Ardbeg 1991 for Hotel Bero
Bon, vandaag een whisky die op korte tijd een redelijke cultstatus heeft verworven. Het feit dat Geert Bero (Mister Ardbeg) voor het eerst een eigen Ardbeg selecteert (voor z’n hotel), het feit dat je de whisky enkel kan kopen als je in Hotel Bero overnacht, gecombineerd met de geruchten dat het echt wel een top-Ardbeg is… tja, dan krijg je een hype natuurlijk.
225 euro is misschien niet goedkoop voor een 20-jarige onafhankelijke botteling, maar anderzijds wel zéér correct geprijsd voor een 20-jarige Ardbeg Single Cask gerijpt op sherryvat. Zeker als je kijkt naar vergelijkbare bottelingen. Niet dat die er veel zijn, Ardbeg verkoopt geen vaten meer aan bottelaars.
We proefden deze whisky al op de weg naar het Lindores Whiskyfest vorig weekend en hadden allen iets van “wow, dit is goed man!” Eens zien of ik vandaag even zeer onder de indruk ben.

Ardbeg 20y 1991/2011, 48,4%, Malts of Scotland for Hotel Bero, sherry hogshead #11003, 240 bottles
Mmm, die neus is toch al fantastisch hoor. Sherry en turf… als de balans tussen beide goed zit, is het bingo. En dat is hier dus absoluut het geval. Aan de éne kant rook, teer en smeulend kampvuur, en aan de andere kant een erg breed scala aan sherry-associaties: noten, appelsiroop, vijgencompote, warme – net gemaakte – aardbeienconfituur, balsamico crème, tabak, geboend leder, enzoverder. Daaronder wat natte aarde en mos. En dan nog iets vlezigs. Sappig, zoet en zilt vlees. Zalig. Ha, ook wat kruiden merk ik op: eucalyptus en een klein beetje tijm. Erg complexe, grootse neus. Op de smaak valt de turfrook als eerste op, maar dat zit heel mooi ingekapseld in zowel zoete (karamel, kandij), zilte als drogere aroma’s. Onder die laatste categorie vallen allerlei kruiden, eik en noten. Amandelen. Toch ook wat fruit: citroen en ananas. Het zoete, het zilte en het rokerige blijven hangen in de erg lange afdronk. Oké, dit is dus effectief een top-botteling, en voor mij merkelijk beter dan de 1998 voor Feis Ile dit jaar. Prachtige whisky Geert! 91/100


Henryk Mikolaj Górecki zoals de man voluit heette, was een Pools componist en stierf eind vorig jaar op 77 jarige leeftijd. Het was een zonderling die door z’n eerder eenvoudige muzikale taal (zo gebruikte hij vaak repetitieve structuren) toch een groot publiek wist te bereiken. Een jaar na z’n debuut in 1958 ging z’n eerste symfonie in première, maar het was wachten tot de jaren zestig op internationale prijzen en waardering. De echte doorbraak kwam er in 1976 met de symfonie nr. 3 voor sopraan en groot orkest, een werk dat ‘Symfonie der treurliederen’ gedoopt werd en waarvan de opname een groot verkoopsucces werd. In 2010 vond de wereldpremière plaats van z’n vierde symfonie, die hij wegens ziekte niet meer kon voltooien. Doorheen z’n leven werd de invloed van traditionele Poolse muziek ook alsmaar belangrijker.
De derde symfonie vind ik ondanks z’n populariteit en het feit dat ik ‘m al zo vaak beluisterde nog altijd één van de mooiste stukken muziek die in de 20e eeuw geschreven zijn. De tekst in de eerste beweging is een 15e eeuwse klaagzang, in het tweede deel zijn het inscripties van een gevangene in de muur van een Gestapo-cel, in het derde deel is het een traditioneel Silezisch lied over een moeder die op zoek gaat naar haar zoon die gedood werd in de Silezische opstanden. Je merkt het, vrolijkheid troef. Vooral deze derde en laatste beweging, Lento – Cantabile-semplice… prachtig! En zo breekbaar.














