Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Mull’

Ledaig 7y 2005, Archives

De jongste whisky in de nieuwe reeks Archives bottelingen is deze Ledaig 2005. We weten al dat Ledaig niet lang hoeft te rijpen om lekker te zijn. Zeven jaar is ook hier al meer dan voldoende. En aan 45 euro is deze Archives dan ook zeer koopwaardig.

 

Ledaig 7y 2005/2013, 62.8%, Archives, hogshead #900092, 227 bottles
Inderdaad, niets new make, niets spirit. Dit is al behoorlijk rijp en rijk op de neus. Zoete turf en mineralen spelen de eerste viool, samen met zilt en fruit. Perfecte combinatie vind ik dat. Romig en vol gevoel. Qua geur-associaties denk ik aan vanille, pruimen, zachte turf, verse boter, petroleum, motorolie (wordt hoe langer hoe olieachtiger), zilt, jodium, zoete, rijpe krieken en peren. Peren op rode wijn. En ondanks z’n astronomisch alcoholpercentage is deze whisky best drinkbaar zonder water. Oké, dit is stevig, dit is vrij scherp, maar langs de andere kant ook vol en olieachtig. Boterig. Zoete turf en zilt, vermengd met fruit zoals citroen(snoepjes), appelsien en peer, munt, mineralen, vanille en kruiden (zoethout, gekonfijte gember, peper). Lange afdronk, zilt, zoet en rokerig, me cider als extraatje. Voor mij duidelijk beter dan de vorige van Archives en nog maar eens een bewijs hoe goed jonge Ledaig kan zijn. 88/100

Tobermory 23y 1972, Lombard

Tobermory is de enige distilleerderij op het eiland Mull. Vandaag bottelt Tobermory onder z’n eigen naam niet-geturfde whisky, en geturfde onder de naam Ledaig. Ik proef vandaag een Tobermory 1972, die Lombard bottelde onder z’n Jewels of Scotland label.

 

Tobermory 23 YO 1972, 46%, Lombard Jewels of ScotlandTobermory 23y 1972, 46%, Lombard Jewels of Scotland
De neus start niet al te geweldig op scherpe granen, karamel, overrijpe (maar dan écht wel overrijpe) sinaas, peper, boter, medicinale toetsen en scherpe turfrook. Mosterd ook. Van Dijon. Scherp is het woord, en helemaal niet zo aangenaam. Na enige tijd komt er zelfs wat zeep bij, wat niet echt een verbetering te noemen is. Op de smaak heb ik die zeep vrij meteen (misschien omdat ik er nu op gefocust ben). Er is spijtig genoeg ook een soort van plastic waar te nemen, net als het even geweldige natte karton. Oké, aan de andere kant van het spectrum valt er ook wat sinaas, peper en nootmuskaat te ontwaren, maar daar moet je al moeite voor doen. Soit, het heeft niet veel zin nog verder te zoeken, het is toch al om zeep. De afdronk is gelukkig niet al te lang. Jewels of Scotland… mja. 58/100

Ledaig 2005/2010, Berry Bros

Vandaag een fel bejubelde Ledaig in z’n peuterjaren. Amper vier jaar oud, maar volgens sommigen nu al cult. Anderen zijn er helemaal niet wild van. Zo’n profiel waar je voor moet zijn heb ik de indruk. Eh, juist ja, iets wat voor alle whisky’s geldt natuurlijk.

 

Ledaig 4y 2005/2010, 62.7% Berry Bros & Rudd, sherry butt #900008
Wow, wat een mineralige neus! Enorm. Natte keien, gepoetst zilverwerk, de geur na een zomerse regenbui… Riesling op speed. Tussen dit mineralig geweld merk ik granen op, rubber, leder, rook, zwarte bessen, zilt, rijpe sinaas, zoethout… best complex voor nog zo jong te zijn. De smaak is minder complex, droog, krachtig en mondvullend. Opnieuw veel mineralen en rook, maar ook zoete tonen zoals crème de cassis, chocolade en nougat, kruiden (gember, peper) en eik. Die zoete tonen komen meer op de voorgrond na een beetje water toegevoegd te hebben. Perfecte balans tussen de mineraliteit, de turfrook en de sherry van het vat. Erg lange afdronk op sinaas, kruiden en rook. Voor op een zomeravond op het terras, liefst als het pas geregend heeft. Maar je moet dus wel tegen een overdosis mineralen kunnen. 89/100

Thierry Segers en andere

Jullie weten ondertussen dat ik graag eens een muzikaal zijsprongetje maak. Vandaag doe ik dat in de vorm van de persoon in titel. Thierry Segers, dat is wat mij het meest is bijgebleven van de Fulldram whiskykwis in Leuven maandag jongstleden. Het is de naam (waar het eigenlijk een begrip zou moeten zijn – ik durf zelfs een concept te vermoeden) van de man die voorheen door het leven ging als Thierry Vankerrebroek. Maar als eerbetoon aan z’n grote voorbeeld Yves Segers (bekend van de klassieker ‘Ik schreeuw het van de daken’), heeft hij zich de naam van deze levende legende eigen gemaakt. Ik zou in verschillende paragrafen kunnen uitweiden over de levensloop van deze artiest, maar waarom zou ik dat doen als Thierry het zelf zo veel beter kan. Lees dus hier meer over dit in mijn ogen zwaar miskend talent.

 

Maar genoeg ernst, Thierry Segers was dus het antwoord op één van de vragen uit de voor de rest leutige whiskykwis. Deze kwis werd door ons aller Peter vakkundig in elkaar gebokst en op onnavolgbare wijze gepresenteerd. En aangezien Peter enkel diende bijgestaan te worden door een bevallige (nu ja) assistente, kon de rest van het bestuur deelnemen. De vragen waren nogal, eh, divers. Vlaamse zangers kwamen aan bod, dat had u al begrepen, maar ook plaatsen in Schotland, bekende figuren uit de whiskywereld en daarbuiten, ontbrekende distilleerderijen in een alfabetisch rijtje en dergelijke meer.

Tijdens de kwis werden zeven whisky’s geschonken. Bedoeling was telkens het alcoholpercentage, leeftijd en vattype te raden en er op het einde de twee koppels (tweemaal twee whisky’s van dezelfde distilleerderij) uit te halen. Elke ploeg zou na de kwis beloond worden met een flesje bier, gaande van een Orval met vervaldatum ergens in 2008 voor de laatste ploeg tot de Cuvée Delphine van de Struise Brouwers voor de ploeg die eerste zou eindigen.

De whisky’s die geschonken werden:

  • Vintage Choice 10y ‘Speyside blended malt’, 40%, OB +/-2010
  • Miltonduff 30y 1980/2011, 44.5%, A. Dewar Rattray bourbon cask #12427, 240 bottles
  • Ledaig 2005/2010, 62.7% Berry Bros & Rudd, sherry butt #900008
  • Tomatin 33y 1976/2010, 51.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 6816, 264 bottles
  • Dailuaine 27y 1983/2011, 50%, Asta Morris, refill sherry hogshead AM004, 248 bottles
  • Tomatin 34y 1976/2011, 51.3%, The Whisky Agency ‘Grotesque Crocs’, refill sherry butt, 309 bottles
  • Ledaig 12y 1998/2010, 61.8%, Malts of Scotland, sherry butt #800025, 256 bottles

 
Resulterend in volgende top drie:

  1. Tomatin 34y 1976 TWA
  2. Tomatin 33y 1976 DT
  3. Ledaig 12y 1998 MoS

Niet helemaal mijn top drie, maar die wordt in de loop van de komende dagen wel duidelijk. De whisky die derde eindigde, was de Ledaig 1998 van Malts of Scotland. Dankzij het hoogste bod nam ik de rest van de fles mee naar huis en proef ik ‘m nog een tweede keer. Mijn bevindingen hieronder. Beide Tomatins bespreek ik samplegewijze binnenkort.

Welke ploeg uiteindelijk tot winnaar van de kwis werd uitgeroepen, is van geen tel, het ging immers puur om het plezier. Wel een dikke pluim aan de Struise Brouwers, hun Cuvée Delphine is werkelijk voortreffelijk.

 

Ledaig 12y 1998/2010, 61.8%, Malts of Scotland, sherry butt #800025, 256 bottles
Ha, de balans tussen de turf en de sherry zit goed, mooi zo. Eigenlijk moet ik zeggen de balans tussen de turf, de sherry en het zilt. Dit is echt ‘coastal’, kustig, of zoiets. Zout en zeewier. De turf is zoals wel vaker bij jonge Ledaig mineralig van aard. Minder clean echter dan deze op bourbonvaten of dan jongere op sherryvaten, waar de sherry dus minder z’n stempel op gedrukt heeft. Maar ik vind het prima zo. Nu zijn het leder, tabak, tamari (natuurlijk gefermenteerde sojasaus), dadels en rozijnen die de dienst uitmaken. Aarde ook nog. Complex. Deze neus kan perfect doorgaan voor deze van een Port Ellen 1982/1983 op sherryvat. No kidding. Krachtig maar goed drinkbaar, op dezelfde hoofdtonen als de geur: zilte, rokerige en sherry-aroma’s. Meer bepaald zoethout, eik, bloedappelsien, leder, teer, medicinale turf, tabak, rozijnen, pruimencompot, stroperige karamel en zo kan ik nog even doorgaan. Complex, ook op de smaak dus. Water maakt het geheel zoeter maar is ondanks de 62% niet nodig. Erg lange afdronk, zoet, zilt en rokerig met wat peper erdoorheen. Prachtige whisky die ik blind een pak ouder zou schatten en waar de sherry perfect z’n werk heeft gedaan, niet te weinig maar ook niet te veel. Dat vat moest geen jaren meer blijven liggen. 91/100

Ledaig 7y 2004, Archives

En nu we toch bezig zijn… ook in de Archives ‘First Release’ reeks zit een jonge Ledaig. Deze Ledaig heeft als vatnummer 900009, op het eerste zicht dus het zustervat van de gehypte Ledaig 2005 Berry Bros, dat het nummer 900008 droeg. Maar 900009 is een distillaat van 2004, 900008 van 2005, geen logische nummering dus. Misschien eerder een slimme marketingtruc van de jongens van Whiskybase.

 

Ledaig 7y 2004/2012, 61.9%, Archives, hogshead #900009, 302 bottles
Cleane, frisse en mineralige turfneus. Wat in eerste instantie opvalt zijn natte keien, de schil van citroen en witte pompelmoes (zesty), citroensap, zilt en zeewier, jodium en turfrook. Licht medicinale turf dus. Daaronder loeren ook zoetere tonen: honing en nougat. Best drinkbaar op 62%, wel krachtig natuurlijk, en prikkelend (dansend op de tong). Qua associaties in het verlengde van de neus: cleane, jonge turf dus, citroen, zeste, zilt (veel zilt), gember, peper en vochtige aarde (niet dat ik dat vaak eet). Lange afdronk op turf, zilt en citrus. Jonge, levendige en cleane whisky, weinig verschillend van de botteling van The Nectar trouwens. Niet erg complex dus, maar wel lekker en met 35 euro behoorlijk scherp geprijsd. Een aanrader voor de liefhebbers van dit profiel. 85/100

Ledaig 8y 2001, The Nectar of the Daily Drams

Ledaig (niet ‘ledijg’ maar ‘letsjik’ uitgesproken) is voor Tobermory wat Port Charlotte voor Bruichladdich is, nl. de geturfde variant van de distilleerderij. Vandaag een botteling van The Nectar die samen met de 2005 van Berry Bros meteen hoge toppen scheerde. Ik proefde deze een jaar geleden en heb nu de kans ‘m wat beter te leren kennen.

 

Ledaig 8y 2001/2010, 61%, The Nectar of the Daily Drams
Erg frisse, mineralige neus. De zomerse regenbui, de natte stenen, je kent het, maar ook wat kaarsvet en citroen op een onderlaag van turf en teer. Prikkelend allemaal. Daarnaast noteer ik nog zilt, vanille en zoethout. Niet erg complex, wel lekker om ruiken. Krachtig op de tong maar best drinkbaar en erg clean, ook hier niet echt complex. Wat opvalt zijn turfrook en citroen(schil), veel meer komt daar niet bij. Het hoeft niet te verbazen dat water het geheel zoeter maakt, dan krijg ik er tonen van suiker en vanille bij. De citrus en de turf blijven echter domineren, ook in de lange afdronk. Simpele en jonge, maar evenzeer lekkere en levendige Ledaig. 85/100

Tobermory 15y

In z’n 187-jarig bestaan (oprichting 1823) heeft de productie bij Tobermory exact honderd jaar stilgelegen, van 1837 tot 1978, van 1928 tot 1972 en van 1975 tot 1990. Tobermory is vandaag eigendom van Burn Stewart, die ook Bunnahabhain en Deanston in portefeuille heeft.

 

Tobermory 15y, 46.3%, OB 2010
Lichte sherrytonen in de neus: gedroogde abrikozen, noten, peterselie (vegetaal) en zelfs een klein beetje sulfer. Oké, een heel klein beetje. Gestoofd fruit ook, het maken van confituur. Aardbeienconfituur that is. Vers gemaaid gras ontwaar ik ook nog. De smaak is vol en rond, start zoet met naast het gedroogde fruit van de neus ook wit fruit à la appels en peren. Het vegetale opnieuw (peterselie, kervel), naast best wat kruiden (zoethout, gember, nootmuskaat), mokka, tabak en chocolade. Middellange, licht drogende en vooral kruidige afdronk. Correcte, aangename whisky waar ik evenwel niet echt warm van word. 81/100

Tobermory 13y 1994, Cadenhead

Tobermory werd opgericht in 1823 als Ledaig door John Sinclair, op de plaats waar hij in 1798 een brouwerij bouwde. In de loop der tijden werd de naam gewijzigd in Tobermory. Na een lange sluiting opende het in 1972 echter opnieuw de deuren onder naam Ledaig. Pas sinds 1990 werd dan weer de naam Tobermory aangenomen. Ledaig is heden ten dag de naam voor de geturfde Tobermory.

 

Tobermory 13y 1994, 59.6%, Cadenhead +/- 2007, sherry cask
De neus start weinig aromatisch, enkel wat alcoholisch, wat gezien het alcoholpercentage niet geheel abnormaal is. Ik heb wel wat vers gemaaid gras, daarna compost, kaarsvet, granen, puree en zoethout. Chocolade en kokos ook. Clean meer weinig bekoorlijk. Door water toe te voegen wordt hij mineraliger, zoeter ook en krijgt hij een lichte farmy toets. Ja, water is hier echt wel een toegevoegde waarde. De smaak is meteen een pak prikkelender, de alcohol doet z’n werk met zoete en granige tonen, en een beetje (citrus) fruit ertussendoor. Een beetje. Kokos? Ja, ook wat kokos. Licht zilt. Met water chocolade en de kokos die meer op de voorgrond treedt. Redelijk lange, stevige afdronk op sterke thee. Matige Tobermory die wel wat water nodig heeft. 78/100

Ledaig 15y 1972, MacNab revived by Full Proof

De Ledaig die ik vandaag proef, werd gedistilleerd in december 1972 en gebotteld in april 1988. Het label vermeldt verder dat deze whisky nieuw leven werd ingeblazen door Full Proof. Nader onderzoek wijst uit dat deze whisky inderdaad eerst een ander leven leidde als de Ledaig 15y van MacNab. Een resterend deel van de stock werd later door Full Proof herlabeld.

 
Ledaig 15y 1972/1988, 43%, MacNab, revived by Full Proof, 228 bts.
Lekkere, subtiele en complexe neus die rokerig en medicinaal start en dan overgaat in aangename zoete tonen. Honing, chocolade, mokka, praliné. Iets subtiels zurigs ook. Yoghurt? Sinaas. Lichtjes waxy. Aarde, planten, dat zeker ook. En lichte ‘boerderij’ associaties (farmy that is). De smaak is stevig, mondvullend en vooral lekker. Rokerig (turfrook), kruidig (nootmuskaat, zoethout, gember?) en ook fruitig (de sinaas opnieuw). Droger naar het einde. Hier eerder bittere chocolade, op de neus melkchocolade. Lange, zoet-rokerige afdronk met ook kruiden die mee om de aandacht dingen. Zalige whisky! 91/100

Ledaig 10y

Ledaig – wat je uitspreekt als Lètsjik – is een product van de Tobermory Distillery. Doorheen z’n geschiedenis lopen de namen Tobermory en Ledaig door elkaar, het opereerde soms onder de naam Tobermory maar vaker onder de naam Ledaig. Vandaag is Ledaig het label waaronder Tobermory geturfde whisky produceert.

 

Ledaig 10y, 46.3%, OB 2010
Jonge, medicinale turf op de neus, vermengd met veel granen en gedroogde bloemen, zilt en wat vanille. Iets metaligs ook. Het geheel is vrij sober en wat ruw, met enkele druppels water (wat ik op dit alcoholpercentage normaal niet zou doen) komt er echter ook wat fruit door. De smaak is licht stoffig, en hier wordt de medicinale turf vergezeld van florale toetsen. Gaat richting hooi. Peper en zout ook. Zo goed als geen fruit. Alhoewel, misschien wat perzik. Middellange, rokerige, zilte en licht ‘rubberige’ afdronk. Niet slecht maar ook niet echt mijn ding. Mag nog wat verder getemd worden op vat. 77/100