Spring naar inhoud

Posts from the ‘Longrow’ Category

Longrow 1987 ‘Dreams’, Samaroli

Een whisky die ik al heel lang wou proeven, is deze Longrow 1987 ‘Dreams’ van Samaroli. Dit is Serge Valentin’s beste Longrow ever, beter dan de beste 1973’ers en 1974’ers. Mijn beste is tot op heden de 1987 Samaroli ‘to celebrate 2000‘, net als de ‘Dreams’ gebotteld in 1999 (aan de vooravond van het jaar 2000), maar wel op 55%. En dat is ook na vandaag nog het geval, alhoewel het niet veel scheelde.

 

Longrow 1987/1999 ‘Dreams’, 45%, Samaroli, cask 334, 967 bottles
De heerlijkste medicinale en ‘farmy’ turf, in de traditie van de beste zuidelijke Islay’ers. En dan heb ik het over het oudere spul. Jonge Ardbeg van begin-jaren-zeventig. Echt waar. En die vergelijking gaat niet alleen op wat de geuren betreft, ook het elegant, complex en delicaat karakter is van die orde. Ik ruik veel fruit: meloen, passievrucht, sappige perzik, pompelmoes, mandarijn… zalig gewoon. Een beetje zilt, lijnzaadolie, jodium, oesters, mineralen, vanille, heide, nat hooi, natte hond (die boerderijtoestanden), dat blijft maar komen, dat blijft maar evolueren. En zo anders dan andere jaargangen van Longrow. Ook op de smaak nadert dit de perfectie. Gebalanceerd, delicaat, complex… op smaken van zoetzure turf, zilt (gerookte vis), pompelmoes, mandarijn, ananas, vanille, marsepein, medicinale elementen, eik, zoethout, oud leder en iets onbestemd vegetaals. Machtig. Lange, intense en rijke afdronk op zowat alles wat ik al in de smaak had. De ‘2000’ is krachtiger en op de smaak misschien nog wat complexer, dit is subtieler. Ik begrijp al lang waarom Silvano Samaroli indertijd alle vaten Longrow 1987 heeft opgekocht. En de beste zelf heeft gebotteld (de wat mindere vaten heeft hij doorverkocht, o.a. aan Signatory). Deze is samen met de ‘2000’ de parel aan z’n Longrow-kroon. 94/100

Longrow 1987 ‘To Celebrate 2000’, Samaroli

En dan nu een ander zusje. Een legendarisch zusje. Een Longrow 1987 die Samaroli eind 1999 bottelde om het jaar 2000 te vieren. Ik denk niet dat meneer Samaroli veel beters had liggen. Zelfs hij niet.

 

Longrow 1987/1999, 55%, Samaroli, To Celebrate 2000
De neus vertoont een gelijkaardig patroon als bij vat 113. Dezelfde heerlijke combinatie van zoete turf, zee-elementen (inclusief gerookte heilbot en oesters), farmy tonen, kruiden, mineralen, zoete elementen… maar krachtiger, gebalder. Een aanéénschakeling van zeer expressieve aroma’s. Explosief is het woord. En van explosief gesproken, het proeven voelt aan als vuurwerk. Vuurwerk van turf, sinaas, mandarijn, amandelen, marsepein, teer, gember, zoethout, peperkoek, zilt, hooi, mineralen… nu ja, je kent het patroon ondertussen wel. Het heeft niet veel zin, en het is eigenlijk ook onbegonnen werk alle associaties op te schrijven. Het woord ‘goddelijk’ mag volstaan. Zéér krachtig allemaal, maar tegelijk getemd door de olie. Ook de afdronk roept hard en vooral zéér lang om de aandacht. Even goed als de beste Brora’s. Ik vond vat 113 fantastisch, dit is simpelweg subliem. Veel beter wordt whisky niet. 95/100

Longrow 1987 cask 113, Samaroli

Longrow 1987, het uitspreken alleen al heeft hetzelfde effect op mijn speekselklieren als het ruiken aan een perfect gegaarde Sint-Jacobsvrucht. De meeste 1987’ers komen niet toevallig uit de Samaroli-stal. Ik besprak hier vorig jaar al vat 115 dat Samaroli in 2002 bottelde, vandaag proef ik het zustervat 113. En morgen… tja, daar moet je morgen maar voor terugkomen.

 

Longrow 1987/2005, 45%, Samaroli, cask 113, 312 bottles
Neus: all right! Zalige boerderijgeur. Nat hooi, natte hond, de zoetzure stalgeur… Zoete turf. Haardvuur. Zilt, jodium, zeewier brengen me naar de zee. Warme aardbeienconfituur, sinaas, zachte karamel en peperkoek zorgen voor het zoets. Rozemarijn, gras en natte stenen geven de neus een frisse toets. Complex, met een prachtige evolutie. Smaak: all right! Krachtig en mondvullend op zachte karamel, sinaas, zoete turf, hooi (jawel, daar hebben we de boerderij weer), peperkoek, zoethout en gekonfijte gember. Dat laatste geeft punch. Bijenwas niet vergeten. En olijven. In de verte wat eik. En zo vreselijk drinkbaar. Afdronk: all right! Lang, waarbij de zoete turf van geen wijken wil weten, en vergezeld van peper en een beetje zilt. Schitterend. Nu weet ik waarom Silvano Samaroli alle Longrow 1987 had opgekocht. 93/100

Longrow 1987

Hoog tijd dat ik eens Longrow 1987 bespreek. 1987 was een uitzonderlijk goed jaar voor Longrow (ook gekend als de geturfde Springbank), in die mate dat Silvano Samaroli besloot de resterende stock op te kopen. Eind jaren negentig, begin jaren 2000 zijn dan ook verschillende Longrows 1987 onder het Samaroli label gebotteld. Alle zijn erg goed, sommige – zoals de 1987/1999 handwritten label ‘to celebrate 2000’ – waanzinnig goed. Ik proef de 1987/2002 cask 115.

 

Longrow 1987/2002, 55%, Samaroli, cask 115, 312 bottles
O ja, dit is zeer mooie turf. Rond, zacht, zoet en complex. Ik denk aan die harde fruitsnoepjes (vooral die met aardbeismaak) en suikerspin, naast zilt en zeewier, zonnebloemolie, rijpe sinaas, een beetje teer en na enige tijd een heerlijke kruidigheid. Dille, rozemarijn. Lapsang Souchong thee niet te vergeten. Krachtig maar niets scherps. Stevig, romig en olieachtig mondgevoel, ook hier op zoete turf, romige karamel (bijna boterig), Frosties, eik, zilt, kruiden… Gekonfijte gember, en niet zo’n klein beetje. Lange afdronk op zoete turf, wat eik en zilt. Prachtig! 91/100

 
En ook deze:

Longrow 14y 1990/2004, 57.8%, SMWS 114.4 ‘A Para Handy Tales’, 624 bottles
Stevige Longrow met veel turf, zilt en minerale tonen. De geur na een zomerse regenbui. Op de neus komt daar citrusfruit bij (limoen, sinaas) en wat kruiden. Diezelfde kruiden vergezellen de turf en het zilt op de smaak. Een zalige bitterheid ook. Stevig (dat is een understatement), mondvullend en licht drogend mondgevoel. Erg lekkere Longrow, maar niet voor watjes. 88/100

Dave Broom

Dave Broom, whiskyjournalist en vooral gekend van Whisky Magazine, is de Billy Connolly van de whisky. Die kop, die moves, dat gevoel voor humor… Gekoppeld aan een massieve whiskykennis was hij de ideale ceremoniemeester bij deze tasting ter ere van de restyling van Tasttoe, Kampenhout, de moeder der Belgische whiskywinkels. Donderdag verzorgde hij er een tasting, vrijdag één bij Broekmans. Ik moet toegeven dat de line-up bij Broekmans mij de ogen uitstak, maar Kampenhout is een stuk dichterbij en uiteindelijk ga je voor Broom, veel meer dan voor wat je te drinken krijgt. Daarenboven was de line-up in Kampenhout ook erg sterk, een top drie samenstellen was onbegonnen werk. Enkele whisky’s kende ik al, enkele nog niet, maar waren verdomd aangename verrassingen. Het thema van beide tastings was turf. En ik die dacht dat ik ondertussen al heel wat wist over turf. Quod non.
Ik heb zoveel mogelijk neergepend van wat we dronken – hieronder lees je wat ik er van vond – maar ook enkele opvallende uitspraken genoteerd, zoals daar zijn “age means nothing” of “p.p.m. is bollocks”.

 
Longrow 18y, 46%, OB 2010
185 euro voor een 18-jarige standaardbotteling op drinksterkte… alleen maar omdat het de oudste Longrow is die ze hebben. Maar, ik moet toegeven, hij is fantastisch lekker. Zalige zoete en fruitige neus met mooi geïntegreerde rook. Eerder rook die aan een houtvuur doet denken dan aan turf. Het fruit dat ik had, was pompelmoes, meloen en peer. Dave sprak zelf van zwarte olijven (inderdaad). Boter. Noten. Olieachtig mondgevoel, zacht en ’briny’. Zilt dus, met andere zee-elementen, fruit (citrus), chocolade, kruiden en pas daarna de rook. Lange, fruitige afdronk. Complexe, subtiele, prachtige whisky deze Longrow. 91/100
 
Bunnahabhain ‘Toiteach’, 46%, OB 2010
De turf die voor deze Bunnahabhain gebruikt werd, is mainland turf, wat een heel ander effect heeft op de whisky dan eilandturf. De Islay-turf is maritiemer, bevat ook zo goed als geen materiaal van bomen (te winderig op de meeste westelijke eilanden). Ik vond dit geen bijzondere whisky. Droge turf, vegetaal, herbal, hooi… Voorlopig geen score, ik proef deze whisky immers later deze week nog eens opnieuw.
 
Bowmore 15y 1995/2010, 46%, Daily Dram, The Nectar, sherry butt
Van Bowmore 1995 kunnen we de laatste tijd niet genoeg krijgen. Ook dit Oloroso vat is een schot in de roos en een bewijs dat Bowmore de vermaledijde jaren tachtig de rug heeft gekeerd. Expressieve neus op sherry, zilt en tropisch fruit (de sixties zijn terug). Ik heb passievrucht, ananas en peer genoteerd. Peperkoek en buskruid (neen, geen sulfer). Op de tong lijkt hij sterker dan 46%. De start is maritiem (zilt, zeewier, iodium), dan zet de rook door, sigaren en dan krijg je het fruit (sinaas vooral). Ook wat chocolade. Pim’s cakes zei Dominiek. Erg lange, fruitige en ziltige afdronk met de zoete rokerigheid die zich niet laat wegdrummen. Een topper. 90/100
 
Laphroaig 21y 1989/2010, 53.1%, The Perfect Dram (TWA), 197 bts
Deze Laphroaig was voor velen de beste whisky van de avond, zo ook na lang wikken en wegen voor mij (een tikkeltje beter dan de Longrow). Weer een ander type turf. Zoet en herbal. Grassig. Eucalyptus merkte iemand op. Maar ook fruit (banaan, perzik). Vanille. Gerookte ham. Een ziltige toets dus. De kruidigheid en de fruitigheid van de neus zitten ook op de smaak. Eerst het fruit (en vanille), op het einde de kruiden. In het midden, mooi ingekapseld, de turf. Een lichte waxyness niet te vergeten, altijd een meerwaarde. In de mond toont deze Laphroaig zich erg romig en ‘dik’. Lange kruidige, rokerige finish. O ja, ‘erg lang’ schreef ik tien minuten later op. What a cracker! 92/100
 
Caol Ila 26y 1982/2008, 54.6%, DT for The Nectar, cask 2738, 279 bts
Het niveau van deze tasting blijft geweldig hoog liggen, ook deze Caol Ila 1982 for The Nectar II is een zalige whisky. Zeer fris en fruitig voor z’n leeftijd, dit was dus een reatief inactief vat (vandaar de “age means nothing”). De neus is daarnaast grassig en erg mineralig. Natte steen, nat gras, de schil van sinaas en turfrook op de achtergrond. Dat laatste zit wat prominenter op de smaak, meer vooraan. Daarna komt het fruitige-zoets er door, gevolgd door wat zilte tonen. Lange, fruitige en zilte afdronk. 90/100
 
Highland Park 20y 1988, 46%, Murray McDavid
Eén van de betere HP’s die ik al dronk. We vergeten even enkele wonderbaarlijke distillaten uit de jaren vijftig. In deze turf ruiken en proeven we de heide van Orkney (ook hier geen bomen). Delicate rook, gaat richting haardvuur. Veel sappig fruit, mooi gelaagd. Citrus. Honing. Dave sprak van honinggraten (honeycomb). Onderliggende kokos. Erg fris en clean. Ook de smaak is dat. Veel citrus met mooi geïntegreerde subtiele turf. Een klein beetje zilt. Zesty! Geen al te lange maar wel frisse afdronk. 88/100
 
Slotsom: dit was een erg mooie line-up en vooral een leuke ervaring om Broom eens in levende lijven bezig te zien en te horen. Bijzonder man met een bijzonder indrukwekkende kennis over de door ons zo geliefde drank.
 

Een blinde Fulldram sessie – vervolg

Na de pauze gingen we blind en gezwind verder met volgende vier gesokte flessen.

 
Longrow 10y 100° proof, 57%, single cask for The Nectar, Belgium
Zachte, granige neus met associaties van zoete turf, vanille, hout en veel granen. Bierbeslag. Niet geweldig, maar water toevoegen helpt. Water brengt vooral fruit naar boven, zoet fruit, rijpe banaan, maar ook cake en winegums zoals iemand opmerkte. Ook op de smaak heeft hij water nodig, zonder is hij te scherp en te gesloten. Dan krijg je zachte, zoete turf en vanille. Lekkere whisky, maar enkel en alleen met water. 83/100
 
Arran 1997/2010, 55%, OB for Belgium, cask 965, 306 bottles
Zachte sherry- en wijnneus. Ik dacht aan tarte tatin. Met z’n rozijnen, warme appels en karamel. Eucalypus. Honing. Deed me ook wat aan rum denken. Op de tong is hij erg krachtig, het vocht brandde zich een weg naar m’n maag. Alcohol en karamel maar niet veel meer. Water dan maar. Mmm, blijft weinig uitgesproken. Gestoofd fruit, dat wel. Middellange, bitterzoete afdronk. Ook dit is best lekkere whisky hoor, maar voor mij toch de minste van de avond. Niet voor iedereen evenwel, zie de eindrangschikking onderaan. Aan mijn score kan je echter afleiden dat het niveau van de tasting wel meer dan oké was. 80/100
 
Bowmore 16y 1993/2010, 59.9%, The Perfect Dram (TWA), 209 bottles
Aha, een Bowmore 1993! Een legendarische jaar voor deze distilleerderij. In 1993 draaide Bowmore op verminderde kracht, alles gebeurde er een beetje trager. Zo nam de fermentatie dubbel zoveel tijd in beslag als andere jaren. Het resultaat is whisky van uitzonderlijke kwaliteit. Probleem is dat er nog weinig Bowmore 1993 te vinden is, wat gezien de reputatie niet verwonderlijk is. Maar misschien zullen er later nog wel enkele beauties uit dat jaar gebotteld worden op hogere leeftijd.
De neus van deze is licht mineralig en geeft zachte turf en veel bitterzoet fruit. Sinaasschil, kruisbessen, bosbessen, maar ook een lichte tropische touch met ananas en papaya. Vanille. Dit patroon zet zich verder op de smaak. Licht bitter (wat kruiden), veel fruit (de bessen) en zachte turf. De laatste twee associaties komen meer naar voor met enkele druppels water. Fruitige en zoete afdronk met terugkerende rook en wat zilt. Lekkere fruitige whisky (staat in m’n top 3) maar van een Bowmore 1993 had ik misschien toch nog net een ietsje meer verwacht. 86/100
 
Port Charlotte 6y 2002/2008, 57.6%, Streah, cask 85, 281 bottles
Ik moet bekennen nog nooit van deze onafhankelijke bottelaar gehoord te hebben. Vraag me af wat ze zo nog gebotteld hebben. De neus is romig en fruitig met turf natuurlijk, zilt, vanille en vrij veel wit fruit (jong). Niet geweldig complex maar wel lekker. Hetzelfde geldt voor de smaak. Fruit, turf, peper en een lichte assigheid. Lange afdronk in het verlengde hiervan. Voila, een Port Charlotte die wél 84 verdient! 84/100
 

Met deze Port Charlotte sloten we een geslaagde avond af. We hebben dus redelijk wat peat voorgeschoteld gekregen, maar telkens wel mooie en relatief complexe peat. En op zich mocht dit ook wel eens, de nadruk ligt over het algemeen immers sterk op fruitige whisky, waar we natuurlijk niets op tegen hebben.
Blinde tastings? Zo mogen er voor mij elk jaar wel enkele zijn.

 
A ja, voor ik het vergeet, de top 3 van de avond zag er als volgt uit:

  1. Springbank 21y
  2. Arran 1997 for Belgium
  3. Longrow 10y for The Nectar

In de winnaar kon ik me perfect vinden, maar zeker met de tweede plaats van de Arran was ik het niet eens. Bij mij stond de Rollercoaster op twee en de Bowmore op drie, alhoewel deze laatsten erg dicht bij elkaar lagen.

 

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980’s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Een verschrikkelijke Longrow

Spijtig genoeg geen Whisky Festival voor mij dit weekend, er zijn nu eenmaal zaken waarvoor zelfs een whiskyfestival moet wijken. Naar het schijnt kan je troost vinden in whisky, maar ik moet ze dan toch beter uitkiezen…

 
Longrow 10y 1995/2005 Tokay Wood Finish, 55.6%, OB, 7440 bottles – 45/100
8 jaar op refillvat en 2 jaar op Tokayvat gefinished. Beetje vreemd effect. Typevoorbeeld van een whisky die je verdund moet drinken. Onverdund is ie ontoegankelijk en scherp. Niet de verwachte turf maar scherpe zwavel! Bitterzoet. En een wel erg bittere afdronk. Gaat de 50 niet halen… Verdund komt er fruit naar boven (sinaasappel, mandarijn). Rozijnen? Smaak blijft weinig complex met zoet fruit en vanille. Je moet al veel water toevoegen opdat de scherpe bitterheid verdwijnt. Dan komt de turf en zilt vaag bovendrijven. Maar dan verwatert hij, letterlijk… Ik heb zo’n vermoeden dat sommigen dit lekker vinden, ik vind dit maar niks.

Longrow – we geven niet op

Gisteren nog het flesje met opschrift ’14y’ geledigd, vandaag dat met vermelding ‘Gaja Barolo’.
 
Longrow 14y, 46%, OB 2007 – Campbeltown – 89/100
Mmm, dit is lekker! Zachte, zoete turfneus. Zwavel, maar het aangename type. Wat zilt ook. Gerookte heilbot! Zee associaties. Jodium. Vanille. Zoethout. Complex en wreed lekker die neus. Ook de smaak mag er wezen. Stevig, zoet (vanille), turf, zilt, eindigend in kruiden. Peper vooral. Lange, rokerige en zilte afdronk. Beste Longrow tot op heden geproefd!
 
Longrow 7y ‘Gaja Barolo’, 55.8%, OB 2008 – Campbeltown – 86/100
Na 5,5 jaar op bourbonvaten gerijpt te hebben, is deze whisky nog anderhalf jaar gefinished op een Barolo wijnvat van Angelo Gaja, eigenaar van het beroemde wijnhuis Gaja uit Piemonte. Lekkere neus met de typische zoete turf, het zoete dat nog wat extra wordt geaccentueerd door de (zoete) wijn. Fruit, tropisch fruit. Lekker rokerig. En ook hier weer iets licht waxy. Boenwas en zo. Smaak is stevig, met de turf, het zoete (vanille vooral), en naar het eind peper. Behoorlijk wat ‘body’ voor een 7-jarige whisky!

Nog enkele Longrow OB’s

Ik heb hier nog enkele samples staan van een Longrow tasting in Tasttoe die ik spijtig genoeg niet kon bijwonen. Maar vermits ik me had ingeschreven, zal ik de flesjes dan maar eenzaam en alleen tot mij nemen. Vandaag proef ik de 10y en de 100 proof.
 
Longrow 10y, 46%, OB 2007 – Campbeltown – 80/100
Veel minder prominente turf dan de Longrow CV. Neus is erg subtiel. Turf ja, maar op de achtergrond. Zoet vooral. Iets waxy ook. Hars. En zilt. Ook in de smaak is de turf subtiel aanwezig. Hier domineert eerder de peper, met daarnaast iets zoets en iets ziltigs. Droge, vrij lange afdronk op peper en zout. Lekker.
 
Longrow 10y 100° proof, 57%, OB 2007 – Campbeltown – 78/100
Zoete, licht rokerige neus met iets bloemigs. Stevige smaak op zoete turf en fruit. Sinaas. Droge, rokerige en peperige afdronk.

Springbank

De Springbank distilleerderij op Campbeltown, een schiereiland ten westen van Schotland, is uniek in meerdere opzichten. Het is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland en is nog steeds familiebezit. Daarenboven is het ook de enige die het volledig productieproces in eigen beheer uitvoert, van het malten tot het bottelen.
 
Op de grondvesten van zijn illegale stokerij stichtte Archibald Mitchell in 1828 Springbank. In die dagen was het één van de 30 distilleerderijen op Campbeltown, dat toen nog geen 2.000 inwoners telde. Negen jaar later (1837) droeg Archibald z’n levenswerk over op zijn twee zonen John en William Mitchell.
De whisky die het produceerde was – zoals de gewoonte in die tijd – erg geturfd, maar Springbank was één van de eerste distilleerderijen die rond 1850 op vraag van de blending industrie niet-geturfde whisky produceerde door z’n gemoute gerst boven een kolenvuur i.p.v. een turfvuur te drogen.
Gedurende de rest van de 19e eeuw kende het bedrijf een grote bloei. In 1897 nam de vennootschap J. & A. Mitchell & Co Ltd het beheer over.
De jaren twintig van vorige eeuw was voor vele distilleerders een donkere periode. De drooglegging zorgde ervoor dat velen de productie dienden stil te leggen, soms tijdelijk, soms definitief. Ook Springbank ontsnapte niet aan het onheil en sloot z’n deuren van 1926 tot 1935.

Vandaag is de distilleerderij in handen van Hedley G. Wright, achter-achter-kleinzoon van stichter Archibald Mitchell. Het heeft drie stills, een wash still en twee spirit stills. De productie verloopt nog grotendeels artisanaal en draait ook niet altijd op volle toeren. Meer nog, Springbank is één van de minst actieve distilleerderijen, de stills opereren hooguit een derde van de tijd. Wat hier mee te maken heeft, is dat het weinig whisky stookt voor blenders. 70% van de productie gaat naar single malt whisky.
 
Naast whisky onder het label Springbank produceert de distilleerderij ook de Longrow en Hazelburn whisky’s. De drie single malt whisky’s hebben een eigen karakter en een specifiek productieproces.

Springbank Single Malt is veruit het bekendst en wordt 2,5 maal gedistilleerd. Dit houdt in dat maar een deel van het eerste distillaat (de low wines) een tweede maal wordt gedistilleerd. Daarna worden beide opnieuw vermengd voor de laatste distillatie. Als resultaat heb je een spirit waarvan een gedeelte tweemaal en een ander gedeelte driemaal gedistilleerd is. De mout wordt 6 uur boven een turfvuur gedroogd en daarna nog eens 24u met warme lucht, resulterend in een licht-geturfde whisky.
De 10y en de 100 proof zijn de populairste Springbanks, de Local Barley’s (1965/1966) het meest legendarisch.

Longrow Single Malt is een geturfde whisky, verkrijgbaar in enkele standaardbottelingen (CV, 10y, 14y, 100 proof…) of finishes. Longrow wordt tweemaal gedistilleerd. De naam verwijst naar een oude distilleerderij op Campbeltown, gesloten in 1896.

Hazelbrun Single Malt is de jongste whisky van Springbank, voor het eerst gedistilleerd in 1997 en tot op heden enkel als 8 jarige gebotteld. Hazelburn wordt driemaal gedistilleerd en is niet geturfd. Ook de naam Hazelburn is ontleed aan een vroegere Campbeltown distilleerderij. Hazelburn sloot definitief z’n deuren in 1925 (inderdaad, de doorglegging).
 
Twee standaard bottelingen, een Springbank en een Longrow:
 
Springbank 10y 100° proof, 57%, OB 2006 – Campbeltown – 78/100
Fruitige neus met vanille. Met water bloemen. Licht ziltig. Vaag ook wat turf. Ook in de smaak hint van turf. Droog, sherry. Toch ook iets bitter, zeker in de afdronk. Behoorlijk complex voor een 10 jarige, maar zou hoger scoren zonder te bittere nasmaak…
 
Longrow CV, 46%, OB 2008 – Campbeltown – 85/100
De ‘CV’ in de naam staat naar het schijnt voor Curriculum Vitae. Ik weet niet of ik dit moet begrijpen als het visitekaartje van Longrow, maar het is in ieder geval een erg lekkere dram. De botteling bevat whisky van verschillende leeftijden. Mooie turf in de neus met fruit (appel), vanille en zilt. Ook de smaak is meer dan OK. Turf, vanille, citrusfruit en vooral veel peper. De peper en de turf blijven nazinderen in de lange afdronk.