Spring naar inhoud

Posts tagged ‘31yo’

Glenglassaugh 31y 1967, Signatory, Silent Stills

Glenglassaugh figureerde weliswaar in de Silent Still reeks van Signatory (een reeks bottelingen van gesloten distilleerderijen), maar hoort daar vandaag eigenlijk niet meer in thuis, aangezien de distilleerderij in 2008 opnieuw werd opgestart. In 1998 (het jaar dat deze whisky gebotteld werd) was Glenglassaugh echter inderdaad nog gewoon een gesloten distilleerderij (sinds 1986).

 

Glenglassaugh 31 YO 1967, 55.8%, Signatory Silent Stills, cask 2893Glenglassaugh 31y 1967/1998, 55.8%, Signatory, Silent Stills, cask 2893, 217 bottles
Aromatische neus. Zoet, fruitig, kruidig, grassig en licht rokerig. Het fruit speelt hier wel de eerste vioool, ik noteer abrikozen, rabarbercompot, sinaas, pompelmoes en sappige appels. Het grassige vertaalt zich in gedroogd gras (hooi), het kruidige in munt, citroenmelisse, gember en tijm. De lichte rook doet me niet direct aan turf denken, eerder aan tabaksrook en rook van een houtvuur. In ieder geval, ik vind dit zalig om ruiken. De smaak is lichter dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Erg grassig wel (net zoals in de geur de gedroogde variant). Samen met hars en eik maakt dit het geheel wel vrij droog. Ook de kruiden versterken dit gevoel. Maar vanille en sinaas zorgen wel voor tegengewicht. En ook een zilte toets komt nog om de hoek kijken. En opnieuw de zachte (tabaks)rook. En na enige tijd opnieuw de munt. Fris. Lekker op de smaak, schitterend op de neus. 91/100

Bunnahabhain 31y 1980, Malts of Scotland

Vandaag één van de nieuwe Malts of Scotland, een Bunnahabhain 1980.

 

Bunnahabhain 31 YO 1980, 46.8%, Malts of Scotland, #MoS12038Bunnahabhain 31y 1980/2012, 46.8%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS12038, 220 bottles
Een neus die tijd nodig heeft. Hij start niet al te aromatisch op tonen van noten, vanille, gedroogd gras en gele appels. Daarna pompelmoes en sinaas, en nog wat later ananas en meloen. Wordt expressiever met de tijd. Honing. Eik? Ja, maar in beperkte hoeveelheid. Zilt, gember en zoethout vullen aan. Gezouten boter. Mooie evolutie. De smaak geeft zich wat makkelijker bloot. Zacht en fris op citrusfruit, munt, bijenwas, vanille, gras, noten, honing en eik. Peper en zout. Gember en nootmuskaat. Licht en aangenaam bitter. Het grassige groeit. Een subtiele rokerigheid. Het fruit verstopt zich en laat zich pas na enig zoekwerk kennen als appel en sinaas. Eerder korte afdronk, waar de sinaas, het zilt en de ronde eik nog wat om de aandacht vechten. Mocht ‘m ik geen tijd hebben gegeven, hij eindigde meerdere punten lager. 88/100

Twee Glenturrets van Malts of Scotland

Nu ik met de nieuwe Malts of Scotland bezig ben, viel mijn oog op twee samples van bottelingen uit een vorige batch van begin dit jaar, samples die wat aan mijn aandacht ontsnapt waren. Laat me daar vandaag even tijd voor maken. Het betreft twee Glenturrets, een 1980 en een 1977. Prijzen? 120 en 170 euro.

 

Glenturret 31y 1980/2012, 42.5%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #MoS12008, 192 bottles
Zoete neus. Zowel zoet fruit als andere zoete elementen zoals vanille, honing en suikerspin. Zoete granen (Frosties). Wat het fruit betreft, denk ik aan ananas, rijpe sinaas en sappige perziken. Daarna natte bladeren en mos. En tenslotte een lichte mineraliteit. Ondanks het alcoholpercentage heeft ie iets etherisch. De geur is aangenaam zonder meer, iets te vluchtig, te weinig diepgang. De 42% maakt dat hij erg vlot drinkbaar is. Ook hier is het het zoete wat eerst opvalt, maar het is een wat bizarre zoetigheid. Een soort snoep dat ik niet direct kan thuisbrengen. Vanille, dat is dan weer wel vrij gewoon. Sinaas en ananas opnieuw, maar die ananas is wel erg rijp, overrijp eigenlijk. Pils ook. Eik, licht drogend. Weinig kruiden, het is enkel de eik die voor de wat drogere toets zorgt. Geen al te lange afdronk, op vanille en fruit. Lekker zonder meer. 85/100

 

Glenturret 34y 1977/2012, 47.4%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #MoS12007, 222 bottles
Deze gaat op de neus alvast wat dieper, vertoont meer body. Het leeftijdsverschil is amper drie jaar, het lijken er minstens tien. Vol en rond, helemaal niets vluchtigs. Mooie, sappige eik en ronde zoete tonen van honing, vanille en rijpe bananen. Geflambeerd. Ook in deze wel wat granen, maar niet zoals in jonge whisky’s, niet zo scherp. Pas nadien komt er meer fruit door, de banaan wordt vergezeld van sinaas en mango. Praliné en melkchocolade. Hooi. Best complex, complexer dan de 1980 in ieder geval. Zoete en fruitige smaak: de banaan maar ook meer en meer citroen. Best wat kruiden ook, vooral gember valt op (met het zoete karakter komen we bij Canada Dry). Veel noten naar het einde. Mout, en in het verlengde daarvan komt ook hier de pils om de hoek kijken, iets waar ik niet altijd even enthousiast over ben. Lange afdronk, licht drogend met voldoende ruimte voor het (citrus)fruit. Beter dan de 1980, maar de pils op de smaak kost ‘m toch een punt of twee. 87/100

Springbank 1964 & PJ Harvey

Oude Springbank, hoofdstuk elfendertig. Eéntje uit 1964 deze keer, gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society.
Terwijl ik proef, speelt op de achtergrond Let England Shake van PJ Harvey, voor mij dè plaat van 2011. Luister naar The Glorious Land of On Battleship Hill en voel de haren op je armen rechtkomen.


 

PJ, of voluit Polly Jean, werd in 1969 geboren in Bridport, in het zuiden van Engeland. Ze is singer-songwriter en bespeelt een hele resem aan instrumenten: gitaar, piano, bas, saxofoon, harmonica, orgel… Haar carrière nam een bescheiden start in 1988 toen ze het plaatselijke bandje Automatic Dlamini van John Parish vervoegde. Vanaf 1991 ging de groep als PJ Harvey door het leven en bracht het twee platen uit, Dry in 1992 en Rid of Me in 1993. Niet veel later werd de groep ontbonden en ging Harvey solo verder. Ze nam nog een zestal studioalbums op met medewerking van een pleiade aan bekende muzikanten.
Ze is trouwens de enige artiest die tweemaal de prestigieuze Mercury Price in de wacht wist te slepen, in 2001 voor Stories from the City, Stories from the Sea en in 2011 voor deze Let England Shake.

Wat een machtige plaat, en wat een machtige whisky… best of both worlds.

 

Springbank 31y 1964/1996, 51.1%, SMWS 27.41
De neus bestaat uit een heerlijke mix van allerlei sherrytonen met voorop fruit zoals pruimen, kersen, kokos en sinaas. Gevolgd door oud leder, oude boeken, mokka, eik en zoete toetsen zoals honing en gekonfijte gember. Munt ook. En zachte rook als finishing touch. Sigarendoosje. Erg krachtig op de tong, vol en olieachtig mondgevoel. Opnieuw de pruimen en de kersen, okkernoten (een beetje drogend, maar o zo mooi), brownies en chocolade, kokos, tabak, een beetje rook, balsamico, eik… vooral veel puntjes. Erg complex. Drogend naar het einde en in de zalig lange afdronk. Maar laat je niet afschrikken door het droge karakter op de tong, dit is hier een absolute meerwaarde. Sublieme whisky. 93/100

Springbank 31y 1967, Murray McDavid

Oude Springbank? We krijgen er niet genoeg van. Wat te denken van een jaren-zestig exemplaar? Eéntje op fresh bourbon, vrij ongewoon voor oude Springbank. Een botteling voor de Amerikaanse markt.

 

Springbank 31y 1967/1998, 46%, Murray McDavid, fresh bourbon cask #1314, 750ml
Olijfolie, dat is het eerste wat opvalt in de neus. Vervolgens kokos (een klassieker bij oude Springbank), acaciahoning (ook niet ongewoon), allerlei bloemen en pas dan fruit (naast de kokos): ananas, rozijnen en rijpe kruisbessen. Achterliggend ook wat natte aarde en mos, net als lichte (tabaks)rook. En zilt. Complex, inderdaad. Krachtig en stevig mondgevoel (zou dat blind hoger inschatten dan 46%). Veel honing, maar ook veel fruit: ananas, kokos, abrikoos en sinaas. Nootmuskaat, anijs en kaneel maken het pittig. Minder complex dan de neus maar nog altijd erg lekker. Redelijk lange afdronk in het verlengde van de smaak: honing, fruit en kruiden, met hier dan nog een klein beetje rook als extra. Oude Springbank, toch altijd genieten. 90/100

Bunnahabhain 31y 1980, Whisky-Doris

En nu we toch bezig zijn, blijven we nog even bij Bunnahabhain. Eén van de recentere Whisky-Doris bottelingen is een Bunna 1980, eind vorig jaar gebotteld. Te koop voor 110 euro.

 

Bunnahabhain 31y 1980/2011, 46.3%, Whisky-Doris, bourbon hogshead #13, 177 bottles
Zoete, waxy neus op tonen van honing, vanille, ananas, gele appels en sappige perziken. Meubelwas. Dat gaat dan over in zachte florale toetsen: gras en bloemen. Een klein beetje zilt op de achtergrond en zo goed als geen hout. Kruiden dan? Misschien wat gember. Ah, boter ook. Zeer elegant allemaal. Rond en romig op de tong, en erg grassig. Dat (gedroogd) gras laat zich vervoegen door granen, pils, noten, munt, zilt en pas daarna fruit (appels, de schil van appelsienen, perzik). Meer eik en ook wat meer kruiden dan op de neus. Opvallende gember opnieuw, maar ook zoethout en nootmuskaat. Het geheel blijft daarenboven ook een zoete ondertoon hebben: vanille en honing. De pils groeit, spijtig. Middellange afdronk, zoet en kruidig. Puur op de neus was het negentig geweest, de bier-associaties op de smaak doen ‘m een punt of twee verliezen. 88/100

Glendronach 1978, oloroso cask #1040

De single casks van de jaren zeventig – de 1978, 1972 en 1971 dus – zijn alle gerijpt op olorosovat. Met deze 1978 maken we meteen een stevige sprong in de tijd, elf jaar ouder dan de vorige 1989’er. Eens zien of het ook beter wordt.

 

Glendronach 31y 1978/2010, 51,2%, OB, oloroso cask #1040, 522 bts.
Zachte subtiele sherry. Op de neus heb je de usual suspects zoals noten, koffie (latte), sinaas, bessensap ook en wat honing, maar alles subtiel, niks scherps. Dat kan beschouwd worden als een pluspunt, maar anderzijds ben ik er ook niet wild van. Zacht maar weinig boeiend, mist karakter. De smaak is gelukkig iets steviger. Hier heb ik rijpe sinaas, kandijsuiker, hazelnoten en eikenhout. Bitterzoet afdronk. Verre van slecht maar voor mij toch een beetje een tegenvaller. 82/100

Het Zesde Metaal & Linkwood 1973

Het Zesde Metaal is van het beste wat West-Vlaanderen de wereld te bieden heeft. Samen met Rodenbach en The Chocolate Line dan. Hun debuut Akattemets heb ik al grijs gedraaid, maar het kreeg – buiten de late uren op Radio 1 – niet geweldig veel airplay. Nochtans schreeuwt deze plaat om bewonderd te worden. Songs als Est Miskien, Keuning van de Jacht, Peis Je Nog Aan Mie en Appartementje zijn echt sterk, maar vooral van Ik Haat U Niet krijg ik kippenvel. Wat een intensiteit! Hoe dat nummer opbouwt, van zacht naar oerend hard en terug gaat, ik krijg het er koud van. En zelfs de teksten zijn relatief verstaanbaar voor de niet-natives (zeker als je Bert Bruyneel al eens in z’n moedertaal hebt bezig gehoord).
Beluisteren van goeie muziek gaat hier ten huize Onversneden meestal gepaard met het drinken van goeie whisky. De keuze viel op een Linkwood 1973 van Signatory.

 
Linkwood 31y 1973/2005, 52.6%, Signatory, cask 14072, 191 bottles
Levendige, krachtige en fruitige neus. Ik ruik limoen, abrikoos, pruim. Kandijsiroop en vanille zorgen voor het zoets, het hout countert. Lichte, frisse smaak met ook hier een mooi samenspel tussen fruit, hout en zoets. Hier eerder honing. Qua fruit heb ik vooral perzik en abrikoos. Chocolade en een beetje zilt, en kruiden naar het einde. Die ‘peper en zout’ heb ik ook in de middellange afdronk. Erg lekkere oude Linkwood. 87/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Glen Spey 1977, Malts of Scotland

De derde in de rij is een Glen Spey, een geweldige Glen Spey. De whisky is gedistilleerd op 21/11/1977 en gebotteld in oktober dit jaar.

 
Glen Spey 31y 1977/2009, 55.8%, Malts of Scotland, cask 3656, 210 bottles – Speyside
Frisse, fruitige geur, mooi verweven met het hout. Meloen, perzik, druiven (druivensap). Acaciahoning. Na een tijdje komt het hout opzetten zonder echt te domineren. Lekkere kruidigheid, eerder de ‘herbs’ kruidigheid. Eucalyptus. Planten. Knap! De smaak is aangenaam bitter. Het hout heeft z’n werk gedaan, maar het maakt deze whisky niet te scherp of te bitter zoals vaak wel het geval is bij oudere whisky. Het zoete (ook hier honing) en de kruiden (peper, zoethout) counteren en maken het een mooi gebalanceerd geheel. Behoorlijk lange, bitterzoete afdronk. Zéér lekkere whisky vind ik dit, en een meer dan geslaagde kennismaking met deze distilleerderij. 90/100

Brora & Clynelish tasting I

De eerste clubtasting van het seizoen zette ons onder de noemer ‘Back to basics’ weer met beide voeten op de grond, de tweede tasting had een lichtjes ander effect. De meesten onder ons bevonden zich na afloop met hun hoofd in de wolken, wolken die naar bijenwas en schapenstal roken dan nog (ja, ik kan me voorstellen dat dat voor menigeen een nieuw concept is). Bijenwas en schapenstal, dat is dus Clynelish en Brora. Voor de geïnteresseerden, ik heb me in het verleden al aan een beknopte geschiedschrijving van deze toch wel legendarische distilleerderijen gewaagd, daar hoef ik me dus niet meer mee bezig te houden.
Dominiek, die niet vies is van dit soort whisky, had acht flessen mee. Sommige whisky’s waren lekker, voor andere moet ik een ander vocabularium bovenhalen.

 

Het opwarmertje was de Clynelish 12y, 46%, OB for the Friends of the Classic Malts. Geen slechte whisky om mee te starten, maar wel veruit de minste van de avond. De neus vond ik heel mineralig. Natte steen. Ook geeft ie wat citrusfruit, wat zoets (karamel), rook, zilt en een heel lichte zeeptoets, wat geen meerwaarde te noemen is. Die zeep had ik weliswaar pas toen ik er na enkele andere whisky’s terug naar greep, dat viel dus nog wel mee. De smaak vonden sommigen wat zurig. Ik had appels (maar inderdaad eerder zure dan zoete), citrus opnieuw en een beetje was. Licht zoete en kruidige finish die effe blijft hangen. Al bij al weinig distilleerderijkarakter. Score? 76/100. Ik zie dat SV ‘m 85 geeft, die was er dus duidelijk meer van onder de indruk.

 

Ook nummer twee was een Clynelish, meer bepaald de Clynelish 31y 1970/2001, 48.4%, Douglas Laing OMC, sherry finish, 186 bottles, die ik hier al eens besproken heb. Net zoals toen was ik er ook maandag niet echt wild van. Het is lekkere whisky, zeker op de neus, maar hij had eerder gebotteld moeten zijn. Het hout maakt het op de tong en in de afdronk wat te droog. Mijn bevindingen en score van maandag komen mooi overéén met wat ik begin dit jaar neerpende. Die 85/100 blijft dus ongewijzigd.

 

Tijd voor een Brora, ééntje uit 1972 (jawel): Brora 1972/1997, 40%, Gordon & MacPhail Rare Old. Gordon & MacPhail heeft een aantal Brora’s 1972 onder het Connoisseurs Choice label uitgebracht, waarvan ik er onlangs twee proefde en een derde (1992) mij wel heel verleidelijk vanuit m’n whiskyschap staat aan te staren (ja, flessen en samples kunnen staren). Deze 25 jarige Brora hebben ze – bij mijn weten als enige – onder hun Rare Old label gebotteld. De neus is wat je van Brora 1972 mag verwachten: farmy! Very farmy that is. De stallen, de mest, het hooi, de natte hond die tegen je opspringt, de… nee Johan, laat de boerendochter maar achterwege. Zachte zoete turf ook, beetje fruit, beetje honing… smullen! Ook de smaak is lekker, maar mist punch. De Connoisseurs Choices bewijzen dat dat niet aan het lage alcoholpercentage hoeft te liggen, toch is deze op de smaak wat plattekes, licht waterig. Pas op, wat je proeft is nog altijd zeer Brora-ig (turf, farmy, honing, beetje zilt) en dus lekker-lekker. De 1993 blijft echter mijn favoriet, die is steviger én complexer. De extra waxyness, bloemen en zalige fruitigheid van de 1993 ontbeert de Rare Old. Desondanks geef ik ‘m toch nog 90/100, vooral dankzij de neus.

 

Het eerste gedeelte van de tasting eindigde met de Clynelish 8y 1999/2008, 62.8%, SMWS 26.54 ‘Midsummer nights’ dram’, een erg lekkere, frisse Clynelish die wel water nodig heeft. Zonder water is de neus erg mineralig. De natte steen weer. Wat metalig ook. Met water gaat hij open, wordt zoeter en komen er bloemen, fruit en wat zilt door. Ook de smaak kan water gebruiken, best veel water zelfs, deze Clynelish toont zich een erg goeie zwemmer (iets wat niet over mezelf gezegd kan worden, maar dit volledig terzijde). Fruitig (peer, perzik), bijenwas, noten, kruiden, erg complex voor zo’n jonge whisky. Hij blijft ook z’n kracht behouden, zelfs nog indien verdund tot onder 40%. Knap! 86/100.

 
Morgen deel twee, going crescendo.

Mackillop’s

Mackillop’s is misschien geen bekende onafhankelijke bottelaar, hij bestaat ondertussen wel al een dertiental jaar. Opgericht in 1996 door Lorne Mackillop legt het zich toe op het bottelen van Schotse single malt whisky uit individuele vaten, en dit onder het Mackillop’s Choice label.
Lorne Mackillop is de erfgenaam van het hoofd van de Mackillop clan. Deze clan werd zo goed als volledig van de kaart geveegd (i.e. uitgemoord) door de Engelsen tijdens slag om Culloden in 1746, ten tijde van de Jabobijnse rebellie. Twee jonge knapen zouden de slachting overleefd hebben en op die manier de voortzetting van de clan verzekerd. Eeuwen geleden stonden de Mackillop’s trouwens aan het hoofd van de persoonlijke lijfwacht van de koningen van Schotland. De spreuk in het familiewapen is dan ook ‘Non Dormit Qui Custodit’, Latijn voor ‘Hij die bewaakt, slaapt niet’. Soit, tot zover dit streepje geschiedschrijving.
Lorne Mackillop werd in 1984 het jongste lid van het prestigieuze Londense Masters of Wine. Z’n kennis rijkte evenwel verder dan wijn, whisky was z’n tweede passie. Het was dus niet geheel onlogisch dat de man op een gegeven ogenblik met het selecteren en bottelen van whisky begon. Lorne beweert enkel en alleen de beste vaten te selecteren voor z’n Mackillop’s Choice range, maar ja, zeggen ze dat niet allemaal? Alle bottelingen zijn dus single casks, niet koud-gefilterd en zonder toevoeging van enige kleuring, meestal op vatsterkte, soms versneden tot 43% of 46%.

 
Mackillop's
Caperdonich 1968/1999, 43%, Mackillop’s, cask 813 – Speyside – 84/100
Lekkere, zoete neus met veel fruit. Perzik, peer… Zachte, wat boterachtige smaak met eens te meer zoet fruit, gestoofd fruit. Wat peper naar het einde toe. Middellange fruitige finish. Aangename en vlot drinkende oude Caperdonich, maar ik heb er al betere gedronken.

Glenfarclas 1968, Family Cask #699 (Luc Timmermans)

Glenfarclas vat nr. 699 is eigendom van Luc Timmermans, notoir Glenfarclasverzamelaar. Ter gelegenheid van het vijfjarige bestaan van de Lindores Society werden eerst 11 flessen van dit vat manueel gebotteld op 51.2% in de distilleerderij zelf. Daarna zijn nog eens 35 flessen gebotteld in de bottelaarij op 51.0%. Het meten van het alcoholpercentage gebeurde voor die eerste 11 flessen manueel, op de bottelaarij elektronisch, vandaar het miniem verschil. Maar wat ik me vooral afvraag, is waar de rest van het vat naartoe is. Laat ons er maar van uit gaan dat Luc er serieus plezier aan beleeft of beleefd heeft. A propos, vat 699 is een sherryvat – u raadde het al – waar finosherry van Gonzales Byass op heeft gerijpt. Let’s taste.

 
Glenfarclas 1968, 51%, OB 2009, Family Cask for Luc Timmermans, cask 699, Lindores 5th anniversary, 35 bottles – Speyside – 93/100
Whoehoehoe… wat een schitterende neus! Ik ben geen ‘sherry-head’, maar deze sherry is zó zacht, zó subtiel. Tabak (van de allerbeste kwaliteit, dat spreekt), honing, prachtig succulent fruit. Ik denk bij dit laatste aan een rijpe peer, verse zuurzoete Granny Smith schillen, abrikozen, maar dan gedroogde. Ja, nog meer gedroogd fruit na enige tijd. Vijgen, rozijnen. Kruiden, ook dat. Kruidnagel, peper. Antiekwas. Hout ook, en heel lichte rook. Het stopt maar niet. Ik wel, ik proef nu. En of dat ik proef… de whisky explodeert in de mond. Stevig, ruw en mondvullend, op kruiden (peper, zoethout), fruit (bittere citrus), noten, hout en ook hier honing. Het hout speelt langzaamaan wel wat op, maar het gaat er nooit over, de balans blijft behouden. Mooi, mooi, mooi. Lange afdronk, drogend en kruidig. Slotsom: de smaak is zalig, maar die neus, die grenst aan de perfectie. 93/100, en dat is dan nog omdat de smaak het niveau van de neus niet (helemaal) aanhoudt.