Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Speyside’

Glen Grant 37y 1970, Duncan Taylor for The Nectar

De naam Glen Grant verwijst naar de twee oprichters, James en John Grant. De distilleerderij, gebouwd in 1840, ligt in Rothes en aan de overkant van de straat bouwde de tweede generatie Grants, burgemeester James Grant jr., een tweede distilleerderij: Glen Grant 2. Deze laatste kennen we vandaag de dag als Caperonich.

 
Glen Grant 37y 1970/2007, 53.3%, DT for The Nectar, c3475, 139 bts.
Subtiele en complexe neus op verfijnde sherrytonen. Ik heb gedroog fruit (vijgen, pruimen), noten, tabak, tabaksrook, oud leder, zachte karamel, koffie, praliné en belegen hout. Zelfs een licht tropische toets. Een neus om van te smullen! Stevig en prikkelend op de tong. Gedroogd fruit, karamel, wat hars, munt, veel noten en meer en meer hout. Wordt op de duur nogal droog (kost een puntje of twee). Lange, intense, kruidige afdronk. Kaneel. Maar ook hier wat te droog om nog hoger te scoren. Het blijft evenwel een héél lekkere whisky. 89/100

Adelphi’s Laudale

Deze Laudale (‘Valley of the Mountain Streams’) is eigenlijk een vatted Glenfarclas. Hij bevat whisky van tien first fill sherryvaten waarvan de jongste 12 jaar en de oudste 15 jaar oud is, alle van dezelfde Speyside distilleerderij dus. Ook Adelphi was vroeger een distilleerderij en is nu gekend als onafhankelijk bottelaar. Het wordt geadviseerd door Charles McLean.

 
Adelphi’s Laudale ‘Batch #1’ 12y, 46%, Adelphi 2009, 3458 bottles
Droge en sterke sherryneus. Veel hout, rubber, bittere chocolade, tabak, rozijnen, leder… the usual suspects. Herbal ook. Eigenlijk helemaal niet slecht, maar de smaak kondigt zich aan als ‘erover’. Inderdaad, alhoewel het nog meevalt. Vrij bitter en droog maar misschien eerder ‘op het randje’ dan ‘erover’. Rode bessen, onrijpe kruisbessen, maar vooral rubber, bittere chocolade, koffie, noten en sterke thee. Ook de afdronk is droog en bitter met veel noten en espresso. De score kan vooral op het conto van de neus geschreven worden. 81/100

Balmenach 1973, Gordon & MacPhail

Tijd voor een Balmenach, die hebben we nog niet gehad. Deze distilleerderij met z’n rijke geschiedenis ligt midden in Speyside, naast Tomintoul en werd opgericht in 1824 door James McGregor, een notoir ‘moonshiner’. Het bleef een ganse eeuw familiebezit. In 1993 sloot de toenmalige eigenaar Diageo de deuren, maar tot een afbraak kwam het net niet. Daar zorgde Inver House voor, dat in 1997 Balmenach opkocht, weliswaar met lege warehouses. Je kan de whisky van Balmenach ook tegenkomen onder de namen Balminoch en Cromdale.

 
Balmenach 1973/1995, 40%, G&M Connoisseurs Choice
De neus is droog en wat muf. Niet echt stoffig, ik denk eerder aan champignons en mos. Stro. Niets fouts evenwel. Na enige tijd maakt dit plaats voor fruit. Pruimen, sinaas en zelfs wat mango. Ook een kruidige toets doemt op. Kamille, munt. Evolueert mooi. Fruitige smaak met de mango en de sinaas van de neus, net als kiwi. Ja, deze Balmenach is wat tropisch. Naast het fruit heb ik vanille, zoethout, gember en een beetje hout. Lekker. Dat muffe zit blijkbaar enkel wat in de neus. Middellange afdronk op gestoofd fruit en kruiden, eindigt licht bitter. Een meer dan geslaagde kennismaking. 85/100

Het Zesde Metaal & Linkwood 1973

Het Zesde Metaal is van het beste wat West-Vlaanderen de wereld te bieden heeft. Samen met Rodenbach en The Chocolate Line dan. Hun debuut Akattemets heb ik al grijs gedraaid, maar het kreeg – buiten de late uren op Radio 1 – niet geweldig veel airplay. Nochtans schreeuwt deze plaat om bewonderd te worden. Songs als Est Miskien, Keuning van de Jacht, Peis Je Nog Aan Mie en Appartementje zijn echt sterk, maar vooral van Ik Haat U Niet krijg ik kippenvel. Wat een intensiteit! Hoe dat nummer opbouwt, van zacht naar oerend hard en terug gaat, ik krijg het er koud van. En zelfs de teksten zijn relatief verstaanbaar voor de niet-natives (zeker als je Bert Bruyneel al eens in z’n moedertaal hebt bezig gehoord).
Beluisteren van goeie muziek gaat hier ten huize Onversneden meestal gepaard met het drinken van goeie whisky. De keuze viel op een Linkwood 1973 van Signatory.

 
Linkwood 31y 1973/2005, 52.6%, Signatory, cask 14072, 191 bottles
Levendige, krachtige en fruitige neus. Ik ruik limoen, abrikoos, pruim. Kandijsiroop en vanille zorgen voor het zoets, het hout countert. Lichte, frisse smaak met ook hier een mooi samenspel tussen fruit, hout en zoets. Hier eerder honing. Qua fruit heb ik vooral perzik en abrikoos. Chocolade en een beetje zilt, en kruiden naar het einde. Die ‘peper en zout’ heb ik ook in de middellange afdronk. Erg lekkere oude Linkwood. 87/100

Glenrothes 1979, OB 1994

De Glenrothes die ik vandaag proef, werd gedistilleerd op 3 augustus 1979 en ‘goedgekeurd’ voor bottelen op 5 oktober 1993. Dat laatste gebeurde uiteindelijk pas in 1994, in de karakteristieke in karton verpakte bolle flessen.

 
Glenrothes 1979, 43%, OB 1994
Subtiele, delicate en rijke neus. Zeer fruitig en wat floraal (gedroogde bloemen) met honing en zachte turf erdoorheen. Knap! Het fruit waar ik aan denk, zijn zoete druiven, rijpe (rode) kruisbessen, warme appelmoes, rozijnen op rum, kaneel… ja, dit gaat richting appelstrudel. Zalig lekker die neus. De smaak is romig, zacht, zoet-fruitig en ook kruidig, kruidiger dan de neus. Kaneel, nootmuskaat en zoethout. Vooral veel zoethout. Honing ook, sinaas, gedroogde abrikoos en een tikkeltje turf. Vrij lange, kruidige en licht drogende afdronk met wat zoets ter compensatie. Geweldige Glenrothes. Bedankt Ruben! 90/100

Glen Grant 1972, Duncan Taylor for The Whisky Fair

Een oude Glen Grant, altijd iets waar een mens naar uitkijkt. Deze whisky – die rijpte op sherryvat – werd recent door Duncan Taylor gebottled voor The Whisky Fair.

 

Glen Grant 36y 1972/2009, 56.3%, DT for The Whisky Fair, 209 bts
De neus is krachtig en start erg fruitig. Eerst op pompelmoes en mandarijn, daarna gaat ie de exotische toer op. Ananas, mango… maar ook pruimen en allerlei gedroogd fruit. Noten. Studentenhaver dus. Langzaamaan komen er bloemen en kruiden opzetten. Zoethout, eucalypthus. Dan boenwas en honing. Veel honing. Subtiele rook ook. Erg complex en wreed lekker die neus. De smaak is zoet en licht bitter. De sherry heeft z’n werk gedaan maar gaat nooit domineren. Het fruit (dezelfde soorten als in de neus), de kruiden, de noten, het hout, de honing, de chocolade, ze krijgen vrij spel. Middellange, verwarmende finish op allerlei zoets, leder en kruiden. Droogt niet uit. Geweldige Glen Grant. Dit is sherry zonder streken, sherry zoals ik ‘m graag heb. 91/100

Banff 21y 1982, Rare Malts

Banff sloot z’n deuren in 1983 en werd in de jaren daarna geleidelijkaan afgebroken. Het laatste overblijfsel van de distilleerderij, een warehouse, ging in 1991 in vlammen op.

 

Banff 21y 1982, 57.1%, Rare Malts 2004
Zeer frisse, cleane neus die wat tijd nodig heeft om zich volledig bloot te geven. Ik had dat ook met de 1971 van de Dead Whisky Society, alhoewel deze neus dat niveau nu ook weer niet haalt. Het begin is wat saai met citrus, granen (havermout) en hout, maar dan komt er meer fruit door: sappige peren, ananas en meloen (cavaillon ofte charentais). Gras ook en opgeblonken zilverwerk. Niet erg complex, wel lekker. Op de tong toont hij zich ruw, scherp en erg alcoholisch. Bitter. Die bitterheid valt in het begin nog mee, maar naar het einde begint het bittere stevig te overheersen. Granen, vanille, witte pompelmoes, nootmuskaat, veel hout – op de duur teveel – en vooral op het einde noten en rauwe kastanjes. Pfff, neen, dit is niet meer aangenaam. De neus was beter, merkelijk. Bittere afdronk met wat citrus en kruiden maar vooral veel hout en noten. Moeilijk om te scoren. Op basis van de neus had hij 85 verdient, minstens. Het eindoordeel valt een pak magerder uit. 80/100

Dead Whisky Society

Donderdag zette Serge Valentin twee Banff’s in de kijker met de boodschap aan zijn whisky-minnende medeburgers om naast de Port Ellens en Brora’s ook eens wat aandacht te besteden aan enkele andere, veel minder bekende distilleerderijen die in 1983 de deuren dienden te sluiten. Zeker nu deze hoe langer hoe zeldzamer worden, wacht je best niet veel langer om één van deze whisky’s aan te schaffen. Ik volg Serge in z’n keuze voor Banff, maar dan met een andere, ééntje van de Dead Whisky Society.

De wat? De Dead Whisky Society is inderdaad een vrij onbekende Schotse bottelaar. Jim Milne, die z’n sporen verdiende in de blendingindustrie – o.a. bij Chivas en met de blend ‘Royal Silk’ – is er de drijvende kracht achter. Zoals de naam doet vermoeden, legt het zich toe op het bottelen van vergane gloriën, whisky’s van gesloten distilleerderijen.
Hun eerste botteling was een Dallas Dhu van 1975. Deze werd eind 2005 als een soort van trial exclusief verkocht via Dubai Duty Free, na London Heathrow de grootste duty free in de wereld. Deze trial bleek erg succesvol te zijn, de 200 geleverde flessen waren in een mum van tijd de deur uit. Er werd dan ook beslist het initiatief verder te zetten, meer whisky’s te bottelen en deze ook via andere kanalen te verkopen. Desondanks ben ik er nog niet veel tegengekomen. Wel dronk ik ten huize Bill & Maggie Miller van de Scotch Single Malt Circle, na ons bezoekje aan Mara, een Banff 1971. We waren daar behoorlijk van onder de indruk, in die mate zelfs dat Luc meteen een tweetal dozen bestelde (ja, sommigen kopen per doos). Ik heb ondertussen ook een fles staan, die vandaag gekraakt wordt.

De Society stelt zich tot doel whisky’s te bottelen die een eerbetoon voor de betreffende distilleerderij zijn. Hun Banff maakt deze belofte in ieder geval meer dan waar. Banff was operationeel van 1825 tot 1983. In 1985 werd de distilleerderij afgebroken.

 
Banff 37y 1971/2008, 53.3%, Dead Whisky Society, cask 633, 565 bts
De neus start moeizaam, met tonen van lijm, vernis en thinner. Niet wat je meteen een superneus zou noemen. Maar dan komt er wat zoets door en maltig hout. Vanille… en dan begint het. Fruit, van een beetje fruit naar meer, van meer naar veel. Kruisbessen, roze pompelmoes, kiwi en nog een hoop ander soorten. Daarna krijg ik boenwas, acaciahoning en mosterd. Dan volgen zilverpoets en natte steen… man, deze whisky evolueert echt heel mooi. En ja, hij heeft tijd nodig, hij gaat van gewoon lekker naar geweldig lekker. De smaak doet niet onder, ook hier heb je trouwens die prachtige evolutie. Zacht, romig (boter) en erg geconcentreerd (‘dik’), eerst op de lijm – wat in deze Banff een pak aangenamer is dan het klinkt – en dan op vanille en citrus (sinaasschil, pompelmoes), dan kiwi, daarna hout en kruiden. De mosterd duikt opnieuw op en wordt vergezeld van wat peper. Koriander? Erg lange en complexe afdronk op (o.a.) citrus en kruiden. Heerlijke old-school malt! Pas op, dit is geen gemakkelijke whisky, je moet moeite doen om hem in z’n volle glorie te kunnen ervaren en hem vooral tijd geven, anders gaat hij aan je voorbij. En dat is echt wel zonde. 93/100
 

Ik zal niet gauw een koopadvies geven (dat moet je zelf maar uitmaken), maar voor deze maak ik graag een uitzondering. Dit is een unieke gelegenheid om een unieke whisky te kopen. Banff van dit niveau zal je in de toekomst nog moeilijk vinden, en al helemaal niet voor minder dan 200 euro. Luc Timmermans heeft nog enkele flessen staan. Twijfel? Bestel dan eerst een sample, je zal het je niet beklagen.

Twee geweldige 15-jarige Longmorns 1990

Laat ons vandaag twee Longmorns 1990 naast elkaar zetten die reeds veelvuldig bejubeld zijn. Het betreft enderzijds vaten 30111 & 30112 van Berry Bros en anderzijds vat 30091 van Speciality Drinks, gebotteld in hun Single Malts of Scotland reeks. Beide whisky’s werden in 2005 op de markt gebracht.

 

Longmorn 15y 1990/2005, 46%, Berry Bros & Rudd, casks 30111-30112
Die neus is zalig. Veel fruit, zoet en sappig fruit. Ik denk aan peer, banaan, meloen, druiven, limoen en nog heel wat andere soorten. Dit succulent fruit gaat vergezeld van rook, bijenwas en honing. Zachte karamel (vanille fudge?) dien ik nog te vermelden, alsook mokka. Gianduia-chocolade! Daarna komen er bloemen opzetten… zalig. Erg complex, doet me denken aan (veel oudere) Clynelish. Op de tong heb ik gelijkaardige aroma’s. Fruit (pompelmoes, limoen), honing, florale elementen en karamel. Daarna wordt hij wat droog: noten, sterke thee, hout… Spijtig. Lichte zilt en nog lichtere turf. Bitter-fruitige afdronk met witte pompelmoes, hout en kruiden. Louter op basis van de neus zou ik ‘m 93 scoren, omwille van de licht storende bitterheid in de smaak en afdronk valt het eindoordeel iets lager uit. 91/100

 

Longmorn 15y 1990/2005, 60.4%, Single Malts of Scotland (TWE), cask 30091, 129 bottles
De neus is zoeter dan die van de Berry Bros, wat minder fruitig en natuurlijk ook een pak krachtiger. Het fruit is hier perzik en abrikoos, evoluerend naar banaan en ananas. Geconfijte ananas. Veel vanille, wat hout en gesuikerde amandelen. Latte Macciato (met veel suiker), kandij, munt… ook deze neus is om van te smullen! Complexe, zoete smaak en verdacht drinkbaar op dit percentage. Wit fruit (meloen, peer), mokka, peper, nootmuskaat, hout (maar hier stoort dit niet). Met wat water worden de zoete en fruitige tonen nog versterkt. De afdronk is lang en kruidig. De neus van de Berry Bros vond ik beter, qua smaak prefereer ik de SMoS. Globaal genomen zijn ze evenwaardig, geen reden dus om deze anders te scoren. 91/100

Benromach 25y

In feite zou Benromach in het rijtje van Port Ellen, St. Magdalene en Brora moeten staan, het werd immers samen met deze legendes in 1983 gesloten door United Distillers (UDV, het huidige Diageo). Maar in tegenstelling tot zijn roemruchte lotgenoten werd Benromach ‘gered’, door Gordon & MacPhail die het in 1992 opkocht, alhoewel de distilleerderij op de washbacks na volledig ontmanteld was.

 

Benromach 25y, 40%, OB 2010
Frisse, florale neus op bloesems, citroen, limoen, gras, vanille, van die harde fruitsnoepjes en gember. Geconfijte gember (een aanrader). Die gember zit ook in de volle, romige en zoete smaak. Vanille, fudge, geroosterde noten en een tikkeltje rook. De afdronk is bitterzoet en kruidig. Lekkere whisky, maar met de nieuwe 10y heb je voor minder geld een whisky die minstens even goed is. 85/100

Mortlach 19y 1988, Signatory

Mortlach is de oudste distilleerderij van Dufftown, een beetje ouder nog dan Glenfiddich. Het kreeg z’n licentie in 1823, maar was al eerder in productie.

 
Mortlach 19y 1988/2008, 59.6%, Signatory, cask 2652, 577 bottles
Rijke, maltige en zoete neus. Ik denk zowel aan perensiroop, karamel, vanille, crème brûlée… stroperig zoet dus. Hij vult de mond met z’n granen en z’n zoete tonen en evolueert van zoet naar bitter. Hier zorgt het hout, het hars en de kruiden voor. Met water komt er citrus bij. Droge, prikkelende afdronk. Lekkere Mortlach. 84/100

Macallan 19y 1991, A.D. Rattray

Het hoofdstuk nieuwe bottelingen van A.D. Rattray sluit ik af met de Macallan 1991. Macallan beweerde altijd dat de volledige productie rijpte op sherryvaten, waarvan een driekwart oloroso. De recente fine oaks en ook dit bourbonvat van Rattray bewijzen iets helemaal anders natuurlijk. Dit bourbonvat werd al in 1991 gevuld.

 

Macallan 19y 1991/2010, 58.9%, Dewar Rattray, cask 4135, 260 bts
Het eerste waar ik aan dacht bij het ruiken van deze whisky was peterselie. Het knippen van verse peterselie. Dan aan broccoli. Vervolgens kwam er wat zoets door, maar hij blijft erg vegetaal. Bouillonblokjes. Maggi. Het zoet wordt vergezeld van zilt. Granen, citrus en gele appels ontwaar ik ook nog. De smaak is olieachtig en net als de neus vegetaal en ziltig. Gezouten popcorn. Hier heb ik nog perziken, hout en veel kruiden. Peper, kaneel, zoethout en tijm. Kirsch. Groene thee. Meer hout en herbal tonen na wat water te hebben toegevoegd. Best lange, kruidige en ja, vegetale afdronk. Bijzondere whisky, voor bij vlees en patatten zou ik zeggen. Maar wel lekker hoor. 83/100

Cragganmore 14y 1993, A.D. Rattray

Er resten mij nog twee nieuwe Rattray’s te proeven, plus een extraatje in de vorm van de nieuwe Stronachie 12y. Vandaag de Cragganmore 1993, later deze week een bijzondere Macallan 1991. Cragganmore werd in 1869 uit de grond gestampt door John Smit, die voordien een pak ervaring had opgedaan als manager van Macallan, Glenlivet en Glenfarclas. De populariteit van het merk kreeg een boost toen het in 1988 één van de zes Classic Malts van UDV werd.

 
Cragganmore 14y 1993/2007, 59.8%, Dewar Rattray, cask 1910, 317 bts
Bourbon cask. Cleane, scherpe en grassige neus (vers gemaaid gras) met redelijk wat hout, zoethout en fruit. Rijpe peren en limoen. Zeep? Mmm misschien, erg onderliggend in ieder geval, niets storends. Smaak: idem dito. Grassig, clean en scherp. Alcohol, graan, hout, appelschillen, onrijpe kruisbessen. Toch maar watergewijze tot een 50% brengen. Dat is beter, meer fruit en ook okkernoten, in de neus en in de smaak, zonder écht smashing te worden. Hij blijft wel effe hangen. Foutoze maar weinig boeiende whisky. 79/100

Tomatin 21y 1988, Dewar Rattray

Een andere nieuwe DR is een Tomatin op bourbonvat van 1988. Tomatin was lang de grootste distilleerderij van Schotland, met niet minder dan 23 actieve stills. Na een geleidelijke ontmanteling zijn er daar vandaag nog 12 van in werking.

 
Tomatin 21y 1988/2010, 55.2%, Dewar Rattray, cask 1088, 213 bottles
De neus begint heel zoet. Hij doet mij denken aan gestoofd fruit, allerlei confituren, zelfs Turkish delight. Gedroogde abrikozen ook wel, sultanas. Aarde en de geur van tabak heb ik nog. Daarna krijgt hij iets geroosterd en komt er een lichte kruidigheid door. Die kruiden en het geroosterd karakter mengen zich heel mooi met het zoets. En met mooi bedoel ik echt mooi. Met water groene bananen en gras. Op de tong toont hij zich vol, complex en olieachtig. Net als in de neus is hij zoet, met tonen van gedroogd fruit en infusiethee. Gesuikerde bloesems zou ik het noemen. Neen, ijs van bloemblaadjes. Ik heb dat twee weken geleden gegeten op restaurant – zalig lekker – en daar doet deze whisky mij wat aan denken. Net als aan Mocato d’Asti, een Italiaanse zoete witte wijn. Heerlijk bij een Keiems kaasje (Keiems Bloempje), maar nu dwaal ik af. Nootmuskaat en zoethout wat de kruiden betreft. Redelijk lange, fruitige afdronk op druiven, sinaas en kruiden. Een topper, het gemiddeld niveau van de nieuwe Dewar Rattray’s ligt echt wel hoog. 89/100

En nog een Longmorn

Ook de Longmorn gebotteld door de Van Compernolle Whisky Club ter gelegenheid van het eerste Wild West Whiskyfest proefde ik reeds eerder, nl. tijdens de eerste editie van het festival. Nu dus sample-gewijs een tweede maal. Dit was trouwens één van de twee festivalbottelingen, de andere is een Royal Brackla 1998.

 
Longmorn 32y 1976/2008, 54.7%, V.C.W.C., Wild West Whiskyfest 2009, cask 5895, 125 bottles
Deze 32-jarige Longmorn heeft een zeer aangename, kruidige en wat ‘aardse’ neus (grond, het wroeten in de aarde) en een krachtige, filmende smaak – op fruit en kruiden – die misschien wel wat complexiteit ontbeert, maar de sterke afdronk (zoet, vol) maakt veel goed. Mmm, dit is een korte note, dit moet beter kunnen Johan. Eens kijken wat we nog uit neus kunnen halen. Buiten snot. Vleessaus? Ja, vleessaus. Leder ook en een beetje tabak. Banaan, en iets waxy. Schoensmeer. In de smaak moet ik ook nog een beetje zilt vermelden. Het zijn echter de neus en de afdronk die deze whisky tot een winnaar maken. 89/100

Longmorn 37y 1972, The Whisky Agency

Dit is whisky die op korte tijd een stevige reputatie heeft opgebouwd. Ik proefde hem voor het eerst in Schotland dankzij Dominiek. Vandaag dus een tweede maal.

 
Longmorn 37y 1972/2010, 51.3%, The Perfect Dram IV (The Whisky Agency & Three Rivers Tokyo 2010), 231 bottles
Oh ja, die neus is goed! Geweldig lekkere sherry, geweldig lekker fruit. Rood fruit (bessen), appelsien en kruisbessen. De sherry uit zich verder in associaties van noten, rozijnen, gedroogde pruimen en gedroogde bloemen. Potpourri, maar dan niet van die goedkope lavendeltoestanden. Alsof dat nog niet genoeg is, is deze Longmorn op de neus zalig waxy en geurt hij naar oude lederen zetels. Complex dus met een schitterende balans tussen bitter, fruitig en zoet. De romige whisky vult de mond meteen, waar hij zich een even schitterende dram als op de neus toont. De rozijnen en de pruimen, het rood fruit en het leder zitten ook op de smaak. Perziken, verse witte pruimen (naast de gedroogde dus), peren en wat – maar nooit teveel – hout vervolledigen het plaatje. Lange afdronk op studentenhaver en hout. Wat een zalige whisky, een terechte hype. 93/100

Allt-A-Bhainne

Allt-A-Bhainne is een distilleerderij die hier nog niet aan bod is gekomen. De reden is simpel, de productie van deze distilleerderij gaat zo goed als volledig naar de blenders, het aanbod aan single malt is dus zeer beperkt. Allt-A-Bhainne is daarenboven ook een jonge distilleerderij, opgericht in 1975, in 1989 verder uitgebreid door Chivas.

 
Allt-A-Bhainne 1992/2007, 43%, Scott’s Selection ‘Private Cellar’
Cleane, granige neus. Muesli, havermoutpap, brood, mash. Aardappelpuree. Licht stoffig met notes van champignons en aarde. Gedroogd gras. Wat munt. Niet echt boeiend te noemen. Olieachtig mondgevoel op tonen van karamel en granen. Maltig. Geroosterd brood, toast. Een beetje fruit (peer, pruim) en ook hier een grassige ondertoon. Eerder korte, matige afdronk. Foutloze maar saaie whisky. Ideaal voor blends, inderdaad. 74/100

Een nieuwe lading Dewar Rattray’s

Na een tijdelijke afwezigheid gooit Dewar Rattray zich opnieuw op de Belgische markt. Deze herlancering vertaalt zich in 12 nieuwe bottelingen onder het Cask Collection label, bottelingen die vanaf heden in België te verkrijgen zijn. Ook lanceren ze twee nieuwe versies van de Stronachie, een 12y en een 18y. In de loop van de komende weken zal je hier af en toe besprekingen van dit alles zien verschijnen. Ik begin met twee 1990’ers, een Mortlach en een Tullibardine.

 
Mortlach 19y 1990/2010, 58.6%, Dewar Rattray Cask Collection, cask 5950 (part), 218 bottles
Mortlach is de oudste distilleerderij op Dufftown, opgericht in 1823. Dit is een sherryvat, maar op het eerste zicht (vervang zicht door reuk en smaak) merk je daar niet veel van. Frisse neus die het bij de start vooral moet hebben van granen, citrus (schil van citroenen), honing en gedroogd gras. Wat droog. Daarna komen er abrikozen, sinaas, okkernoten en (melk)chocolade bovendrijven, zaken de je toch eerder met sherry associeert. Een lekkere ‘herbal’ kruidigheid steekt ook de kop op. Nog iets? Ja, appelschillen. Het geheel doet me trouwens wat aan cider denken. Boeiende neus, mooie evolutie. Water toevoegen vergroot de fruitigheid, peren onder andere. De smaak is stevig en toch zijdezacht met fruitig en kruidig als kernwoorden. Hooi, malt, pompelmoes, zoethout, licht bitter. Hier is het het water dat de sherry naar boven haalt. Het zoethout wordt prominenter en er komt zachte karamel, koffie en praliné door. De finish is niet geweldig lang maar mooi gebalanceerd op citrus, melkchocolade en gebak. Lekkere whisky, absoluut. 86/100
 
Tullibardine 18y 1990/2009, 59.1%, Dewar Rattray Cask Collection, cask 6105, 300 bottles
Deze whisky heeft zowat dezelfde kleur als de Mortlach, maar hier klopt het plaatje, dit is een bourbonvat. De neus start zoet op fudge, dadels en kandijsiroop. Dan krijgen we warme appelmoes en kaneel. Appelstrudel… oh ja, duidelijk appelstrudel. Een beetje peer ook, en een lichte houttoets. Best lekker, maar de neus van de Mortlach kon me meer boeien. Meer vanille met wat water. In de mond is hij olieachtig en zoet. En vreemd genoeg ook wat stoffig. Wat hebben we hier allemaal? Paraffine, gras, lichte hints van karton, wat niet echt een pluspunt is. Er komen meer en meer kruiden door: kaneel, nootmuskaat, zwarte peper en zoethout. Deze whisky wordt me toch wat te bitter op de duur. Misschien dat water helpt. Mmm, een beetje. Fruit en yoghurt krijg ik nu. De afdronk is vrij lang en verwarmend maar ook hier wat te bitter om echt lekker te zijn. De neus is aangenaam, op de smaak verliest hij het pleit. 78/100

Twee sherryvaten (de inhoud welteverstaan)

Vandaag publiceer ik mijn notes van twee jonge gesherriede whisky’s die ik vorig weekend vanuit het noorden van het land op m’n bord kreeg. De eerste is de Glengoyne 1998 cask 1131 van Malts of Scotland. Vaten 1132 en 1133 had ik al geproefd, deze ontbrak nog. De tweede is een Glenfarclas 1994, OB for Cöpernicker Whiskyherbst, een whiskyfestival in Berlijn.

 
Glengoyne 11y 1998/2010, 54.8%, Malts of Scotland, cask 1131, 295 bts
Neus: frisse, kruidige sherry. Herbal kruidigheid, type eucalyptus, munt, vickstoestanden. Woodsmoke, tabak, wat karamel en zoethout ook. Kruisbessen, gedroogde abrikozen, onrijpe banaan. Dezelfde dominante ‘herbal’ tonen in de smaak, net als de kruisbessen. Hij is wel erg droog, op hout, okkernoten, tamme kastanjes, wat kruidnagel en vijgen. De afdronk is droog (veel hout) en kruidig. Niet slecht, maar ook niet geweldig. In ieder geval beter dan een gemiddeld kruidendrankje. 78/100
 
Glenfarclas 1994/2004,57.6%, OB for the Cöpernicker Whiskyherbst, cask 932, 318 bts
Bij deze is het kernwoord bitterzoet. En ‘lekker’. Kandijsuiker, geconfijt fruit, sinaas, gedroogde abrikozen, geroosterde amandelen, schoensmeer, een waxy toets, koffie, licht stoffig en lichte rook ook. Erg complex. I like. Het zoete en het bittere houden ook op de smaak het geheel mooi in evenwicht. Olieachtig op rozijnen, bosbessen, hout, kastanjes, noten, kruiden. Middellange, kruidige afdronk met zoethout en misschien een tikkeltje honing. Heel mooi. Een whisky die zich laat lezen als een statement. 88/100
 

En dan ga ik me nu nog een dram inschenken zie. Wat te denken van een Littlemill?

Longmorn 16y

De Longmorn 16y werd in 2007 gelanceerd als opvolger van de 15y. Die 15 vond ik altijd al een sterke benchmark whisky.

 

Longmorn 16y, 48%, OB 2010
Veel fruit op de neus, fruit à la appels, peren en kersen, Europees fruit dus. Niet veel meer dan dit fruit evenwel… of ja, wat vanille, maar toch redelijk vlak die neus. Lekker maar weinig complex. Romig op de tong met ook hier vooral fruit, wat honing, noten en een beetje kruiden. Middellange, droge finish op kruiden en gestoofd fruit. De oude 15y vond ik beter. 79/100