Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Islay’

Caol Ila 15y, bronze metallic jug, mid 1980’s

Laat ons na het Malts of Scotland geweld terugkeren naar mijn rijtje feestwhisky’s. Vandaag een sample van Max Rigi, notoir Italiaans whiskyliefhebber en verzamelaar. De whisky komt uit een leuk kruikje.

 

Caol Ila 15y, 43%, OB Bulloch Lade & Co bottled mid 1980’s, 75cl, bronze metallic jug
Pfiew, weer zo’n zalige neus. Deze vermengt Islay elementen met heerlijke, zachte sherrytonen. Smeuïge turf, zeewier, zilt (beetje maar), zoethout, tijm, dille, sinaas, abrikoos, okkernoten, amandelnoten, antiekshop, balsamicocrème… Ik denk eerder aan Fino dan aan Oloroso. Geweldig aangenaam om ruiken in ieder geval. Al even zacht in de mond, de start is vrij licht maar hij wordt steviger in het midden en op het eind. Qua associaties denk ik aan wit fruit, noten, koffie, rabarbertaart, rum, kruiden, zilt en turfrook. Lange afdronk die me opnieuw wat aan rum doet denken. Licht geturfde en wat zilte rum dan wel. Complexe en erg geconcentreerde oude Caol Ila. Zou het aan het metalen kruikje liggen? Bij keramieken kruikjes is het immers vaak het tegendeel (risico op platte, vlakke whisky). 93/100

Bowmore 18y 1971, Sestante

De volgende ‘feest’ sample is een Bowmore 1971 van Sestante. Er is heel wat Bowmore 1971 gebotteld voor Sestante (meestal door Gordon & MacPhail), van midden tot eind jaren tachtig. Sommige op drinksterkte, andere op vatsterkte. Ik proef vandaag één van de vele 18-jarigen, deze op 57.3%.

 

Bowmore 18y 1971, 57.3%, G&M for Sestante
Ja ja, tropisch fruit op een bedje zachte turf… I like. Passievrucht, mango, banaan. Wat hout en de bijhorende kruiden erdoorheen. Jodium ook en zilt, het coastal karakter van Bowmore dus. Voor z’n alcoholpercentage vlot drinkbaar, niet geweldig complex maar wel geweldig lekker. De zachte zoete turf, het fruit (minder dan op de neus), de kruiden, het zilt, het zilt, ik heb het ook hier. Fruitige en zoete afdronk met de zachte turf die lang blijft hangen. Een beauty! 92/100

Port Ellen 29y 1979, Douglas Laing for Duty Free

Port Ellen, we kunnen er niet genoeg van krijgen! Met alle 1982 en 1983’ers die recent gebotteld worden, stel ik voor even stil te staan bij eentje uit 1979, gebotteld door Douglas Laing onder z’n exclusieve Platinum label.

 

Port Ellen 29y 1979/2009, 53.8%, Douglas Laing Platinum for World Duty Free, 261 bottles
De neus vermengt turf met wat bitters. Noten, graan, de schil van pompelmoes, hooi. Langzaamaan komen er zilt en zoete tonen door. Honing, zachte karamel. Oké, fudge. Zéér lekker by the way, zeker na wat lucht happen. Stevig en dik op de tong, met turf, citrus, hout, noten… dezelfde zalige bitterheid van in de neus. Zilt en kruiden (kruidnagel, peper) niet te vergeten. Knappe balans tussen al deze smaken. Toch een ander profiel dan Port Ellen van begin jaren tachtig. De afdronk is lang en zet zich mooi in het verlengde van de smaak. Prachtige Port Ellen. Again. 92/100

Bunnahabhain ‘Darach Ùr’

De Bunnahabhain Darach Ùr zou volledig gerijpt zijn op nieuwe eiken vaten uit de States (Darach Ùr is trouwens Gaelic voor ‘nieuw hout’) en werd gebotteld exclusief voor de duty free markt, maar is ook op andere plaatsen verkrijgbaar voor een 50 euro.

 

Bunnahabhain ‘Darach Ùr’, batch No. 1, 46.3%, OB 2009
Zoete neus met best wat fruit. Gekonfijt fruit, perziken, abrikozen en bananen. Groene bananen. Vanille-fudge. Hazelnoten. Iets licht floraals. Erg aangename neus en veel minder woody dan gevreesd. Op de tong ook zoete tonen, net als licht bittere. Kruiden (gember en nootmuskaat – die doemen wel vaker samen op), rozijnen op rum, braambessen en bosbessen. Opnieuw groene banaan en wat meer vanille dan op de neus. Vrij lange, bitterzoete afdronk met het fruit dat aanwezig blijft tot het einde. Een tweede keer proeven geeft wat meer hout, vers geschaafd hout op de neus. Maar in tegenstelling tot sommigen vind ik dit erg lekkere whisky, helemaal niks mis mee. 86/100

Bruichladdich Organic

De Bruichladdich ‘Organic’ is een 100% organische whisky. Dit wil zeggen dat de ingrediënten op bio-dynamische wijze geproduceerd werden én van Schotse oorsprong zijn. Het graan komt van vijf Schotse boerderijen. De whisky is gecertifieerd door de Bio Dynamic Agricultural Association. De naam die deze botteling meekreeg is Anns an t-seann doigh, ofte ‘zoals het vroeger was’.

 

Bruichladdich ‘Organic’ 2003/2009, 46%, OB, 15000 bottles
Maltige en granige neus. Bierbeslag, gist, ontbijtgranen. Wat gele appels erdoorheen, maar weinig andere elementen. Misschien een beetje aardbei op de achtergrond. Saai. Ook de smaak is vooral granig. Pils (goedkope pils), wort, wat florale toetsen, schil van sinaas… vrij bitter en niet echt lekker te noemen. Middellange, licht bittere afdronk op granen en kruiden. Een dag later een tweede keer proeven geeft een gelijkaardig oordeel, echt appreciëren kan ik deze whisky niet. 73/100

Caol Ila 16y 1977, Cadenhead

Vandaag proef ik een oude jonge Caol Ila. Deze Cadenhead botteling is een 1977, maar al bijna twee decennia geleden op flessen getrokken.

 

Caol Ila 16y 1977/1993, 58.6%, Cadenhead
De neus van een hammetje aan ‘t spit, rokerig en zilt, maar ook van behoorlijk wat groene appels, net als van gras (hooi misschien eerder), mineralen (natte steen), mosterd en peper. Dik en boterig op de tong. Hier heb ik in eerste instantie turf, daarna een stevige portie kruiden en wat hout. Hier is echter niet veel fruit te bespeuren, tenzij wat witte pompelmoes. Lange afdronk op kruiden en turf. Lekkere, foutloze Caol Ila, ook toen al. 86/100

Laphroaig 12y 1998, Malts of Scotland

Laphroaig werd opgericht in 1815 door Donald Johnston, de zoon van de man die enkele jaren voordien Lagavulin bouwde. Bij de dood van Donald erfde diens zoon Dugald op elfjarige leeftijd de distilleerderij. Ik kreeg op 11 jaar een horloge als ik me niet vergis.

 

Laphroaig 12y 1998/2011, 59.6%, Malts of Scotland, cask 700272, bourbon hogshead, 152 bottles
Stevige rokerige neus met naast de (turf)rook redelijk wat teer, houtskool en lampolie. Vanille ook, net als zilt en zeewier. Daarna zet er zich een beetje citrusfruit door. Nieuw leder en lichte munt vervolledigen het plaatje. Deze Laphroaig is krachtig op de tong, scherp zelfs en erg rokerig, op het assige af. De rook gaat hier vergezeld van medicinale toetsen, zilt en vrij veel citroen. De schil van zure appels. Kandijsiroop misschien in de verte. In de verte. De smaak vind ik minder boeiend dan de neus, een beetje eentonig. Lange, rokerige afdronk met kruiden (peper vooral), zilt en ook hier (vrij veel) citrus. Een echte rechttoe rechtaan whisky, takes no prisoners zoals ze dat over de plas zeggen. 84/100

Laphroaig 20y 1990, Malts of Scotland

Tweede in de reeks nieuwe Malts of Scotland is een Laphroaig 1990. Laphroaig uit deze periode (eind jaren tachtig, begin jaren negentig) is over het algemeen erg complex en vooral bangelijk goed. De verwachtingen zijn dan ook hoog gespannen.

 

Laphroaig 20y 1990/2011, 52.6%, Malts of Scotland, cask 2229, bourbon hogshead, 178 bottles
Mmm, dit is heerlijk! Gerookte banaan! Banaan op de barbeque. En nu we daar beland zijn, ook geroosterd vlees. Een hammetje aan het spit. Wat treffen we daarnaast nog aan? Mineralen. Zilverpoets. Kaarsvet. Motorolie. Amandelen. Zeewier en zilt. Limoen. Lapsang Souchong thee. Dat blijft maar doorgaan… complex, delicaat en verschrikkelijk lekker! Water toevoegen maakt het geheel meer coastal. Oesters. Proeven nu. Big! Krachtig, droog, rond en complex. Vrij veel rook, zilt en peper, zoethout ook, citroenschil, ananas en gerookte heilbot. Wat munt, net als hazelnoten. Met water krijg ik meer rook en nat hooi, maar ook hier is dat water niet echt noodzakelijk. Lange, droge en zilte afdronk vergezeld van een zoete rokerigheid. Van het beste wat Laphroaig uit die periode te bieden heeft. En nu nog wat verder genieten van de geur van het lege glas! 91/100

Caol Ila 10y 2000, Dewar Rattray

De volgende in de rij nieuwe A.D.Rattray bottelingen is een Caol Ila, een 2000. Met een productie van 3,7 miljoen liter per jaar is het de grootste distilleerderij op Islay. Caol Ila stond trouwens model voor de Clynelish distilleerderij, deze laatste is er eigenlijk een exacte kopie van.

 

Caol Ila 10y 2000/2011, 46%, DR, bourbon cask #309530, 322 bts.
De neus van deze Caol Ila schreeuwt ‘turf’, maar hij schreeuwt dit heel mooi. Geen overdreven assigheid maar stevige cleane turf met coastal en licht medicinale aroma’s. Citrus. De schil van pompelmoes, limoen. Boter ook, oesters en andere zeevruchten. Een mineralige toets maakt het plaatje af. Op de smaak iets meer assen, maar dat gaat nooit overheersen. De turf laat plaats voor de citrus, gerookte vis (echt wel een plat de fruits de mer) en grassige tonen. Noten en zoute drop dienen ook nog vermeld te worden. Zouthout. Olieachtig mondgevoel. Erg lange afdronk op turfrook en zilt. Leuk turfmonstertje! En voor 50 euro prijs/kwaliteit een aanrader. 86/100

Caol Ila 1983 QV.ID

En nu we het toch over Caol Ila hebben, ook QV.ID (Cuvee Idee) heeft onlangs een mooie Caol Ila laten bottelen, een zéér mooie, een 1983.

 

Caol Ila 27y 1983/2010, 54.5%, selected by QV.ID, sherry cask
Succulente neus met veel fruit en gedroogd gras op een bedje van zilt en zachte, zoete turf. That says it all. Alhoewel nee, er is nog zoveel meer te ontdekken in deze neus, maar dit geeft wel een idee. Het fruit wordt gedomineerd door sinaas, rijpe sinaas, vergezeld van limoen en kruisbessen. Het gedroogde gras neigt naar gedroogde bloemen, potpourri, maar dan niet van die goedkope rommel. Romige honing zorgt voor het zoets, het zilt en zeevruchten voor de coastal touch, de zachte turf vult zeer mooi aan, zonder ook maar ooit de hoofdrol op te eisen. Wat leder haal ik er ook uit, net als oude boeken, boter en marsepein. Je leest het, ‘complex’ is het woord dat hier meer dan op z’n plaats is. Maar ook ‘heerlijk’. Eigenschappen die ook op de smaak van toepassing zijn. Stevig zonder scherpe kantjes, prikkelend, romig en licht mineralig. Het zilt zit ook hier, net als het fruit. Duidelijk citrus, en dan eerder citrusschil (zesty as they say). Gezoet citroensap. Hier ook kruiden, wat ik minder op de neus had. Zoethout, mosterd. Een lichte rokerigheid. Perfect drinkbaar op deze sterkte, ik heb absoluut geen behoefte om hier water bij te doen. Vatsterkte? Of ideale drinksterkte? Of gewoon beide? De afdronk is middellang, clean, rokerig en licht zilt met de citrus die blijft hangen. Heerlijk gewoon. Na de Port Ellen 1982 (eigenlijk voor, maar voor mij na) opnieuw een schot in de roos. Bull’s eye. 91/100

Caol Ila 21y 1984, Dewar Rattray for The Nectar

We gaan enkele jaren terug in de tijd voor een Dewar Rattray botteling van een kleine vijf jaar geleden, een Caol Ila 1984. Zoals al vaak gezegd, moet je heel veel moeite doen om een matige, laat staan slechte Caol Ila te vinden. Caol Ila is bijna altijd goed tot zeer goed. Het nadeel is dat het dan ook zelden verrast, ik kan op voorhand al vermoeden dat ik een volgende Caol Ila een score tussen 85 en 90 zal geven. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar dat zijn… euh ja, uitzonderingen.

 

Caol Ila 21y 1984/2006, 58.5%, Dewar Rattray for The Nectar, cask 6266, 251 bottles
Erg frisse, prikkelende en mineralige neus. Flinty! Turfrook, vrij veel fruit (citrus, bramen en kruisbessen) en zoethout zijn de eerste associaties die me te binnen schieten. Daarna zilte aroma’s (gerookt vlees) en erdoorheen een zalige lichte farmyness. Wandelen op het erf. De smaak is stevig en vol aroma’s. Echt een complexe whisky. Ik som enkele smaken op: turf, zilt, sinaas, peer, rode zoete appels (ook hier best veel fruit dus), zoethout, kaneel, mineralige toetsen, enzovoort enzoverder. In de afdronk zit minder fruit, maar stevige turf en zilt die wel erg lang blijven hangen. 89/100

Port Ellen 1982, Luc Timmermans for QV.ID

Luc Timmermans – je weet wel, ex-Malts of Scotland, ex-Handwritten Label, maar alles behalve ex-whiskyliefhebber, laat dat duidelijk zijn – had nog een vatje Port Ellen 1982 liggen, eentje dat hij voor z’n zoon wou bewaren (het hangt er toch maar van af waar je geboren wordt verdorie – mijn vader deed in Artispunten). Maar aangezien de whisky nu toch wel top was, en Koen Philips van QV.ID ofte Cuvee Idee het wel zag zitten een deel van dit vat onder zijn label te laten bottelen – hij zou zot zijn het niet te doen, staat hier nu voor mij een glas gevuld met deze whisky. De rest van het vat (100 flessen) werd gebotteld voor Whiskysite.nl. De flessen zelf zijn vanaf heden en exclusief te krijgen bij QV.ID.
Als sparring partner zet ik er de schitterende Port Ellen 24y 1982/2007, Dewar Rattray for The Nectar, cask 2464 naast, ondertussen al vaak gedronken, resulterend in een soliede 92/100. Kwestie van de lat meteen hoog genoeg te leggen, ik had deze QV.ID enkele weken geleden immers al eens kunnen proeven en wist dus in welke klasse hij speelt.

 

Port Ellen 28y 1982/2010, 57.5%, selected by Luc Timmermans, exclusively distributed by QV.ID, sherry puncheon
Heerlijke neus die enerzijds typisch voor Port Ellen 1982 is: veel zee-elementen zoals zilt, zeewier en jodium, zachte turf en fruit. Limoen, de schil van groene appels… maar hij gaat verder en dieper. Hij voegt nog een heerlijke kruidigheid toe (nootmuskaat, kaneel) en zachte karamel. Het geheel is vol, dik en romig. Ja, die neus is zalig. De smaak is beter. Echt waar. Vaak is het omgekeerd, maar hier doet de smaak er nog schepje bovenop. Het zilt en de kruiden dienen zich eerst aan, daarna zet het citrusfruit zich door en pas daarna komt de turf erbij, turf die heel lang blijft hangen, samen met het zilt. Een lichte medicinale toets. Hazelnoten en beukennoten. Prachtige evolutie en wat een balans! Niks, maar dan ook niks scherps, niks dat de balans op welk moment dan ook verstoort. Lange, erg lange afdronk op zilt, citrusfruit en romige turf. De beste jaren tachtig Port Ellen die ik al dronk. En ik heb nog een volle fles staan. Lucky me. 93/100
 
De score laat zich dus extra verantwoorden door de Port Ellen voor The Nectar. Een dijk van een whisky, maar de QV.ID wint toch het pleit door z’n extra dimensie, hij is nog wat complexer. Ronder ook.

Port Ellen 1982/2007, Berry Bros, casks 2470 & 2472

Bottelaar Berry Bros & Rudd heeft de laatste jaren een aantal Port Ellens 1982 gebotteld, sommige op 46%, andere op vatsterkte. Of op zogenaamde vatsterkte. Het is immers nog maar zelden dat een whisky die op cask strength lijkt gebotteld te zijn, ook effectief de alcoholsterkte van het vat heeft behouden. Vaker, veel vaker, wordt de whisky versneden tot een percentage waarop hij volgens de bottelaar het best tot z’n recht komt. Er wordt dan wel angstvallig op toegezien dat het uiteindelijk percentage nog wel ‘cask strength’ genoeg is. Ik bedoel dat indien 46% of 50% de ideale sterkte zou zijn, dat gegarandeerd bv. 45.9% of 50.2% zal worden.

 
Port Ellen 25y 1982/2007, 55.6%, Berry Bros & Rudd, casks 2470 & 2472
De donkere kleur verraadt het vattype. Amber. De neus laat nog weinig aan de verbeelding over. Stevige sherry op tonen van perensiroop, kandij, tabak, leder en koffie, waarbij natuurlijk het zilt en de turf niet mogen ontbreken. Wat rubber ook. Geen sulfer deze keer, nice. De smaak is stevig en mondvullend, met de sherry, het zilt en de turf die elkaar mooi in evenwicht houden. Hier komen ook nog kruiden bij, peper en zoethout. Gekonfijt fruit en chocolade. Erg lange afdronk op turf, zilt en kersen. Doet me qua profiel denken aan vat 2463, gebotteld door Dewar Rattray, ook in 2007 trouwens. Hoeveel scoorde ik die? 91? Wel, dit is even goed. 91/100

Bruichladdich 15y Samaroli ‘Mayflower ‘80’

Bon, tijd voor een klepper. En daar mag de heer Samaroli nog eens voor zorgen. Ik heb hier een stenen kruikje staan met daarin Bruichladdich die minstens vijftien jaar oud was toen hij in 1980 gebotteld werd, whisky van de eerste helft van de jaren zestig dus. Met kruiken is het altijd opletten geblazen, die zijn immers niet altijd even luchtdicht, maar bij deze blijkt er wat dat betreft geen enkel probleem te zijn.

 

Bruichladdich 15y ‘Mayflower ’80’, 43%, Samaroli 1980, ceramic decanter, 1000 bottles
O ja, dit zit snor. Dit zit meer dan snor. Heerlijke, subtiele, zoete sherryneus. High-end balsamico is het eerste waar ik aan denk, perensiroop ook, oxo, peterselie, oud leder, geboend leder, oude boeken… yep, we evolueren richting antiekshop. Wijlen mijn grootvader lurkend aan z’n pijp (het is dus die pijp eerder dan mijn grootvader an sich die ik hier wens te evoceren). Wat waxy tonen mag ik niet vergeten te vermelden, net als een lichte rokerigheid die het allemaal nog wat complexer en vooral lekkerder (nóg lekkerder) maakt. Genieten in overdrive. In de mond is hij zacht, vol en romig. Mooie, zijdezachte sherry (zoals ik het prefereer – watje, I know) met maar een klein beetje hout en kruiden, voor de rest blijft hij doorgaan op het subtiele zoete, stroperige. Donkere chocolade die je dipt in koffie en die dan verder smelt op je tong (kwijl kwijl), rozijnen op rum, pruimenkompot… De balsamico zit ook hier, net als het leder en de turf die zich ergens op de achtergrond blijft manifesteren. Smullen! Lange afdronk die het bittere en het zoete perfect in evenwicht weet te houden. Een zalig en uniek profiel. 93/100

Bowmore 17y & 18y H2H

Ik heb in mijn rek twee staaltjes Bowmore staan, de nieuwe 17- en de 18-jarige, ideaal voor een head-to-head me dunkt. Ik heb ook nog een restje oude 17y staan, meer didactisch materiaal dan wat anders, want omwille van de niet te negeren zeep-associaties moeilijk lekker te noemen. Ik ga ervan uit dat beide nieuwelingen komaf hebben gemaakt met deze off-note.

 

Bowmore 17y, 43%, OB 2010
Vrij zoete neus op karamel en drop. Zowel zoete als zoute drop. Granen ook, een beetje turf en wat melkchocolade. Geen zeep, nice! Ook niet op de smaak. Wat wel? Citrus, turf, zandkoekjes, kokos, granen en wat zilt. Middellange, zachte en rokerige afdronk. Niet geweldig complex maar wel weer een bewijs dat Bowmore terug en stevig op het rechte pad zit. 84/100

 

Bowmore 18y, 43%, OB 2010
Rook en fruit is het eerste dat opvalt in de neus. Niet zo zeer citrus – wat ik verwachtte – maar wel de schillen van (groene) appels en kersen. Daarnaast heb ik karamel, woodsmoke en na enige tijd veel hooi. De smaak moet het hebben van turf en kruiden, minder fruit hier. Ja, de kersen die ik ook op de neus had, dat wel. Gedroogde bloemen en chocolade. Geen al te lange afdronk op fruitige turf. Niet slecht deze Bowmore 18y, maar ik vind de 17y toch beter. 80/100

Bowmore 1995, Wilson & Morgan

Bowmore 1995, altijd weer iets om naar uit te kijken. Laat het duidelijk zijn dat Bowmore z’n zeepverleden achter zich heeft gelaten, wat ik al dronk aan Bowmore van de jaren negentig (1993, 1994, 1995 en 1998) was over het algemeen allemaal erg drinkbaar tot bangelijk lekker. Vandaag eentje van Wilson & Morgan.

 

Bowmore 1995/2009, 46%, W&M Barrel Selection, Sherry finish
De neus neemt een frisse en florale start. Kamille, bloemen. Daarna zoet met honing en veel fruit. Banaan, ananas, meloen. Een beetje rubber en gedroogd gras. Bloesems ook en wat anijs. Lichte turf. Erg lekkere neus. Op de tong is hij licht en prikkelend, fruitig (hier vooral citrus) en floraal. Het mondgevoel is romig, mondvullend en licht stroperig. Bloesems, noten en honing heb ik nog. Wat kruiden en zilt naar het einde. En ook hier maar een beetje turf. De afdronk is middellang, ziltig, kruidig en zoet. Frisse, levendige whisky. Ik vind dit lekkere whisky, Bert Bruyneel vond dit niet te drinken, vertrouwde hij mij onlangs toe. Malt Maniacs! 87/100

Port Ellen 1983, Norse Cask

Norse Cask is een label van de Deense onafhankelijke bottelaar Quality World. Tot op vandaag hebben ze bij mijn weten drie Port Ellens gebotteld, twee 1983’ers en één 1979. De Port Ellen die ik vandaag proef is een botteling van een sherry hogsheadvat. Port Ellen 1982/1983 op sherryvat, altijd gevaar voor sulfer.

 

Port Ellen 25y 1983/2009, 58.6%, Norse Cask, cask QW1312, 226 bts.
De neus start alvast on-Port Ellen. Ik heb weinig rook en ook niet al te veel zilt. De sherry heeft z’n werk gedaan en maakt de neus zoet en fruitig. Stroperige karamel, honing, gekonfijt fruit, perensiroop, gedroogde abrikozen en vijgen… de karamel krijgt een verbrand randje. Geen sulfer evenwel. Daarna kruiden, maar het geheel blijft vooral zoet. Wat rook, toch wel, maar op de achtergrond. In de mond is hij stevig en olie-achtig, romig bijna. Meer rook dan op de neus, naast het zoets en de kruiden. Peperkoek. Nootmuskaat ook en peper. Noten. Tevens wat fruit, pruimen en naar het einde peer. Lange, kruidige, wat grassige afdronk met een voldoende portie rook. Zéér lekkere Port Ellen. 91/100

Port Ellen 1982, Connoisseurs Choice

Vandaag zet ik me aan een Port Ellen 1982, vorig jaar gebotteld door Gordon & MacPhail onder hun Connoisseurs Choice label.

 

Port Ellen 1982/2009, 43%, G&M Connoisseurs Choice
Zachte turf en dito zilt op de neus, vermengd met fruit (citrus, meloen, appel), medicinale tonen en zeewier. De smaak is erg gelijkaardig. Ook hier heb ik naast de te verwachte turf en zilt, de citrus en de appels, het zeewier en ook wat hout. Naar het einde kruiden. Licht drogende afdronk op turf en kruiden. Net als op de neus tevens wat citroen. Dit is een erg lekkere Port Ellen en het stoorde me helemaal niet dat hij maar op 43% gebotteld is. Verre van ‘a little weak on the palate’. 89/100

Octomore 5y, Edition 03.1

Vandaag draaien we de turfkraan helemaal open met de nieuwe Octomore. Hoeveel ppm? 152? Who cares, dat zegt toch niets over het turfgehalte van de whisky, enkel iets over het turfgehalte van de gebruikte malt. De Edition 01.1 kon mij al bekoren, in de zin dat hij complexer was dan ik vreesde. Benieuwd of dit hier bij de 03.1 ook het geval is. Let op, deze fles vermeldt dat het om een Limited Edition gaat. En inderdaad, blijkbaar is deze op ‘amper’ 18.000 flessen gebotteld. Als je je deze fles aanschaft, weet dan dat je iets unieks in handen hebt.

 

Octomore 5y ‘Edition 03.1’, 59%, OB 2010, 18000 bottles
Op de neus veel (turf)rook (of wat had je gedacht), maar ook heel wat coastal aroma’s. Zilt, jodium, zeewier. Citroenen ook, net als groene appels. Daarna wordt hij wat vegetaal. Groenten à la broccoli, kool. De rokerigheid domineert maar overschaduwt de rest niet. De smaak is romig, olie-achtig en clean. Ook hier heb je meer dan rook. Hij start vrij droog en wat assig, maar hij wordt (gelukkig) zoeter met de tijd. Vanille en van die harde citroensnoepjes. Zout en kruidig. Gember, peper en munt. Lange, en hier toch vooral rokerig afdronk. Wat peper en zout. Water is ondanks het alcoholpercentage niet nodig, het accentueert de assen alleen maar. Gho ja, ook deze biedt heel wat meer dan turf en is gewoon lekker om drinken. Misschien niet als dagelijkse dram, maar als je eens zin hebt in een portie turf is dit een goeie keuze. 86/100

Caol Ila 24y 1984, Bladnoch Forum

Caol Ila is Gaelic voor “Sound of Islay”, de naam van de strook water tussen Islay en Jura, waaraan Caol Ila gelegen is. Mooi gelegen is.

 
Caol Ila 24y 1984/2009, 55%, Bladnoch Forum, cask 5381, 290 bts.
Neus op zilt en citrus. Een ‘plat de fruits de mer’ besprenkeld met citroen. Oesters, iodium, maar ook eucalyptus en munt, en turf natuurlijk. Vrij mineralig allemaal. Meer turf op de tong, naast het zilt en de citroenen. Zacht en romig mondgevoel. Wat vanille en hoe langer hoe meer fruit. Naast de citroen krijg je dan ananas, groene appels en kweeperen. Confituurtoestanden. Een beetje hars. Lange afdronk op turf, vanille, citrus en een beetje peper. Nog maar ’s een lekkere Caol Ila. 86/100