Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Ledaig’

Ledaig 7y 2005, Archives

De jongste whisky in de nieuwe reeks Archives bottelingen is deze Ledaig 2005. We weten al dat Ledaig niet lang hoeft te rijpen om lekker te zijn. Zeven jaar is ook hier al meer dan voldoende. En aan 45 euro is deze Archives dan ook zeer koopwaardig.

 

Ledaig 7y 2005/2013, 62.8%, Archives, hogshead #900092, 227 bottles
Inderdaad, niets new make, niets spirit. Dit is al behoorlijk rijp en rijk op de neus. Zoete turf en mineralen spelen de eerste viool, samen met zilt en fruit. Perfecte combinatie vind ik dat. Romig en vol gevoel. Qua geur-associaties denk ik aan vanille, pruimen, zachte turf, verse boter, petroleum, motorolie (wordt hoe langer hoe olieachtiger), zilt, jodium, zoete, rijpe krieken en peren. Peren op rode wijn. En ondanks z’n astronomisch alcoholpercentage is deze whisky best drinkbaar zonder water. Oké, dit is stevig, dit is vrij scherp, maar langs de andere kant ook vol en olieachtig. Boterig. Zoete turf en zilt, vermengd met fruit zoals citroen(snoepjes), appelsien en peer, munt, mineralen, vanille en kruiden (zoethout, gekonfijte gember, peper). Lange afdronk, zilt, zoet en rokerig, me cider als extraatje. Voor mij duidelijk beter dan de vorige van Archives en nog maar eens een bewijs hoe goed jonge Ledaig kan zijn. 88/100

Ledaig 15y 1997, The Whiskyman

The Whiskyman komt met een nieuw label op de proppen, Age Matters. De nadruk ligt dus op de leeftijd, veel maar dan op distilleerderij of vattype. Een statement. Naast onderstaande Ledaig zit er een Ben Nevis (16), een Clynelish (17), een Littlemill (21) en een Bruichladdich (22) in de eerste reeks. Maar ik begin dus met de jongste. Reken op een 70 euro.

 

Ledaig 15y 1997/2013, 51.9%, The Whiskyman ‘Age Matters’
Djee, hoe vuil wil je je whisky hebben? Het is niet de eerste maal dat ik me die bedenking maak bij het proeven van Ledaig 1997, maar hier is ‘vuil’ echt wel het juiste woord. En dat is dus niet eens negatief, integendeel. Vuile, vettige turfrook, teer, pek, de geur van stallen en nat, licht rottend hooi, de geur van een dweil ook. Van een vuile dweil, dat spreekt. Ik weet het, dat klinkt allemaal hoogst onaangenaam, maar dat is het echt niet. Ik weet niet goed hoe ik dat moet omschrijven, je moet het ruiken. Je eerste reactie zal er ongetwijfeld een zijn van “wat is dit?”, maar ga dan terug en ontdek de complexiteit, en leer de geur meer en meer appreciëren. Er komt trouwens ook appelsien bij kijken (de rijpere variant), zeewier, zoethout en de geur van de herfst. Natte bladeren (al wat rottend, inderdaad). Hij doet me ook denken aan wild (het is het seizoen). Everzwijn. Op het bord welteverstaan. De smaak doet niet onder qua ‘speciaal’. Speciaal in de zin van bijzonder. Zuurzoete turf die een hele boerderij achter zich aansleept. Nat hooi, natte hond, mest… iets metaligs ook. Engelse sleutels, kauwen op een vork. Teer opnieuw. En houtskool. Deze Ledaig blijft trouwens even complex als op de neus. Er komt fruit bij, in de vorm van appelsienen, aardbeien, zoute drop, honing, een beetje rubber en natte aarde. Zeer lange, medicinale afdronk op zoete turf en aarde, zo goed dat het een extra punt oplevert. Zeker geen beginners-whisky, maar laat je niet afschrikken door de eerste indruk en ga de uitdaging aan. Je zal het je niet beklagen. 89/100

Ledaig 2005/2010, Berry Bros

Vandaag een fel bejubelde Ledaig in z’n peuterjaren. Amper vier jaar oud, maar volgens sommigen nu al cult. Anderen zijn er helemaal niet wild van. Zo’n profiel waar je voor moet zijn heb ik de indruk. Eh, juist ja, iets wat voor alle whisky’s geldt natuurlijk.

 

Ledaig 4y 2005/2010, 62.7% Berry Bros & Rudd, sherry butt #900008
Wow, wat een mineralige neus! Enorm. Natte keien, gepoetst zilverwerk, de geur na een zomerse regenbui… Riesling op speed. Tussen dit mineralig geweld merk ik granen op, rubber, leder, rook, zwarte bessen, zilt, rijpe sinaas, zoethout… best complex voor nog zo jong te zijn. De smaak is minder complex, droog, krachtig en mondvullend. Opnieuw veel mineralen en rook, maar ook zoete tonen zoals crème de cassis, chocolade en nougat, kruiden (gember, peper) en eik. Die zoete tonen komen meer op de voorgrond na een beetje water toegevoegd te hebben. Perfecte balans tussen de mineraliteit, de turfrook en de sherry van het vat. Erg lange afdronk op sinaas, kruiden en rook. Voor op een zomeravond op het terras, liefst als het pas geregend heeft. Maar je moet dus wel tegen een overdosis mineralen kunnen. 89/100

Back to reality – Fulldram ledentasting

Het leven gaat verder, zo zegt men. Maar het zal niet helemaal meer het leven zoals voordien zijn. Ik kan me voorstellen dat er heel wat lezers zijn die niet weten waarom deze blog bijna twee weken heeft stilgelegen. Wel, dat had te maken met het fatale busongeval van dinsdagavond vorige week om 9u15 nabij Sierre, Zwitserland, een bus waarop ook mijn oudste zoon zat. Met veel schroom naar diegenen die veel minder geluk gehad hebben, kan ik zeggen dat Simon het fysiek goed stelt. Het verlies van twee van z’n beste vrienden echter, van z’n meester Frank waar hij enorm naar opkeek, van de andere klasgenootjes (ruimtevaardertjes die niet meer naar school zullen komen), de traumatische ervaringen in de bus… het zijn zaken die maken dat het leven voor hem, maar ook voor ons, niet helemaal hetzelfde zal zijn.
Laat me het leven echter opnieuw opnemen met één van de meest futiele dingen in mijn leven, whisky. Sinds onze terugkomst uit Zwitserland heb ik nog geen druppel gedronken, zelfs nooit de behoefte gehad me een dram in te schenken. Ik merk dat daar stilaan verandering in komt, en dat is goed. Ik begin echter met een verslagje van de Fulldram ledentasting van maandag 12 maart, een verslag dat ik de avond erop al grotendeels rond had, maar een telefoontje enkele uren later heeft dit twee weken in koelkast doen belanden.

 

Danny en Alex Eekelaers namen de honneurs waar in Tasttoe, Kampenhout. Ze kregen van het bestuur een mooi bedrag en carte blanche om een leuke tasting in elkaar te boksen. En dat is het ook geworden. Ze legden de lat voor zichzelf wel behoorlijk hoog door zes whisky’s te schenken die volgens hen door minstens 1/3 van de leden telkens 90 punten of meer zouden krijgen. Deze zes whisky’s werden gepresenteerd in koppels, twee uit Speyside, twee uit de Highlands en twee van de eilanden, en dat alles blind geschonken. Daarenboven werd geopteerd voor whisky’s van één en dezelfde bottelaar, die nog niet vaak aan bod was gekomen in onze club. Dat bleek The Whisky Fair te zijn, een label uit de stal van The Whisky Agency. Hieronder een verslagje van deze toch wel bijzonder geslaagde tasting.

 

Als aperitief schonk het bestuur de Glen Grain Class 2000/2011, 50%, Malts of Scotland, first batch uit, een vatting van vier sherryvaten North British grain whisky. Een whisky die maar matig ontvangen werd. Veel granen (nu ja), alcohol en ook lijm (Velpon) zijn me bijgebleven. Na enige tijd kwam hij iets meer open (tuinkruiden en zoete tonen), maar lekker werd het nooit. 70/100

 

Wat volgde was dus wel lekker, en eigenlijk ook meer dan dat. De familie Eekelaers ging van start met Speyside whisky’s. Het bleken, net zoals bij de andere koppels, twee verschillende profielen te zijn. De eerste whisky werd op het einde onthuld als de Tomatin 30y 1977/2007, 48.6%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 223 bottles. Deze heeft een erg fruitige neus (roze pompelmoes, mango, ananas), vermengd met kandij, yoghurt en rozenbottel. Ook op de smaak speelt het fruit de eerste viool. Zoet en tropisch fruit. Niet erg complex, maar wel zeer lekker en zeer drinkbaar ook. Ja, achteraf gezien toch wel typisch Tomatin uit deze periode, alhoewel het niet de veel gekendere 1976 vintage betrof. Maar is Tomatin geen Highland whisky? En haalt ie de negentig? Wel ja, voor mij net, lang getwijfeld, 89 of 90, maar uiteindelijk dus met de hakken over de sloot. 90/100

De tweede helft van dit Speyside koppel werd gevormd door de Inchgower 36y 1974/2010, 50.4%, The Whisky Fair, sherry wood, 180 bottles, wat trouwens ook de tweede helft is van de botteling van The Whisky Agency (hetzelfde vat, hetzelfde moment gebotteld, hetzelfde alcoholpercentage, gewoon een ander label), een whisky die onmiddellijk uitverkocht was. Deze is dus, net zoals de andere in de line-up, nog steeds te koop. Het is maar dat je het weet. Nu ja, de Whisky Agency botteling is door Serge besproken (en met 91/100 meer dan goed bevonden), de Whisky Fair versie niet. Dat scheelt. Voor mij was het de winnaar in deze battle, vooral omwille van de veel grotere complexiteit, de mooie evolutie in het glas en natuurlijk ook omdat het gewoon geweldig lekkere whisky is. De belangrijkste associaties die ik opgeschreven ben, zijn kruiden (ook tuinkruiden), citrus, honing, natte bladeren, eik en lichte rook. Een erg fris, levendig profiel. 91/100
 

Vervolgens namen de heren ons mee naar de Highlands (alhoewel we daar al even beland waren), met de Royal Lochnagar 37y 1972/2009, 50.7%, The Whisky Fair and Three Rivers bar, 126 bottles, die uiteindelijk bij de stemming de winnaar van de avond werd. Een typisch oud Highland profiel, dat me spontaan aan Clynelish uit deze periode deed denken. Zoet (marsepein), fruitig, waxy, floraal, op een ondergrond van mooie sappige eik. Op de smaak aangevuld met kruiden. Ronde, romige, erg elegante en complexe whisky, een absolute topper. 92/100

Deze parel werd vergezeld door de duurste whisky van de avond, de Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles, een whisky gekenmerkt door kruiden (veel kruiden), banaan en zoete tonen. Toen bekend werd welke whisky het was, was ik toch opgelucht dat ik deze exact dezelfde score gaf dan een dikke twee maanden geleden. Geluk? Nee, expertise! Oké, hier zou een smiley moeten volgen. 91/100

 

Tot slot bezochten we de eilanden. Islay lijkt dan een evidente keuze, maar we kwamen terecht op Skye en Mull. Beide eilanden (waar Skye sinds de bouw van de brug eigenlijk een schiereiland is geworden – bedankt om dit te vermelden Alex, dat maakte het raden naar distilleerderij toch wel wat makkelijker) hebben maar één distilleerderij, respectievelijk Talisker en Tobermory. De eerste whisky luisterde naar de wat mysterieuze naam Talimburg 20y 1986/2006, 43.8%, The Whisky Fair (Artist Edition), 240 bottles. Een samentrekking van Talisker en Limburg, het stadje waar The Whisky Fair resideert. De goedkoopste botteling in de line-up trouwens. Dit is een profiel waar ik volledig weg van ben. Niet geweldig complex, maar o zo mooi. Ronde, zoete turf en mineralen (heeft echt wel wat weg van Riesling), vergezeld van zoet fruit zoals ananas en rode appels, en planten. Op de smaak komt daar dan nog wat zilt en peper bij. Niet iedereen was hier echter even wild van, hij eindigde voorlaatste in de eindrangschikking. Ik vind het super. 92/100

Na deze Talisker, viel de Ledaig 33y 1973/2006, 48%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 281 bottles mij een beetje tegen, maar dat lag vooral aan z’n gangmaker. Zeer lekkere whisky, daar niet van, maar toch een trapje lager. Weer zo’n twijfelgeval tussen 89 en 90. Had ‘m eerst op 90 staan, maar hij moet het uiteindelijk met een puntje minder stellen. Zachte ronde turf op de neus, net als gerookt vlees, kruiden, eik en een beetje boenwas. Meer fruit op de smaak: sinaas, aardbei. Ook de eik en de turf zijn dominanter. Complexer dan de Talisker, zeker, maar minder mijn ding. 89/100

 

Aangezien de heren gans het budget aan deze zes flessen gespendeerd hadden, mochten we Stijn dankbaar zijn dat hij nog een extraatje bij had, dat dienst kon doen als toetje. Rarara, wat had hij bij? Z’n eigenste Macduff 14y 1997/2012 ‘Freyr’, 50%, Lord of the Drams, sherry, 104 bottles natuurlijk. Een whisky die niet helemaal tot z’n recht kwam na de voorgaande kanonnen. Hij is daarenboven amper half zo oud dan het voorgaande geweld. Het is ook een ander profiel, met de nadruk op zoete granigheid.

 

Uit de einduitslag bleek dat de whisky’s erg dicht bij elkaar lagen, het waren dan ook alle zes toppers. Opzet geslaagd dus. En wat meer is, allemaal nog verkrijgbaar via de shop van TWF. De finale rangschikking voor de groep was:

  1. Royal Lochnagar 1972
  2. Tomatin 1977
  3. Ben Nevis 1966
  4. Ledaig 1973
  5. Talimburg 1986
  6. Inchgower 1974

 

Thierry Segers en andere

Jullie weten ondertussen dat ik graag eens een muzikaal zijsprongetje maak. Vandaag doe ik dat in de vorm van de persoon in titel. Thierry Segers, dat is wat mij het meest is bijgebleven van de Fulldram whiskykwis in Leuven maandag jongstleden. Het is de naam (waar het eigenlijk een begrip zou moeten zijn – ik durf zelfs een concept te vermoeden) van de man die voorheen door het leven ging als Thierry Vankerrebroek. Maar als eerbetoon aan z’n grote voorbeeld Yves Segers (bekend van de klassieker ‘Ik schreeuw het van de daken’), heeft hij zich de naam van deze levende legende eigen gemaakt. Ik zou in verschillende paragrafen kunnen uitweiden over de levensloop van deze artiest, maar waarom zou ik dat doen als Thierry het zelf zo veel beter kan. Lees dus hier meer over dit in mijn ogen zwaar miskend talent.

 

Maar genoeg ernst, Thierry Segers was dus het antwoord op één van de vragen uit de voor de rest leutige whiskykwis. Deze kwis werd door ons aller Peter vakkundig in elkaar gebokst en op onnavolgbare wijze gepresenteerd. En aangezien Peter enkel diende bijgestaan te worden door een bevallige (nu ja) assistente, kon de rest van het bestuur deelnemen. De vragen waren nogal, eh, divers. Vlaamse zangers kwamen aan bod, dat had u al begrepen, maar ook plaatsen in Schotland, bekende figuren uit de whiskywereld en daarbuiten, ontbrekende distilleerderijen in een alfabetisch rijtje en dergelijke meer.

Tijdens de kwis werden zeven whisky’s geschonken. Bedoeling was telkens het alcoholpercentage, leeftijd en vattype te raden en er op het einde de twee koppels (tweemaal twee whisky’s van dezelfde distilleerderij) uit te halen. Elke ploeg zou na de kwis beloond worden met een flesje bier, gaande van een Orval met vervaldatum ergens in 2008 voor de laatste ploeg tot de Cuvée Delphine van de Struise Brouwers voor de ploeg die eerste zou eindigen.

De whisky’s die geschonken werden:

  • Vintage Choice 10y ‘Speyside blended malt’, 40%, OB +/-2010
  • Miltonduff 30y 1980/2011, 44.5%, A. Dewar Rattray bourbon cask #12427, 240 bottles
  • Ledaig 2005/2010, 62.7% Berry Bros & Rudd, sherry butt #900008
  • Tomatin 33y 1976/2010, 51.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 6816, 264 bottles
  • Dailuaine 27y 1983/2011, 50%, Asta Morris, refill sherry hogshead AM004, 248 bottles
  • Tomatin 34y 1976/2011, 51.3%, The Whisky Agency ‘Grotesque Crocs’, refill sherry butt, 309 bottles
  • Ledaig 12y 1998/2010, 61.8%, Malts of Scotland, sherry butt #800025, 256 bottles

 
Resulterend in volgende top drie:

  1. Tomatin 34y 1976 TWA
  2. Tomatin 33y 1976 DT
  3. Ledaig 12y 1998 MoS

Niet helemaal mijn top drie, maar die wordt in de loop van de komende dagen wel duidelijk. De whisky die derde eindigde, was de Ledaig 1998 van Malts of Scotland. Dankzij het hoogste bod nam ik de rest van de fles mee naar huis en proef ik ‘m nog een tweede keer. Mijn bevindingen hieronder. Beide Tomatins bespreek ik samplegewijze binnenkort.

Welke ploeg uiteindelijk tot winnaar van de kwis werd uitgeroepen, is van geen tel, het ging immers puur om het plezier. Wel een dikke pluim aan de Struise Brouwers, hun Cuvée Delphine is werkelijk voortreffelijk.

 

Ledaig 12y 1998/2010, 61.8%, Malts of Scotland, sherry butt #800025, 256 bottles
Ha, de balans tussen de turf en de sherry zit goed, mooi zo. Eigenlijk moet ik zeggen de balans tussen de turf, de sherry en het zilt. Dit is echt ‘coastal’, kustig, of zoiets. Zout en zeewier. De turf is zoals wel vaker bij jonge Ledaig mineralig van aard. Minder clean echter dan deze op bourbonvaten of dan jongere op sherryvaten, waar de sherry dus minder z’n stempel op gedrukt heeft. Maar ik vind het prima zo. Nu zijn het leder, tabak, tamari (natuurlijk gefermenteerde sojasaus), dadels en rozijnen die de dienst uitmaken. Aarde ook nog. Complex. Deze neus kan perfect doorgaan voor deze van een Port Ellen 1982/1983 op sherryvat. No kidding. Krachtig maar goed drinkbaar, op dezelfde hoofdtonen als de geur: zilte, rokerige en sherry-aroma’s. Meer bepaald zoethout, eik, bloedappelsien, leder, teer, medicinale turf, tabak, rozijnen, pruimencompot, stroperige karamel en zo kan ik nog even doorgaan. Complex, ook op de smaak dus. Water maakt het geheel zoeter maar is ondanks de 62% niet nodig. Erg lange afdronk, zoet, zilt en rokerig met wat peper erdoorheen. Prachtige whisky die ik blind een pak ouder zou schatten en waar de sherry perfect z’n werk heeft gedaan, niet te weinig maar ook niet te veel. Dat vat moest geen jaren meer blijven liggen. 91/100

Ledaig 7y 2004, Archives

En nu we toch bezig zijn… ook in de Archives ‘First Release’ reeks zit een jonge Ledaig. Deze Ledaig heeft als vatnummer 900009, op het eerste zicht dus het zustervat van de gehypte Ledaig 2005 Berry Bros, dat het nummer 900008 droeg. Maar 900009 is een distillaat van 2004, 900008 van 2005, geen logische nummering dus. Misschien eerder een slimme marketingtruc van de jongens van Whiskybase.

 

Ledaig 7y 2004/2012, 61.9%, Archives, hogshead #900009, 302 bottles
Cleane, frisse en mineralige turfneus. Wat in eerste instantie opvalt zijn natte keien, de schil van citroen en witte pompelmoes (zesty), citroensap, zilt en zeewier, jodium en turfrook. Licht medicinale turf dus. Daaronder loeren ook zoetere tonen: honing en nougat. Best drinkbaar op 62%, wel krachtig natuurlijk, en prikkelend (dansend op de tong). Qua associaties in het verlengde van de neus: cleane, jonge turf dus, citroen, zeste, zilt (veel zilt), gember, peper en vochtige aarde (niet dat ik dat vaak eet). Lange afdronk op turf, zilt en citrus. Jonge, levendige en cleane whisky, weinig verschillend van de botteling van The Nectar trouwens. Niet erg complex dus, maar wel lekker en met 35 euro behoorlijk scherp geprijsd. Een aanrader voor de liefhebbers van dit profiel. 85/100

Ledaig 8y 2001, The Nectar of the Daily Drams

Ledaig (niet ‘ledijg’ maar ‘letsjik’ uitgesproken) is voor Tobermory wat Port Charlotte voor Bruichladdich is, nl. de geturfde variant van de distilleerderij. Vandaag een botteling van The Nectar die samen met de 2005 van Berry Bros meteen hoge toppen scheerde. Ik proefde deze een jaar geleden en heb nu de kans ‘m wat beter te leren kennen.

 

Ledaig 8y 2001/2010, 61%, The Nectar of the Daily Drams
Erg frisse, mineralige neus. De zomerse regenbui, de natte stenen, je kent het, maar ook wat kaarsvet en citroen op een onderlaag van turf en teer. Prikkelend allemaal. Daarnaast noteer ik nog zilt, vanille en zoethout. Niet erg complex, wel lekker om ruiken. Krachtig op de tong maar best drinkbaar en erg clean, ook hier niet echt complex. Wat opvalt zijn turfrook en citroen(schil), veel meer komt daar niet bij. Het hoeft niet te verbazen dat water het geheel zoeter maakt, dan krijg ik er tonen van suiker en vanille bij. De citrus en de turf blijven echter domineren, ook in de lange afdronk. Simpele en jonge, maar evenzeer lekkere en levendige Ledaig. 85/100

Ledaig 15y 1972, MacNab revived by Full Proof

De Ledaig die ik vandaag proef, werd gedistilleerd in december 1972 en gebotteld in april 1988. Het label vermeldt verder dat deze whisky nieuw leven werd ingeblazen door Full Proof. Nader onderzoek wijst uit dat deze whisky inderdaad eerst een ander leven leidde als de Ledaig 15y van MacNab. Een resterend deel van de stock werd later door Full Proof herlabeld.

 
Ledaig 15y 1972/1988, 43%, MacNab, revived by Full Proof, 228 bts.
Lekkere, subtiele en complexe neus die rokerig en medicinaal start en dan overgaat in aangename zoete tonen. Honing, chocolade, mokka, praliné. Iets subtiels zurigs ook. Yoghurt? Sinaas. Lichtjes waxy. Aarde, planten, dat zeker ook. En lichte ‘boerderij’ associaties (farmy that is). De smaak is stevig, mondvullend en vooral lekker. Rokerig (turfrook), kruidig (nootmuskaat, zoethout, gember?) en ook fruitig (de sinaas opnieuw). Droger naar het einde. Hier eerder bittere chocolade, op de neus melkchocolade. Lange, zoet-rokerige afdronk met ook kruiden die mee om de aandacht dingen. Zalige whisky! 91/100

Ledaig 10y

Ledaig – wat je uitspreekt als Lètsjik – is een product van de Tobermory Distillery. Doorheen z’n geschiedenis lopen de namen Tobermory en Ledaig door elkaar, het opereerde soms onder de naam Tobermory maar vaker onder de naam Ledaig. Vandaag is Ledaig het label waaronder Tobermory geturfde whisky produceert.

 

Ledaig 10y, 46.3%, OB 2010
Jonge, medicinale turf op de neus, vermengd met veel granen en gedroogde bloemen, zilt en wat vanille. Iets metaligs ook. Het geheel is vrij sober en wat ruw, met enkele druppels water (wat ik op dit alcoholpercentage normaal niet zou doen) komt er echter ook wat fruit door. De smaak is licht stoffig, en hier wordt de medicinale turf vergezeld van florale toetsen. Gaat richting hooi. Peper en zout ook. Zo goed als geen fruit. Alhoewel, misschien wat perzik. Middellange, rokerige, zilte en licht ‘rubberige’ afdronk. Niet slecht maar ook niet echt mijn ding. Mag nog wat verder getemd worden op vat. 77/100