Spring naar inhoud

Berichten van Johan

The shelter of the beast

Ardbeg bracht in 2006 een nieuwe botteling op de markt, de Airigh Nam Beist (spreek uit ‘Arri nam baysht’). Verwijzing naar een meer op Islay en Gaelic voor ‘schuilplaats van het beest’. Het betrof whisky gedistilleerd in 1990, 16 jaar oud dus en als dusdanig kan men ‘m beschouwen als de vervanger van de terziele gegane 17 jarige. In 2007 werd een tweede batch op de markt gebracht.

 
Ardbeg Airigh Nam Beist 1990, 46%, OB 2006 – Islay – 91/100
Zalige Ardbeg neus met fijne, zoete turf en (zure) groene appels er doorheen. Iets van houtskool. Zeewier. De smaak ligt perfect in dezelfde lijn en blijft erg lang hangen. Iets peperigs en ziltigs ook. Beestig lekker!

Distillers Edition

Diageo brengt van z’n Classic Malts regelmatig Distillers Editions uit. Dit zijn whisky’s die ‘double matured’ zijn, op twee vaten gerijpt dus. Eerst op een klassiek vat, daarna op een ander (porto, sherry, wijn, cognac…). De vraag is of we hier niet moeten spreken over finishes. Probleem is dat dat verschil niet altijd even duidelijk is. Waar leg je de grens? Hoe lang moet m.a.w. een whisky op een tweede vat rijpen om geen finish maar een double matured whisky te zijn? Soit, Diageo vermeldt op z’n flessen enkel de totale rijptijd, je weet als consument dus niet hoelang de whisky op het tweede vat heeft gelegen.

Dubbel gerijpte of gefinishte whisky’s kennen hevige voor- en tegenstanders. De eersten benadrukken dat deze rijpingswijze extra dimensies toevoegt aan een whisky, welke nooit via wijzigingen aan het distillatieproces of rijpingstijd verkregen kunnen worden. Tegenstanders vinden ze niet meer dan makkelijke uitbreidingen van het assortiment en een slimme manier om de gebrekkige kwaliteit van de whisky te maskeren. Het is duidelijk dat er een waarheid zit in beide strekkingen. De resultaten van een dubbele rijping zijn echter wisselvallig. Zoals in het dagelijkse leven kan een huwelijk slagen, maar ook mislukken (gho, wat mooi gezegd Johan).

Het is voor Diageo natuurlijk wel de bedoeling dat de whisky ondanks de tweede rijping z’n distilleerderijkarakter behoudt. Een Lagavulin Distillers Edition moet nog steeds door de klant herkend kunnen worden als een Lagavulin. De selectie van het vat is m.a.w. extreem belangrijk, een verkeerd gekozen vat kan de whisky onherkenbaar of zelfs kapot maken. De smaken van het vat moeten dus gematched worden met de smaken van de whisky. Zo zal een vat dat stevige smaken afgeeft, zoals een Pedro Ximinez sherry vat, enkel gebruikt worden bij ‘stevige’ whisky’s, zoals bv. diezelfde Lagavulin.

De Distillers Editions selection bieden een goede kennismaking met het fenomeen. De reeks werd gelanceerd in 1997. De whisky’s dragen het stempel van de distilleerderij en van de warehouse manager, vermelden distillatie- en botteljaar en hebben slechts een gelimiteerde oplage.

 
Clynelish ‘Distillers Edition’ 1991/2006, 46%, OB – Highland – 81/100
Tweede vat is hier Oloroso seco (sherry dus). Lekkere neus met hout, kruiden, iets van leer en veel fruit. Appel. En subtiele turf. Ook de smaak er erg complex: zoet, erg fruitig, beetje hout, beetje ziltig en heerlijk kruidig (kaneel!), maar alles mooi in balans. Lekkere droge en kruidige afdronk. Voor mij beter dan de klassieke 14y.
 
Talisker ‘Distillers Edition’ 1993/2006, 45.8%, OB 2006 – Skye – 76/100
Nope, hier heeft de tweede rijping (op Amoroso sherryvat) de whisky geen goed gedaan. Slecht kan je ‘m niet noemen, maar verbleekt bij de standaard 10y & 18y. Zoet, kruidig, zee… wel wat typische Talisker kenmerken, maar te droog op te tong. Te ‘woody’.

Een formidastische Aberfeldy

Aberfeldy 25y 1975/2001, 57%, Cadenhead, 228 bottles, 750 ml – Highland – 91/100
De heerlijkste sherry in de neus! Hout, tabak, karamel, maar ook veel zoet fruit. Banaan. Kruiden (peper vooral). Complex en perfect gebalanseerd die neus! De smaak ook trouwens. Karamel en heel veel kruiden. Peper, gember, zoethout. Lange, kruidige afdronk. Dit is top-sherry!

Dit was trouwens een fles meegebracht door sherryhead Philippe Schietecatte, als ik me niet vergis.

Berry Bros.

berry-bross

De firma Berry Bros. & Rudd is Groot-Brittannië’s oudste wijn- en likeurhandelaar, opgericht in 1698 in Londen door de weduwe Bourne. In de begindagen werd er vanalles verhandeld (thee, koffie, kruiden…), maar de nadruk kwam vrij snel op wijn en whisky te liggen.
Ten tijde van King George III werd Berry Bros. geselecteerd als exclusief wijnleverancier aan het koninklijk hof. Tot op vandaag is dit nog steeds zo. In 1903 kreeg het z’n eerste ‘Royal Warrant’, later gevolgd door een tweede, voor de koningin en voor de Prins van Wales.
In 1994 lanceerde het met www.bbr.com één van de eerste online wijnshops. Momenteel heeft Berry Bros. winkels in Londen, Dublin en Hong Kong en is de zaak nog steeds in handen van de families Berry en Rudd.

Het bekendste whiskylabel van Berry Bros. is ongetwijfeld de blend Cutty Sark, gecreëerd in 1923.

Recent werd de Berry’s Own Selection gelanceerd, een reeks single cask whisky’s geselecteerd door Douglas McIvor. Whisky onder dit label wordt op 46% of op vatsterkte gebotteld en wordt nooit gekleurd noch koud gefilterd. De whisky’s uit het Berry’s Own gamma hebben her en der al heel wat onderscheidingen en medailles gewonnen.
Berry Bros. ontwikkelde tevens het vintage concept voor The Glenrothes whisky.

 
Glen Elgin 31y 1975/2007, 46%, Berry Bros, casks 5167 & 5170 – Speyside – 87/100
Een heerlijk fruitige neus (meloen, peer) met ook honing en heel lichte rook. Erg vlot drinkbaar, fruitig, weer dat beetje rokerig en naar het einde toe kruidig. Behoorlijk lange, fruitige en licht kruidige afdronk. Njammie!

Een vracht nieuwe bottelingen (part III)

Afsluiten deden we met een Hazelburn en een Connemara. Zoals je ziet, hoe later op de avond, hoe korter de notities werden.

 
Hazelburn 8y 2000/2009 for Belgium, 49.1%, 366 bottles – Campbeltown – 74/100
Frisse en fruitige neus. Peer vooral. Smaak is wat scherp, maar weinig dat er uit springt. Beetje een tegenvaller.
 
Connemara 10y 1998/2009, 60.1%, OB, cask 1299/12 – Ireland – 88/100
Lekkere neus. Zacht, fruit (wit fruit), turf. Heel drinkbaar voor z’n alcohol-percentage. Een mooie afsluiter.

Een vracht nieuwe bottelingen (part II)

Vandaag twee Springbanks – een matige en één om van te smullen – en een lekkere maar veel te dure Glenglassaugh.

 
Springbank 11y 1997/2009 ‘Madeira Wood’, 55.1%, OB, 9090 bottles – Campbeltown – 78/100
Vierde whisky was een Springbank gerijpt op Madeira vat (geen finish). Ben over het algemeen niet zo’n fan van wijnvattings of finishes – behalve als het op Tokaji is natuurlijk – maar deze komt er nog behoorlijk mee weg. Neus is zonder water gesloten. Granen vooral. Met water krijg je fruitige zoetigheid en een beetje rook. In de smaak appelsienschil, bittere chocolade. Ja ja, de geweldige orangettes! Ook hier subtiele rook. Lange zachte afdronk.
 
Springbank 18y, 46%, OB 2009 – Campbeltown – 90/100
En dan de nieuwe 18 jarige van de jongens van Springbank, een 18 jarige waarover al door menig liefhebber de loftrompet is gestoken. 80% op sherryvaten, 20% op bourbon. Here we go. Lekkere en complexe neus met veel fruit (bosvruchten), zoet, koffie, rook, enz.. Mooie balans. Zalige zachte, fruitige en rokerige smaak. Beetje zoethout, beetje kruidig. Lange bitter-zoete afdronk. Fantastisch dat Springbank nog dergelijk spul kan maken!
 
Glenglassaugh 21y, 46%, OB 2009 – Speyside – 83/100
Spuuglelijke karaf, maar naar het schijnt kicken de Russen op karaffen. En als je weet dat het grootste deel van Glenglassaugh’s single malt productie bestemd is voor de Russische markt, is dat geen onlogische marketingstrategie. Gelukkig weegt de inhoud zwaarder door dan de verpakking, anders was deze whisky al op voorhand… euh, geflest.
Aangename zachte neus met bloemen en citrus. Licht zoete smaak, kruidig en behoorlijk wat hout, zeker naar het einde. Droge afdronk. Lekker, maar een kleine 200 euro voor 21 jarige whisky – in een fles die je liever uit het zicht plaatst – is er toch wat over.

Een vracht nieuwe bottelingen (part I)

Gisteren mooi concert van Bonnie Prince Billy in de AB meegepikt. Een mix van nummers uit z’n nieuwe plaat Beware en ouder werk, vaak in moeilijk herkenbare uitvoeringen. Een aantal nummers kon ik enkel plaatsen aan de hand van de tekst. Soit, het was dus weer laat gisteren. Idem dito voor maandag trouwens, toen we een reeks spiksplinternieuwe bottelingen hebben geproefd, waaronder enkele aangename verrassingen. Vanaf vandaag een verslagje daarvan.

 

De eerste in de rij was meteen een schot in de roos. Het was de Arran die in februari op het Whisky Festival Gent door enkele Belgische malt heads werd geselecteerd voor de Belgische markt.

 
Arran 1998/2009, 53.5%, OB bottled for The Nectar, cask 353, 283 bottles – Arran – 87/100
Sherryvat. Lekkere fruitige neus. Peer, appel. Honing. Bloemen ook. Heel mooi. Ook in de smaak veel fruit en honing. Lichtjes bitter, een aangename bitterheid welsiwaar. Mijn beste Arran tot op heden. Well done guys.
 

Tweede was iets helemaal anders, en dat is een understatement. De Ardbeg Supernova zag een maand of twee geleden het licht via een limited committee botteling. Als ik wat sneller was geweest, had ik er één in m’n kast staan (of had ik ze tegen het viervoud verkocht). Maar het was dus wachten op de officiële release. Wel vrij gewaagd om dit turfkanon (100 ppm!) meteen als tweede te geven, maar vermits nummer drie stevige sherry bracht, was dat misschien nog niet zo slecht bekeken.

 
Ardbeg Supernova, 58.9%, OB 2009 – Islay – 80/100
Met 100 ppm is deze één van de zwaarst geturfde whisky’s. Als ik het goed heb, is de nieuwe Octomore met 131 ppm recordhouder. Neus van een (volle) asbak. Pfffoe, toch wel wat erover vind ik. Rook, turf, as, teer… en jawel, ook nog een beetje citrus. Vanzelfsprekend ook veel en stevige turf in de smaak, met ook hier wat citrus. Wordt hoe langer hoe medicinaler. Beetje peper. Lange afdronk op… juist ja. Slecht is dit niet, verre van, maar dit is geen whisky voor elke dag.
 

Derde was dus opnieuw iets helemaal anders, één van de nieuwe Glendronach bottelingen onder de nieuwe eigenaars en het management van Billy Walker, een sherry oloroso vatting.

 
Glendronach 15y ‘Revival’, 46%, OB 2009 – Speyside – 81/100
Stevige, vettige sherry. Neus van bittere chocolade en koffie. Neus wordt hoe langer hoe zoeter. Subtiele rook. Toch een beetje zwavel ook, kost ‘m punten. Smaak gaat voort op de sherry. Rozijnen, geconfijt fruit, donkere chocolade, karamel… zoete bitterheid. En, ja, ook hier wat zwavel. Kruidige afdronk. Zonder de zwavel achteraan in de tachtig, nu – en omdat het zwavelgehalte nog best ‘doenbaar’ is – vooraan.
 

Extraatje: de Glendronach 18y ‘Allardice’ (46%, OB 2009). Ook op sherry, ook gedronken, in de lijn van de 15y maar nóg meer sulfer. Zonde.

Internetcafé

Een week zonder internet doet beseffen hoe hooked de moderne mens aan dat spul geworden is (ja, ik ben een moderne mens). Gelukkig hebben ze aan de Belgisch kust ook internetcafés. En het toeval wou dat het internetcafé dat ik donderdagavond frequenteerde over een behoorlijke collectie whisky’s beschikte. Ik koos voor een Littlemill 8y om m’n surfplezier te vergezellen. Ok, ik kon beter kiezen, maar aangezien ik nog nooit een Littlemill geproefd had, was dit de gelegenheid.

 
Littlemill 8y, 43%, OB 2000 – Lowland – 74/100
Begint zwak – score hoop en al rond de zestig – maar na enige tijd wordt ie beter. Zachte, licht stoffige neus met veel granen. Bloesems. Gras? Beetje fruit ook. De lichte smaak is zoet, granig en ook wel een beetje kruidig. Eerder korte maar aangename afdronk op sinaas en graan.

Twee prille dertigers

Zo omschrijf ik mezelf ook nog graag.
 
Clynelish 31y 1970/2001, 48.4%, DL Old Malt Cask, 186 bottles – Highland – 85/100
Lekkere fruitige neus (appel en pompelmoes), honing, een beetje zilt en boenwas. Smaak is zoet en ziltig en daarna wordt ie ook wat kruidig. Behoorlijk lange, ziltige afdronk, maar mij wat te droog. In de smaak stelt hij licht teleur, ik verwacht van een begin-jaren-zeventig Clynelish toch net iets meer.
 
Tomatin 30y 1976/2007, 49.3%, OB, sherry finish, 1500 bottles – Speyside – 89/100
30 jaar is hier 27 jaar Bourbonvat-rijping gevolgd door 3 jaar sherryvat, met als resultaat een zachte, zoete, fruitige, kruidige en licht zilte whisky. Ja, complex dus. Hint van turf in de smaak. Top!

Bennachie

Ben(n)achie is de naam van reeds lang gesloten distilleerderij in Speyside. Opgericht in 1824 als ‘Jericho Distillery’ beleefde het zijn hoogdagen in de 19e eeuw. Na enkele malen van eigenaar te zijn veranderd en dus ook van naam, sloot de distilleerderij definitief z’n deuren in 1913. De naam ‘Bennachie’ is vandaag eigendom van United Brands, die onder die naam drie vatted Speyside malts op de markt brengt: een 10 jarige, een 17 jarige en een 21 jarige. De 17 jarige heb ik nog niet geproefd.

 
Bennachie 10y Pure Malt, 40%, OB 2004 – Speyside – 70/100
Mijn summiere notities van de 10 jarige: verrassend lekkere neus met veel honing, fruit en hint van rook. Smaak daarentegen valt tegen. Beetje zoet maar vooral weinig uitgesproken, vlak, plat. Korte zoete afdronk.
 
Bennachie 21y Pure Malt, 40%, OB 2007 – Speyside – 68/100
Best lekkere neus. Zoet (vanille), hout, fruit (banaan), beetje rubber, tabak. Sherry? Smaak is wat plattekes, net zoals z’n tienjarige broer (of is het zuster? Oh boy, ‘het geslacht van whisky’, iets om eens een post over vol te pennen). Vanille, hout, granen. Korte droge afdronk, beetje kruidig. De 10 jarige Bennachie is een ietsje beter.

Calexico & een kletsje Brora

Daarnet wat naar Calexico zitten luisteren. Nee, hangen luisteren omschrijft de toestand beter. Feast of Wire, hun zesde plaat als ik me niet vergis. Lekkere deep down USA rock-blues-country, alhoewel dat qua omschrijving nogal bij de haren getrokken is, I know. iTunes omschrijft het als alternative country, wat al even nietszeggend is. Laat het ons op Americana houden, met duidelijke Mexicaanse invloeden welteverstaan. Dat laatste hoeft niet te verwonderen, die gasten komen uit Tucson, Texas.
Sunken Walz, Black Heart, Woven Birds, Guero Canelo… schitterende muziek. Dito optredens trouwens.

Het spreekt voor zich dat ik me hierbij iets te drinken had ingeschonken. Dat iets was de rest van m’n 20 cl flesje Brora Rare Malts. Muziek en whisky… aaah!

 
Brora 20y 1975/1996, 60,75%, Rare Malts, 20cl – Highlands – 91/100
De neus: zilt, turf, zoet, mineralig. Farmy toch ook wel. Zalig! Na een tijdje staan wordt ie wat stoffig. Oude boeken. Verre van onaangenaam, maar toch. De smaak: turf, hout, wat droog. Beetje water toevoegen helpt, wordt wat zoeter. Naast het zoete, bloemen in de neus en peper in de smaak. Afdronk op zilt en turf. Weerom een erg geslaagde Brora Rare Malts.

Een koppel Highlanders van Blackadder

Clynelish 13y 1990/2003, 59.3%, Blackadder, sherry finish, cask 3593, 258 bottles – Highland – 84/100
Stevige turf neus. Zoet ook. Zoethout. Chocolade. Smaak is krachtig, met dezelfde elementen: turf, zoethout en chocolade. Peper ook. Erg lange, ziltige, wat droge afdronk. Lekker!
 
Longmorn 16y 1990/2006, 58.3%, Blackadder Raw Cask no 30051, 225 bottles – Highland – 77/100
Neus: vanille, hout, rook, nootmuskaat. Smaak: erg fruitig en ook hier duidelijke invloed van het hout. Ook lichtjes zoet. Lange afdronk met opnieuw veel hout en vanille.

Port Ellen 21y 1982/2004, DL OMC, cask 414, 420 bottles

Port Ellen 21y 1982/2004 OMC 414

Heb lang getwijfeld om van deze whisky een proefnotitie te publiceren, gewoon omdat ik ‘m niet kan vatten. Bij het proeven van deze Port Ellen kom ik tot erg uiteenlopende conclusies. En omdat ik er geen hoogte van krijg, is ie onmogelijk te scoren.

Het is volgens – niet van de minste – kenners één van de beste Port Ellen bottelingen of all times, met scores van 94, 95, 97… Het was dus tot mijn grote vreugde dat ik deze fles op eBay zag staan. Moet zomer 2007 zijn geweest. Verstand op nul gezet en zwaar geboden. Sedert aankoop hem ik al enkele malen geproefd, met erg verschillende resultaat dus.

Ik publiceer hieronder mijn twee extreemste notities van deze whisky en neem als score het gemiddelde. Met een stevige korrel zwavel, euh zout te nemen dus.

 
Februari 2008
Port Ellen 21y 1982/2004, 50%, DL OMC, sherry cask 414, 420 bottles – Islay – 92/100
Het ogenblik om mij een paar cl uit te schenken, is aangebroken. Om te beginnen heeft dit vocht een donker amberige kleur, de kleur van een rode pineau des charentes. De sherry heeft hier echt wel z’n werk gedaan. En dan de neus het glas in… Halleluja! Sherry en turf, en wat een balans! Kruiden ook (peper), fruit (zure appels), hout, verbrand rubber, tabak… ongelooflijk complex en krachtig. De perfecte whisky-neus! Maar spijtig genoeg kan de smaak dit niveau niet helemaal aanhouden… net een ietsje te scherp, te bitter. Wel erg lekker hoor, maar niet het top-niveau van de neus. Kruiden, zoethout, rook en veel hout, wat het geheel dat tikkeltje te droog maakt. De afdronk is dan weer wel dik in orde, lang op sherry en vooral zááálige rook. Score? Wel, als de smaak in het verlengde van de neus had gelegen, dan was het 95 geworden. Nu toch nog 92, wat ook niet slecht is natuurlijk.

P.S., een tip na een volgende proefbeurt: eerst een stuk bittere chocolade in je mond laten smelten en vervolgens de PE proeven… man, zou de score zo met enkele punten verhogen!
 
Oktober 2008
Port Ellen 21y 1982/2004, 50%, DL OMC, sherry cask 414, 420 bottles – Islay – 75/100
Neus: zwavel. Damn, dat had ik in het begin dus helemaal niet. En de zwavel is zelfs vrij dominant, je kan er moeilijk naast ruiken. De turf moet wijken voor sulfer. Het hout en het verbrand rubber zijn er nog wel. De smaak, die ik oorspronkelijk al wat minder vond dan de neus, kan dit niet compenseren. Verdorie toch, zo’n dure fles!
 
Het gaat dus wel degelijk om dezelfde whisky, dezelfde fles zelfs. In het hetzelfde glas, in dezelfde zetel, genuttigd door dezelfde proever. Aan hetzelfde promillegehalte. Zou het kunnen dat deze whisky geen lucht kan hebben? Dat na enkele maanden open de zwavel ‘geactiveerd’ wordt?

Bon, dat wordt dus een gemiddelde en vooral waardeloze score van 83,5.

Murray McDavid

murray-mcdavid

Deze jonge bottelaar werd in 1997 opgericht door Mark Reynier, Simon Coughlin en Gordon Wright. Deze laatste is een lid van de familie Wright, eigenaars van Springbank Distillery. De naam Murray McDavid verwijst naar de grootouders van Mark Reynier, Harriet Murray en Jock McDavid, adjudant van Winston Churchill tijdens de eerste wereldoorlog.

Murray McDavid bottelt single malt whisky, het brengt geen blends op de markt. Sommige vaten worden onmiddellijk gebotteld, bij andere wordt er geopteerd de whisky nog wat verder te laten rijpen op vaten van Europese eik. Wat vrij uniek is, is dat het zelden ‘single casks’ bottelt, maar vaten van eenzelfde distilleerderij mengt tot het een ideale blend verkrijgt. De argumentatie hiervoor is dat de kwaliteit van single cask whisky erg verschilt van vat tot vat, de balans vaak zoek is en dat single casks niet altijd representatief zijn voor de distilleerderij. Er zijn immers heel wat factoren die een rol spelen in het rijpingproces, factoren waar je niet altijd invloed op hebt.

De whisky’s van deze bottelaar worden op 46% gebotteld en niet gekleurd noch koud gefilterd. Elke fles vermeldt het aantal vaten dat gebruikt is voor de whisky in kwestie. Dat kunnen er twee zijn, drie, vier, vijf… maar dus uitzonderlijk ook één. Het bottelen vindt plaats in de bottelarij van Bruichladdich. Bruichladdich kwam immers in december 2000 in handen van Murray McDavid. Het was meteen de eerste maal dat een onafhankelijke bottelaar eigenaar werd van en distilleerderij. Jim McEwan (ex-Bowmore) werd aangetrokken om Bruichladdich te leiden en is vandaag ook verantwoordelijk voor de selectie van de vaten voor Murray McDavid.

Murray McDavid brengt een beperkt aanbod whisky op de markt, onder één van volgende reeksen:

  • The Benchmark, een reeks jonge whisky’s.
  • The Mission, een jaarlijkse release oudere whisky’s, geselecteerd door Jim McEwan en beperkt tot 600 flessen.
  • Jim McEwan’s’s Celtic Heartlands, unieke vaten, gebotteld in karaffen, beperkt tot 700 stuks.
  • Maverick, de jongste telg.

 
Caol Ila 11y 1993/2004, 46%, Murray McDavid, Maverick chenin cask W0404 – Islay – 84/100
Eerst op een Bourbon vat gerijpt, daarna op een Chenin vat (uit de Loirestreek?). Erg fruitige neus. Citrus, pompelmoes. Lekkere rook. Wat vettige smaak met de Caol Ila turf en rook, maar ook fruitig. Iets van koffie. Zoethout (zou dat de invloed van de wijn zijn?). Lange en mooie afdronk. Ik heb zo m’n reserves bij rijping of finishes op een wijnvat, maar hier is het huwelijk meer dan geslaagd te noemen.

Bruichladdich Full Strength head to head

Van de ‘Full Strength’ bestaan er twee versies, een 1989 gebotteld in 2003 en een 1994 gebotteld in 2005. De 1989 heb ik een tijdje geleden gedronken op restaurant, de 1994 staat hier in mijn kast.

 
Bruichladdich 1989 Full Strength, 57.1%, OB 2003 – Islay – 86/100
Heerlijk! Erg complex. Licht maltig, maar ook een beetje zilt, beetje turf en een lekkere, lange afdronk. Meer heb ik niet onthouden, maar voor mij na de Infinity de tot op heden beste Laddie.
 
Bruichladdich 1994 Full Strength, 56.5%, OB 2005 – Islay – 79/100
Minder dan de vorige editie. Maltig (graan, mout), vanille, appel. Niet bijster complex. Zoet ook, neigend naar bitter in de smaak. Kruidig op het einde.

Recept eend met whisky

Voor diegenen aan wie het allemaal wat voorbij gegaan is, vandaag is het International Whisky Day, tevens geboortedag van de verscheiden Michael Jackson. Dit noopt tot een zijsprongetje. Geen tasting note, wel een culinaire tip voor de keukenprins(ess)en onder ons:

  1. Koop een eend van ongeveer 5 Kg voor 6 personen, twee grote flessen scotch whisky,spekreepjes en een fles olijfolie.
  2. De eend larderen met het spek en de binnenkant inwrijven met zout en peper.
  3. De oven voorverwarmen op 180 graden voor 10 minuten.
  4. Een long-drink glas voor de helft vullen met whisky.
  5. De whisky opdrinken gedurende het opwarmen van de oven.
  6. De eend op de muur…vuurvaste schotel leggen en een tweede glas whisky uitschenken.
  7. Het tweede glas whisky opdrinken en de eend in de oven plaatsen.
  8. Na 20 minuten de oven op 200 graden zetten en twee blazen fullen met bwhisky.
  9. De klazen opdlinken en de scherven van et ieste klas oplaapen.
  10. Nog een aalff klas insjenke en opdlinke.
  11. Na en nalff uul de hoven opedoen om deent te sjekke.
  12. Blantwondezalf in de padkamer ganaale en oep de povekand van de rinkeland doen.
  13. Denove nesjot geve.
  14. Twi glose insjenke ven de twie flesse biski en tmiddeste glas opsoope.
  15. De nove opedoen na dieste bles bieskie leegis, en de sjotel vastpakke.
  16. De blandwondesalf op de binnekand van de twiejande doen en deent oeprape.
  17. Dander glase bisski oepdrinke.
  18. Deent nogis oeprape en met nen nantdoek de blantwondzalf van deent vege.
  19. Zen ande ontvette me bissky en den tuup salf twee kier oeprape.
  20. Tkapot glas opvege en deent terug inden ove zetten.
  21. Deent oprape en den ove opedoen.
  22. De twiede fles biskie opendoen en oeprape van de keukebloor.
  23. Opstaan van de bloer entvettig spek onder dekas vege.
  24. Nogis oepstan van de bloer en dan tochma blave zitte.
  25. De bles op de grond sette.
  26. Ban de teut drinke, de klase zen oep of kapot.
  27. Den ove afzette, doege toedoen en deniele nacht roenke.
  28. De volgende late voormiddag de eend aansnijden met het zilveren feestbestek en degusteren met citroen mayonaise.
  29. De ganse namiddag en vroege avond de rotzooi in de keuken opruimen en muren en plafond afwassen.
  30. De twee lege flessen naar de glasbol brengen en op de terugweg perdolan en malox kopen.

Vier 12 jarigen

Dat is dus samen 48. Euh ja, dat soort onnozeliteiten krijg je van slaaptekort. Soit, here they are:

 
Old Pulteney 12y, 40%, OB 2006 – Highland – 81/100
Nieuwe botteling. Heb hier eerder al mijn proefnotitie van een vorige batch (2003) gepubliceerd. Ik moet zeggen, er is weinig verschil met de vorige. Is meestal ook de betrachting van de distilleerders. Blijft voor z’n prijs een erg interessante malt.
 
Dailuaine 12y 1994/2006, 45%, Samaroli, cask Z06/06086, 390 bottles – Speyside – 79/100
Redelijk scherpe alcoholische neus met zoete tonen. Vanille, honing… Ook smaak is zoet, doorweven met fruit en iets kruidigs (peper). Noten ook. Okkernoot. Mooie balans. Wat zoete en kruidige finish. Niets om lyrisch over te doen, maar aangenaam drinkbaar.
 
Talisker 12y, 43%, OB mid 1970’s, John Walker & Sons, twist cap 750 ml – Skye – 72/100
Vorig jaar kwam Talisker met een nieuwe officiële botteling op de markt, een 12 jarige. Heb ‘m nog steeds niet geproefd, maar heb al wel deze oude 12y kunnen proeven, gebotteld door John Walker & Sons ergens in de jaren 70. Groen glas met draaidop en label met Johnny Walker op. Speciale smaak met veel bloesems en iets onbestemd kruidigs. Viel me tegen, had er meer van verwacht. Vandaag betaal je op veilingen makkelijk 500 euro voor zo’n fles. Niet te snappen.
 
Macallan 12y Fine Oak, 40%, OB 2006 – Speyside – 78/100
Heb nog niet veel goeds over deze whisky gehoord. Eens zien of ik er ook zo over denk. Frisse, lichte en bloemige neus met verdacht weinig sherry. De eik ruik je wel. Peperig ook. En een beetje zilt? Zowaar lichte eiland-associaties. Best wel een aangename neus… Fruitige (appel) en zoete smaak. Relatief korte afdronk met veel hout. Vind dit absoluut niet slecht, en vooral anders dan verwacht.

Twee oude blends

Dewar’s White Label, 43%, OB bottled 1974 – 55/100
Oude versie van de White Label, gebotteld door John Dewar & Sons. Maar ook toen geen echte hoogvlieger. Niet slecht, maar wat vlak en weinig uitgesproken in neus en smaak. Beetje maltig (granen) ja, maar voor het overige niks bijzonders.
 
Cluny blended, McPherson’s, bottled +/- 1965 – 72/100
Fles had geen etiket meer, we dienden ons dus te baseren op wat er op de stop stond. Alcoholpercentage stond daar niet bij, maar ik veronderstel dat dat 40 of 43% is. Wel geweten is dat het een botteling van midden jaren zestig moet zijn. Aangename, wat stoffige neus (nu ja, na meer dan veertig jaar op fles) met sinaas en karamel. Het stoffige verdwijnt na een tijdje. Granige, wat zoete smaak. Vanille. Meer dan geslaagde blend. Was het vroeger dan toch allemaal beter?

Drie Cadenheads op vatsterkte

Glen Grant 18y 1989/2007, 60.8%, Cadenhead – Speyside – 69/100
Neus: alcohol! Nu ja, met 60,8% is dat niet verwonderlijk. Erg gesloten dus. Langzaam komen er wat fruittonen door. Sinaas. En kruidnagel ook. Ook de smaak is redelijk kruidig. Maar blijft vrij scherp. Met water wordt het niet veel beter.
 
Bladnoch 15y 1992/2008, 53.5%, Cadenhead, 320 bottles – Lowland – 73/100
Eerste whisky op de Cadenhead tasting van 4/6/2008, door Grant MacPherson. Zoete neus. Karamel. Met een beetje water erbij krijgen we fruit (perzik, abrikoos), daarna evoluerend naar bloemen en boter. Vlot drinkbaar, maltig en zoet. Smaak is wel snel weg.
 
Glenglassaugh 23y 1984/2007, 52.5%, Cadenhead, sherrywood – Speyside – 72/100
Sherry vat, en een behoorlijk actief… Lekkere neus met aangename sherry. Hout, karamel, rubber, rozijnen. Kruiden ook. Smaak is behoorlijk scherp zonder water. Erg droog. Bittere, zéér bittere chocolade. Propolis. Water help niet geweldig, weliswaar minder scherp, maar wat… tja, verwaterd. Middellange, droge afdronk. Door de aangename neus krijgt ie nog een score vooraan in de zeventig.

Jean Boyer

jean-boyer

Opgericht in 1993 hield de firma Jean Boyer zich vooral bezig met de productie van pastis. De naam Jean Boyer verwijst naar de gelijknamige abt (jawel) die samen met enkele pupillen een gemeenschap stichtte die zich toelegde op de productie van artisanale likeuren. De afzet van Pastis Boyer is beperkt tot een 100.000 flessen per jaar, maar het onderscheidt zich van andere pastis door een uniek ‘week’-proces, waarbij de aromatische planten gedurende meerdere maanden weken in alcohol. Deze verloren gewaande traditie werd door Jean Boyer nieuw leven ingeblazen.

Rond de eeuwwisseling (ok, dat klinkt langer geleden dan het is) richtte het bedrijf zijn pijlen op de whiskymarkt. Hiertoe werden enkele lieden aangetrokken die hun sporen verdiend hadden met de import van Schotse whisky in Frankrijk.
Al snel werd besloten om zelf whisky te gaan bottelen. Vaten werden bij de Schotse distilleerders aangekocht en verscheept naar het vaste land.
Jean Boyer beweert bij het bottelen enkele typische cognac technieken toe te passen waardoor zijn whisky’s hun zacht karakter en lange afdronk behouden.

De Best casks of Scotland is Boyer’s bekendste reeks whisky’s. Deze zijn altijd unchill-filtered en worden niet bijgekleurd.

 
Glen Garioch 1975/1990 ‘The first for us’, selected & relabeled 2006 for http://www.whisky-distilleries.info le forum, 43%, Jean Boyer, 251 bottles, 75cl – Highland – 84/100
De eerste whisky gebotteld voor het forum van http://www.whisky-distilleries.info. Eigenlijk een botteling uit 1990 die herlabeld werd in 2006. Neus is zacht en zoet (rijpe banaan) met lekkere kruidige ondertoon. Ook lichte zee-toetsen: hints van zilt en rook. Boenwas? Smaak is droog (hout) en zoet, beetje neigend naar slappe thee. Sherry vat? In eerste instantie niet zo bijzonder, maar wat wachten loont. Na een tijdje komt er immers citrus en turf door. Eerder korte finish met opnieuw die lekkere kruiden. Conclusie: als je ‘m tijd geeft, stelt deze botteling zeker niet teleur.