Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Lowlands’

Auchentoshan 32y 1979

Auchentoshan werd in 1940 gedeeltelijk verwoest door een Duits bombardement. De reden hiervoor is dat niet ver van de distilleerderij (in de buurt van Glasgow) de Britten oorlogsschepen lieten bouwden. Pas in 1948 werd de distilleerderij heropgebouwd.
Ik proef vandaag de 1979, gedistilleerd in oktober van dat jaar, en gebotteld na een dikke 32 jaar rijping op olorosovat

 

Auchentoshan 32y 1979/2012, 50,5%, OB 2012, first fill oloroso butts, 1000 bottles
Frisse, bijna sprankelende, fruitige neus. Het fruit van het vat, het fruit van de spirit, wat dan ook, fruitig is het wel. Veel citrus en een beetje tropisch fruit. Limoen, appelsien, papaja, meloen, ananas. Daarachter gaat honing schuil, boenwas, zoethout, anijs, pruimentaart, marsepein, cake… allemaal smeuïge en zoete associaties. Maar het is zo veel meer dan dat. De kruiden, leder en belegen eik zorgen voor diepgang en complexiteit. Ronduit machtige neus. De smaak is delicaat en rijk. De subtiele smaken komen en gaan, afwisselend is dat allerlei fruit (appelsienen, gele rozijnen, pruimen en rijpe kruisbessen – het tropische aspect is verdwenen), honing, zachte kandij en marsepein (en de bijhorende amandelen), kruiden (zoethout, peper, gember, kaneel) en onderliggende eik. Meer eik dan op de neus, zonder dat het echter drogend wordt. Lange, mooi licht drogende afdronk op eik, kruiden, leder en sinaas. Een whisky met klasse. En na de 1965 met stip mijn beste Auchentoshan.
Maar waarom moet dit 400 euro kosten? Waar is de tijd, en dat is dus helemaal nog niet zo lang geleden, dat de éne na de andere jaren-zeventiger op de markt kwam voor 130, 150 euro, in 2012 oplopend richting 170, 180 euro… Andere tijden, ik weet het wel. En het is natuurlijk een officiële botteling, dat scheelt ook weer wat. Maar los daarvan is dit fantastische whisky en in de huidige markomstandigheden is hij dat zelfs ook voor z’n prijs. 92/100

Advertenties

St. Magdelene 1970, Rare Malts

Naast de overbekende 1979 heeft Diageo indertijd een tweede St. Magdalene gebotteld als Rare Malt Selection, een 1970. Voor beide betaal je ongeveer 400 euro op veilingen. Mocht je dat bedrag te spenderen hebben, zou ik wel weten op welke m’n zinnen te zetten.

 

St. Magdalene 23y 1970/1994, 58.1%, Rare Malts
Rare Malts, dat wil zeggen dat ik de termen ‘stevig’, ‘clean’ en ‘scherp’ moet bovenhalen. Zo ook hier. De neus start alcoholisch, grassig en scherp, maar dat deemstert langzaamaan weg. Granen, hooi en rubber maken plaats voor fruit, turfrook en honing. Qua fruit moeten we het zoeken bij de familie van de citrusvruchten. Limoen, mandarijn en appelsien. Kruiden piepen ook om de hoek. Zoethout, nootmuskaat en gember. Vol en krachtig op de tong, grassig en fruitig. Maar ook hier heeft hij tijd nodig om open te komen, dat fruit is er niet onmiddellijk. Het fruit ligt in lijn met dat van op de geur en wordt vergezeld van noten, hooi, kruiden en eik. Naar het einde wordt het een beetje bitter en doemt opnieuw de turfrook op. Lange, droge afdronk op eik en kruiden. Net zoals de 1979 is ook de 1970 een whisky die veel tijd en geduld nodig heeft. Maar die dan al bij al toch heel wat minder te beiden heeft dan z’n legendarische broer. 86/100

Littlemill 23y 1990, The Whiskyman for LWF

De festivalbotteling van het voorbije Lindores Whiskyfest is een Littlemill 1990 van The Whiskyman, en was op minder dan een kwartier uitverkocht. Het is dan ook een botteling op amper 60 flessen, oftewel ‘a very very small cask’. Ik proef ‘m naast de 1990 voor Fulldram.

 

Littlemill 23y 1990/2013, 49.6%, The Whiskyman for Lindores Whiskyfest, ‘very very small refill sherry cask’, 60 bottles
O yes, dit is Littlemill van de betere soort. Schitterende neus op fruitige, zoete en grassige tonen. Ten eerst het fruit. Dat zijn appels, perziken, gele pruimen, abrikozen en ananas. Dan het zoete. Dat is onder andere vanille, honing en marsepein. Het grassige vertaalt zich in gedroogde bloemen, hooi en gedroogd gras. Het geheel wordt nog wat romiger door de geur van bijenwas en schoensmeer. Eik en zachte kruiden zoals kaneel, zoethout en gember vullen aan. Echt wel zalig om ruiken. Op de tong is hij romig en dik, startend op fruitige en zoete associaties zoals honing, vanille, mandarijn, perzik en pompelmoes. Daarna volgen enkele drogere zaken zoals hooi, eik, hars en kruiden (gember en kaneel vallen op). Lichte mineralen ook. Alles mooi verweven. De afdronk is lang, fruitig en licht kruidig, prachtig bitterzoet. Ronduit heerlijke whisky. Hij ligt erg in lijn met de botteling voor Fulldram. Deze laatste is misschien nog net iets complexer, maar veel scheelt het niet. 91/100

Littlemill 21y 1992, The Whiskyman

Nog ééntje uit het rijtje Age Matters van The Whiskyman is deze Littlemill 1992, de ’21’.

 

Littlemill 21y 1992/2013, 50.2%, The Whiskyman, Age matters
De geur is typisch Littlemill van deze periode. Expressief en fruitig dus. Ik ben meteen verkocht. Het fruit dat ik ruik is meloen, banaan, perzik, roze pompelmoes, appels en coeur de boeuf. Vanille maakt het zoet. Ook wat grassige tonen vallen te ontwaren. De vers gemaaide variant. Kaarsvet en geboend leder. Olie. Kruiden zoals kaneel en zoethout zorgen samen met lichte eik voor de nodige body. Op de smaak barst het fruit meteen los: perzik (en niet zo’n klein beetje) abrikoos, lychee, meloen, papaja, pompelmoes… op een achtergrond van gras, granen, kruiden (kaneel, nootmuskaat, gember en een beetje peper), vanille, bijenwas en eik. Stevigere eik dan op de neus. Zoet en fruitig met een mooi bitter kantje, aangedragen door de pompelmoes, de eik en hars. Behoorlijk lange, licht drogende afdronk op fruit, kandijsuiker en kruiden. Tja, Littlemill… slecht is dat niet hé. 89/100

St Magdalene 1966/1996, Connoisseurs Choice

Als je ooit de kans krijgt St Magdalene van midden jaren zestig te proeven… doen. Vooral Gordon & MacPhail heeft meerdere bottelingen onder z’n Connoisseurs Choice op de markt gebracht, maar ook Cadenhead had er een paar. En met midden jaren zestig heb ik het over 1963 (één bij G&M), 1964 en 1965 (bij beide bottelaars) en 1966 (enkel bij G&M). Als je een fles wil aanschaffen, let op het niveau van de whisky in de fles. Zeker bij de Connoisseurs Choices (die zijn op 40%) met een laag niveau kan de smaak wel eens flets worden. De neus heeft daar over het algemeen minder last van. Ik ben door de band genomen meer fan van 1966 en 1964 (op sherry) dan van 1965.

 

St Magdalene 1966/1996, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Schitterende, zachte, subtiele en complexe neus van ananas, perziken, abrikozen, mandarijn, meloen, lychee (wat een heerlijke fruitigheid), boenwas, lichte mineralen, honing, zoethout, kaneel, zachte eik… zelfs een heel klein beetje turfrook. Elegante, zachte smaak op vanille en honing, veel fruit opnieuw (meloen, ananas, perzik), lichte rook, bijenwas, oud leder, zachte kruiden (heeft iets oosters) en ronde eik. Het is allemaal erg licht, maar geef deze whisky wat tijd, je zal het je niet beklagen. Iets meer eik in de afdronk, wat ik zelfs geen minpuntje kan noemen, integendeel, het fruit en de smeuïge was worden er nog wat langer door gedragen. Complexe, gelaagde, elegante en perfect gebalanceerde whisky uit de oude doos. Simpelweg sbliem. 93/100

Littlemill 17y 1991, Gordon & MacPhail Reserve

Vorige Littlemill deed me verlangen naar een betere. En dan speel ik op veilig met Littlemill van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, altijd goed. Eéntje van Gordon & MacPhail, weliswaar ook al enkele jaren geleden gebotteld.

 

Littlemill 17 YO 1991/2008, 57.4%, Gordon & MacPhail Reserve, refill bourbon barrell #92Littlemill 17y 1991/2008, 57.4%, Gordon & MacPhail Reserve, refill bourbon barrel #92, 201 bottles
Herkenbaar Littlemill van deze periode, en daar kan ik alleen maar blij om zijn. Expressief fruitig. Sappige rode appels, meloen, ananas, lychee, rijpe kruisbessen, kiwi en limoen. Dus zowel citrus, wit en tropisch fruit. En al dat fruit wordt ondersteund door vanille en eik. En – nog iets waar ik blij om ben – door een stevige portie bijenwas. Oude, geboende meubels, oud leder. Super is dit. Ook wat kruiden steken de kop op: munt, eucalyptus, peterselie en dille, wat het nog wat frisser en aromatischer maakt. De smaak is even complex, maar minder rond, hij is hier een stuk prikkelender. Eik, kruiden (peper, nootmuskaat, zoethout), noten en hars verdringen een beetje het fruit en de vanille. En wat dat fruit betreft, heb ik vooral limoen en pompelmoes, wat bitter en beetje zuur. Niet slecht, verre van, maar het is nogal springerig allemaal, en een beetje scherp. Wasabi? Jawel… De neus verdient een score tegen de negentig, op de smaak gaan er toch een paar punten af. De afdronk is redelijk lang en droog op kruiden, citrusfruit en gedroogd gras. Complexe whisky die me op de smaak niet helemaal kan overtuigen. 86/100

Littlemill 12

Littlemill kennen we recent vooral van een heel bataljon onafhankelijke bottelingen, maar tot midden jaren 2000 hadden we ook officiële. En zeer recent kwam daar uit onverwachte hoek nog een 21-jarige bij (en een 22-jarige voor Taiwan). Ik proef de laatste batch van de 12.

 

Littlemill 12 YOLittlemill 12y, 40%, OB +/- 2007
Zoete, granige neus op tonen van vanille, frosties, havermout en bierbeslag. Gist. Een klein beetje fruit: gele appels en abrikozen. Ik vind dit niet beter dan een gemiddelde blend. Ook niet na hem even te laten ademen. Ik krijg er dan wel een klein beetje zilt bij en er doemt ook een grassige kant op. Hooi. Maar echt aangenaam is dit niet. De smaak houdt dit niveau spijtig genoeg aan. Het is droog en moet het hebben van granen, brood, hooi en suiker. In de verte misschien wat appelsap. Maar vooral de granen domineren. Het mondgevoel is dun en licht. De afdronk is amper waar te nemen. Een saaie, ééndimensionale whisky. Wat een tegenvaller. 66/100

Rosebank 21y 1991, Cadenhead

Rosebank werd gesloten in 1993 en figureert dus met recht en reden in de Closed Distilleries reeks van Cadenhead. Ook bedankt voor dit sampletje Kris!

 

Rosebank 21 YO 1991/2012, 52.1%, Cadenhead's Closed Distilleries, bourbon barrelRosebank 21y 1991/2012, 52.1%, Cadenhead’s ‘Closed Distilleries’, bourbon barrel, 186 bottles
Mm, rijke, volle en aromatische neus. Vol van fruit (appelsienen, banaan en een beetje citroen – minder dan verwacht van deze laatste), warme vanillepudding, romige melkerijboter, witte chocolade en amandelen. Best zoet, die amandelen brengen dus marsepein met zich mee. Frangipane. Niet veel kruiden, op wat munt, linde en zoethout na. Drop. Het geheel is erg expressief en zéér aangenaam om ruiken. De smaak doet het minstens zo goed. Pittig maar toch ook romig, wat olieachtig. Opnieuw veel fruit, weliswaar anders dan in de geur. Zwarte bessen, bosbessen, rode bessen. Beetje vreemd om dit in bourbon-gerijpte whisky aan te treffen, maar het is niet anders. Toch ook nog wat citroen, het is en blijft Rosebank natuurlijk. Gezoete citroen (soepjes). Witte pompelmoes ook wel. Kandijsuiker, en nog niet zo’n beetje. Zoethout, anijs, prikkelende gember. Eik, maar discreet. Lange, verwarmende afdronk. Zoet (kandijsiroop) en prikkelend (de kruiden, maar ook een lichte zure toets die ik niet onmiddellijk kan thuisbrengen). Eén van de beste Rosebanks die ik al kon proeven. 90/100

Rosebank 1990, Gordon & MacPhail Reserve

De geschiedenis van Rosebank gaat terug tot laat achtiende eeuw, t.t.z. in die tijd was er een illegale distilleerderij met die naam. In 1840 werden de huidige gebouwen opgericht door James Rankine.

 

Rosebank 1990/2004, 58.8%, Gordon & MacPhail Reserve, cask 494Rosebank 1990/2004, 58.8%, Gordon & MacPhail Reserve, cask 494, 301 bottles
Prikkelende neus, de alcohol laat zich gelden. Nochtans is water geen optie, de aroma’s zijn er zo ook wel, met water blijven enkel de granen en het zoets over. Granen heb ik dus zonder water ook, maar er is heel wat meer te ontdekken. Warme appeltaart met kaneel, vloeibare kandijsuiker, warme toast, harde citroensnoepjes, gemaaid gras en gekonfijte gember. En een licht medicinale toets. Not bad. Stevig op de tong, dat liet zich raden. Redelijk bitter. Kruiden en pompelmoes. Citroen natuurlijk ook, dit is immers Rosebank. Groene thee. Toch ook zoete elementen zoals vanille en suiker. Suikerspin. Water brengt ook op de smaak niet veel bij. Eerder korte, licht bittere afdronk. De neus is het beste stuk van deze whisky. 81/100

Auchentoshan 21y 1991, Malts of Scotland

Een andere recente Malts of Scotland is deze Auchentoshan 1991. Auchentoshan is zo’n distilleerderij die mij vaker niet dan wel kan bekoren. Alhoewel het niet de eerste keer zou zijn dat het mij verrast. Altijd leuk om bij zo’n wat moeilijker liggende distilleerderij op zoek te gaan naar dat soort aangename verrassingen. De éne doet dat al fanatieker dan de andere.

 

Auchentoshan 21 YO 1991/2013, 52.3%, Malts of Scotland, MoS13016,Auchentoshan 21y 1991/2013, 52.3%, Malts of Scotland, bourbon barrel #MoS13016, 165 bottles
Oké, dat begint hier alvast meer dan behoorlijk. Floraal en zoet. Heide, gedroogde bloemen, gemaaid gras… vermengd met honing en vanille. Warme croissants. Een fruitigheid die subtiel van start gaat maar na enige tijd meer op de voorgrond treedt. Vooral citrus. Mandarijn en limoen. Harde citroensnoepjes. Ook wat appels en meloen. Zoethout en peperkoek. Best wat eik ook, wat de neus diepte geeft zonder het uit te drogen. Op de smaak wordt dit patroon doorgetrokken. Florale elementen (die heide is echt groots), ondersteunende eik (en ook een beetje hars hier), honing, kruiden (gember, nootmuskaat en zoethout), en fruit. Het fruit is minder schuw dan op de neus en laat zich hier eerder als tropisch dan wel als citrus kennen. Meloen, ananas, lychee. Het mondgevoel is stevig, mondvullend en verwarmend. Geen al te lange afdronk, kruidig en licht drogend. De eik groeit. Ik sprak van af en toe een aangename verrassing. Wel, dit is er zo één. Meer dan aangenaam. Vooral op de smaak weet deze mij te verleiden. 87/100

Captain Beefheart & St. Magdalene

Captain BeefheartEen streepje muziek, dat is weer veel te lang geleden. En laat me weer wat van de platgetreden paden afwijken. Zo kom ik terecht bij Captain Beefheart, in het echte leven gekend als Don Van Vliet. Nu ja, leven, de man is sedert twee jaar niet meer onder de levenden, hij stierf op 17 december 2010 – een maand voor hij zeventig zou worden – aan de gevolgen van multiple-sclerose.
Captain Beefheart was zo’n beetje de soulmate van Frank Zappa. Ze groeiden als kind samen op in het Amerika van de jaren vijftig en zestig, bleven hun ganse leven vrienden en werkten ook muzikaal veel samen. De naam Captain Beefheart komt trouwens van een mislukt filmproject van Zappa, genaamd ‘Captain Beefheart vs. the Grunt People’. Van Vliet is vooral bekend als muzikant, maar was ook een niet-onverdienstelijk schilder en beeldhouwer.

In zijn carrière, die startte in 1964, maakte Beefheart twaalf studioplaten, waarvan de meeste samen met zijn Magic Band (waarin o.a. Ry Cooder z’n eerste muzikale stappen zette). Hun creatieve hoogtepunt was ongetwijfeld het experimentele en door Zappa geproducete Trout Mask Replica uit 1969, wat nog altijd wordt beschouwd als één van de hoogtepunten uit de geschiedenis van de rock. Hij componeerde alle muziek en speelde zelf ook saxofoon en mondharmonica. Z’n teksten kan je gerust bizar noemen, maar surrealistisch doet ‘m misschien meer aan. In 1982 stopte hij met muziekmaken en wijdde hij zich volledig aan het schilderen en in mindere mate aan het beeldhouwen.
Ice Cream for CrowDe muziekstijl laat zich moeilijk omschrijven. Het is rock, het is blues, maar het is vooral experimenteel en avant-gardistisch. Regelmatig ook met psychedelische invloeden. Misschien niet altijd even toegankelijk maar vaak geniaal. Niet altijd echter, zo staat de commerciële(re) periode van midden jaren zeventig onder de fans bekend als Captain Beefheart and his Tragic Band. Vooral de periode rond 1970 (met naast Trout Mask Replica o.a. ook het geweldige Lick my decals off, baby) en deze rond 1980 (met de meesterwerkjes Shiny Beast en Ice Cream for Crow) worden beschouwd als z’n hoogtepunten. Tijdens de eerste helft van de jaren zeventig werd z’n muziek uit noodzaak toegankelijker (het was gewoon tè modern voor die tijd), met de nadruk op blues en rock eerder dan op het exprerimentele.

Maar geweldig bekend is Captain Beefheart dus nooit geworden. En hetzelfde kan gezegd worden van het Whisky Tales label. Wie kent dat? Whisky Tales is een Duits initiatief, zij hebben tot op heden een vijftiental bottelingen op hun conto. Ik weet niet of deze St. Magdalene 1982 representatief is, dit is nog maar de eerste die ik proef. Maar ik hoop voor hen van wel. Wat een parel! Met Ice Cream for Crow op de achtergrond. Twee parels.

 

St. Magdalene 27 YO 1982/2009, 58.6%, Whisky Tales 'Poseidon'St. Magdalene 27y 1982/2009, 58.6%, Whisky Tales ‘Poseidon’, bourbon cask, 184 bottles, 500ml
Ronduit prachtige, cleane, complexe neus. Er zit een zoet kantje aan (honing, nougat), een vegetaal (gras, en groene en witte groenten – schorseneren, no kidding), een floraal (gedroogde bloemen), een fruitig (rijpe kruisbessen, banaan, ananas), een zilt en een mineralig (natte stenen, klei enzo). Natte wol. Lampolie. Ronde, sappige eik en lichte begeleidende rook op de achtergrond en in perfecte verhouding. Rond en romig op de tong. Intens en complex. Honing en vanille, peperkoek, zoete witte wijn (uit het topsegment welteverstaan), ronde eik, hoe langer hoe meer fruit ook. Perzik, abrikoos en de (rijpe) kruisbessen die ik ook op de neus had. En ook de zachte rokerigheid is opnieuw van de partij. En hetzelfde kan gezegd worden van het zilt. Lichte aarde tonen. Een beetje hars, noten (lichte en fantastische bitterheid) en leder. Complex, ik zei het al. Vrij lange en complexe afdronk. Zowat alle elementen van de smaak worden doorgetrokken. Elegante complexe klasse. Prachtige whisky. 92/100

Littlemill 20y 1992, Archives Anniversary release

Littlemill van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, er kunnen er niet genoeg gebotteld worden. Ook Whiskybase heeft er ééntje op de markt gebracht onder z’n Anniversary label, meer bepaald een 1992. Hij kost je 100 euro.

 

Littlemill 20 YO 1992/2012, 54.8%, Archives, Whiskybase, Anniversary release, bourbon hogshead #44Littlemill 20y 1992/2012, 54.8%, Archives, Whiskybase Anniversary release, bourbon hogshead #44, 339 bottles
De neus start minder expressief dan verwacht, maar als je ‘m tijd geeft, bloeit hij open tot een subtiele en complexe whisky. Lichte toetsen van tropisch fruit. Wit tropisch fruit zoals lychee, meloen en coeur de boeuf. Wat pompelmoes ook wel, net als rijpe kruisbessen. Ook lichte weidetoetsen (gras, weidebloemen). Vanille. Onderliggend is er behoorlijk wat kaarsvet, en ook wat amandelspijs. Ik hou erg van dit profiel, maar op de geur heeft hij tijd nodig. Op de smaak veel minder, hij is hier een stuk minder schuw. Meteen veel fruit: pompelmoes (big time), appels, meloenen (Galia) en passievrucht. Naast dit fruit vanille, veel kruiden (peper, gember, kaneel) en een grassige toets. Gedroogd gras, hooi. Gesuikerde lindethee. Lichte eik en wat hars. Stevig en olieachtig mondgevoel. Water toevoegen brengt de vanille en de bijenwas nog meer naar voor. Lange, licht drogende afdronk op kandij en citrus. Een whisky die het haalt op de smaak, daar is hij textbook Littlemill. En je weet hoe graag ik dat heb. 90/100

Linlithgow 30y 1973

Linlithgow, dat is dus St. Magdalene. Beide namen werden door elkaar gebruikt, zonder een echte logica. Het gaat dus niet om twee verschillende whisky’s van dezelfde distilleerderij (zoals bv. Springbank, Longrow en Hazelburn) maar gewoon twee namen voor hetzelfde product. Deze officiële 30y rijpte op Amerikaanse eik.

 

Linlithgow 30y 1973, 59.6%, OB 2004, 1500 bottles
Wat een zalige neus! Smeuïg zoet op cake, zoete drop, rozijnen (sultanas eigenlijk), gedroogde vijgen, abrikozenconfituur, geflambeerde banaan en gekonfijte gember, wat het licht prikkelend maakt. Ook citrus zorgt voor de lichte prikkeling. Naast dit alles vallen er ook lichte rook en oud leder te noteren, net als wat olijfolie. In de mond is dit niet meer en niet minder dan een smaakbom. Veel fruit (citroen, mandarijn, de schil van appelsienen), rozijnen, zachte karamel, praliné, bijenwas, cake, gember, peper, nootmuskaat, enzoverder. De kruiden groeien, op een fantastische manier. Ze gaan het geheel nooit uitdrogen, ze prikkelen en accentueren de complexiteit. Alles expressief en rond. En de perfecte hoeveelheid eik. De balans is gewoon perfect. Erg lange afdronk, kruidig en zoet. Ronduit prachtige whisky. 93/100

Littlemill 24y 1988, Malts of Scotland

Wist je dat er geturfde Littlemill bestaat? Dominiek Bouckaert beweert dat al langer, maar Loch Lomond Distillers, de toenmalige eigenaar van Littlemill, heeft na wat geëxperimenteer geturfde Littlemill gebotteld onder het Dumbuck label. Dunglass was dan weer een ander label, dat niet-geturfde Littlemill bevatte. Beide whisky’s zijn echter zeer zeldzaam. Vandaag een Littlemill pur sang.

 

Littlemill 24y 1988/2012, 52.1%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #MoS12028, 125 bts.
Stevige sherry, perfect in balans met een even stevige fruitigheid, zowel op neus als op smaak. Ik zou er mij met voorgaande zin gemakkelijk van af kunnen maken, maar ik laat me niet kennen. Wat de sherryzijde betreft noteer ik op de neus kruiden zoals gember, kruidnagel en munt, rozijnen, tabak, koffie en best wat eik. Wat het fruit betreft sinaas, mandarijn en perzik. Oké oké, ik weet het, dat fruit komt voor een stuk van de sherry, maar ik bedoel dus eerder dat de drogere en zoete elementen van de sherry perfect in balans zijn, met elkaar en met het fruit. Het mondgevoel is groots. Stevige en mondvullende whisky. De eik, de kruiden (zie neus + peper), de noten, het maakt het pittig, het fruit (gedroogde en verse varianten) en de zoetere tonen zorgen voor het evenwicht. Het fruit krijgt een prachtig tropisch kantje. De eik is wat prominenter aanwezig dan in andere Littlemills uit deze periode, maar het is allemaal zoals vermeld mooi gebalanceerd. Lange afdronk in lijn met de rest, waarmee ik me er nu wel gemakkelijk van afmaak. Van hetzelfde hoge niveau als de 1989’ers van Thosop en Liquid Sun. 91/100

Bladnoch 21y 1991, Malts of Scotland

In de recentste batch Malts of Scotland zat ook nog een Bladnoch 1991.

 

Bladnoch 21y 1991/2012, 50.9%, Malts of Scotland, bourbon barrel MoS12026, 163 bottles
Opnieuw dat frisse, cleane profiel, gekenmerkt door florale en zoete aroma’s. Ik heb vanille, honing, rietsuiker, bloemen, vers gemaaid gras en weide. Daarachter zit ook geel fruit. Gele pruimen, gele appels, gezoete citroen. Boter. De smaak start vrij scherp en prikkelend, op witte pompelmoes, citroenschil, gras, peper, zoethout, gember… maar deze elementen worden snel vervoegd door zoetere, zoals vanille en opnieuw de rietsuiker. Meer en meer eik, maar de balans tussen dit alles en dan vooral het bittere en het zoete zit goed. De afdronk laat zich niet als kort noch als lang kennen, maar de balans slaat hier wel iets om naar het droge. Clean, puur, scherp, typische Bladnoch uit deze periode. Een profiel dat je moet liggen, maar ik ben fan. Ik proefde hem naast de 1991 The Whiskyman voor The Bonding Dram. Dat niveau haalt hij niet, maar zo heel veel scheelt het nu ook weer niet. 86/100

Bladnoch 21y 1991, The Whiskyman for The Bonding Dram

The Bonding Dram van Jeroen Moernaut brengt zo af en toe een eigen botteling voor z’n klanten op de markt. En de geschiedenis leert dat Jeroen z’n vaten wel weet te kiezen. Ik denk aan de erg lekkere Laphroaigh 1996 en de minstens even lekkere Macduff 2000. Ik kan alleen maar hopen dat de botteling van dit jaar – samen met The Whiskyman deze keer – een beetje in de buurt komt.

 

Bladnoch 21y 1991/2012, 52.9%, The Whiskyman for The Bonding Dram, bourbon barrel, 118 bottles
Cleane neus. Zoet en grassig. Hooi en weide (met z’n boterbloemen en klavers). Boter en karamel (toffee). Rietsuiker (iets wat een typisch element in Bladnoch uit deze periode lijkt te zijn). Wat ananas ook. In blik. Of uit blik eigenlijk. Alleszins een geopend blik. Whatever, ik kan hier erg van genieten. Een unieke, uitgepuurde stijl. Op de smaak heb ik weer dat boterige en dat grassige, samen met de romige karamel. Maar ook veel vanille nu. Vanillefudge. Daarna meer en meer eik en pompelmoes, zorgend voor een aangename bitterheid. Peper en zoethout qua kruiden. Bitter-zoet in evenwicht. Middellange afdronk op citrus, vanille, kandijsuiker en sappige eik. Lang getwijfeld over de score, tot ik er een andere Bladnoch 1991 naast zette die ik 86 punten gaf. Deze gaat er vlotjes over, zeker de neus is nog een stuk beter. Knappe selectie dus. 88/100

The Littlemill Sessions – part IV

Onze Littlemill Sessions beëindigen we met twee 1989’ers uit de stal van The Whisky Agency, een Liquid Sun en een Perfect Dram.

 

Littlemill 22y 1989/2011, 52.2%, Liquid Sun, refill sherry cask, 255 bts.
De typische Littlemill fruitigheid mooi in balans met de sherry van het vat. Fris citrusfruit (roze pompelmoes, mandarijn), rijpe kruisbessen en verse, sappige abrikozen aan de éne kant, sappige eik, kruiden, tabak en kaneel aan de andere. Nat hooi vervolledigt (altijd een meerwaarde vind ik). Volle, rijke smaak op allerlei gedroogde vruchten (pruimen en vooral dadels vallen op), karamel en kruiden: gember (nog zo’n constante in Littlemill uit deze periode) en munt. Iets subtiel tropisch. Coeur de boeuf, wat ik ook in de Thosop 1989 had. Zoete en kruidige afdronk, die vrij lang blijft hangen. Doet me inderdaad wat aan de Thosop botteling denken. Ook dezelfde score. 91/100

 

Littlemill 22y 1989/2011, 51.5%, The Perfect Dram (TWA), joint bottling with La Maison du Whisky, first fill sherry, 244 bts.
Deze is meteen een stuk kruidiger op de neus. Frisse tuinkruiden, munt en eucalyptus. De Liquid Sun had munt, deze heeft er scheepsladingen van. Vrij droog en een pak minder expressief fruitig dan de Liquid Sun. Mineralen en okkernoten, dat wel. Iets metaligs. Je handen na intensief gebruik van Engelse sleutels. De smaak schreeuwt kruiden: eucalyptus en munt, maar ook veel gember (of course). Koude kruidenthee. Ijzerkruid (nee, geen metalen hier). Behoorlijk drogend, de kruiden worden vergezeld van eik en okkernoten. Lange, droge afdronk waar de kruiden de dienst uitmaken. Zeer (eigenlijk te) actief vatje. 83/100

The Littlemill Sessions – part III

We nemen de draad van de Littlemills terug op met een koppel 1990’ers gebotteld door Silver Seal, respectievelijk in 2009 en 2010. Kosten een goeie 150 en 130 euro.

 

Littlemill 19y 1990/2009, 57%, Silver Seal
Prachtige fruitigheid die behoorlijk into-your-face openbarst. Best complex, want het fruit wordt vergezeld van hooi, weidebloemen, vanille en een beetje eik (geeft body, maakt het rond). Honing ook, lichte bijenwas, een even lichte kruidigheid en net zoals wel vaker bij Littlemill 1990 (maar dan vrijwel alleen bij deze vintage) lichte rook. Op de smaak een even mooie fruitigheid, kruiden (gember valt op), vanille en zachte eik. Droogt niet uit. Middellange, fruitige en grassige afdronk. Wreed lekker. 91/100

 

Littlemill 20y 1990/2010, 46%, Silver Seal, 237 bottles
Bwa, deze verschilt heel weinig van de 57%. Vrijwel hetzelfde profiel, ik ga me niet herhalen, maar zachter, wat minder prikkelend, iets minder vol ook en wat minder body. Het alcoholpercentage uiteraard. Dit is nog altijd heel lekkere whisky echter. Right upon my alley eigenlijk. En als ik toch nog iets moet toevoegen: gele pruimen. Weet je, uiteindelijk is deze misschien wat drinkbaarder, vlotter toegankelijk, maar de 57% heeft dat beetje extra, wat zich vertaalt in punch en complexiteit. 90/100

The Littlemill Sessions – part II

In het tweede deel van m’n Littlemill sessions laat ik twee wat ongewonere bottelingen aan bod komen, een oude officiële 12 jarige en een 1985 uit Japan.

 

Beginnen doen we met een 12 jarige gebotteld rond 1980 op vatsterkte. Of op 54% toch. Italiaanse import.

Littlemill 12y cask strength, 54%, OB +/- 1980, F+G Bruino Import, 750ml
De neus start wat onderdrukt, licht granig, neigend naar bierbeslag, maar met wat tijd geven komt ie open. En dan krijg je een zachte, ronde fruitigheid onder de vorm van verse abrikozen en perziken, snel gevolgd door gele appels. En dan kom je uit op ciderassociaties. Appelschil. Wat hooi ook. Op de smaak komen die gele appels en de cider meteen naar de voorgrond, vergezeld van eik en zoethout. Misschien ook wat gember. Boter. Karamel in de verte. Geen al te lange afdronk, waar de gele appels het langst blijven hangen. Eentje die moest groeien, maar dat doet hij dan wel erg mooi. 86/100

 

We kennen natuuurlijk 1991, 1990, 1989 en sinds kort ook 1988, maar laat ons nog iets verder in de tijd gaan, naar het jaar 1985 dus. Een botteling van het Japanse Shinanoya, dat ons ook al ander lekkers heeft gebracht (denk Benriach 1976), spijtig genoeg hier in Europa niet te krijgen. Geweldig bedankt Menno.

Littlemill 26y 1985/2011, 55.1%, Shinanoya, Hogshead, 250 bottles
Hola, dit is goed. Prikkelende, expressieve en frisse neus, barstend van het fruit. Roze pompelmoes galore! Maar ook veel lychee, wat kiwi en een beetje ananas. Mineralen in de hoedanigheid van natte stenen, net als gras en humus. Rozenbottelthee. Ronde, smeuïge, zoete en fruitge smaak. Sinaas, pompelmoes en lychee (enorm hier). Zeste. Opnieuw wat gras (hooi eigenlijk), een lichte mineraliteit en tuinkruiden. Behoorlijk lange afdronk, waarin het fruit van geen wijken wil weten. Niet complex genoeg om hoger te scoren, maar wel lekker genoeg om nog altijd zeer hoog te scoren. I love it. 91/100

The Littlemill Sessions – part I

Ik heb hier nog acht Littlemill samples staan, geduldig wachtend op een geschikt moment om eens naast elkaar gezet te worden. Dat moment was gisterenavond. Zes van deze samples komen van de jongens van Whiskybase (waarvoor nogmaals dank). Ik publiceer mijn bevindingen per twee, vandaag het eerste koppel, een oude jongeling en een jonge op middelbare leeftijd.

 

 

De Littlemill 8 is lange tijd dè standaardbotteling van deze Lowland distillery geweest. Ik proefde in het verleden al een botteling van rond de eeuwwisseling, die me niet erg beviel. Vandaag ga ik wat verder terug in de tijd met een botteling van begin jaren tachtig. Ik proefde tijdens onze reis naar Orkney een versie uit datzelfde tijdsvak, in het Lynnfield hotel in Kirkwall. En ik niet alleen, toen we toekwamen was de fles nog zo goed als vol, toen we twee dagen later uitcheckten, zat er nog een bodempje in. Een whisky die m.a.w. bij heel wat clubleden in de smaak viel. Geen idee of dit dezelfde batch betreft (weliswaar ook groen glas en 40%).

 

Littlemill 8y, 40%, OB early 1980’s
O ja, dit ligt in dezelfde lijn. Fris, fruitig en floraal aroma. Delicaat en elegant, zonder opvallend old bottle effect. De geur van een weide in de lente, met z’n gras en allerlei bloemen, vergezeld van witte perzik, mandarijn en ananas. Een lichte kruidigheid ook. Oosterse kruiden? Zacht en boterig mondgevoel. Een beetje granen in het begin, snel gevolgd door fruit (mandarijn en abrikoos), florale aroma’s en ook wat kokos. Opnieuw kruiden die ik niet onmiddellijk kan plaatsen. Soit, het belangrijkste is dat ik dit wreed lekker vind. De afdronk kan je moeilijk lang noemen, maar ook hier is dit echt wel lekkere whisky. Niet complex, absoluut niet gelaagd, gewoon zalige simpele drink-away whisky. Meer moet dat zeker niet zijn. En veel beter dus dan de recentere botteling die ik kon proeven. 89/100

 

De tweede Littlemill is er ééntje uit 1991, een periode – rond 1990 – die ons al meerdere schitterende Littlemills heeft gegeven. Deze werd gebotteld voor de Deense whiskyclub Falster.

 

Littlemill 16y 1991/2007, 53.5%, Dansk Maltwhisky Akademi for Falster
De neus start licht alcoholisch maar gaat snel over in heerlijke fruitige tonen. Zoet en zelfs licht tropisch fruit. Ananas, kokos, kiwi, banaan, rijpe kruisbessen. Ook de vanille, de marsepein en de honing maken het geheel smeuïg zoet. Bijenwas en leder vullen aan. De smaak is al even smeuïg en romig. Boter, vanille, warme appelcake (inclusief de kaneel) en fruit vallen op. En ook hier is dat fruit zoet en zit er een tropische toets in. Middellange afdronk, romig, op dezelfde zoet/fruitige tonen als de smaak. Niet super complex, wel super lekker. 91/100