Spring naar inhoud

Posts from the ‘_Blends’ Category

Glen Brora

En dan nu een unieke, oude blend. Anders dan de naam doet vermoeden zit er geen Brora in, want dit is gebotteld in de periode dat Brora nog niet of maar net bestond (opgericht eind 1969). De naam verwijst natuurlijk wel naar de plaats Brora, we kunnen dus aannemen dat de basismalt van deze blend Clynelish was. Clynelish van midden tot eind jaren zestig dus. Mwoeah. Daarenboven was Carradale Blending Co en zusterbedrijf van Ainslie & Heilbron, toenmalige eigenaar van Clynelish. En was Chiano de importeur van Clynelish in die periode.

 

Glen Brora, 40%, Carradale Blending Co, Chiano Import, Italy -/+ 1970
Romige geur op granen, honing, zachte karamel, appelsienen en rijpe peren, oude boeken (maar nooit muf), een beetje petrolium (maar nooit storend), tabaksrook, rozijnen, een lichte hint balsamico, zachte bijenwas (jawel!), lichte boerderijgeuren (jawel!) en zachte turf (jawel!). Best wat eik ook, en zachte kruiden zoals kaneel en zoethout. Hier zijn duidelijk wat sherryvaten bij gekapt. De smaak is krachtig voor z’n alcoholpercentage. De smaken komen in lagen, meestal subtiel. En ook hier laat de sherry zich kennen. Ik proef tabak, rozijnen, appelsienen, karamel, honing, kaneel, munt… Maar ook Clynelish laat zich kennen onder de vorm van boenwas en schoensmeer. En nat hooi. En de zacht turfrook. Sappige eik (zo anders dan in hedendaagse blends, hier zit écht veel malt in). Behoorlijk lange en complexe afdronk, waar de zachte rook vergezeld wordt van peper en zout. Is dit een blend? Echt? Ik denk dat je niet wil weten hoeveel jaren-zestig-Clynelish in deze Glen Brora zit. 90/100

Advertenties

Pig’s Nose

Pig’s Nose is een blend van single malt en grain whisky, gedistilleerd in de verschillende Schotse whiskyregio’s. De jongste whisky in deze blend is 5 jaar oud. De man achter deze botteling is niemand minder dan Richard Paterson, de man acher de naam is een nobele onbekende die op de voorstelling van deze whisky uitriep dat de whisky zo zacht was als de neus van varken.

 

pig-s nose 5yoPig’s Nose 5y, 40%, OB +/- 2012
Lichte en zoete neus. Zoete granen (Frosties), karamel, kandijsuiker. Allerlei noten (amandelen, hazelnoten, cashewnoten). Wat fruit in de vorm van appels en perziken. En een lichte gembertoets. Op de smaak van hetzelfde laken een broek. Zoete associaties zoals karamel en kandij, de appels en (witte) perziken (maar erg op de achtergrond), noten, en granen. De zachte gember wordt vergezeld van peper en nootmuskaat. Na enige tijd ook appelsienen. En helemaal op het einde zelfs een lichte rokerigheid. De zoete granigheid domineert echter. Korte afdronk, en eerder aan de droge kant. Het graan en de noten roepen het luidst. Als blend best genietbaar. Maar ook niet meer dan dat, daarvoor domineren de granen en de noten het geheel te veel. 70/100

Jameson Select Reserve

Met de ‘Select Reserve’ bracht Jameson een tijdje geleden een nieuwe botteling op de Zuid-Afrikaanse markt, en nu ook op de Europese. Het is een botteling op beperkte oplage (small batch), die voor 75% bestaat uit twaalf jaar oude Ierse single pot still whiskey (waarvan 20% rijpte op sherryvaten) en 25% vijf jaar oude graan whiskey (driemaal gedistilleerd).

 

Jameson Select ReserveJameson ‘Select Reserve’, 40%, OB 2012, small batch
Het resultaat geurt alvast lekker. Zoete granen (niet echt onverwacht), geroosterde noten, eik, kruiden (kaneel, nootmuskaat) en vanille vallen het meest op. Maar ik heb ook een beetje fruit: perziken, appels en abrikozen. En zelfs wat kokos. En is dat banaan? Wel ja, banaan. En een hint van warme cake. Ik vind dit erg aangenaam om ruiken. De smaak is steviger dan de 40% doet vermoeden, hier zorgen de kruiden en de eik voor. Kruiden zoals kaneel en zoethout. Gedroogde abrikozen, vijgen en rozijnen. Merkelijk meer sherry-invloed dan we gewoon zijn van Jameson. Zowel vanille als karamel wat het zoete betreft. Niet super complex, wel lekker. Eerder korte afdronk, zoet (vanille) en kruidig (nootmuskaat). Dit is beter dan de gemiddelde blend. Een pak beter. In zekere zin doet deze whisky mij aan Greenore denken. En dat is alles behalve een slechte referentie. 82/100

Nikka from the Barrel

Nikka from the Barrel is een blend van grain whisky afkomstig van de Miyagikyo distilleerderij en malt whisky afkomstig van Yoichi.

 

Nikka ‘From the barrel’, 51.4%, OB +/- 2012, 50cl
Op de neus – niet geheel onverwacht – zoete granen. Ontbijtgranen, Frosties, honing, vanille. Dat wordt dan gevolgd door rode bessen, abrikozen (vers én gedroogd), dadels, de schil van sinaas en noten (richting maresepein). De geur van sigarendoosjes ook. En daaronder eik en kruiden. Kruiden zoals daar zijn kaneel en munt. Op de smaak vallen die kruiden meer op, samen met de granen. Daarnaast vanille en kandijsuiker, wat het een zoete toets geeft. En opnieuw die lichte tabak. Rozijnen, vijgen, gedroogde abrikozen en eik vallen ook nog op. Middellange afdronk op kruiden (vooral gember hier), granen en een beetje kandij. Net wat te weinig, want het wordt toch vrij droog. Maar dat is het enige minpunt, voor de rest is dit best te pruimen. Juist, pruimen, ook dat had ik op de smaak. 84/100

Cutty Sark 25y Tam o’ Shanter

Het is lang geleden dat ik nog eens een blend heb besproken. Ruben wees me op een volgens hem erg lekkere Cutty Sark die recent op de markt werd gebracht. Tijd om deze te proeven.
Deze 25-jarige blend die de naam Tam o’ Shanter meekreeg, is de eerste creatie van Kirsteen Campbeel, de nieuwe master blender van het huis, en in feite een ‘bijgewerkte’ versie van de bestaande Cutty Sark 25y. Aan 240 euro is hij niet echt goedkoop te noemen, maar bij de fles krijg je dan wel een stevige houten doos en een boek van wel 134 bladzijden met een vijftigtal prenten gebaseerd op het gedicht van Robert Burns waarnaar deze botteling genoemd is. Het is trouwens in dit gedicht dat de naam ‘Cutty Sark’ (naam van het schip) valt. De whisky werd gelanceerd op de Burn’s Night begin dit jaar. Bedankt voor de sample Ruben.

 

Cutty Sark 25y Tam o’ Shanter, 46.5%, OB 2012, 5000 bottles, blended whisky
Voor een blend is dit een rijke, complexe en volle neus. Ik noteer zowel zoete tonen (karamel en honing), fruitige (pruimen, rozijnen en vijgen) als kruidige (nootmuskaat, gember en kaneel). Mokka ook wel, noten en wat tabak. Mooie sherry-invloeden. Ook op de smaak. Die is romig en rond, en ligt perfect in de lijn van de geur. Opnieuw noten, tabak, karamel, honing, gember en nootmuskaat. Het fruit trekt echter een ander register open: ik heb sinaas, rode appels en toch ook weer rozijnen en vijgen. Meer en meer eik. De afdronk is eerder droog (eik en kruiden) en best lang, met toch een klein beetje zoets (kandijsuiker). Knappe blend, absoluut, rijk en vol. Ik volg Ruben hier volledig in, en heb geen reden om een andere score te geven. 86/100

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

Ballantine’s Blended, Quartino import 1950’s

Ballantine’s, ik heb er trauma’s van! Hoe slecht kan whisky zijn? Oké, ik weet ook wel dat er andere Ballantine’s zijn dan de standaard blend – zo gooide de 17-jarige nog hoge ogen in de recentste Whisky Bible van Jim Murray – maar ik wil nu toch eens zien wat de gewone leeftijdloze Ballantine’s uit lang vervlogen tijden waard was. En dat zal ik spoedig weten want voor mij heb ik de eerste botteling voor de Italiaanse markt staan, eentje uit de jaren vijftig. Grazie Giovanni!

 

Ballentine’s Blended, 43%, OB imported by Quartino 1950’s, first import in Italy
De neus moet het hebben van de verwachte granen, maar ook van heel wat meer. En zo goed als geen karamel. Dat heel wat meer komt verdacht fris over voor meer dan vijftig jaar op fles te hebben gezeten: kamille, eucalyptus, jodium, lichte rook… daarna mos en wierook (vraag me niet welke). Antiekwas, oud leder, oude kleerkast… ja, lichte old bottle toestanden, maar op de achtergrond. Op de smaak wel een beetje karamel, wat granen maar ook zoethout, vrij veel kruiden, misschien wat zilt, gekonfijt fruit, melkchocolade. En ook hier dat licht stoffige op de achtergrond, net zoals in de middellange, granige en waxy afdronk. Niet meer te vergelijken met het huidige spul, maar of dat aan de blend van vijftig, zestig jaar geleden ligt dan wel aan die periode op de fles… het is ongetwijfeld een samenspel van beide. 84/100

Tsuru 17y, Nikka

Een whisky die ik nooit geproefd had, is de Nikka ‘Tsuru’. Net als de Taketsuru een product van de Nikka groep dus. Maar waar de Taketsuru een vatted malt is, is de Tsuru een blend. De 17-jarige Tsuru kost rond de 85 euro, wat niet echt goedkoop is voor een blend, maar zoals de Hibiki al bewees, kunnen Japanse blends wel bangelijk goed zijn.

 

Tsuru 17y blended, 43%, OB 2010, Nikka
Frisse, prikkelende en zoete neus op vanille en florale toetsen. Gekookt fruit. Groene appels. Langzaamaan komt er ook een heerlijke kruidigheid opzetten. Nootmuskaat. Oude balsamico. Een lekkere zurigheid, zie ook de groene appels. Zachte rook. Man, dit is goed. En complex. Zacht en romig op de tong, zeer delicaat en met toch behoorlijk wat body. Ook hier heb ik zowel zoete, zure als kruidige tonen. De start is zoetzuur: kruisbessen, zoetzure appels. Daarna krijg ik wat hout en de bijhorende kruiden. Peper en zoethout. De kruiden zetten zich verder in de vrij lange afdronk, alwaar ze het zoete en het fruit wat in de schaduw stellen. Een ronduit schitterende blend! 86/100

Oud naar nieuw – een klassieker

Maandag stond de tasting van onze club in het teken van een ondertussen klassiek thema, van oud naar nieuw. We proefden van drie whisky’s telkens de recentste versie en een oudere. De whisky’s die aan bod kwamen, waren de Springbank CV, de Talisker 10y en de Macallan 12y. Deze zes proefden we blind. Ik heb niet geweldig veel genoteerd en ook de setting – veel discussiëren en raden – was niet van aard om te scoren.

 

Als welkomdram kregen we 2 van de 300 cl Robert Watson of Aberdeen ‘Imperial’, rotation 1967 ingeschonken. Een blend van meer dan veertig jaar oud dus. Hierbij ging het misschien meer om het gebaar – je opent niet elke dag een 3-liter fles – dan om de inhoud, maar het dient gezegd dat het absoluut geen slechte whisky is.
De neus start zoet en herbal en evolueert richting floraal. Bij mij balanceerde hij wat op het randje van zeep, maar zonder te storen, laat het ons op ‘floraal’ houden. Lekker op de tong, zonder echt diep te gaan, op granen, het florale van de neus en iemand merkte ook nog witte chocolade op. Maar ik weet niet meer of dit op de neus of op de smaak was. Whatever, dit is een lekkere blend.

 
Eerste koppel
Springbank CV, 46%, OB 2010
Op de neus startte deze wat vreemd. Mineralig én stoffig. Natte steen, iemand aan onze tafel merkte natte muren op. Ik had een beetje rook, neigend naar farmy notes. De combinatie van dat laatste en de natte muren deed me aan oude vochtige stallen denken. Niet geheel onaangenaam. De smaak is zoet en mineralig.

Springbank CV, 46%, Green Thistle, OB rotation 1996
Erg frisse neus, maar alle whisky’s die na de vorige gezet zouden worden, zouden fris overkomen. Veel wit fruit en lychees, wat eigenlijk ook wit fruit genoemd kan worden. De smaak is fris, clean en fruitig, in het verlengde van de neus dus.

Ik gokte correct op Springbank. Je zal zien dat ik bij de volgende twee paren niet vermeld waar ik op gokte, zoek daar vooral niets achter. Geen van beide Sprinkbanks vond ik echter écht lekker, de oude wel wat beter dan de nieuwe. Of CV nu staat voor Curriculum Vitae of Chairman’s Vat (Springbank houdt beide theses in stand, kwestie van het debat levendig te houden), geen van beide vlaggen dekken echter hun lading.

 
Tweede koppel
Talisker 10y, 45.8%, OB end 1980’s, pre-classic malts
Een klein beetje turf, herbal notes, fruit (banaan). De smaak is zoet en fruitig. Een lichte kruidigheid en dito rokerigheid.

Talisker 10y, 45.8%, OB 2008
Een neus op fruit en lichte rook. “Cuberdons!” riep er iemand. Neuzekes in de volksmond. Voor de Nederlandse lezers: van die paarse kegelvormige snoepjes, hard aan de buitenkant, zacht en stroperig van binnen. Ik weet zelfs niet of ze in Nederland te krijgen zijn, in ieder geval een aanrader als je eens de grens oversteekt. Soit, de neus is ook licht waxy. De smaak romig, fruitig en zoet met zeer lichte rook. Wat kruiden naar het einde en in de afdronk.

Hier vond ik de oude wel duidelijk beter. Na beide whisky’s raadde trouwens niemand Talisker. Highland Park was de gok van Kristof, een gok die ik onderschreef, maar het bleek dus een ander eiland te zijn. Vreemd dat iedereen hier fout zat.

 
Derde koppel
Macallan 12y ‘Sherry Oak’, 40%, OB 2010
Wat gedempt op de neus. Sherry, maar belegen. Ik bedoel met belegen… euh ja, wat bedoel ik daarmee? Gedempt ja, niet echt levendig of prikkelend. Wat vegetaal (peterselie, heb dat tegenwoordig vaak in whisky op sherryvat). Op de smaak ook zachte karamel. Fudge.

Macallan 12y, 43%, OB end 1990’s
Hola, dit is helemaal anders, een veel uitgesprokenere neus, aromatischer. Goeie, expressieve sherry that is. Meer kruiden, meer fruit. Rood fruit vooral. Bosvruchten.

Hier was het verschil ook duidelijk, de oude was beter, expressiever vooral. ‘Levendiger’, ‘prikkelender’ ‘virieler’, ik zou bijna ‘jonger’ zeggen.

 

Conclusie: net zoals bij vorige oud-naar-nieuw sessies, wint ook hier ‘oud’ het pleit. Maar ik kan het toch niet nalaten te vermelden dat dit niet altijd zo is of hoeft te zijn, ik heb al best wat oude whisky’s geproefd die mij tegen vielen en nieuwe batchen die ik beter vond dan oude(re). Het is zeker niet zo dat omdat een whisky oud is dat hij ook beter is, alhoewel het bij instap-malts (officiële 10/12 jarige) wel vaak het geval blijkt te zijn.

 

Voor de volledigheid, de eindrangschikking:

  1. Macallan oud
  2. Talisker oud
  3. Springbank oud
  4. Macallan jong
  5. Talisker jong
  6. Springbank jong

Daarna volgden nog twee toetjes, een nog-niet-gebottelde Port Ellen van Luc en een al-wel-gebottelde Bunnahabhain die Reinhard voor z’n verjaardag mee had, beide ronduit schitterende whisky’s. Applaus.

 
Port Ellen 27y 1982/2010, 57.5%, ‘not available in the market’ as they say. Eén van de beste jaren tachtig Port Ellens die ik al kon proeven, met een afdronk van hier tot op Islay. Indien dit ooit gebotteld wordt, I wante die bottle.
 
Bunnahabhain 33y 1976/2010, 49%, Celtic Heartlands (Jim MacEwan), 465 bottles. Fruit, zilt, kruiden, honing, licht rokerig (fascinerend dat ik dat nog genoteerd heb). Erg complex en vooral overheerlijk.
 

Voila, dat was weer een gezellige avondbezigheid zie. Natuurlijk volgde een nabespreking die zoals altijd veel te lang uitliep, met een stukgeslagen radiowekker als collateral damage. Soms is zeven uur gewoon te vroeg.

 

Hankey Bannister

Hankey Bannister. Bij velen zal deze naam geen belletje doen rinkelen. Bij mij tot voor kort ook niet. Nochtans bestaat het merk al meer dan 250 jaar en was de whisky geliefd bij o.a. King George V en Winston Churchill.
De naam Hankey Bannister verwijst naar z’n twee stichters, de heren Beaumont Hankey en Hugh Bannister die in 1757 een handel in wijnen en sterke dranken begonnen in de Londense West End. Omdat ze zelf uit de betere kringen kwamen, richtten ze hun handel vooral op dit cliënteel. Vrij spoedig begonnen ze met het ontwikkelen van een eigen blend, op basis van Lowland grain whisky en Highland & Speyside malt whisky. De kwaliteit van deze blend was blijkbaar dermate dat hij snel z’n weg vond naar de salons en landhuizen van de Britse upper class, tot in het koninklijk paleis toe. Een Royal Warrant kon dan ook niet achterblijven.
Vandaag wordt Hankey Bannister verkocht als ‘Original’ (zonder leeftijd), als 12y ‘Regency’, als 21y en als 40y, en dit in een veertigtal landen, waarvan naast het Verenigd Koninkrijk Zuid-Afrika en Duitsland de belangrijkste afnemers zijn. HB is in handen van Inver House Distillers en hun whisky’s kaapten de laatste jaren meerdere prijzen op verschillende concours. Ik kon vorig weekend de Original, de 12y en de 40y proeven. Hieronder mijn bevindingen.

 

Hankey Bannister ‘Original’, 40%, OB 2010
Deze Original bevat – net zoals de andere bottelingen – voor 30% single malt (vooral Balblair maar ook wat Knockdhu en Balmenach) en voor 70% grain whisky van North British en Port Dundas. De begeleidende tekst vermeldt ‘ideal for mixing’, dat beloofd niet veel goeds. Eerlijkheidshalve moet ik er aan toevoegen dat het ook ‘and great served straight’ vermeldt. Let’s see. Wel, die neus kan er al best mee door. Het is natuurlijk geen complexe of ‘diepe’ neus, dat verwacht je hier niet, maar hij is genietbaar. De basistonen zijn granig (wat bitter-granig), zoet en zout. Ik heb gesuikerde ontbijtgranen, havermoutpap, groentebouillon, wat kruiden (herbal, maar ook gember) en een beetje gestoofd fruit. Een beetje scherp, maar dat is hier een pluspunt, zeker in vergelijking met een gemiddelde blend. De smaak is erg zacht en clean, op granen, vergezeld van zoete en vegetale tonen. Honing, gebakken champignons, de groentebouillon weer, hout en stro. Wat gedroogd fruit ook. Verdacht lange afdronk op granen, honing en het steeds terugkerende vegetale. Gho, voor een instap-blend is dit zeker geen slechte whisky en inderdaad ook genietbaar ‘served straight’. Een blend met pit en karakter, en een toch wel beter alternatief voor bv. J&B of Johnny Walker. 65/100

 

Hankey Bannister 12y ‘Regency’, 40%, OB 2010
De 12y is duidelijk familie van de Original, hij ligt er mooi in het verlengde van, maar biedt iets meer diepgang. Het vegetale is aanwezig maar minder prominent. De neus heeft iets licht geparfumeerd en floraals. Niets storends evenwel. Integendeel, hij is vooral fris. Voor de rest is de neus zoet (honing, vanille) en fruitig. De geur van harde peren. En wat granen natuurlijk. Zachte, romige smaak, met ook hier wat meer ‘body’ dan de Original. Veel honing, zachte karamel, wat hout (wat ik bij de Original niet echt had) en wit fruit. Alhoewel ik ook nectarine noteer. Naar het einde toe wordt hij licht bitter. Ook de middellange afdronk is wat bitter. Die extra rijping geeft toch een bepaalde meerwaarde, zonder dat ik hier zwaar van onder de indruk was. 72/100

 

En dan heb ik de eer ook nog de veertigjarige te mogen proeven. Deze whisky werd op vatsterkte gebotteld ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van Hankey Bannister in 2007. En met 450 euro per fles is het duidelijk dat dit het paradepaardje van de reeks is. Hij werd trouwens beloond met de prijs van Best Blended Whisky in the World op de World Whiskies Awards 2008 en 2009.
Het verhaal gaat dat men deze blend uit 1966 uit het oog verloor en pas midden de jaren ’00 herontdekte ergens achteraan in de opslagplaatsen van Inver House. Het goedje rijpte op sherryvaten (‘Spanish Oak’, denk ook aan de Balblairs Spanish Oak van 1966) en bevat whisky van enkele illustere en nu reeds lang gesloten en vaak ook vergeten distilleerderijen zoals Garnheath, Killyloch en Glenflagler. Uniek is het minste wat je van deze blend kan zeggen.

 

Hankey Bannister 40y, 43.3%, OB 2007, 1917 bottles
Ruiken: hola, dit is inderdaad heel andere koek. Heerlijke, belegen en kruidige neus. Ik moet meteen aan gebakken peterselie (wat je al eens bij garnaalkroketten geserveerd krijgt) denken. Maar gelukkig biedt hij nog heel wat meer. Rozijnen, noten, chocolade… oké, we zitten weer bij de studentenhaver. Geroosterde noten trouwens. Karamel, gebakken banaan, boenwas ook, toast, ananas, mandarijn en een heel kruidenboeket. Bloemen… ja, een erg rijke en complexe neus. I love it. Zeer aromatisch, met de verschillende geuren heel mooi geïntegreerd. Proeven: heerlijk romig, olie-achtig en al even complex als de neus. Bosvruchten, noten, kruiden en hout bepalen hier de smaak. Cassis, bramen, rozijnen op rum, chocolade, orangettes, kruidnagel, peper, nootmuskaat, enzovoort enzoverder. Licht bitter, maar het hout gaat nooit overheersen. Lange, rijke afdronk op sinaas en kruiden. Zalige blend, het hoeft gezegd, een blend die perfect voor een veertigjarige single malt kan doorgaan. 90/100

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.

 

Black Bull 40y ‘Deluxe Blend’

Deze blend is niet zomaar een blend. Ten eerste is de jongste whisky die er in zit minstens 40 jaar oud, hij bevat ook niet veel anders dan single malt whisky. Benieuwd wat dat geeft.

 
Black Bull 40y ‘Deluxe Blend’, 40.2%, Duncan Taylor 2009
Wauw, op de neus geeft dat vuurwerk! Romige honing, bijenwas, zacht hout en fruit, veel fruit. Banaan, ananas, peer, perzik, meloen. Een lichte kruidigheid ook. Zacht, subtiel, complex… prachtig! Op de tong idem dito. Zacht, boterig, dik met het hout en de kruiden die je van oude whisky verwacht, vermengd met lekker fruit. Kruiden: zoethout, nootmuskaat, kruidnagel, peper. Fruit: banaan, perzik, sinaas. Lange, complexe afdronk in het verlengde van de smaak. Dit is een whisky die zowel oud als fris overkomt. Niet jong, niet duf. Knap! Neen, ze hebben daar bij Duncan Taylor geen rommel gebruikt voor deze blend, hier zitten oude pareltjes tussen. De beste blend van het moment? Het zou wel eens kunnen. 91/100

Whyte & MacKay ‘Supreme’

Na de Special, de Thirteen en de Old Luxury proef ik vandaag een vierde nieuwe Whyte & MacKay, de 22-jarige Supreme.

 
Whyte & MacKay ‘Supreme’ 22y, 40%, OB 2009
Aangename zachte en zoete sherrytoets tussen bloemen en fruit door. Meer specifiek gedroogde bloemen en geconfijt fruit. Melkchocolade. Kastanjes. Toch ook een kleine geparfumeerde toets, zonder te storen evenwel. Of wacht eens, is dit niet eerder iets medicinaals? Ook op de tong is ie zacht en zoet, en romig. Ik heb rozijnen, dadels, sinaas, noten, kruidnagel en een klein beetje hout. Middellange, fruitige afdronk. Lekkere blend, zonder ‘supreme’ te zijn evenwel. 81/100

Een blinde Fulldram sessie

Maandag was het weer verzamelen geblazen aan de Leuvense vismarkt. Dit keer voor een blind session, zeven whisky’s waarvan we pas na proeven, na ranking én na verkoop per opbod wisten wat het was. Vooral dat laatste was behoorlijk tricky omdat je absoluut niet wist hoeveel de fles gekost had en je dus voor de rest van de fles evenveel of meer kon betalen als voor een volle fles.

Blind proeven is uiteindelijk wel de meest eerlijke en correcte manier van proeven. Je bent op geen enkele manier beïnvloed door een merk, een reputatie of enige andere voorkennis. Mensen die beweren dat ze ook niet-blind 100% objectief scoren, maken zichzelf wat wijs. Je kan de invloed van het label proberen weg te drukken, maar helemaal lukt dat nooit, bewust of onbewust speelt het toch ergens mee. We gebruikten wel onze gewone tastingglazen waardoor we de kleur konden waarnemen, wat nog niet helemáál blind is natuurlijk, daar heb je die blauwe glaasjes voor. Vandaag en morgen een verslagje van de avond.

 
Campbeltown Loch 30y, 40%, blend
Als welcome dram dronken we de 30-jarige Campbeltown Loch, een whisky die we ook op de Whisky & Bier tasting van 19 oktober vorig jaar voorgeschoteld kregen. Aangename en vlot drinkende whisky zonder capsones. Ongewijzigde score.
 
Port Askaig 25y, 45,8%, Speciality Drinks (The Whisky Exchange), 2009
De eerste blinde was de Port Askaig 25y, ook een whisky die ik reeds eerder dronk. Deze blijft voor mij een lekkere whisky op zachte turf en fruit, die echter wat te bitter eindigt om hoger te scoren.
 
Springbank 21y, 46%, OB +/- 2005
De tweede was een fles met een redelijk cultniveau, en hoeft het te verbazen, zowel voor mij als voor de groep de winnaar van de avond. De neus is erg levendig en fris. Ik had bloemen, fruit, bijenwas, sinaaszest, geconfijt fruit, noten, zacht hout… complex inderdaad. En lekker! Subtiele sherry en alles perfect gebalanceerd. Ook op de smaak trouwens. Fruit, licht bitter (witte pompelmoes), kruiden, vanille, hout, heel lichte rook. Lange zoete en fruitige finish. En dan zijn de oudere batchen naar het schijnt nog een stuk beter. 90/100
 
Ardbeg ‘Rollercoaster’, 57.3%, OB Committee, 2010
Een whisky waar ik twee flessen van heb staan, maar nog geen van heb geopend. De Rollercoaster bevat vaten van elk jaar van 1997 t.e.m. 2006 en werd gebotteld ter ere van het tienjarig bestaan van het Ardbeg Committee.
Medicinale turf, mineralen, wit fruit, gerookte ham (vrij ziltig), sigaren, kruiden en wat zoets (marsepein) in de neus. Vrij complex dus, en voor mij herkenbaar Ardbeg. De smaak is stevig en licht bitter met lekkere turf, zilt, kruiden (‘herbal’) en pompelmoes. Had ‘m evenwel niet zo hoog in alcohol geschat. Lange afdronk met turf, zilt en kruiden die strijden om de aandacht. Pas op, de turf is nooit te scherp of te neigend naar asbak, de balans is meer dan oké. Wetende wat het is, is dit best een meevaller. Ik vreesde immers voor meer turf en minder complexiteit, maar dat valt dus reuze mee. 87/100

Enige zelfreflectie

Ik besef dat ik de neiging heb om bij het selecteren van mijn sampels, whisky’s te nemen waar ik op één of andere manier naar uitkijk. Ik denk aan whisky’s van distilleerderijen die hoog op m’n favorietenlijstje staan, van bottelaars die een stevige reputatie hebben opgebouwd of aan het opbouwen zijn, whisky’s die door menig liefhebber bejubeld zijn, etc.. Met als gevolg dat er ettelijke samples onaangeroerd blijven staan, maar ook dat de balans wat scheefgetrokken wordt richting mijn eigen voorkeuren én dat dus ook de gemiddelde score een wat vertekend beeld geeft. OK, ergens is dit onvermijdelijk, ik wil dit reviewen voor mezelf natuurlijk zo aangenaam mogelijk maken, maar op die manier geef ik misschien geen correct beeld van het whiskyaanbod. Ik moet mezelf er dus af en toe toch maar toe dwingen m’n horizon wat te verruimen en bv. ook in mijn ogen minder boeiende zaken proeven. Ik zal waarschijnlijk nog af en toe aangenaam verrast worden ook. En zeker na nog eens een Benriach ’76 kan het geen kwaad de standaarden weer wat bij te stellen. Ik doe dit vandaag met drie blends van Whyte & MacKay en morgen met drie basic malts.

 
Whyte & MacKay ‘Special’, 40%, OB 2009, sherry finish
Neus: zoet (suikerspin, suikerwater, melkchocolade), bloesems, gras, granen, mineralen. Niet echt boeiend te noemen. Ook de smaak is dit niet. Hij is licht, granig, met karamel (fudge, van die zachte) hout en linde. De finish is vrij kort en maltig met wat karamel en een hint van kruiden. Nope, hier word ik niet wild van en dat is nog zacht uitgedrukt. 64/100
 
Whyte & MacKay ‘The Thirteen’ 13y, 40%, OB 2009, sherry finish
Ook de neus van deze is zoet. Hier evenwel eerder zoet fruit à la banaan, peer en ananas, en honing. Granen en gras heb ik ook. De smaak gaat verder op granen, muesli, hout, sinaas en honing. Afdronk: kort, fruitig en granig. Tja, merkelijk beter dan de Special maar al bij al niet meer dan matig. 74/100
 
Whyte & MacKay ‘Old Luxury’ 19y, 40%, OB 2009, sherry finish
Fruitige en zoete neus met associaties van geconfijt fruit, cake en melkchocolade. Iets mineraligs ook. Romige, boterige smaak met hints van kruisbessen, citrus, nootmuskaat en peper. Nogal drogend. De afdronk is niet al te lang met fruit (citrus) en een lichte kruidigheid. De neus verantwoordt een score van tachtig, de smaak niet. De beste van de drie maar de naam die deze meekreeg is toch lichtjes misleidend. 77/100

Een rijtje Japaners II

Vandaag schrijf ik mijn bevindingen uit van de volgende twee whisky’s de we maandag proefden, een Hanyu en een Hibiki.

 
Hanyu 1990/2007, 55.5%, Number One Drinks, cask 9511, 374 bottles, Japanese oak – Japan
Hanyu is niet lang actief geweest, in 2000 stopte het met distilleren. Deze Hanyu werd gefinished in Japanese Oak (Quercus Mongolica), wat vrij uniek is. Dit zou moeten resulteren in de geur van sandalwood. De neus heeft in ieder geval wat tijd nodig om zich vrij te geven. Maar dan kreeg ik associaties van peer, pompelmoes, geroosterde noten, iets floraals en inderdaad wat sandalwood, maar dat was louter omdat ik er op lette. Op de smaak kan ie zeker enkele lekjes water gebruiken. Dan is hij zoet met citrus, zoete appels en vanille. De afdronk is vrij droog en kruidig. Niet slecht maar ook niet wauw. 79/100
 
Hibiki 17y, 43%, OB 2009 – Japan
Hier zou vooral Hakushu en Yamazaki single malt in zitten en natuurlijk wat grain. Deze 17 jarige Hibiki is gefinished op vaten waar pruimenlikeur op gerijpt heeft. Klinkt gek maar smaakt alles behalve gek. Frisse, fruitge neus op appel, perzik, graan, bloemen, perensiroop en zacht hout. Geen pruimen. Van hetzelfde laken een broek wat de smaak betreft, fris en fruitig dus. Karamel ook en een zachte kruidigheid. Mooie balans, zoals bijna altijd bij Japanse whisky. Warme, lichte drogende afdronk. Ik was al fan van de 12y, maar ook deze 17y kan ik erg appreciëren. 84/100

Een rijtje Japaners I

月曜日は8日本語ウイスキーの側面がある置く. Voor de enkelingen die dit niet begrijpen, we hebben maandag dus acht Japanse whisky’s naast elkaar gezet. De selectie vertegenwoordigde een mooie doorsnede van wat Japan aan whisky te bieden heeft. Vandaag en de komende dagen lees je hier een verslagje van. In het Nederlands, voor het gemak.

 
Black Nikka 8y, 37%, OB 2007, Blend – Japan
Als apertitief dronken we een blend, ééntje op 37%. In Japan mag whisky whisky heten als het een alcoholpercentage heeft van minimum 37%. Dit is geen geweldige blend, je kan dit niet vergelijken met de Hibiki’s bijvoorbeeld. De neus is nog redelijk fris met granen en een (klein) beetje fruit. Abrikozen, vanille en een hint van gedroogd gras. De smaak is erg vlak, wat zoet (suiker, karamel) en granig maar zonder uitgesproken elementen. Mooie balans zou je kunnen zeggen, maar zou niet weten van welke smaken. Korte, droge en vooral saaie finish. OK, dit is beter dan een aantal Schotse blends, maar het woord lekker is hier toch verre van op z’n plaats. 62/100
 
Taketsuru 17y, 43%, OB Nikka 2008, Pure Malt – Japan
Dan speelt dit meteen enkele klassen hoger. Dit label is genoemd naar Masataka Taketsuru, de stichter van de Nikka distilleerderij. Zoete neus met citrus (sinaas vooral), appelmoes, hout, karamel, rozijnen en tabak. Subtiele rook. Dominiek dacht aan een Highland Park. Balsamico had ik ook nog. De smaak is stevig en gaat verder op de citrus en hout en voegt nog een lekkere kruidigheid toe. Iets geroosterd ook. Droge, bitterzoete afdronk met een heel kruidenbouquet. Lekker spul en een aangename kennismaking met deze brand. 82/100
 
Yamazaki 12y, 43%, OB Suntory 2009 – Japan
Ik vond dat de recente 10Y al een mooie vooruitgang had geboekt t.o.v. oudere batches, de 12y had ik nog niet geproefd. De neus van deze fris, fruitig en bloemig. Ik heb appels, banaan, bessen opgeschreven. Vanille en bloesems. Ook de smaak is frivool, licht en fruitig. Appelsap, banaan, een beetje kruiden en zoethout. Middellange, zoet-fruitige finish met lichte peper die boven komt drijven. Niet super complex maar erg drinkbaar, zeker op een terrasje. Niet in deze tijd van het jaar evenwel. 80/100

Oud naar nieuw I

Maandag stond er weer een Fulldram tasting op het programma, een ‘oud naar nieuw’ tasting, één van de klassiekers ondertussen. Deze week hiervan een verslagje.

 

Als welcome dram kregen we de Ambassador 8y ingeschonken, een blend gebotteld vóór 1975. Hij viel bij menigeen in de smaak, in die mate dat hij zelfs de top 3 haalde, ook bij mij.

Ambassador 8y, 43%, OB, Taylor & Ferguson Ltd., bottled <1975, 75 cl
Zachte, zoete neus met graan, honing, veel fruit (ananas onder andere) en bloemen. Dat laatste neigt een beetje naar zeep, maar dit is hier absoluut niet storend, integendeel. Geen franse hoeren hier. Licht waxy. Ook op de smaak is ie erg aangenaam. Zoet (cake) en fruitig. Granen. Hooi? Mocht misschien wat krachtiger, maar dan ben ik aan het zeuren. Geen al te lange maar wel lekkere fruitige finish. Lekkere whisky, en behoorlijk complex voor een achtjarige blend. 81/100
 

Na deze verrassende opener begonnen we aan onze eerste head-to-head, een Pride of Islay gebotteld eind jaren tachtig en de meest recente versie ervan. Pride of Islay is een label van Gordon & MacPhail en is een vatting van Islay whisky. Bij geen van beide konden we uitmaken welke whisky er in zat, de mengeling verdoezelde enig distilleerderijkarakter.

 
Pride of Islay 12y, 40%, Gordon & MacPhail, 2009
De neus is grassig, op hooi, levertraan, kokos, wat zilt en een beetje turf. Een beetje, echt niet veel. Komkommer? De smaak geeft granen, gras opnieuw, infusiethee (slappe kamillethee) en druivensap. Korte en lichte afdronk. Vrij matige whisky en zeker op de smaak zou je ‘m niet op Islay plaatsen. 71/100
 
Pride of Islay 12y, 40%, G&M, Meregalli, Milano, bottled end 1980’s, 75cl
Dit is dus compleet verschillend. Op de neus heb ik zoete cake, karamel, rozijnen, pruimen, noten… duidelijk meer sherryvaten in deze. Zilt ook en turf, meer dan in de recente. De smaak gaat hier op verder, met gedroogde abrikozen, dadels, sinaas, espresso, karamel en subtiele turf. Redelijk vettig, romig. Zoete en kruidige finish. 77/100
 
Zowat iedereen vond de oude beter dan de nieuwe, maar de nieuwe stelde dan ook echt teleur. Morgen het tweede koppel.

Hibiki 12

Hibiki 12y, 43%, OB 2009 – Japan
Zacht zoete en fruitige whisky. In de neus heb ik sinaas, pruimentaart, confituurtoestanden, acaciahoning, cake. Bloemen ook wel. Fris. Iets geroosterd. Granen? Noten? Complex seg! In de smaak pompeloes (bitterzoet), vanille, een beetje hout en kruiden. Lichte sherrytoets. Middellange, wat droge afdronk met kruiden en noten. Zacht en zeer mooi gebalanceerd deze Hibiki. Top-blend! 85/100

Whisky & Bier

Vorige vrijdag hadden we met onze club een unieke tasting. Fulldram organiseerde deze samen met de Leuvense Bier Therapeuten (LBT), de locale bierclub. De opkomst was niet zo geweldig – vooral LBT was ondervertegenwoordigd – maar de afwezigen hadden ongelijk. We proefden vijf whisky’s en vijf bieren. Het waren eerlijk gezegd vooral de bieren die mij verrasten, niet geheel onlogisch gezien het feit dat deze categorie van speciale bieren nog relatief onontgonnen terrein is voor mij. Ik kom nog niet veel verder dan de in de meeste etablissementen verkrijgbare Orval, Blauwe Chimay, Duvel of Westmalle Trippel. Niet slecht, maar vrijdag ben ik met de wetenschap (eigenlijk bevestiging) naar huis gegaan dat er nog héél wat meer en soms nog lekkerders beschikbaar is. De vermoeidheid na een drukke week zorgde er wel voor dat ik m’n glas Bravoure over m’n schoot omkieperde, maar ik vrees dat de indruk bij de anderen eerder was van “lap, den eerste met een stuk in z’n kl…”.

 

Beginnen deden we met de Gouden Carolus Tripel naast de Gouden Carolus Single Malt te zetten. Deze laatste had ik al geproefd, maar nu was er de gelegenheid om te zien hoe dicht de whisky nog bij het bier aanleunt. En het antwoord is behoorlijk dicht. De ‘whisky’ ligt mooi in het verlengde van de tripel, maar is wel een pak zoeter. De tripel is lekker, de whisky is geen whisky maar dat wisten we ondertussen al.

 

Vervolgens proefden we vier (echte) whisky’s, gevolgd door vier andere bieren. Hieronder alvast een bespreking van de eerste twee whisky’s, de rest is voor morgen.

 
Campbeltown Loch 30y blended, 40%, OB 2008 – 76/100
In de neus had ik fruit (sinaas en perzik), granen, wat hout, beetje karamel en Worcestershiresaus (spreek uit: wshstrchrtschstrch). De smaak was erg licht en een beetje bitter op hout en fruit. Mocht op een iets hoger alcoholpercentage gebottled zijn. Lekkere, kruidige finish wel, waar het hout weinig kans krijgt het geheel uit te drogen.
 
Miltonduff 26y 1980/2006, 48%, Dewar Rattray, cask 12502, 132 bottles – Speyside – 89/100
Voor mij de winnaar bij de whisky’s. Lekker bloemig in de neus, verweven met een mooie kruidigheid. Nootmuskaat en kaneel heb ik opgeschreven. Vanille ook, fruit (perzik) en hooi. Ook de smaak is aangenaam kruidig, zoet en fruitig (meloen hier). Lichte turf en dito hout. Geen al te lange maar wel zacht zoete afdronk. Complexe en perfect gebalanceerde whisky.