Spring naar inhoud

Posts from the ‘Strathisla’ Category

Klein vuil tastinkje

Er hebben al vaker leuke tastings plaatsgevonden ten huize Asta Morris, maar deze van vorige maandag was er toch wel eentje om in te kaderen. En neer te pennen.
Ik had zelf wat lekkers meegebracht, maar toen Bert mij duidelijk maakte dat hij zich in zijn “eigen kot door niemand laat overtreffen”, wist ik dat het een zeer fijne avond zou worden… Na wat werken op samples voor mogelijke nieuwe Asta Morris bottelingen (met als resultaat dat niets de moeite waard was – het is tegenwoordig echt wel huilen met de pet op), begonnen we aan het officieuze en plezante gedeelte. Ik heb niets genoteerd – dat zou het genieten alleen maar doorkruisen – en ga dus af op m’n herinneringen. Die nog verdacht levendig zijn. Hieronder een overzichtje van het lekkers (en of het lekker was).

 

Loch Dhu 10 'Black Whisky'Starten deden we met de Strathisla 1972/1994, 62.1%, G&M Cask, casks 7510-7512, die ook figureerde in de jongste Weedram Masters en volgens Bert nu beter tot z’n recht kwam. De neus vond ik alvast erg goed, op de smaak misschien een beetje droog. We zakten daarna meer dan 20% om uit te komen bij de Glen Garioch NAS, 43%, OB 1970′s, Samaroli Import, brown dumpy. Beter dan de meeste batchen die Lemar importeerde. En stukken beter dan de Loch Dhu 10y Black Whisky, 40%, OB 2013. Wat een draak van een whisky. Dit is toch wel van het slechtste wat er op de markt te verkrijgen is. De neus is slecht, de smaak slechter. Onder het motto ‘hoeveel off-notes kunnen we in één whisky krijgen?’, vreselijk. Alles wat hier achter kwam, zou ik geweldig vinden.

En de Glen Elgin 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection, Berry Bross & Rudd, casks 5167 & 5170 ís dat ook gewoon. Delicaat, smeuïg en fruitig. Nog beter was de Glendullan 31y 1966/1997, 49.7%, Cadenhead’s Authentic Collection, complexe en gelaagde sherry. Die stijgende lijn werd doorgetrokken met behulp van de Glenlivet 25y 1967/1993, 46.9%, Signatory, cask 3470, 250 bottles. Sublieme oude Speysider, complex en elegant.

Maar het kon nog beter, de Glen Grant 48y 1958/2007, 50%, G&M for La Maison du Whisky is één van de beste sherrybommen die ik al kon proeven. Zo krachtig, maar ook zo fruitig, wat een machtige sherry! De Longmorn 37y 1973/2011, 58%, The Whisky Agency, fino sherry hogshead, joint bottling with The Nectar and Three Rivers Tokyo, 252 bottles kon dat niveau niet helemaal aanhouden, maar dat was ook schier onmogelijk. Nochtans is ook dit een dijk van een whisky. Hetzelfde kan gezegd worden van de Tomatin 31y 1976, 47.2%, OB 2008, cask 19090, 107 bottles, één van de beste Tomatin 76’ers als je ’t mij vraagt, op het klassieke en geweldige tropische patroon. De Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts deed er niet voor onder.

Terug naar het sherrygeweld met de Aberfeldy 19y ‘Manager’s Dram’, 61.3%, OB 1991. Een topper, maar in z’n categorie kan hij niet op tegen de Glen Grant. 1969 moet zowat het beste jaar voor Longmorn zijn, iets wat de Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M for Intertrade, Turatello import, Highlander label, 420 bottles met veel overtuiging bewijst. Machtige whisky op rood fruit, noten, kruiden, koffie, oud leder, boenwas en lichte rook. Daarna volgden twee best te pruimen Laphroaig Cask Strengths, de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB 2009, batch #001 en de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.3%, OB 2002, red stripe. Ze vielen in ieder geval niet uit de toon in het straatje.

 

VlezekesNa de obligate ‘vlezekes’ (wat zeer denigrerend klinkt voor pata negra van de hoogste kwaliteit), werden zes kanonnen uit de kelder opgediept, waar ik gelukkig iets waardigs naast kon zetten. In volgorde hadden mijn smaakpapillen de eer en het genoegen kennis te maken met de geweldige Caol Ila 35y 1969/2004, 45%, G&M Private Collection, casks 1755 & 1760, 374 bottles (een Caol Ila 1969 nu eens niet op jonge leeftijd, en die extra rijping is alleen maar een meerwaarde), de legendarische Caol Ila 12y 1974/1986, 63%, James MacArthur, The London Scottish Malt Whisky Society, cask 74.23.1 (bestaat er Caol Ila met een hoger cult-gehalte? In ieder geval volledig terecht als je ’t mij vraagt), de Laphroaig 40y 1960, 42.4%, OB 2001, 3300 bottles (lekker, maar de 30 is beter), de Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Samaroli, 120 bottles (waarschijnlijk Springbank, en van het meest complexe wat je kan proeven), de Glenfiddich 32y 1972/2005, 46.9%, Cadenhead’s Bond Reserve (niet de beste oude Glenfiddich, wel lekker en vooral vlot wegkappend), de Macduff 35y 1967/2003, 53.8%, Douglas Laing Platinum Selection, 528 bottles (zo goed kan Macduff dus zijn) en tenslotte de Laphroaig 31y 1974/2005, 49.7%, OB for La Maison du Whisky, 910 bottles (hèhè).

Tenslotte? Niks tenslotte, het kon immers nóg beter. Twee absolute toppers om “in schoonheid te eindigen”? Allez vooruit, omdat je aandringt. In schoonheid eindigen is een stevig understatement als je de Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March 2000, for Asia & US, third release en de Bowmore 37y 1964/2002, 49.6%, The Trilogy Series, Fino sherry cask, 300 bottles ingeschonken krijgt. De Provenance heb ik hier al eens besproken, de Fino nog niet.

Vermits ik nog naar huis moest bollen, hebben we het hier maar bij gelaten. Voor alle duidelijkheid, een paar van deze whisky’s waren van mij, maar ik heb me met veel genoegen laten wegblazen door wat Bert bovenhaalde.

Nog wat vleesjes en water deden m’n alcoholpercentage langzaam maar zeker onder de 0,5 promille zakken, waarop ik mij aan een tweede sessie 120 kilometer asfalt waagde. De Fino gloeide nog lang na, de glimlach kreeg ik moeilijk van m’n lippen, de muziek op de radio klonk gelaagder dan anders. Het bed was zacht, het ontwaken iets minder.

Advertenties

Strathisla 1937 bis

Ik proefde in het verleden al eens een andere batch van deze Strathisla 1937, ééntje die iets later gebotteld is, want vermeldt de inhoud niet alleen in fluid ounces maar ook al in centiliter (75.7cl). Deze is dus ouder. En lichter van kleur. Toch altijd een belevenis, whisky gedistilleerd vóór de Tweede Wereldoorlog.

 

Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. oz., early 1970’sStrathisla 1937, 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. oz., early 1970’s
De geur is alvast typisch voor whisky uit deze periode. Voor zover ik dat hier kan poneren natuurlijk, het is nog maar mijn zevende of achtste whisky van de jaren dertig. Nu ja, nog maar, ik prijs me gelukkig, daar niet van. Maar wat bedoel ik nu met dat profiel? Dat is moeilijk te omschrijven. Het is ook moeilijk om te zeggen wat maakt dat dit zo ruikt. De periode (andere distillatiemethoden)? De verdere rijping op fles? Rook deze whisky bij bottelen m.a.w. ook al zo? Ik veronderstel dat beide elementen meespelen. In ieder geval, ik ruik oude meubels, oud leder en oud zilverwerk. Bestek. Jawel, ook bestek heeft een geur. Nog andere metalige tonen, zoals allerlei gereedschap. Engelse sleutels en zo. Je gereedschapskist opentrekken. Na een jaar niet meer gebruikt te hebben. Soit, je snapt het plaatje. Het gaat verder op tabak en wat kruiden zoals kaneel en munt. Fruit ook wel, gestoofde appels en limoen. Zachte, erg zachte rook. Geen turfrook, eerder een soort herfstgeur. De geur van het hout, maar ook rottende bladeren (pas op, dat is absoluut een meerwaarde). Delicate en subtiele smaak op tonen van heide, hooi, tabaksbladeren, hars en gestoofd fruit. Warme aarbeienconfituur. Appelsienen ook. Subtiele kruiden en al even subtiele rook. Een hint van balsamico. Alles heel breekbaar. Geen al te lange, licht droge afdronk op kruiden en gestoofd fruit. Uniek profiel en erg lekker. De latere batch vind ik echter nog beter, heeft meer body. 92/100

Strathisla 25y G&M

In 1950 kon Chivas Brothers Strathisla – dat toen nog Milton Distillery heette – opkopen voor 71.000 Pond, wat ook in die tijd een koopje was. Omwille van betrokkenheid bij frauduleuse transacties werd de toenmalige eigenaar George Pomery immers veroordeeld voor belastingontduiking en werd de distilleerderij failliet verklaard en openbaar verkocht. Chivas hapte toe en veranderde de naam in Strathisla, de naam waaronder de distilleerderij eind negentiende eeuw opereerde.
Vandaag de 25y van Gordon & MacPhail, die in tegenstelling tot vorige batchen niet op 40 maar op 43% werd gebotteld.

 

Strathisla 25y, 43%, Gordon & MacPhail +/- 2010
Mooie en zachte sherryneus: sinaas, bramen en rijpe kersen qua fruit, melkchocolade en kandijsuiker qua zoets en zoethout en nootmuskaat qua kruiden. Sappige eik en leder als ondersteuning. Ah, ik mag de rozijnen op rum niet vergeten. De balans zit goed. Ook op de smaak, daar komt de eik misschien iets meer naar voor, maar het houdt zich al bij al gedeisd. Krijgen vrij spel: leder, sinaas, rozijnen, gedroogde pruimen, tabak, koffie, peper en gerookte vlees. Vol en stevig mondgevoel. Best lange, warme afdronk. Lekkere, ronde en volle Strathisla, waar ik weinig op kan aanmerken maar waar ik ook geen ‘wow’-gevoel bij heb. 85/100

Fulldram Supertastings

Het Fulldram whiskyseizoen werd in grote stijl afgesloten aan de hand van een supertasting, ééntje twee weken geleden in de afdeling Kampenhout en ééntje eergisteren in Leuven. De line-ups, die voor de helft gelijk liepen, bestonden telkens uit een aperitief en zes top-bottelingen. De meeste van deze whisky’s had ik al eens geproefd en hier besproken. Van de rest lees je hieronder mijn summiere indrukken en provisoire score. De aperitief was de Teaninich 12y van The Nectar.

 
Kampenhout:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
Geef toe, een sterke opener. Hij bleef moeiteloos overeind tussen al wat volgde. Niet te verwonderen natuurlijk.
 
Brora 32y, 54.7%, OB 2011, 1500 bottles
Typisch Brora van eind jaren zeventig. Minder ‘farmy’ dan oudere distillaten, maar wel zeer complex. Heeft daarenboven tijd nodig om zich volledig bloot te geven. Een uitgebreide bespreking volgt. Nipt in de top 3.
 
Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, G&M for Limburg, Book of Kells label, sherry butt #576
Ook deze is hier al gepasseerd. Ik blijf dit een zalige whisky vinden, zeker op de neus. Op de smaak vertoonde hij naar het einde voor sommigen net iets te veel eik, maar mij stoorde dat op geen enkel moment.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 56.4%, Old Bothwell, cask 2545
Voor mij is dit één van de beste Port Ellens die ik al proefde. Erg clean, met een perfecte balans tussen het zilt, de turf en zoete en fruitige (sinaas o.a.) tonen. Mooie mineraliteit ook. En geweldig drinkbaar. 93/100
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Tropical! Zowel op neus als op smaak een tropische fruitbom. Rozenbottel viel me ook op. Vreselijk lekker, vreselijk drinkbaar maar ver van complex. Who cares? Weinigen, want dit werd met stip de winnaar. 93/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Een cultfles. Say no more.
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Bowmore 1968
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Brora 32

 
 
Leuven:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
In Leuven deed hij het met een ex aequo met de winnaar (maar net iets minder leden hadden ‘m op één staan) zelfs nóg beter dan in Kampenhout. Nog maar eens het bewijs van de absolute klasse van deze whisky. Zelfs de Bowmore (geweldig lekker maar een stuk minder complex en gelaagd) verbleekte er tegen. Voor mij toch. Hier dus meer details.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 55.7%, Old Bothwell, cask 2473
Een actiever sherryvat dan de Port Ellen in Kampenhout. Donkerder van kleur maar vooral meer sherry (koffie, eik, leder, rozijnen, kruiden) in geur en smaak. Of sherry tout court, ik ga er van uit dat andere een bourbonvat was. Ik prefereer by far de cleanere PE’s (cleaner, mineraliger, ‘zesty-er’…). 89/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Say no more indeed.
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Blijft toch smullen.
 
Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, The Whisky Fair, 266 bottles
Ook deze besprak ik hier al, maar dat is al enkele jaren geleden. Hoog tijd om deze score te herzien en ‘m in mijn top 50 ever binnen te loodsen. Een juweeltje.
 
Springbank 33y 1970/2003, 54.4%, Adelphi, cask 1622
Stevige maar o zo mooie en complexe sherry. Zowel op neus als op smaak ronduit prachtig. Ik heb weinig genoteerd, ook onmogelijk om volledig te vatten. Krudig, stroperig, veel rood fruit en rozenbottel (waarvoor dank Christophe) en bovenal: Mon Cheri! En nooit te droog of bitter. 94/100
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Clynelish 1974
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Springbank 1970

 

Strathisla 1963 for Limburg

Strathisla heette bij oprichting in 1786 Milltown distillery. Pas in 1870 werd de naam gewijzigd in Strathisla, om vanaf 1890 dan weer als Milton distillery (verwijzend naar het nabijgelegen Milton Castle) door het leven te gaan. Vanaf 1951 werd het dan opnieuw Strathisla.

Vandaag één van de beste whisky’s die ik vorig jaar kon proeven. Ik proefde deze in Limburg (na de Brora 30y 2004, wat ‘m nog meer tot z’n recht deed komen) en vorig weekend een tweede maal.

 

Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, Gordon & MacPhail for Limburg, Book of Kells label, first fill sherry butt #576
Gewoonweg heerlijke, oude sherryneus met de geur van appel- en perensiroop, rozijnen op rum (op oude rum), gedroogde dadels en vijgen, marsepein, geboend leder, bijenwas, belegen eik en kruiden. Gekonfijte gember, zoethout en peper. Ook wat tuinkruiden zoals peterselie en kervel. Daarna de lichte geur van geroosterd vlees, met een honingsausje. Erg complex, perfect gebalanceerd en vooral zalig om ruiken. En al even zalig om drinken. Enerzijds is ie zoet: marespein, perensiroop, honing. Anderzijds kruidig, zowel spicy als herbal: eucalyptus, munt, peper, gember, zoethout. Maar hij is ook fruitig: rozijnen, gedroogde pruimen, sinaas en bramen. Wat onderliggende eik, maar niet veel. Bijenwas ook en opnieuw de oude rum. Puur genieten. Lange, bitterzoete afdronk op marepein, rozijnen, rijpe sinaas en kruiden. Voor 48 jaar oud te zijn is dit een erg levendige, prikkelende en aromatische whisky. Top. 93/100

Strathisla 40y 1970, Malts of Scotland

Deze Strathisla is een gedeelde botteling van Malts of Scotland met The Whisky Agency, beschikbaar in Nederland maar spijtig genoeg niet in België. Zoals je op de foto kan zien, hebben ze hier ook geopteerd voor een andere presentatie. Mocht je ‘m in Nederland of Duitsland op de kop willen tikken, reken op een 300 euro.

 

Strathisla 40y 1970/2011, 59.6%, Malts of Scotland & The Whisky Agency, Sherry Hogshead, 109 bottles
Een typische oude sherryneus op veel gedroogde vruchten (rozijnen, pruimen, vijgen, dadels, abrikozen, de hele santeboetiek) en noten. Notenlikeur… o ja, enorm. En dan balsamico, ook niet ongewoon in dit profiel. Kruiden ontbreken evenmin op het appel. Eucalyptus, zoethout en kaneel. Tabak. Heerlijk gewoon! Stevig en mondvullend op hars, eik, zoethout, drop en okkernoten. Als tegengewicht voor de droge sensaties biedt hij zoet, gedroogd fruit en aarbeien. Maar het geheel blijft amper drinkbaar, ik heb zo’n vermoeden dat water wel eens nodig zou kunnen zijn. Op de neus komt dan de balsamico nog meer naar voor, maar het is vooral op de smaak dat water een meerwaarde betekent. Zoeter en vooral drinkbaarder, alhoewel het geheel toch behoorlijk droog blijft. De hars, het zoethout en de okkernoten blijven prominent aanwezig. Lange, drogende afdronk op bittere chocolade. Ik had ‘m op de neus op 90-91, maar de voor mij té droge smaak, ook met water, doet ‘m nog behoorlijk onder de negentig tuimelen. 87/100

Strathisla 30y, Gordon & MacPhail

Strathisla gaat er prat op de oudste distilleerderij te zijn die continue produceerde. Het werd in 1786 opgestart door George Taylor en Alexander Milne en zou z’n productie dus nooit stilgelegd hebben, wat met twee wereldoorlogen en de drooglegging niet altijd even evident was.

 

Strathisla 30y, 43%, Gordon & MacPhail 2009
De neus komt een stuk steviger over dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Lekkere sherry op rozijnen, pruimen, kersen, karamel, geconfijt fruit, tabak en florale toetsen. Heide. Boenwas en ook iets van gerookt vlees. Lichte rook inderdaad. Complex en lekker die neus. De smaak is een ietsje minder, behoorlijk droog. Vrij veel hout en kruiden. Ik denk aan nootmuskaat, kruidnagel en eucalyptus. Planten. Lichte tanines. Daarnaast rozijnen en honing, wat het geheel een wat zoet tegengewicht geeft, alhoewel de bittere tonen toch de bovenhand hebben. Lange, maar ook hier eerder droge afdronk op hout, kruiden en gedroogd fruit. Erg lekkere neus, maar voor mij is hij wat te droog op de tong om hoger te scoren. 85/100

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980’s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Pair!

Strathisla 30y, 46%, Gordon & MacPhail for La Maison du Whisky 2005 – Speyside – 90/100
Zalige complexe sherryneus op hout, rook, karamel, geconfijt fruit, balsamico en pompelmoes. Ietwat vettige smaak op boter, karamel, rook, hars en kruiden (kruidnagel). Aangename droge bitterheid. Lange, droge en kruidige finish. Top-sherry. Nu ja, ‘t is wel whisky natuurlijk.
 
Strathisla 36y 1969/2005, 54.6%, Cooper’s Choice for Alambic Classique, cask 2514, 150 bottles – Speyside – 84/100
Veel sherry in de neus (koffie, tabak, rubber, karamel), maar ook veel fruit. Rood fruit, allerlei bessen. Stevige smaak met weerom veel fruit, zoethout en de alomtegenwoordige, droge sherry. Maar voor mijn smaak is ie wat te wrang, wat te bitter… te veel rubber om te wedijveren met de G&M. Droge en vrij lange afdronk. Mocht voor mij iets zachter zijn, maar wel lekker.

Een mélangeke

Hieronder enkele whisky’s die ik op diverse gelegenheden heb gedronken, en dus meestal maar van summiere notities heb kunnen voorzien.

 
Bunnahabhain XVIII, 43%, OB 2005 – Islay – 79/100
Fruitige neus, met wat hout. Ik smaakte fruit, beetje zoet en granen. Lichte bitterheid in smaak en afdronk. Lekker maar had hier toch iets meer van verwacht.
 
Auchentoshan Three Wood, 43%, OB 2008 – Lowland – 74/100
Neus is lekker maar smaak is me te wrang. Te droog, te veel hout. Two wood was genoeg geweest. Ook heel veel drop. Ben nooit z’n drop-fan geweest. 74 (voor de neus).
 
Glenturret 12y, 40%, OB 2003 – Highland – 73/100
Granige neus met zoet fruit. Gestoofd fruit. Honing. En een beetje kruiden. De granen ook in de smaak, van die muesli toestanden. Wit fruit en wat zilt. Korte, ziltige afdronk. Aangename whisky zonder meer. Vooral zonder meer.
 
Strathisla 8y ’70 proof’, Gordon & MacPhail, bottled mid 1970’s – Speyside – 75/100
Dit moet dus whisky van de tweede helft van de jaren 1960 zijn. Ter info, 70° proof is ongeveer 40%. Fruit, karamel, wat platte smaak. Te vroeg gebotteld? Te fel versneden?
 
Talisker 10y Cask Strength, 58.1%, OB 2006, only available at the distillery – Skye – 78/100
Niet gecommercialiseerd, gedronken tijdens ons Skye-reisje (november 2006) op de distilleerderij zelf. Viel wat tegen, miste de finesse van de versneden 10y. Maar moet wel zeggen dat ik geen water bij de hand had.
 
Bruichladdich 16y 1990/2007, 46%, Duncan Taylor NC², sherry Cask – Islay – 62/100
Neus van een witte wijn. Slap, zonder veel associaties. Wat bittere en droge smaak met ook hier weinig boeiends. Korte, wijnige finish.

Oude Strathisla

Strathisla is één van die whisky’s die over het algemeen wél lekker is op oudere leeftijd. Vaak moet je vaststellen dat oude whisky’s gewoon te laat gebotteld zijn. De smaak volgt dan niet meer de verschillende sensaties die in de neus nog wel aanwezig zijn, hij wordt wat ‘plat’. Op basis van de neus kan je dan afleiden dat de whisky ook in de smaak ooit erg lekker moet zijn geweest.
Als ik mijn top-whisky’s (score van 90 of meer) bekijk, stel ik vast dat de meeste whisky’s hierin een leeftijd hebben tussen 15 en 25 jaar, weinig 30 plussers.

Natuurlijk bestaan hier heel wat uitzonderingen op, o.a. meerdere Stathisla’s. Blijkbaar leent deze whisky zich tot langere rijptijden. Zie o.a. de Strathisla 40y 1967/2007 gebottled door G&M voor LMDW die ik 90 scoorde. Een ander voorbeeld vind je hieronder.

 
Strathisla 40y 1967/2007, 48.8%, Duncan Taylor, cask 1894, 162 bottles – Speyside – 85/100
Zoete neus met vanille en citrus. Sinaas vooral. Vettige smaak met ook hier sinaas, honing, een beetje hout en een lichte hint van rook. Noten ook. Erg complex en mooi in balans. Vrij lange, lekkere afdronk.

Een koppel oude Gordon & MacPhails

Strathisla 1963/2005, 40%, Gordon & MacPhail – Speyside – 81/100
Fles vermeldt geen leeftijd, gezien distillatie- en botteljaar moet dat 41 of 42 jaar zijn. Erg krachtige neus voor z’n alcoholpercentage. Veel fruit, sinaas, kweepeer… Wat hout ook, en karamel. Daarna bananen. Kiwi. Pisang Ambon! Begrijpt me niet verkeerd, dit is wel degelijk whisky, laat ons zeggen ‘een hint van Pisang Ambon’. Complex in ieder geval. En lekker! Smaak kan dit niveau niet aanhouden. Olie-achtig met sherry (lichte bitterheid met veel hout), zout en beetje fruit (weerom de bananen). Het mondgevoel is snel weg. Afdronk is dan weer wel ok. Die is behoorlijk lang en kruidig. Verliest punten op de smaak.
 
Tamdhu 35y 1973/2008, 56%, Gordon & MacPhail, sherry cask 3230, 481 bottles – Speyside – 79/100
Gordon & MacPhail Reserve. First fill sherry cask. Complexe fruitige neus. Beetje zoet, beetje rook, beetje granen. Smaak is minder. Karamel, wat bitter, kruiden, noten. Okkernoot? Ja, nu duidelijk okkernoot. Ook in de finish, die een tijdje blijft hangen. Mist net de 80 punten.
 

Beide oldies halen een mooie score dankzij de neus. Maar zoals zo vaak bij oudere whisky’s valt de smaak wat tegen. Te laat gebotteld. De oorspronkelijke sensaties van de whisky blijven over het algemeen langer in de neus hangen dan in de smaak, smaak wordt wat slap, verwatert. Nochtans is Strathisla een whisky die over het algemeen wél erg lekker is op latere leeftijd.

La Maison Du Whisky


 
La Maison du Whisky (LMDW) is dé whisky-referentie in Frankrijk. Het huis werd opgericht in 1956 en brengt heel wat eigen bottelingen op de markt. Het gaat om whisky’s gebotteld door de distilleerder zelf of door een onafhankelijke bottelaar, telkens exclusief voor LMDW. Het huidige assortiment telt een 800 verschillende whisky’s, verkrijgbaar via hun winkel in Parijs, hun jaarlijkse catalogus en via de website.
 
Bekende reeksen zijn:

  • Prestonfield, een label van Signatory, exclusief voor whisky verdeeld door LMDW.
  • Single Cask Selection, gebotteld door Gordon & MacPhail.
  • Straight From The Cask, een serie cask strength bottelingen.
  • The Un-chillfiltered Collection
  • Very Cloudy, een variatie op de un-chillfiltered reeks.

 
In 1999 zag Taste Still het licht, de Belgische afdeling van La Maison du Whisky met thuisbasis Battice. Sinds 2005 brengt deze club eigen bottelingen onder de naam Taste Still op de markt. De nadruk ligt op de whisky en niet op de marketing en de verpakking. De reeks wordt dan ook verkocht in wijnflessen met een sober etiket (70cl in 75cl flessen m.a.w.). Het betreft whisky van streng geselecteerde kleine vaten.
 
Enkele van de bottelingen voor LMDW hebben ondertussen een vrij legendarische status verworven. Ik denk bv. aan de Laphroaig 31y 1974 en de Ardbeg 32y 1974/2006 (proefnotitie volgt).
 
Ook lekker:
 
Strathisla 40y 1967/2007, 50%, G&M for LMDW, cask 6112, 400 bottles – Speyside – 90/100
Zachte, complexe neus met veel fruit (citrus) en lekkere zee-invloeden. Zeewier, zilt. Na een tijdje komen er kruiden door. Smaak is aangenaam, erg aangenaam, met zoethout, wit fruit, vanille en kruiden. Echt lekker! En vlot drinkbaar. Enorm fruitige finish op banaan, perzik, abrikoos, peer… njammie!
 
Longmorn 43y 1964/2007, 50%, G&M for LMDW, cask 1538, 210 bottles – Highland – 86/100
First fill hogshead sherry but, en een behoorlijk actief! Neus is erg aangenaam, met veel sherry. Fruit (ananas, banaan), zoethout, leder, koffie, lichte rook… Maar de smaak is er voor mij wat over, te veel sherry-invloed. Smaak van sterke Earl Grey. Bitter en scherp. Met water beter, dan ook wat perzik, peer en bittere chocolade. Vrij lange, wat ziltige afdronk op earl grey en veel (tropisch) fruit.