Spring naar inhoud

Posts tagged ‘10yo’

Glen Mhor 10y 75° proof, Charles Mackinlay

Vandaag proef ik een unieke en ook vrij legendarische Glen Mhor. Op deze fles staat Glen Mhor nog geschreven als Glenmhor en het is absoluut niet zeker wanneer hij werd gebotteld. Sommigen beweren in de jaren zestig, anderen in de jaren vijftig. De whisky zou in ieder geval gedistilleerd zijn vóór 1954 (het jaar dat Glenn Mhor oveschakelde op zogenaamde Saladin Boxes – geen idee hoe je dat vertaalt – voor het mouten van de gerst). Uniek, ik zei het al. Dit is een sample van het Lindores Whiskyfest vorig jaar als ik me niet vergis.

 

Glenmhor 10y 75° proof, Charles Mackinlay, bottled +/- 1960
O ja, een typisch oud profiel. En ik bedoel dan echt oud, jaren dertig of veertig stijl. Vermengd met even typische old bottle toestanden, maar deze op de achtergrond, het is de oude whisky die op de voorgrond blijft. Nooit evdident om te omschrijven, dat profiel. Zachte zoete toetsen à la acaciahoning, siroop, marsepein en gebakken banaan. Een beetje rum. Veel waxy tonen zoals bijenwas, schoensmeer en oud leder. Oud zilverwerk ook, pas gepoets. Lijnzaadolie. Houtskool. Natte bladeren, een boswandeling in de (natte) herfst. Iets geweldig farmy (nat hooi en dito hond), maar zonder enige hint van turf. Wow. De smaak ligt vrij goed in de lijn van de neus. Eerst die zachte zoete tonen (siroop, marsepein, gebakken – en geflambeerde – banaan), dan de oude waxy toetsen en de olie. Kaneel en munt heb ik nog, net als belegen eik. Subtiel en elegant, mist misschien een klein beetje kracht. De afdronk is niet geweldig lang, maar het is hier wel even erg genieten als op de smaak. Olieachtig, zoet en kruidig. Weer zo’n absolute beauty uit een ver verleden, die op de smaak nóg hoger zou scoren op enkele graden meer. 93/100

Voorwaar een Edradour!

Onlangs ging ik door de lijst van distilleerderijen die op deze blog reeds aan bod zijn gekomen om te zien welke distilleerderijen nog ontbraken. En één van de opvallendste afwezigen is Edradour. Oké, ik heb al wel twee Ballechins besproken, Ballechin, het label voor getrufde Edradour. Maar een Edradour pur sang dus nog niet. Eén van de redenen kan zijn dat er buiten Signatory zo goed als geen onafhankelijke bottelaars zijn die Edradour op de markt brengen (weet dat Edradour in 2002 is opgekocht door Andrew Symington van Signatory, dat is dus niet zo onlogisch). Een andere reden zou kunnen zijn dat ik al wel af en toe een Edradour geproefd heb, maar dat die mij nooit echt konden bekoren en ik dus niet echt happig was om mijn handen op een sample te leggen. Maar geen excuses meer, vandaag proef ik de standaard botteling van deze kleinste Schotse distilleerderij, de 10y.
 

Edradour 10y, 40%, OB 2011
Weinig uitgesproken neus, granig en licht fruitig. Ik denk in de eerste plaats aan abrikozen, en ook een beetje aan kruisbessen. Wat rozijnen en karamel. Lichte sherrytoetsen. Misschien wat drop ook. Notenlikeur. Geen fouten, maar niets dat me ook maar even kan boeien. Op de smaak, die romig aandoet, dezelfde granigheid van op de neus, gist, noten (amandelen), honing en witte pompelmoes. Maar opnieuw vooral saai. Middellange afdronk, licht bitter op kruiden, hout en karamel. Absoluut oninteressante whisky vind ik dit. Dit zou het visitekaartje van de distilleerderij moeten zijn. Tja. 72/100

Caol Ila 2000, Single Cask Collection

Een dikke week geleden proefde ik met een erg lekkere Bladnoch 1990 voor het eerst een botteling van het Oostenrijkse Single Cask Collection. Benieuwd of deze Caol Ila 2000 opnieuw een schot in roos is.

 

Caol Ila 10y 2000/2011, 58.5%, Single Cask Collection, bourbon barrel #309889
Zachte neus op tonen van rook (turfrook), gedroogd gras, vanille, een frisse zeebries, pompelmoes en citroen. Wat ‘zesty’ (de schil van het vermelde fruit) en mineralig (natte stenen). Cleane en droge smaak op jonge turf, gerookte heilbot, zilt, gras en noten. Amandelspijs. Op de neus had deze whisky geen water nodig, op de smaak kan ie dat wel gebruiken, we zitten tenslotte ook tegen de 60%. Met water zet er zich zoethout door, net als wit fruit en komt het zilt nog meer naar voor. Middellange afdronk op citrus, zilt en rook. Erg cleane Caol Ila, heel rechttoe rechtaan. 84/100

Benriach 10y ‘Curiositas’ revisited

De Curiositas proefde ik reeds in 2008 en vond die toen best aangenaam om drinken, lekker zonder meer. Vandaag keer ik er naar terug met de recentste versie. Kost geen 40 euro.

 

Benriach 10y ‘Curiositas’, 46%, OB 2010, Peated
Lekkere, ietwat farmy turf op de neus, vergezeld van vanille, wat fruit (ananas, rode bessen en rijpe kruisbessen) en na enige tijd ook vegetale toetsen. Op de smaak lichte assen (niks storends), een beetje rubber en opnieuw het vegetale (hier meer naar het kruidige). En de vanille. Eerder lange afdronk op vanille en turfrook. Wat simpel misschien maar wel lekker, en voor mij een trapje hoger dan de 2008 batch. 84/100

Talisker 10y, een klassieker

Laat me eens één van mijn favoriete standaardwhisky’s bespreken, de Talisker 10. Er zijn hier in het verleden al oudere batchen de revue gepasseerd, vandaag een recente botteling. Ik vind immers dat deze whisky nog niets van z’n pluimen heeft verloren, integendeel, hij wordt er gewoon nog beter op.

 

Talisker 10y, 45.8%, OB 2010
Zoete en licht kruidige turf op de neus. Meer turf dan verwacht en dan in vorige batchen. Iets licht farmy (nat hooi), wat fruit (sinaas, zoete appels) en bijenwas. Perfecte balans en heerlijk om ruiken toch wel. Ook bij het proeven stoot ik op zachte, zoete turf, (rijpe) sinaas, was en kruiden. Lichte zilt. Leder. Een beetje teer. De smaak sluit heel mooi aan bij de geur. Romig mondgevoel. Lange afdronk, complex en rond. Waar voor je geld, en nog niet zo’n klein beetje. 90/100

Weedram Masters – Het vierde koppel

Voordat de Benriach 1975 voor Asta Morris voor het orgelpunt mocht zorgen, moesten we toch nog even richting Islay trekken. En wat beter dan Ardbeg 1974 om een statement te maken?

 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2011
Ik vind dit nog steeds een correcte standaardbotteling. Complexloze whisky, in alle betekenissen van het woord. Veel (medicinale) turfrook, zilt en kruiden. Aardetoetsen en noten ook nog. Olijven. Zo goed als geen fruit. Een gelijkaardig verhaal op de smaak. Turf (op het assige af), kruiden (zoethout vooral), zilt en aarde. Hier ook wat vanille. Lange afdronk op zit en rook. Weinig complex dus maar wel lekker. Lekker zonder meer. 83/100
 
Ardbeg 1974/1997, 50.9%, Signatory, cask 1045, 248 bottles
Ja ja, die smeuïge, zoete turf op de neus vermengd met fruit en zilt. Het fruit is zoetzuur, ik denk in eerste instantie aan die gesuikerde citroenschijfjes van bij de bakker. Witte pompelmoes, mandarijn. Misschien ook wat abrikoos in de verte. Maar dan komt het coastal karakter opzetten met het zilt, jodium en zeewier. Gerookte vis. Het zoete vertaalt zich ook in marsepein. Een lichte kruidigheid ook: munt en gember. O ja, duidelijk gember. Complex en heel elegant die neus. Zachte, romige smaak op turf, citrus, zilt en kruiden. Hier komt ook een beetje eik om de hoek kijken. Zeer mooi. Lange afdronk, zoet en zilt met citroen en de turfrook die lang blijft nazinderen. Perfect gebalanceerd op neus en smaak. 91/100
 

Tja, Ardbeg 1974, what can I say. Een uniek profiel, alhoewel deze misschien niet bij de beste 1974’ers hoort, was het toch weer genieten. Thanks again Bert!

Dailuaine 10y 1999, The Real Wee Dram

Een half jaar geleden vierde The Wee Dram Whisky Society, de sympathieke whiskyclub uit het Kortrijkse (de club ook die het meeste nominaties voor Beste Whiskyclub van het land achter z’n naam heeft), zijn tiende verjaardag. Ter gelegenheid van deze mijlpaal werd een eerste clubbotteling gebotteld, een Dailuaine 1999. Geef toe, een verrassende keuze. Maar na hem te proeven blijkt dit ook een zeer geslaagde keuze te zijn.

 

Dailuaine 10y 1999/2010 ‘The Real Wee Dram No 1’, 58.6%, sherry butt #6287, bottled for Wee Dram 10th Anniversary, 180 bottles
Stevige neus, wat gezien het alcoholpercentage niet mag verwonderen, maar toch meteen erg toegankelijk. Mooie maltigheid vermengd met fruit (peren, perziken, mandarijn) en florale toetsen. Bloesems, heide, hooi en gras. Voor het zoets zorgen vanille en zoethout. Wat munt ook en noten. Erg lekkere neus. Daarenboven is hij perfect drinkbaar zonder water. Romige, volle smaak, zoet en fruitig. Gekonfijt fruit, sinaas, ananas, honing en karamel. Lichte eik. Tijm en gember zorgen voor een extra kruidigheid. Een heel klein beetje zilt. Lange, zoete afdronk met een prachtige bitterheid erdoorheen. Pompelmoes met griessuiker. Gekonfijte gember en peper (de alcohol). Knappe vatselectie, gebotteld op ideale leeftijd me dunkt, het hout heeft reeds z’n bijdrage geleverd maar blijft netjes op de achtergrond. 88/100

Caol Ila 10y 2000, Dewar Rattray

De volgende in de rij nieuwe A.D.Rattray bottelingen is een Caol Ila, een 2000. Met een productie van 3,7 miljoen liter per jaar is het de grootste distilleerderij op Islay. Caol Ila stond trouwens model voor de Clynelish distilleerderij, deze laatste is er eigenlijk een exacte kopie van.

 

Caol Ila 10y 2000/2011, 46%, DR, bourbon cask #309530, 322 bts.
De neus van deze Caol Ila schreeuwt ‘turf’, maar hij schreeuwt dit heel mooi. Geen overdreven assigheid maar stevige cleane turf met coastal en licht medicinale aroma’s. Citrus. De schil van pompelmoes, limoen. Boter ook, oesters en andere zeevruchten. Een mineralige toets maakt het plaatje af. Op de smaak iets meer assen, maar dat gaat nooit overheersen. De turf laat plaats voor de citrus, gerookte vis (echt wel een plat de fruits de mer) en grassige tonen. Noten en zoute drop dienen ook nog vermeld te worden. Zouthout. Olieachtig mondgevoel. Erg lange afdronk op turfrook en zilt. Leuk turfmonstertje! En voor 50 euro prijs/kwaliteit een aanrader. 86/100

Arran 10y 2010

Van de Arran 10 proefde ik al een eerdere versie (2007), die me niet helemaal kon bekoren. Vandaag proef ik de meest recente batch. Eens zien of er progressie is.

 

Arran 10y, 46%, OB 2010
De neus van deze Arran start wat gedempt, licht muf en vegetaal. Dan ananas in blik, granen, fudge en nootmuskaat. Op de duur gaat de alcohol domineren. Misschien wat mineralige tonen. Romig mondgevoel, eerder droog op tonen van granen, wit fruit, zoethout, kruiden, een klein beetje zilt en niet veel meer hout. Middellange afdronk, zoet, granig en kruidig. Matige whisky. Betaal iets meer voor de 14y en je krijgt een whisky die een stuk beter is. 78/100

Macduff 2000 for The Bonding Dram

Na een Laphroaig 1996 heeft The Bonding Dram – ondertussen een gevestigde waarde in het Belgische whiskylandschap – een tweede eigen botteling uit, dit keer een Macduff 2000. Deze Macduff werd door Jeroen en aanhang geselecteerd uit een reeks vatstaaltjes van de Creative Whisky Company, onafhankelijke bottelaar en geesteskind van David Strik (ex-Whisky Magazine en al even ex-Cadenhead). Exclusive Malts is één van de reeksen van de CWC.

 

Macduff 10y 2000, 56.5%, Exclusive Malts (CWC) for The Bonding Dram, sherry cask #3525, 200 bottles
Mooie zoete en fruitige sherryneus. Het eerste waar ik aan denk is warme appelmoes met kaneel. Mijn jongste zoon is er zot van. Ik heb ‘m dan ook aan mijn glas laten ruiken… blijkbaar denkt hij er anders over. Vers gebakken speculaas en peperkoek. Er zijn dus ook kruiden te ontwaren. Gebakken banaan doemt op. Nogal wat gebakken en ‘warme’ associaties als ik het zo bekijk. Appelstrudel. Uit de oven, inderdaad. Een heel klein beetje rubber, juist genoeg om alleen maar een meerwaarde te zijn. Ha, iets licht floraals ook. Rozenbottel denk ik. Yep, that’s it, rozenbottel. Laat me wat water toevoegen, dit is uiteindelijk whisky op meer dan 56%. Mmm, het geheel wordt stroperiger, de kruiden verhuizen wat naar de achtergrond, maar voor mij wordt het niet beter, integendeel. Het was trouwens al goed genoeg. Proeven nu. Stevig, rond, romig mondgevoel. Bitterzoet is de teneur. Veel kruiden à la peper, nootmuskaat en gember, gekonfijte gember. O ja, duidelijk. Wat nog? Honing, wat hout, cassis en vijgen. Licht drogend. Hier is water wel een optie, alhoewel zeker niet noodzakelijk, ik vind hem niet per se beter mét. Anders, dat wel. De balans tussen het zoete en het fruitige aan de éne kant en het bittere en kruidige aan de andere kant slaat met een beetje water wat meer door naar het eerste. Het is maar wat je wil. Dus: onversneden – toch een mooi woord – ruiken en al dan niet licht versneden drinken al naargelang je smaak, dat is de boodschap. Best lange, kruidige afdronk, met het zoete dat aanwezig blijft. Zeer lekkere whisky, en voor 50 euro… wel, kopen die handel! 89/100

Twee Yoichi’s

Yoichi is één van de twee single malt distilleerderijen van de Nikka groep. Miyagikyo is de andere. Vandaag maak ik tijd voor de recentste versie van de standaard 10 jaar en voor een nieuwe vintage, dit keer een 1989.

 

Yoichi 10y, 45%, OB Nikka 2010
Frisse, levendige, wat prikkelende neus met fruit (ik denk aan witte perzik en meloen), wat kruiden en heel lichte turf. De smaak is zacht, romig en zoet (ik heb vanille en zachte karamel) met hier meer rook (eerder woodsmoke dan turf) dan in de geur. Een lichte kruidigheid ook, zeker naar het einde en verder door in de bitterzoete afdronk. Mooi gebalanceerde en makkelijk toegankelijke whisky. 81/100
 

Yoichi 1989, 55%, OB Nikka 2010, 2000 bottles
Dit is een mengeling van vier types single malt whisky van de Yoichi distilleerderij. Zowel licht als zwaar geturfde whisky gerijpt op opnieuw geschroeide (‘re-charred’) bourbonvaten, als niet geturfde whisky gerijpt op zowel nieuwe vaten als sherryvaten. 240 van de 2000 flessen voor de Europese markt. Stevige, complexe en volle whisky met op de neus gestoofd en gedroogd fruit (abrikozen, confituur), zachte turf, kruiden (gember, kruidnagel), heide, noten en granen. Natuurlijk ook redelijk wat hout, maar dat blijft mooi in balans met de rest. De smaak is licht kruidig en vertoont tonen van turf, houtskool, zoet fruit (pruimencompot), zachtzoet sherryhout, noten en peper. Het zoete en het bittere houden elkaar mooi in evenwicht. Vrij lange, wat vettige afdronk met wat hout, zoete turf en kruiden. Mooie whisky. 87/100

Twee Ileach

Vandaag maak ik tijd voor een Bowmore die tot behoorlijk wat heen en weer gemail met Bert Bruyneel heeft geleid en de recentste batch van de Ardbeg 10y. Beide blind geproefd en vooral die Bowmore vind ik erg lekker (BB heeft niet altijd gelijk).

 
Bowmore 11y 1998/2009, 46%, Duncan Taylor, NC2
Frisse, florale en mineralige neus met fruit en zelfs een licht waxy touch. Bijenwas, sappige appels, rijpe kruisbessen. Na enige tijd krijg ik iets lichts geroosterds (geroosterde noten?) en lucifers. Geen zwavel evenwel, niets storends. Integendeel, I love this nose! De smaak geeft lichte turf, veel fruit (citrus, peer), honing, amandelnoten en gedroogde bloemen. Of eerder gedroogde kruiden à la linde en kamille. Een klein beetje hout ook, vooral naar het einde. Lange, licht bittere afdronk met fruit en zoete turf. Vooral de neus is erg goed. 88/100
 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2009
Neus op turf, wat fruit (druivensap, peren) en medicinale toetsen. Een beetje zilt ook. Peper. Aarde. Asperges??? Mmm, niet slecht maar ook niet erg complex. Het fruit dat ik had, verdwijnt vrij snel. De turf, het medicinale en de aarde blijven over. Ook op de tong domineert de turf, die wordt vergezeld van wat zoets (vanille) en een klein beetje fruit (citrus). Wat kruiden naar het einde. Vrij assig op de duur. Nogal ruw. Lange, rokerige afdronk met ook hier wat citrus. Niet slecht, niet geweldig, wel wat beter dan de vorige batchen die ik proefde. 83/100
 
En dit weekend… Lindores Whisky Fest! Of wat had je gedacht?

Tyrconnell 10y, port finish

Na de tienjarige Tyrconnell sherry finish die ik vorige maand besprak, proef ik vandaag de port finish.

 

Tyrconnell 10y ‘Port finish’, 46%, OB 2009
Frisse neus, een ‘herbal’ kruidigheid vermengd met een zoete fruitigheid. Vanille, honing, druivensap, abrikozen, pruimen. Een klein beetje hout. Niet slecht. Vlot drinkbaar, met dezelfde herbal tonen (eucalyptus, munt), honing, granen, gras en zoet fruit. De pruimen, net als de druiven. Eerder korte, zoet-kruidige finish. Al bij al een aangename whisky zonder echt bijzonder te zijn. Misschien een beetje té zoet voor mijn smaak. Beter dan vorige batchen, dat wel. 80/100

Bowmore Tempest

Eén van de terechte winnaars in de Battle of the Stunners was de Bowmore Tempest. Vandaag neem ik er wat meer tijd voor.

 

Bowmore 10y ‘Tempest’, 55.3%, OB 2009, 12.000 bottles
De neus biedt een perfecte mix tussen rokerige, fruitige en coastal elementen. ‘Coastal’ vertaalt zich in the usual suspects: zilt, zeewier, iodium, oesters (met peper en citroen!). Het fruit is naast de citroenen vooral sinaas en wat perzik. En na enige tijd zelfs wat tropische toestanden. Vanillecrème ook, nootmuskaat en een lichte florale toets. Behoorlijk complex dus. En lekker! In de mond dezelfde knappe balans tussen turf, fruit (citrus en tropisch) en zilt. Lekkere bitterheid. Zoethout. Lange afdronk op zoet fruit en zilt, met ook de rook die terug de kop opsteekt. Wreed lekkere en knap gebalanceerde whisky met een niet geheel terechte benaming vind ik zo (sea breeze was gepaster). 90/100

Tyrconnell 10y, sherry finish

De niet-geturfde tegenhanger van Connamara is Tyrconnell, samen de bekendste producten van de Cooley distilleerderij. De whisky die ik vandaag proef, is een tienjarige gefinished op sherryvaten.

 

Tyrconnell 10y ‘sherry finish’, 46%, OB 2009
Aromatische neus, erg kruidig. Een gans kruidenboeket. Waar hij mij vooral aan doet denken, is peperkoek met gember. De sherry is subtiel. Karamel, een beetje hout, rozijnen, vijgen. Ook op de tong is hij kruidig, zacht en droog. Pruimen, rozijnen, noten. Vooral naar het einde droogt hij wat uit. Witte pompelmoes, hars, hout. Zoethout. Bitterzoete afdronk met ook hier redelijk wat hout. Een beetje te droog op de tong om écht lekker te zijn, maar hier is voor de rest niets mis mee. 83/100

Laphroaig 1998, Jean Boyer

Vandaag proef ik een 10-jarige Laphroaig van Jean Boyer, gebotteld op 43% en dus ideaal om naast de officiële 10y te zetten.

 
Laphroaig 1998/2008, 43%, Jean Boyer, Best Casks, 1300 bottles
Zoet-zilte geur met zachte rook erdoorheen. Ik heb fudge, vanille, citrus en snoepgoed genoteerd. Een licht florale toets niet te vergeten. De smaak is rokerig, ziltig (zeewier, oesters, zout…), fruitig (citrus) en ook hier licht floraal. Gesuikerde infusiethee. Drop. Lange afdronk, rokerig met ook hier drop. Zoute drop. In vergelijking met de OB is deze steviger, ondanks hetzelfde alcoholpercentage en ook wat complxer. Lekkere Laphroaig zonder super te zijn evenwel. 85/100

Cooley 10y, Cadenhead

Cadenhead heeft een aantal Cooley’s uitgebracht, op leeftijden tussen 10 en 16 jaar. Het betreft hier eigenlijk geturfde Connemara – het bekenste product van de Ierse distilleerderij – gerijpt op bourbonvat.

 
Cooley 10y, 59.3%, Cadenhead, 2003, 234 bottles
En een verdomd lekkere Connemara. Geen heftige turf op de neus, maar wel zachte en zoete, vermengd met veel fruit. Peer, meloen, pruimen, rijpe sinaas… door honing overgoten. Lichte farmy notes ook (stallen), zalig seg. Diezelfde lekkere turf (farmy en zoet) op de tong, naast notes van limoen, hooi en hout. Die laatste twee verdwijnen met enkele druppeltjes water. Redelijk lange finish op pompelmoes en turf. Op het eerste zicht misschien een nogal hoge score voor een 10-jarige Connemara, maar proef hem, neem er je tijd voor en je geeft me gelijk (of ook niet natuurlijk). 90/100

Benromach

Benromach, vandaag eigendom van Gordon & MacPhail, werd in 1898 tijdens de ‘whisky boom’ opgericht door Duncan MacCallum, toenmalig eigenaar van de Glen Nevis distilleerderij op Campbeltown en wijnhandelaar F.W. Brickmann. In 1900 werd de productie opgestart om in 1907 weer stilgelegd te worden. De reden hiervoor was dat Brickmann aan de rand van het faillissement kwam te staan. MacCallum besloot dan maar de zaak alleen draaiende te houden en de productie werd weer opgestart onder de naam Forres en dit tot 1910. Pas na de Eerste Wereldoorlog werd er opnieuw gedistilleerd en werd de naam Benromach weer gebruikt.

Eigenlijk kan de geschiedenis van Benromach best samengevat worden als een continu stilleggen en heropstarten van de productie want in 1931 was het weer zover, dit keer onder de eigendom van Joseph Hobbs (eigenaar van Ben Nevis in die dagen) en Hattim Attari. De Associated Scottish Distilleries Ltd., onderdeel van Train & McIntyre Ltd., namen de distilleerderij over in 1938. ASD ging in 1953 deeluitmaken van DCL, het latere Diageo. En wie Diageo zegt, zegt massale sluiting in 1983. Ook Benromach ontsnapte niet aan de sluitingsronde. De gebouwen werden bijna volledig ontmanteld, enkel de wash backs bleven staan.

In 1992 tenslotte kocht Gordon & MacPhail de zo goed als lege gebouwen en de rest van de stock op. De vermarkting van deze stock financierde de heropbouw, resulterend in de nieuwe opening op 15 oktober 1998, exact een eeuw na de oprichting. Een eerste whisky volledig van de hand van Gordon & MacPhail werd in 2004 onder de naam ‘Benromach Traditional’ op de markt gebracht. Benromach heeft één wash still en één spirit still waarmee ze jaarlijks ongeveer een half miljoen liter alcohol stoken. Hun molen, die gebruikt wordt om de gemoute gerst te malen tot grist, dateert van 1913 en is daarmee één van de oudste nog in werking.
Vandaag kennen we meerdere Benromach-varianten, zowel geturfde als niet-geturfde en zelfs een organische… Onderstaande 10-jarige standaardbotteling is de eerste officiële Benromach die ik proef. Shame on me.

 

Benromach 10y, 43%, OB 2009
De neus ervan is alvast erg lekker en spreidt zoet fruit tentoon, acaciahoning, gras en woodsmoke op de achtergrond. Na enige tijd gerookt vlees, spek. Vanille, zoethout en zachte, zoete turf. Mooie complexiteit! Hetzelfde kan gezegd worden over de bitterzoete smaak. Deze geeft appelsien, gember, zoethout, koffie, leder, een beetje zilt en ook hier de lekkere, lichte turf. Kapt erg vlot binnen. Vrij lange, bitterzoete afdronk op rietsuiker, fruit en turf. Wat een verrassing! Erg complex voor een tienjarige whisky, en alles heel mooi gebalanceerd. En dat voor amper 35 euro. Kopen die handel! 86/100
 

Een blinde Fulldram sessie – vervolg

Na de pauze gingen we blind en gezwind verder met volgende vier gesokte flessen.

 
Longrow 10y 100° proof, 57%, single cask for The Nectar, Belgium
Zachte, granige neus met associaties van zoete turf, vanille, hout en veel granen. Bierbeslag. Niet geweldig, maar water toevoegen helpt. Water brengt vooral fruit naar boven, zoet fruit, rijpe banaan, maar ook cake en winegums zoals iemand opmerkte. Ook op de smaak heeft hij water nodig, zonder is hij te scherp en te gesloten. Dan krijg je zachte, zoete turf en vanille. Lekkere whisky, maar enkel en alleen met water. 83/100
 
Arran 1997/2010, 55%, OB for Belgium, cask 965, 306 bottles
Zachte sherry- en wijnneus. Ik dacht aan tarte tatin. Met z’n rozijnen, warme appels en karamel. Eucalypus. Honing. Deed me ook wat aan rum denken. Op de tong is hij erg krachtig, het vocht brandde zich een weg naar m’n maag. Alcohol en karamel maar niet veel meer. Water dan maar. Mmm, blijft weinig uitgesproken. Gestoofd fruit, dat wel. Middellange, bitterzoete afdronk. Ook dit is best lekkere whisky hoor, maar voor mij toch de minste van de avond. Niet voor iedereen evenwel, zie de eindrangschikking onderaan. Aan mijn score kan je echter afleiden dat het niveau van de tasting wel meer dan oké was. 80/100
 
Bowmore 16y 1993/2010, 59.9%, The Perfect Dram (TWA), 209 bottles
Aha, een Bowmore 1993! Een legendarische jaar voor deze distilleerderij. In 1993 draaide Bowmore op verminderde kracht, alles gebeurde er een beetje trager. Zo nam de fermentatie dubbel zoveel tijd in beslag als andere jaren. Het resultaat is whisky van uitzonderlijke kwaliteit. Probleem is dat er nog weinig Bowmore 1993 te vinden is, wat gezien de reputatie niet verwonderlijk is. Maar misschien zullen er later nog wel enkele beauties uit dat jaar gebotteld worden op hogere leeftijd.
De neus van deze is licht mineralig en geeft zachte turf en veel bitterzoet fruit. Sinaasschil, kruisbessen, bosbessen, maar ook een lichte tropische touch met ananas en papaya. Vanille. Dit patroon zet zich verder op de smaak. Licht bitter (wat kruiden), veel fruit (de bessen) en zachte turf. De laatste twee associaties komen meer naar voor met enkele druppels water. Fruitige en zoete afdronk met terugkerende rook en wat zilt. Lekkere fruitige whisky (staat in m’n top 3) maar van een Bowmore 1993 had ik misschien toch nog net een ietsje meer verwacht. 86/100
 
Port Charlotte 6y 2002/2008, 57.6%, Streah, cask 85, 281 bottles
Ik moet bekennen nog nooit van deze onafhankelijke bottelaar gehoord te hebben. Vraag me af wat ze zo nog gebotteld hebben. De neus is romig en fruitig met turf natuurlijk, zilt, vanille en vrij veel wit fruit (jong). Niet geweldig complex maar wel lekker. Hetzelfde geldt voor de smaak. Fruit, turf, peper en een lichte assigheid. Lange afdronk in het verlengde hiervan. Voila, een Port Charlotte die wél 84 verdient! 84/100
 

Met deze Port Charlotte sloten we een geslaagde avond af. We hebben dus redelijk wat peat voorgeschoteld gekregen, maar telkens wel mooie en relatief complexe peat. En op zich mocht dit ook wel eens, de nadruk ligt over het algemeen immers sterk op fruitige whisky, waar we natuurlijk niets op tegen hebben.
Blinde tastings? Zo mogen er voor mij elk jaar wel enkele zijn.

 
A ja, voor ik het vergeet, de top 3 van de avond zag er als volgt uit:

  1. Springbank 21y
  2. Arran 1997 for Belgium
  3. Longrow 10y for The Nectar

In de winnaar kon ik me perfect vinden, maar zeker met de tweede plaats van de Arran was ik het niet eens. Bij mij stond de Rollercoaster op twee en de Bowmore op drie, alhoewel deze laatsten erg dicht bij elkaar lagen.

 

Laphroaig 10y Cask Strength First Edition

Vandaag maak ik een sampleflesje soldaat dat ik al lang eens moest proeven maar waarvan ik het proeven om één of andere reden altijd voor mij bleef uitschuiven. Het is geen whisky die ik snel tussendoor wou achteroverslaan, maar waarvoor alle omstandigheden (tijd, rust, neus, goesting – euh, ‘zin’ voor de Nederlandse lezers) optimaal moeten zijn. In dat flesje zit Laphroaig. Maar niet zomaar Laphroaig.

Laphroaig bracht rond 1995 een eerste versie van z’n 10 jarige cask strength op de markt. Er zouden er nog vele volgen. De eerste droegen een groene streep (Green Stripe), latere versies een rode (Red Stripe). Hun meest recente (2009 – Batch 001) kreeg opnieuw een facelift (stempel). Van de meeste batches bestaan zowel 70 cl flessen voor de reguliere handel en 100 cl of 1 liter flessen voor duty free. De allereerste batch – die een ondertussen legendarische status heeft verworven en die ik dus vandaag proef – bestond evenwel enkel in duty free 100 cl versie. Maar als je een 100 cl fles Green Stripe in handen hebt, is de kans erg klein dat het die bewuste eerste botteling betreft. Er zijn nadien immers nog vele, uiterlijk identieke bottelingen op de markt gebracht. Er is maar één manier waarop je de ‘legend’ kan herkennen en dat ga ik hier mooi niet uit de doeken doen. Maar iemand die al wat ervaring heeft met het onderscheiden van batchvariaties weet waarop hij of zij dient te letten.

 
Laphroaig 10y CS, 57.3%, OB +/- 1995, First Edition, 100 cl – Islay
Ik zit rustig, alle tijd van de wereld, mijn erfgenamen het huis uit, de neus in optimale conditie, de goesting groot. Erg groot. Niet-te-houden groot. En ik ruik… ooooh ja, die reputatie heeft ie niet gestolen. Succulent fruit en dito zachte turf. Qua fruit heb ik (onder andere) roze pompelmoessap (véél), kruisbessen en passievrucht. Daarnaast turf, zeewier, jodium, rozebottel en wat hout. Niets scherps, niets storend, perfecte balans. De smaak is euh… nogal stevig. Djee, wat een explosie in de mond! Een kopstoot van turf en zilt met ertussen citrus, mango, perzik, abrikoos, rabarber, hout, kruiden… nogal complex, pfiew! Minder zoet dan ik gewoon ben bij Laphroaig, en meer soorten fruit dan de typische citrus. Ellenlange, complexe afdronk of turf, zilt, fruit en kruiden.

Een formidabele whisky, maar om de score mee te helpen bepalen, heb ik er de Port Ellen 19y 1970 voor Sestante – die ik 95 punten gaf – naastgezet. De Port Ellen is voor mij net nog een tikkeltje beter (die neus!). 94/100

Bedankt voor de sample Luc.