Spring naar inhoud

Posts tagged ‘bourbon’

Tomatin 15y ‘Limited Edition’, Tempranillo

Tomatin brengt een nieuwe officiële botteling op de markt, een gelimiteerde (nu ja, 3150 flessen) 15 jaar oude whisky, die rijpte op zowel bourbon- als tempranillovaten. Tempranillo is een Spaanse blauwe druif die onder andere in de Rioja wijnen gebruikt wordt, maar ook in andere Spaanse topwijnen. Ik veronderstel dat dat rijpen op tempranillovat gewoon een finish van enkele maanden is. Deze whisky werd gebotteld op 52% en zal dus in de rekken staan naast de standaard 15y. Als ik de begeleidende communicatie moet geloven, is deze whisky “dominated by deep fruity aromas softened by a sweet candy flavour with a long lasting and very creamy finish”. En waarom zou ik dit niet geloven? Juist ja, proeven maar.

 

Tomatin 15y Limited Edition, 52%, OB 2012, Bourbon/Tempranillo matured, 3150 bottles
De neus wordt gekenmerkt door een zoete granigheid. Frosties, suikerspin, vanille en snoepgoed. Ik denk aan zachte beertjes. Gestoofd fruit ook (ik neem aan dat hier de wijn z’n werk heeft gedaan), net als wat zwarte bessen (cassis). Kaneel ook, en iets van bladeren. Hetzelfde patroon op de smaak. Zoet, granig met meer en meer fruit. Vooral woudvruchten. Bramen, zwarte bessen, frambozen. Anijs, kaneel en peper zorgen voor de body. Stevig en romig mondgevoel trouwens. Een klein beetje hout. Middellange afdronk, kruidig en zoet. Het rood/zwarte fruit blijft hangen. Tja, correcte en degelijke whisky. Niet meer maar ook niet minder. 78/100

Cardhu 27y 1984, The Whisky Agency

We kunnen dus kiezen, want ook The Whisky Agency heeft een Cardhu 1984 gebotteld. Deze is met z’n kleine 150 euro wel iets duurder dan de Duncan Taylor. Geen idee of het een zustervat betreft, maar als hij even lekker is als de DT, kunnen we al meer dan tevreden zijn.

 

Cardhu 27y 1984/2011, 52.6%, The Whisky Agency ‘Funghi’, bourbon cask, 199 bottles
Het profiel van de neus is in ieder geval gelijkaardig. Ook hier heb ik appels (met kaneel) en bijenwas (geboende meubels), en ook de toast met sinaasconfituur heb ik terug. Ha, ook het natte hooi ontbreekt niet. Het geheel is romig, zoet en warm. Hier wel wat meer kruiden, naast de kaneel. Nootmuskaat en gember onder andere. Deze Cardhu is romig op de tong, boterig bijna. En ook hier wat kruidiger dan de Duncan Taylor. De kruiden dus naast het zoets (kandij, rozijnen) en het fruit (sinaas, mandarijn, bramen). En de bijenwas opnieuw en het hooi. Dat laatste zet zich verder in de lange afdronk, samen met sinaas en de gember. Even lekker? Nee, beter, de kruiden geven het geheel extra punch en extra complexiteit. 90/100

Longmorn 1996, A.D. Rattray

Longmorn 1996? Een keer iets anders dan al die 1976’ers. Het is A.D. Rattray (ben nog altijd geneigd te spreken van Dewar Rattray) die ons de kans biedt ook eens Longmorn 1996 te ontdekken.

 

Longmorn 14y 1996/2011, 46%, A.D. Rattray, bourbon cask #97630, 304 bts.
Mmm, niet slecht die neus. Verre van. Fris, clean en grassig. Ik denk in willekeurige volgorde aan limoen, kruisbes, appel, hooi, mos, olijfolie, zilverpoets, natte stenen (mineralig dus), kaneel (appel-kaneel, o ja)… vrij complex en erg aangenaam om ruiken. Krachtig en olieachtig op de tong. Het fruit van op de neus, aangevuld met wittte perziken, en een meer prominente kruidigheid. Kaneel, nootmuskaat, peper. Wat eik en noten geeft de smaak een lekkere bitterheid. Een beetje honing zorgt voor het zoets. De balans zit goed. Best lange afdronk, bitterzoet op de kruiden en het fruit van de smaak. Oké, het is geen 1976, maar vanuit prijs/kwaliteit oogpunt moet deze niet onderdoen voor de meeste van die ouwelui. 87/100

Miltonduff 30y 1980, Dewar Rattray

Miltonduff werd in 1824 gebouwd op de site waar vroeger de molen van Pluscarden Abbey stond, even ten zuiden van Elgin. Er wordt vermoed dat de monniken daar reeds in de 13e eeuw niet alleen brouwden maar ook distilleerden. Eén van de stenen van de abdij is nog te bezichtigen op Miltonduff.

 

Miltonduff 30y 1980/2011, 44.5%, Dewar Rattray, bourbon cask #12427, 240 bottles
Ook bij deze whisky is het het fruit dat de aandacht trekt. Peren en witte perziken. De sappige varianten dan nog. Ananas ook. Wat appel in de verte. Mooie, belegen eik erdoorheen. Een aangename en frisse kruidigheid ook. Ik denk aan kamille en methol. Vers gemaaid gras. Honing. Heel clean en afgeborsteld, er zit geen scherp kantje aan. Op de smaak misschien wat meer hout, maar ook nog voldoende fruit. Lychee hier, naast citrusfruit. Die citrus gaat domineren. Het grassige (hooi) en de honing keren weer. Kruiden naar het einde en in de middellange afdronk, waar het de strijd aangaat met het fruit. Het witte fruit dat ik op de neus had. Met 95 euro weerom scherp geprijsd, dit is immers 30 jaar oude whisky. En lekker! 86/100
 

Hiermee sluit ik het rondje van zeven nieuwe Dewar Rattray (oké, A.D. Rattray) bottelingen af, bottelingen met gemiddeld een sterke prijs/kwaliteit verhouding als je ’t mij vraagt.

Glencadam 20y 1990, Dewar Rattray

De geschiedenis van Glencadam, gelegen in de oostelijke Highlands, gaat terug tot 1825, sedert 2003 is het eigendom van Angus Dundee Distillers. Het grootste deel van de productie gaat naar de blends van Ballantine’s.

 

Glencadam 20y 1990/2011, 58.1%, Dewar Rattray, bourbon cask #5987, 290 bottles
Frisse, fruitige neus die me allereerst doet denken aan witte pompelmoes met kristalsuiker. English breakfast thee met citroen en suiker. Ananas, aardbeien, suikerspin. Ja, die suiker blijft onderliggend aanwezig. Een beetje eik en noten. Fris en levendig. De smaak is erg kruidig, opgezweept door de alcohol. Veel gember en wat peper. Daardoorheen heb ik honing en citrus. Ik heb een vermoeden dat deze whisky wat water kan gebruiken. Op de neus komen er dan granen bij maar het geheel blijft erg fris, op de smaak worden de kruiden wat verdrongen door het hout. Bwa, niet echt een geweldige meerwaarde dat water. De afdronk is niet erg lang, wel pittig en kruidig. Lekkere, foutloze whisky. 84/100

Crossing the ocean…

…om in de VS uit te komen. Ik proefde zonet twee goedkopere Amerikaanse whiskey’s, een Bourbon en een Rye, beide van Heaven Hill, beide ginds te koop voor een $20, hier zal je misschien iets meer moeten neertellen. De eerste is dus een distillaat van meerdere graansoorten waarvan maïs minstens 51% moet uitmaken, de tweede bevat dan weer minimum 51% rogge.

 

De Old Fitzgerald 12y 90 proof zou meer tarwe bevatten dan andere bourbons en is blijkbaar populair in het Witte Huis, want gekend als ‘The favorite of American Presidents’. Old Fitzgerald werd geïntroduceerd in 1870 en vandaag wordt nog steeds hetzelfde originele mash-recept van John Fitzgerald en Pappy Van Winkle gebruikt. De 90 proof is hier dus 45%, gewoon delen door twee. Niet te verwarren met het Europese proofstelsel.


Old Fitzgerald ‘Very Special’ 12y 90 proof, 45%, Kentucky Straight Bourbon, Heaven Hill 2010
De neus combineert het klassieke kruidige en granige profiel met zoetzuur fruit. Kruisbessen, onrijpe bananen, bosvruchten. Leder. Vanille. Wat noten. En een beetje stof ook. Vrij complex maar erg lekker vind ik dit toch niet. Olieachtig in de mond met een bitterzoete smaak. Granen, kruiden (peper), vanillepudding, zachte karamel, de bosvruchten (ik denk vooral aan bosbessen), wat abrikoos, pruimtabak en een beetje hout. Middellange, verwarmende en eerder droge afdronk. De vanille, de kruiden en het hout blijven hangen. Hier is nog weinig sprake van fruit. Degelijke instap-bourbon, maar ook niet meer dan dat. Dat Crembo de volgende keer eens Belgian Owl meepakt naar het Witte House i.p.v. een kristallen vaas. 75/100
 

De Rittenhouse ‘Bottled-in-bond’ 100 proof Rye Whiskey kreeg in 2006 de prijs van ‘North American Whiskey of the Year’ op het San Francisco World Spirits Competition. Rye whiskey wordt gezien als de meest oorspronkelijke en unieke Amerikaanse whiskey, die er lange tijd ook de belangrijkste was, voor hij overschaduwd werd door bourbon en Schotse en Ierse import.


Rittenhouse 100 proof, 50%, Straight Rye Whiskey, Heaven Hill 2010
Zoete en kruidige neus. Ik denk aan karamel, chocolade, vanille, geroosterde noten, kruiden (peper, gember), granen en wat gedroogd fruit. Wat associaties ja, maar het geheel kan me toch niet echt bekoren. De smaak is vrij straight forward. Erg kruidig en vrij droog. Wat gedroogd fruit, noten en rozijnen, naast de overdosis aan kruiden. De afdronk is lang, maar ook hier erg (tè) kruidig. Heb al betere Rye gedronken. Voor de Sazarac betaal je misschien iets meer, maar die vind ik merkelijk beter. Whiskey of the year!? 74/100

Een super bourbon

De Ezra Brooks 15y 101 proof is één van de (misschien wel dé) beste bourbon die ik al dronk. Het is een botteling van ergens de jaren zeventig en de fles gaat vergezeld van het opschrift ‘Rare Old Sippin’ Whiskey’. Sippin’ Whiskey indeed, echt een whiskey om van te smullen. Let op, de 101° proof is hier niet een dikke 57% maar 50,5% alcohol. Dit is immers American proof, simpelweg het dubbele van wat wij als alcoholpercentage tellen. In Schotland hadden ze een ander ‘proof’-stelsel, 100° proof was de alcoholsterkte waarop men buskruit nog kon doen ontsteken, zijnde 57% (70 proof = 40%, 80 proof = 45,7% enzovoort), met minder dan deze 57% bevatte het mengsel te veel water om het buskruit nog te doen ontbranden.
Ezra Brooks was in de jaren zeventig alles behalve een goedkope bourbon, iets wat het vandaag wel is. Het was integendeel een high-end whiskey, vooral populair bij de beter gegoede college studenten.

 
Ezra Brooks 15y 101 proof, 50.5%, ‘Rare Old Sippin’ Whiskey’, Kentucky Straight Bourbon, 1970’s
Zo goed als geen old bottle effect op de neus, wel een mengeling van de typische bourbongeur en sherry-associaties. Een ander type hout gebruikt voor het rijpen? Toch een bepaald effect van de 30 à 40 jaar op fles? Of gaf hij deze indrukken indertijd ook al? Wie zal het zeggen, en wie maalt er om… dit is in ieder geval een heerlijke neus. Enerzijds heb ik granen, vanillestokjes, vegetale en herbal tonen (broccoli, peterselie, eucalyptus, menthol) en daarna ook kaneel. Maar daar houdt het niet bij op, er zit een lekkere waxyness onder. Oud leder, antiekwas, oude meubels, dat soort zaken. Het geeft het geheel een zachte, romige, smeuïge toets. Gekonfijt en gedroogd fruit ook, net als wat balsamico. Karamel. Subtiele en complexe neus. Stevig op de tong, zoet en kruidig, erg kruidig. Vanille, maar ook zachte karamel, nootmuskaat, kaneel, peper en wat gember. Hout natuurlijk, licht bitter, propolisdruppels. Evoluerend naar bosvruchten. Ik denk aan cassissiroop en braambessen. Lange, droge en kruidige afdronk. Geweldige bourbon. 88/100

Heaven Hill

Vandaag steken we de plas over en belanden we in Kentucky, meer bepaald in de distilleerderij van Heaven Hill. Elijah Craig en Fighting Cock zijn hun bekendste bourbon merken. Ik proef er van elk één.


Elijah Craig 12y, 47%, OB Heaven Hill 2010
Zoete neus op de typische bourbon granigheid en vanille, vergezeld van butterscotch, hout, fruit en een beetje zilt. Aangenaam. Stevig in de mond op granen, hout, veel vanille, kruiden, gedroogd gras, abrikozen en bosbessen. Middellange finish op zoethout en vanille, met een klein beetje rook. Niet geweldig complex, wel lekker. 81/100
 
Fighting Cock 6y 103 proof, 51.5%, OB Heaven Hill 2010
Zoete, granige neus met karamel, vanille, veel kruiden (kaneel is het dominanste, maar ook nootmuskaat), een klein beetje leder, hout en citrus. Wat scherp. Ook de smaak is zoet (ik heb zowel vanille als karamel), met kruiden die mee om de aandacht dingen. Woudvruchten ook. Echt lekker vind ik dit evenwel niet. Middellange, droge en kruidige afdronk. Matige whisky. De Elijah Craig is niet veel duurder maar wel een pak lekkerder. 73/100

Twee Amerikanen

Vandaag maak ik tijd voor twee whiskeys van Buffalo Trace, een Rye en een Grain.

 
Thomas H. Handy Sazerac, Straight Rye Whiskey, 127.5 proof (63.8%), OB Buffalo Trace 2008, 3rd release, 75cl
Volgens mij is dit de eerste Rye whiskey die ik bespreek. Rye whiskey is gemaakt van minimum 51% rogge. Het hoge alcoholpercentage maakt dat je ‘m even tijd moet geven. Dan komen er in de neus kruiden (peper, veel peper), granen, sinaas en iets zoets door. Karamel. Deze whiskey is zeer levendig op de tong, prikkelend. Zonder water geeft hij noten, kruiden en hout. Met water komt het zoete bovendrijven, de kruidigheid blijft evenwel dominant. Kaneel, peper, kruidnagel, een hele kruidenwinkel eigenlijk. De afdronk is middellang, kruidig en aangenaam bitter. Meer dan leuke kennismaking met Rye whiskey, maar kan wel wat water gebruiken. 81/100
 
George T. Stagg ‘Hazmat II’, 141.2 proof (70.6%), OB Buffalo Trace 2005
De onversneden neus laat tussen de alcohol door al heel wat vrij: koffie, vanille en bittere siroop. Met wat water ook noten, hout en leder. Niet overdadig complex, wel aangenaam. Proeven nu (en veel speeksel maken). Ja, ook hier is ie best toegankelijk. Hij vult wel meteen je mond (alsof je gehemelte uitroept “what the f#!&ck?”). Donkere chocolade, koffie, tabak, peper (niet abnormaal op dit alcoholpercentage). Wat water toevoegen brengt vanille en kruiden naar boven. Vrij lange afdronk, maar wat te bitter, droogt snel uit. Minder dan de Hazmat IV, maar nog altijd damn good whiskey. A beast of bourbon! 83/100

Een indrukwekkend setje Port Charlotte

Vandaag proef ik twee Port Charlottes van de Malts of Scotland, één op bourbonvat en één op sherryvat. Zeker gezien de jonge leeftijd van deze whisky’s (geen 9 jaar oud), zijn dit waanzinnig straffe bottelingen. En ik bedoel hier niet het alcoholvolume. Vooral de sherry is hallucinant goed.

 
Port Charlotte 2001/2010, 60.2%, Malts of Scotland, Bourbon Barrel, cask 967, 220 bottles – Islay
Gedistilleerd op 14 december 2001, in februari gebotteld. De neus heeft wat tijd nodig om open te komen. Enkele druppels water kunnen dit wat bespoedigen, we zitten hier immers boven de 60%. Maar dan krijg je een shot aan vette turf vermengd met zilt en bitterzoete fruittoetsen. Ik heb pompelmoes (met suiker), sinaasappelschil en onrijpe banaan. Oh ja, die combinatie van vette cleane turf, zonder rokerige asbaktoestanden, en romige fruitigheid is perfect. Smaak: knock-out. Met een klein beetje water (heeft echt niet veel nodig) zoete turf, medicinale elementen (een gans dokterskabinet), zilt, peper, nootmuskaat en fruit. Lange, verwarmende afdronk op fruitige turf. Kortom, een zalige whisky. 92/100

Laat dit soort whisky een jaar of tien, vijftien verder rijpen zodat de turf wat aan kracht mindert en de complexiteit nóg toeneemt… het wordt me een beetje ijl in het hoofd.

 
Port Charlotte 2001/2010, 61.6%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead, cask 833, 326 bottles – Islay
Gedistilleerd op 6 december 2001, vorige maand gebotteld. Djééé, wat is dit? Dit kan toch niet? Hoe kan sherry en turf op amper acht jaar al dit ten toon spreiden? Wat een kracht, wat een balans! Romig en zoet op verbrande cake, karamel, turf, leder, rubber (ook de rubber is verbrand, dus niet het type binnenband), gedroogde abrikozen, vijgen en pruimen, cappuccino… pfiew! En neen, geen sulfer. Met water ook gerookt vlees. Zwarte-Woud ham, my favourite! Het orgastisch genot zet zich verder op de tong. Die sherry en die turf! Bitterzoet met dadels, rozijnen, pruimencompot, karamel, hout en donkere chocolade, mooi gecounterd door de turf. Dit alles met een lekje water. Vat 967 had een lange afdronk, maar valt maar bleekjes uit in vergelijking met deze. Hij blíjft maar hangen, na een uur proef ik ‘m nog. Neen, ik kan er niet van over, dat turf en sherry op amper een dikke acht jaar rijping al tot zo’n complex en gebalanceerd samenspel kan komen… dit moét je proeven.

Hij doet me trouwens wat denken aan zowel de Lagavulin 21y (92/100) als de Port Ellen 12y James MacArthur (98/100). Deze achtjarige Port Charlotte is beter dan de eenentwintigjarig Lagavulin (beste Lagavulin volgens Serge Valentin), no kidding. OK, de Port Ellen staat nog een trap hoger, is een graad complexer en geconcentreerder (‘bolder’), is eigenlijk out of this world… maar toch, deze whisky kan daar dus zonder blozen gaan tussen staan hé. Score? Wel, op het gevaar af me vierkant belachelijk te maken, moet ik toegeven dat ik een tijdje met twee stemmetjes in m’n hoofd gezeten. Dat ging ongeveer als volgt:
“Wel, dit verdient niet minder dan 94/100”
“94? Neen, dat kan niet.”
Mmm, nog ’s ruiken en proeven…. “Hèhè, toch wel!”
“Neen Johan, dit is achtjarige Port Charlotte verdorie.”
“So what?”
“Ja maar, 94!?”
“Yep!”
“Zeker!? Proef voor alle zekerheid nog ‘s”
“Whoehaaa, dit ís gewoon 94!”
“100% zeker!?”
“Absolutely!”
Voor de mensen die zich zorgen beginnen te maken over mijn geestelijke gezondheid, no worries, ik heb daar mee leren leven. 94/100

In tegenstelling tot bij de bourbon heb ik hier niet het gevoel dat dit door extra rijping nog veel beter gaat worden. Veel marge is er trouwens ook niet meer. Misschien wel integendeel, de zoete sherrywood zou wel eens kunnen gaan overheersen en het gevaar op sulfernotes is dan ook niet meer denkbeeldig.

 

Tja, wat te concluderen na zo’n sessietje? Dit is indrukwekkende whisky. Daarenboven zijn de scores tot stand gekomen met drie uitdagers, een 90-, een 92- en een 93-punter, telkens geturfd spul. Een aantal existentiële vragen dienen zich aan, zoals daar zijn: Heeft Jim McEwan hier een antwoord op Ardbeg 1974 liggen? Wordt Port Charlotte de rechtgeaarde erfgenaam van Port Ellen? De toekomst zal het uitwijzen, maar hij lacht ons tegemoet.

Macduff 1984, Thosop

Macduff 1984/2009, 54.9%, Thosop import, bourbon cask, 120 bottles – Speyside
Cleane neus met hout, vers gezaagd hout that is, bloesems, granen en honing. Evolueert richting hars en vernis. Zelfs wat nagellakverwijderaar. Zure groene appels. Mmm, mixed feelings bij deze neus. De smaak is vrij scherp op peper en Jägermeister (da’s lang geleden!). Toch effe water proberen. Ja, dat is beter, zachter vooral. In de neus komen de bloesems en de honing nog meer naar voor, in de smaak eucalyptus, kamille en andere planten. Een toefje zout. Middellange, kruidige afdronk. Geen makkelijke whisky, maar met water best genietbaar. 82/100