Spring naar inhoud

Posts from the ‘Ardbeg’ Category

Klein vuil tastinkje

Er hebben al vaker leuke tastings plaatsgevonden ten huize Asta Morris, maar deze van vorige maandag was er toch wel eentje om in te kaderen. En neer te pennen.
Ik had zelf wat lekkers meegebracht, maar toen Bert mij duidelijk maakte dat hij zich in zijn “eigen kot door niemand laat overtreffen”, wist ik dat het een zeer fijne avond zou worden… Na wat werken op samples voor mogelijke nieuwe Asta Morris bottelingen (met als resultaat dat niets de moeite waard was – het is tegenwoordig echt wel huilen met de pet op), begonnen we aan het officieuze en plezante gedeelte. Ik heb niets genoteerd – dat zou het genieten alleen maar doorkruisen – en ga dus af op m’n herinneringen. Die nog verdacht levendig zijn. Hieronder een overzichtje van het lekkers (en of het lekker was).

 

Loch Dhu 10 'Black Whisky'Starten deden we met de Strathisla 1972/1994, 62.1%, G&M Cask, casks 7510-7512, die ook figureerde in de jongste Weedram Masters en volgens Bert nu beter tot z’n recht kwam. De neus vond ik alvast erg goed, op de smaak misschien een beetje droog. We zakten daarna meer dan 20% om uit te komen bij de Glen Garioch NAS, 43%, OB 1970′s, Samaroli Import, brown dumpy. Beter dan de meeste batchen die Lemar importeerde. En stukken beter dan de Loch Dhu 10y Black Whisky, 40%, OB 2013. Wat een draak van een whisky. Dit is toch wel van het slechtste wat er op de markt te verkrijgen is. De neus is slecht, de smaak slechter. Onder het motto ‘hoeveel off-notes kunnen we in één whisky krijgen?’, vreselijk. Alles wat hier achter kwam, zou ik geweldig vinden.

En de Glen Elgin 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection, Berry Bross & Rudd, casks 5167 & 5170 ís dat ook gewoon. Delicaat, smeuïg en fruitig. Nog beter was de Glendullan 31y 1966/1997, 49.7%, Cadenhead’s Authentic Collection, complexe en gelaagde sherry. Die stijgende lijn werd doorgetrokken met behulp van de Glenlivet 25y 1967/1993, 46.9%, Signatory, cask 3470, 250 bottles. Sublieme oude Speysider, complex en elegant.

Maar het kon nog beter, de Glen Grant 48y 1958/2007, 50%, G&M for La Maison du Whisky is één van de beste sherrybommen die ik al kon proeven. Zo krachtig, maar ook zo fruitig, wat een machtige sherry! De Longmorn 37y 1973/2011, 58%, The Whisky Agency, fino sherry hogshead, joint bottling with The Nectar and Three Rivers Tokyo, 252 bottles kon dat niveau niet helemaal aanhouden, maar dat was ook schier onmogelijk. Nochtans is ook dit een dijk van een whisky. Hetzelfde kan gezegd worden van de Tomatin 31y 1976, 47.2%, OB 2008, cask 19090, 107 bottles, één van de beste Tomatin 76’ers als je ’t mij vraagt, op het klassieke en geweldige tropische patroon. De Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts deed er niet voor onder.

Terug naar het sherrygeweld met de Aberfeldy 19y ‘Manager’s Dram’, 61.3%, OB 1991. Een topper, maar in z’n categorie kan hij niet op tegen de Glen Grant. 1969 moet zowat het beste jaar voor Longmorn zijn, iets wat de Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M for Intertrade, Turatello import, Highlander label, 420 bottles met veel overtuiging bewijst. Machtige whisky op rood fruit, noten, kruiden, koffie, oud leder, boenwas en lichte rook. Daarna volgden twee best te pruimen Laphroaig Cask Strengths, de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB 2009, batch #001 en de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.3%, OB 2002, red stripe. Ze vielen in ieder geval niet uit de toon in het straatje.

 

VlezekesNa de obligate ‘vlezekes’ (wat zeer denigrerend klinkt voor pata negra van de hoogste kwaliteit), werden zes kanonnen uit de kelder opgediept, waar ik gelukkig iets waardigs naast kon zetten. In volgorde hadden mijn smaakpapillen de eer en het genoegen kennis te maken met de geweldige Caol Ila 35y 1969/2004, 45%, G&M Private Collection, casks 1755 & 1760, 374 bottles (een Caol Ila 1969 nu eens niet op jonge leeftijd, en die extra rijping is alleen maar een meerwaarde), de legendarische Caol Ila 12y 1974/1986, 63%, James MacArthur, The London Scottish Malt Whisky Society, cask 74.23.1 (bestaat er Caol Ila met een hoger cult-gehalte? In ieder geval volledig terecht als je ’t mij vraagt), de Laphroaig 40y 1960, 42.4%, OB 2001, 3300 bottles (lekker, maar de 30 is beter), de Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Samaroli, 120 bottles (waarschijnlijk Springbank, en van het meest complexe wat je kan proeven), de Glenfiddich 32y 1972/2005, 46.9%, Cadenhead’s Bond Reserve (niet de beste oude Glenfiddich, wel lekker en vooral vlot wegkappend), de Macduff 35y 1967/2003, 53.8%, Douglas Laing Platinum Selection, 528 bottles (zo goed kan Macduff dus zijn) en tenslotte de Laphroaig 31y 1974/2005, 49.7%, OB for La Maison du Whisky, 910 bottles (hèhè).

Tenslotte? Niks tenslotte, het kon immers nóg beter. Twee absolute toppers om “in schoonheid te eindigen”? Allez vooruit, omdat je aandringt. In schoonheid eindigen is een stevig understatement als je de Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March 2000, for Asia & US, third release en de Bowmore 37y 1964/2002, 49.6%, The Trilogy Series, Fino sherry cask, 300 bottles ingeschonken krijgt. De Provenance heb ik hier al eens besproken, de Fino nog niet.

Vermits ik nog naar huis moest bollen, hebben we het hier maar bij gelaten. Voor alle duidelijkheid, een paar van deze whisky’s waren van mij, maar ik heb me met veel genoegen laten wegblazen door wat Bert bovenhaalde.

Nog wat vleesjes en water deden m’n alcoholpercentage langzaam maar zeker onder de 0,5 promille zakken, waarop ik mij aan een tweede sessie 120 kilometer asfalt waagde. De Fino gloeide nog lang na, de glimlach kreeg ik moeilijk van m’n lippen, de muziek op de radio klonk gelaagder dan anders. Het bed was zacht, het ontwaken iets minder.

Advertenties

Ardbeg Provenance for Asia

Laat ons nog eens écht zwaar geschut bovenhalen. Van de Ardbeg Provenance zijn vier batchen gebotteld, één voor de Europese markt (1997), één voor de Amerikaanse markt (de Verenigde Staten eigenlijk, 1998) en twee voor de Aziatische én Amerikaanse markt (2000). Ik had tot voor kort enkel nog maar de Europese botteling geproefd, een machtige whisky. Deze voor Azië & de VS is beter. Oh yes! Ongelooflijk bedankt Bert!

 

Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March, 2000 for Asia & US, third release, bottle no 5060, 75 cl
Pfiew, wat ruikt dit hemels! Zeemzoete turfrook, oud geboend leder, geboende eiken meubels, lichte zilt, belegen eik, zachte kruiden zoals zoethout, gember en kaneel, vers gebakken croissants, honing, warme appeltaart (of is het abrikozentaart? Nee, het is beide), lapsang souchong thee, een beetje jodium… wow! Ik weet dat een opsomming van associaties niet veel zegt, het toont enkel aan dat deze whisky een complexe neus heeft. Maar dit moet je ruiken, dit is zo goed, prachtig verweven, niets scherps aan, en het blijft maar evolueren. Geuren komen, prikkelen je zinnen, gaan weer weg en duiken weer op. Hemels dus. De smaak is zeker even complex en even goed. Nu ja, ‘goed’ is een licht understatement hier. Zoete turf, zilt, een lichte medicinaliteit, bijenwas, olijfolie (eerste persing – yeah right), zachte karamel, appels, mandarijn, peper, gember, melkchocolade en cake. Niet dat dat alles is, maar ik heb geen zin om verder te graven, wel om verder te genieten. Het geheel er erg olieachtig, licht vettig dus. Zeer lange afdronk, op de meest sublieme turf, zilt, kruiden en fruit. Ardbeg op z’n absolute top en toch wel mooi twee puntjes meer dan de ‘Europe’. 96/100

Ardbeg 30y ‘Very Old Ardbeg’

Vandaag Ardbeg 1967. 1967, één van de cultjaren van de distilleerderij (denk maar aan de Signatory’s Pale & Dark Oloroso). Deze officiële Ardbeg vermeld echter geen vintage, wel de leeftijd van 30 jaar. Hij is gebotteld in 1997, en is dus distillaat van 1967. Of vroeger.

 

Ardbeg 30 YO 'Very Old Ardbeg,  40%,1997Ardbeg 30y ‘Very Old Ardbeg’, 40%, OB 1997
Oh yes, die heerlijke zachte, zoete, oude turf. Elegant, delicaat, complex, gebalanceerd, het is allemaal van toepassing op deze neus. Vermengd met een beetje zilt, jodium, fruit zoals appels, rijpe perziken en appelsienenconfituur, honing, vanille, bloemen en in de verte zelfs wat motorolie. En wat toch altijd een meerwaarde is, dit is behoorlijk ‘farmy’. Nat hooi, natte hond. Heel rijk en romig, met voor z’n leeftijd maar een weinig eik. De smaak ligt in het verlengde van de geur. Elegant en zijdezacht op tonen van zachte, romige, zoete turf, sappige perziken, dito abrikozen, appelsienen, mandarijnen, zachte kruiden (kaneel, beetje peper), vanille, honing, een beetje zilt. Sommigen zullen opwerpen dat dit nogal licht en zelfs wat plat is op de smaak. Het is allemaal nogal licht ja, 40%, wat wil je. Maar dit is zo drinkbaar en voor z’n alcoholpercentage zo complex, dat dat licht karakter voor mij eerder een meerwaarde is. Denk ook aan de Ardbegs, maar ook Caol Ila’s of Brora’s, in Connoisseurs Choice bottelingen van Gordon & MacPhail. Drinkbaarheid en complexiteit verenigd. De afdronk is niet superlang, dat viel te verwachten, maar het blijft genieten. En ook hier zo goed als geen eik. Ik vind dit fantastische whisky, maar spijtig genoeg niet meer te betalen. 93/100

Images of Islay (Ardbeg), Malts of Scotland

Naast de Images of Dufftown (Glenfiddich) bottelde Malts of Scotland ook een Images of Islay. De tekening op deze fles (het befaamde Kildalton Cross) verwijst naar de nabijgelegen Ardbeg distilleerderij. Ook onafhankelijk Ardbeg is zeldzaam, zeker na de overname door LVMH. Deze whisky vermeldt geen distillatiejaar. Naar de leeftijd is het dus raden. Kost 75 euro.

 

Images of Islay (Ardbeg) Kildalton Cross, 53.2%, Malts of Scotland 2013Images of Islay (Ardbeg) ‘Kildalton Cross’, 53.2%, Malts of Scotland 2013, 195 bottles
Jonge, prikkelende en zoete turf. Heel veel zoethout. Echt wel een paringsdans tussen turf en zoethout. Pas na enige tijd ruik ik andere zaken. Peperkoek en appelsap bevoorbeeld (maar geef het niet aan je kinderen). Daarna draait hij de citruskant op. Zoete citroenen en appelsienen. Geen medicinale elementen, het is turf van boven de zeespiegel. Wel wat zilt. Ardbeg all right. Houtskool komt er nu ook door, net als motorolie. En een hint van gerookt vlees. Of het ligt aan de BBQ van gisteren. De smaak maakt duidelijk dat dit vrij jonge whisky is, alhoewel dit niet zo assig is als sommige jonge Laphroaig (samen met het typische medicinale van deze laatste lijkt me dat een tweede element des onderscheids). Het zoethout is samen met de turf echt wel de dominerende factor in dit drankje. Het mondgevoel is stevig, maar water is niet nodig (daarenboven ben ik als de dood voor een overdosis assen). Best wat zoet fruit (goed zo), zoals rode appels en gezoete citrus. Schweppes Agrum (en dat zonder sponsoring). Naar het einde toe meer en meer zilt. Gerookte heilbot. Oesters. Lange, zoete, rokerige en zilte afdronk. Wel, ik vind dit meer dan lekker. Jong, ongetwijfeld, maar best complex en onderhoudend. Er komt te weinig onafhankelijke Ardbeg uit, dat is duidelijk. 88/100

Ardbeg Uigeadail

Ik heb hier al eens een Ardbeg Uigeadail besproken, maar dat was de batch van 2003. Ik proefde recent de nieuwste batch. Voor een zestig euro is hij de jouwe.

 

Ardbeg UigeadailArdbeg Uigeadail, 54.2%, OB +/- 2012
Mooi gebalanceerde neus, de Ardbeg turf knap verweven met de sherry van de rijping. Turfrook, teer en zilt, wat we kunnen verwachten van Ardbeg. Gestoofd en gedroogd fruit, sinaas, noten, chocolade, leder en koffie, wat we kunnen verwachten van sherryvaten. Vanille, karamel en kandijsuiker maken het zoet. Dat laatste, die suiker doet me wat aan rum denken. Geturfde rum, wel ja. Ook de op de smaak vermengt de sherry zich mooi met de typische Ardbegsmaken. Qua associaties ga ik mij het gemakkelijk maken en verwijzen naar de neus, dit ligt mooi in het verlengde. Rokerige, zoete en zilte aroma’s springen het meeste in het oog. Enkel balsamico wil ik nog als extra vermelden. Iets licht zurigs. Het geheel wordt wel wat droog naar het einde, maar dat vinden we niet erg. Stevig en olieachtig mondgevoel. Lange, zoete en rokerige afdronk. Turf op sherry zoals het moet. Ik ga ervan uit dat niet alle whisky in deze vatting op sherryvaten rijpte, maar toch wel een significant deel. Het niveau van de Airigh Nam Beist (voor mij de laatste echte top-Ardbeg) haalt hij echter niet. Maar dit is absoluut geen slecht alternatief. 87/100

Ardbeg 27y 1973, Old Malt Cask

We feesten verder op Islay, meer bepaald met een Ardbeg in de hand. Douglas Laing heeft veel Ardbeg gebotteld, zowel onder z’n Old Malt Cask label als onder de Platinumvlag. Daaronder ook een aantal 1973’ers. 1973, dat is dus Ardbeg uit z’n topperiode. Deze botteling wordt beschouwd als één van de beste 73’ers.

 

Ardbeg 27 YO 1973/2000, 50%, DL Old Malt Cask, 240 bottlesArdbeg 27y 1973/2000, 50%, DL Old Malt Cask, 240 bottles
Bingo! Geweldige ‘farmy’ turf op de neus. Dat is dus de zoetzure variant die doet denken aan nat hooi, stallen en de bijhorende mest. Hij is ook zalig ‘coastal’, waarmee we het dan hebben over zilt, zeewier en jodium, dat soort zaken. Maar ook oesters. En welke Engelse termen kunnen we nog gebruiken? Wel, ‘fruity’ of course. Kweeperen, limoen en ananas. Lichte tonen van rubber ook. En melkchocolade. En dennennaalden. Chocolaty indeed. Maar vooral: f#*!ng great! Dit is echt machtig om ruiken. De smaak is al even machtig. Erg complex. Intens en dik op de tong. De boerderij, de zee, het fruit (citrus en kiwi, jawel), de lichte rubber, het zit ook hier. Samen met kruiden zoals zoethout en gember. En cacao. En noten. En marsepein. En lichte teer. En gedroogd gras. Complex, ik zei het al. Fantastisch droog. Indrukwekkend lange afdronk. Fenomenaal, één van de beste oude Ardbegs die ik al kon proeven. 95/100

Ardbeg 15y 1973, Sestante

Gisteren Old Pulteney, vandaag Old Ardbeg. Een 1973 van Sestante. Niet één van hun legendarische bottelingen op vatsterkte, wel een easy drinking versie op 43%. De ‘clear glass’, je hebt ook een groene fles 15y 1973/1988 op 43%.

 

Ardbeg 15y 1973/1988, 43%, Sestante, clear glass
Zachte neus met veel fruit en niet zo veel turf. Qua fruit denk ik aan verse pruimen, peren, ananas in blik. Kruidenthee ook (linde). Noten, natte wol, kalk en marsepein. Ook wat honing. Daarna zilt en jodium, lichtjes medicinaal. Gerookte heilbot. De smaak is licht en even zacht als de geur. De associaties lopen gelijk met deze van de geur: honing, gerookte vis, noten, zachte turf, marespein en fruit (ananas, peer). Gember en munt. Fris. Geen erg lange, frisse afdronk. Heerlijke oude Ardbeg, zalige drink-away whisky. 91/100

Airigh Nam Beist revisited

Net nog eens de Ardbeg ‘Airigh Nam Beist’ 1990 (46%, OB 2006) geproefd. Wat een geweldige whisky is dat toch. Complex, perfect gebalanceerd en vooral fantastisch lekker. Ik had die op 90 punten staan. Ik doe er een puntje bij. Gewoon omdat ie het verdient.

En dan was er nog die Kersttasting…

Naar wat ondertussen een jaarlijkse traditie is geworden, trokken tien whiskyliefhebbers vorige week donderdag richting Mortsel om enkele whisky’tjes te proeven. Mortsel, toch wel een eindje rijden. En dat na een drukke werkdag. Terwijl we zelf thuis toch genoeg whisky hebben openstaan. Je vraagt je af waarom we het doen. Routine? Sociale druk? Verveling? Ontwijken van de echtgenote in de drukte voor Kerst? Wie zal het zeggen. Iemand opperde voorzichtig dat het iets te maken zou kunnen hebben met het niveau van de whisky’s die Luc dan schenkt. Let wel, zou kunnen, het is maar een hypothese. Laat ons de avond even overlopen en zien of die these enigzins onderbouwd kan worden.

In ieder geval, aangezien ik Bob was, diende ik mij noodgedwongen te beperken tot het ruiken en in het beste geval even nippen van m’n glas. Erg leuk is dat niet, maar nu ik hier achter m’n computer zit met een rij sampletjes genummerd van 1 tot 11, geeft het me een tweede kans om te zien of er misschien iets lekker tussen zit.

 

Beginnen deden we met een Caol Ila 1972, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice, old map lable, 75cl, gebotteld ergens eind jaren tachtig. Jonge whisky dus, kunnen we niet zoveel van verwachten.
Mmm, slecht ruikt dit toch niet. Peer en perzik, oud leder, vers gemaaid gras, zoute boter, oesters en lichte farmy tonen met zachte, delicate turf op de achtergrond. Een lichte toets van bijenwas. Ook op de smaak dezelfde lichte turf als extraatje naast het fruit en het leder, maar ook amandelen en honing. Iets van cider. En rijpe kruisbessen. Lekker. Middellange afdronk op fruit en de turf die langzaamaan wegdeemstert. Alles zijdezacht en dus zéér drinkbaar. Sommigen zouden zeggen “a little weak on the palate”, maar I don’t care. Bon, ik kan dat moeilijk een slechte opener noemen. 91/100
 
 

Na een tussendoortje onder de vorm van de nieuwe Thosop botteling, kregen we de Bowmore 12y 1965/1977, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz., sherry wood voorgeschoteld. Twaalf jaar oude Bowmore, het komt me stilaan de strot uit.
Mmm, misschien dat ik voor dit type jonge Bowmore wel een uitzondering wil maken… Mooie, prachtige oude sherry met onderliggend fruit. Zowel sinaas, rozijnen en pruimen als lichte tropische toetsen. Oud leder ook en cuberdons. Geroosterde noten. Kandijsuiker. De smaak ligt in de lijn van de neus. Ik heb de noten en de kandij terug, de rozijnen en de pruimen. Wat zachte karamel ook. En even zachte kruiden. Er is echter niet veel tropisch fruit meer te bespeuren. Maar wel lekker seg. Geen al te lange afdronk op noten en fruit. Oké, voor 12 jaar oude Bowmore is dit verdekke niet slecht. 92/100

 
 

De volgende whisky in de line-up was de Bowmore 13y 1966/1979, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz.. Pfff, weeral zo’n jonge Bowmore.
Mmm, dit blijkt wel een exotisch fruitbommetje te zijn, een neus die barst van het tropische fruit: meloen, ananas, papaja, passievrucht, mango (big time) en coeur de boeuf. Daarna ook gras, smeuïge honing en florale toetsen, maar dat alles moet de eerste viool aan het tropisch fruit laten. Ook op de smaak domineert het geweldige tropisch fruit, hier vergezeld van weidebloemen, wat gras en honing. Oké, een beetje zoals op de neus eigenlijk. Ook deze heeft geen erg lange afdronk, maar wat maakt het uit? Dan neem je toch gewoon nog een slokje? Een klein tropisch juweeltje, waarvan ik dien toe te geven dat ik dat wel lust. 93/100

 
 

En dan nu eindelijk eens een wat oudere whisky, de Ardbeg 29y 1967/1996, 52%, Kingsbury, cask 923. Maar die kan je nergens kopen, ook niet op veilingen. Wat hebben we daar nu aan?
Mmm, I see… hèhe, ik weet wat ik daar aan heb. Als ijkingspunt ging trouwens een glas Ardbeg 1976/1999 Manager’s Choice rond, de op één na beste Ardbeg die ik ooit proefde. Deze is op de neus misschien wel even goed, maar op de smaak is ie… euh, ook misschien wel even goed. My God, what a dram! Ronde, volle, enorm rijke neus op geroosterde noten, melkchocolade gevuld met de beste kwaliteit praliné, zeste van sinaas (orangettes), high-end honing, balsamico-crème, lapsang souchong, gerookte coburg, antiekwas, nat naaldhout en ga zo maar door. Turf? Natuurlijk, maar als bijkomend element, onderliggend. En dan proeven… ronduit indrukwekkend! Even rijk en vol als de neus, krachtig en toch elegant. En zo vreselijk complex. Zachte turf vermengd met het beste wat een sherryvat een whisky kan meegeven. Zie voor de associaties bij de neus a.u.b., ik ga nu even genieten… Lange afdronk, perfect in lijn met de rest. Ik zei dat ie misschien even goed is als de Manager’s Choice, maar nu ben ik daar niet meer zo zeker van, vandaag komt ie nog meer tot z’n recht dan tijdens de tasting. Dit is volgens mij gewoon beter. Ja, nog beter. Bon, je kan deze whisky dus niet krijgen, en als ie ooit eens te koop wordt aangeboden, zal hij ongetwijfeld compleet onbetaalbaar zijn, maar hoe gelukkig prijs ik mezelf ‘m eens geproefd te hebben. En ik meen te begrijpen waarom deze whisky een absolute cultstatus heeft verworven. Dat ligt dus niet alleen aan z’n extreme zeldzaamheid. 97/100

 
 

Vervolgens kwam de Bowmore ‘Bicentenary cask strength’ 1964/1979 98.8 proof, 56.2%, OB for Fecchio & Frassa, Italy, cubic bottle aan bod. Allez, jonge Bowmore, hoe origineel.
Mmm, origineel of niet, who cares? Op de neus denk ik aan noten en gedroogd fruit (rozijnen, vijgen), maar het is pas met enkele druppels water toe te voegen dat hij open komt, dan krijg ik vers fruit zoals mandarijn, perzik en ananas, maar ook nat hooi (licht ‘farmy’ dus) en kruiden (munt, dille, kamille). Lichte turfrook ook, als extraatje. Stevig mondgevoel dat start op vijgen en een scheepslading sinaas. Daarna munt, gember en kaneel. Lichte eik. En ook hier een klein beetje turf. Middellange afdronk op kruiden en sinaas. Na het voorgaande toch een lichte tegenvaller. Maar dat is hier dus redelijk relatief. 91/100

 
 

De eerste flight werd afgesloten met de Tormore 16y 1966, 57%, Samaroli 1982, sherry wood. Tormore? Komaan! En dan nog amper zestien jaar oude Tormore. Op flessen getrokken door één of andere obscure Mediterraanse bottelaar!
Mmm… ik bedoel halleluja, dit is wel één van de beste sherryneuzen die ik ooit gehad heb! Djéé man, goddelijk gewoon. Vreselijk complex op de heerlijkste tonen van zoet en gekonfijt fruit, vijgen, noten, tamari, high-end balsamico, amandelen, honing, marsepein, nougat… Vooral veel puntjes. Op de smaak wordt dit alles aangevuld met pistache en een sublieme bittere toets. Sappige, belegen eik, noten en hars, maar nog altijd erg veel fruit, honing en die geweldige balsamico. Erg lange afdronk op de mooiste sherrytonen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er ooit betere Tormore gebotteld is. 96/100

 
 

Na een korte pauze werd de tweede flight ingeleid door de Cardhu 12y, 43%, OB for Wax & Vitale, Italy, early 1970’s, cork. Cardhu 12 dus… nu ja, ’t is crisis voor iedereen natuurlijk.
Mmm, voor twaalfjarige Cardhu is dit toch verdraaid lekker om ruiken. Vooreerst doet dit me aan de herfst denken. Mos, gevallen bladeren en takken. Maar dan zet er zich fruit door: kruisbessen, peer en zoete appels. Best wat was ook, en mineralen. Natte stenen en planten. Iets stoffigs, maar dan erg aangenaam stoffigs. Oude boeken enzo. Marsepein. Best complex als je er wat tijd voor neemt. Zachte, romige, fruitige en florale smaak met ook hier de bijenwas en de mineralen die opvallen. Ontbijtgranen doemen op. Licht, speels en complex. Jazzy whisky. Vrij korte, maar erg aangename, waxy afdronk. 89/100

 
 

Na deze standaardbotteling schonk Luc ons een Macallan in, meer bepaald de Macallan ‘Special Reserve’, 43%, OB, 75cl, wat trouwens krak dezelfde whisky is als de Macallan 1948-1961/1981 ‘Royal Marriage’, 43%, OB, 75cl. Macallan uit de geboortejaren van Charles en Diana dus. Tja, Macallan, het is toch vooral een snob whisky.
Mmm, ik ben een snob! Waxy sherry, I like that! A lot. Boenwas, schoensmeer, honing, hooi, veel kruiden (peper, zoethout, eucalyptus en gember) en dan het fruit. Peren, sinaas en bananen. Mooi, mooi. Romig mondgevoel. De smaak begint zoet en fruitig. Harde fruitsnoepjes. Maar ook vers en sappig fruit zoals abrikozen, meloenen en ananas. Pas daarna zetten de kruiden zich door. Peper, nootmuskaat en zoethout. Kamillethee met honing. Middellange afdronk, bitterzoet. Ik had deze een puntje hoger op de tasting, in de geur houdt ie voor mij de 93 aan, de smaak – die erg lekker is, mind you – doet er punt af. 92/100

 
 

We gingen verder met de Laphroaig 30y 1966/1996, 48.9%, Signatory, cask 561, 142 bottles. Laphroaig 1966. Was het niet vooral 1967 dat een goed jaar was voor Laphroaig? 1966, een beetje een zwaktebod lijkt me dan.
Mmm, lang leve 1966! Man, wat een geweldige geur! Een antiekshop met z’n oude boeken en geboende antieke meubelen, gedroogde bloemen, rijpe bananen, succulente honing, mineralen (natte steen), oesters, tabak en natuurlijk de heerlijkste zachte zoete turf. Lichte tonen van een koeienstal. Genieten in overdrive. Het goede nieuws is dat de smaak niet erg veel moet onderdoen voor de neus. Delicaat, subtiel en complex. Romige turf ingekapseld in honing, marsepein, bijenwas en veel fruit. Banaan, sinaas en sappige peer. Maar daar stopt het niet bij, ik denk ook aan gekonfijte gember, zoete drop en een hammetje aan het spit. Lange afdronk waar het fruit en de bijenwas langzaamaan uitdoven, maar waar de zoete turf daarna nog eventjes blijft doorgaan. Fantastische whisky. 95/100

 
 

We naderden stilaan het einde van deze twee flight, als voorlaatste in de line-up had Luc de Springbank 31y 1963/1994, 52.3%, Cadenhead’s Authentic Collection gezet. Oude Springbank… ja, dat kan goed zijn. Maar dat kan ook tegenvallen natuurlijk. Altijd een risico.
Mmm, mmm, mmm, mmm… euh sorry, ik was me volledig aan het verliezen in de neus van deze whisky. Ik vrees dat ik in herhaling ga vallen, maar fuck man, wat een neus! Opnieuw een sherryneus die dicht bij de perfectie aanleunt. Die perfectie zit ‘m ook in de balans tussen bitter en zoet, bittere en zoete tonen zoals daar zijn: eik, noten, kaneel, munt, donkere chocolade, perensiroop en balasamico. Maar op de smaak is die balans er wat mij betreft niet meer. Hier is hij me wat te droog, de zoete toetsen komen echt wel in de verdrukking door het hout en de noten. Zelfs wat propolisdruppels. Het dient gezegd dat water wel wat helpt, maar de balans die de neus wel vertoonde, blijft buiten bereik. De indrukwekkende neus is echter 95, 96 waard. 92/100

 
 

Eindigen deden we met de Ardbeg 13y 1975/1988, 54.2%, Gordon & MacPhail for Intertrade, sherry wood, 543 bottles. Allez, dertien jaar oude whisky, dat staat dan op het einde…
Mmm, voor dertien jaar oude whisky is dit toch wel bangelijk goed. Erg frisse en levendige geur die me meteen naar de zee brengt. Zilt, jodium, oesters, zeewier en een overvolle plat de fruits de mer. Mineralen laten zich gelden (de geur na een zomers regenbui), maar natuurlijk ook de verwachte turf, gevolgd door allerlei sherrytonen: braambessen, zwarte bessen, chocolade, tabak, koffie en zoethout. Ronde smaak, elegant en toch scherp in zekere zin. De start is zoet op appelsiroop, kandij en balsamico. Daarna gaat ie over op turf en teer, gevolgd door de sherry, die opnieuw veel donker fruit (bramen) meebrengt. Zwarte woudham. Maar het wordt nooit droog, het blijft vooral zoet. O ja, dit is goed, ik vind ‘m op de smaak zelfs nog iets beter dan op de neus. Lange afdronk, met turf en sherry in perfecte harmonie. Djee, dit is toch weer wreed lekkere whisky. Stel je voor dat je dat nog voor een redelijke prijs op de kop kan tikken. 94/100

 
 

Mmm, als ik de scores zo bekijk, zat er blijkbaar toch spul tussen dat best drinkbaar is. Zou het dan toch aan het niveau van de whisky kunnen liggen dat we ieder jaar opnieuw die moeite doen?

 

In ieder geval, ik wens julie bij deze alvast een prettig eindejaar en een gelukkig en vooral geestrijk 2012.

 

Ardbeg Alligator

Ardbeg bracht recent een nieuwe botteling op de markt, de Alligator. De naam alligator is afgeleid van het proces waarbij men de binnenkant van vaten schroeit alvorens er whisky op te lageren. De staven die men hiervoor gebruikt, zouden het patroon van krokodillenhuid hebben. Bon, tijd om dit varkentje, ik bedoel krokodilletje te wassen.

 

Ardbeg Alligator, 51.2%, OB 2011
De neus start op turf, rubber en houtkool, snel gevolgd door kruiden, citrus en rabarber. Best veel kruiden op de duur: zoethout, gember, tijm… Amandelen ook, net als wat zilt. Gerookte heilbot. Water toevoegen is niet nodig, doe je dat wel dan komt de citrus meer naar voor. Volle smaak op turfrook, sinaas, appels, gember, nootmuskaat, zoethout en toast. En ook hier wat zilt, net als zeewier. Meer zilt met water. Niet erg complex. Geen al te lange, droge afdronk in het verlengde van de smaak met noten als extraatje. Lekkere whisky, maar dat is lekker zonder meer. Voor mij een lichte teleurstelling, ik had hier nog net wat meer van verwacht. 84/100

Ardbeg 1991 for Hotel Bero

Bon, vandaag een whisky die op korte tijd een redelijke cultstatus heeft verworven. Het feit dat Geert Bero (Mister Ardbeg) voor het eerst een eigen Ardbeg selecteert (voor z’n hotel), het feit dat je de whisky enkel kan kopen als je in Hotel Bero overnacht, gecombineerd met de geruchten dat het echt wel een top-Ardbeg is… tja, dan krijg je een hype natuurlijk.
225 euro is misschien niet goedkoop voor een 20-jarige onafhankelijke botteling, maar anderzijds wel zéér correct geprijsd voor een 20-jarige Ardbeg Single Cask gerijpt op sherryvat. Zeker als je kijkt naar vergelijkbare bottelingen. Niet dat die er veel zijn, Ardbeg verkoopt geen vaten meer aan bottelaars.
We proefden deze whisky al op de weg naar het Lindores Whiskyfest vorig weekend en hadden allen iets van “wow, dit is goed man!” Eens zien of ik vandaag even zeer onder de indruk ben.

 

Ardbeg 20y 1991/2011, 48,4%, Malts of Scotland for Hotel Bero, sherry hogshead #11003, 240 bottles
Mmm, die neus is toch al fantastisch hoor. Sherry en turf… als de balans tussen beide goed zit, is het bingo. En dat is hier dus absoluut het geval. Aan de éne kant rook, teer en smeulend kampvuur, en aan de andere kant een erg breed scala aan sherry-associaties: noten, appelsiroop, vijgencompote, warme – net gemaakte – aardbeienconfituur, balsamico crème, tabak, geboend leder, enzoverder. Daaronder wat natte aarde en mos. En dan nog iets vlezigs. Sappig, zoet en zilt vlees. Zalig. Ha, ook wat kruiden merk ik op: eucalyptus en een klein beetje tijm. Erg complexe, grootse neus. Op de smaak valt de turfrook als eerste op, maar dat zit heel mooi ingekapseld in zowel zoete (karamel, kandij), zilte als drogere aroma’s. Onder die laatste categorie vallen allerlei kruiden, eik en noten. Amandelen. Toch ook wat fruit: citroen en ananas. Het zoete, het zilte en het rokerige blijven hangen in de erg lange afdronk. Oké, dit is dus effectief een top-botteling, en voor mij merkelijk beter dan de 1998 voor Feis Ile dit jaar. Prachtige whisky Geert! 91/100

Ardbeg 1977

Ardbeg 1977, een klassieker die je vaak tegenkomt op veilingen. En nog best betaalbaar. Nu ja, ergens tussen 220 en 250 euro, goedkoop is dat niet, maar anderzijds is dat niet meer dan recente jonge officiële single casks.

 

Ardbeg 1977, 46%, OB 2002
De geur van deze whisky doet me denken aan een wandeling langs het strand, maar al evenzeer aan een kampvuur. Wel ja, een kampvuur op het strand. Ik denk dat dat ondertussen verboden is, maar zo zou het ruiken. Zilt, zeewier, jodium en rook. Wat fruit erdoorheen. Sinaas en mandarijn. Delicaat en elegant, met weinig turf. Het mondgevoel is olieachtig, romig en licht. Zachte rook, best wat citrus, vanille (best zoet), licht zilte tonen, vlees. Een hammetje aan het spit (boven dat vuur op het strand dus). De turf(rook) groeit, en maakt het geheel na enige tijd aangenaam drogend. Kruiden komen er bij, net als een beetje teer. Maar het blijft allemaal zijdezacht. Zeer lange, verwarmende afdronk op turfrook en sinaas. Complexe en elegante whisky, klassieke jaren zeventig Ardbeg eigenlijk. 91/100

Ardbeg 1998 for Feis Ile 2011

Tijd voor een hype. De Ardbeg 1998 voor het Feis Ile festival dit jaar was in een mum van tijd uitverkocht en wordt nu voor zotte prijzen op veilingen verhandeld. Het is een vatting van twee vaten Ardbeg 1998, beide gerijpt op Pedro Ximenez sherry butts, resulterend in botteling van 1200 flessen.

 

Ardbeg 13y 1998, 55.1%, OB for Feis Ile 2011, Pedro Ximenez sherry casks, 1200 bottles
Lekkere, ronde en zoete neus op gekonfijt fruit, orangettes, peren- en appelsiroop, gedroogde vijgen en chocolade. Dat alles doorweven met turf en zilte aroma’s. Tabak ook, en koffie. Erg lekker om ruiken. Smeuïg, stroperig mondgevoel, de whisky plakt zich echt tegen je gehemelte en tong. Stroop, allerlei bessen (braambessen, rode en zwarte bessen), rozijnen, gedroogde pruimen, dan wat zilt en daarna de rook die langzaamaan opzet. Een beetje rubber. Eik. Toch wel wat bitter, maar de balans bitter-zoet zit een stuk beter met wat water toe te voegen. Lange, licht drogende afdronk op de sherrytonen van de smaak en turf. Dikke, stropige Ardbeg die een beetje water kan gebruiken. Best een uniek profiel. 88/100

Ardbeg 21y 1974, Sestante

Nog eens een Ardbeg 1974? Why not, een mens kan immers nooit teveel Ardbeg 1974 proeven. Het wordt een botteling uit 1996 door het Italiaanse Sestante.

 

Ardbeg 21y 1974/1996, 40%, Sestante
Zachte, smeuïge en fruitige turf, hét kenmerk van Ardbeg uit deze periode. Ik denk aan mandarijn en citroensnoepjes, vermengd met turf en wat coastal tonen zoals zilt en zeewier. Marsepein en gebak geven de neus een zoete toets. Een beetje bijenwas niet te vergeten, wat altijd een mooie meerwaarde is. Erg lekkere neus. Hopelijk kan de smaak dit niveau aanhouden. Het mondgevoel is alvast romig en zacht. Erg zacht. Mmm, misschien wel wat té zacht, hij mist hier toch wat kracht. Turfrook, bijenwas, amandelspijs (om niet opnieuw marsepein te schrijven), maar minder fruit dan op de neus (juist een beetje citrus). Weinig complexe en ook niet al te lange afdronk op turf en noten, wat drogend. Op de smaak een beetje een tegenvaller, maar meer dan aangenaam om ruiken. 85/100

Ardbeg 12y 1998, The Nectar of the Daily Drams

Na de overname door LVMH zien we nog maar zelden onafhankelijke Ardbegs gebottled worden. Deze 1998 van The Nectar is dus eerder een uitzondering. Hij kost je een 80 euro.

 

Ardbeg 12y 1998/2011, 55.4%, The Nectar of the Daily Drams
Zeer cleane en mineralige neus. Natte aarde, kalk, gras, planten… turf natuurlijk, maar ook deze is erg clean, zilt, zeelucht (jodium) en een beetje fruit (harde peren, kruisbessen). Niet echt complex maar wel aangenaam. Op de smaak stevig, mondvullend en met een rokerige start. Maar dan komt er zoets door (vanille, zoethout en marsepein), vervolgens kruiden, citrus en ook wat zilt. Complexer op de smaak dan op de neus. Met water wordt het geheel zoeter en fruitiger, en eigenlijk ook beter. Lange afdronk op zoete turfrook. Interessante botteling en zeker beter dan de klassieke Ardbeg 10y. 86/100

Weedram Masters – Het vierde koppel

Voordat de Benriach 1975 voor Asta Morris voor het orgelpunt mocht zorgen, moesten we toch nog even richting Islay trekken. En wat beter dan Ardbeg 1974 om een statement te maken?

 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2011
Ik vind dit nog steeds een correcte standaardbotteling. Complexloze whisky, in alle betekenissen van het woord. Veel (medicinale) turfrook, zilt en kruiden. Aardetoetsen en noten ook nog. Olijven. Zo goed als geen fruit. Een gelijkaardig verhaal op de smaak. Turf (op het assige af), kruiden (zoethout vooral), zilt en aarde. Hier ook wat vanille. Lange afdronk op zit en rook. Weinig complex dus maar wel lekker. Lekker zonder meer. 83/100
 
Ardbeg 1974/1997, 50.9%, Signatory, cask 1045, 248 bottles
Ja ja, die smeuïge, zoete turf op de neus vermengd met fruit en zilt. Het fruit is zoetzuur, ik denk in eerste instantie aan die gesuikerde citroenschijfjes van bij de bakker. Witte pompelmoes, mandarijn. Misschien ook wat abrikoos in de verte. Maar dan komt het coastal karakter opzetten met het zilt, jodium en zeewier. Gerookte vis. Het zoete vertaalt zich ook in marsepein. Een lichte kruidigheid ook: munt en gember. O ja, duidelijk gember. Complex en heel elegant die neus. Zachte, romige smaak op turf, citrus, zilt en kruiden. Hier komt ook een beetje eik om de hoek kijken. Zeer mooi. Lange afdronk, zoet en zilt met citroen en de turfrook die lang blijft nazinderen. Perfect gebalanceerd op neus en smaak. 91/100
 

Tja, Ardbeg 1974, what can I say. Een uniek profiel, alhoewel deze misschien niet bij de beste 1974’ers hoort, was het toch weer genieten. Thanks again Bert!

Eindigen in schoonheid

Laat ons het rijtje feestwhisky’s in schoonheid afsluiten met twee sublieme pareltjes van whisky’s. Twee compleet verschillende profielen, in een ander decennium gebotteld, maar beide niet meer of niet minder dan onversneden godendranken. Eén van de twee is de Ardbeg Ardbeggeddon, een cult-Ardbeg als geen ander. Deze whisky werd in 2001 door Douglas Laing gebotteld onder hun Old Malt Cask label en dit voor het whiskygenootschap PLOWED, ofte People Lucid Only While Enjoying Dalwhinnie (de originele afleiding, maar daar zijn ondertussen al meerdere varianten op gefabriceerd).

 

Ardbeg 29y 1972/2001 ‘Arbeggeddon’, 48.4%, DL OMC for PLOWED, 227 bottles
Halleluja, dit is zalig! Big! Enorm intense neus op romige turf, gerookte vis en andere zilte aroma’s. Asfalt ook, net als een beetje teer. Houtskool. Zoete appels. Vanille. Gerookt spek. Nat hooi. Wat farmy, indeed. Wat een complexiteit en zo geconcentreerd, genieten in overdrive. Op de tong is hij dik en romig. De associaties die me het eerste te binnen springen zijn turf, smeuïge turf that is, honing, kandij, citrus, zilt, wat eik, kruiden… lichte sherrytonen. En wat een prachtige bitterheid! En dan hebben de afdronk nog niet gehad… gigantisch. Man man, wat een dijk van een whisky! 95/100

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

De Hoogmis

Zoals geweten heeft de mens nood aan rituelen, zonder rituelen voelt z’n bestaan leeg aan, voelt hij zich niet vol-waardig mens. Rond deze tijd van het jaar zijn er mensen die aan deze nood beantwoorden door met Kerst de nachtmis bij te wonen, door een Kerstboom op te trekken en te versieren, door een opgevulde kalkoen in de oven te schuiven, door elkaar met kadootjes te overladen… Bij een handvol Belgische whisky freaks, zeg maar geeks, uit deze behoefte zich helemaal anders. In de week voor Kerst neemt een soort heilig vuur bezit van ons, een vuur dat ons vol hoop en verlangen leidt naar de stal… euh kelder van Luc Timmermans in Beth… nee Mortsel. Er komt geen wierook bij kijken, noch mirre, maar wel goud. Vloeibaar goud, fonkelend, parelend, ons alle vervullend van diepe vreugde, volmaakte innerlijke vrede en hemels geluk.

Schoorvoetend betreden we het Heiligdom, aanschouwen het altaar met de offergaven, wenden de blik af omdat de ontroering ons teveel wordt. We vermannen ons en zetten ons met een eerbied die haast sacraal aandoet aan de tafel, beseffende dat zalig zijn zij die genodigd zijn aan de tafel van de gastheer. Opperpriester Luc gaat de Hoogmis voor met een bezieling alsof hij tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt werd door de Heilige Geest, ook gekend als Holy Spirit. Z’n volgelingen prevelen halleluja’s bij het consacreren en tot zich nemen van de zegeningen, danken God voor deze weldaden en worden allen broeder.

De blijde boodschap zij met u allen, heden daarom deze lezing uit het Heilig Evangelie van het Levenswater volgens Luc(as), het – laat dat duidelijk zijn – onvoltooide hoofdstuk:

 

De vorige mis was indrukwekkend, deze beloofde legendarisch te worden. Luc koos dit keer voor twee line-ups van vijf whisky’s. Oorspronkelijk zou het tweemaal zeven zijn, wat achteraf bekeken zware overkill zou geweest zijn. Tien whisky’s op dit niveau, meer kan een mens niet aan. Tien whisky’s waarvan we mogen aannemen dat we deze niet gemakkelijk nog eens gaan kunnen drinken. Alhoewel hoop nog steeds doet leven.

 

Aperitiefje voor de eerste line-up was de Pride of Strathspey 1938, 40%, James Gordon & Co, Da Litri 3/4, 75cl, kwestie van meteen de toon te zetten. Deze toon kan men omschrijven als… ja, als iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Dat typisch oud, vooroorlogs profiel dat je in recentere distillaten, of het nu jaren vijftig, zestig, zeventig of recenter is, niet terugvindt. De geur van de herfst geeft misschien een hint. Een boswandeling door de vallende bladeren en het mos. Maar natuurlijk heel wat meer dan dat. Honing, heide, gemberkoekjes, gestoofd fruit, antiekshop… lovely! Zeer delicaat in de mond, en toch krachtig. Zoetzuur. Oude high-end balsamico. Wat belegen hout, honing, confituur. En o zo drinkbaar. Voor je het weet heb je enkele honderden euro’s binnengekapt. Uniek! Nee Serge, hier zit je mis. De fles vermeldt niet hoe oud de whisky is, je kan enkel uit de ‘Da Litri’ afleiden dat deze gebotteld is voor 1975. 92/100

 

Dan kregen we een officiële Ardbeg 10y op 46% ingeschonken. Ah, zoiets wat je tegenwoordig overal vindt aan minder dan 50 euro hoor ik jullie denken… Niet echt, de Ardbeg 10y, 80 proof, OB early 1970’s, white label, 26 2/3 Fl. Oz. kan je in weinig vergelijken met het recente spul. Dit is Ardbeg van begin jaren zestig, Ardbeg waarbij de turf niet op de voorgrond treedt, maar bescheiden op de achtergrond blijft. Deze whisky is vooral heel mineralig. Natte stenen en zo. De neus biedt daarnaast veel fruit, zeelucht, kruiden en een klein beetje petrolium (niet storend, integendeel). De smaak heeft meer turf, zoete turf, maar is verder even fris en mineralig als de neus. Zilt en kruiden noteerde ik nog, net als wat zoet, misschien geconfijt fruit. Meer heb ik niet genoteerd (blame me), maar wees gerust, hij is erg complex, en heeft alle sensaties perfect gebalanceerd. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak, ook hier veel zoete turf. Zalige oude Ardbeg. 92/100

 

Vervolgens kwam de Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl aan bod. Samen met de officiële 21y 1959 dumpy en de 1968/1998 van Samaroli is dit ongetwijfeld de beste Highland Park die ik al dronk. Geen idee wanneer hij gebotteld werd en ook Google maakt me niet veel wijzer. De neus geeft eerst honing en allerlei waxy toestanden: boenwas, antiekwas, oude boeken, oud leder, pollen… wat hars. Daarna fruit. Maar niet zomaar wat fruit, neen, het is hier de succulent tropische soort. Ik heb de variaties niet opgeschreven, you get the picture nietwaar. Lichte turf ook. Die neus is echt fantastisch! Maar ook op de smaak is dit absolute top. Krachtig en boordevol aroma’s (véél fruit, honing, heide, kruiden, zachte turf enzovoort enzoverder), complex en perfect in balans. Lange, honingzachte en honingzoete afdronk. Puur genieten! 94/100

 

Maar na dat puur genieten, ging het genieten in overdrive met de Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, sherry cask, Warehouse #10, cask 2391, 497 bottles. Wat een whisky! De eerste Ardbeg die we proefden omschreef ik als zalige oude Ardbeg, voor deze volstaat dat ‘zalig’ niet, hiervoor moet ik een ander vocabularium aanspreken. Orgastisch, out-of-this-world… Ja, dat is het, dit is buitenaards lekkere whisky. Sublieme fruitige sherry vermengd met even fantastische zachte, zoete turf. Daardoorheen verweven krijg je nog schitterende coastal elementen als bonus (denk aan de beste oesters die je ooit at). Gerookt vlees schreef ik nog op. Zwarte Woudham, I love it. Op de smaak komt daar nog een geroosterde toets bij. Stunning as they say. Geweldige (dat adjectief hebben we nog niet gehad zeker?) afdronk. Sensuele, grootse whisky. 96/100

 

De eerste ronde werd afgesloten met de Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition. Ook geen slechte whisky. In vergelijking met de Ardbeg Manager’s Choice tref je hier heel wat minder turf aan, maar de sherry is des te prominenter. Tropical sherry zou ik zeggen. Heel veel, puur tropisch fruit, het handelsmerk van Bowmore uit deze periode, vermengd met de kruidige sherry en (geboend) oud leder. De neus is absolute top, op de smaak wordt hij me een ietsje te droog. Oké, ik ben aan het mierenziften (of was het muggenneuken?). Het tropisch fruit is immers nog voldoende aanwezig ter compensatie. Ik heb lang de laatste drie tegen elkaar afgewogen en voor mij was de Highland Park net wat beter dan deze Black Bowmore, maar toornde de Ardbeg toch nog boven beide uit. Pas op, naar het schijnt zijn de eerste en de tweede batchen van deze Bowmore beter. Nóg beter dus. In de eindstand eindigde de Black Bowmore voor mij op de derde laatste plaats. Ha! 93/100

 
Geef toe, dit was een leuk vluchtje. Maar dan heb je de tweede flight nog niet bekeken…
 
 

De tweede line-up werd ingeleid met de droge mededeling “even terug met de voetjes op de grond”. De whisky die daarvoor moest dienen, slaagde evenwel niet in dat opzet, Luc had dit toch lichtjes verkeerd ingeschat (foutje). We bleven immers zweven, hoe langer hoe hoger zelfs, stilaan tot hemelse hoogtes. De whisky die niet voldeed aan het opzet was de Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4. Een legendarische (ik gebruik dit woord echt niet lichtzinnig) botteling en uiterst zeldzaam. De Bonfanti Import, die met z’n botteling ergens midden jaren zeventig iets recenter is, had ik al eens geproefd en ik was daar serieus van onder de indruk. Deze is beter. Zo complex, zo subtiel, zo zijdezacht, zo zo heerlijk. Op de neus verschillende soorten fruit, honing, kruiden en nog zoveel meer. Dat alles op een bedje van de heerlijkste turf. Smaak: say no more. Afdronk: sprakeloos. 96/100

 

Wat zet je in hemelsnaam na zo’n toppunt van complexiteit? Voor Luc is dat een koud kunstje, wat gedacht van nog een Bowmore 1964? De Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, sherry hogshead #1546, 240 bottles is een legendarische (euh ja, echt wel) Bowmore uit de al even legandarische eerste ‘Birds’ reeks van Moon. In deze reeks zit onder andere ook nog Ardbeg 1966 en Springbank 1965, die naar het schijnt ook redelijk drinkbaar zijn. De toon bij deze Bowmore is zoetzuur. Zoet en zuur fruit, kruiden, lichte turf en een geweldige farmy touch (opnieuw dat smeuïge zoetzure). Balsamico, inderdaad. Op de smaak gaat de triomftocht verder. Ook hier veel fruit, dat zich hier – meer dan op de neus – duidelijk als tropisch laat kennen. Meloen, passievrucht, you name it. Dik, romig, bijna stroperig. Man man, dit is lékker. Smullen in opperste extase. 95/100

 

En dan… dan was er Brora 1957. Oké oké, de geschiedenis van Brora start pas in 1969, maar de Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rotation 1969 is whisky van midden jaren 1950 (indien effectief twaalf jaar oud, van 1957 dus), geproduceerd in de distilleerderij die later omgedoopt werd tot Brora (eerst ook gekend als ‘Clynelish II’, Clynelish I was de naam van de nieuwe distilleerderij die tot op vandaag de Clynelish whisky produceert). Soit, genoeg duiding me dunkt. De whisky. Sorry, dat moet De Whisky zijn. Hoe begin ik hier in godsnaam aan? Wat heb ik genoteerd? Waxy, mineralig, farmy, zoet (banaan, honing, melkchocolade), zeelucht,… Ja, vooral veel puntjes. Qua smaak zoet, fruitig, farmy, waxy,… Ja, vooral veel puntjes. A ja, ook nog ‘hemels’. Misschien is enkel dat laatste relevant. Een triomf voor de zintuigen! 96/100

 

De whisky die de eer had de apotheose in te luiden was de Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’. En hij deed dat met verve. Ruiken: pfff… ik zit door mijn voorraad malt-o-porn heen, I rest my case. Is hij goed? O ja, hij is goed. Heel goed, ongelooflijk goed, bangelijk goed. Voor sherryliefhebbers. En voor niet-sherryliefhebbers die dan meteen sherryliefhebber worden. Wat een fenomenale neus! Heel intense, extreme sherry zonder ook maar even te droog te worden. Vol van geuren, waar ik absoluut geen zin meer had om naar te zoeken. Enorm fruitig, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar natuurlijk zoveel meer. Proeven: my God! Afdronk: juist ja. Toch nog één associatie: een kersje in chocolade tussen de borsten van Marie Vinck. Dominiek was duidelijk het delirium nabij. 95/100

 

Voor het absolute, orgastische orgelpunt zorgde de Bowmore Bouquet of voluit Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles. Vrede aan alle mensen van goede wil en aan Luc in het bijzonder. Het wonderlijke is dat deze nog vlot over de rest ging. Met vlag en wimpel. En scroll eens terug naar boven, dat was verdorie niet min wat we achter kiezen hadden. Ik scoorde de Bouquet twee jaar geleden 99/100, ik zie niet in waarom ik hem nu een andere score zou geven. Voor Luc en Dominiek is hij 100 punten waard “omdat er absoluut niets aan deze whisky is waarvoor je een puntje van de absolute perfectie zou aftrekken”. Misschien hebben ze wel gelijk. Ik ga hier niets aan toevoegen, woorden schieten soms schromelijk te kort en zijn volslagen nutteloos. 99/100

 

Luc Timmermans, hij zij geloofd. Hosanna in den hoge.

 

Tot zover deze lezing.

 

Ardbeg 1975, Jas. Gordon for Auxil

Nog een Lindores sample. Dit is een Ardbeg die ik meenam van – je kan het al raden – Geert Bero z’n stand. De fles was nog dicht, het was dus een beetje een gok, maar zowel Geert als ik waren danig onder de indruk van de neus van deze whisky. Ik besloot dan ook wat in m’n glas zat gezwind over te gieten in een sampleflesje.

 

Ardbeg 1975/1989, 40%, Jas. Gordon (G&M), importe par Auxil, 75 cl
Wohoow… dit is het profiel waar ik een zwakke plek voor heb zie! Veel zoet en sappig fruit met zachte zoete turf op de achtergrond. Ik heb dit profiel al uitgebreid bejubeld bij de Port Ellen 19y 1970 voor Sestante, deze ligt wat in het verlengde. De Port Ellen is nòg fruitiger en misschien nog iets complexer, maar ook deze is top. Ook hier is het het fruit dat om de aandacht vraagt. Ik denk in de eerste plaats aan appel, limoen, roze pompelmoes en wat perzik. Er doemen oesters op, net als zachte, romige karamel. Een beetje teer. Dit alles op een bedje van subtiele, delicate turf. Wat farmy zelfs. Gewoon heerlijk! Minder fruit en meer rook op de smaak. Kruiden ook, licht bitter. Het fruit is citrus, sinaas vooral. Rijpe sinaas. Appelschil. Boter, amandelen en karamel heb ik ook nog. Lange, wat mineralige afdronk op fruit en turf. Schitterende whisky, alhoewel als ik enkel de neus zou scoren, het een een puntje meer zou zijn. 92/100