Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Speyside’

Tamdhu 20y 1990, Malts of Scotland

Tamdhu is een zeer recent gesloten distilleerderij, de productie werd vorig jaar stilgelegd. Tamdhu werd opgericht in 1896 door een blendersfirma maar kwam twee jaar later in handen van de Highland Distillers & Co., nog steeds de huidige eigenaars en vandaag onderdeel van de Edrington groep. Het is onduidelijk of de sluiting definitief is.

 

Tamdhu 20yo 1990/2011, 49.8%, Malts of Scotland, Sherry Butt #8119, 209 bottles
Romige, zoete sherryneus met zilte en vegetale aroma’s. Oxo. Geroosterde granen, kandij, kervel, eucalyptus, pruimencompot en dadels. Veel dadels. Ook op de smaak is het zoete wat eerst opvalt: de kandij(siroop), de gedroogde vruchten. Wat hout (getemperd), kruiden, noten, donkere chocolade… resulterend in een mooie bitterheid. Zilte drop. Best lange, bitterzoete afdronk. Lekkere whisky gemarkeerd door de sherry, vergezeld van een licht zilte toets. 84/100

Weedram Masters XXV

Vorige dinsdag was het verzamelen blazen in Avelgem voor de 25e editie van de Weedram Masters, een jubileumeditie inderdaad. Ceremoniemeester Bert had vijfmaal twee whisky’s op een rijtje gezet, telkens de standaardbotteling en een iets-minder-standaardbotteling van datzelfde huis. Plaats van gebeuren was ’t Eenvoudig Bestaan, een mooi gelegen en gezellig kader dat de vaste stek is van de Weedram Masters. Van de niet-zo-standaard bottelingen heb ik een anderhalve centiliter mee naar huis genomen (karakter), de komende dagen zal je daarvan op deze pagina’s een bespreking vinden. Dit telkens vergezeld van mijn – weliswaar summiere – bevindingen van de begeleidende standaarbotteling. Vandaag het eerste koppel, Glenfiddich.

 
Glenfiddich 12y ‘Special Reserve’, 40%, OB 2011, 1 liter
Frisse neus, getemperd fruitig en maltig. Naast het fruit en het graan heb ik honing, hooi, gebakken groeten en een beetje rubber. De smaak is licht, hier mist hij duidelijk power. Weinig complex ook. Wat wit fruit, een beetje noten, een lichte bitterheid… eerder vlakke smaak. Korte, licht bittere afdronk. Foutloze maar verre van boeiende whisky. 74/100
 
 

Glenfiddich 1973, 46.6%, OB 2007 for LMdW, cask 28563
Oké, dit is een neus van een ander kaliber. Roasty! Allerlei geroosterde tonen (noten, toast, granen) vermengd met heerlijk fruit en kruiden. Qua fruit zowel sappig wit fruit als gestoofd fruit. Acaciahoning ook, net als prachtige belegen eik. Een lichte rokerigheid van het hout. Zeer expressief. Top! Het mondgevoel is dik en chewy, een whisky om op te kauwen. De eik gaat naar het einde toe wel domineren in plaats van aanvullen. Het fruit (perzik en abrikoos vooral) en de kruiden zijn bij de start duidelijk aanwezig maar laten zich hoe langer hoe meer wegdrukken. Ook honing en noten doen hun best om de aandacht te trekken. Lange, licht bittere afdronk met toch ook zoete en fruitige tonen. Een prachtige neus, een iets mindere smaak. Enkel op de neus zou hij twee, drie punten meer scoren. 90/100
 

Dat was op z’n minst een mooi begin, en nog eens een bewijs dat Glenfiddich in 1973 en (vooral) 1974 echt wel lekkere whisky geproduceerd heeft.

Glenallachie 16y 1995, Malts of Scotland

Naast de geweldige Glen Keith 1970 en de twee nog geweldigere Caperdonichs 1972 brengt Malts of Scotland dezer dagen nog andere bottelingen uit, in een lagere prijscategorie. De komende dagen komen deze hier aan bod. Ik begin met een Glenallachie 1995, waarvoor je een 60 euro betaalt.

 

Glenallachie 16y 1995/2011, 53%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #1257, 222 bottles
Lichte, prikkelende, fruitige neus die redelijk ‘jong’ aandoet. Harde peren, ananas, gele appels. Vanille. Wat granen ertussendoor (ik denk aan havermoutpap, een jeugdherinnering vooral), net als – en dat is de eerste keer dat ik deze associatie gebruik – botermelk met druivensuiker. Best genietbaar. De smaak is zoet en granig. Licht bitter en wat alcoholisch. De vanille en het fruit die ik op de neus had, zitten ook hier. Appels vooral. Op het einde komt er limoen door, net als een klein beetje peper. Drop? Licht bitter. De afdronk is vrij lang, licht drogend op pompelmoes en mandarijn. Genietbaar, absoluut, zeker op de neus. 82/100

Deanston 12y

Bon, nu wordt het écht wel tijd om terug met beide voeten op de grond te komen. Laat ons voor dit doel de nieuwe Deanston 12y, althans de recentste batch, ter hand nemen.

 

Deanston 12y, 46.3%, OB 2011
Granige en florale neus die met wat frisser overkomt dan de vorige batch die ik proefde. Vanille en een beetje eik. Toch ook beetje karton. Droog karton. Gedroogd gras, hooi. Het bittere, het droge komt langzaamaan meer naar de voorgrond. Op de smaak gelukkig wat meer fruit. Sinaas, pompelmoes en peer heb ik. Hout, gedroogd gras en toch ook vrij veel kruiden. Kaneel, gember, peper. Bijzonder boeiend is dit toch niet. Middellange, kruidige, eerder saaie afdronk. Wat beter dan de 2008 batch maar dit blijft een erg matige whisky. Spijtig voor deze Deanston, maar mijn voeten staan wel degelijk terug op de grond. 72/100

Caperdonich 1972 extravaganza

Zo, u dacht dat het feest gedaan was? Wel, u heeft het mis. Ik heb m’n rijtje dan wel afgewerkt maar ik wil nog even terugkeren naar Caperdonich 1972. Vorige week proefde ik één van de twee Caperdonichs 1972 van Malts of Scotland, naast deze van The Whisky Agency. Dat moest beter kunnen, er ontbrak namelijk iets aan die setting. Vandaag proef ik dan ook beide Caperdonichs 1972 van Malts of Scotland, naast deze van The Whisky Agency. Voor de besprekingen van de eerste Malts of Scotland (cask 1144) en de TWA, verwijs ik graag naar de links hierboven, ik beschrijf deze challange vanuit het standpunt van die andere Malts of Scotland, vat 1145 op 52.4%.

 

Caperdonich 1972/2011, 52.4%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #1145, 76 bottles
Oké, dit zou een erg korte tastingnote kunnen worden: zie vat 1144 en doe er een punt bij. Euh, een punt bij? Dat is dan 95!? Awel ja, dit zou voor mij wel eens de beste Caperdonich ooit kunnen zijn. Het op een rijtje zetten van deze drie juweeltjes maakt in ieder geval duidelijk dat vat 1145 toch wel een lichtjes ander profiel heeft. Zoals in vorige note al aangehaald, vind ik de neus van 1144 een klein beetje beter dan deze van TWA, op de smaak had ik een lichte voorkeur voor TWA. De neus van deze (1145) ligt weliswaar in het verlengde van 1144 maar hij is ronder, voller en romiger. Misschien wat minder kruiden en wat meer zoet fruit (dezelfde soorten als bij de andere). Daarenboven is de waxyness (bijenwas) hier nog prominenter. Ook een florale toets is hier echt wel een extra. Als een fenomenaal lekkere Clynelish op sherryvat. En je weet hoe graag in al gewoon-lekkere Clynelish drink… Op de smaak is het scenario wat gelijkaardig. Het alcoholpercentage zal zeker meespelen, maar deze is gewoon perfect op de tong, daar waar 1144 een beetje water kon gebruiken. Ook hier is hij romig, vol en rond, zonder het minste scherp kantje. Veel fruit (allerlei confituren), kruiden (hier wel meer the herbal kind), honing, leder, en net als op de neus een enorme waxyness. Minder eik dan in beide protagonisten. Je zou kunnen stellen dat op de smaak de 1145 de 1144 is met een beetje water toegevoegd. De afdronk is bij de drie erg lang, hier minder drogend en romiger. Deze is veruit de toegankelijkste van de drie, en – maar niet noodzakelijk daarom – ook de beste voor mij. Uit de kunst. Maar 95!? Jawel, een score waarbij de hoogtevrees begint toe te slaan. 95 geef ik aan Ardbegs Provenance, aan Brora 30y 2004, aan Glenburgie 1966 G&M, aan Port Ellen 1970, héél uitzonderlijk misschien aan een Benriach…. Toch is deze score in mijn beleving en smaak perfect correct, hij kan écht wel zonder blozen naast die andere absolute toppers gaan staan. Waarmee de these nog eens ontkracht is – zie ook vorige post – dat je voor die absolute top per definitie naar oude legendarische bottelingen zou moeten grijpen. 94/100

Benriach 35y 1975, Asta Morris

De voorlaatste feest-dram was een cultwhisky, de laatste is een cultwhisky in wording, neem dat van mij aan. We besluiten het ‘1000’ feest met een nagelnieuwe Benriach 1975 voor het bijna even nieuwe Asta Morris label. Ik proefde deze whisky reeds meerdere malen: afzonderlijk, naast een ook erg lekkere 1978 voor Asta Morris, naast andere Benriachs 1975, naast de legendarische 1976 (cask 3557) voor La Maison du Whisky, gisteren in een moord-line-up op de Weedram Masters – waarover later meer… en telkenmale doorstond hij de test. Met brio. Vanaf heden te koop bij menig whiskyhandel voor een 250 euro.

 

Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bts.
De neus start op een sublieme fruitigheid, zowel tuinfruit – ik denk hier aan appels en kruisbessen – als tropisch fruit: passievrucht, mango en ananas, en ook roze pompelmoes, met een beetje kristalsuiker. Succulent! Hij gaat verder op honing, heide, rozenbottel, hooi en eik. Zachte eik die het al schitterende geheel nog extra karakter, extra punch geeft. Proeven. De whisky blijft niet braaf op de tong liggen, maar verkent meteen alle hoeken van de mond. Hij is krachtig, romig en meteen full-blown tropisch. Meloen vooral, papaya en ook wat passievrucht. De roze pompelmoes hebben we opnieuw. Net als de zachte eik van de neus, kandij en een subtiele kruidigheid. Big! Lange, heerlijke afdronk waar het tropisch fruit van geen wijken wil weten. Indrukwekkend. Echt indrukwekkend. 95/100
 
Petje af Bert!

Glen Grant 34y 1972, Single Malts of Scotland

De op twee na laatste whisky in het feestrijtje is een Glen Grant 1972 gebotteld door Speciality Drinks Ltd., de firma van Sukhinder Singh achter onder andere The Whisky Exchange.

 

Glen Grant 34y 1972, 54.9%, Single Malts of Scotland, Speciality Drinks, sherry butt #2380, 447 bottles
Sherry voor sherryliefhebbers. Zowel op de neus als op de smaak stevige maar ook complexe sherry. Dat vertaalt zich in de geur van rode vruchten (zoete kersen, duidelijk), noten, romige karamel, eik, pruimencompot en drop. Dat alles met een lichte rokerigheid op de achtergrond. Erg dik en ‘rijk’, rijk aan geuren. Ook de smaak is dat. Hier denk ik aan hetzelfde rode fruit maar ook gedroogd fruit (abrikozen, rozijnen, pruimen), kruiden, eik, kandij, pompelmoes (mooie bitterheid) en opnieuw drop. Zoute drop. Tabak ook nog. Lange, verwarmende, bitterzoete afdronk. Erg mooie, complexe Glen Grant met – wat me hier vooral aanstond – veel rood fruit. 91/100

Intermezzo: Caperdonich 1972, Malts of Scotland #1144

Na de lichtjes geniale Glen Keith proef ik een tweede Malts of Scotland die veelbelovend op m’n bureau stond te blinken, een Caperdonich 1972. Malts of Scotland brengt heden twee 1972’ers uit, ééntje op 52.4% en éénje op 57.4%. Caperdonich en 1972 zijn ‘a match made in heaven’. Maar beter doen dan de Glen Keith, dat is schier onmogelijk.

 

Caperdonich 38y 1972/2011, 57.4%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #1144, 98 bottles
Hu… onmogelijk? Djeezes, die is gewoon nog beter! De neus start even aromatisch als de Glen Keith maar deze gaat dieper, de sherry zorgt voor een extra laag, de complexiteit wordt naar ongekende hoogtes gekatapulteerd. Steady on Johan… Gho, waar beginnen? Met het fruit: perzik, abrikozen, kweepeer, gedroogde pruimen, vijgen. Dan de kruiden: kamille, linde, munt. Vervolgens het zoets: honing, fudge. Fruit, kruiden, zoets, dat had de Glen Keith ook. Maar hier gaat deze verder. Hij is ook erg waxy. Ik denk aan boenwas, oude meubels, geboend leder. Een beetje rook, van het hout neem ik aan. De sherry die nog voor die extra dimensie zorgt. Fenomenaal goede neus. Proeven nu. De whisky explodeert in de mond, mondvullend is een understatement hier, maar toch is hij zeer goed drinkbaar zonder water, alle sensaties barsten meteen open op je tong. En die sensaties zijn: fruit (gekookt fruit, abrikoos, pruimencompot), kruiden (nootmuskaat, kaneel, peper, zoethout), kandij, honing, eik, leder, bijenwas, pollen, noten,… Let op de puntjes. Complex is het woord. Het geheel is licht drogend, toch ook een beetje water proberen. De eik wordt met water wat naar de achtergrond verbannen, het fruit komt nog meer naar voor en de ‘spicy’ kruiden worden vervangen de ‘herbal’ variant. Lange, erg lange bitterzoete, licht drogende afdronk op honing, fruit en zoethout. Op de neus vind ik deze zelfs nog wat beter dan de botteling van The Whisky Agency, op de smaak wint deze laatse nipt het pleit. Zelfde topscore. 93/100

Ook deze kost een 190 euro, maar ook hier lijkt me haast geboden indien je nog een fles op de kop wil tikken.

Intermezzo: Glen Keith 1970, Malts of Scotland #6042

Vandaag en morgen maak ik graag tijd voor een zijsprongetje in het rijtje, nl. voor twee van de nieuwe Malts of Scotland bottelingen. Omdat ik toch in de sfeer van toppers wil blijven, is mijn keuze uit de nieuwe bottelingen nogal gericht, ik licht er immers een Glen Keith 1970 en een Caperdonich 1972 uit.

 

Glen Keith 40y 1970/2011, 47.9%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #6042, 163 bottles
Ruiken: yeeha! Proeven: yeeha! Jawadde, dit is goed! En zo absoluut mijn ding… Enorm fruitige neus. Sappig, rijp fruit, onmogelijk om alle associaties te vangen. Zowel wit Europees fruit (ik denk aan perzik, peer en gele appels) als de meer tropische variant (lychee, ananas, mango), en telkens de meest sappige varianten. Het-sap-druipend-van-je-kin variant. Met je neus boven een kom superieure fruitsla. Vervolgens met je neus boven een aantal kruidenthees. Ijzerkruid, zoethout, linde… Wat honing in die thees. Nog iets anders zoets. Nougat? Vanillepudding. Gewoon fantastisch die neus. Ook op de tong roept het fruit het hardst om de aandacht, met de tropische variant die pas naar het einde de kop opsteekt. Veel ananas. Wat eik en pompelmoes geven het geheel een perfecte bitterheid. Net als een lichte kruidigheid. Kaneel. Op een warme appeltaart. Een klein beetje gember ook. De gekonfijte versie. Fruit, zoet en bitter perfect gebalanceerd. Lange, fruitige finish met diezelfde zalige bitterheid. Nu echt wel op pompelmoes, en het tropisch fruit dat zich niet weg laat drukken. Sublieme whisky. 93/100

190 euro kost deze veertigjarige whisky, maar als je een fles wil aanschaffen, zou ik daar niet al te lang mee wachten.

Feest

Voor mij dan toch. Ik heb lang getwijfeld welke whisky ik zou selecteren voor mijn duizendste proefnotitie. Maar omdat ik nogal het besluiteloze type ben, ga ik het feest een beetje rekken. Ik heb de laatste maanden enkele whisky’s verzameld – het dient gezegd dat dit in de meeste gevallen spijtig genoeg flesjes van 2 of 3 cl zijn, alhoewel het financieel gezien beter zo is – en proef deze één voor één gedurende de komende dagen, eventueel onderbroken door een intermezzo indien daar (een goede) reden toe is. Het zijn stuk voor stuk whisky’s waarvan ik weet of hoop dat ze mij in de zevende hemel zullen doen belanden. Ik begin met één van de whisky’s die in de afgelopen drie jaar op mij het meeste indruk maakte, nl. de Glen Grant 21y Securo Cap. De securo cap was een sluiting (type draaidop) die enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 gebruikt werd. En aangezien Glen Grant z’n deuren sloot tijdens WO II, is dit dus jaren dertig whisky. Roffel roffel, hier volgt review nummer duizend.

 

Glen Grant 21y 70° proof, 40%, G&M early 1960’s, securo cap
Ah man, memories! Een avond voor Kerst, een kelder in Mortsel, een gezelschap waarbij het kwijl langs de mondhoeken naar beneden droop. Ik vond dit toen fenomenaal goede whisky, ik vind dat nu… euh, fenomenaal goede whisky. Die neus is echt uniek, indrukwekkend lekker maar niet eenvoudig te beschrijven. Laat me toch een poging wagen. Om te beginnen zoet: acaciahoning, gebak, zoet fruit à la banaan, rode appels en peer. Die banaan is gebakken banaan, met rum en honing. Rum-rozijnen. Dan heide en gedroogde bloemen. Daar stopt het bijlange nog niet bij, hij gaat verder op balsamico crème, oud leder en antiekwas. En de geur deed me van in het begin aan iets denken waar ik maar niet kon opkomen, tot het me ‘Eureka!’-gewijze te binnen schoot: Normandische pannenkoek geflambeerd met Calvados, boenk er op. En nog blijft hij evolueren. Aan de hand van een prachtige onderliggende kruidigheid bijvoorbeeld. En Canada Dry, en een beetje okkernoten, en… dat blijft maar doorgaan en doorgaan. Vermoeiend in zekere zin. Maar wat kan het me schelen! Ronduit subliem! Op de tong is hij smeuïg, dik, zoet en kruidig. Ik schrijf op: zoete appels, kaneel, gember, hars, herbal, siroop, munt, honing, Calvados, belegen eik…. Ja, vooral veel puntjes. Alles elegant, subtiel, niks scherps, complex… zo fucking complex! En lékker dat dit is! De afdronk? Pfff, whatever, lang en bitterzoet en dat zegt niks, ik weet het. Een juweeltje uit een zeer ver verleden. Hoeveel scoorde ik ‘m indertijd? 97? Wel, vandaag doe ik daar geen sikkepit van af. Buitenaards inderdaad. 97/100

Tomatin 18y

Ondanks twee faillissementen (in 1906 en 1985), was Tomatin op een gegeven ogenblik de grootste distilleerderij van Schotland. Het heeft in totaal 23 stills, resulterend in een productie van 12 miljoen liter alcohol (25 miljoen flessen whisky) per jaar. Vandaag wordt nog niet de helft van deze productiecapaciteit (5 miljoen liter) gebruikt.

 

Tomatin 18y, 46%, OB 2011
Volle, romige, bitterzoete sherryneus. Heerlijke sensaties van zoet fruit: crème de cassis, frambozen, gevolgd door honing, heide, koffie en tabak. Een klein beetje rook (van het hout). Wat munt ook en meer en meer zoethout. Ook op de tong is de toon bitterzoet. Kruiden (gember, peper) en eik aan de éne kant, karamel, honing, crème brûlée en marsepein aan de andere kant. Zacht, romig mondgevoel, boterig bijna. En de balans tussen beide sensaties is perfect. Lange, bitterzoete afdronk op eik, honing en kruiden. Wel, ik vind dit erg lekkere whisky. En voor een goeie 50 euro een prachtige prijs-kwaliteitverhouding. 89/100

Twee exclusieve Tomatin single casks

Laat ons even de decadente toer op gaan. Recent bracht Tomatin twee exclusieve single casks uit, een 1982 en een 1973, geselecteerd door Master Distiller Douglas Campbell himself. Het exclusieve zit ‘m onder andere in de verpakking maar ook in de prijs, je betaalt al gauw 350 pond voor de 1982 en 500 pond voor de 1973. Pond. Deze whisky’s kunnen maar beter waanzinnig goed zijn.

 

Tomatin 28y 1982/2010, 57%, OB, refill sherry, cask 92, 560 bts.
Lekkere, zachte, zoete sherryneus met licht florale tonen. Rozenbottel. De sherry vertaalt zich in noten, zoethout, leder, pruimen, eucalyptus en tabak. Een klein beetje rook ook. Woodsmoke. Geroosterd vlees. Ook behoorlijk wat fruit. Sinaas vooral. Opgelegde peren? Kaarsvet. Anijs komt ook om de hoek kijken. Aangenaam, complex en perfect gebalanceerd. De smaak is vol, romig en ondanks het alcoholpercentage zijdezacht. Donkere maar absoluut geen bittere chocolade, dadels, vijgen en kruiden springen er in eerste instantie uit. Dan kruidnagel, kaneel en behoorlijk wat zoethout. Daarna hazelnoten en lichte eik. De sinaas hebben we terug, net als wat roze pompelmoes. Lange, verwarmende afdronk. Zachte, erg toegankelijke en ook erg lekkere whisky maar veel te hoog geprijsd. 88/100
 
 

Tomatin 36y 1973/2010, 44%, OB, refill bourbon, cask 26502, 184 bts.
O, dit is meteen full blown op fruit. Zoet fruit. Sappige peren en dito rode appels, bananen en andere tropische varianten. Mango, meloen enzo. Honing, marsepein, boter, gedroogd gras en kruiden. Kruidenlikeur à la Jägermeister. Zalig is dit! De smaak is licht en subtiel en moet het hebben van fruit en kruiden. Qua fruit de peer weer, net als het tropische fruit. Wat eik, maar op de achtergrond. Hier mist hij misschien een beetje power. Dat laatste zorgt er ook voor dat de afdronk niet al te lang is, op fruit en honing. Zilt? Een beetje ja. Licht drogend. Wreed lekker, zeker op de neus, maar ook hier is de (retorische) vraag of hij z’n exuberante prijs wel waard is. 90/100

Dailuaine 10y 1999, The Real Wee Dram

Een half jaar geleden vierde The Wee Dram Whisky Society, de sympathieke whiskyclub uit het Kortrijkse (de club ook die het meeste nominaties voor Beste Whiskyclub van het land achter z’n naam heeft), zijn tiende verjaardag. Ter gelegenheid van deze mijlpaal werd een eerste clubbotteling gebotteld, een Dailuaine 1999. Geef toe, een verrassende keuze. Maar na hem te proeven blijkt dit ook een zeer geslaagde keuze te zijn.

 

Dailuaine 10y 1999/2010 ‘The Real Wee Dram No 1’, 58.6%, sherry butt #6287, bottled for Wee Dram 10th Anniversary, 180 bottles
Stevige neus, wat gezien het alcoholpercentage niet mag verwonderen, maar toch meteen erg toegankelijk. Mooie maltigheid vermengd met fruit (peren, perziken, mandarijn) en florale toetsen. Bloesems, heide, hooi en gras. Voor het zoets zorgen vanille en zoethout. Wat munt ook en noten. Erg lekkere neus. Daarenboven is hij perfect drinkbaar zonder water. Romige, volle smaak, zoet en fruitig. Gekonfijt fruit, sinaas, ananas, honing en karamel. Lichte eik. Tijm en gember zorgen voor een extra kruidigheid. Een heel klein beetje zilt. Lange, zoete afdronk met een prachtige bitterheid erdoorheen. Pompelmoes met griessuiker. Gekonfijte gember en peper (de alcohol). Knappe vatselectie, gebotteld op ideale leeftijd me dunkt, het hout heeft reeds z’n bijdrage geleverd maar blijft netjes op de achtergrond. 88/100

Tomintoul 1967, Thosop

Niet zo lang geleden proefde ik de Tomintoul 1967 van A.D. Rattray. Dat was een whisky die moest groeien, hij startte heel gedempt, zowel op de neus als op de smaak, maar met wat moeite doen en vooral tijd geven, bloeide hij open tot een wondermooie whisky. Vandaag proef ik de 1967 van Thosop, en aangezien ik nog wat over had van de Rattray heb ik meteen een mooie sparring partner.

 

Tomintoul 43y 1967/2010, 49.3%, Thosop, handwritten label, bourbon cask #5426, 112 bottles
Deze Thosop is in tegenstelling tot de Dewar Rattray meteen erg aromatisch, hier moet je niet zo veel moeite voor doen. Ook een bourbon cask maar het hout was hier actiever, zonder dat het z’n stempel op de whisky drukt. Veel fruit: ananas, rijpe sinaas, appels. Veel groene thee ook. Dan geroosterde noten. Karamel? Ja, een beetje. Butterscotch. Nootmuskaat, en dus de mooie, zachte eik. De smaak is zeker steviger dan die van de Rattray (logisch, 9% meer), met de eik die zich heel mooi vermengd met tonen van gebakken banaan, pompelmoes, karamel en kruiden. Hier echt veel nootmuskaat. Daarna ook wat peer. De eik zorgt voor een mooie bitterheid. Eerder lange, verwarmende en drogende afdronk op kruiden en sinaas. Erg lekkere whisky. Het is moeilijk kiezen tussen beide, het zijn twee verschillende profielen, je moet ze ook anders benaderen… maar beide zijn toppers, laat dat duidelijk zijn. 90/100

Blairfindy Moor

Blairfindy Moor is een stuk heide tussen de rivieren Avon en Livet en is onderdeel van het Cairngorms National Park. Blairfindy is ook de naam van een single malt van Blackadder, meer bepaald van een familiale distilleerderij uit Ballindalloch wiens naam niet het etiket mag staan. Rarara. Blairfindy is trouwens de naam van de boerderij waar de familie vandaan kwamen, men noemt hen dan ook de Blairfindy Grants. Toch is niet elke Blairfindy van Blackadder een Glenfarclas, zo werd er in 2007 een Mortlach 1989 gebotteld voor Whisky Live Brabant, welke de naam Blairfindy Moor meekreeg.

 
Blairfindy Moor 1989 (Mortlach), 60.5%, Blackadder for Whisky Live Brabant 2007, 99 bottles
De neus is erg krachtig en alcoholisch, wat niet mag verwonderen. Hars, hout, de schil van appelsienen, graan, chocolade. Met water krijgt hij iets geparfumeerds, zonder te storen evenwel. Al even krachtig op de tong, laat zich moeilijk drinken zonder water. Met water zoet. Bananenlikeur, appelsien, karamel, aardbeien, gember… ja, versneden is hij best aangenaam. Middellange, fruitige finish (met water dus). 83/100

Balmenach 1975, Connoisseurs Choice

Van Balmenach wordt weleens gezegd dat het een typische blenderswhisky is en dat hun zeldzame single malts niet veel soeps zijn. Ik proefde tot op heden twee Balmenachs, een 1983 en een 1973 die ik respectievelijk 82 en 85 scoorde, voorwaar toch niet slecht? En weet je wat, vandaag wordt het nog beter. Ruben bezorgde mij een sample van een volgens hem heerlijke 1975 van Gordon & MacPhail, waarvoor dank Ruben.
Weetje: je vindt onafhankelijke Balmenach bottelingen ook soms onder de naam Deerstalker. Ook de namen Balminoch of Cromdale werden gebruikt.

 

Balmenach 1975/2007, 43%, G&M Connoisseurs Choice, first fill sherry
Zeer mooie, bitterzoete sherryneus. Geroosterde noten, kandijsuiker (en -siroop), rozijnen, gebakken banaan (op de barbeque), appelsien, belegen eik, de geur van een bos in de herfst, het vallen van de bladeren. Misschien een heel klein beetje rook op de achtergrond, rook van het hout. Acaciahoning ook, gefrituurde peterselie, kaneel en gekonfijte gember. Iets licht waxy. Volle, romige smaak met veel gedroogd fruit en noten, maar ook citrus (oké, de sinaas weer), karamel, koffie (zwart), tabak. Eik, en een aangename kruidigheid. Lange afdronk op gedroogd fruit, honing en kruiden. 88/100

Glenlivet 32y 1977, Asta-Morris

Glenlivet verhuisde in 1858 naar z’n huidige locatie Minmore. Daarna rees de ster van deze distilleerder naar ongekende hoogtes, mede dankzij de exclusieve verdeling via Andrew Usher & Co. Usher is trouwens de vader van de consistentie in blends (altijd hetzelfde profiel trachten te behouden).
Vandaag proef ik een 1977 van het nieuwe Asta Morris label.

 

Genlivet 32y 1977/2010, 56.8%, Asta Morris, bourbon cask
Een neus die zeer mooi van start gaat op zoete en fruitige toetsen. Tuinfruit à la appels, peren en perziken. Daarna komt er een lichte grassigheid bij, net als vanille, cacao, boter en nootmuskaat. Bijenwas, wat nog meer naar voor komt met enkele druppels water. Leder dan ook. Perfect verweven. Een hint van cider is nog het vermelden waard. Net als bloemen en bloesems, alles erg elegant en subtiel. Stevig, romig, bijna boterig mondgevoel. Op de tong meer kruiden en eik, maar het fruit blijft prominent aanwezig, zeker met een beetje water. Qua kruiden denk ik aan kaneel, gember en wat peper. De eik is zacht maar zorgt toch voor de nodige pit. Vanille, cider (hoe langer hoe duidelijker), appelcompot en ook nog wat mandarijn. Middellange afdronk op vanille, appels, gember en zachte eik. Het label vermeldt dat the whisky will give the best of itself with some drops of water, en dat klopt als een bus. Mooi zonder water, prachtig mét. En niet te vergeten, dit is drinkbaar, bangelijk drinkbaar. Eigenlijk een ideale dagelijkse whisky. Met standing. 90/100

Braes of Glenlivet / Braeval

Een distilleerderij die hier nog niet aan bod is gekomen, is Braes of Glenlivet. Hoog tijd om hier verandering in te brengen. Braes of Glenlivet, gelegen tussen Tomintoul en Tamnavulin, is een vrij recente distilleerderij, opgericht in 1973. Het wijzigde z’n naam in 1995 in Braeval. De toenmalige eigenaar Seagram’s had ook The Glenlivet in portefeuille en wilde af van het achtervoegsel ‘Glenlivet’. Kwestie van consequent te zijn in hun niet-aflatende strijd het gebruik van de naam Glenlivet exclusief te bepreken tot The Glenlivet. ‘Braes’ betekent heuvelrug, Braes of Glenlivet kan men dan vertalen als de heuvelrug in de vallei van de Livet. Veruit het grootste deel van de productie ging en gaat nog steeds naar de blendingindustrie, voornamelijk de blends in bezit van de groep (Chivas o.a.).

 

Braes of Glenlivet 1975/2006, 43%, G&M Connoisseurs Choice
De neus van deze whisky is erg grassing. Hooi, granen, bloemen. Gedroogde bloemen eerder, alhoewel dat niet echt mijn winkel is. Potpourri? Een beetje kruiden toch ook. Fruit? Ja, citrus misschien, maar dat zit goed weggestopt. Na enige tijd krijgt iets vlezigs. Ham. Kan me niet boeien. De smaak is mondvullend en droog, vooral op kruiden en hout. Ik denk voor de rest aan noten, rozijnen, vijgen en vanille. Ook hier vooral saai. De afdronk is vrij kort en droog. Mmm, hier was misschien toch beter mee geblend. 73/100

Ardmore 18y 1992, Malts of Scotland

Met een productie van ongeveer 3 miljoen liter per jaar is Ardmore één van de grootste distilleerderijen van Schotland. Voor deze productie zorgen o.a. acht distilleerketels van 15000 liter. Het is ook één van de weinige die over een eigen ‘cooperage’ of kuiperij beschikt.

 

Ardmore 18y 1992/2010, 49.4%, Malts of Scotland, cask 5014, bourbon barrel, 185 bts.
Aangename neus met niet echt turfrook, maar eerder de geur van houtskool, roet, teer en rubber. Verbrand rubber, maar achterliggend, zeker niet storend. Gerookte hesp. Zilverpoets ook, mineralen… en dan zet het fruit zich door. Peren, appels (de schil) en kruisbessen. Toch ook een beetje cleane turf. Die turf komt trouwens meer naar de voorgrond met enkele druppels water. De (turf)rook is prominenter op de smaak en gaat vergezeld van vanille en vooral veel groene appel, zoet-zuur is de toon. Ook wel wat zilt, een beetje rubber en bosbessen. Zoethout op het einde en in de afdronk. Die afdronk is vrij lang, zoet en licht rokerig. Aangename whisky, best te genieten zonder water. 85/100

Tomatin 30y 1976, Jack Wieber

Eén van de vele distilleerderijen die tijdens de whiskyboom werden opgericht is Tomatin, nl. in 1897. Maar de beginjaren waren voor Tomatin erg moeilijk, resulterend in een faillissement in 1906. Na de heropstart sloot het nog z’n deuren tijdens de twee wereldoorlogen om pas vanaf midden jaren vijftig pas echt vleugels te krijgen. Het aantal stills werd verdrievoudigd van 4 naar 12, resulterend in een productie van 9 miljoen liter alcohol (geen whisky) per jaar. Desondanks ging het opnieuw over kop in 1985. Snel daarna werd het overgenomen door Takara Shuzo, een Japans groep die z’n sporen verdiende in het hotelwezen, ook vandaag nog de eigenaar.

 

Tomatin 30y 1976/2007, 55%, Jack Wieber, The Old Train Line, cask 2601, 273 bottles
Tomatin kan zwaar tegenvallen, maar kan ook enorm lekker zijn. Deze behoort duidelijk tot de tweede categorie. De neus is er één om van te genieten: fruit, veel fruit (citrus en gestoofde appels), granen, boterkoeken en een heel lichte rokerigheid. Een erg aangename zurigheid ook, fruitig zuur. Op de smaak een echt fruitbombardement: de appels van de neus, sinaas, pompelmoes, evoluerend naar tropische toestanden à la ananas en mango. Naar het einde komen er wat kruiden bij. Lange, fruitige afdronk met een kruidige bitterheid. Geen geweldig complexe whisky, maar o zo lekker. 91/100