Spring naar inhoud

Posts tagged ‘proefnotitie’

Big Peat

De Big Peat, een product van Douglas Laing, is een vatted malt met whisky van Ardbeg, Caol Ila, Bowmore en Port Ellen. Er zit dus ook behoorlijk oude whisky tussen if you snap what I mean. Geweldig etiket trouwens.

 

Big Peat, 46%, Douglas Laing 2010
Zalige zoete en licht medicinale neus. Veel vanille heb ik, net als zoethout, zachte zoete turf en zilt. Dan koffie en karamel, daarna fruit ook. Appel, perzik. Complex. Drinkt vlot weg, hij is ook erg lekker op de smaak. De start is zoet, rokerig en licht coastal (zilt, zeewier). Ook hier komt na enige tijd fruit opzetten. Pompelmoes en limoen. Toast. Lange, eerder droge, rokerige en zoete afdronk. Ik proefde hem blind en dacht dat het twintig jaar oude Laphroaig was. Natuurlijk zit er vanalles is behalve Laphroaig. In ieder geval, prachtige vatting! Voor een kleine 40 euro een wel erg sterke aanrader. 89/100

Advertenties

Glen Grant 30y 1976, Old Malt Cask

Oude Glen Grant kan geweldig lekker zijn. Ook de 1976 die in 2007 door Douglas Laing werd gebotteld, toont dit aan.

 
Glen Grant 30y 1976/2007, 50%, DL Old Malt Cask, cask 3745, 228 bttls
Vat 3745 is een sherryvat, dat maakt de whisky wel heel snel duidelijk. Op de neus heb ik woudvruchten, donkere chocolade, noten, leder, rozijnen, koffie, wat rook en hout. Pas op, niks scherps hoor. Njummie! De smaak is prikkelend, kruidig en fruitig. Veel gedroogd fruit à la rozijnen, pruimen, dadels. Noten ook, studentenhaver. Awel ja, studentenhaver in bittere chocolade, bij elke bakker tegenwoordig wel te krijgen. De smaak is droog, maar niet té. Lange, kruidige afdronk. Erg lekkere oude gesherriede Glen Grant, die mooi in balans blijft en nooit te droog of te wrang wordt. 88/100

Mortlach 17y 1990, Van Wees

Mortlach 17y 1990/2008, 46%, Van Wees, The Ultimate, sherry, cask 5959 – Speyside
Zachte, lichte neus. Beetje zoet, beetje fruit. Abrikoos. Lichte rook ook. Sherry-touch. Allemaal erg licht dus. Niet slecht hoor, maar mist kracht. De smaak is beter (vaker is het omgekeerd), lekkere sherry: droog, wat bittere karamel, beetje rubber. Droge, zacht-bittere afdronk. Aangename whisky, maar ook niet meer dan dat. 78/100

Benrinnes 1988, Malts of Scotland

De Benrinnes proefde ik een tijdje geleden. Hieronder mijn notes.

 
Benrinnes 21y 1988/2009, 46.3%, Malts of Scotland, 2009, cask 888, 175 bottles – Speyside
Mooie zachte, fruitige en licht zoete neus op sinaas, ananas, honing, amandel (marsepein!), granen (muesli) en gras. Wat mineralig ook, de natte steen. Ook de smaak geeft fruit (citrus, peer), maar ook vanille, een beetje hout en kruiden. Subtiele turf erdoorheen. Wat bitter op het einde. Eerder korte, fruitige afdronk, beetje zurig. Al bij al lekkere whisky, deze Benrinnes. 82/100

St. Magdalene 19y 1979 Rare Malts

St. Magdalene 19y 1979/1998, 63.8%, Rare Malts – Lowland – 92/100
Door maltmaniac number one Johannes van den Heuvel uitgeroepen tot de ultieme malt. Door mij tot een heel erg lekkere. Een voorbeeld van een whisky die water nodig heeft, zeker in de smaak, onverdund niet te drinken (puur alcohol). Met een beetje water komt de neus – die in tegenstelling tot de smaak al vrij toegankelijk is – verder open, en is ie enorm complex: zoet (karamel), fruitig, maltig, noten, hout… De smaak daarentegen kan meer water hebben. Maar dan komt ook hier de complexiteit bovendrijven: vanille, kruiden, sinaas, gekarameliseerde suiker… crème brulée! En subtiele turf. Heerlijk! Lange, wat droge afdronk met een lichte turf touch. Moeilijke whisky, maar een beauty als hem getemd krijgt.

Kleppers – Glen Ord 16y Manager’s Dram

Ord 16y, Manager’s Dram, 66.2%, OB bottled 20/01/1991 – Highland – 93/100
Met 2cl van deze whisky ben ik een ganse avond zoet geweest. Ongelooflijk, maar op 66,2% heeft deze whisky geen water nodig. Krachtig en complex. Fruit, honing, bloemen, kruiden, you name it. Ook de heerlijkste Earl Grey in de neus. Man, man, dit is een super botteling!

Een koppel oude Gordon & MacPhails

Strathisla 1963/2005, 40%, Gordon & MacPhail – Speyside – 81/100
Fles vermeldt geen leeftijd, gezien distillatie- en botteljaar moet dat 41 of 42 jaar zijn. Erg krachtige neus voor z’n alcoholpercentage. Veel fruit, sinaas, kweepeer… Wat hout ook, en karamel. Daarna bananen. Kiwi. Pisang Ambon! Begrijpt me niet verkeerd, dit is wel degelijk whisky, laat ons zeggen ‘een hint van Pisang Ambon’. Complex in ieder geval. En lekker! Smaak kan dit niveau niet aanhouden. Olie-achtig met sherry (lichte bitterheid met veel hout), zout en beetje fruit (weerom de bananen). Het mondgevoel is snel weg. Afdronk is dan weer wel ok. Die is behoorlijk lang en kruidig. Verliest punten op de smaak.
 
Tamdhu 35y 1973/2008, 56%, Gordon & MacPhail, sherry cask 3230, 481 bottles – Speyside – 79/100
Gordon & MacPhail Reserve. First fill sherry cask. Complexe fruitige neus. Beetje zoet, beetje rook, beetje granen. Smaak is minder. Karamel, wat bitter, kruiden, noten. Okkernoot? Ja, nu duidelijk okkernoot. Ook in de finish, die een tijdje blijft hangen. Mist net de 80 punten.
 

Beide oldies halen een mooie score dankzij de neus. Maar zoals zo vaak bij oudere whisky’s valt de smaak wat tegen. Te laat gebotteld. De oorspronkelijke sensaties van de whisky blijven over het algemeen langer in de neus hangen dan in de smaak, smaak wordt wat slap, verwatert. Nochtans is Strathisla een whisky die over het algemeen wél erg lekker is op latere leeftijd.

Oude Ardbeg

Veel lekkerders dan oude Ardbeg bestaat er niet. Oude Bowmore en oude Brora misschien ja. Voor Ardbeg is vooral het jaar 1974 legendarisch. En onbetaalbaar… Beetje wat 1972 voor Brora is.

 
Ardbeg 32y 1967/2000, 49%, Douglas Laing OMC, 276 bottles – Islay – 90/100
M’n eerste jaren 60 Ardbeg! Lekkere neus met veel sherry maar ook turf, rubber, honing, peper… erg complex. Ook duidelijk invloeden van het sherryvat in de smaak. Daarnaast heerlijke rook en peper. En na een tijdje komen er tonen van sinaas en bittere chocolade naar boven. Echt een whisky waar je tijd voor moet nemen. Middellange afdronk met rook en kruiden. Een meer dan aangename kennismaking.
 

Ook geproefd: Ardbeg 25y 1975/2001 van John Milroy en de 32 jarige 1974 voor La Maison du Whisky. Beide bespreek ik binnenkort in de rubriek ‘kleppers’, waar ze hun plaats meer dan verdienen.

Sherry & turf

Bij geturfde whisky die rijpt op bourbonvaten komen de fenolen beter tot hun recht en zal de whisky z’n turfkarakter behouden. In sherryvaten vermengt de turf zich vaak met de zoete sherrysmaken. Soms overweegt de sherry, soms is de sherry amper waar te nemen, maar soms… soms is de sherry en de turf perfect in balans en krijg je whisky op z’n best!

 
Port Ellen 24y 1982/2007, 58.2%, Dewar Rattray, sherry cask 2463, 467 bottles – Islay – 91/100
Zevende en hoogtepunt op de Dewar Rattray tasting in Tasttoe, ergens in september 2007. Het vatnummer vóór dat van The Nectar. Geweldig lekkere sherry neus met tabak, koffie en leer. Maar ook zilt. En pas daarna de – heerlijke – turf. Zelfde sensaties in de smaak. Bittere chocolade, zilt, turf… Njammie! Ook wat citrus fruit. Complexe en mooi gebalanseerde whisky. Zalig lange, ietwat zoete afdronk op zilt en turf. This is why I’m into whisky!

Sherry

Dit is simpel, whisky krijgt een sherry-karakter door op sherryvaten te rijpen. Maar waarschijnlijk is het niet de sherry die oorspronkelijk in het vat zat, maar eerder het gebruikte hout dat de typische sherry-associaties geeft, zowel oorspronkelijk aan de sherry als later aan de whisky. Zoals eerder reeds vermeld, worden sherryvaten voornamelijk gemaakt van Europese eik, Bourbonvaten van Amerikaanse eik. Beide geven een andere aroma af.

Tegenwoordig wordt ook af en toe Amerikaanse eik gebruikt om sherry te rijpen, meestal voor Fino sherry’s, maar deze worden over het algemeen niet gebruikt door de Schotse whisky industrie. Wel populair zijn sherry types à la Oloroso of in mindere mate Pédro Ximénez.

Whisky die op sherryvat rijpt zal dan wat droog en bitter worden. Dat bittere kan aangenaam bitter of scherp bitter zijn. Andere typische sherry associaties zijn hout (het droge), karamel (zie ook onder ‘zoet’), donkere chocolade, rozijnen, rubber, tabak, koffie…

 
Mortlach 19y 1988/2008, 57.6%, Cadenhead, sherrywood, 664 bottles – Speyside – 76/100
Duidelijk een sherryvat… zoete neus met hars, rubber, bittere chocolade. Droge, licht zoete maar ook vrij scherpe smaak. Sterke earl grey. Zachter met water. Rozijnen. Middellange, droge afdronk.

Farmy

Farmy? Jawel, sommige whisky’s hebben een ‘boerderij’ karakter. Wat je daar onder moet verstaan zijn associaties à la koeiestal, paardestal… eender welke stal eigenlijk, logischerwijze dus ook mest, nat hooi… Voor alle duidelijkheid, dit zijn allemaal associaties in de neus (lang geleden dat ik nog mest gegeten heb). Natte hond komt hier ook in de buurt. Iedereen heeft al wel eens een hond die door de regen gelopen heeft tegen zich weten opspringen. Wel, die geur bedoel ik.
Ik kan me voorstellen dat dat allemaal weinig aanlokkelijk klinkt, maar ik ben over het algemeen echt wel fan van farmy notes in whisky. Het zijn meestal geturfde bottelingen die dit karakter vertonen, met Brora op kop.

 
Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts – Highland – 90/100
Neus is erg Clynelish-achtig. Droog, beetje bloemig, beetje boenwas, met eerst lekkere en subtiele turf en dan ‘farmy’ notes (koeienstal, nat hooi). Smaak is vettig en complex. Wat zoet, wat peperig, wat fruitig (citrus) en lekkere turf. Geen water nodig, zoals het geval is voor de meeste Brora’s. Lange, rokerige afdronk met iets ziltigs en hint van mosterd. Zeer lekker, maar voor mij ietsje minder dan de 21y 1977.

Zilt

Eilandwhisky’s of whisky’s die dicht bij de zee rijpen – wat we dan ‘coastal’ whisky’s noemen – hebben meestal een zilt karakter. Dit komt omdat de whisky in het vat de zeelucht doorheen de poriën van het vat opneemt. Zeelucht bevat de typische zilt en jodium.

 
Bruichladdich 15y 1991/2007, 46%, Cadenhead – Islay – 72/100
Zee-associaties zonder de turf. Zilt en zeewier in de neus. Smaak is eerst zwakjes, maar na een tijdje komt ook hier ‘de zee’ door. Vrij veel zilt, maar blijft wel erg zacht. Behoorlijk gevaarlijke dram, zeer makkelijk drinkbaar.

Was

Wie was zegt, zegt Clynelish en Brora. Beide whisky’s hebben vaak (niet altijd) een ‘waxy’ karakter, vooral in de neus. Met waxy bedoel ik aroma’s van boenwas, schoensmeer, kaarsvet… Beide distilleerderijen hebben – hoeft het nog gezegd – schitterende whisky’s gestookt.

 
Clynelish 13y 1994/2007, 46%, Duncan Taylor NC² – Highland – 78/100
Summiere notities, geproefd bij Tasttoe. Lekkere neus, erg typisch Clynelish (waxy dus). Maar spijtig genoeg wat tegenvallende smaak, beetje kruiden, beetje zoet. Weinig uitgesproken. Toch maar een andere fles gekocht (de Springbank 13y 1993/2007 SMoS).

Back in business

Uitgewaaid nemen we de draad weer op en de whisky ter hand. Tijdens m’n verlof amper één whisky gedronken, de Dalmore 12 jaar. Deze week m’n schade inhalen zie…
 
Dalmore 12y, 40%, OB 2007 – Highland – 74/100
Mooie fles, inhoud iets minder. Een whisky waarbij de smaak beter is dan de neus. Vaak is het omgekeerd. Neus heeft in ieder geval wat tijd nodig, eerst is ie vrij plat, daarna komen zachte, zoete tonen door. Hout ook (sherry), granen en kruiden. Smaak is redelijk krachtig, zeker voor z’n alcoholpercentage. Ook hier hout en zoet. Honing. Fruit ook. Abrikoos. Droge, zoete afdronk.

Gesloten

Onversneden sluit z’n deuren voor een week of twee en gaat in de Languedoc een beetje uitwaaien. Ik stel voor dat we – ik bedoel ik – daar éne op drinken. Iets deftig.
 
Glengoyne 19y 1986/2005 Ewan’s Choice, 51.5%, sherry puncheon cask 441, 600 bottles – Highland – 90/100
Whoeha, zware sherryneus. Wat zoet ook. Karamel. Sinaas. Bittere chocolade. Houtskool. Boter? En dan iets waar ik lang op heb moeten zoeken, maar ineens wist ik het: rum-rozijnen! Geweldig… Complex, maar alles prachtig in balans. En hetzelfde geldt voor de smaak. Beetje vettig en ook hier die lekkere sherry, de bittere chocolade, de karamel… en gebakken banaan ook. Man, dit is lekker! Heerlijk lange en zachte finish op bittere chocolade. Grootse whisky!

Fruit

Speydside is dé regio bij uitstek indien je graag fruitige whisky drinkt, maar ook daarbuiten kom je vaak erg gefruite whisky tegen. Sommige whisky’s hebben citrus, andere wit fruit, nog andere eerder tropisch fruit, perzik/abrikoos, banaan… you name it. Het herkennen van deze smaken is niet altijd eenvoudig en verschillende ‘kenners’ zullen vaak ook andere smaken uit dezelfde whisky halen. Het is maar wat je op het ogenblik van proeven opvalt.

 
Tomintoul 27y, 40%, OB 2005 – Speyside – 78/100
Erg veel fruit in de (lichte) neus. Appels. Ananas. Beetje sherry en mout. Niet erg complex maar best wel aangenaam. Redelijk zoet op de tong, met weerom veel fruit. Mooie balans. Zoete, fruitige afdronk. Eerder perzik en abrikoos hier. Lekkere fruitbom.

Kruiden etc. – de smaak van whisky

Woensdag had ik het over turf en de rol die het speelt in het productieproces, vandaag maak ik tijd voor een koppel kruidige whisky’s.
Nu, het kruidig karakter van een whisky heeft niets met kruiden an sich te maken. Het is gewoon zo dat het distilleren en het rijpen van whisky resulteert in verschillende types whisky. Zo kan een whisky zoet zijn, of fruitig, of ziltig, of kruidig…
De smaak van een whisky wordt voor een groot stuk (70% naar men aanneemt) bepaald door het vat waarop het rijpt, het gebruikte hout, de poreusiteit van het vat, de regio waar dat vat ligt te rijpen, enzovoort. De whisky neemt smaken en geuren op uit het vat en uit de lucht die door de poriën van het vat raakt. Een vat dat rijpt aan zee zal een andere whisky geven dan een whisky gerijpt in het binnenland. De zeelucht zal jodium, zilt, zeewier… afgeven. Een dennenbos of de heide zullen andere aroma’s geven. Ook de ligging van een vat in de opslagplaats speelt een rol. Op de grond, zeven, acht rijen hoog, het speelt allemaal een rol.

Niet te onderschatten ook is het blakeren van het vat, het zwart branden van de binnenkant. Dit blakeren en de duur ervan hebben een invloed op de aroma’s die het hout (eik) aan de whisky zal geven. Vanille, tannines, kruidigheid, etc.. Het blakeren van een vat duurt over het algemeen 40 tot 60 seconden, soms ook langer. Suikers uit het hout worden zo ‘gekarameliseerd’, wat ook weer z’n invloed op de whisky heeft.

Soit, Google-gewijze vind je hier heel wat bijkomende technische info over. Soms wordt het wel heel technisch, wanneer het bijvoorbeeld gaat over chemische reacties tussen de vanille in het eikenhout en het koper in de whisky, afkomstig van de stookketels… In ieder geval, er zijn zoveel elementen die meespelen in het ontstaan van een bepaalde smaak, dat er geen twee identiek smakende vaten whisky bestaan. Gelijk smakende whisky kan enkel verkregen worden door de kunst van het blenden, het mengen van whisky uit verschillende vaten.

De praktijk leert dat je vooral in de (noordelijke) Highlands – en in mindere mate ook wel in Speyside – whisky’s met een kruidig karakter vindt.

Twee voorbeelden:
 
Blair Athol 15y 1990, 61.4%, Blackadder Raw Cask, sherry finish, cask 7161, 483 bottles – Highland – 73/100
Erg kruidig, zowel in de neus als in de smaak. Ook behoorlijk wat sherry. Smaak: hier moet water bij! Dan krijg je de kruiden en iets zoets. Bittere chocolade. Relatief korte peperige afdronk. Wat eenzijdig.
 
Glen Garioch 16y 1990/2007, 52.5%, Dewar Rattray, cask 4125, 264 bottles – Highland – 72/100
Spreek uit ‘Glen Gierie’. Fruitge neus (veel citrus, maar ook appel), zoet en kruidig. Mosterd ook. Zachte, licht zoete smaak. Hint van rook. Vrij lange, kruidige afdronk. Voor mij een ‘unusual’ dram, door de mosterd denk ik. Globaal niet slecht, maar word er niet wild van.

Turf

Ofte ‘peat’. Je hebt peat freaks en peat haters. Ik beken me eerder tot de eerste groep, alhoewel ik me zeker niet wens te beperken tot geturfde whisky, ook niet-geturfde whisky kan verdraaid lekker zijn.

Vanwaar komt dat turfkarakter in whisky nu? Van het gebruikte water dat door turfgrond stroomt? Nope, dat is een vaak gehoorde kwallel. Het is het droogproces van de gemoute gerst dat hier bepalend is. De gerst wordt eerst gemout (malting) door het in water te weken, waarna het vochtige graan begint te kiemen, te eesten. Het kiemen wordt gestopt door de gerst te drogen, op een eestvloer of moutvloer. Deze vloer bevat een rooster waaronder een vuur wordt gestookt. Dit kan een kolenvuur zijn, een turfvuur of gewoon hete lucht. In het geval van een turfvuur, zal dit het uiteindelijke distillaat een peaty karakter geven.
Lightly peated whisky is whisky van malt dat gedurende enkele uren op een turfvuur is gedroogd en vervolgens de rest van de droogtijd met warme lucht of met een kolenvuur.

Sommige distilleerders vermalen de turf tot poeder en strooien dat over een klassiek vuur. Dit zal een eerder rokerig karakter aan de whisky geven, met minder prominente turf.

Spreekt men over turf, dan denkt men onmiddellijk aan Islay, het eiland ten westen van het Schotse vastenland, gekend om z’n geturfde whisky’s. Maar ook buiten Islay werd en wordt peaty whisky geproduceerd. Ik denk aan Longrow, sommigen Benriachs, Brora…
Het is zelfs zo dat vroeger alle distilleederijen hun mout op een turfvuur droogde, whisky was dus sowieso peaty. Later stapte men stilaan af van het gebruik van turf en schakelde vele distilleerderijen over op kolen.
 

 

Het grootste deel van Schotland is bedekt met een turflaag van een goeie meter dik, die zich onder een dunne bovenlaag bevindt. Elk jaar komt er een millimeter bij (1 meter per duizend jaar dus).
Vroeger was turf dé energiebron en ook nu nog wordt turf op bepaalde plaatsen gebruikt om huizen te verwarmen. Toen we in november 2006 door Skye trokken, kwam de turflucht ons vaak uit woonwijken tegemoet gewaaid (één neusgat dichtduwen en maar snuiven!).
Turf vormt zich uit dode planten. Het zijn deze dode planten in de turf die energie leveren, net zoals dat met steenkool het geval is. Turf brand sneller dan kolen en geeft daarbij een grotere hitte af.
Turf werd vroeger gestoken met behulp van een smalle turfspade. Tegenwoordig gebeurt dit meer en meer machinaal. De worsten turf worden te drogen gelegd, het water ontsnapt en zo onstaan er brandbare turf-briketten.

Maar niet alle turf is hetzelfde en geeft eenzelfde aroma aan whisky. Op Islay bv. is de turf in de loop der tijd doordrenkt geraakt door het jodium, het zeewier en het zilt van de zee, wat terug te vinden is in de medicinale neus en smaak van heel wat whisky’s van het eiland.
De turf uit de Highlands is harder en brand dus ook langer. Deze turf zal de whisky een doordringendere geur en smaak geven. In de Lowlands is de turf zachter, brandt korter en geeft minder smaak af.
A propos, op Islay koestert men z’n turf, er is zelfs een verbod uitgevaardigd op de export ervan. Nu ja, er is naar schatting nog voor meer dan 1.000 jaar whisky-stoken aanwezig, we hoeven ons dus geen zorgen te maken. Computermodellen maken trouwens duidelijk dat er in gans Schotland meer turf bijkomt dan dat er wordt gestoken.
Op Campbeltown is de turf wel bijna uitgeput, Springbank voert een groot deel van de benodigde turf in uit andere Schotse regio’s.

Het turfgehalte van whisky wordt weergegeven in fenolen p.p.m. (parts per million). 1 PPM komt overéén met 1 deel fenolen in 1 miljoen delen whisky. Ook niet geturfde whisky bevat fenolen, maar nooit meer dan 5 PPM. Bij 10 à 20 PPM spreken we van licht geturfde whisky, 30 à 40 PPM is zowat normaal geturfde whisky en alles daarboven kan men zwaar geturfde whisky noemen. De Octomore van Bruichladdich is bij mij weten ’s werelds zwaarst geturfde whisky met een PPM van 80.
Tijdens de eerste jaren rijping kan het fenolengehalte van de whisky toenemen als gevolg van het schroeien van het vat aan de binnenkant. Na 15 à 20 jaar zal het fenolengehalte in een vat echter afnemen.

Bon, indien je aan deze post niet genoeg hebt, kan je het boek Peat, Smoke and Spirit: a Portrait of Islay and its Whiskies van Andrew Jefford lezen. Met z’n 406 bladzijden een turf van een boek. Whoehahaha! Euh, sorry. De whisky nu. Ja, hoog tijd voor de whisky.

 
Isle of Jura Superstition ‘Lightly peated’, 45%, OB 2005 – Jura – 78/100
Beter dan de 10y. Lichte rook in de voor de rest vrij zoete neus. Honing, chocolade… Zachte en wat vettige smaak met honing en turf. Afdronk op lichte rook en zilt. Makkelijk en aangenaam drinkbaar, maar mist wat punch.
 
The Ileach Cask Strength, 58%, OB 2007 – Islay – 88/100
The Ileach (‘The Man from Islay’) is een vatted malt botteling van The Vintage Malt Whisky Company (in 1992 opgericht door Brian Cook) . Bestaat in een 40% versie en een Cask Strength. Gouden medaille op de International Wine & Spirit Competition. Deze Islay heeft een geweldige neus, met turf, rook, zilt, kruiden… the whole lot. Barbeque in de winter. Krachtige smaak met turf en kruiden. Maar ook iets fruitigs. Vrij lange afdronk op turf en zilt. Lagavulin? In ieder geval, voor een 40 euro is dit top prijs/kwaliteit.

Twee 17-jarige Cadenhead bottelingen

Glenrothes – Glenlivet 17y 1990/2008, 57.7%, Cadenhead, sherrywood, 395 bottles – Speyside – 72/100
Zware sherry in de neus, bitter-zoet met veel verbrand rubber. Hetzelfde in de smaak, alhoewel het lang geleden is dan ik nog eens verbrand rubber gegeten heb… hout ook, erg droog allemaal. Ook nog met water. Behoorlijk lange, droge (jawel) finish. Digestif, met of zonder sigaar.
 
Auchentoshan 17y 1990/2007, 59.2%, Cadenhead, 252 bottles – Lowland – 82/100
Erg lekkere Auchentoshan (spreek uit ‘oochentosjen’). Zoete neus met drop, zoethout, caramel. Hint van zout ook. Daarna balsamico. Lichte, zilt-zoete smaak met ook hier het zoethout, maar ook provencaalse kruiden. Middellange afdronk.

Dewar Rattray

Een bottelaar die nog niet de revue is gepasseerd, is Dewar Rattray. De naam verwijst naar de twee stichters, Andrew Dewar en William Rattray. Zij stampten in 1868 het bedrijf A. Dewar Rattray uit de grond, dat zich in de beginjaren voornamelijk toelegde op de import van Franse wijn en Italiaanse olijfolie en sterke drank. Na een tijdje werd de activiteit uitgebreid naar de blending en de opslag van malt en grain whisky. De firma werd de vertegenwoordiger en makelaar van verschillende Highland distilleerders.
De drooglegging van de jaren 1920 maakte ook bij de whiskymakelaars slachtoffers. Dewar Rattray diende de zaak te verkopen aan William Walker. Walker slaagde erin de zaak niet alleen draaiende te houden, maar ook uit te breiden met de overname van enkele kleinere handelaars.
Vandaag is Dewar Rattray opnieuw in familiehanden. Huidige eigenaar Tim Morrison is immers afstammeling van stichter Andrew Dewar. Morrison had z’n sporen verdiend bij Morrison Bowmore Distillers.

2004 werd een sleuteljaar voor de bottelaar. Het was in dat jaar dat Tim Morrison besloot enkele van de vaten die hij zelf geselecteerd had te bottelen. Dit luidde een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Dewar Rattray en een hele reeks eigen bottelingen in.
Dewar Rattray bottelt al z’n single malts als Single Cask en op vatsterkte. De whisky wordt nooit gekleurd en is altijd un-chillfiltered. Je vindt ze onder het Dewar Rattray Cask Collection label.

Twee Speysiders van deze bottelaar:
 
Craigellachie 15y 1989/2005, 54.2%, Dewar Rattray, refill cask 3882, 315 bottles – Speyside – 78/100
Zoete (honing) neus met veel rijp fruit. Appel, perzik. Peer. Yep, that’s it, echt de geur van een rijpe peer. Ook de smaak is erg fruitig en zoet. De honing weer. En een beetje peper ook. Middellange zoete afdronk. Niet slecht, maar mag iets complexer.
 
Glenglassaugh 21y 1986/2007, 53.4%, Dewar Rattray, sherry cask 162, 399 bottles – Speyside – 65/100
Zware sherry neus met ‘Maggi’ associaties. Sinaas ook. Smaak is erg zoet en wat bitter. Karamel. Korte, ietwat bittere afdronk met terugkerende karamel. Tegenvaller.