Spring naar inhoud

Posts tagged ‘12 yo’

Laphroaig 12y 1996, Milroy’s

Laphroaig heeft lange tijd een bijzondere relatie gehad met Lagavulin. Zo werd de distilleerderij opgericht door de zoon van de stichter van Lagavulin, Donald Johnston en werd het een tijd gerund door de manager van Lagavulin, Walter Graham, toen Donald’s zoon op elfjarige leeftijd de distilleerderij erfde van zijn vader. Graham beheerde dus een tijdje twee distilleerderijen. Daarna verslechterde gedurende een bepaalde tijd de relatie tussen beide, resulterend in meerdere gerechtelijke procedures.

 
Laphroaig 12y 1996/2009, 46%, Milroy’s, bourbon hogshead #7289, 337 bottles
De neus neemt een cleane, mineralige en grassige start. Natte stenen, hooi en stro. Daarna zet de rook zich door en vervolgens komen vegetale en kruidige toetsen (zoethout o.a.) en wat vanille bij. Op de smaak rook, meer dan op de neus, dat grassige opnieuw, alsook de mineralen. Mist hier wel wat complexiteit. Geen al te lange afdronk, clean en rokerig. Niet slecht maar misschien een beetje simpel. 83/100

Benriach 12y

De Weedram Masters werd dus afgesloten met de Benriach 1975 voor Asta Morris, een in mijn ogen sublieme whisky. Deze werd voorafgegaan door de standaard 12y. Van deze laatste had ik nog een sample staan, de gelegenheid deze te ledigen.

 

Benriach 12y, 43%, OB 2011
De neus is fris, zoet en floraal. Honing, vanille, bloemen. Wat fruit erdoorheen. Rijpe sinaas. Iets etherisch ook. Nagellakverwijderaar? Noten. Rond en boterig mondgevoel. Vanille, een beetje eik, fruit en hier meer kruiden. Nootmuskaat, kaneel. Toast. Middellange afdronk op vanille en kruiden. Niet echt complexe maar vlot drinkbare Benriach aan een scherpe prijs (een 30 euro). 78/100

Weedram Masters XXV

Vorige dinsdag was het verzamelen blazen in Avelgem voor de 25e editie van de Weedram Masters, een jubileumeditie inderdaad. Ceremoniemeester Bert had vijfmaal twee whisky’s op een rijtje gezet, telkens de standaardbotteling en een iets-minder-standaardbotteling van datzelfde huis. Plaats van gebeuren was ’t Eenvoudig Bestaan, een mooi gelegen en gezellig kader dat de vaste stek is van de Weedram Masters. Van de niet-zo-standaard bottelingen heb ik een anderhalve centiliter mee naar huis genomen (karakter), de komende dagen zal je daarvan op deze pagina’s een bespreking vinden. Dit telkens vergezeld van mijn – weliswaar summiere – bevindingen van de begeleidende standaarbotteling. Vandaag het eerste koppel, Glenfiddich.

 
Glenfiddich 12y ‘Special Reserve’, 40%, OB 2011, 1 liter
Frisse neus, getemperd fruitig en maltig. Naast het fruit en het graan heb ik honing, hooi, gebakken groeten en een beetje rubber. De smaak is licht, hier mist hij duidelijk power. Weinig complex ook. Wat wit fruit, een beetje noten, een lichte bitterheid… eerder vlakke smaak. Korte, licht bittere afdronk. Foutloze maar verre van boeiende whisky. 74/100
 
 

Glenfiddich 1973, 46.6%, OB 2007 for LMdW, cask 28563
Oké, dit is een neus van een ander kaliber. Roasty! Allerlei geroosterde tonen (noten, toast, granen) vermengd met heerlijk fruit en kruiden. Qua fruit zowel sappig wit fruit als gestoofd fruit. Acaciahoning ook, net als prachtige belegen eik. Een lichte rokerigheid van het hout. Zeer expressief. Top! Het mondgevoel is dik en chewy, een whisky om op te kauwen. De eik gaat naar het einde toe wel domineren in plaats van aanvullen. Het fruit (perzik en abrikoos vooral) en de kruiden zijn bij de start duidelijk aanwezig maar laten zich hoe langer hoe meer wegdrukken. Ook honing en noten doen hun best om de aandacht te trekken. Lange, licht bittere afdronk met toch ook zoete en fruitige tonen. Een prachtige neus, een iets mindere smaak. Enkel op de neus zou hij twee, drie punten meer scoren. 90/100
 

Dat was op z’n minst een mooi begin, en nog eens een bewijs dat Glenfiddich in 1973 en (vooral) 1974 echt wel lekkere whisky geproduceerd heeft.

Deanston 12y

Bon, nu wordt het écht wel tijd om terug met beide voeten op de grond te komen. Laat ons voor dit doel de nieuwe Deanston 12y, althans de recentste batch, ter hand nemen.

 

Deanston 12y, 46.3%, OB 2011
Granige en florale neus die met wat frisser overkomt dan de vorige batch die ik proefde. Vanille en een beetje eik. Toch ook beetje karton. Droog karton. Gedroogd gras, hooi. Het bittere, het droge komt langzaamaan meer naar de voorgrond. Op de smaak gelukkig wat meer fruit. Sinaas, pompelmoes en peer heb ik. Hout, gedroogd gras en toch ook vrij veel kruiden. Kaneel, gember, peper. Bijzonder boeiend is dit toch niet. Middellange, kruidige, eerder saaie afdronk. Wat beter dan de 2008 batch maar dit blijft een erg matige whisky. Spijtig voor deze Deanston, maar mijn voeten staan wel degelijk terug op de grond. 72/100

Teaninich 12y, The Nectar of the Daily Drams

Vandaag proef ik een 12-jarige Teaninich van The Nectar. Ik heb geen idee wanneer deze whisky gebotteld is, maar ik hoef me niet te schamen want ook de mensen van The Nectar weten dit niet, volgens James waarschijnlijk reeds ergens in de jaren negentig. Het betreft blijkbaar een pallet flessen dat enkele malen de wereld heeft rondgereisd en vergeten was in één of andere magazijn. Pas recent wordt het te koop aangeboden bij verschillende slijters.

 

Teaninich 12y, 40%, The Nectar of the Daily Drams
Deze whisky laat zich onmiddellijk kennen als een échte daily dram. Zacht, aangenaam en erg vlot drinkbaar. De neus geeft in eerste instantie een zoete granigheid, ontbijtgranen en vanille, gevolgd door lichte, frisse, grassige tonen. Tevens heb ik een klein beetje bijenwas, noten, citrus en zachte eik. Ook de smaak is zoet, maar hier wordt deze Teaninich wat fruitiger. Naast de citrus doemen ook appels en gele perziken op. Vanille, eik en gember maken het plaatje af. Romig, licht boterig mondgevoel. En dat kapt dus verschrikkelijk gemakkelijk binnen. De afdronk is niet geweldig lang maar wel aangenaam, romig, op appels, zacht hout, kandij en peper. Voor een 40 euro iets om snel in huis te halen, maar let op, want de fles zal al even snel leeg zijn. 84/100

Laphroaig 12y 1998, Malts of Scotland

Laphroaig werd opgericht in 1815 door Donald Johnston, de zoon van de man die enkele jaren voordien Lagavulin bouwde. Bij de dood van Donald erfde diens zoon Dugald op elfjarige leeftijd de distilleerderij. Ik kreeg op 11 jaar een horloge als ik me niet vergis.

 

Laphroaig 12y 1998/2011, 59.6%, Malts of Scotland, cask 700272, bourbon hogshead, 152 bottles
Stevige rokerige neus met naast de (turf)rook redelijk wat teer, houtskool en lampolie. Vanille ook, net als zilt en zeewier. Daarna zet er zich een beetje citrusfruit door. Nieuw leder en lichte munt vervolledigen het plaatje. Deze Laphroaig is krachtig op de tong, scherp zelfs en erg rokerig, op het assige af. De rook gaat hier vergezeld van medicinale toetsen, zilt en vrij veel citroen. De schil van zure appels. Kandijsiroop misschien in de verte. In de verte. De smaak vind ik minder boeiend dan de neus, een beetje eentonig. Lange, rokerige afdronk met kruiden (peper vooral), zilt en ook hier (vrij veel) citrus. Een echte rechttoe rechtaan whisky, takes no prisoners zoals ze dat over de plas zeggen. 84/100

Old Pulteney 12y 1998, Malts of Scotland

Old Pulteney, gelegen in Wick in de noordelijke Highlands, kom je niet zo heel vaak tegen in onafhankelijke bottelingen. Ik heb er althans nog niet veel gedronken. De naam van de distilleerderij verwijst naar een oud landgoed in het zuidelijk deel van de stad Wick, Pulteney Town.

 

Old Pulteney 12y 1998/2011, 52.5%, Malts of Scotland, cask 1217, bourbon hogshead, 301 bottles
De neus van deze Pulteney start lichtjes duf en stoffig. Karton. Droog karton. Wat kaarsvet, net als mos en varens. Vervolgens priemen er frissere tonen door: zowel coastal (zeewier, zilt, jodium) als fruitige (aardbeien, de schil van groene appels) aroma’s. Ginger Ale. Heeft wat lucht nodig om open te breken. Best stevig op de tong met vooreerst zout en zoethout, gevolgd door noten en vegetale tonen. Ik denk in eerste instantie aan peterselie en kervel. Yep, kervelsoep. Ook wat fruit, maar niet al te veel. Pompelmoes en appel. Het geheel is redelijk droog. Middellange afdronk, aangenaam bitter. Hout, thee, zilt en peper. Simpele, jonge maar verre van slechte Pulteney. 82/100

Benriach 12y 1996, Duncan Taylor for Whisky Doris

Een deel van de Benriach 1996 die ik vandaag proef, werd door Duncan Taylor op vatsterkte gebotteld (198 flessen), een ander deel werd versneden tot 46%. Beide zijn bottelingen voor Whisky Doris. Ik proef de versneden versie.

 

Benriach 12y 1996/2008, 46%, Duncan Taylor NC2 for Whisky-Doris, refill bourbon, cask 45757, 120 bts.
De neus start zoet en erg granig. Karamel, granen, hooi. Wordt hoe langer hoe grassiger. Belegen hout ook, nat hout en natte bladeren. Mos. Daarna fruit. Appels. Licht waxy. Bloemen. Grassige en kruidige smaak, nogal droog en bitter, met wat zilt erdoorheen. En citrus fruit. Sinaas. De schil ervan ook. De afdronk is redelijk lang en kruidig. Foutloos maar weinig boeiend. 80/100

Fettercairn 12y

Er zijn de laatste dagen een aantal schitterende whisky’s de revue gepasseerd, meestal oude en dure en vaak ook ‘usual suspect’ bottelingen. Met usual suspects bedoel ik gekende distilleerderijen (‘namen’) die wel vaker knap uit de hoek komen. Tijd om de balans de komende dagen weer wat meer in evenwicht te brengen met enkele minder bekende en/of betaalbaardere bottelingen. Want ook daar zitten af en toe pareltjes tussen, whisky hoeft immers niet duur of oud te zijn om lekker te zijn. Een aantal van de minder bekende bottelingen ontdekte ik via Peter. Waarvoor dank Peter! We starten met de Fettercairn 12y, die de these dat whisky niet duur hoeft te zijn om lekker te zijn evenwel niet bekrachtigt.

 

Fettercairn 12y, 40%, OB 2010
De neus start niet echt aangenaam, wat stoffig en muf. Granig (ik denk aan havermout) met na enige tijd toch wel wat fruit (kruisbessen en appels) en met wat goede wil een beetje kruiden. Honing, ook een beetje. Vernis, wat ik trouwens ook heb op de smaak. Nog weinig fruit hier, dat is zo goed als afwezig. Karamel, dat wel. Het geheel is vlak, plat en saai. Eerder korte, droge afdronk. Een 10- of 12-jarige whisky kan men over het algemeen beschouwen als het visitekaartje van de distilleerderij, in dit geval is dat een weinig impressionant visitekaartje. Erg lichte, vlakke malt, waarin je de aroma’s echt moet gaan zoeken. Nogal vruchteloos. 68/100

Nikka Pure Malt 12y ‘Hokkaido’

Deze Nikka Pure Malt bevat whisky van twee distilleerderijen. Het grootste deel komt van Yoichi (gelegen op het eiland Hokkaido, vandaar de naam), een kleiner deel van Miyagikyo. Het is dus een vatted malt. Of pure malt zoals het label vermeldt. Of blended malt zoals we volgens de Scotch Whisky Association zouden moeten zeggen maar halsstarrig weigeren te doen. De SWA heeft over deze whisky daarenboven ook niets te zeggen natuurlijk.

 

Nikka Pure Malt 12y ‘Hokkaido’, 43%, OB 2010
De neus is romig, vol en start granig en zoet. Muesli en honing. Daarna komt er ook wat fruit om de hoek kijken, maar dat blijft eerder op de achtergrond. Best wat hout ook, en zelfs wat hars. Ook op de smaak domineren de granen, de honing en het hout. Echt bitter wordt hij evenwel nooit. Wat braambessen ook, net als noten. Ah, naar het einde toe en zeker ook in de afdronk komt het bittere wel meer naar voor. Die afdronk is eerder kort en moet het hebben van granen, kruiden en noten. Correcte Jap, zoals we dat gewoon zijn, maar wat bitter naar het einde. 81/100

Cragganmore 12y 1997, Berry Bros & Rudd

Cragganmore werd in 1869 opgericht door John Smith. Smith koos de ligging van de gebouwen onder andere in functie van de Strathspey spoorlijn, hij was trouwens zelf een groot treinliefhebber. Desondanks zag hij zich vaak verplicht om per goederentrein te reizen omdat zijn gewicht en omvang een rit in een passagierscabine meestal onmogelijk maakte.

 

Cragganmore 12y 1997/2009, 58.6%, Berry Bros & Rudd, cask 1510
De neus start floraal. Bloemen (verse en gedroogde), bloesems en lindethee. Gras ook. Dit alles met een vleugje honing, wat granen, een beetje bijenwas en kaarsvet en ook lichte fruittoetsen (sinaas? appel). Let op de ‘licht’, ‘een beetje’, ‘wat’, ‘een vleugje’… alle associaties – buiten het florale en grassige karakter – zijn licht en vluchtig. En nu we toch bezig zijn, met wat goede wil merk ik ook een… juist ja, lichte rokerigheid aan. De smaak vertoont wat meer body. Rond en romig met een fruitige start. Sinaas, mandarijn. Het grassige duikt ook hier op, net als de lindethee. Zoete drop. Wat gember ook. Peper. De afdronk is best lang, kruidig en zoet met ook hier wat prikkelende citrus erdoorheen. Mooie whisky. In de zomer scoor ik ‘m waarschijnlijk twee punten meer. Oeps, wat zeg ik nu? 83/100

Miyagikyo 12y

Miyagikyo is de minder bekende distilleerderij van de Nikka groep, maar wint langzaamaan aan bekendheid én populariteit. Enkele prijzen op allerlei festivals zullen daar niet vreemd aan zijn.

 

Miyagikyo 12y, 45%, OB 2010, Nikka
Neus: fruity! Europees fruit, ik denk aan appels en peren en witte perziken, vermengd met florale toetsen. Karamel en kandij zorgen voor het zoets. Misschien wat mokka op de achtergrond. Lekker maar niet echt complex te noemen. De smaak gaat hier op verder, wat je ruikt, proef je ook. Karamel, fruit, koffie, wat chocolade ook. De afdronk is middellang, zoet en licht kruidig. Niet slecht, maar ook weinig boeiend. Easy-drinking, dat is hij zeker wel. 81/100

Hankey Bannister

Hankey Bannister. Bij velen zal deze naam geen belletje doen rinkelen. Bij mij tot voor kort ook niet. Nochtans bestaat het merk al meer dan 250 jaar en was de whisky geliefd bij o.a. King George V en Winston Churchill.
De naam Hankey Bannister verwijst naar z’n twee stichters, de heren Beaumont Hankey en Hugh Bannister die in 1757 een handel in wijnen en sterke dranken begonnen in de Londense West End. Omdat ze zelf uit de betere kringen kwamen, richtten ze hun handel vooral op dit cliënteel. Vrij spoedig begonnen ze met het ontwikkelen van een eigen blend, op basis van Lowland grain whisky en Highland & Speyside malt whisky. De kwaliteit van deze blend was blijkbaar dermate dat hij snel z’n weg vond naar de salons en landhuizen van de Britse upper class, tot in het koninklijk paleis toe. Een Royal Warrant kon dan ook niet achterblijven.
Vandaag wordt Hankey Bannister verkocht als ‘Original’ (zonder leeftijd), als 12y ‘Regency’, als 21y en als 40y, en dit in een veertigtal landen, waarvan naast het Verenigd Koninkrijk Zuid-Afrika en Duitsland de belangrijkste afnemers zijn. HB is in handen van Inver House Distillers en hun whisky’s kaapten de laatste jaren meerdere prijzen op verschillende concours. Ik kon vorig weekend de Original, de 12y en de 40y proeven. Hieronder mijn bevindingen.

 

Hankey Bannister ‘Original’, 40%, OB 2010
Deze Original bevat – net zoals de andere bottelingen – voor 30% single malt (vooral Balblair maar ook wat Knockdhu en Balmenach) en voor 70% grain whisky van North British en Port Dundas. De begeleidende tekst vermeldt ‘ideal for mixing’, dat beloofd niet veel goeds. Eerlijkheidshalve moet ik er aan toevoegen dat het ook ‘and great served straight’ vermeldt. Let’s see. Wel, die neus kan er al best mee door. Het is natuurlijk geen complexe of ‘diepe’ neus, dat verwacht je hier niet, maar hij is genietbaar. De basistonen zijn granig (wat bitter-granig), zoet en zout. Ik heb gesuikerde ontbijtgranen, havermoutpap, groentebouillon, wat kruiden (herbal, maar ook gember) en een beetje gestoofd fruit. Een beetje scherp, maar dat is hier een pluspunt, zeker in vergelijking met een gemiddelde blend. De smaak is erg zacht en clean, op granen, vergezeld van zoete en vegetale tonen. Honing, gebakken champignons, de groentebouillon weer, hout en stro. Wat gedroogd fruit ook. Verdacht lange afdronk op granen, honing en het steeds terugkerende vegetale. Gho, voor een instap-blend is dit zeker geen slechte whisky en inderdaad ook genietbaar ‘served straight’. Een blend met pit en karakter, en een toch wel beter alternatief voor bv. J&B of Johnny Walker. 65/100

 

Hankey Bannister 12y ‘Regency’, 40%, OB 2010
De 12y is duidelijk familie van de Original, hij ligt er mooi in het verlengde van, maar biedt iets meer diepgang. Het vegetale is aanwezig maar minder prominent. De neus heeft iets licht geparfumeerd en floraals. Niets storends evenwel. Integendeel, hij is vooral fris. Voor de rest is de neus zoet (honing, vanille) en fruitig. De geur van harde peren. En wat granen natuurlijk. Zachte, romige smaak, met ook hier wat meer ‘body’ dan de Original. Veel honing, zachte karamel, wat hout (wat ik bij de Original niet echt had) en wit fruit. Alhoewel ik ook nectarine noteer. Naar het einde toe wordt hij licht bitter. Ook de middellange afdronk is wat bitter. Die extra rijping geeft toch een bepaalde meerwaarde, zonder dat ik hier zwaar van onder de indruk was. 72/100

 

En dan heb ik de eer ook nog de veertigjarige te mogen proeven. Deze whisky werd op vatsterkte gebotteld ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van Hankey Bannister in 2007. En met 450 euro per fles is het duidelijk dat dit het paradepaardje van de reeks is. Hij werd trouwens beloond met de prijs van Best Blended Whisky in the World op de World Whiskies Awards 2008 en 2009.
Het verhaal gaat dat men deze blend uit 1966 uit het oog verloor en pas midden de jaren ’00 herontdekte ergens achteraan in de opslagplaatsen van Inver House. Het goedje rijpte op sherryvaten (‘Spanish Oak’, denk ook aan de Balblairs Spanish Oak van 1966) en bevat whisky van enkele illustere en nu reeds lang gesloten en vaak ook vergeten distilleerderijen zoals Garnheath, Killyloch en Glenflagler. Uniek is het minste wat je van deze blend kan zeggen.

 

Hankey Bannister 40y, 43.3%, OB 2007, 1917 bottles
Ruiken: hola, dit is inderdaad heel andere koek. Heerlijke, belegen en kruidige neus. Ik moet meteen aan gebakken peterselie (wat je al eens bij garnaalkroketten geserveerd krijgt) denken. Maar gelukkig biedt hij nog heel wat meer. Rozijnen, noten, chocolade… oké, we zitten weer bij de studentenhaver. Geroosterde noten trouwens. Karamel, gebakken banaan, boenwas ook, toast, ananas, mandarijn en een heel kruidenboeket. Bloemen… ja, een erg rijke en complexe neus. I love it. Zeer aromatisch, met de verschillende geuren heel mooi geïntegreerd. Proeven: heerlijk romig, olie-achtig en al even complex als de neus. Bosvruchten, noten, kruiden en hout bepalen hier de smaak. Cassis, bramen, rozijnen op rum, chocolade, orangettes, kruidnagel, peper, nootmuskaat, enzovoort enzoverder. Licht bitter, maar het hout gaat nooit overheersen. Lange, rijke afdronk op sinaas en kruiden. Zalige blend, het hoeft gezegd, een blend die perfect voor een veertigjarige single malt kan doorgaan. 90/100

En nog een Bowmore

Zoals gezegd had ik nog een Bowmore staan, ééntje die ik gisterenavond met veel plezier heb gekraakt. Het betreft een standaard 12y, maar dan ééntje uit een ander tijdperk. Zo’n bruine dumpy fles met goudkleurig label (euh ja, zie hieronder), gebotteld ergens begin jaren tachtig.

 

Bowmore 12y, 43%, OB bottled early 1980’s, dumpy, gold label
Ha, van die zachte, smeuïge turf, vermengd met veel ‘zee’ (zeewier, zilt, wat iodium…). Zalig. Lekker fruitig ook, tropisch fruit à la banaan, mango, papaya, pompelmoes. Gesuikerde lindethee. Licht, zacht en zoet op de tong… fudge, mokka, lichte rook, zilt, tropisch fruit (meloen, papaya). De afdronk is niet erg lang maar ligt perfect in het verlengde van de smaak, dat is dus zoet en maritiem met tropisch fruit en zachte turf. Heerlijk, alhoewel het geheel misschien wat punch ontbeert. Soit, dit is een profiel van whisky dat je moeilijk kan vergelijken met de huidige standaardbottelingen. 91/100

Bezoek aan Knockdhu

Er zijn weinig mensen die Knockdhu kennen. An Cnoc kennen ze wel, Knockando ook. An Cnoc is de naam waaronder de Knockdhu distilleerderij z’n whisky bottelt, Knockando is een andere Speyside distilleerderij en heeft hier dus niets te zien.

Knockdhu ligt in het Oosten van Speyside, ergens tussen Strathisla en Glendronach in. Haar geschiedenis gaat terug tot het jaar 1893. Een jaar voordien kocht een zekere John Morrison het landgoed Knock van de Duke of Fife, een stuk land waar hij verschillende waterbronnen ontdekte op de zuidelijke flanken van Knock Hill. Het water was zo zuiver dat het zich uitstekend leende voor het distilleren. Maar naast het water was er ook de nabijgelegen ‘Great North of Scotland’ spoorlijn (nu verdwenen) die Aberdeen met Elgin verbond, en stond de Moray regio bekend om z’n overvloed aan gerst en turf. Dit alles maakte Knock de ideale locatie om whisky te produceren. Morrison twijfelde niet langer en begon met de bouw van een distillerderij in mei 1893.
Algauw kon men starten met whisky te distilleren. De productie werd in de loop der jaren driemaal stilgelegd, eerste tijdens de drooglegging en kort daarna tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het een regiment van het Indische leger huisvestte. Onder het beheer van Scottish Malt Distillers, sloot Knockdhu in 1982 een derde maal, om in 1989 onder de nieuwe eigenaars, Inver House, de productie opnieuw op te starten. In 2000 werd de naam van de whisky veranderd in An Cnoc om verwarring met deze van Knockando te vermijden. An Cnoc is Gaelic voor ‘de heuvel’. De productie gaat voor een groot deel naar de reeds vermelde blends van de groep.

Gordon Bruce, distillery manager, wijdde ons met veel gedrevenheid in in de geheimen van Knockdhu. Ik heb al best wat distillery tours achter de kiezen, en ik moet zeggen dat ondanks het gebrek aan tijd, deze tour één van de beste was die ik al deed. Gordon ademt whisky, met een passie en een maniakale drang naar perfectie die ik maar zelden ben tegengekomen. Het feit dat hij een ingenieur is, zal niet vreemd zijn aan dat perfectionisme. Alleen al de trots waarmee hij vertelde dat hij enige tijd terug een heel bijzondere versnellingsbak uit Italië op de kop wist te tikken, met merkelijk betere prestaties en een hoger rendement dan deze die hij in Schotland voor handen had. Hij bouwde deze versnellingsbak om voor gebruik in de distilleerderij en wist zo energie te besparen en het distillatieproces een pak efficiënter te laten verlopen. Energiebesparing is trouwens hét modewoord in distillerend Schotland heb ik het laatste jaar mogen ontdekken. Soit, ik vond het een geweldige kerel. Hij startte trouwens in de whisky business in 1988 als mash man bij Pulteney, in 2006 werd hij aangesteld als manager van Knockdhu.

De foto hiernaast toont een impressie van de kiln van Knockdhu (ja oké, ik ben een freak, maar wees blij dat ik de rest niet publiceer), thans ongebruikt. Maar genoeg duiding, hoog tijd om het te hebben over de whisky’s die Gordon ons na de rondleiding liet proeven. Er stonden enkele standaardbottelingen te wachten, maar Gordon kon het niet laten ook in z’n kast met cask samples te duiken. Ik zei het al, een zalige gast.

 

An Cnoc New Spirit
Anders dan deze van Balblair, opmerkelijk anders. Minder mierzoet fruitig, eerder floraal. Graniger ook. Interessant.

 

An Cnoc 12y, 40%, OB 2010
Granige neus met een beetje fruit (gedroogd fruit). Suikerspin. Granen en citrus op de smaak. Wat honing. Korte afdronk. Nogal eenzijdig en niet echt my cup of tea.

 

An Cnoc 16y, 46%, OB 2010
Dit is beter. Meer fruit op de neus. Wit fruit. Kruidenthee, herbal. Stroperig en fruitig op de tong. Tarte Tatin. Middellange, zoete afdronk.

 
 

An Cnoc 1994, 46%, OB 2008
De neus start granig, met meer en meer karamel. Geroosterde en gesuikerde noten, wat rook van het hout. Niet slecht. Romige smaak op granen, gestoofd fruit en honing. Zoethout. Best lekker.

 

An Cnoc 1995, 46%, OB 2010
De opvolger van de 1994. Redelijk vergelijkbaar, misschien wat kruidiger. Kaneel schreef ik op. Het fruit hier is vooral citrus. Zoete en kruidige smaak. Vrij lange, kruidige afdronk met perzik. Mmm, ik heb een lichte voorkeur voor deze vintage, wat complexer.

 
 

An Cnoc 30y 1975, 50%, OB 2005
Dit was voor mij de ‘WTF? Is dit An Cnoc!?’ whisky. Geweldig lekker. Zoet, floraal. Vanille-fudge, zachte rook, en nog héél wat meer waar ik niet toe kwam. Zalige whisky, maar niet de beste van de tasting. Voor 140 euro echter zeer koopwaardig.

 

An Cnoc 20y 1990, 50%, cask sample, #1693
De eerste sample die we proefden (en waarvan ik iets noteerde) was vat 1693, versneden tot 50%. Ik had hier dezelfde herbal tonen als bij de 16y. Lekkere whisky.

 

An Cnoc 35y 1975, cask sample
En last but certainly not least, kregen we een sample uit een vat, afgevuld in 1975, voorgeschoteld. In lijn met de 30y maar meer fruit (tropical!), meer bloemen, eigenlijk gewoon meer van alles. Perfect gebalanceerd met het hout. Als dit ooit gebotteld wordt, moet en zal ik een fles zien te bemachtigen. Ik zou in ieder geval niet al te lang meer wachten met bottelen, ik kan me moeilijk voorstellen dat hij nóg beter wordt.

 

Twee Caol Ila’s

De komende dagen bespreek ik enkele Islay’s. Vandaag twee Caol Ila’s, morgen twee Lagavulins en daarna zal nog een Laphroaig volgen en ééntje die zich niet kenbaar wil maken.

 
Caol Ila 12y, 43%, OB 2010
De recentste batch van deze klassieker. Jonge, cleane turf op de neus, licht medicinaal met een aangename zurigheid. Yoghurt. Zilt en zeewier voegen ‘zee’ toe. Champignons, geen off-note echter. De smaak is rokerig met tabak, wat assen (zonder te storen), rijpe sinaas en zilt. Licht drogend, ook in de rokerige maar vrij korte afdronk. Ver van slecht maar mist wat complexiteit om nog hoger te scoren. 83/100
 
Caol Ila 1996/2008 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, ref 4/468, moscatel cask
Zeer lichte turf, op de achtergrond. Meer op de voorgrond heb ik planten, banaan, appels, zeewier, mineralen en zachte waxyness. Schoensmeer. Zachte en lekkere neus, die zoeter wordt met de tijd. Honing. Erg aangenaam. Ook de smaak is zacht, fruitig (sinaas) met hier iets meer turf. Turf die bijlange niet domineert maar gewoon een toegevoegde waarde is, juist zoals ik het graag heb. Een beetje hout, noten en zoethout ook. Middellange afdronk, fruitig en ook hier lichte turf. Ik vind dit erg lekkere whisky. Lekkerder en vooral complexer dan de standard 12y en dus ook enkele puntjes meer. 87/100

Stronachie 12y 2010

Bij de (her)lancering van de brand Stronachie was er sprake van het feit dat het hier om whisky van Benrinnes zou gaan. Of dit in de nieuwe batchen nog steeds het geval is, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik absoluut niet wild was van eerdere batchen.

 
Stronachie 12y ‘Replica’, 43%, Dewar Rattray, batch 12/10-1
De neus is veel fruitiger dan deze van de vorige versie. Zoet fruit. Peren, witte perziken, rijpe ananas, rozijnen (op rum). En veel minder granig. Wel karamel, heide en honing. Niet erg complex, maar wel euh… complexloos. De smaak start zacht en zoet. Veel rozijnen, sinaas, appelcake, peperkoek en hout. Hars ook, wordt wat droog. Hij verliest hier toch enkele punten. De afdronk is middellang en droog. Beter dan de vorige batchen die ik proefde (2006 & 2009). Een stijger met stip, vooral op het conto van de neus te schrijven. 78/100

Springbank 12y Cask Strength

In maart 2010 lanceerde Springbank deze nieuwe 12-jarige Cask Strength. De whisky rijpte voor 60% op nieuwe sherry hogsheads en voor 40% op refill sherry buts.

 

Springbank 12y Cask Strength, 54.6%, OB 2010
Lekkere neus. Rokerig, fruitig en droog. Dat droge vertaalt zich in hout, hooi, graan en kruiden. Kaneel. Het fruit is vooral gedroogd fruit. Pruim en abrikoos. Lichte turf op een zacht sherrybedje. Ronde, stevige smaak met het fruit, de kruiden van het hout en de turf die elkaar mooi in evenwicht houden. Sinaas, zoete turf, graan, zoethout. Geen water nodig. Lange, zoete en kruidige finish. 86/100

Heaven Hill

Vandaag steken we de plas over en belanden we in Kentucky, meer bepaald in de distilleerderij van Heaven Hill. Elijah Craig en Fighting Cock zijn hun bekendste bourbon merken. Ik proef er van elk één.


Elijah Craig 12y, 47%, OB Heaven Hill 2010
Zoete neus op de typische bourbon granigheid en vanille, vergezeld van butterscotch, hout, fruit en een beetje zilt. Aangenaam. Stevig in de mond op granen, hout, veel vanille, kruiden, gedroogd gras, abrikozen en bosbessen. Middellange finish op zoethout en vanille, met een klein beetje rook. Niet geweldig complex, wel lekker. 81/100
 
Fighting Cock 6y 103 proof, 51.5%, OB Heaven Hill 2010
Zoete, granige neus met karamel, vanille, veel kruiden (kaneel is het dominanste, maar ook nootmuskaat), een klein beetje leder, hout en citrus. Wat scherp. Ook de smaak is zoet (ik heb zowel vanille als karamel), met kruiden die mee om de aandacht dingen. Woudvruchten ook. Echt lekker vind ik dit evenwel niet. Middellange, droge en kruidige afdronk. Matige whisky. De Elijah Craig is niet veel duurder maar wel een pak lekkerder. 73/100

Mad Glance

Een beetje puzzelwerk leert dat dit een Glencadam moet zijn. De Glencadam distilleerderij werd opgericht in 1825 en is vandaag de dag in handen van Angus Dundee Distillers. Zo goed als de volledige productie gaat naar de Ballantine’s blends. Single malts van deze distilleerder zijn dan ook zeldzaam.

 

Glencadam ‘Mad Glance’ 12y 1995/2008, 46%, Daily Dram, The Nectar, 348 bottles
Prikkelende, frisse en fruitige neus. Appel, perzik, vijgen en pruimen heb ik. Naast het fruit wat vanille, noten en hooi. Aangenaam. De granen en het fruit zitten ook op de smaak, met zoete tonen van karamel, gevolgd door kruiden. Bitterzoet. Vrij droog naar het einde en in de afdronk. Geen slechte whisky. 80/100