Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Luc Timmermans’

Glenfarclas 44y 1968, ‘My Tribute’ by Luc Timmermans

Wie Luc Timmermans zegt, zegt Glenfarclas. Wie Glenfarclas zegt, zegt Luc Timmermans. Luc’s liefde voor de distilleerderij is een passionele. En eentje met een lange voorgeschiedenis. Als eerbetoon aan Glenfarclas heeft Luc ter gelegenheid van 175 jaar bestaan een zeer bijzondere 1968 (zijn geboortejaar) geselecteerd en gebotteld. Momenteel reist hij in grote stijl de wereld rond om deze fles op verschillende exclusieve diners aan de wereld voor te stellen. Ik had de eer en vooral het genoegen de Belgische lancering in restaurant Pastorale te mogen bijwonen.

 

Glenfarclas 44y 1968/2012, 54.4%, OB, Family Cask Special Release ‘Tribute to the 175th Anniversary’, selected by Luc Timmermans, cask 5241, 175 bottles
Ah, wat een heerlijke sherryneus! Een neus waar de sherry (het vat) z’n stempel op drukt, maar meer dan genoeg ruimte laat voor het fruit. De balans tussen de drogere sherrytonen en het zoete fruit is perfect en resulteert in eerste instantie in associaties van geroosterde noten, cake met gekonfijt fruit, marsepein, dadels en honing, snel gevolgd door bitterzoete appelsienen, warme abrikozencompote en rijpe ananas, maar ook chocolade (geen al te bittere), oud geboend leder en balsamico (high-end, dat spreekt). Een beetje munt noteer ik nog. Zijn we er dan? Vergeet het, onderliggend dienen zich ook tabak, antiekwas en oude boeken aan. Samen met de geur van het oude leder betreden we een (gelukkig) slecht verluchte antiekshop. Mooie, ronde eik en een ideale hoeveelheid kruiden (die opsommen zou erover zijn, zit nu al over de normale lengte van een volledige tasting note). Subtiele rook mag ik niet vergeten te vermelden. Wreed complexe neus, hoeft het nog gezegd? Mooi gelaagd. Zacht op de tong. Zijdezacht bijna. Eigenlijk uitzonderlijk zacht voor 44 jaar rijping op sherryvat en nog altijd meer dan 54% alcohol. De sherry vertaalt zich hier in chocolade (eerder melkchocolade, praliné ook), pruimen en vijgen. Daarna eik, zwarte bessen en kruiden (peper, zoethout, kruidnagel), wat het geheel een beetje droger maakt, maar dit draait dan plots weer naar zoetere en fruitigere tonen. Bananen nu (nog een beetje groen), samen met de zwarte bessen, maar ook braambessen. Knappe evolutie. Koffie noteer ik nog, net als tabak. De eik blijft erg goed getemd, overheerst nooit. Dat is trouwens de grote sterkte van deze whisky, de balans, nergens gaat er ook maar iets overheersen. Ook in de lange afdronk niet: eik en kruiden in harmonie met honing en fruit. Stijlvolle, complexe en elegante whisky. Grote klasse. 93/100

Advertenties

En dan was er nog die Kersttasting…

Naar wat ondertussen een jaarlijkse traditie is geworden, trokken tien whiskyliefhebbers vorige week donderdag richting Mortsel om enkele whisky’tjes te proeven. Mortsel, toch wel een eindje rijden. En dat na een drukke werkdag. Terwijl we zelf thuis toch genoeg whisky hebben openstaan. Je vraagt je af waarom we het doen. Routine? Sociale druk? Verveling? Ontwijken van de echtgenote in de drukte voor Kerst? Wie zal het zeggen. Iemand opperde voorzichtig dat het iets te maken zou kunnen hebben met het niveau van de whisky’s die Luc dan schenkt. Let wel, zou kunnen, het is maar een hypothese. Laat ons de avond even overlopen en zien of die these enigzins onderbouwd kan worden.

In ieder geval, aangezien ik Bob was, diende ik mij noodgedwongen te beperken tot het ruiken en in het beste geval even nippen van m’n glas. Erg leuk is dat niet, maar nu ik hier achter m’n computer zit met een rij sampletjes genummerd van 1 tot 11, geeft het me een tweede kans om te zien of er misschien iets lekker tussen zit.

 

Beginnen deden we met een Caol Ila 1972, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice, old map lable, 75cl, gebotteld ergens eind jaren tachtig. Jonge whisky dus, kunnen we niet zoveel van verwachten.
Mmm, slecht ruikt dit toch niet. Peer en perzik, oud leder, vers gemaaid gras, zoute boter, oesters en lichte farmy tonen met zachte, delicate turf op de achtergrond. Een lichte toets van bijenwas. Ook op de smaak dezelfde lichte turf als extraatje naast het fruit en het leder, maar ook amandelen en honing. Iets van cider. En rijpe kruisbessen. Lekker. Middellange afdronk op fruit en de turf die langzaamaan wegdeemstert. Alles zijdezacht en dus zéér drinkbaar. Sommigen zouden zeggen “a little weak on the palate”, maar I don’t care. Bon, ik kan dat moeilijk een slechte opener noemen. 91/100
 
 

Na een tussendoortje onder de vorm van de nieuwe Thosop botteling, kregen we de Bowmore 12y 1965/1977, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz., sherry wood voorgeschoteld. Twaalf jaar oude Bowmore, het komt me stilaan de strot uit.
Mmm, misschien dat ik voor dit type jonge Bowmore wel een uitzondering wil maken… Mooie, prachtige oude sherry met onderliggend fruit. Zowel sinaas, rozijnen en pruimen als lichte tropische toetsen. Oud leder ook en cuberdons. Geroosterde noten. Kandijsuiker. De smaak ligt in de lijn van de neus. Ik heb de noten en de kandij terug, de rozijnen en de pruimen. Wat zachte karamel ook. En even zachte kruiden. Er is echter niet veel tropisch fruit meer te bespeuren. Maar wel lekker seg. Geen al te lange afdronk op noten en fruit. Oké, voor 12 jaar oude Bowmore is dit verdekke niet slecht. 92/100

 
 

De volgende whisky in de line-up was de Bowmore 13y 1966/1979, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz.. Pfff, weeral zo’n jonge Bowmore.
Mmm, dit blijkt wel een exotisch fruitbommetje te zijn, een neus die barst van het tropische fruit: meloen, ananas, papaja, passievrucht, mango (big time) en coeur de boeuf. Daarna ook gras, smeuïge honing en florale toetsen, maar dat alles moet de eerste viool aan het tropisch fruit laten. Ook op de smaak domineert het geweldige tropisch fruit, hier vergezeld van weidebloemen, wat gras en honing. Oké, een beetje zoals op de neus eigenlijk. Ook deze heeft geen erg lange afdronk, maar wat maakt het uit? Dan neem je toch gewoon nog een slokje? Een klein tropisch juweeltje, waarvan ik dien toe te geven dat ik dat wel lust. 93/100

 
 

En dan nu eindelijk eens een wat oudere whisky, de Ardbeg 29y 1967/1996, 52%, Kingsbury, cask 923. Maar die kan je nergens kopen, ook niet op veilingen. Wat hebben we daar nu aan?
Mmm, I see… hèhe, ik weet wat ik daar aan heb. Als ijkingspunt ging trouwens een glas Ardbeg 1976/1999 Manager’s Choice rond, de op één na beste Ardbeg die ik ooit proefde. Deze is op de neus misschien wel even goed, maar op de smaak is ie… euh, ook misschien wel even goed. My God, what a dram! Ronde, volle, enorm rijke neus op geroosterde noten, melkchocolade gevuld met de beste kwaliteit praliné, zeste van sinaas (orangettes), high-end honing, balsamico-crème, lapsang souchong, gerookte coburg, antiekwas, nat naaldhout en ga zo maar door. Turf? Natuurlijk, maar als bijkomend element, onderliggend. En dan proeven… ronduit indrukwekkend! Even rijk en vol als de neus, krachtig en toch elegant. En zo vreselijk complex. Zachte turf vermengd met het beste wat een sherryvat een whisky kan meegeven. Zie voor de associaties bij de neus a.u.b., ik ga nu even genieten… Lange afdronk, perfect in lijn met de rest. Ik zei dat ie misschien even goed is als de Manager’s Choice, maar nu ben ik daar niet meer zo zeker van, vandaag komt ie nog meer tot z’n recht dan tijdens de tasting. Dit is volgens mij gewoon beter. Ja, nog beter. Bon, je kan deze whisky dus niet krijgen, en als ie ooit eens te koop wordt aangeboden, zal hij ongetwijfeld compleet onbetaalbaar zijn, maar hoe gelukkig prijs ik mezelf ‘m eens geproefd te hebben. En ik meen te begrijpen waarom deze whisky een absolute cultstatus heeft verworven. Dat ligt dus niet alleen aan z’n extreme zeldzaamheid. 97/100

 
 

Vervolgens kwam de Bowmore ‘Bicentenary cask strength’ 1964/1979 98.8 proof, 56.2%, OB for Fecchio & Frassa, Italy, cubic bottle aan bod. Allez, jonge Bowmore, hoe origineel.
Mmm, origineel of niet, who cares? Op de neus denk ik aan noten en gedroogd fruit (rozijnen, vijgen), maar het is pas met enkele druppels water toe te voegen dat hij open komt, dan krijg ik vers fruit zoals mandarijn, perzik en ananas, maar ook nat hooi (licht ‘farmy’ dus) en kruiden (munt, dille, kamille). Lichte turfrook ook, als extraatje. Stevig mondgevoel dat start op vijgen en een scheepslading sinaas. Daarna munt, gember en kaneel. Lichte eik. En ook hier een klein beetje turf. Middellange afdronk op kruiden en sinaas. Na het voorgaande toch een lichte tegenvaller. Maar dat is hier dus redelijk relatief. 91/100

 
 

De eerste flight werd afgesloten met de Tormore 16y 1966, 57%, Samaroli 1982, sherry wood. Tormore? Komaan! En dan nog amper zestien jaar oude Tormore. Op flessen getrokken door één of andere obscure Mediterraanse bottelaar!
Mmm… ik bedoel halleluja, dit is wel één van de beste sherryneuzen die ik ooit gehad heb! Djéé man, goddelijk gewoon. Vreselijk complex op de heerlijkste tonen van zoet en gekonfijt fruit, vijgen, noten, tamari, high-end balsamico, amandelen, honing, marsepein, nougat… Vooral veel puntjes. Op de smaak wordt dit alles aangevuld met pistache en een sublieme bittere toets. Sappige, belegen eik, noten en hars, maar nog altijd erg veel fruit, honing en die geweldige balsamico. Erg lange afdronk op de mooiste sherrytonen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er ooit betere Tormore gebotteld is. 96/100

 
 

Na een korte pauze werd de tweede flight ingeleid door de Cardhu 12y, 43%, OB for Wax & Vitale, Italy, early 1970’s, cork. Cardhu 12 dus… nu ja, ’t is crisis voor iedereen natuurlijk.
Mmm, voor twaalfjarige Cardhu is dit toch verdraaid lekker om ruiken. Vooreerst doet dit me aan de herfst denken. Mos, gevallen bladeren en takken. Maar dan zet er zich fruit door: kruisbessen, peer en zoete appels. Best wat was ook, en mineralen. Natte stenen en planten. Iets stoffigs, maar dan erg aangenaam stoffigs. Oude boeken enzo. Marsepein. Best complex als je er wat tijd voor neemt. Zachte, romige, fruitige en florale smaak met ook hier de bijenwas en de mineralen die opvallen. Ontbijtgranen doemen op. Licht, speels en complex. Jazzy whisky. Vrij korte, maar erg aangename, waxy afdronk. 89/100

 
 

Na deze standaardbotteling schonk Luc ons een Macallan in, meer bepaald de Macallan ‘Special Reserve’, 43%, OB, 75cl, wat trouwens krak dezelfde whisky is als de Macallan 1948-1961/1981 ‘Royal Marriage’, 43%, OB, 75cl. Macallan uit de geboortejaren van Charles en Diana dus. Tja, Macallan, het is toch vooral een snob whisky.
Mmm, ik ben een snob! Waxy sherry, I like that! A lot. Boenwas, schoensmeer, honing, hooi, veel kruiden (peper, zoethout, eucalyptus en gember) en dan het fruit. Peren, sinaas en bananen. Mooi, mooi. Romig mondgevoel. De smaak begint zoet en fruitig. Harde fruitsnoepjes. Maar ook vers en sappig fruit zoals abrikozen, meloenen en ananas. Pas daarna zetten de kruiden zich door. Peper, nootmuskaat en zoethout. Kamillethee met honing. Middellange afdronk, bitterzoet. Ik had deze een puntje hoger op de tasting, in de geur houdt ie voor mij de 93 aan, de smaak – die erg lekker is, mind you – doet er punt af. 92/100

 
 

We gingen verder met de Laphroaig 30y 1966/1996, 48.9%, Signatory, cask 561, 142 bottles. Laphroaig 1966. Was het niet vooral 1967 dat een goed jaar was voor Laphroaig? 1966, een beetje een zwaktebod lijkt me dan.
Mmm, lang leve 1966! Man, wat een geweldige geur! Een antiekshop met z’n oude boeken en geboende antieke meubelen, gedroogde bloemen, rijpe bananen, succulente honing, mineralen (natte steen), oesters, tabak en natuurlijk de heerlijkste zachte zoete turf. Lichte tonen van een koeienstal. Genieten in overdrive. Het goede nieuws is dat de smaak niet erg veel moet onderdoen voor de neus. Delicaat, subtiel en complex. Romige turf ingekapseld in honing, marsepein, bijenwas en veel fruit. Banaan, sinaas en sappige peer. Maar daar stopt het niet bij, ik denk ook aan gekonfijte gember, zoete drop en een hammetje aan het spit. Lange afdronk waar het fruit en de bijenwas langzaamaan uitdoven, maar waar de zoete turf daarna nog eventjes blijft doorgaan. Fantastische whisky. 95/100

 
 

We naderden stilaan het einde van deze twee flight, als voorlaatste in de line-up had Luc de Springbank 31y 1963/1994, 52.3%, Cadenhead’s Authentic Collection gezet. Oude Springbank… ja, dat kan goed zijn. Maar dat kan ook tegenvallen natuurlijk. Altijd een risico.
Mmm, mmm, mmm, mmm… euh sorry, ik was me volledig aan het verliezen in de neus van deze whisky. Ik vrees dat ik in herhaling ga vallen, maar fuck man, wat een neus! Opnieuw een sherryneus die dicht bij de perfectie aanleunt. Die perfectie zit ‘m ook in de balans tussen bitter en zoet, bittere en zoete tonen zoals daar zijn: eik, noten, kaneel, munt, donkere chocolade, perensiroop en balasamico. Maar op de smaak is die balans er wat mij betreft niet meer. Hier is hij me wat te droog, de zoete toetsen komen echt wel in de verdrukking door het hout en de noten. Zelfs wat propolisdruppels. Het dient gezegd dat water wel wat helpt, maar de balans die de neus wel vertoonde, blijft buiten bereik. De indrukwekkende neus is echter 95, 96 waard. 92/100

 
 

Eindigen deden we met de Ardbeg 13y 1975/1988, 54.2%, Gordon & MacPhail for Intertrade, sherry wood, 543 bottles. Allez, dertien jaar oude whisky, dat staat dan op het einde…
Mmm, voor dertien jaar oude whisky is dit toch wel bangelijk goed. Erg frisse en levendige geur die me meteen naar de zee brengt. Zilt, jodium, oesters, zeewier en een overvolle plat de fruits de mer. Mineralen laten zich gelden (de geur na een zomers regenbui), maar natuurlijk ook de verwachte turf, gevolgd door allerlei sherrytonen: braambessen, zwarte bessen, chocolade, tabak, koffie en zoethout. Ronde smaak, elegant en toch scherp in zekere zin. De start is zoet op appelsiroop, kandij en balsamico. Daarna gaat ie over op turf en teer, gevolgd door de sherry, die opnieuw veel donker fruit (bramen) meebrengt. Zwarte woudham. Maar het wordt nooit droog, het blijft vooral zoet. O ja, dit is goed, ik vind ‘m op de smaak zelfs nog iets beter dan op de neus. Lange afdronk, met turf en sherry in perfecte harmonie. Djee, dit is toch weer wreed lekkere whisky. Stel je voor dat je dat nog voor een redelijke prijs op de kop kan tikken. 94/100

 
 

Mmm, als ik de scores zo bekijk, zat er blijkbaar toch spul tussen dat best drinkbaar is. Zou het dan toch aan het niveau van de whisky kunnen liggen dat we ieder jaar opnieuw die moeite doen?

 

In ieder geval, ik wens julie bij deze alvast een prettig eindejaar en een gelukkig en vooral geestrijk 2012.

 

Glenfarclas 1968, sherry cask #697 by Luc Timmermans

Luc Timmermans kan het niet laten, zo af en toe selecteert hij een Glenfarclas uit z’n geboortejaar. En wat hij selecteert is meestal… euh, niet slecht. Z’n recentste 1968’er is een whisky gerijpt op Pedro Domecq Manzanilla sherryvat. Dit is een Fino sherry gemaakt van de Palominodruif, welke geteeld wordt nabij de Spaanse kust. Het is een droge en delicate sherry met een licht zilte toets. De naam Manzanilla verwijst naar het Spaans voor kamille, een smaak die in deze sherry terug te vinden zou zijn.

 

Glenfarclas 43y 1968/2011, 47.5%, Family Cask Special Release, selected by Luc Timmermans, Manzanilla sherry cask #697, 133 bts.
Ja, bingo! M’n neus een fractie van een seconde het glas in en meteen een smile op m’n gezicht. Alles wat je kan verwachten van perfect gerijpte whisky op sherryvat, maar met een stevige nadruk op fruit. En dat fruit laat zich niet vangen in één of twee associaties, o nee. Ik verwachtte vooral gedroogd fruit, wat er zeker in zit (denk vijg en abrikoos), maar dat is maar een fractie, ik heb ook druivensap (blauwe druiven), bitterzoete appelsien, meloen (cavaillon), rijpe ananas, papaya. Behoorlijk tropisch inderdaad. En dan, wat buiten dit fruit? Wel, allereerst gebak (tarte tatin en abrikozentaart), vervolgens antiekwinkel-toestanden à la oud leder, antiekwas, oude boeken, tabak, sigarendoos. Een heerlijke lichte rokerigheid. Een kampvuur waar je dennennaalden en denappels op gooit. Zoethout en zoute drop. Complex, elegant en stijlvol. En dan hebben we nog niet geproefd. Het mondgevoel is zacht en romig, en toch stevig. Meer zilt dan op de neus, en ook meer kruiden, maar het fruit blijft prominent aanwezig. Sinaas, braambessenconfituur en een licht tropische toets. Qua kruiden denk ik aan kruidnagel, peper, wat eucalyptus en gember. Ginger Ale in de verte. Koffie en kandijsuiker. Onderliggende eik en geroosterde noten geven het geheel een aangename bitterheid. De lichte ziltigheid blijft een tijdje hangen. Lange, elegante en gebalanceerde afdronk. Een whisky met klasse. Grote klasse. 93/100

Port Ellen 1982, Thosop

Vandaag een whisky die me meer dan een jaar terug in de tijd doet belanden. Meer bepaald naar mijn eerste stappen op Islay, vergezeld van enkele andere whiskyfreaks, een frisse zeebries, kippenvel en Port Ellen 1982. En niet de eerste de beste Port Ellen 1982. Toen scoorde ik ‘m 100, vandaag een iet of wat objectievere herneming.

 

Port Ellen 1982/2010, 56%, Thosop, handwritten Label, 150 bottles
Een zalige Port Ellen is dit toch wel hoor! Hij heeft niet dat scherpe, rubberige dat sommige Port Ellens kunnen hebben. Neen, deze is erg elegant en complex. Op de neus geeft dat fruit (ik denk aan peer en rabarber), zilt, rook, vanille, vers gemaaid gras, mineralen (natte stenen – flinty!) en eucalytus. Top! Op de smaak is het qua fruit eerder citrus, aangevuld met turf, zilt en kruiden (peper en zout). Gestoofd fruit na enige tijd… ja, een geweldige zoetigheid. Perfect drinkbaar op 56%. Lange, erg lange finish op de turf en het zilt. Puur genieten! Ook nu. 92/100

Bowmore 21y 1989 for QV.ID & Whiskysite.nl

Met een Bowmore 1989 brengt QV.ID, de speciaalzaak uit het Vlaams-Brabantse Huldenberg, een derde botteling onder eigen label uit. De eerste was een geweldig lekkere Caol Ila, de tweede een nu al legendarische Port Ellen. Net als bij de Port Ellen is ook dit trouwens een split cask met Whiskysite.nl.

 


Bowmore 21y 1989/2011, 51.2%, selected by Luc Timmermans and The Whiskyman for QV.ID/Whiskysite.nl, Bourbon Hogshead, 233 bts.
Erg cleane, mineralige (natte stenen) en grassige (versgemaaid gras) neus met de typische ‘eiland’ associaties zoals zilt, zeewier, oesters (besprenkeld met citroen), jodium enzomeer. Daarnaast ook de geur van boter (melkerijboter), net zoals deze van vanille en hazelnoten. Zachte turf. Na enige tijd zet er zich fruit door. Vooral veel kruisbessen. Mooie en complexe neus. Op de tong is de turf(rook) prominenter, vergezeld van citroen, hetzelfde grassige karakter van de neus, zilt en butterscotch. Clean, droog en scherp. Dat laatste in de positieve betekenis van het woord, ‘gefocust’ zou je ook kunnen zeggen. Minder complex dan de neus evenwel. Middellange afdronk op rook, zilt, peper en citrus, een klassieke Islay-combinatie. Dit is een erg lekkere whisky die in niets meer doet denken aan die typische jaren-tachtig Bowmore. Ook de derde in de rij is dus een zeer geslaagde botteling. En voor 95 euro is hij de jouwe. 89/100

Tomintoul 1967, Thosop

Niet zo lang geleden proefde ik de Tomintoul 1967 van A.D. Rattray. Dat was een whisky die moest groeien, hij startte heel gedempt, zowel op de neus als op de smaak, maar met wat moeite doen en vooral tijd geven, bloeide hij open tot een wondermooie whisky. Vandaag proef ik de 1967 van Thosop, en aangezien ik nog wat over had van de Rattray heb ik meteen een mooie sparring partner.

 

Tomintoul 43y 1967/2010, 49.3%, Thosop, handwritten label, bourbon cask #5426, 112 bottles
Deze Thosop is in tegenstelling tot de Dewar Rattray meteen erg aromatisch, hier moet je niet zo veel moeite voor doen. Ook een bourbon cask maar het hout was hier actiever, zonder dat het z’n stempel op de whisky drukt. Veel fruit: ananas, rijpe sinaas, appels. Veel groene thee ook. Dan geroosterde noten. Karamel? Ja, een beetje. Butterscotch. Nootmuskaat, en dus de mooie, zachte eik. De smaak is zeker steviger dan die van de Rattray (logisch, 9% meer), met de eik die zich heel mooi vermengd met tonen van gebakken banaan, pompelmoes, karamel en kruiden. Hier echt veel nootmuskaat. Daarna ook wat peer. De eik zorgt voor een mooie bitterheid. Eerder lange, verwarmende en drogende afdronk op kruiden en sinaas. Erg lekkere whisky. Het is moeilijk kiezen tussen beide, het zijn twee verschillende profielen, je moet ze ook anders benaderen… maar beide zijn toppers, laat dat duidelijk zijn. 90/100

Port Ellen 1982, Luc Timmermans for QV.ID

Luc Timmermans – je weet wel, ex-Malts of Scotland, ex-Handwritten Label, maar alles behalve ex-whiskyliefhebber, laat dat duidelijk zijn – had nog een vatje Port Ellen 1982 liggen, eentje dat hij voor z’n zoon wou bewaren (het hangt er toch maar van af waar je geboren wordt verdorie – mijn vader deed in Artispunten). Maar aangezien de whisky nu toch wel top was, en Koen Philips van QV.ID ofte Cuvee Idee het wel zag zitten een deel van dit vat onder zijn label te laten bottelen – hij zou zot zijn het niet te doen, staat hier nu voor mij een glas gevuld met deze whisky. De rest van het vat (100 flessen) werd gebotteld voor Whiskysite.nl. De flessen zelf zijn vanaf heden en exclusief te krijgen bij QV.ID.
Als sparring partner zet ik er de schitterende Port Ellen 24y 1982/2007, Dewar Rattray for The Nectar, cask 2464 naast, ondertussen al vaak gedronken, resulterend in een soliede 92/100. Kwestie van de lat meteen hoog genoeg te leggen, ik had deze QV.ID enkele weken geleden immers al eens kunnen proeven en wist dus in welke klasse hij speelt.

 

Port Ellen 28y 1982/2010, 57.5%, selected by Luc Timmermans, exclusively distributed by QV.ID, sherry puncheon
Heerlijke neus die enerzijds typisch voor Port Ellen 1982 is: veel zee-elementen zoals zilt, zeewier en jodium, zachte turf en fruit. Limoen, de schil van groene appels… maar hij gaat verder en dieper. Hij voegt nog een heerlijke kruidigheid toe (nootmuskaat, kaneel) en zachte karamel. Het geheel is vol, dik en romig. Ja, die neus is zalig. De smaak is beter. Echt waar. Vaak is het omgekeerd, maar hier doet de smaak er nog schepje bovenop. Het zilt en de kruiden dienen zich eerst aan, daarna zet het citrusfruit zich door en pas daarna komt de turf erbij, turf die heel lang blijft hangen, samen met het zilt. Een lichte medicinale toets. Hazelnoten en beukennoten. Prachtige evolutie en wat een balans! Niks, maar dan ook niks scherps, niks dat de balans op welk moment dan ook verstoort. Lange, erg lange afdronk op zilt, citrusfruit en romige turf. De beste jaren tachtig Port Ellen die ik al dronk. En ik heb nog een volle fles staan. Lucky me. 93/100
 
De score laat zich dus extra verantwoorden door de Port Ellen voor The Nectar. Een dijk van een whisky, maar de QV.ID wint toch het pleit door z’n extra dimensie, hij is nog wat complexer. Ronder ook.

Malts of Scotland & Handwritten label Redux

Wereldschokkend is het niet, in de vaart der volkeren is het het vermelden niet waard, maar in het Belgische whiskywereldje zullen toch wel enkele wenkbrauwen worden gefronst. Luc Timmermans heeft immers besloten te stoppen met het importeren van Malts of Scotland én met zijn handwritten label. Dit label heeft op korte tijd een stevige reputatie opgebouwd, een reputatie op basis van stuk voor stuk schitterende bottelingen.
Maar wat nu? Geen Malts of Scotland meer te krijgen in ons land? R.I.P. Handwritten Label? Geef toe, het zou even slikken zijn. Nee hoor, het goede nieuws is dat beide activiteiten vanaf volgende maand in andere en misschien wel even goede handen terecht komen, nl. in deze van Dominiek Bouckaert. Dominiek neemt deeltijds loopbaanonderbreking en maakt van z’n hobby (passie is een beter woord) deels z’n beroep. Ik geeft toe dat de “misschien wel even goede handen” de lat meteen erg hoog legt, maar laat me zeggen dat ik daar het volste vertrouwen in heb.
Dominiek, van harte veel succes met je nieuwe geestrijke activiteiten! En luc, de volgende uitdaging lonkt ongetwijfeld al om de hoek.

De Hoogmis

Zoals geweten heeft de mens nood aan rituelen, zonder rituelen voelt z’n bestaan leeg aan, voelt hij zich niet vol-waardig mens. Rond deze tijd van het jaar zijn er mensen die aan deze nood beantwoorden door met Kerst de nachtmis bij te wonen, door een Kerstboom op te trekken en te versieren, door een opgevulde kalkoen in de oven te schuiven, door elkaar met kadootjes te overladen… Bij een handvol Belgische whisky freaks, zeg maar geeks, uit deze behoefte zich helemaal anders. In de week voor Kerst neemt een soort heilig vuur bezit van ons, een vuur dat ons vol hoop en verlangen leidt naar de stal… euh kelder van Luc Timmermans in Beth… nee Mortsel. Er komt geen wierook bij kijken, noch mirre, maar wel goud. Vloeibaar goud, fonkelend, parelend, ons alle vervullend van diepe vreugde, volmaakte innerlijke vrede en hemels geluk.

Schoorvoetend betreden we het Heiligdom, aanschouwen het altaar met de offergaven, wenden de blik af omdat de ontroering ons teveel wordt. We vermannen ons en zetten ons met een eerbied die haast sacraal aandoet aan de tafel, beseffende dat zalig zijn zij die genodigd zijn aan de tafel van de gastheer. Opperpriester Luc gaat de Hoogmis voor met een bezieling alsof hij tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt werd door de Heilige Geest, ook gekend als Holy Spirit. Z’n volgelingen prevelen halleluja’s bij het consacreren en tot zich nemen van de zegeningen, danken God voor deze weldaden en worden allen broeder.

De blijde boodschap zij met u allen, heden daarom deze lezing uit het Heilig Evangelie van het Levenswater volgens Luc(as), het – laat dat duidelijk zijn – onvoltooide hoofdstuk:

 

De vorige mis was indrukwekkend, deze beloofde legendarisch te worden. Luc koos dit keer voor twee line-ups van vijf whisky’s. Oorspronkelijk zou het tweemaal zeven zijn, wat achteraf bekeken zware overkill zou geweest zijn. Tien whisky’s op dit niveau, meer kan een mens niet aan. Tien whisky’s waarvan we mogen aannemen dat we deze niet gemakkelijk nog eens gaan kunnen drinken. Alhoewel hoop nog steeds doet leven.

 

Aperitiefje voor de eerste line-up was de Pride of Strathspey 1938, 40%, James Gordon & Co, Da Litri 3/4, 75cl, kwestie van meteen de toon te zetten. Deze toon kan men omschrijven als… ja, als iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Dat typisch oud, vooroorlogs profiel dat je in recentere distillaten, of het nu jaren vijftig, zestig, zeventig of recenter is, niet terugvindt. De geur van de herfst geeft misschien een hint. Een boswandeling door de vallende bladeren en het mos. Maar natuurlijk heel wat meer dan dat. Honing, heide, gemberkoekjes, gestoofd fruit, antiekshop… lovely! Zeer delicaat in de mond, en toch krachtig. Zoetzuur. Oude high-end balsamico. Wat belegen hout, honing, confituur. En o zo drinkbaar. Voor je het weet heb je enkele honderden euro’s binnengekapt. Uniek! Nee Serge, hier zit je mis. De fles vermeldt niet hoe oud de whisky is, je kan enkel uit de ‘Da Litri’ afleiden dat deze gebotteld is voor 1975. 92/100

 

Dan kregen we een officiële Ardbeg 10y op 46% ingeschonken. Ah, zoiets wat je tegenwoordig overal vindt aan minder dan 50 euro hoor ik jullie denken… Niet echt, de Ardbeg 10y, 80 proof, OB early 1970’s, white label, 26 2/3 Fl. Oz. kan je in weinig vergelijken met het recente spul. Dit is Ardbeg van begin jaren zestig, Ardbeg waarbij de turf niet op de voorgrond treedt, maar bescheiden op de achtergrond blijft. Deze whisky is vooral heel mineralig. Natte stenen en zo. De neus biedt daarnaast veel fruit, zeelucht, kruiden en een klein beetje petrolium (niet storend, integendeel). De smaak heeft meer turf, zoete turf, maar is verder even fris en mineralig als de neus. Zilt en kruiden noteerde ik nog, net als wat zoet, misschien geconfijt fruit. Meer heb ik niet genoteerd (blame me), maar wees gerust, hij is erg complex, en heeft alle sensaties perfect gebalanceerd. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak, ook hier veel zoete turf. Zalige oude Ardbeg. 92/100

 

Vervolgens kwam de Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl aan bod. Samen met de officiële 21y 1959 dumpy en de 1968/1998 van Samaroli is dit ongetwijfeld de beste Highland Park die ik al dronk. Geen idee wanneer hij gebotteld werd en ook Google maakt me niet veel wijzer. De neus geeft eerst honing en allerlei waxy toestanden: boenwas, antiekwas, oude boeken, oud leder, pollen… wat hars. Daarna fruit. Maar niet zomaar wat fruit, neen, het is hier de succulent tropische soort. Ik heb de variaties niet opgeschreven, you get the picture nietwaar. Lichte turf ook. Die neus is echt fantastisch! Maar ook op de smaak is dit absolute top. Krachtig en boordevol aroma’s (véél fruit, honing, heide, kruiden, zachte turf enzovoort enzoverder), complex en perfect in balans. Lange, honingzachte en honingzoete afdronk. Puur genieten! 94/100

 

Maar na dat puur genieten, ging het genieten in overdrive met de Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, sherry cask, Warehouse #10, cask 2391, 497 bottles. Wat een whisky! De eerste Ardbeg die we proefden omschreef ik als zalige oude Ardbeg, voor deze volstaat dat ‘zalig’ niet, hiervoor moet ik een ander vocabularium aanspreken. Orgastisch, out-of-this-world… Ja, dat is het, dit is buitenaards lekkere whisky. Sublieme fruitige sherry vermengd met even fantastische zachte, zoete turf. Daardoorheen verweven krijg je nog schitterende coastal elementen als bonus (denk aan de beste oesters die je ooit at). Gerookt vlees schreef ik nog op. Zwarte Woudham, I love it. Op de smaak komt daar nog een geroosterde toets bij. Stunning as they say. Geweldige (dat adjectief hebben we nog niet gehad zeker?) afdronk. Sensuele, grootse whisky. 96/100

 

De eerste ronde werd afgesloten met de Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition. Ook geen slechte whisky. In vergelijking met de Ardbeg Manager’s Choice tref je hier heel wat minder turf aan, maar de sherry is des te prominenter. Tropical sherry zou ik zeggen. Heel veel, puur tropisch fruit, het handelsmerk van Bowmore uit deze periode, vermengd met de kruidige sherry en (geboend) oud leder. De neus is absolute top, op de smaak wordt hij me een ietsje te droog. Oké, ik ben aan het mierenziften (of was het muggenneuken?). Het tropisch fruit is immers nog voldoende aanwezig ter compensatie. Ik heb lang de laatste drie tegen elkaar afgewogen en voor mij was de Highland Park net wat beter dan deze Black Bowmore, maar toornde de Ardbeg toch nog boven beide uit. Pas op, naar het schijnt zijn de eerste en de tweede batchen van deze Bowmore beter. Nóg beter dus. In de eindstand eindigde de Black Bowmore voor mij op de derde laatste plaats. Ha! 93/100

 
Geef toe, dit was een leuk vluchtje. Maar dan heb je de tweede flight nog niet bekeken…
 
 

De tweede line-up werd ingeleid met de droge mededeling “even terug met de voetjes op de grond”. De whisky die daarvoor moest dienen, slaagde evenwel niet in dat opzet, Luc had dit toch lichtjes verkeerd ingeschat (foutje). We bleven immers zweven, hoe langer hoe hoger zelfs, stilaan tot hemelse hoogtes. De whisky die niet voldeed aan het opzet was de Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4. Een legendarische (ik gebruik dit woord echt niet lichtzinnig) botteling en uiterst zeldzaam. De Bonfanti Import, die met z’n botteling ergens midden jaren zeventig iets recenter is, had ik al eens geproefd en ik was daar serieus van onder de indruk. Deze is beter. Zo complex, zo subtiel, zo zijdezacht, zo zo heerlijk. Op de neus verschillende soorten fruit, honing, kruiden en nog zoveel meer. Dat alles op een bedje van de heerlijkste turf. Smaak: say no more. Afdronk: sprakeloos. 96/100

 

Wat zet je in hemelsnaam na zo’n toppunt van complexiteit? Voor Luc is dat een koud kunstje, wat gedacht van nog een Bowmore 1964? De Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, sherry hogshead #1546, 240 bottles is een legendarische (euh ja, echt wel) Bowmore uit de al even legandarische eerste ‘Birds’ reeks van Moon. In deze reeks zit onder andere ook nog Ardbeg 1966 en Springbank 1965, die naar het schijnt ook redelijk drinkbaar zijn. De toon bij deze Bowmore is zoetzuur. Zoet en zuur fruit, kruiden, lichte turf en een geweldige farmy touch (opnieuw dat smeuïge zoetzure). Balsamico, inderdaad. Op de smaak gaat de triomftocht verder. Ook hier veel fruit, dat zich hier – meer dan op de neus – duidelijk als tropisch laat kennen. Meloen, passievrucht, you name it. Dik, romig, bijna stroperig. Man man, dit is lékker. Smullen in opperste extase. 95/100

 

En dan… dan was er Brora 1957. Oké oké, de geschiedenis van Brora start pas in 1969, maar de Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rotation 1969 is whisky van midden jaren 1950 (indien effectief twaalf jaar oud, van 1957 dus), geproduceerd in de distilleerderij die later omgedoopt werd tot Brora (eerst ook gekend als ‘Clynelish II’, Clynelish I was de naam van de nieuwe distilleerderij die tot op vandaag de Clynelish whisky produceert). Soit, genoeg duiding me dunkt. De whisky. Sorry, dat moet De Whisky zijn. Hoe begin ik hier in godsnaam aan? Wat heb ik genoteerd? Waxy, mineralig, farmy, zoet (banaan, honing, melkchocolade), zeelucht,… Ja, vooral veel puntjes. Qua smaak zoet, fruitig, farmy, waxy,… Ja, vooral veel puntjes. A ja, ook nog ‘hemels’. Misschien is enkel dat laatste relevant. Een triomf voor de zintuigen! 96/100

 

De whisky die de eer had de apotheose in te luiden was de Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’. En hij deed dat met verve. Ruiken: pfff… ik zit door mijn voorraad malt-o-porn heen, I rest my case. Is hij goed? O ja, hij is goed. Heel goed, ongelooflijk goed, bangelijk goed. Voor sherryliefhebbers. En voor niet-sherryliefhebbers die dan meteen sherryliefhebber worden. Wat een fenomenale neus! Heel intense, extreme sherry zonder ook maar even te droog te worden. Vol van geuren, waar ik absoluut geen zin meer had om naar te zoeken. Enorm fruitig, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar natuurlijk zoveel meer. Proeven: my God! Afdronk: juist ja. Toch nog één associatie: een kersje in chocolade tussen de borsten van Marie Vinck. Dominiek was duidelijk het delirium nabij. 95/100

 

Voor het absolute, orgastische orgelpunt zorgde de Bowmore Bouquet of voluit Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles. Vrede aan alle mensen van goede wil en aan Luc in het bijzonder. Het wonderlijke is dat deze nog vlot over de rest ging. Met vlag en wimpel. En scroll eens terug naar boven, dat was verdorie niet min wat we achter kiezen hadden. Ik scoorde de Bouquet twee jaar geleden 99/100, ik zie niet in waarom ik hem nu een andere score zou geven. Voor Luc en Dominiek is hij 100 punten waard “omdat er absoluut niets aan deze whisky is waarvoor je een puntje van de absolute perfectie zou aftrekken”. Misschien hebben ze wel gelijk. Ik ga hier niets aan toevoegen, woorden schieten soms schromelijk te kort en zijn volslagen nutteloos. 99/100

 

Luc Timmermans, hij zij geloofd. Hosanna in den hoge.

 

Tot zover deze lezing.

 

Malts of Scotland, Luc’s choice – part II

Na de plaspauze – veel te veel water gedronken om die dekselse chipssmaken te neutraliseren – gingen we verder met twee Malts of Scotland die ik hier al eens eerder zij aan zij besprak, whisky’s waarvan ik het absoluut niet erg vond ze nog eens te kunnen proeven. Daarna volgde een nieuwe botteling, een Caol Ila, en afsluiten deden we met Luc’s recentste Glenfarclas.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
Zie hiervoor mijn notes in bovenstaand link. De score blijft dezelfde, in dit rijtje scoort enkel de Glenfarclas heel nipt meer. Ik heb er lang over gedaan om uit te maken welke van deze twee ik de beste vond, twee compleet verschillende profielen maar beide absolute top, eigenlijk zou ik ‘m 92,5 moeten geven, het verschil is misschien geen heel punt. Prachtig oud Campbeltownprofiel. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
Ook van deze was ik volledig weg, hij moest indertijd maar nipt voor de Glen Scotia onderdoen. Ook nu, hij nestelt zich mooi tussen de Glen Scotia en de Bunnahabhain in. Frisser (fruitig, floraal) en makkelijker dan z’n voorganger, minder complex, meer ‘direct’, maar o zo heerlijk direct. 91/100
 
Caol Ila 29y 1981/2010, 59.8%, MoS, cask 4807, 216 bottles
Dit is één van de nieuwe bottelingen. Petrolium, rook, plastic, niet meteen de beste neus ever. Maar dat is dan zonder water. Water toevoegen doet wonderen, een heel pallet een geuren komt naar voor. Zoet fruit, oesters, zilt, winegums, vanille, zoethout… complex. Zoete turf ook, zowel op de neus als op de smaak. Ik noteerde qua smaken nog drop (zoute drop) en het zoete fruit van de neus. Lange, fruitige en kruidige finish. A perfect swimmer, gaat van gesloten en niet aangenaam zonder water naar open en heerlijk mét. 89/100
 
Glenfarclas 41y 1968/2010, 49.7%, OB for Thosop, casks 702 & 5240, 318 bts.
Eindigen deden we dus met deze Glenfarclas, een whisky die al behoorlijk wat airplay heeft gehad maar waarbij ik voor de volledigheid nog vermeld dat het een vatting is van twee vaten die elk op zich hun kwaliteiten hadden maar ook hun mindere kanten. Samengevoegd bleken ze echter elkaars mindere kanten op te heffen, resulterend is een perfect huwelijk. Vat 702 is een first fill oloroso, vat 5240 een first fill fino. De complexe neus geeft donkere chocolade (waarvoor dank oloroso, maar zonder echt bitter te zijn, waarvoor dank fino), noten, hout (niet te veel, niet te weinig), fruit (zowel gedroogd als geconfijt fruit), kruiden, leder, een lekkere waxyness en nog heel wat meer. Na enige tijd krijg ik ook wat vegetale tonen (denk aan peterselie, en zeker ook munt). Een neus om van te genieten. Op de tong toont hij zich stevig, mondvullend en licht drogend. Veel kruiden, bessen, hout, koffie, de donkere chocolade, enzovoort enzoverder. Lange, droge, kruidige finish met ook het fruit dat nog de kop opsteekt. Vooral de neus van deze whisky is geweldig. 93/100
 
Voila, ik vond dit een mooie line-up. Buiten onze opwarmer was de jongste whisky 29 jaar oud, en toch had ik nooit het gevoel op een stuk hout te sjieken, het zijn stuk voor stuk zeer mooi gerijpte whisky’s die alle hun smaken perfect geïntegreerd hebben. Mijn top-3 bleek dezelfde te zijn als deze van de groep (alhoewel ze voor mij alle drie erg dicht in elkaars buurt liggen), nl.:

  1. Glenfarclas 1968
  2. Glen Scotia 1972
  3. Glengoyne 1973

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980’s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Twee toppers op het Lindores Whisky Fest

Hieronder mijn impressies van de twee whisky’s die op mij het meeste indruk maakte tijdens het voorbije Lindores Whisky Fest in Oostende.

 
Scapa 37y 1965/2003, 45.6%, SMWS 17.24 ‘Cherry lips and stately homes’, 65 bottles – Orkney – 93/100
Als je Luc Timmermans naar iets echt lekkers vraagt, dan weet je dat je niet bedrogen wordt. Fruit en hout, in perfecte harmonie. De neus spreidt ook een zeer mooie waxyness ten toon, naast sinaas, rozijnen, gestoofde appels en nog heel wat meer waar ik op dat moment geen zin had om naar te zoeken. Ronduit fantastische neus. Maar de smaak doet niet onder, zalig fruitig en zoet. Rijp, sappig fruit (peer o.a.), honing, mooi verweven hout, top! Dit is een fantastisch lekkere Scapa, denk niet dat ik er ooit nog een betere zal proeven. Alhoewel, laat ons niet ophouden met dromen…
 
Ardbeg 19y 1974, 46%, First Cask 1993 for Direct Wines, cask 4380 – Islay – 94/100
Sublieme Ardbeg, geproefd aan de stand van Geert Bero. Zachte, fruitige turf vermengd met honing, bijenwas, zilt en de heerlijkste kruidenmix. Geen enkel scherp kantje, deze is zo zacht en romig… lovely! En alles danst in perfecte harmonie. Old school top-notch turf.

Deze Ardbeg is een nobele (zeer nobele) onbekende. First Cask is een reeks bottelingen van Direct Wines voor The Sunday Times Wine Club. Zij hebben er bij mijn weten een vijftiental op de markt gebracht, waaronder dus deze fantastische Ardbeg. Volgens Geert Bero komt hij serieus in de buurt van de Provenance for Asia. Ik geloof hem graag. Je vindt evenwel niks terug over deze whisky, hij staat niet vermeld in de Malt Maniacs Monitor, er is nergens een tasting note van te bespeuren. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik amper een week na het Whisky Fest een fles zag staan in de laatste Rare & Collectable Whisky Sale bij McTears. Plezant, zo’n live online bieding waarbij je de veilingmeester hoort afroepen. Nog plezanter was dat ik won, tegen een best redelijke ‘hammer price’. Nu m’n vrouw nog wijsmaken dat ‘redelijk’ eigenlijk ‘belachelijk’ was…

Glenfarclas 1968, Family Cask #699 (Luc Timmermans)

Glenfarclas vat nr. 699 is eigendom van Luc Timmermans, notoir Glenfarclasverzamelaar. Ter gelegenheid van het vijfjarige bestaan van de Lindores Society werden eerst 11 flessen van dit vat manueel gebotteld op 51.2% in de distilleerderij zelf. Daarna zijn nog eens 35 flessen gebotteld in de bottelaarij op 51.0%. Het meten van het alcoholpercentage gebeurde voor die eerste 11 flessen manueel, op de bottelaarij elektronisch, vandaar het miniem verschil. Maar wat ik me vooral afvraag, is waar de rest van het vat naartoe is. Laat ons er maar van uit gaan dat Luc er serieus plezier aan beleeft of beleefd heeft. A propos, vat 699 is een sherryvat – u raadde het al – waar finosherry van Gonzales Byass op heeft gerijpt. Let’s taste.

 
Glenfarclas 1968, 51%, OB 2009, Family Cask for Luc Timmermans, cask 699, Lindores 5th anniversary, 35 bottles – Speyside – 93/100
Whoehoehoe… wat een schitterende neus! Ik ben geen ‘sherry-head’, maar deze sherry is zó zacht, zó subtiel. Tabak (van de allerbeste kwaliteit, dat spreekt), honing, prachtig succulent fruit. Ik denk bij dit laatste aan een rijpe peer, verse zuurzoete Granny Smith schillen, abrikozen, maar dan gedroogde. Ja, nog meer gedroogd fruit na enige tijd. Vijgen, rozijnen. Kruiden, ook dat. Kruidnagel, peper. Antiekwas. Hout ook, en heel lichte rook. Het stopt maar niet. Ik wel, ik proef nu. En of dat ik proef… de whisky explodeert in de mond. Stevig, ruw en mondvullend, op kruiden (peper, zoethout), fruit (bittere citrus), noten, hout en ook hier honing. Het hout speelt langzaamaan wel wat op, maar het gaat er nooit over, de balans blijft behouden. Mooi, mooi, mooi. Lange afdronk, drogend en kruidig. Slotsom: de smaak is zalig, maar die neus, die grenst aan de perfectie. 93/100, en dat is dan nog omdat de smaak het niveau van de neus niet (helemaal) aanhoudt.