsienen qua fruit, vergezeld van zoethout en kandijsuiker. Rond romig mondgevoel. Minder granen dan in de geur, wel veel turfrook, zilt en zoete associaties. Zoete associaties zoals daar zijn: zoethout, appelsienen, gezoete pompelmoes en gekonfijte gember. Bij het zilte moet ik denken aan gerookte vis. Heilbot bijvoorbeeld. Vrij lange afdronk, op hetzelfde patroon als dat van de smaak. Zilt, rokerig en zoet dus. Jonge Bowmore, het blijft een succesverhaal. Benieuwd naar dezelfde vintages na een tiental jaar extra rijping (meer fruit, getemperde turf en zilt), dat moeten kanonnen worden. 88/100

Bowmore 24y 1974, First Cask

Bowmore van een niet alledaagse vintage deze keer. 1974. Op de overgang tussen de sublieme whisky’s van de jaren zestig en vaak ook nog begin jaren zeventig en de mindere goden van eind jaren zeventig en (vooral) jaren tachtig.

 

Bowmore 24 YO 1974, 46%, First Cask, cask 2109Bowmore 24y 1974, 46%, First Cask +/- 1998, cask 2109
Een whisky waar ik lang op heb zitten wroeten. Hij heeft fantastische kanten maar ook kanten die me minder aanstaan. Enerzijds heeft hij tropisch fruit (zoals passievrucht, mango, meloen en pompelmoes), maar anderzijds ruik ik ook inkt en karton. Deze laatste associaties verdwijnen wel na enige tijd, om na terug te grijpen naar deze whisky opnieuw aan de oppervlakte te komen drijven. Bizar. Maar wat ruik ik nog? Om te beginnen zilt en zeewier. We zijn aan zee. Turf natuurlijk ook, maar die is zacht en zoetzuur. Nat hooi. Honing en zoethout vallen ook nog op. Op de smaak valt eerst het fruit op, en dat is een goede zaak. Pompelmoes, mandarijn, citroen en ananas. Dat fruit wordt gevolgd door honing, zoute drop en teer. Hars en zachte eik geven structuur. Zoete turf. Daarna wordt het droger. Kruiden, eik, maar ook karton. Een heel klein beetje karton, maar toch. Droog karton, wat beter is dan nat karton. Licht medicinaal. De afdronk is minder lang dan verwacht, de whisky valt vrij snel weg. Zilt, rook en kruiden, niet veel fruit meer. Was het niet van dat karton en die inkt, het was een topper. Moeilijk te scoren dus, laat het me houden op 87/100

Bowmore 17y 1994, Signatory for The Nectar

Signatory heeft een hele reeks zustervaten Bowmore 1994 gebotteld, allemaal in 2010 en 2011. Eén daarvan werd geselecteerd tijdens een masterclass en gebotteld voor The Nectar.

 

Bowmore 17 YO 1994/2011, 48.8%, Signatory for The Nectar, cask 570Bowmore 17y 1994/2011, 48.8%, Signatory for The Nectar, cask 570, 227 bottles
De geur wordt gedomineerd door zoete en medicinale turfrook. Jodium, turf, honing en kandij. Deze elementen worden gevolgd door fruit. Maar niet veel. Een beetje ananas, kruisbessen en appel. Wat nog? Wel, eik sowieso. Kaarvet ook. En kruiden zoals zoethout en munt. Een beetje springerig wel, niet helemaal geïntegreerd en rond. Zacht en romig in de mond (laag alcoholpercentage gezien de relatief jonge leeftijd). De turf domineert, de kruiden (peper, gember, zoethout) staan hun mannetje, het fruit (citrus nu) laat zich wat wegdrukken. Zilt vult aan (zoute drop) en kandijsuiker en appelsiroop maken het zoet. Rubber (binnenband van een fiets), wat ik hier een beetje storend vind. Lange afdronk (wat eigenlijk normaal is, ik ken weinig geturfde whisky’s met een korte afdronk, turf heeft nu éénmaal de eigenschap lang te blijven hangen), licht bitter. Zeker niet slecht maar de rubber op de smaak doet ‘m geen goed. 84/100

Bowmore 16y 1972, Prestonfield

Vandaag een Bowmore van het veelbelovende jaar 1972, gebotteld door Signatory onder z’n Prestonfieldlabel. Reken op 400/500 euro op veilingen. Ik doe het met 2 cl.

 

Bowmore 16 YO 1972/1988, 43%, Signatory, Prestonfield, sherry wood, casks 1036-1039Bowmore 16y 1972/1988, 43%, Signatory, Prestonfield, sherry wood, casks 1036-1039
Expressieve geur met een leuk farmy kantje. De turf is dus zuurzoet en wordt vergezeld van tonen van nat hooi. Braambessen, pompelmoes en granaatappel brengen fruit aan, kaneel en zoethout kruiden, praliné en zachte karamel zorgen voor het zoets. Op de smaak is dit een vrij simpele whisky, maar wel lekker. Zachte, zoete sherry voert de boventoon. De belangrijkste associaties zijn voor mij appelsienen, gele rozijnen, chocolade, natte bladeren en mos, lichte rook, eik en peper. Zacht en romig mondgevoel. Niet erg lange afdronk. Iets te simpel en niet vol genoeg om negentig te scoren. En dus ook te duur voor wat hij te bieden heeft. 88/100

Bowmore 15y 1998, Chester Whisky

Chester Whisky & Liqueur Company is een nieuwe bottelaar, wiens whisky’s in België worden ingevoerd door Dominiek Bouckaert aka The Whiskyman. Oorspronkelijk een slijter uit het plaatsje Chester, nabij Liverpool, die whisky en likeuren aan de man brengt, maar sedert enige tijd dus ook een bottelaar. En vanaf heden ook beschikbaar in de Lage Landen. Je hebt de keuze uit deze Bowmore 1998, een Clynelish 1997, een Glenburgie 1989 en een Tomintoul 1968.

Chester Whisky
 

Bowmore 15 YO 1998/2013, 55.2%, Chester Whisky Liqueur CompanyBowmore 15y 1998/2013, 55.2%, Chester Whisky & Liqueur Company Ltd, refill bourbon hogshead, 242 bottles
Zoals wel vaker bij jonge Bowmore is dit vooral fruitig en pas in tweede instantie rokerig. Exact zoals ik mijn geturfde whisky het liefst heb. Witte perziken, kruisbessen en harde rode appels, gevolgd door tonen van citrus. Daarachter gaat er zilt en een beetje jodium schuil. De turf is discreet, niet te veel, juist genoeg. Doorheen dit alles zit een mooie mineraliteit geweven. Kalk. En wat ook niet ongewoon is bij Bowmore uit deze periode is een licht ‘farmy’ kantje. Nat hooi dan vooral. Het mondgevoel is zacht en olieachtig. Lijnzaadolie. De turf is iets prominenter aanwezig en is licht assig. Het fruit blijft om z’n plekje strijden. Vooral citrus nu (citroen, pompelmoes) en minder wit fruit (zie de appels en de perziken van in de geur). Amandelen (wat zoet, dus neigend naar marsepein) en best wat zilt. Het zoete laat zich na enige tijd wel wat wegdrukken door bitterdere elementen. De noten, kruiden (peper valt op) en eik. Dat bittere is hier verre van storend. Lange, volle afdronk op zilt en rook. De neus komt in de buurt van de negentig punten, de smaak doet niet veel onder. Als deze botteling representatief is voor de rest, kijk ik al uit naar de volgende. En dat zal de Tomintoul worden. 88/100

Bowmore 14y 1991, A. Dewar Rattray

Vandaag een whisky waar hier en daar behoorlijk wild wordt over gedaan. Zo één van die verborgen schatten, whisky’s die wat aan de aandacht zijn ontsnapt, tussen de mazen van het (inter)net zijn geglipt, maar pareltjes blijken te zijn. Bedankt voor de sample Johan.

 

Bowmore 14 YO 1991/2005, 59.6%, A. Dewar Rattray, sherry butt #2054Bowmore 14y 1991/2005, 59.6%, A. Dewar Rattray, sherry butt #2054, 575 bottles
Indrukwekkend massieve neus. Een bom. Sherry en turf die beiden om ter luidst om de aandacht roepen zonder dat één van beide de ander overstemt. Geweldig vind ik dit. Ik ruik getoaste eik, abrikozentaart, romige chocolade, tabak, oud leder, koffie, peperkoek, stroperige karamel, zoute drop, oesters, toast met sinaasconfituur en nog heel wat meer. Zelfs farmy tonen. Natte hond, lichte mest (de geur van een koeienstal). Wat een sensatie! Verdacht drinkbaar op zo goed als 60%. Maar niet minder een bom dan op de neus. Dik en vettig. Turfrook en tabak vallen eerst op, waarna de smaak een vegetaal kantje krijgt. Tabaksbladeren vooral. En rubber. Teer. Chewy. Onderliggend sappige eik. En daarna komt het fruit langzaamaan naar boven: pruimen (big time) en bittere appelsienen. Water versterkt het fruit en is op de smaak dus een meerwaarde (op de neus komen met water de boerderijtoestanden meer naar voor – oké, ook daar een meerwaarde dus). Kruiden? Bwa ja, zoethout en peper. Karamel ook (stroperig). Ansjovis. Gezouten karamel eigenlijk. Uniek. En zo’n afdronk waar maar geen einde aan lijkt te komen. Ongelooflijk geconcentreerd, met de turfrook, de kruiden en de gezouten karamel die het langst blijven hangen. Blij dat ik dit beest heb kunnen ontdekken. En kunnen temmen. 91/100

Bowmore 15y 1997, The Whiskyman

Ik proefde de Bowmore 2001 van Malts of Scotland naast de Bowmore 1997 van The Whiskyman. Het zogenaamde ‘gitaarlabel’ van The Whiskyman stond in 2012 in het teken van The Rolling Stones. Zo kreeg deze Bowmore de naam ‘It’s only single malt but I like it’ mee.

 

Bowmore 15 YO 1997 'It's only single malt but I like it, 53.8%, The WhiskymanBowmore 15y 1997/2012 ‘It’s only single malt but I like it’, 53.8%, The Whiskyman, 189 bottles
De neus van deze vind nog wat beter dan de MoS. De 2001 was complex en erg lekker, deze is minstens even complex maar diept een aantal zaken nog verder uit. Zeker die lichte boerderij associaties zijn hier nog grootser. Echt wel de zoetzure geur van stallen, nat hooi en mest. En jullie weten ondertussen wel hoe geweldig ik dat vind. Ook het fruit is top. Erg aromatische toetsen van gele appels, ananas, rijpe appelsienen en mandarijn. Ook de zee tekent present in de vorm van zeewier, zout, jodium en oesters. De natte stenen zijn ook hier aanwezig, net als kalk. Vanille en zachte karamel (fudge) zorgen voor een zoete ondertoon. Vanillepudding, o ja. En nu zelfs ook iets van potloodslijpsel (grafiet). Nog iets complexer dan de Malts of Scotland, maar vooral nog iets lekkerder. En het goede nieuws is dat de smaak dit patroon verder zet. Romig en olieachtig mondgevoel, en ronder dan de 2001. Zoete turf, zilt, jodium, vanille, kruiden en veel fruit, en dat in willekeurige volgorde. Wat het fruit betreft, denk ik aan meloen, roze pompelmoes, papaja en passievrucht (jawel). Het gaat bij deze dus nog meer de tropische kant uit. Qua kruiden noteer ik peper, kaneel, gember en zoethout. Het zoute karakter groeit, en nog meer met een beetje water. Aardse tonen (natte bladeren en natte aarde). En lijnzaadolie. Lange finish, zout rokerig en fruitig (de roze pompelmoes!). Nee, dat fruit laat zich niet wegdrukken. Als dit 10 jaar langer rijpt, heb je volgens mij iets wat in de buurt komt van jaren zestig Bowmore. Lovely. 89/100

Bowmore 11y 2001, Malts of Scotland

Dat Bowmore na de desastreuze jaren tachtig weer helemaal terug is, weten we ondertussen wel. Ook jonge Bowmore stelt zelden teleur. Aan Malts of Scotland om dat nog eens te bewijzen.

 

Bowmore 11 YO 2001/2012, 58.2%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS12060Bowmore 11y 2001/2012, 58.2%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS12060, 221 bottles
Ronde neus op mineralen, veel zee en zoete turf. Een wandeling langs de zee, over een strand van keien. Natte keien met zeewier en zilt dat de zee achterliet. Zeevruchten besprenkeld met citroen. En die zoete turf heeft een mooi farmy kantje. Nat hooi en lichte tonen van stallen. Wat granen. En gezouten boter. Hoe langer hoe meer houtskool ook. Fruit? Wel ja, ondanks de jonge leeftijd al best wat fruit. Ook dat is Bowmore vandaag de dag. We hadden de citroen al, maar ook rijpe appelsienen en ananas in blik. Complex en erg onderhoudend. Romig en stevig in de mond. Het zilt en de turf nemen het heft in handen, gevolgd door medicinale tonen en kruiden. Zoethout valt het meest op. Pas daarna komt het fruit om de hoek kijken, samen met een vleugje vanille. Ananas en citrus, gelijkaardig als op de geur dus. Redelijk lange afdronk, op zoete en rokerige tonen. Tja, jonge Bowmore, zoals ik al zei, stelt het zelden teleur. Ook hier niet. 86/100

Feest

feestWoensdag bestaat deze blog exact vijf jaar. Meer dan reden genoeg om te feesten, niet? En laat me daar meteen een feestweek van maken: vijf jaar vertaald in vijf dagen vijf super whisky’s. Ik heb voor deze gelegenheid uitgekeken naar uitzonderlijk spul (en in mijn ondertussen honderden samples gegrasduind) en denk dat ik daar wel in geslaagd ben. Zet je dus schrap voor wat decadent gedram. Beginnen doen we in grote stijl met Bowmore 1968.

 

Bowmore 34y 1968/2003, 41.7%, Duncan Taylor Peerless, cask 1426, 182 bottles
Yeehaa, bij deze neus moet ik me al inhouden om geen hoofdletters en uitroeptekens te gebruiken. Vintage Bowmore jaren zestig. Enorm geconcentreerd tropisch fruit: passievrucht, lychee, papaya, mango, ananas… het zit er allemaal in. Veel roze pompelmoes ook, net als rozenbottel. Bowmore 34 YO 1968/2003, 41.7%,  Duncan Taylor Peerless, cask 1426Vaak durft het daar bij te blijven, maar dat is bij deze botteling niet het geval. Ik noteer ook bloemen, linde, boter, mineralen, een beetje vers gemaaid gras en kaarsvet. Oké, nog altijd niet supercomplex maar hij biedt op de neus toch al meer dan verwacht. En dat fruit is naar mijn aanvoelen gebalder dan bij zusterbottelingen. Fluweelzacht op de tong, elegant en verfijnd. Het tropisch fruit is al even groots als op de neus, de roze pompelmoes is dat ook. Opnieuw de rozenbottel en de linde. En het licht grassige. Honing, nougat en vanille geven het een zoete toets. Ik noteer ook nog gele rozijnen (van die dikke). Een klein beetje zilt. Zoethout in de verte. Subliem, gewoonweg subliem. Redelijk lange afdronk (zonder erg lang te zijn), mooi in het verlengde van de smaak. Probleem met deze whisky is dat het drinkt als (succulent) fruitsap. Voor je het weet heb je 200 euro achterovergekapt. Benchmark Bowmore 68. 94/100

Bowmore 17y 1995, Malts of Scotland

Een andere nieuwe Malts of Scotland die ik kon proeven is de Bowmore 1995. Veel Islay whisky’s in deze release. Deze kost je 85 euro.

 

Bowmore 17 YO 1995, 56.8%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #MoS12018Bowmore 17y 1995/2012, 56.8%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #MoS12018, 225 bottles
Erg zoete neus op gestoofd fruit (allerlei confituren), stroopwafels en nougat. Rook natuurlijk ook, zowel turfrook als tabaksrook. Teer en roet. Best wat eik ook wel, gevolgd door kruiden zoals zoethout en kaneel. Zoete drop. Na enige tijd slaat het fruit om in gedroogd fruit, vergezeld van noten. De smaak is erg stevig en vrij droog. Noten, eik, turfrook, rozijnen, vijgen, pruimencompot, bramenfonfituur, zoethout, nootmuskaat en tabak maken de dienst uit. Licht medicinale tonen. Toch maar wat water toevoegen: dat brengt sinaas naar voor, net als een grotere ziltigheid (iets wat ik zonder water ook wel had). Lange, kruidige en rokerige afdronk met nog wat lichte tonen van sinaas. Stevig baasje, maar mocht echter iets ronder zijn om nog hoger te scoren. 86/100

Bowmore 27y 1973, Blackadder

Vandaag een oude Bowmore, een 1973 van Blackadder.

 

Bowmore 27y 1973/2000, 50.2%, Blackadder, cask 3176, 233 bottles
Niet het verwachte (tropische) fruit. Of toch niet onmiddellijk. Wel granen, koffie en zilt. Hars ook wel. Pas na enige tijd zet het fruit zich door en dat is inderdaad tropisch. Ananas, banaan, mango, meloen, en ook wat limoen. Vanille. Het geheel is wel vrij vluchtig, ik mis de nodige body. De smaak is redelijk droog, daar zorgen eik, noten en kruiden voor. Het fruit wordt er wat door onderdrukt. Maar het is er wel, onder de gedaante van mango, meloen en mandarijn. Vanille, zilt en dan nu (dus niet onmiddellijk) turfrook. Vrij lange afdronk op vanille, mandarijnen en veel zilt. Lekker, absoluut, maar ik mis consistentie, aroma’s komen en gaan. 86/100

Bowmore 12y 2000, The Whisky Mercenary

Er wordt de laatste tijd serieus wat afgebotteld in België. Lange tijd was The Nectar de enige noemenwaardige naam in het landschap, maar de jongste jaren zijn daar enkele bottelaars bijgekomen. Ik denk in de eerste plaats aan Thosop, Asta Morris en The Whiskyman, maar ook kleinere spelers zoals Lords of the Drams en nu ook The Whisky Mercenary. De mercenary of huurling in kwestie is Jürgen Vromans, al jarenlang een gevestigde naam in de Belgische whiskywereld en tegen het lijf te lopen op zowat elk whiskyfestival of tasting in de regio. Jürgen brengt meteen drie whisky’s op de markt, een Clynelish 1997, een Bunnahabhain 1976 en deze Bowmore 2000. Voorwaar een aanlokkelijk trio. De Bowmore kost je 60 euro.

 

Bowmore 12y 2000/2012, 46%, The Whisky Mercenary, 42 bottles
Ja ja, dit zit snor (met alle sympathie voor Movember), het eerste wat mij opvalt is zoet fruit, eerder nog dan de turfrook en het zilt, twee zaken waar je bij jonge Bowmore moeilijk omheen kunt. De associaties van de zee, met naast het zilt ook zeewier en oesters, en de zachte turfrook, worden mooi in bedwang gehouden door tonen van zoete rode appels, ananas in blik, banaan en zelfs wat lycheesap. Vrij zoet, naast het zoete fruit heb ik ook kandijsuiker, marsepein, vanille en gekonfijte gember (prikkelend zoet). Gezouten boter, leder en onderliggend een subtiele maar absoluut welgekomen mineraleit. Behoorlijk complex voor z’n leeftijd. All good. Zacht en romig op de tong. Iets meer turfrook dan op de neus, zoals wel vaker, maar het is toch weer het fruit dat met de pluimen gaat lopen. Perziken en de ananas en lychee die ik ook al in de neus had. Een stevige hoeveelheid zilt, en ook wat vanille, kandij en kruiden. Hoe langer hoe meer kruiden. Gember en zoethout. Zwarte olijven? Ik denk het. Middellange afdronk, zilt, rokerig en fruitig. Aangezien deze whisky op drinksterkte is gebotteld, doe ik hier geen water bij, iets waar ik ook absoluut geen behoefte aan heb. Op veel vlakken vind ik dit allemaal perfect. Compleet mijn profiel, turfrook als toegevoegde waarde. Prijs/kwaliteit een echter topper. 89/100

Bowmore 21y 1989, Silver Seal

Nog een recente Silver Seal botteling, is een Bowmore 1989. Bowmore 1989, de ervaring leert dat dat net voorbij de zeepperiode is. Meer nog, Bowmore 1989 is al vaak zéér lekker gebleken.

 

Bowmore 21y 1989/2011, 46%, Silver Seal, 565 bottles
Cleane neus die start op zilt, jodium, mineralen en turfrook. Daarna komen daar natte aarde, varens en kamillethee bij. Niet veel fruit, enkel wat citrus. Noten, vanille en marsepein. Wat zoet dus ook. Munt? Ja, een beetje. Mmm, zelfs een lichte ‘farmy’ toets. Geen mest, wel nat hooi bijvoorbeeld. Oesters, jawel. Heerlijk. Ook de smaak is clean en prikkelend, met meer rook dan op de neus. Maar opnieuw de aarde en de citrus. En de perfecte hoeveelheid zilt en jodium. En ook de oesters zijn daar weer. Oké, de smaak ligt dus mooi in het verlengde van de neus. Ah, ook wat ananas in (of beter uit) blik. Peper mag ik niet vergeten te vermelden. Lange, zilte afdronk met citrus en zachte rook. Perfecte, cleane Bowmore. 90/100

Bowmore 10y 2002, The Whiskyman for Dramalot

Dramalot is een jonge whiskyclub uit Denderleeuw. Met een geweldige naam, vind ik zo. Ondanks het feit dat ze nog niet zo lang bestaan, hebben ze dus al wel een eigen botteling op de markt gebracht, een Bowmore 2002 geselecteerd door – daar hebben we hem weer – The Whiskyman.


 
Bowmore 10y 2002/2012, 52%, The Whiskyman for Dramalot, 60 bottles
Zachte neus zonder de verwachte dominante rook. Die (turf)took is er wel, maar wordt overvleugeld door fruit. Nice! En erg gevarieerd fruit, ik heb vooral perzik en wat abrikoos, maar ook ananas in blik en lychees op siroop, en tenslotte ook een beetje witte pompelmoes. Daarna volgen allerlei tuinkruiden, boter, lentebloesems, zachte eik en een beetje vanille. En daarenboven ook nog een mooie mineraliteit doorheen dit alles. Bijzonder aangename en boeiende neus vind ik dat. Net als de smaak trouwens. Eén van de meest drinkbare jonge Bowmores die ik al kon proeven. Romig en complex, en opnieuw gaat het fruit met de aandacht lopen: perzik, lychee, pompelmoes. Kandijsuiker, zachte turfrook, eik, zoethout en peper vullen aan. Naar het einde opnieuw tuinkruiden. Munt valt op. De afdronk is niet erg lang maar wel lekker op gesuikerde citrus en kruiden. Complexe (zeker gezien z’n leeftijd) en geweldig gebalanceerde whisky. Uitzonderlijk vatje. 90/100

Fulldram Supertastings

Het Fulldram whiskyseizoen werd in grote stijl afgesloten aan de hand van een supertasting, ééntje twee weken geleden in de afdeling Kampenhout en ééntje eergisteren in Leuven. De line-ups, die voor de helft gelijk liepen, bestonden telkens uit een aperitief en zes top-bottelingen. De meeste van deze whisky’s had ik al eens geproefd en hier besproken. Van de rest lees je hieronder mijn summiere indrukken en provisoire score. De aperitief was de Teaninich 12y van The Nectar.

 
Kampenhout:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
Geef toe, een sterke opener. Hij bleef moeiteloos overeind tussen al wat volgde. Niet te verwonderen natuurlijk.
 
Brora 32y, 54.7%, OB 2011, 1500 bottles
Typisch Brora van eind jaren zeventig. Minder ‘farmy’ dan oudere distillaten, maar wel zeer complex. Heeft daarenboven tijd nodig om zich volledig bloot te geven. Een uitgebreide bespreking volgt. Nipt in de top 3.
 
Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, G&M for Limburg, Book of Kells label, sherry butt #576
Ook deze is hier al gepasseerd. Ik blijf dit een zalige whisky vinden, zeker op de neus. Op de smaak vertoonde hij naar het einde voor sommigen net iets te veel eik, maar mij stoorde dat op geen enkel moment.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 56.4%, Old Bothwell, cask 2545
Voor mij is dit één van de beste Port Ellens die ik al proefde. Erg clean, met een perfecte balans tussen het zilt, de turf en zoete en fruitige (sinaas o.a.) tonen. Mooie mineraliteit ook. En geweldig drinkbaar. 93/100
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Tropical! Zowel op neus als op smaak een tropische fruitbom. Rozenbottel viel me ook op. Vreselijk lekker, vreselijk drinkbaar maar ver van complex. Who cares? Weinigen, want dit werd met stip de winnaar. 93/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Een cultfles. Say no more.
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Bowmore 1968
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Brora 32

 
 
Leuven:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
In Leuven deed hij het met een ex aequo met de winnaar (maar net iets minder leden hadden ‘m op één staan) zelfs nóg beter dan in Kampenhout. Nog maar eens het bewijs van de absolute klasse van deze whisky. Zelfs de Bowmore (geweldig lekker maar een stuk minder complex en gelaagd) verbleekte er tegen. Voor mij toch. Hier dus meer details.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 55.7%, Old Bothwell, cask 2473
Een actiever sherryvat dan de Port Ellen in Kampenhout. Donkerder van kleur maar vooral meer sherry (koffie, eik, leder, rozijnen, kruiden) in geur en smaak. Of sherry tout court, ik ga er van uit dat andere een bourbonvat was. Ik prefereer by far de cleanere PE’s (cleaner, mineraliger, ‘zesty-er’…). 89/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Say no more indeed.
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Blijft toch smullen.
 
Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, The Whisky Fair, 266 bottles
Ook deze besprak ik hier al, maar dat is al enkele jaren geleden. Hoog tijd om deze score te herzien en ‘m in mijn top 50 ever binnen te loodsen. Een juweeltje.
 
Springbank 33y 1970/2003, 54.4%, Adelphi, cask 1622
Stevige maar o zo mooie en complexe sherry. Zowel op neus als op smaak ronduit prachtig. Ik heb weinig genoteerd, ook onmogelijk om volledig te vatten. Krudig, stroperig, veel rood fruit en rozenbottel (waarvoor dank Christophe) en bovenal: Mon Cheri! En nooit te droog of bitter. 94/100
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Clynelish 1974
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Springbank 1970

 

Bowmore 21y 1973

Oude Bowmore, why not. Vandaag een officiële 1973, een vatting van twee sherryvaten, gebotteld in 1994.

 

Bowmore 21y 1973, 43%, OB 1994, sherry casks 5173 & 5174
Lichte, wat onderdrukte neus. Eentje die tijd nodig heeft. Maar dan krijg je, jawel, tropisch fruit. Niet explosief, maar toch, het is er. Banaan, meloen en mango. En hoe langer hoe meer citroen. Samen met bijenwas, zilt, karamel en koffie-verkeerd. Zelfs een klein beetje farmy tonen. Zeer mooi allemaal, maar licht, zelfs wat vluchtig bij wijlen. Geen, of zo goed als geen turf trouwens. Iets wat ik op de smaak wel heb. Niet veel echter. Naast allerlei citrusfruit (minder tropisch hier, wel mandarijn en sinaas bv.), zilt, eik en kruiden. Maar ook hier ontbreekt wat ‘body’. Hij blijft wel lang hangen, vooral op zilte aroma’s, maar er is ook nog wat citrusfruit. Als ik m’n review overloop, lees ik allemaal geweldige aroma’s en denk ik aan een score van 92 of meer. Maar daarvoor is hij niet expressief genoeg, het is te veel werken, te veel zoeken. Maar bon, het is en blijft een zeer lekkere Bowmore. 90/100