Spring naar inhoud

Posts tagged ‘whiskey’

Jack Daniels Old no 7

Back to basics. To the very basics dan nog. Wie heeft er nog nooit een Jack Daniels gedronken? Wel, ik tot op heden dus nog niet.
Jack Daniels is in tegenstelling tot wat soms gedacht wordt geen bourbon, het is een Tennessee whiskey, geproduceerd in Lynchburg. Waarom het geen bourbon is, heeft meer met marketingredenen dan met iets anders te malen, want de whiskey zou wel voldoen aan de criteria om als bourbon door het leven te gaan.

 

Jack_Daniels_Old_no7Jack Daniel’s Old no 7, 40%, OB 2013
Erg zoete neus, op vanille, granen en eik. Met wat goede wil ook karamel en kruiden. Nootmuskaat? Kaneel, dat zeker wel. Erg licht wel, en vooral weinig aromatisch. Misschien een hint van petroleum. En meer valt er echt niet te vertellen. Simpel en saai, dat wil ik wel nog kwijt. En dat vat eigenlijk ook goed de smaak samen. Eik, granen, vanille, kaneel… maar plat, slap, waterig zelfs. Hoestsiroop in de verte. En eens je aan karton denkt, kan je niet anders dan het proeven. De afdronk is zoals te verwachten erg kort, granig en kruidig. Ja, sorry, ik kan dit echt, zelfs met de beste wil van de wereld, niet lekker vinden. Nu, indien je per se cola in je whisk(e)y wil doen, kan een Jack Daniels nog van pas komen. 53/100

Advertenties

Jameson Select Reserve

Met de ‘Select Reserve’ bracht Jameson een tijdje geleden een nieuwe botteling op de Zuid-Afrikaanse markt, en nu ook op de Europese. Het is een botteling op beperkte oplage (small batch), die voor 75% bestaat uit twaalf jaar oude Ierse single pot still whiskey (waarvan 20% rijpte op sherryvaten) en 25% vijf jaar oude graan whiskey (driemaal gedistilleerd).

 

Jameson Select ReserveJameson ‘Select Reserve’, 40%, OB 2012, small batch
Het resultaat geurt alvast lekker. Zoete granen (niet echt onverwacht), geroosterde noten, eik, kruiden (kaneel, nootmuskaat) en vanille vallen het meest op. Maar ik heb ook een beetje fruit: perziken, appels en abrikozen. En zelfs wat kokos. En is dat banaan? Wel ja, banaan. En een hint van warme cake. Ik vind dit erg aangenaam om ruiken. De smaak is steviger dan de 40% doet vermoeden, hier zorgen de kruiden en de eik voor. Kruiden zoals kaneel en zoethout. Gedroogde abrikozen, vijgen en rozijnen. Merkelijk meer sherry-invloed dan we gewoon zijn van Jameson. Zowel vanille als karamel wat het zoete betreft. Niet super complex, wel lekker. Eerder korte afdronk, zoet (vanille) en kruidig (nootmuskaat). Dit is beter dan de gemiddelde blend. Een pak beter. In zekere zin doet deze whisky mij aan Greenore denken. En dat is alles behalve een slechte referentie. 82/100

Cooley 10y 2000, A. Dewar Rattray

Let’s go Irish again. De Ierse distilleerderij Cooley brengt met Kilbeggan, Greenore, Connemara en Tyrconnell enkele bekende labels op de markt, maar onafhankelijke bottelingen verschijnen meestal onder de naam Cooley (of onder een andere naam zoals Drunken Angel of varianten). Waar Connemara bv. typisch een geturfde whisky is en Tyrconnell niet, kunnen onafhankelijke Cooley bottelingen dus het één of het ander zijn.

 

Cooley 10y 2000/2011, 46%, A. Dewar Rattray, barrel #3240, 262 bottles
In de geur van deze Cooley is alvast amper turfrook te bespeuren, maar des te meer florale en fruitige aroma’s. Gras, boterbloemen, andere weide- en veldbloemen, pompelmoes, citroen en gele appels. Ha, ook wat banaan. Naast al deze frisse sensaties best wat honing en vanille. Groene thee duikt ook nog op. Fris. Romig en zacht op de tong, grassig en zoet. Citroensnoepjes. Ananas (in blik). Lichte, ondersteunende eik. Lijnzaadolie in de verte. En toch iets heel licht rokerigs. Eerder van het hout. Naar het einde toe pompelmoes en kruiden, het laat je mond licht bitter achter. Middellange, droge afdronk op citrus en kruiden. Een aangename en vlotdrinkbare lentewhisky. De mensen van Cooley kunnen whisky maken, maar dat wisten we al langer. 84/100

‘Jag Loan Needed’ wedding dram, Cooley

’Jag Loan Needed’, dat kan bijna niet anders dan een botteling van The Nectar zijn, onder hun vorige anagram label. Maar deze is geen gewone botteling, hij heeft volgens mij ook nooit in de winkels gelegen. Deze whisky werd gebotteld voor het huwelijk van Jan Broekmans. Meer nog, hij werd gedistilleerd op 24 maart 1999, de dag dat hij zijn echtgenote voor het eerst ontmoette, en gebotteld op de dag van hun huwelijk, 11 november 2008.

 

‘Jag Loan Needed’ wedding dram 9y 1999/2008, 59.6%, The Nectar, Cooley Distillery
Mmm, lekkere neus. Prikkelend en levendig. Zoet (vanille, butterscotch en marsepein), granig en fruitig (appels, perziken en peren). Daarna ook een beetje kruidig (kaneel en gember). En dat alles op een tapijtje (om geen ‘bedje’ te gebruiken) van zachte turfrook. Rond en vol mondgevoel waar de zoete turf de eerste viool speelt. Honing en vanille ronden de scherpe kantjes van de turf af. De gember zit ook hier, maar is gekonfijt. Peper en kaneel heb ik ook nog. En daaronder priemen fruitige tonen. Warme appels, banaan (misschien nog wat groen, maar zo heb ik ze het liefst) en ananas in blik. Licht drogend, maar nooit storend, alhoewel water het geheel nog wat zoeter maakt (en zoals even vaak ook de rook meer naar voren brengt). Vrij lange afdronk op kruidige en zoete turf. Knappe vatselectie van de heer Broekmans. 88/100

Connemara 15y 1992 for Guy Boyen

Guy Boyen… een man waar menig Belgisch whiskyliefhebber met enige weemoed aan terugdenkt. Een man met niet alleen een grote passie voor whisky, maar een grote passie voor het leven an sich. Ondertussen een kleine drie jaar geleden, maar vooral veel te vroeg van ons heengegaan. Desalniettemin blij hem gekend te hebben, drink ik deze Connemara – die hij nog zelf geselecteerd heeft voor zijn Tasttoe – op z’n nagedachtenis.

 
Connemara 15y 1992/2008, 58.5%, OB selected by Guy Boyen, cask K92/34 4188, 137 bottles
Stevige, volle en complexe whisky. Zoet en kruidig op neus en smaak, met erg lekkere zoete en farmy turf. Op de neus komt er wat fruit bij, op de tong ook veel zoethout, zoet en zout/kruidig. Ik heb de smaak van zowel zoete als zoute drop. En ook hier (een beetje) fruit als extraatje. Erg romig, bijna boterig mondgevoel. Eén van de beste… nee, dé beste Connemara die ik al dronk. Guy wist hoe het kaf van het koren te scheiden, laat dat duidelijk zijn. 89/100

Crossing the ocean…

…om in de VS uit te komen. Ik proefde zonet twee goedkopere Amerikaanse whiskey’s, een Bourbon en een Rye, beide van Heaven Hill, beide ginds te koop voor een $20, hier zal je misschien iets meer moeten neertellen. De eerste is dus een distillaat van meerdere graansoorten waarvan maïs minstens 51% moet uitmaken, de tweede bevat dan weer minimum 51% rogge.

 

De Old Fitzgerald 12y 90 proof zou meer tarwe bevatten dan andere bourbons en is blijkbaar populair in het Witte Huis, want gekend als ‘The favorite of American Presidents’. Old Fitzgerald werd geïntroduceerd in 1870 en vandaag wordt nog steeds hetzelfde originele mash-recept van John Fitzgerald en Pappy Van Winkle gebruikt. De 90 proof is hier dus 45%, gewoon delen door twee. Niet te verwarren met het Europese proofstelsel.


Old Fitzgerald ‘Very Special’ 12y 90 proof, 45%, Kentucky Straight Bourbon, Heaven Hill 2010
De neus combineert het klassieke kruidige en granige profiel met zoetzuur fruit. Kruisbessen, onrijpe bananen, bosvruchten. Leder. Vanille. Wat noten. En een beetje stof ook. Vrij complex maar erg lekker vind ik dit toch niet. Olieachtig in de mond met een bitterzoete smaak. Granen, kruiden (peper), vanillepudding, zachte karamel, de bosvruchten (ik denk vooral aan bosbessen), wat abrikoos, pruimtabak en een beetje hout. Middellange, verwarmende en eerder droge afdronk. De vanille, de kruiden en het hout blijven hangen. Hier is nog weinig sprake van fruit. Degelijke instap-bourbon, maar ook niet meer dan dat. Dat Crembo de volgende keer eens Belgian Owl meepakt naar het Witte House i.p.v. een kristallen vaas. 75/100
 

De Rittenhouse ‘Bottled-in-bond’ 100 proof Rye Whiskey kreeg in 2006 de prijs van ‘North American Whiskey of the Year’ op het San Francisco World Spirits Competition. Rye whiskey wordt gezien als de meest oorspronkelijke en unieke Amerikaanse whiskey, die er lange tijd ook de belangrijkste was, voor hij overschaduwd werd door bourbon en Schotse en Ierse import.


Rittenhouse 100 proof, 50%, Straight Rye Whiskey, Heaven Hill 2010
Zoete en kruidige neus. Ik denk aan karamel, chocolade, vanille, geroosterde noten, kruiden (peper, gember), granen en wat gedroogd fruit. Wat associaties ja, maar het geheel kan me toch niet echt bekoren. De smaak is vrij straight forward. Erg kruidig en vrij droog. Wat gedroogd fruit, noten en rozijnen, naast de overdosis aan kruiden. De afdronk is lang, maar ook hier erg (tè) kruidig. Heb al betere Rye gedronken. Voor de Sazarac betaal je misschien iets meer, maar die vind ik merkelijk beter. Whiskey of the year!? 74/100

Een super bourbon

De Ezra Brooks 15y 101 proof is één van de (misschien wel dé) beste bourbon die ik al dronk. Het is een botteling van ergens de jaren zeventig en de fles gaat vergezeld van het opschrift ‘Rare Old Sippin’ Whiskey’. Sippin’ Whiskey indeed, echt een whiskey om van te smullen. Let op, de 101° proof is hier niet een dikke 57% maar 50,5% alcohol. Dit is immers American proof, simpelweg het dubbele van wat wij als alcoholpercentage tellen. In Schotland hadden ze een ander ‘proof’-stelsel, 100° proof was de alcoholsterkte waarop men buskruit nog kon doen ontsteken, zijnde 57% (70 proof = 40%, 80 proof = 45,7% enzovoort), met minder dan deze 57% bevatte het mengsel te veel water om het buskruit nog te doen ontbranden.
Ezra Brooks was in de jaren zeventig alles behalve een goedkope bourbon, iets wat het vandaag wel is. Het was integendeel een high-end whiskey, vooral populair bij de beter gegoede college studenten.

 
Ezra Brooks 15y 101 proof, 50.5%, ‘Rare Old Sippin’ Whiskey’, Kentucky Straight Bourbon, 1970’s
Zo goed als geen old bottle effect op de neus, wel een mengeling van de typische bourbongeur en sherry-associaties. Een ander type hout gebruikt voor het rijpen? Toch een bepaald effect van de 30 à 40 jaar op fles? Of gaf hij deze indrukken indertijd ook al? Wie zal het zeggen, en wie maalt er om… dit is in ieder geval een heerlijke neus. Enerzijds heb ik granen, vanillestokjes, vegetale en herbal tonen (broccoli, peterselie, eucalyptus, menthol) en daarna ook kaneel. Maar daar houdt het niet bij op, er zit een lekkere waxyness onder. Oud leder, antiekwas, oude meubels, dat soort zaken. Het geeft het geheel een zachte, romige, smeuïge toets. Gekonfijt en gedroogd fruit ook, net als wat balsamico. Karamel. Subtiele en complexe neus. Stevig op de tong, zoet en kruidig, erg kruidig. Vanille, maar ook zachte karamel, nootmuskaat, kaneel, peper en wat gember. Hout natuurlijk, licht bitter, propolisdruppels. Evoluerend naar bosvruchten. Ik denk aan cassissiroop en braambessen. Lange, droge en kruidige afdronk. Geweldige bourbon. 88/100

Tyrconnell 10y, port finish

Na de tienjarige Tyrconnell sherry finish die ik vorige maand besprak, proef ik vandaag de port finish.

 

Tyrconnell 10y ‘Port finish’, 46%, OB 2009
Frisse neus, een ‘herbal’ kruidigheid vermengd met een zoete fruitigheid. Vanille, honing, druivensap, abrikozen, pruimen. Een klein beetje hout. Niet slecht. Vlot drinkbaar, met dezelfde herbal tonen (eucalyptus, munt), honing, granen, gras en zoet fruit. De pruimen, net als de druiven. Eerder korte, zoet-kruidige finish. Al bij al een aangename whisky zonder echt bijzonder te zijn. Misschien een beetje té zoet voor mijn smaak. Beter dan vorige batchen, dat wel. 80/100

Tyrconnell 10y, sherry finish

De niet-geturfde tegenhanger van Connamara is Tyrconnell, samen de bekendste producten van de Cooley distilleerderij. De whisky die ik vandaag proef, is een tienjarige gefinished op sherryvaten.

 

Tyrconnell 10y ‘sherry finish’, 46%, OB 2009
Aromatische neus, erg kruidig. Een gans kruidenboeket. Waar hij mij vooral aan doet denken, is peperkoek met gember. De sherry is subtiel. Karamel, een beetje hout, rozijnen, vijgen. Ook op de tong is hij kruidig, zacht en droog. Pruimen, rozijnen, noten. Vooral naar het einde droogt hij wat uit. Witte pompelmoes, hars, hout. Zoethout. Bitterzoete afdronk met ook hier redelijk wat hout. Een beetje te droog op de tong om écht lekker te zijn, maar hier is voor de rest niets mis mee. 83/100

Heaven Hill

Vandaag steken we de plas over en belanden we in Kentucky, meer bepaald in de distilleerderij van Heaven Hill. Elijah Craig en Fighting Cock zijn hun bekendste bourbon merken. Ik proef er van elk één.


Elijah Craig 12y, 47%, OB Heaven Hill 2010
Zoete neus op de typische bourbon granigheid en vanille, vergezeld van butterscotch, hout, fruit en een beetje zilt. Aangenaam. Stevig in de mond op granen, hout, veel vanille, kruiden, gedroogd gras, abrikozen en bosbessen. Middellange finish op zoethout en vanille, met een klein beetje rook. Niet geweldig complex, wel lekker. 81/100
 
Fighting Cock 6y 103 proof, 51.5%, OB Heaven Hill 2010
Zoete, granige neus met karamel, vanille, veel kruiden (kaneel is het dominanste, maar ook nootmuskaat), een klein beetje leder, hout en citrus. Wat scherp. Ook de smaak is zoet (ik heb zowel vanille als karamel), met kruiden die mee om de aandacht dingen. Woudvruchten ook. Echt lekker vind ik dit evenwel niet. Middellange, droge en kruidige afdronk. Matige whisky. De Elijah Craig is niet veel duurder maar wel een pak lekkerder. 73/100

Connemara ‘Peated Single Malt’ NAS

Van deze whisky proefde ik eerder al een oudere batch, welke me niet echt kon bekoren. Eens zien of we drie jaar later enthousiaster zijn.

 
Connemara ‘peated single malt’ NAS, 40%, OB 2009
De neus geeft bij een eerste maal ruiken niet veel bloot. Maar geef ‘m wat tijd en hij bloeit open. Sinaas, peer en kruiden zijn de eerste zaken die naar boven komen, gevolgd door turf en Riesling. De turf komt meer en meer opzetten. Karton ook, toch een minpuntje. Mmm, wacht ‘s, dat karton wordt prominenter. Uitlaatgassen komen erbij, stof… oei, deze neus neemt een vreemde en behoorlijk onaangename wending. Op de tong is hij romig, boterig met veel sinaas (rijpe sinaas), turf en wat kruiden. Maar ook hier die vieze twist met het stof en het karton. Spijtig, erg spijtig. De finish is niet al te lang en vooral kruidig. De score viel terug van vooraan in de tachtig tot ver eronder. Wil je hier van genieten, dan mag je ‘m niet te veel tijd geven want voor je het weet heeft hij je bij de b… 71/100

Twee Ieren

Vandaag maak ik tijd voor twee scherp geprijsde Ierse producten, de Tyrconell zonder leeftijdsindicatie (25 euro) en de Greenore 8y small batch (35 euro), een grain whiskey. Vooral die laatste vind ik best koopwaardig.

 
Tyrconnell NAS, 40%, OB 2009
Granig en floraal op de neus. Muesli, kamille, gras, bierbeslag, maar ook citrus en vanille. Licht mineralig. Nat mos? Mmm, nat karton ook wel. Niet echt boeiend te noemen. De granen, het grassige en het mineralige zitten ook in de zachte, ietwat droge smaak. Hop en een beetje kruiden maken het… nu ja, af. Korte, weinig uitgesproken finish. Saai is het woord. 69/100
 
Greenore 8y ‘Small Batch’, 40%, OB 2009
De neus is fris en fruitig. Wat zoet (karamel). Zoet fruit à la ananas, banaan en meloen. Ook wat fruit op de tong, naast amandel en marsepein. Beetje kruiden. Ja, best lekker. Geen al te lange, maar wel zachte sappig-fruitige finish. Zachte, zoete, aangenaam drinkende kaarterswhisky. Merkelijk beter dan de vorige batchen. 81/100

Scores

Ik heb de vorige week gedronken Ardbeg 1967 Pale Oloroso 95 punten gegeven. Ik moet toegeven dat ik lang getwijfeld heb tussen 95 en 96, want hij is echt wel gigantisch lekker. Ik merk bij mezelf dat ik hoe langer hoe scrupuleuzer wordt bij het toekennen van dit soort scores. Soms vraag ik me af of ik sommige whisky’s niet te hoog scoor, of mijn referentiekader ondertussen groot genoeg is om deze scores te verantwoorden. Ik heb het eens nageplozen. Tot op heden heb ik 480 whisky’s gescoord (maar nog niet alles gepubliceerd), waarvan er tien een score van 95 of meer hebben gekregen. Dit is 2% van alles wat ik geproefd heb. Als ik kijk naar de scores boven 92 – wat ik om één of andere reden een psychologische drempel vind – kom ik op 26 (5%). Dat valt dus wel mee vind ik.

In totaal geef ik er 79 een score van negentig of meer (16%). 16% is misschien veel maar het is wel zo dat je na een tijdje wel weet welke whisky’s lekker zijn, welke whisky’s een reputatie hebben opgebouwd. Op festivals bv. zoek je die dan ook op (als de prijs het toelaat natuurlijk). Samaroli tastings en zo helpen natuurlijk ook wel om het betere werk voorgeschoteld te krijgen.

Bovendien kunnen scores na een nieuwe proefbeurt altijd herzien worden, zowel naar boven als naar beneden. Scores zijn immers geen vaststaande beoordelingen en worden altijd in bepaalde mate beïnvloed door het moment waarop men de whisky in kwestie drinkt. Met ‘moment’ bedoel ik de sfeer, de mood, de plaats van de whisky in een line-up, etc.. Zo had ik na onze supertasting vorige maandag voor de bewuste Ardbeg een score van 96 in m’n hoofd, maar na herproeven woensdag thuis uiteindelijk toch naar 95 gebracht, weliswaar na erg lang wikken en wegen. Ben ook eens benieuwd naar de herkansing voor de Brora 22y 1972/1995 Rare Malts (de 58.7% versie), die ik in 2007 97 punten gaf, toen mijn referentiekader zeker nog niet voldoende groot was. Ik heb tot nu toe het karakter gehad m’n 3cl sampeltje te negeren, maar denk niet dat ik dat nog lang ga volhouden.

Enkele Ierse single malts

En om het hoofdstuk Ierland af te sluiten, hieronder proefnotities van enkele Ierse single malts:
 
Bushmills 10y, 40%, OB 1999 – Ireland – 66/100
Moutig, beetje zoet ook. Vanille, zowel in smaak als afdronk. Erg zacht, té zacht. Mist kracht, complexiteit, finesse… Kan doorgaan voor een betere blend, maar is een zwakke malt.
 
Cooley ‘The Drunken Angel’ 15y 1992/2007, 46%, Daily Dram, 65 bottles – Ireland – 72/100
Botteling voor The Nectar (Daily Dram). Fruitige neus met banaan en citrus en beetje kruiden. Zachte zoete smaak (Ierse whisky weet je). Ook de afdronk is zacht en zoet. Lekker, zonder echt bijzonder te zijn.
 
Tyrconnell Single Malt, 40%, OB 2006 – Ireland – 68/100
Niet ouder dan 8 jaar is deze malt. Cleane, zachte neus met veel graan en vanille. Karamel ook. En een beetje fruit (peer?). Fruitige smaak. Citrus, ananas. Kweepeer. Beetje wijn-ig… middellange afdronk. Mist kracht. In het beste geval voor ’s zomers op een terrasje.

Enkele Ierse blends

Vandaag en morgen enkele proefnotities van Ierse whisky’s. Laat ons beginnen met een paar blends.
 
Jameson, 40%, OB 2002 – Ireland – 43/100
Lichte zoetigheid, honing. Eén van de betere klassieke blends.
 
Paddy, 40%, OB 1999 – Ireland – 28/100
Minder zoet dan de Jameson. En minder lekker. Vanille, hout. Korte afdronk.
 
Inishowen, 40%, OB 2006 – Ireland – 39/100
Fruitig en zoet. Vanille, karamel. Niet slecht, maar blijft allemaal redelijk vlakjes allemaal. Mist punch. En meer… Naar het schijnt is Inishowen ‘lightly peated’, maar daar proef ik niks van.
 
Redbreast 12y Pure Potstill Irish Whiskey, 40%, OB 2006 – Ireland – 79/100
Redbreast, zowel de 12y als de 15y zijn geen malt whiskies, maar blends. Deze 12y heeft een erg aangename neus met vanille en veel fruit. Perzik, abrikoos. Iets waxy ook. Ook de smaak is erg fruitig en zoet. Vooral honing hier. Banaan. Lichte rook? Vrij lange finish op dezelfde sensaties (fruit & honing). Allemaal erg geconcentreerd voor z’n 40%, en een hoge score voor een blend.

Ierland

Ook Ierland heeft een traditie van whisky maken. Of beter, van whiskey maken, want in Ierland – net zoals in de Verenigde Staten – schrijft men whiskey, met een tussen-e. In alle andere landen blijft het gewoon ‘whisky’. Rond 1870 was de reputatie van Schotse whisky zo slecht dat men in Ierland en de VS besloot een extra ‘e’ toe te voegen om hun producten te onderscheiden van de Schotse rommel.

Ierland gaat er prat op de bakermat te zijn van het whisky distilleren, de geschiedenis ervan zou teruggaan tot de 12e eeuw. Ook zou het zo zijn dat in 1608 de Old Bushmills Distillery als eerste in de wereld een licentie kreeg voor het maken van whisky.
Rond 1770 kreeg het distilleren in Ierland een nieuw boost met de komst van Schot John Jameson naar het land. Hij starte er de distilleerderij op die z’n naam droeg. Deze is nu niet meer actief, maar is opgegaan in de New Midleton Distillery.

Ierse whisky wordt over het algemeen driemaal gedistilleerd en is niet geturfd. Uitzondering is Connemara. Deze whisky wordt slechts tweemaal gedistilleerd (zoals het geval is bij de meeste Schotse distilleerderijen) én bij het drogen van de gemoute gerst wordt er wel turf gebruikt.

Ooit telde Ierland honderde distilleerderijen, maar door economische tegenslagen (vooral de drooglegging van de jaren 1920 speelde hierin mee) is dat aantal door de jaren heen sterk verminderd. Vandaag heeft Ierland nog drie actieve distilleerderijen over, Cooley, Midleton en Bushmills.
 
Cooley Distillery
Cooley, gelegen aan de Ierse oostkust, is de enige distilleerderij die nog volledig in Ierse handen is. Het werd opgericht in 1987 door John Teeling en commercialiseert o.a. de merken Connemara, Inishowen, Tyrconnel, Kilbeggan, Locke’s, en Micheal Collins. De whiskey’s van Cooley worden maar twee in plaats van drie keer gedistileerd, in tegenstelling tot de andere Ierse whiskey’s. Voor z’n whiskey’s gebruikt Cooley water van de sliabh na Gloch rivier hoog in de Cooley mountains. De whiskey rijpt in de warehouses van de oude Kilbeggan distilleerderij.
 
New Midleton Distillery
De geschiedenis van Midleton gaat terug tot het begin van de 17e eeuw, toen werd de ‘Old Midleton’ distilleerderij gebouwd.
In 1966 richtten de eigenaars van Old Midleton Distillery, Cork Distillers Company, samen met John Power & Son en John Jameson & Son de Irish Distillers Group op. Deze nieuwe groep besliste om hun bestaande distilleerderijen te sluiten (w.o. Jameson) en hun activiteiten te groeperen. Dit leidde tot de bouw van de New Midleton Distillery, naast de oude. In 1975 werd de productie in de oude distilleerderij definitief stopgezet en overgezet naar de nieuwe. De oude fungeert nu als bezoekerscentrum.
Heden ten dage is Midleton eigendom van Pernod-Ricard en één van de modernste distilleerderijen in de wereld. Met een capaciteit van 19 miljoen liter per jaar is het trouwens ook de grootste van Ierland. Het produceert whiskey voor de labels Jameson (best verkopende Ierse whiskey in de wereld), Powers (best verkopende whiskey in Ierland zelf), Paddy, Tullamore Dew, Redbreast en Midleton Very Rare.
 
Old Bushmills Distillery
De oude Bushmills distilleerderij is gesticht in begin 17e eeuw en ligt in het gelijknamig plaatsje in Noord-Ierland. Het zou King Henry II zijn geweest die rond 1600 de smaak van Bushmills erg kon appreciëren en in 1608 Bushmills als eerste distilleerderij ter wereld een officiële licentie gaf voor het stoken van whiskey.
In 1784 werd de Bushmills Distillery een officieel geregistreerd bedrijf.
Gedurende het grootste deel van de 18e en 19e eeuw hebben Ierse migranten in de VS de lof over Bushmills gezongen, wat er toe leidde dat de whiskey een groot succes kende op internationale competities en de VS de belangrijkste importeur van Ierse whiskey werd.
De drooglegging (Prohibition) van de jaren twintig bracht de industrie grote schade toe, maar Bushmills overleefde, vooral dankzij de visionaire Wilson Boyd, toenmalig distillery manager. Hij speculeerde op het einde van de drooglegging door grote hoeveelheden whiskey op te slagen, klaar voor export.
Na WOII kwam de distilleerderij in handen van Isaac Wolfson, om in 1972 opgekocht te worden door Irish Distillers, welke in die tijd dus de volledige productie van Ierse whiskey controleerde. Het merk Bushmills werd zwaar verwaarloosd door ID, vooral ten voordele van Jameson.
In 1988 werd Bushmills overgenomen door Pernod Ricard en in 2005 belandde het voor 200 miljoen Pond in de portefeuille van de multinational Diageo, dat de productie sterk verhoogde.
De Bushmill Distillery brengt de namen Bushmills Original, Black Bush, Bushmills 10 year single malt, Bushmills 12 year single malt, Bushmills 16 year single malt, Bushmills 21 year single malt en Bushmills 1608 (ter gelegenheid van de 400e verjaardag van de distilleerderij) op de markt.
 
 
A ja, Ierse whiskey wordt ook gebruikt als onderdeel van de Irish coffee. Allez, zou toch moeten.