Spring naar inhoud

Twee Singletons

Vorige week kwam de Singleton of Glendullan aan bod, vandaag proef ik de Dufftown en de Glen Ord. Singleton is dus een label van Diageo voor de duty free markt.

 
Singleton of Dufftown 12y, 40%, OB 2009, for duty free 1 liter
Lichte neus op honing, bloemen, sinaas en noten. Gerookte ham? Ook de smaak is licht en wat stoffig. Ik heb zoethout, karton, een klein beetje fruit… niet geweldig eigenlijk. Droge finish op zoethout en sinaasschil. 71/100
 
Singleton of Glen Ord 12y, 40%, OB 2009, for duty free, 1 liter
Lekkere zoete neus. Ik denk vooral aan cake, geconfijt fruit en chocolade. Appel en peer ook. Een beetje kruiden. Licht maar aangenaam. Ook de smaak is aangenaam. Wat krachtiger dan de neus en de 40% doen vermoeden. Granen, honing, lindethee, sinaas, zoethout, nootmuskaat. De afdronk is middellang, granig en kruidig. Niet slecht deze Glen Ord, verre van. 79/100

Brora 1972, Connoisseurs Choice 1992

Brora 1972? Daar kan ik er niet genoeg van proeven. Gordon & MacPhail heeft er in z’n Connoisseurs Choice reeks bij mijn weten vier gebotteld. De 1993 en de 1996 hebben we reeds gehad, vandaag volgt de 1992. Er is ook nog een 1995 die m’n pad nog niet gekruist heeft, maar laat dat een objectief zijn. In 1997 heeft G&M ook een Brora 1972 onder z’n Rare Old label gebotteld, ook op 40%.

 
Brora 1972/1992, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Neus: yeehaaa! Wat blijf ik toch fan van dit soort profiel! Zacht en subtiel complex op de typische ‘farmy’ turf. Rook, geitenstal, nat hooi, natte hond en andere boerderijtoestanden. Dit alles mooi vermengd met fruit (mandarijn, ananas, papaya, eerder tropisch bij deze dus), bijenwas, zoethout en kruiden. De smaak is voor z’n alcoholpercentage erg geconcentreerd. Fruit (citrus), droog hooi, turf, was, veel zilt en ook wat kruiden. Drop. Eucalypthus. En dat alles erg subtiel en toch krachtig. Lange, nee, zeer lange afdronk op turf, fruit en zilt. Ook dit is dus een topper, zeker op de neus, maar ik had niet anders verwacht. 92/100

De 1993 blijft mijn favoriet (die complexitieit!), op de voet gevolgd door deze 1992 en de 1996. De 1997 is iets minder (amper 90 punten, stel je voor).

Een nieuwe Dez Mona en een oude Craigellachie

Dez Mona heeft met Hilfe Kommt eind vorig jaar een nieuwe plaat uitgebracht. Hun vorig album, Moments Of Dejection Or Despondency was wat mij betreft één van de beste Belgische albums ever. Maar ook deze is sterk. Misschien niet helemaal het niveau van Moments maar er staan toch weer enkele juweeltjes van songs op. Ik denk aan nummers à la Beyond Redemption, Carry On, Get out of Here, In the Yard en Jack’s Hat.
Dez Mona, toch wel van het boeiendste wat de Belgische muziekscène heden ten dage te bieden heeft als je ’t mij vraagt. Ik beluister hun nieuwe nog een keer, vandaag in het gezelschap van een oude Craigellachie. Eéntje uit 1962, in 1987 gebotteld door Moncreiffe.

 
Craigellachie – Glenlivet 25y 1962, 46%, Moncreiffe & Co for Meregalli ’87
Een Craigellachie, dat is weer even geleden. 23 jaar geleden op flessen getrokken, dat zou wel eens wat old bottle toestanden kunnen opleveren. En inderdaad, in de neus oude kleren (een koffer op zolder met oude kledij van één of andere overleden groottante), oude boeken, de geur van een antiquariaat, antiekwas, zilverpoets. Dit alles vermengd met gedroogd fruit, zoethout en noten. Lekkere hoor! De smaak is zoet (honing) en kruidig. Het zoethout, wat peper en nootmuskaat ontwaar ik. Wat grassing ook wel. Licht mineralig. Redelijk lange, krudige afdronk. Ongetwijfeld niet meer hetzelfde als bij botteling, maar misschien wel beter. 87/100

Lochside 28y 1981, Blackadder

De Lochside distilleerderij, gelegen aan de Schotse Oostkust tussen Aberdeen en Dundee, werd gesticht in 1957 en sloot z’n deuren in 1992. In 2005 werden de gebouwen met de grond gelijk gemaakt om plaats te ruimen voor een tuincentrum. Tot begin jaren zeventig produceerde het zowel malt als grain whisky – een schitterend huwelijk tussen beide was de 42 jarige Single Blend. Lochsides zijn over het algemeen erg fruitige whisky’s. Blackadder bottelde vorig jaar een 1981’er onder z’n Raw Cask label.

 
Lochside 28y 1981/2009, 56%, Blackadder Raw Cask, cask 617, 202 bttls
Mmm, niet de verwachte fruitexplosie… pas op, de neus biedt best wat fruit, maar niet zo overweldigend als bij andere Lochsides vaak wel het geval is. Muesli, sinaas, vanille, smeuïg… doet me wat denken aan die Danio ontbijttoestanden. Een lichte kruidigheid ook. Hooi. Ook de smaak geeft sinaas, maar ook lychee, munt, kokos en zachte karamel (fudge that is). Middellange finish, beetje drogend. Citrusschil. Erg aangename Lochside zonder het ‘wauw’ effect van een aantal soortgenoten. 86/100

Glendullan 28y 1981, The Whisky Agency

De tweede Glendullan deze week is er ééntje uit het jaar 1981, recent door The Whisky Agency gebotteld in de ‘flowers’ reeks.

 

Glendullan 28y 1981/2009, 49.6%, The Whisky Agency, 247 bottles
Zachte, frisse en mineralige neus met veel fruit (appel, kruisbessen, pruimen), honing, muesli, eikenhout, munt en citroenkruid (fris zoals ik al zei). Het mineralige uit zich in natte steen, kalk en een de geur bij een boswandeling. Rook? Mmm, misschien, heel subtiel in ieder geval. De smaak is vettig en krachtig, op tonen van perzik, meloen, peer en kiwi, hout, vanille, zoethout, gember. Erg fris, ook op de tong dus. Niet al te lange maar wel lekkere fruitige afdronk. Aangename en vlot drinkende Glendullan. 85/100

Twee Ardbegs 1974

Bon, genoeg ‘basic’ whisky gehad, terug naar het betere werk. Wat te denken van Ardbeg 1974? Of nog beter, van twee Ardbegs 1974?

 
Ardbeg 1974/1996, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Zalige ouwe Ardbeg zonder turfexplosie maar met véél fruit. In de neus geeft dat peer, perzik en abrikoos, met daarnaast zilt, jodium en dus ook een heerlijk toefje zachte turf. In de smaak vervoegt hout het fruit en de turf. Zeewier ook en een lichte kruidigheid. Elegantie in de overtreffende trap! Lange afdronk op zoete turf en kruiden. Mooie balans tussen fruit, zilt en turf, en alles zo zacht… schoon! Misschien dat ie op een hoger alcoholpercentage nog hoger zou scoren, maar het subtiele zachte karakter van deze whisky is misschien wel z’n grootste ‘kracht’. 91/100
 
Ardbeg 26y 1974/2001, 46%, Silver Seal, 264 bottles
Mmm, ik mis het verwachte Ardbeg 1974 karakter in de neus. Turf? Nauwelijks. Zilt? Idem. Fruit? Ja, een beetje (appels denk ik). Voor de rest vrij mineralig. De smaak is beter, stevig en prikkelend. Hier hebben we wel een beetje turf alsook vanille, peren, noten en kruiden. Ja, op de smaak wint hij punten. Middellange, zoete afdronk. Al bij al toch een wat teleurstellende Ardbeg ‘74. 85/100

Drie instapmalts

Vandaag bespreek ik drie malts die je je voor een appel en een ei kan aanschaffen, alhoewel sommige handelaren cash of betaalkaart zullen prefereren. Vooral de Singleton of Glendullan is gezien z’n prijs zeker een aanrader. Je vindt die trouwens ook buiten het duty free circuit.

 
Locke’s Single Malt 8y, 40%, OB (Cooley) 2009, Pure Pot Still
Maltige en licht fruitig neus. Appel, perzik. Beetje yoghurt (lichte zurigheid). Bloemen. Niet echt geweldig. De smaak is zacht met granen, een beetje peper en thee, slappe infusiethee. Nogal platjes. Korte en granige afdronk met een kleine beetje zoete appel. Valt me wat tegen. 73/100
 
Singleton of Glendullan 12y, 40%, OB 2009, for duty free, 1 liter
Singleton is een label van Diageo, gericht op de duty free markt. Deze Glendullan heeft een frisse, fruitige en bloemige neus met gedroogd gras, kamille, honing, sinaas, noten, nougat en een lichte kruidigheid. Complexe en erg aangename geur. De smaak geeft granen en hout vermengd met zoethout en honing. Korte maar best lekkere afdronk op de honing, de granen en het zoethout. Niet slecht, deze Glendullan. 80/100
 
Stronachie 12y ‘Replica’, 43%, Dewar Rattray, 2009
Pfffiew, erg veel hars, hout en granen op de neus. Zoethout ook, rozijnen en bittere karamel. Na een tijdje notes van vleessaus en maggi. Op de tong is ie romig en zoet, met karamel, ananas, rozijnen en de vleesaus weer. Licht mineralig. Middellange, droge maar vooral saaie afdronk. Speciaal zonder echt slecht te zijn, maar kan me toch niet bekoren. 72/100

Enige zelfreflectie

Ik besef dat ik de neiging heb om bij het selecteren van mijn sampels, whisky’s te nemen waar ik op één of andere manier naar uitkijk. Ik denk aan whisky’s van distilleerderijen die hoog op m’n favorietenlijstje staan, van bottelaars die een stevige reputatie hebben opgebouwd of aan het opbouwen zijn, whisky’s die door menig liefhebber bejubeld zijn, etc.. Met als gevolg dat er ettelijke samples onaangeroerd blijven staan, maar ook dat de balans wat scheefgetrokken wordt richting mijn eigen voorkeuren én dat dus ook de gemiddelde score een wat vertekend beeld geeft. OK, ergens is dit onvermijdelijk, ik wil dit reviewen voor mezelf natuurlijk zo aangenaam mogelijk maken, maar op die manier geef ik misschien geen correct beeld van het whiskyaanbod. Ik moet mezelf er dus af en toe toch maar toe dwingen m’n horizon wat te verruimen en bv. ook in mijn ogen minder boeiende zaken proeven. Ik zal waarschijnlijk nog af en toe aangenaam verrast worden ook. En zeker na nog eens een Benriach ’76 kan het geen kwaad de standaarden weer wat bij te stellen. Ik doe dit vandaag met drie blends van Whyte & MacKay en morgen met drie basic malts.

 
Whyte & MacKay ‘Special’, 40%, OB 2009, sherry finish
Neus: zoet (suikerspin, suikerwater, melkchocolade), bloesems, gras, granen, mineralen. Niet echt boeiend te noemen. Ook de smaak is dit niet. Hij is licht, granig, met karamel (fudge, van die zachte) hout en linde. De finish is vrij kort en maltig met wat karamel en een hint van kruiden. Nope, hier word ik niet wild van en dat is nog zacht uitgedrukt. 64/100
 
Whyte & MacKay ‘The Thirteen’ 13y, 40%, OB 2009, sherry finish
Ook de neus van deze is zoet. Hier evenwel eerder zoet fruit à la banaan, peer en ananas, en honing. Granen en gras heb ik ook. De smaak gaat verder op granen, muesli, hout, sinaas en honing. Afdronk: kort, fruitig en granig. Tja, merkelijk beter dan de Special maar al bij al niet meer dan matig. 74/100
 
Whyte & MacKay ‘Old Luxury’ 19y, 40%, OB 2009, sherry finish
Fruitige en zoete neus met associaties van geconfijt fruit, cake en melkchocolade. Iets mineraligs ook. Romige, boterige smaak met hints van kruisbessen, citrus, nootmuskaat en peper. Nogal drogend. De afdronk is niet al te lang met fruit (citrus) en een lichte kruidigheid. De neus verantwoordt een score van tachtig, de smaak niet. De beste van de drie maar de naam die deze meekreeg is toch lichtjes misleidend. 77/100

Benriach 30y 1976 for The Nectar

Bon, naast de Birnie Moss wordt er bij Benriach gelukkig ook heel wat anders gebotteld. Laat ik mijn tasting notes van de 1976 voor The Nectar eens publiceren zie. Pas op, in tegenstelling tot andere besproken 1976’ers, is deze geturfd. Ja dat was de Birnie Moss ook, maar daar houdt elke vergelijking op.

 
Benriach 30y 1976/2007, 52%, OB for The Nectar, cask 8080, 151 bottles
Hogshead vat. Zalige complexe neus met subtiele rook- en turfaroma’s. De lichte turf vermengd zich mooi met het fruit (perzik, appel, kokos), het hout, de vanille, de honing en de noten. Prachtig! Dezelfde schitterende combinatie krijg je op de tong. Zachte turf in een heerlijk samenspel met een beetje hout (op de achtergrond), kruiden (peper, kruidnagel) en fruit. Wat dat laatste betreft, denk ik vooral aan peer, pompelmoes en kruisbessen. Ananas? Lange, ietwat zoete afdronk op peper en een hint van rook. Anders dan andere Benriachs 1976 dus (de turf), maar oh zo lekker. 92/100

Benriach Birnie Moss ‘Intensly Peated’

Benriach Birnie Moss ‘Intensly Peated’, 48%, OB 2008 – Speyside
Dit is een erg jonge geturfde Benriach, gebotteld op 3, 4 jarige leeftijd. En dat is er aan te merken. Veel ‘new spirit’. De alcohol en het graan overheersen, de turf is te scherp, de prijs spijtig genoeg niet (40 euro). Op de tong nog wat zoets en zilts maar al bij al mist dit balans, mocht gerust nog enkele jaren verder rijpen. Meer dan een marketingvehikel is dit niet. 69/100

De nieuwe Springbank 18y

De nieuwe Springbank 18y kon ik al eens eerder vluchtig proeven, ik vond ‘m toen vrij teleurstellend, zeker in vergelijking met de eerste batch ervan. Nu heb ik de gelegenheid er wat meer tijd voor te nemen. Benieuwd of m’n eerste indruk bevestigd wordt.

 

Springbank 18y, 46%, OB 2010, 2nd edition – Campbeltown
De neus is nogal grassig met hooi, hars, zoethout, linde, granen en noten. Niet geweldig boeiend eigenlijk. Daarna komt ook rood fruit bovendrijven. Aardbeien, braambessen enzo. Lichte rook. Op de tong is deze Springbank vrij vettig en mondvullend met eerst rozijnen, sinaasschil, bittere chocolade (inderdaad, orangettes!) en zachte rook. Na enige tijd zetten kruiden door. Peper en veel zoethout, drop. Behoorlijk lange en bitterzoete afdronk met terugkerende rook. Bwa, dit is best lekkere whisky, maar inderdaad toch wel een stevige stap achteruit ten opzichte van die eerste batch van vorig jaar. 84/100

En dan nu écht lekkere sherry!

Wat ík echt lekkere sherry vind natuurlijk. Na de sherrycasks van de voorbije dagen ben ik tussen m’n samples op zoek gegaan naar een gesherriede whisky die bovenstaande titel zou kunnen rechtvaardigen. Ik plukte gezwind de Glendronach 1972 uit het rek. Alhoewel ook de Glendronach 12y for Previ Brescia van midden jaren ’80 effe in de running was, maar die volgt dan later wel eens.

 
Glendronach 37y 1972, 54.8%, OB 2009, oloroso cask 719, 474 bottles – Speyside
Zachte en ongelooflijk rijke, complexe neus. Wat eerst opvalt is de enorme fruitigheid. Mandarijn, sinaas zeste, gebakken banaan, braambes… heel gevarieerd eigenlijk, zowel ‘sherry’ fruit als ‘bourbon’ fruit. Dan komt er heide bij, melkchocolade, kruiden, geroosterde en gesuikerde amandelen. Geroosterd hout. Woodsmoke. Antiekwas. Oh ja, waxy is ie ook… dit is echt genieten! En alles harmonieus vermengd. Njummie! Bitterzoet op de tong met rozijnen, vijgen, dadels, rode bessen, de mandarijnen weer, zoethout, kruiden, hout. Drogend maar zonder dat het stoort. Lange, verwarmende, complexe finish op kruiden, hout en bessen. Wel, dit is één van de beste gesherriede (niet geturfde) whisky’s die ik al gedronken heb. Absoluut fantastisch. 93/100

Sherried Glengoyne, nu we toch bezig zijn

Ik zag dat ik nog een sample had staan van een andere Glengoyne, de officiële 21y, sherry matured. Vermits ik nog een 2cl over heb van de 1998 die ik gisteren proefde, zet ik vandaag beide eens naast elkaar.
 
Glengoyne 21y, 43%, OB 2008, sherry matured – Speyside
Mooie, zachte sherry met in de neus karamel, gestoofde appels, kersen, rozijnen, perensiroop, leder, beetje eik en wat peper. Een heel lichte rokerigheid ook. Minder scherp en vooral minder vuil dan vat 1132 (wat op zich nog geen minpunt is, soms integendeel). De smaak volgt grotendeels dit patroon. De zachte karamel, het hout, de appel, de kruiden (kaneel, gember), ik tref het ook hier aan. Pruimen. Het geheel is behoorlijk droog, maar bijlange niet zo scherp en bitter als de Malts of Scotland. Zeker op de smaak draagt deze veruit mijn voorkeur weg. Lange, verwarmende en droge finish, licht zoet en kruidig. Erg aangename whisky. Deze. 84/100

Glengoyne 1998, Malts of Scotland, cask 1132

Malts of Scotland blijft maar Glengoynes bottelen. Vat 1133 proefde ik al eerder, maar ook de andere zustervaten, 1130 & 1131 werden recent door hen gebotteld.

 
Glengoyne 11y 1998/2010, 55.2%, Malts of Scotland, cask 1132, 295 bottles – Highland
Vette, vuile sherry op de neus met perensiroop, sojasaus, balsamico, noten, gedroogd fruit… studentenhaver dus. Geen sulfer, gelukkig. Wel iets zurigs. Rode bessen? Ja, en de balsamico natuurlijk. Op de tong is hij me te wrang, zoals ik al vreesde. Erg sterke English Breakfast thee en veel propolis. Dat laatste is goed om al gorgelend keelpijn tegen te gaan, hier is het ronduit storend. Ok, ik dien volledigheidshalve ook de bittere chocolade, de vijgen, dadels en het hout te vermelden, maar die maken het er toch niet aangenamer op. Laat er ons water bijhalen, kwestie van ‘m een faire tweede kans te geven. Mmm, ja, dat help toch wat. De neus geeft wat meer fruit (bosvruchten) en eucalyptus. De smaak krijgt meer hout en kruiden. Kruidnagel, nootmuskaat en ook hier de eucalyptus die opduikt. Blijft toch erg droog, net zoals de afdronk. De neus kan me nog boeien, de smaak niet. Vat 1133 vond ik er net over, bij deze is het duidelijker. OK, water maakt het geheel toegankelijker, maar mijn ding werd het nooit. 77/100

Glen Keith 1990, Malts of Scotland

Nog twee Malts of Scotland wachten op proeven. Ik begin met een Glen Keith, morgen een Glengoyne.

 
Glen Keith 19y 1990/2010, 52.1%, Malts of Scotland, cask 13678, 232 bottles – Speyside
Mmm, die neus lijkt me weer dik in orde. Zacht en fris met veel fruit. Ik heb druivensap, banaan (nog wat groen) en pompelmoes. Maar ook bloemen en bloesems, linde en honing. En een waxy touch om het helemaal af te maken. Zalig seg! De smaak is vol en smeuïg op kruidenthee (met honing), citrus en wat hout. Licht drogend. Kruiden naar het eind en in de middellange afdronk. Deze Glen Keith is een topper op de neus en meer dan aangenaam op de tong. Weer een verdomd knappe vatselectie van de Malts of Scotland en voor 75 euro zeer koopwaardig. 88/100

Rosebank 15y

Rosebank 15y, 50%, OB bottled 1980’s – Lowland
Scherpe, maltige en etherische neus, met gedroogd gras, granen, hars en kruiden. Na enige tijd komt er een klein beetje honing, ananas en bloemen door, wat de scherpe kantjes wat verzacht. Ook op de smaak toont ie zich scherp en zonder al te veel franjes. Droog en licht bitter met associaties van kruideninfusie, kruisbessen, pompelmoes, en zoethout. Erg recht-voor-de-raap. Eerder korte en lekker-bittere afdronk. Verre van slecht hoor, maar ik kan me voorstellen dat sommigen op dit smaakprofiel afknappen. 83/100

Een indrukwekkend setje Port Charlotte

Vandaag proef ik twee Port Charlottes van de Malts of Scotland, één op bourbonvat en één op sherryvat. Zeker gezien de jonge leeftijd van deze whisky’s (geen 9 jaar oud), zijn dit waanzinnig straffe bottelingen. En ik bedoel hier niet het alcoholvolume. Vooral de sherry is hallucinant goed.

 
Port Charlotte 2001/2010, 60.2%, Malts of Scotland, Bourbon Barrel, cask 967, 220 bottles – Islay
Gedistilleerd op 14 december 2001, in februari gebotteld. De neus heeft wat tijd nodig om open te komen. Enkele druppels water kunnen dit wat bespoedigen, we zitten hier immers boven de 60%. Maar dan krijg je een shot aan vette turf vermengd met zilt en bitterzoete fruittoetsen. Ik heb pompelmoes (met suiker), sinaasappelschil en onrijpe banaan. Oh ja, die combinatie van vette cleane turf, zonder rokerige asbaktoestanden, en romige fruitigheid is perfect. Smaak: knock-out. Met een klein beetje water (heeft echt niet veel nodig) zoete turf, medicinale elementen (een gans dokterskabinet), zilt, peper, nootmuskaat en fruit. Lange, verwarmende afdronk op fruitige turf. Kortom, een zalige whisky. 92/100

Laat dit soort whisky een jaar of tien, vijftien verder rijpen zodat de turf wat aan kracht mindert en de complexiteit nóg toeneemt… het wordt me een beetje ijl in het hoofd.

 
Port Charlotte 2001/2010, 61.6%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead, cask 833, 326 bottles – Islay
Gedistilleerd op 6 december 2001, vorige maand gebotteld. Djééé, wat is dit? Dit kan toch niet? Hoe kan sherry en turf op amper acht jaar al dit ten toon spreiden? Wat een kracht, wat een balans! Romig en zoet op verbrande cake, karamel, turf, leder, rubber (ook de rubber is verbrand, dus niet het type binnenband), gedroogde abrikozen, vijgen en pruimen, cappuccino… pfiew! En neen, geen sulfer. Met water ook gerookt vlees. Zwarte-Woud ham, my favourite! Het orgastisch genot zet zich verder op de tong. Die sherry en die turf! Bitterzoet met dadels, rozijnen, pruimencompot, karamel, hout en donkere chocolade, mooi gecounterd door de turf. Dit alles met een lekje water. Vat 967 had een lange afdronk, maar valt maar bleekjes uit in vergelijking met deze. Hij blíjft maar hangen, na een uur proef ik ‘m nog. Neen, ik kan er niet van over, dat turf en sherry op amper een dikke acht jaar rijping al tot zo’n complex en gebalanceerd samenspel kan komen… dit moét je proeven.

Hij doet me trouwens wat denken aan zowel de Lagavulin 21y (92/100) als de Port Ellen 12y James MacArthur (98/100). Deze achtjarige Port Charlotte is beter dan de eenentwintigjarig Lagavulin (beste Lagavulin volgens Serge Valentin), no kidding. OK, de Port Ellen staat nog een trap hoger, is een graad complexer en geconcentreerder (‘bolder’), is eigenlijk out of this world… maar toch, deze whisky kan daar dus zonder blozen gaan tussen staan hé. Score? Wel, op het gevaar af me vierkant belachelijk te maken, moet ik toegeven dat ik een tijdje met twee stemmetjes in m’n hoofd gezeten. Dat ging ongeveer als volgt:
“Wel, dit verdient niet minder dan 94/100”
“94? Neen, dat kan niet.”
Mmm, nog ’s ruiken en proeven…. “Hèhè, toch wel!”
“Neen Johan, dit is achtjarige Port Charlotte verdorie.”
“So what?”
“Ja maar, 94!?”
“Yep!”
“Zeker!? Proef voor alle zekerheid nog ‘s”
“Whoehaaa, dit ís gewoon 94!”
“100% zeker!?”
“Absolutely!”
Voor de mensen die zich zorgen beginnen te maken over mijn geestelijke gezondheid, no worries, ik heb daar mee leren leven. 94/100

In tegenstelling tot bij de bourbon heb ik hier niet het gevoel dat dit door extra rijping nog veel beter gaat worden. Veel marge is er trouwens ook niet meer. Misschien wel integendeel, de zoete sherrywood zou wel eens kunnen gaan overheersen en het gevaar op sulfernotes is dan ook niet meer denkbeeldig.

 

Tja, wat te concluderen na zo’n sessietje? Dit is indrukwekkende whisky. Daarenboven zijn de scores tot stand gekomen met drie uitdagers, een 90-, een 92- en een 93-punter, telkens geturfd spul. Een aantal existentiële vragen dienen zich aan, zoals daar zijn: Heeft Jim McEwan hier een antwoord op Ardbeg 1974 liggen? Wordt Port Charlotte de rechtgeaarde erfgenaam van Port Ellen? De toekomst zal het uitwijzen, maar hij lacht ons tegemoet.

Balvenie 19y 1990, The Whisky Agency ‘House Malt’

Balvenie 19y 1990/2009, 53.2%, The Whisky Agency ‘House Malt’, 180 bottles – Speyside
Rijke, romige neus op noten, marsepein, vanille, gedroogd fruit (dadels, vijgen) en kruiden (dille, munt). Een beetje hars ook, en hop. Hop? Best complex. Op de smaak toont ie zich een echte kaarterswhisky, zoals algemeen geweten een zeer gevaarlijk soort. Vanille, boter, wit fruit en een beetje hout kleuren het plaatje. Licht drogende finish. Een echte daily dram, dus niet te verwonderen dat ze dit bij The Whisky Agency tot house malt hebben gedoopt. Of misschien was het omdat ze de naam Balvenie niet mogen vermelden… 85/100

Ben Nevis 1990, M&H Taste Still Selection

Ben Nevis 1990/2006, 58.3%, M&H, Taste Still Selection, cask 2712, 313 bottles – Highland
De mooie complexe neus geeft gestoofd fruit, munt, (kruiden)thee, amandel, hout, boenwas en koffie. Het alcoholpercentage zorgt mede voor een erg stevige smaak, die bittere (hars) tonen vermengd met zoete (honing, vanille, het gestoofde fruit). En ook hier een lekkere waxy touch. Middellange, zoete afdronk. Lekkere stevige Ben Nevis die geen water nodig heeft, en na de Ben Nevis 1996 van Malts of Scotland een tweede aangenaam treffen met deze distilleerderij. 87/100

Glenglassaugh 40y 1965 for The Whisky Fair

Glenglassaugh 40y 1965/2006, 46.7%, TWF, Fino sherry, 361 bottles – Speyside
Whisky op Fino vat is vrij zeldzaam, meestal wordt er bij sherryvaten voor Oloroso gekozen. Het is in ieder geval wel een geslaagde whisky, vooral de neus is erg lekker. Die is enorm fris en fruitig, te veel soorten om op te noemen. Zowel tropisch fruit als ‘Europees’ (wit) fruit. Sherry? Ja, maar absoluut niet overheersend. Subtiel that is. Tabak, dat wel. De smaak is iets minder, mist wat punch, maar blijft fris en fruitig. Ook wat peper. Droge, licht bittere afdronk. Lekkere oude Glenglassaugh die op de smaak de rol een klein beetje moet lossen. 86/100