Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Bert Bruyneel’

Klein vuil tastinkje

Er hebben al vaker leuke tastings plaatsgevonden ten huize Asta Morris, maar deze van vorige maandag was er toch wel eentje om in te kaderen. En neer te pennen.
Ik had zelf wat lekkers meegebracht, maar toen Bert mij duidelijk maakte dat hij zich in zijn “eigen kot door niemand laat overtreffen”, wist ik dat het een zeer fijne avond zou worden… Na wat werken op samples voor mogelijke nieuwe Asta Morris bottelingen (met als resultaat dat niets de moeite waard was – het is tegenwoordig echt wel huilen met de pet op), begonnen we aan het officieuze en plezante gedeelte. Ik heb niets genoteerd – dat zou het genieten alleen maar doorkruisen – en ga dus af op m’n herinneringen. Die nog verdacht levendig zijn. Hieronder een overzichtje van het lekkers (en of het lekker was).

 

Loch Dhu 10 'Black Whisky'Starten deden we met de Strathisla 1972/1994, 62.1%, G&M Cask, casks 7510-7512, die ook figureerde in de jongste Weedram Masters en volgens Bert nu beter tot z’n recht kwam. De neus vond ik alvast erg goed, op de smaak misschien een beetje droog. We zakten daarna meer dan 20% om uit te komen bij de Glen Garioch NAS, 43%, OB 1970′s, Samaroli Import, brown dumpy. Beter dan de meeste batchen die Lemar importeerde. En stukken beter dan de Loch Dhu 10y Black Whisky, 40%, OB 2013. Wat een draak van een whisky. Dit is toch wel van het slechtste wat er op de markt te verkrijgen is. De neus is slecht, de smaak slechter. Onder het motto ‘hoeveel off-notes kunnen we in één whisky krijgen?’, vreselijk. Alles wat hier achter kwam, zou ik geweldig vinden.

En de Glen Elgin 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection, Berry Bross & Rudd, casks 5167 & 5170 ís dat ook gewoon. Delicaat, smeuïg en fruitig. Nog beter was de Glendullan 31y 1966/1997, 49.7%, Cadenhead’s Authentic Collection, complexe en gelaagde sherry. Die stijgende lijn werd doorgetrokken met behulp van de Glenlivet 25y 1967/1993, 46.9%, Signatory, cask 3470, 250 bottles. Sublieme oude Speysider, complex en elegant.

Maar het kon nog beter, de Glen Grant 48y 1958/2007, 50%, G&M for La Maison du Whisky is één van de beste sherrybommen die ik al kon proeven. Zo krachtig, maar ook zo fruitig, wat een machtige sherry! De Longmorn 37y 1973/2011, 58%, The Whisky Agency, fino sherry hogshead, joint bottling with The Nectar and Three Rivers Tokyo, 252 bottles kon dat niveau niet helemaal aanhouden, maar dat was ook schier onmogelijk. Nochtans is ook dit een dijk van een whisky. Hetzelfde kan gezegd worden van de Tomatin 31y 1976, 47.2%, OB 2008, cask 19090, 107 bottles, één van de beste Tomatin 76’ers als je ’t mij vraagt, op het klassieke en geweldige tropische patroon. De Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts deed er niet voor onder.

Terug naar het sherrygeweld met de Aberfeldy 19y ‘Manager’s Dram’, 61.3%, OB 1991. Een topper, maar in z’n categorie kan hij niet op tegen de Glen Grant. 1969 moet zowat het beste jaar voor Longmorn zijn, iets wat de Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M for Intertrade, Turatello import, Highlander label, 420 bottles met veel overtuiging bewijst. Machtige whisky op rood fruit, noten, kruiden, koffie, oud leder, boenwas en lichte rook. Daarna volgden twee best te pruimen Laphroaig Cask Strengths, de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB 2009, batch #001 en de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.3%, OB 2002, red stripe. Ze vielen in ieder geval niet uit de toon in het straatje.

 

VlezekesNa de obligate ‘vlezekes’ (wat zeer denigrerend klinkt voor pata negra van de hoogste kwaliteit), werden zes kanonnen uit de kelder opgediept, waar ik gelukkig iets waardigs naast kon zetten. In volgorde hadden mijn smaakpapillen de eer en het genoegen kennis te maken met de geweldige Caol Ila 35y 1969/2004, 45%, G&M Private Collection, casks 1755 & 1760, 374 bottles (een Caol Ila 1969 nu eens niet op jonge leeftijd, en die extra rijping is alleen maar een meerwaarde), de legendarische Caol Ila 12y 1974/1986, 63%, James MacArthur, The London Scottish Malt Whisky Society, cask 74.23.1 (bestaat er Caol Ila met een hoger cult-gehalte? In ieder geval volledig terecht als je ’t mij vraagt), de Laphroaig 40y 1960, 42.4%, OB 2001, 3300 bottles (lekker, maar de 30 is beter), de Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Samaroli, 120 bottles (waarschijnlijk Springbank, en van het meest complexe wat je kan proeven), de Glenfiddich 32y 1972/2005, 46.9%, Cadenhead’s Bond Reserve (niet de beste oude Glenfiddich, wel lekker en vooral vlot wegkappend), de Macduff 35y 1967/2003, 53.8%, Douglas Laing Platinum Selection, 528 bottles (zo goed kan Macduff dus zijn) en tenslotte de Laphroaig 31y 1974/2005, 49.7%, OB for La Maison du Whisky, 910 bottles (hèhè).

Tenslotte? Niks tenslotte, het kon immers nóg beter. Twee absolute toppers om “in schoonheid te eindigen”? Allez vooruit, omdat je aandringt. In schoonheid eindigen is een stevig understatement als je de Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March 2000, for Asia & US, third release en de Bowmore 37y 1964/2002, 49.6%, The Trilogy Series, Fino sherry cask, 300 bottles ingeschonken krijgt. De Provenance heb ik hier al eens besproken, de Fino nog niet.

Vermits ik nog naar huis moest bollen, hebben we het hier maar bij gelaten. Voor alle duidelijkheid, een paar van deze whisky’s waren van mij, maar ik heb me met veel genoegen laten wegblazen door wat Bert bovenhaalde.

Nog wat vleesjes en water deden m’n alcoholpercentage langzaam maar zeker onder de 0,5 promille zakken, waarop ik mij aan een tweede sessie 120 kilometer asfalt waagde. De Fino gloeide nog lang na, de glimlach kreeg ik moeilijk van m’n lippen, de muziek op de radio klonk gelaagder dan anders. Het bed was zacht, het ontwaken iets minder.

Advertenties

Strathmill 22y 1991, Asta Morris

Het dient gezegd, Bert Bruyneel laat zich niet leiden door de reputatie van distilleerderijen bij de selectie van z’n vaten. Blair Athol, Glenburgie, Auchroisk, Dailuaine… je kan dat moeilijk klinkende namen noemen. Ook Strathmill valt onder de categorie onbekend-is-onbemind. Maar ook nu was dat geen beletsel voor Bert om enkel en alleen op z’n smaak af te gaan. Deze Strathmill 1991 is vanaf heden verkrijgbaar bij de Asta Morris verdelers voor de erg schappelijke prijs van 79 euro.

 

Strathmill 22 YO  1991/2013, 50.3%, Asta Morris, cask #AM025Strathmill 22y 1991/2013, 50.3%, Asta Morris, cask #AM025, 239 bottles
Heerlijke neus, gedomineerd door zoet fruit. Zoet fruit zoals ananas en bananen. Geflambeerde bananen. En een beetje meloen. Maar ik moet ook denken aan kruisbessentaart (niets zurigs meer aan die bessen, en inclusief de taartbodem en poedersuiker). Romige chocolade. En we gaan verder op het zoets, met honing en nougat. Achter al dat zoets en fruit gaat er bijenwas schuil. En alles wat bijen nog met zich meebrengen. We hadden de honing al, maar ik ruik ook pollen. Schoenpoets ook. En geboend leder. Nat hooi, ook dat vind ik altijd een absolute meerwaarde. Zachte geur van noten en helemaal op de achtergrond zelfs een lichte rokerigheid. Die neus vertoont een complexiteit die je niet voor mogelijk houdt bij zoiets (met alle respect) ‘banaals’ als Strathmill 1991. De smaak is erg romig (boterig bijna), rond en vol. Het fruit blijft z’n ding doen. Ik proef ananas en appelsienen. Maar vooral de bananen blijven zich in de aandacht werken. De whisky krijgt hier een grassig kantje. En ook kruiden treden meer op de voorgrond. Het waxy karakter blijft (voor een stuk) behouden. Het natte hooi wordt wat droger en wordt vergezeld van heide. En zijn dat croissants? Jawel, vers gebakken croissants. Lange en complexe afdronk. Het fruit en de zoete elementen wijken niet en dulden enkel wat kruiden, zachte eik en vers gebak als gezelschap. Zéér lekker op smaak en afdronk, schitterend op de neus. Wat een vatselectie. Voor mij de beste Asta Morris van de voorbije 12 maanden. 91/100

Mortlach 1995, Asta Morris for Fulldram

We zijn met onze club Fulldram ondertussen al toe aan onze vijfde clubbotteling. Deze keer een Mortlach 1995 uit de Asta Morris stal. Bert Bruyneel had de opdracht gekregen uit te kijken naar een bijzonder vatje, en kwam een tijdje geleden aandraven met drie samples. De uiteindelijke – moeilijke – keuze viel dus op deze Mortlach. Mortlach, en zeker jonge Mortlach, is vaak love-it or hate-it. Ofwel valt dat stevig tegen ofwel is het erg lekker. Het spreekt voor zich onder welke categorie deze whisky valt. Bedankt voor het speurwerk Bert!

 

Mortlach 17 YO 1995/2012, 50.2%, Asta Morris for Fulldram, cask AM022Mortlach 17y 1995/2013, 50.2%, Asta Morris for Fulldram, cask AM022, 314 bottles
Aromatische, ronde neus vol fruit. Fris, wit fruit. Sappige rode appels, witte perziken, zelfs een beetje meloen. Ananas uit blik ook wel, en wat abrikozen. Naast het fruit zijn er ook andere zoete elementen te ontwaren, zoals vanille en honing. Een klein beetje munt en een lichte mineraliteit voegen een frisse toets toe. De geur wordt ook hoe langer hoe waxier. Kaarsvet en ook pure bijenwas. Heel mooi. De smaak start al even rond op zoete en fruitige tonen. Appels, perziken, abrikozen, ananas, honing en lichte tonen van nougat. Zachte was en al even zachte kruidige tonen vullen aan. Peper, gember, kaneel. Meer eik dan op de neus, zonder dat het echt droog wordt. Daarvoor blijven het fruit en de zoete elementen te duidelijk in de driver’s seat. Wat het dan ook zo vreselijk drinkbaar maakt. Naar het einde toe komt er zelfs een klein beetje zilt bij. Vrij lange afdronk, zoet en kruidig. Ik wist al dat Mortlach 1995 lekker kon zijn, nu weet ik ook dat het heel lekker kan zijn. 89/100

Caol Ila 1999, Asta Morris

Ook voor Asta Morris van Bert Bruyneel start het nieuwe whiskyseizoen, en wel met een Caol Ila 1999, dertien jaar gerijpt op een refill sherryvat. Naar het schijnt komt er binnenkort nog iets anders uit de Asta Morris stal aan. Benieuwd. Maar dus eerst de Caol Ila, deze kost kost je 65 euro.

 

Caol Ila 13y 1999/2012, 50%, G&M Exlusive for Asta Morris, refill sherry hogshead #305341, 350 bottles
Prikkelende neus, behoorlijk medicinaal. Ik moet denken aan ether en mercurochroom (wat velen als ‘rood’ uit hun kinderjaren zullen herinneren). De turf is niet al te scherp (perfect alcoholpercentage wat dat betreft), ik heb weinig assen, en dat is absoluut een pluspunt. Wat ook een plus is, is het fruit (weer het perfecte alcoholpercentage): rijpe sinaas, even rijpe ananas en kokos. Zilt is deze neus ook. En wat hebben we nog? Kandijsuiker bijvoorbeeld, en een klein beetje teer. Misschien ook wat kruiden, maar niet veel. Op de smaak iets meer van dat (kaneel, nootmuskaat). En ook de turf is iets prominenter aanwezig. Het zilt komt terug, net als de sinaas. Ook wat citroen nu. En de kandijsuiker, wat het geheel best zoet maakt. Een lichte mineraliteit doemt op. En dan dient ook olijfolie nog vermeld te worden, wat me naadloos bij het olieachtig mondgevoel brengt. Lange, ietwat droge afdronk op zoete turf, peper en zilt. Je merkt dat Bert z’n best gedaan heeft deze whisky op het juiste percentage te versnijden, zodat de turf nog voldoende aanwezig is, maar niet té dominant, te scherp is. En dat het fruit net genoeg naar voor wordt gebracht. Mooi gedaan. 87/100

Benriach 29y 1983 for Asta Morris

Bert Bruyneel heeft zich weer eens door een stapel Benriach samples geworsteld. Na de jaren zeventig (zie 1975, 1977, 1978 en 1979) heeft hij zich deze keer aan de jaren tachtig gewaagd. Het resultaat van al dat werk resulteert in een 1983 die gebotteld werd voor z’n Asta Morris vehikel.

 

Benriach 29y 1983/2012, Asta Morris, bourbon hogshead #299, 258 bottles
Aromatische neus die start op sprankelend fruit. Ik denk aan sappige peer, meloen, wat sinaas en ananas in blik. Een behoorlijke portie vanille ook, praliné en eik. Getoast hout. Knappe balans tussen het fruit, de zoete tonen en de eik. Prikkelende smaak, dansend op de tong. Romige honing, boter, meringue en opnieuw veel fruit: ik noteer opnieuw peer en meloen, en voeg daar aardbeien, lychee en rijpe kruisbessen aan toe. De eik komt weer om de hoek kijken en wordt vergezeld van zoethout. Maar het fruit krijgt alle ruimte om zijn ding te doen. En dat ding is zeer luid om de aandacht roepen. Een beetje bijenwas ook. Niet supercomplex, wel erg expressief en vooral zeer lekker. Lange, zoete afdronk, een beetje ‘zesty’. Eens te meer – ik weet het, ik val in herhaling – een zeer knappe selectie. En evenzeer eens te meer een referentie voor Benriach van het betreffende jaar. 91/100

Blair Athol 14y 1998, Asta Morris

Als Bert Bruyneel na zestig, zeventig cask samples te proeven een ‘Eureka’ moment beleeft, dan weten we dat het weerom prijs is, we mogen ons dan opnieuw aan een pareltje van een whisky verwachten. Zijn laatste vondst is een Blair Athol 1998. Op 345 flessen… er is volgens mij niemand anders die zot genoeg is om 345 flessen van een 14-jarige Blair Athol op de Belgische markt te brengen. De timing (vlak voor vaderdag) en de prijs (49 euro) zijn natuurlijk wel troeven. Hopelijk is de inhoud dat ook… Te verkrijgen via drie winkels: QV.ID, Crombé en The Single Malt Whisky Shop.

 

Blair Athol 14y 1998/2012, 47.8%, Asta Morris, cask AM007, 345 bottles
Erg lekkere neus die start op honing en waxy tonen zoals kaarsvet en geboend leder. Daarna warme appeltaart, ahornsiroop en marsepein. Romige, zoete toetsen dus. Rijpe (rode) kruisbessen, hoe langer hoe duidelijker. Ook iets licht mineraligs. Kalk? Wat granen, maar ook deze ver op de achtergrond. Enkele kruiden. Kaneel bijvoorbeeld (van op de appeltaart). Pas na enige tijd natte aarde en allerlei wortels (vers uit de grond getrokken). Mierik, gentiaan… knappe evolutie. Romig mondgevoel, met een smaak die in het verlengde van de neus ligt, maar meer uitgepuurd. De aroma’s zijn gelijkaardig maar geconcentreerder. De ahornsiroop roept weer om de aandacht en de wortels zijn nu van in het begin aanwezig. In het kruidencompartiment wordt de kaneel vergezeld van zoethout en gember. De appels brengen cider naar boven. De gember Canada Dry. Een beetje ananas en Frosties vullen aan. Weer die zoete granen, maar altijd op de achtergrond. Behoorlijk lange, zoete en kruidige afdronk, met die wortels die de rode draad in deze whisky blijken te vormen. Eik zegt u? Nee, niet te bespeuren. Ik vond de neus erg lekker, maar de smaak is nog beter, geconcentreerder (ik bemerk hier een patroon in de bottelingen van Bert). En zo vreselijk drinkbaar ook. En verdacht complex voor z’n leeftijd. Een ideale daily dram me dunkt, zeker gezien z’n prijs. Kopen die handel! 91/100

Benriach 32y 1979 for Asta Morris

En Bert Bruyneel weet maar van geen ophouden, na een 1975, een 1977 en een 1978 brengt hij nu een Benriach 1979 op de markt. Binnenkort kan hij aan de jaren tachtig beginnen. Ook deze is een officiële botteling voor Asta Morris.

 

Benriach 32y 1979/2012, 47.3%, OB for Asta Morris, cask 8507, 192 bottles
Romige neus met veel fruit (roze pompelmoes, mandarijn, lychee en meloen), heide, en hooi. Gaat verder op vanille, melkchocolade, noten (marsepein) en zachte eik. En daaronder een klein beetje zachte bijenwas en dito turfrook. Mooie gelaagdheid, en een neus om te genieten. De smaak is vol en rond, en ligt in het verlengde van de neus. Hetzelfde fruit (meloen, lychee, pompelmoes), de heide, de vanille, de noten en de zachte eik op de achtergrond. Hier wel aangevuld met kruiden. Zowel gember als allerlei kruidenthees. Gesuikerde kamillethee bijvoorbeeld. Best lange afdronk, fruitig op bitterzoete tonen. Erg lekkere Benriach die qua profiel weer anders is dan de andere. De 1978 is zoeter en op de neus nóg wat expressiever (maar minder complex), de 1977 is wat frisser en voor mij ook (nog) gelaagder dan zowel de 1978 als deze 1979. Ik heb een lichte voorkeur voor de 1977 (de sublieme 1975 laten we dan even buiten beschouwing), maar dat neemt niet weg dat dit weer een uitzonderlijk vat is waar Bert z’n handen op heeft weten te leggen. 92/100

Bowmore 1998, Asta Morris

De jongste botteling van Bert Bruyneel is een Bowmore 1998 onder z’n eigen Asta Morris label. Ik proefde er een tijd geleden al een cask sample van en was meteen verkocht. Ondertussen heeft de whisky nog wat verder gerijpt en is ie ook versneden tot ideale drinksterkte. Opnieuw proeven dus.

 

Bowmore 13y 1998/2011, 49.7%, Asta Morris, cask AM003, 211 bts.
Mineralige, prikkelende turf, dat was het eerste wat me in de cask sample opviel. Nu is hij ronder, minder scherp. Op de neus heb ik nog steeds de mineralen (natte stenen, zomerse regenbui, je kent het wel) en de turf, maar wat mij nu vooral opvalt, is zwarte woudham en lapsang souchong thee, twee associaties die een smile op m’n gezicht brengen. Lapsang souchong thee wordt gedroogd op een vuur van naaldhout, en dat is wat ik in deze neus terugvind, de rook die vrijkomt bij het verbranden van naaldhout. De zwarte woudham wijst dan weer op zilt en zoete rook (en vlees natuurlijk). Wat heb ik nog? Honing, kruisbessen, bijenwas en bostoestanden. Met dat laatste bedoel ik mos, varens enzo. En ja, het is een naaldbos. Rond, romig mondgevoel met opnieuw het gerookte vlees en dito thee. Barbeque, hammetje aan het spit… gemarineerd. Met honing. Kruidig dus, zilt en zoet. Naast de honing noteer ik ook vanille. Qua kruiden heb ik tijm, citroenmelisse, gember, en nog heel wat meer. Amandelen schrijf ik nog op, net als wat citrus en lichte eik. Wreed lekkere whisky, en zo drinkbaar! Lange afdronk op zoete en zilte turfrook. Prijs/kwaliteit een absolute topper. En een whisky die recht op mijn smaakprofiel zit, alsof ie voor mij gemaakt is. 91/100

Benriach 34y 1977 for Asta Morris

We hadden al een Benriach 1978 voor Asta Morris (die niet slecht was) en een Benriach 1975 voor Asta Morris (die er ook mee door kon). Bert Bruyneel vond dit niet genoeg, hij botste immers op een vat 1977 dat hij echt niet kon laten liggen. Integendeel, het ligt vanaf deze week in de handel. En heden zit het ook in mijn glas.
In tegenstelling tot de twee voorgangers is dit geen sherryvat, maar een refill bourbon. Ik proef ‘m naast de 1975 en 1978.

 

Benriach 34y 1977/2011, 45.7%, OB for Asta Morris, refill bourbon #9119, 175 bottles
Deze is qua neus alvast subtieler dan de 1978. Gelaagder, complexer ook. Net als de 1978 is hij zoet en fruitig, op sappige appels en peren, maar ook mandarijn en banaan. Vanille eerder dan de stroop. Zachte melkchocolade. Daarna komt er iets licht grassigs en kruidigs bij: heide, hooi, kaneel en tijm. Zeer mooie onderliggende eik. Romig en stevig mondgevoel, licht prikkelend op wit fruit, pompelmoes en mandarijn. Honing, gedroogd gras, marsepein, zachte eik en kruiden. Iets van Mandarin Napoleon. Prachtig. Zeer boeiende whisky, elegant en complex. Vrij lange, verwarmende afdronk. Op de neus verschillend van de 1978 (qua profiel eerder richting de 1975) maar zeker even mooi, op de smaak gaat deze voor mij over de 1978, en dus een puntje meer. Ja ja, Bert weet wat lekker is. En deze is veel meer dan lekker. 93/100

The Asta Morris sessions: Benriach 1978

Ik besluit de Asta Morris sessions with, euh, met de Benriach 1978 die al enkele maanden geleden op de markt kwam, tegelijkertijd met de 1975. Ik proefde deze whisky dus naast de twee nieuwe bottelingen én naast de 1975.

 

Benriach 32y 1978/2011, 48%, OB for Asta Morris, sherry hogshead #7037, 79 bottles
Directe, erg aromatische en expressieve neus. Smeuïg zoet en fruitig. Appel- en perensiroop, zoete ananas, dito sinaas, pruimencompot, rozijnen, evoluerend richting high-end rum en zelfs iets van oude porto. Zo goed als geen eik of kruiden, noch noten of andere eerder bittere associaties. De geur evolueert niet echt en is ook niet super complex (oké, de 1975 is wat dat betreft niet de meest ideale sparring partner), maar dat is natuurlijk allemaal niet nodig als het er meteen boenk op is. Puur genieten! Ook de smaak is vol, romig en zoet. Kandijsuiker. Het fruit is hier eerder citrus (sinaas), naast de rozijnen. Hier wel wat eik, licht en aangenaam bitter. Ook de smaak is niet complex te noemen maar blijft lekker, alhoewel hij niet helemaal het niveau van de neus haalt. Lange, volle afdronk. Puur op de neus was het 93 geweest. 92/100
 
Benriach 1978 is over het algemeen niet zo uitzonderlijk lekker, deze is dat wel. Dit zou dus wel eens de beste Benriach 1978 ooit kunnen zijn. Dat er een betere 1975 dan de Asta Morris zou bestaan, of nog zou verschijnen, lijkt me vrij onwaarschijnlijk. Wat wil zeggen dat de heer Bruyneel wel eens de beste 1975 én de beste 1978 gebotteld zou hebben. Sterk!

The Asta Morris sessions: Dailuaine 27y 1983

De tweede nieuwe Asta Morris is een Dailuaine 1983. In tegenstelling tot de Glenburgie heeft Bert dit vat onder het eigen label gebotteld. Dailuaine 1983… al even weinig tot de verbeelding sprekend als Glenburgie 1997, geef toe. Maar niets zo misleidend als imago.

 

Dailuaine 27y 1983/2011, 50%, Asta Morris, refill sherry hogshead AM004, 248 bottles
Mooie neus die start op gedroogd gras, hooi en allerlei tuinkruiden. Maar dan gaat hij over in andere sensaties en is het niet meer mooi, maar prachtig. Mandarijn, boter, zachte vanille, bloemen van de weide (echt een wandeling door een weide in volle bloei). Iets van geroosterd brood. Besmeerd met honing. Zeer elegante en delicate neus. Krachtig en stevig op de tong, en toch zacht, niets scherps. Boterig bijna. Perfecte drinksterkte me dunkt. Vanillecrème, rijpe sinaas, warme appelmoes, heide, honing, tuinkruiden (tijm, laurier), nootmuskaat en wat eik. Perfecte balans, op geen enkel moment drogend. En zo makkelijk drinkbaar! Lange, smeuïge afdronk met hier iets meer kruiden. Ook deze had wat tijd nodig om volledig tot z’n recht te komen, maar dan… een juweeltje. 92/100
 

Hier heb ik toch op zitten wroeten. Ik bedoel dat ik ‘m meerdere malen proefde, op verschillende momenten in de line-up. Zowel na de zéér lekkere Glenburgie 1997, als na de schitterende Benriach 1978, als na de hors-catégorie Benriach 1975. Ik vond deze whisky na een eerste keer uitgebreid te proeven meteen geweldig en had een score van 92 in gedachten. Maar, 92 voor een Dailuaine 1983? Het is niet omdat Bert een sympatieke gast is, dat ik met punten moet gaan smijten hé… laat ons zo correct en consistent mogelijk blijven… maar toch, telkens als ik ‘m opnieuw proefde moest ik toegeven dat dit een fantastische whisky is, die in mijn scoring gewoon 92 waard is. En wat moet dat kosten? 89 euro. Knappe prijs/kwaliteitverhouding noemt men dit, en dat is hier dan nog een understatement.

Weedram Masters XXV

Vorige dinsdag was het verzamelen blazen in Avelgem voor de 25e editie van de Weedram Masters, een jubileumeditie inderdaad. Ceremoniemeester Bert had vijfmaal twee whisky’s op een rijtje gezet, telkens de standaardbotteling en een iets-minder-standaardbotteling van datzelfde huis. Plaats van gebeuren was ’t Eenvoudig Bestaan, een mooi gelegen en gezellig kader dat de vaste stek is van de Weedram Masters. Van de niet-zo-standaard bottelingen heb ik een anderhalve centiliter mee naar huis genomen (karakter), de komende dagen zal je daarvan op deze pagina’s een bespreking vinden. Dit telkens vergezeld van mijn – weliswaar summiere – bevindingen van de begeleidende standaarbotteling. Vandaag het eerste koppel, Glenfiddich.

 
Glenfiddich 12y ‘Special Reserve’, 40%, OB 2011, 1 liter
Frisse neus, getemperd fruitig en maltig. Naast het fruit en het graan heb ik honing, hooi, gebakken groeten en een beetje rubber. De smaak is licht, hier mist hij duidelijk power. Weinig complex ook. Wat wit fruit, een beetje noten, een lichte bitterheid… eerder vlakke smaak. Korte, licht bittere afdronk. Foutloze maar verre van boeiende whisky. 74/100
 
 

Glenfiddich 1973, 46.6%, OB 2007 for LMdW, cask 28563
Oké, dit is een neus van een ander kaliber. Roasty! Allerlei geroosterde tonen (noten, toast, granen) vermengd met heerlijk fruit en kruiden. Qua fruit zowel sappig wit fruit als gestoofd fruit. Acaciahoning ook, net als prachtige belegen eik. Een lichte rokerigheid van het hout. Zeer expressief. Top! Het mondgevoel is dik en chewy, een whisky om op te kauwen. De eik gaat naar het einde toe wel domineren in plaats van aanvullen. Het fruit (perzik en abrikoos vooral) en de kruiden zijn bij de start duidelijk aanwezig maar laten zich hoe langer hoe meer wegdrukken. Ook honing en noten doen hun best om de aandacht te trekken. Lange, licht bittere afdronk met toch ook zoete en fruitige tonen. Een prachtige neus, een iets mindere smaak. Enkel op de neus zou hij twee, drie punten meer scoren. 90/100
 

Dat was op z’n minst een mooi begin, en nog eens een bewijs dat Glenfiddich in 1973 en (vooral) 1974 echt wel lekkere whisky geproduceerd heeft.

Benriach 35y 1975, Asta Morris

De voorlaatste feest-dram was een cultwhisky, de laatste is een cultwhisky in wording, neem dat van mij aan. We besluiten het ‘1000’ feest met een nagelnieuwe Benriach 1975 voor het bijna even nieuwe Asta Morris label. Ik proefde deze whisky reeds meerdere malen: afzonderlijk, naast een ook erg lekkere 1978 voor Asta Morris, naast andere Benriachs 1975, naast de legendarische 1976 (cask 3557) voor La Maison du Whisky, gisteren in een moord-line-up op de Weedram Masters – waarover later meer… en telkenmale doorstond hij de test. Met brio. Vanaf heden te koop bij menig whiskyhandel voor een 250 euro.

 

Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bts.
De neus start op een sublieme fruitigheid, zowel tuinfruit – ik denk hier aan appels en kruisbessen – als tropisch fruit: passievrucht, mango en ananas, en ook roze pompelmoes, met een beetje kristalsuiker. Succulent! Hij gaat verder op honing, heide, rozenbottel, hooi en eik. Zachte eik die het al schitterende geheel nog extra karakter, extra punch geeft. Proeven. De whisky blijft niet braaf op de tong liggen, maar verkent meteen alle hoeken van de mond. Hij is krachtig, romig en meteen full-blown tropisch. Meloen vooral, papaya en ook wat passievrucht. De roze pompelmoes hebben we opnieuw. Net als de zachte eik van de neus, kandij en een subtiele kruidigheid. Big! Lange, heerlijke afdronk waar het tropisch fruit van geen wijken wil weten. Indrukwekkend. Echt indrukwekkend. 95/100
 
Petje af Bert!

Dailuaine 10y 1999, The Real Wee Dram

Een half jaar geleden vierde The Wee Dram Whisky Society, de sympathieke whiskyclub uit het Kortrijkse (de club ook die het meeste nominaties voor Beste Whiskyclub van het land achter z’n naam heeft), zijn tiende verjaardag. Ter gelegenheid van deze mijlpaal werd een eerste clubbotteling gebotteld, een Dailuaine 1999. Geef toe, een verrassende keuze. Maar na hem te proeven blijkt dit ook een zeer geslaagde keuze te zijn.

 

Dailuaine 10y 1999/2010 ‘The Real Wee Dram No 1’, 58.6%, sherry butt #6287, bottled for Wee Dram 10th Anniversary, 180 bottles
Stevige neus, wat gezien het alcoholpercentage niet mag verwonderen, maar toch meteen erg toegankelijk. Mooie maltigheid vermengd met fruit (peren, perziken, mandarijn) en florale toetsen. Bloesems, heide, hooi en gras. Voor het zoets zorgen vanille en zoethout. Wat munt ook en noten. Erg lekkere neus. Daarenboven is hij perfect drinkbaar zonder water. Romige, volle smaak, zoet en fruitig. Gekonfijt fruit, sinaas, ananas, honing en karamel. Lichte eik. Tijm en gember zorgen voor een extra kruidigheid. Een heel klein beetje zilt. Lange, zoete afdronk met een prachtige bitterheid erdoorheen. Pompelmoes met griessuiker. Gekonfijte gember en peper (de alcohol). Knappe vatselectie, gebotteld op ideale leeftijd me dunkt, het hout heeft reeds z’n bijdrage geleverd maar blijft netjes op de achtergrond. 88/100

Battle of the Stunners


 

Het nieuwe Fulldram seizoen werd dit jaar afgetrapt door Bert Bruyneel, notoir levensgenieter uit Ingooigem. Het beproefde concept dat de naam Battle of the Stunners draagt, vormde een ideale opener voor zowel anciens als nieuwe leden. In vijf categorieën voerden Bert en het Fulldrambestuur een strijd om wie de beste ‘stunner’ meehad. Een stunner – term indertijd door Luc Timmermans gelanceerd – is een bangelijk lekkere whisky die minder dan 50 euro kost. Alle whisky’s werden uiteraard blind geproefd – jawel, er was iemand die een blinddoek bijhad. Hieronder een verslag van een leuke avond – gelardeerd met de nodige hilarische anekdotes – waar het wedstrijdelement ondergeschikt was aan het plezier. Om één of andere reden was het vooral Bert die dit laatste meermaals benadrukte. De uitslag zie je bovenaan – voor alle duidelijkheid, dat leest als Fulldram-Bert en niet omgekeerd. Let op, de winnaar voor de groep was niet altijd mijn winnaar.

 

Categorie 1: super-stunner (minder dan 25 euro)

Goldlys Rye & Malt 1988, 46%, Filliers 2010
Twee graandistillaten, rogge en gerst, 22 jaar samen gerijpt op bourbonvaten. Erg granig met een beetje fruit. Wordt hoe langer hoe zoeter. Veel vanille. Ik was hier niet echt wild van. Bijlange niet het niveau van de Limousin als je het mij vraagt.

Fighting Cock 103 proof, 51.5%, Heaven Hill 2010
Een Bourbon die ik ook bij een vorige proefbeurt niet echt geweldig vond. Zoet, granig, verbrande karamel, leder, iets geroosterd en veel kruiden.

Voor mij twee tegenvallers.
Winnaar: Goldlys, Fulldram. I disagree (lichtjes).

 

Categorie 2: Niet-geturfd, geen vatsterkte

Arran 14y, 46%, OB 2010
Vrij complexe, frisse en fruitige whisky. Redelijk zoet ook, wat hout en een aangename kruidigheid op de smaak.

Amrut 2004/2009, 52%, OB for Crombé, cask 2930, 221 bottles.
Moeilijke whisky. Start wat vreemd, niet gemakkelijk om te associëren. Grassig, floraal, kruiden. Een bijzondere bitterheid.

Winnaar: Arran, Fulldram. I agree.

Hier moet ik ootmoedig toegeven dat ook bij mij de Arran de winnaar was alhoewel ik de Amrut indertijd een hogere score gaf dan onlangs de Arran. Dit toont nogmaals de relativiteit aan van scores. Omstandigheden, line-up, stemming, het speelt allemaal een rol. Maar als ik er mijn oorspronkelijke notes bijhaal, merk ik dat ik ook toen wel wat worstelde met deze Amrut maar er uiteindelijk wel volledig voor viel. Misschien heeft deze Amrut gewoon meer tijd nodig.

 

Categorie 3: Geturfd, geen vatsterkte

Lagavulin 16y, OB 2010
Zachte, zoete, ronde turf met fruit en kruiden erdoorheen. Redelijk complexe, subtiele en mooi gebalanceerde whisky. Herkenbaar Lagavulin 16y.

Laphroaig Quarter Cask, 48%, OB 2009
Medicinaler en meer rook dan de Lagavulin. Meer zilt ook. Kruidigheid van het hout, vooral op de smaak. Voor mij iets ééndimensionaler, minder complex.

Twee erg lekkere whisky’s, maar ik vond de Lagavulin iets beter.
Winnaar: Laphroaig, Fulldram. I disagree.

 

Categorie 4: Niet-geturfd, vatsterkte

Westport (Glenmorangie) 9y 2000/2010, cask 800104, 644 bottles
Lekkere sherry! Zoet (geconfijt en gedroogd fruit) en aangenaam bittter. Koffie, noten, hout… Droog, maar nooit té.

Glenfarclas 105, 60%, OB 2010
Ook dit is lekkere sherry. Meer op kruiden wel. En ook eerder rood fruit. Stevig! De Westport is echter beter, complexer.

Winnaar: Westport, Fulldram. I agree.

 

Categorie 5: Geturfd, vatsterkte

Laphroaig 10y Cask Strenght, 57.8%, OB 2009, Batch 001
Erg rokerig. Medicinaal, houtskool, een beetje fruit, peper. Voor mij teveel rook, te ééntonig.

Bowmore 10y ‘Tempest’, 56.3%, OB 2010, 12.000 bottles
Dit is beter, de rook zit ook hier maar wordt vergezeld van zilt, veel fruit (sinaas vooral), vanille, bloemen… een pak complexer dan de Laphroaig en alles perfect in balans. Deze bespreek ik later deze week meer in detail, flesje staat klaar.

Winnaar: Bowmore, Fulldram. I fully agree.

 

Conclusie: afgedroogd. Nu is het wel zo dat het Fulldrambestuur ondertussen goed weet wat het gemiddelde lid lekker vindt. Bert had daar misschien een lichte handicap. Maar desalniettemin, 5-0… het staat daar wel mooi te blinken bovenaan.

 

WWWF

Zoals vermeld, heb ik me zaterdag richting Kortrijk (het Belgische Wilde Westen) begeven voor een bezoek aan het Wild West Whiskyfest. Des avonds keerde ik meer dan tevreden – en met het hoofd wat in de wind – huiswaards, het was immers een zeer geslaagde tweede editie. Dit is echt een festival waar zowel nieuwelingen als gevorderden hun hart kunnen ophalen. Chapeau aan Bert en de zijnen voor de perfecte organisatie!

Wat deze tweede editie naar een nog hoger niveau tilde dan de eerste editie is ongetwijfeld de aanwezigheid van seniore Max Righi. Net zoals op het Lindores Whiskyfest had Max z’n stand verzorgd met antipasti. Salame, prosciutto, zalige oude Parmigiano overgoten met balsamico… de ideale begeleiders van sublieme oldies, zoals daar zijn: Macallan 1937, Bruichladdich 15y Samaroli Collection Mayflower ’80 ceramic, Glen Moray 1959 Samaroli, Caol Ila 15y bottled early 1980’s for Italy (de lelijkste kruik ever)… er bleef gewoon te weinig tijd over voor de andere stands. Alhoewel ook op die andere stands heel wat lekkers te proeven viel. Kortom, ik hou het eerste weekend van juni 2011 al zeker vrij.

 

En dan nu, hop naar de Fulldram Supertasting. Benieuwd wat Mister T. uit z’n hoed gaat toveren.

Wild West Whiskyfest 2010, editie II

Volgend weekend vindt de tweede editie van het onvolprezen Wild West Whiskyfest van Bert Bruyneel en de zijnen (V.C.W.C) plaats. De eerste editie was meteen een schot in de roos vond ik, dus ook dit jaar zullen we richting Kortrijk bollen. Mijn ervaring was dat dit festival zowel nieuwelingen als meer ervaren liefhebbers kon bekoren en dus een goede mix bood tussen standaardbottelingen en het zeldzamere werk. Ik ga er van uit dat het dit jaar niet anders zal zijn.
Als Bert z’n ‘experiment’ nog eens uit de kast haalt – en ik meende van hem begrepen te hebben dat dit effectief het geval zou zijn – zeker doen. Je proeft dezelfde whisky waarvan speciaal voor deze gelegenheid een deel niet koud-gefilterd noch gekleurd werd, een deel niet koud-gefilterd en wel gekleurd, nog een deel koud-gefilterd en niet gekleurd en tenslotte een deel dat zowel koud-gefilterd als bijgekleurd werd. Opmerkelijk (en voor mij confronterend) om te zien wat het effect is en wat je zelf nu het beste vindt.
Soit, het festival gaat dus door op beide weekenddagen, 5 en 6 juni en dit telkens van 13u tot 18u. Plaats van het gebeuren is het meetingcenter in Kortrijk Xpo. Een schare aan distilleerders, bottelaars, importeurs, winkels en verenigingen stellen ten toon en ten proef. Allen daarheen! Voor mee info en last minute bestellen van kaarten, klik hier.
 
Dit gezegd zijnde, tijd voor whisky. Meer bepaald voor de Green Label van Johnny Walker, de tweede keer trouwens dat ik deze bespreek. De vorige was de 2007 batch.

 
Johnnie Walker 15y ‘Green Label’, 43%, OB 2009
Zoete neus op karamel, sinaas, cake en geconfijt fruit. Frisse bloemen ook. En wat turf die er subtiel doorheen priemt. Na wat staan ook een lichte kruidigheid (nootmuskaat). De romige smaak is best pittig met zoet en kruidig als dominante tonen. Qua zoets heb ik honing en sinaas opgeschreven. Qua kruiden denk ik aan peper en nootmuskaat. Een beetje zilt ook, net zoals de subtiele turf van de neus. Relatief lange afdronk op kruiden en geroosterde noten. Beter dan de vorige batch (2007). 82/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Wild West Whisky Fest

vcwc
 

Een nieuw Belgisch whiskyfestival ziet het levenslicht. Dat verdient een bloempje. Nee, geen bloempje (wat heeft een festival in godsnaam aan een bloempje), wel veel aandacht en vooral veel bezoekers.

 

De naam van het kind is Wild West Whisky Fest en het werd geboren in de schoot van de V.C.W.C., voluit ‘Van Compernolle Whisky Club’. De V.C.W.C. ontsproot aan het brein van enkele whiskyfanaten en werd opgericht ter eer en glorie van de illustere Vancompernolle. Bert Bruyneel (ja, diene BenRiach freak) is één van de drijvende krachten achter dit genootschap en festival.

Het festival belooft een mix te bieden van nieuwe en oude/zeldzame bottelingen en anders dan de andere festivals te zijn. Ben benieuwd. Verschillende grote binnenlandse en buitenlandse namen hebben al toegezegd een stand te zullen bemannen.
Het gebeuren vindt plaats op zaterdag 6 en zondag 7 juni, te Kortrijk (Xpo). Ja ik weet het, dat is praktisch buitenland voor ons Brabanders – ze spreken daar ook een andere taal – maar je moet er iets voor over hebben niet waar.

Dus, ben je net als ik gepassioneerd door whisky? Blokkeer je agenda op 6 & 7 juni!

Meer over V.C.W.C. en hun festival (o.a. de verschillende standhouders) op Facebook.

Bert Bruyneel heeft gelijk

Die Benriach 1976/2006 voor La Maison du Whisky ís dus gewoon een onvoorstelbaar lekkere whisky! Bert doet daar al geruime tijd erg lyrisch over, maar ik had ‘m tot op heden nog niet kunnen proeven. Op het Lindores Whiskyfest vorige maand kwam het er eindelijk van, en ik was dermate onder de indruk dat ik de rest van de fles – ook al was het spijtig genoeg maar 4cl – mee naar huis heb genomen. Ondertussen zijn die 4cl al gehalveerd, want heb mezelf gisteren het gezelschap van de helft ervan gegund.

 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Man, wat een sublieme neus! Fruitbom. Sinaas, pompelmoes, appel, passievrucht, ananas… you name it, het zit er allemaal in. Maar daar blijft het niet bij, hij is ook zoet (honing), heeft iets van bloemen (vraag me niet welke, fauna & flora was nooit mijn sterkste terrein), boerderij? Blijft maar evolueren… Een subtiele hint van turf, kwestie van het plaatje helemaal af te maken. Al evenveel fruit in de smaak, zelfde soorten als in de neus. Vanille. Peper ook, meer naar het eind. Superieure Earl Grey. Geloofd zij de Heer! Ik ga niet snel nog iets beters drinken denk ik. Schitterende finish, lang en – hoeft het gezegd – superfruitig. En deze Benriach is oh zo vlot drinkbaar. Man, dit is smullen! Die resterende 2cl zijn vrees ik geen lang leven beschoren…
 

Wie een fles weet staan, laat het me aub weten. Een volle welteverstaan, een (bijna) lege heb ik dus al.