Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Islay’

Port Ellen 19y 1970 for Gallo

Hebben we deze al niet gehad? Nope, dat was er ééntje die er heel goed op trekt, ééntje waarvan een fles me onlangs op een haar na ontglipte. Ook een Port Ellen 1970, ook 19 jaar oud, ook een Gordon & MacPhail botteling geïmporteerd door Sestante, maar deze werd gebotteld voor Gallo, ook voor de Italiaanse markt dus. The lucky bastards.

 

Port Ellen 19y 1970/1989, 40%, Sestante import for Gallo, 75cl
Versneden tot 40%, maar toch een ‘sterke’ Port Ellen, complex en erg verfijnd. Neus van vanille, karamel, boter. Crème brûlée. Turf, maar minder dan verwacht. Zilt en peper. Wel prominente turf in de smaak. Wat zoetigs ook (honing?) en citrus fruit. Krachtig voor z’n alcoholpercentage. Mooie rook. Lange ziltige afdronk. Gebotteld op een 10% meer had ie misschien (maar dat is natuurlijk niet zeker) meer gehaald. Haalde die andere geen 95 op 40%? Inderdaad, maar die is buiten categorie. Naast het bovenstaande heeft die nog – en vooral – een succulente fruitigheid. Nu ja, je leest het daar. 91/100

En nog een Bowmore

Zoals gezegd had ik nog een Bowmore staan, ééntje die ik gisterenavond met veel plezier heb gekraakt. Het betreft een standaard 12y, maar dan ééntje uit een ander tijdperk. Zo’n bruine dumpy fles met goudkleurig label (euh ja, zie hieronder), gebotteld ergens begin jaren tachtig.

 

Bowmore 12y, 43%, OB bottled early 1980’s, dumpy, gold label
Ha, van die zachte, smeuïge turf, vermengd met veel ‘zee’ (zeewier, zilt, wat iodium…). Zalig. Lekker fruitig ook, tropisch fruit à la banaan, mango, papaya, pompelmoes. Gesuikerde lindethee. Licht, zacht en zoet op de tong… fudge, mokka, lichte rook, zilt, tropisch fruit (meloen, papaya). De afdronk is niet erg lang maar ligt perfect in het verlengde van de smaak, dat is dus zoet en maritiem met tropisch fruit en zachte turf. Heerlijk, alhoewel het geheel misschien wat punch ontbeert. Soit, dit is een profiel van whisky dat je moeilijk kan vergelijken met de huidige standaardbottelingen. 91/100

Drie Bowmore’s

Ik heb hier nog wat Bowmore staan. Twee recente officiële bottelingen, de Legend en de 21y 1988 port cask matured, en de 1995 Malts of Scotland ‘Clubs’ voor het Lindores Whisky Fest. Laat me met deze laatste beginnen.
En dan staat er hier nog een ander geweldig aanlokkelijk sampletje met ‘Bowmore’ op het etiket… die zal ik voor morgen bewaren.

 

Bowmore 15y 1995/2010, 57.8%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Lindores Whisky Society, PX Sherry cask #112, 225 bottles
Zeer mooi gerijpte whisky, de geturfde spirit heeft zich perfect verweven met de sherry. Eerst krijg je de zoete sherry, vergezeld van veel fruit, pas daarna komt de turf opzetten. Op de smaak zit de turf meer vooraan, samen met de fruitige sherrytonen. Qua fruit noteer ik rijpe sinaas en mandarijn, passievrucht en ananas. De PX geeft het geheel een stroperige zoetigheid. Heel lekker! Een lichte kruidigheid en wat zilt maken het plaatje af. Lange, zoet-fruitige afdronk. Smullen! 89/100

 

Bowmore 21y 1988, 51.5%, OB 2009, port cask matured
Deze 21-jarige Bowmore, gedistilleerd op 10 maart 1988, rijpte op ruby portovaten en dat merk je. Hij is erg zoet op gestoofd fruit (aarbeien, pruimen), kersen, melkchocolade, hout, wat zilt en zeewier, en zachte turf. Ook de wat vettige smaak is in eerste instantie zoet. Ik heb associaties van honing, kandij, cake, marsepein, sinaas en orangettes, gevolgd door pruimen, bloesems, zilt, turf, gember en peper. Complex that is. Middellange, warme afdronk met zachte turf en gestoofd fruit. Erg lekkere, boeiende en complexe Bowmore. 89/100

 

Bowmore Legend, 40%, OB 2010
Rokerig en ziltig op de neus. Daarnaast heb ik nog wat zeewier en een beetje citrus. Subtiel, om niet te zeggen vaag. Mmm, ik ook wat rubber en benzine. Niets om over naar huis te schrijven. Op de tong is hij vrij droog en moet het hebben van turf, zilt, wat kruiden, citrus en hooi. Alles vrij licht, mist body. De afdronk is snel weg, op peper en zout. Honing? Niet slecht maar ook niet echt lekker te noemen. 75/100

Ardbeg 1975, Jas. Gordon for Auxil

Nog een Lindores sample. Dit is een Ardbeg die ik meenam van – je kan het al raden – Geert Bero z’n stand. De fles was nog dicht, het was dus een beetje een gok, maar zowel Geert als ik waren danig onder de indruk van de neus van deze whisky. Ik besloot dan ook wat in m’n glas zat gezwind over te gieten in een sampleflesje.

 

Ardbeg 1975/1989, 40%, Jas. Gordon (G&M), importe par Auxil, 75 cl
Wohoow… dit is het profiel waar ik een zwakke plek voor heb zie! Veel zoet en sappig fruit met zachte zoete turf op de achtergrond. Ik heb dit profiel al uitgebreid bejubeld bij de Port Ellen 19y 1970 voor Sestante, deze ligt wat in het verlengde. De Port Ellen is nòg fruitiger en misschien nog iets complexer, maar ook deze is top. Ook hier is het het fruit dat om de aandacht vraagt. Ik denk in de eerste plaats aan appel, limoen, roze pompelmoes en wat perzik. Er doemen oesters op, net als zachte, romige karamel. Een beetje teer. Dit alles op een bedje van subtiele, delicate turf. Wat farmy zelfs. Gewoon heerlijk! Minder fruit en meer rook op de smaak. Kruiden ook, licht bitter. Het fruit is citrus, sinaas vooral. Rijpe sinaas. Appelschil. Boter, amandelen en karamel heb ik ook nog. Lange, wat mineralige afdronk op fruit en turf. Schitterende whisky, alhoewel als ik enkel de neus zou scoren, het een een puntje meer zou zijn. 92/100

Bruichladdich 17y, Moon import

De eerste sample vanop het Lindores Whisky Fest die ik kraak, is een oude (of wat had je gedacht) 17-jarige Bruichladdich, Moon import, geïmporteerd in Italië dus, ergens rond 1980. Begin jaren zestig distillaat inderdaad. Sample van Giovanni Guiliani.

 
Bruichladdich 17y, 43%, OB, Moon import, Italy +/- 1980, 75cl
De neus is erg clean, fris en olieachtig. Lijnzaadolie. Mineralen. Granen. Wat zilt ook, net als zeelucht en daarna fruit: peer, meloen, ananas… heel zachte assen. Ook de smaak is clean en olieachtig, op granen, suikerspin, mineralen (steentjes in je mond) en zilt. Gele appels. Een klein beetje turf. Middellange, zoet en zilte finish. Niet geweldig complex, maar zo’n fles is leeg voor je het beseft, kapt binnen als limonade (maar geef mij dan toch maar dit). 87/100

Bowmore 15y 1994, Murray McDavid

Deze whisky vermeldt op het label: Refill Sherry enhanced in Chateau Petrus casks. Klinkt alvast chique en veelbelovend.

 

Bowmore 15y 1994/2010, 50.1% , Murray McDavid Mission, 696 bts.
Cleane neus op zilt, iodium, zeewier (coastal dus), de schil van appelsienen, oud leder, een beetje tabak, turf natuurlijk, vanille, veel zoethout en wat peper. Aangename en vrij complexe neus. Op de tong is hij dik en romig, de smaak start zoet-kruidig. Peperkoek. Daarna krijg ik wat fruit (roze pompelmoes, mango) en het zilt van de neus. Zoute drop. Zachte rook. Lange afdronk in het verlengde van de smaak. Erg aangename whisky. 85/100

Big Peat

De Big Peat, een product van Douglas Laing, is een vatted malt met whisky van Ardbeg, Caol Ila, Bowmore en Port Ellen. Er zit dus ook behoorlijk oude whisky tussen if you snap what I mean. Geweldig etiket trouwens.

 

Big Peat, 46%, Douglas Laing 2010
Zalige zoete en licht medicinale neus. Veel vanille heb ik, net als zoethout, zachte zoete turf en zilt. Dan koffie en karamel, daarna fruit ook. Appel, perzik. Complex. Drinkt vlot weg, hij is ook erg lekker op de smaak. De start is zoet, rokerig en licht coastal (zilt, zeewier). Ook hier komt na enige tijd fruit opzetten. Pompelmoes en limoen. Toast. Lange, eerder droge, rokerige en zoete afdronk. Ik proefde hem blind en dacht dat het twintig jaar oude Laphroaig was. Natuurlijk zit er vanalles is behalve Laphroaig. In ieder geval, prachtige vatting! Voor een kleine 40 euro een wel erg sterke aanrader. 89/100

Twee Ileach

Vandaag maak ik tijd voor een Bowmore die tot behoorlijk wat heen en weer gemail met Bert Bruyneel heeft geleid en de recentste batch van de Ardbeg 10y. Beide blind geproefd en vooral die Bowmore vind ik erg lekker (BB heeft niet altijd gelijk).

 
Bowmore 11y 1998/2009, 46%, Duncan Taylor, NC2
Frisse, florale en mineralige neus met fruit en zelfs een licht waxy touch. Bijenwas, sappige appels, rijpe kruisbessen. Na enige tijd krijg ik iets lichts geroosterds (geroosterde noten?) en lucifers. Geen zwavel evenwel, niets storends. Integendeel, I love this nose! De smaak geeft lichte turf, veel fruit (citrus, peer), honing, amandelnoten en gedroogde bloemen. Of eerder gedroogde kruiden à la linde en kamille. Een klein beetje hout ook, vooral naar het einde. Lange, licht bittere afdronk met fruit en zoete turf. Vooral de neus is erg goed. 88/100
 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2009
Neus op turf, wat fruit (druivensap, peren) en medicinale toetsen. Een beetje zilt ook. Peper. Aarde. Asperges??? Mmm, niet slecht maar ook niet erg complex. Het fruit dat ik had, verdwijnt vrij snel. De turf, het medicinale en de aarde blijven over. Ook op de tong domineert de turf, die wordt vergezeld van wat zoets (vanille) en een klein beetje fruit (citrus). Wat kruiden naar het einde. Vrij assig op de duur. Nogal ruw. Lange, rokerige afdronk met ook hier wat citrus. Niet slecht, niet geweldig, wel wat beter dan de vorige batchen die ik proefde. 83/100
 
En dit weekend… Lindores Whisky Fest! Of wat had je gedacht?

Bunnahabhain ‘Toiteach’

Toiteach is Gaelic voor rokerig. Deze whisky is dus een geturfde whisky, wat we van Bunnahabhain niet gewoon zijn. Uit het recente verleden herinner ik me nog de Moine voor het Feise Isle 2004. De Toiteach vermeldt geen leeftijd. De gebruikte turf is trouwens mainland turf, anders dan de Islay turf die medicinaler en zilter is.

 

Bunnahabhain NAS ‘Toiteach’, 46%, OB, 2009
Zoete, granige en florale neus met een vegetaal kantje. Oxo. Gedroogde bloemen. Honing. Misschien wat noten. Turf erdoorheen, welke met de tijd meer op de voorgrond treedt. Matig, ben hier niet geweldig zot van. Op de smaak is de turf meteen daar, samen met de honing, sinaas en kruiden. Rokerig, zoet en kruidig dus. Het geheel is een beetje ruw. De finish is behoorlijk lang, zoet en rokerig. Correcte whisky met groeipotentieel zonder echt geweldig te zijn. 80/100

Laphroaig Triple Wood

De Laphroaig Triple Wood is in feite een Quarter Cask die nog een extra, derde rijping meekreeg op sherryvat. Hij zat dus eerst het grootste deel van de tijd op bourbonvat, dan op kleinere ‘quarter casks’ en dan nog even op Olorosovat, wat dus eigenlijk een tweede finish is. Benieuwd of dit een meerwaarde betekent voor de whisky.

 

Laphroaig Triple Wood, 48%, OB 2008, 1L
Verrassend zachte neus, het hout dat ik verwachtte, houdt zich gedeisd. De neus is vooral zoet (veel vanille), met lichte turfrook (ook minder dan verwacht), medicinale toetsen en kruiden. Rokerige kruidenthee. Yep, de Lapsang Souchong. Wat fruit erdoorheen. Zoet fruit, banaan, rijpe (rode) kruisbessen. Een beetje peper en een beetje zout. Subtiele en erg lekkere neus. Meer rook op de smaak met het zoete en de ‘herbal’ kruidigheid van de neus die ook hier meespelen. Vanille, zachte karamel (vanille fudge eigenlijk), zoethout, kaneel. Sinaas. Niet direct veel hout, wel veel vanille dus. En kruiden. Het hout heeft op een bepaalde manier dus wel z’n werk gedaan. En dan heb ik het zowel over de quarter casks als over de Europese eik, ze drukken beide een eigen stempel op deze whisky. Gedroogde bloemen. Deze Laphroaig blijft lang hangen, de finish is romig, zoet en rokerig met assen (maar zeker niet teveel), vanille, melkchocolade en hooi. Ik vond de neus geweldig, op de smaak en in de afdronk spelen de assen net iets teveel op om negentig te scoren. Vergeleken met de Quarter Cask heb ik bij deze laatste meer rook op de neus dan op de smaak, hier is het omgekeerd. In ieder geval, voor mij is hij beter dan de Quarter Cask, maar ik ben blijkbaar een uitzondering. 88/100

Bowmore 19y 1990, Signatory

Bowmore is de hoofdstad van Islay. In het Gaelic verwijst ‘Bow’ naar baai en ‘More’ naar groot, Bowmore ligt inderdaad aan de (grote) baai van het Loch Indaal.

 
Bowmore 19y 1990/2009, 46%, Signatory, casks 653 & 654, 697 bts
Rook en zilt, dat is deze whisky in twee woorden. De neus geeft turfrook, zeelucht (inclusief de iodium) en zilt. Een beetje vanille en citroen laten ook nog van zich horen (t.t.z. ruiken). Geroosterd vlees. De smaak is zacht en romig met buiten de turf en het zout ook hier citrus. Na een tijdje meer zoets. Honing en vanillepudding. Vrij lange, zilte finish met een aangename kruidigheid en terugkerende rook. Lekkere Bowmore. 85/100

Port Ellen 9th release

Voordat de tiende release wordt uitgebracht, laat ik nog even de vorige passeren. Dit is een whisky die me doet denken aan Campbeltown. Je zou denken aan Islay, maar neen, aan Campbeltown. Op onze Fulldram Schotlandreis werd deze ontkurkt toen we wachtten op de overzet van Campbeltown naar Arran. We hadden immers tijd zat… Gezeten op een rots, met de voeten in het water, de blik op het wondermooie Isle of Arran en een Port Ellen 9th in m’n glas… ha, memories! Nu dezelfde whisky, maar op een bureaustoel en de blik op het scherm, het is niet hetzelfde.


Port Ellen 30y 1979/2009 ‘9th release’, 57.7%, OB, 5916 bottles
Cleane neus. Niet scherp, niet heftig zoals deze van sommige andere Port Ellens. Niet teveel turf, niet teveel hout, niet teveel zilt, neen, alles is zacht, subtiel zelfs en perfect gebalanceerd. Ik heb het dan over zachte turf, een zoete granigheid (ontbijtgranen met honing en melk), teer (maar ook dit is subtiel), zeelucht (inclusief de jodium), fruit (zoete appels), planten (heide, munt) en een lichte farmy touch. I love it! En I love de smaak also. Even clean, subtiel en complex als de neus. Evoluerend van zoet naar droog, met altijd een aangename rokerigheid en fruitigheid. Eerst is er de citrus en het zilt, daarna het hout, de grassige tonen en de kruiden. Zoethout, peper, kruidnagel… De afdronk is zoals te verwachten lang en moet het hebben van rook en zilt, zo kennen we Port Ellen. Eén van de beste ‘officials’ die ik al dronk. 92/100

Caol Ila 25y 1984, Cadenhead

Het dorpje Caol Ila werd in 1846 zo goed als letterlijk uit de grond gestampt door de oprichter van de Caol Ila distilleerderij, Hector Henderson, op dat moment ook de eigenaar van Littlemill. Samen met de bouw van hun werkplek bouwde hij immers huisjes voor z’n werknemers.

 
Caol Ila 25y 1984/2010, 55.2%, Cadenhead Authentic Collection, 250 bts
Gebalanceerde neus op turf, appelsienconfituur, appel, zilt, kruidnagel en kaneel. Op de tong is hij zoet en zilt met ook hier de turf, net als citrus en vanille. De afdronk is redelijk droog, rokerig en ziltig. Lekkere whisky, kapt makkelijk binnen. En ik moet verdorie nog altijd mijn eerste slechte Caol Ila tegenkomen… 85/100

Bunnahabhain ‘Auld Acquaintance’

Dit is zonder enige twijfel de beste Bunnahabhain die ik ooit gedronken heb. En ik ben in goed gezelschap, ook John MacLellan, de vorige distillery manager en Serge Valentin beschouwen dit als de beste Bunna ever. Ik dronk ‘m voor het eerst in de legendarische whiskybar Duffies in hartje Bowmore. Nu eindelijk de kans om dat in alle rust nog eens over te doen en er een tweede keer van genieten. En dit is genieten met volle teugen, hij is even fantastisch als in m’n (springlevende) herinnering.

 

Bunnahabhain 34y 1968 ‘Auld Acquaintance’, 43.8%, OB 2002, 2002 bts
Zalige complexe en delicate neus met fruit (sinaas vooral maar ook pruimen), zachte zoete turf, zilt, gember, boenwas, evoluerende naar geroosterde noten, melkchocolade, de geur van een antiekshop en een lichte stoffigheid die hier een absolute meerwaarde is… prachtige subtiele sherrytonen. En wat een balans! Sublieme neus. De smaak doet echter niet onder. Hij is romig, hij is zoet, hij is fruitig en hij is kruidig. Een beetje hout erdoorheen, niet teveel, niet te weinig. De balans tussen bitter, zoet en zelfs een klein beetje zuur is gewoon perfect. Lange verwarmende afdronk met chocolade, sinaas en hout. What an acquaintance! 94/100

Bowmore Tempest

Eén van de terechte winnaars in de Battle of the Stunners was de Bowmore Tempest. Vandaag neem ik er wat meer tijd voor.

 

Bowmore 10y ‘Tempest’, 55.3%, OB 2009, 12.000 bottles
De neus biedt een perfecte mix tussen rokerige, fruitige en coastal elementen. ‘Coastal’ vertaalt zich in the usual suspects: zilt, zeewier, iodium, oesters (met peper en citroen!). Het fruit is naast de citroenen vooral sinaas en wat perzik. En na enige tijd zelfs wat tropische toestanden. Vanillecrème ook, nootmuskaat en een lichte florale toets. Behoorlijk complex dus. En lekker! In de mond dezelfde knappe balans tussen turf, fruit (citrus en tropisch) en zilt. Lekkere bitterheid. Zoethout. Lange afdronk op zoet fruit en zilt, met ook de rook die terug de kop opsteekt. Wreed lekkere en knap gebalanceerde whisky met een niet geheel terechte benaming vind ik zo (sea breeze was gepaster). 90/100

Kevin Coyne & Caol Ila

Ha, die Kevin Coyne… een beetje een twisted mind maar o zo geniaal. Singer-songwriter, schilder, schrijver, componist (o.a. van musicals), filmmaker, levenskunstenaar… een artiest in alle betekenissen van het woord. Hij stierf in 2004 op zestigjarige leeftijd, na een intens leven balancerend op de grens tussen heroïek en tragiek. Zijn onorthodoxe muziekstijl met stevig wat bluesinvloeden inspireerde op zijn beurt een hele generatie artiesten. Z’n teksten zijn erg maatschappijkritisch, o.a. de misstanden in de behandeling van psychiatrische patiënten krijgen een prominente plaats in z’n lyrics. Als je je verder verdiept in de persoon Coyne hoeft dat laatste niet te verbazen. Laat me zeggen dat hij zich wel zou verstaan hebben met Syd Barrett bv.. Maar het is toch vooral de humor, de vaak absurde en typisch Britse humor die z’n songs typeren.
Voordat z’n zangcarrière een hoge vlucht nam, werkte hij als sociaal werker, o.a. met drugsverslaafden. Deze zelfkant van de maatschappij bleef hem boeien en inspireren, maar ook aantrekken. Na de voor hem zeer productieve jaren zeventig, eerst met Siren en daarna solo, volgden enkele donkere jaren, grotendeels in de hand gewerkt door overmatig drankverbruik. Dit vertaalde zich in een paar somberdere albums. In 1985 verhuisde hij naar Neurenberg, Duitsland om een nieuwe start te nemen. Deze verhuis en het afzweren van de drank bezorgde z’n productiviteit een boost, zowel wat z’n muziek als z’n schilderkunst betreft. Het complete oeuvre van Coyne beslaat een veertigtal albums.
Nog een leuk weetje: toen hem gevraagd werd Jim Morrison te vervangen als leadzanger van The Doors na diens overlijden, stuurde Coyne de platenbaas droogweg wandelen met de boodschap “I don’t like leather trousers!”. Het tekent z’n aversie voor het maken van compromissen.

Het album Marjory Razorblade uit 1973 is z’n bekendste en voor mij samen met Babble uit 1979 ook z’n beste. Deze klassieker – blanke blues met een vleugje punk – betekende de doorbraak bij het grote publiek en bevat geweldige nummers zoals Eastborne Ladies, House on the Hill – over het leven in een psychiatrisch ziekenhuis, Marlene, Good boy, Dog Latin,… allemaal uitingen van een geniale en soms behoorlijk geschifte geest.

Laat dit een ode zijn aan wijlen Steven De Batselier, professor Steven De Batselier. Hij was het die mij Coyne leerde kennen, wat niet hoefde te verbazen, verwante zielen enzomeer. Hij was het ook die ons in contact bracht het werk van Jorge Semprum, György Konrád en Georges Steiner, onze blik op Mens en Maatschappij verruimde, ons met een andere bril naar de dingen leerde kijken, onze vastgeroeste zekerheden onderuit haalde – wat voor sommigen als erg bedreigend overkwam. Een prof die durfde rammelen met conventies, die zich niet liet leiden door politieke correctheid, daardoor niet altijd even onbesproken bleef, kortom, iemand die niemand onverschillig liet. Een prof ook die graag een glaasje dronk. Whisky? Dat weet ik niet meer zo goed. Ik drink er in ieder geval vandaag één op zijn gezondheid. En op deze van Kevin Coyne.

 
Caol Ila 26y 1982/2009, 55.9%, Duncan Taylor Rare Old, cask 2741
Lekkere fruitige neus met een perfecte mix tussen citrus (witte pompelmoes, mandarijn) en zachte turf. Tabak en zilt heb ik ook nog. Ook de smaak vertoont een mooie balans tussen zachte zoete turf, citrusfruit en elementen van de zee (zilt, zeewier, oesters). Lange afdronk in het verlengde hiervan met een lekkere kruidigheid om het plaatje af te maken. 88/100

En dan nog een Islay ‘in disguise’

De laatste Islay in het rijtje van zes is één van de Born on Islay’s van Wilson & Morgan, ook gekend als hun ‘house malt’. Iemand enig idee welke whisky dit is?

 
‘Born on Islay’ 1999/2009, 43%, W&M Barrel Selection ‘House Malt’, casks 12732-12739
Deze neus zou ik omschrijven als ‘vegetale turf’. Turf vermengd met planten en groenten. Broccoli, groene kool, peterselie. En dit alles slecht gekuisd, waarmee ik bedoel dat ik ook aarde ruik. Het wroeten in de aarde. Wat nog? Kalk, spek & eieren, lichte sherry… al bij al vrij complex zonder dat ik dit echt lekker kan vinden. De smaak is zacht, vegetaal met de turf die langzaamaan de bovenhand krijgt. Een lichte kruidigheid naar het einde en in de lange afdronk. Verre van slecht, maar ook niets bijzonder. 79/100

Twee Lagavulins

Zoals beloofd volgen nu twee Lagavulin’s, hier ook de standaard botteling – waarmee het voor mij allemaal begon – en een ‘distillers edition’.

 
Lagavulin 16y, 43%, OB 2010
Zachte, zoete turf met behoorlijk wat fruit (appelmoes, appelstrudel), een beetje boenwas, Lapsang Souchong thee, karamel en kruiden. Kaneel (de strüdel), munt, nootmuskaat. Ja dit is een boeiende, subtiele en mooi gebalanceerd neus. Iets meer turf op de smaak die voor de rest zoet is, wat medicinaal en kruidig. Zowel herbal als spicy. Zoethout, nootmuskaat en wat hout op het einde. Vrij lange en kruidige afdronk met terugkerende rook. De Lagavulin 16 is niet meer wat het was in de jaren tachtig en negentig, maar het blijft een dijk van een grootwarenhuiswhisky. 87/100
 
Lagavulin 1991/2008 ‘Distillers Edition’, 43%, OB ref 4/496
En dan begeven we ons een trapje hoger, de 1991 Distillers Edition is voor mij de beste DE die ik al proefde, zelfs iets beter dan de 1981 Lagavulin. Er staat niet vermeld welke tweede rijping deze Lagavulin nog gehad heeft maar bij vroegere batchen was dat telkens Pedro Ximénez. De neus geeft in ieder geval al snel de richting aan: lekkere, zoete sherrytonen die zich mooi vermengen met florale en ziltige. De associaties die ik heb zijn karamel, okkernoten, sappige peren, ananas, zeelucht, bloemen en sigarendozen. Daarna komt de zachte turf opzetten, vergezeld van lichte rubber. De smaak spreidt een schitterend samenspel tentoon van zoets (zachte karamel, honing), fruit (peer en sappige appels), zilt en zachte turf. Behoorlijk wat zoethout, zeker naar het einde en in de lange afdronk. Dit is echt een beauty, de turf en de sherry vullen elkaar perfect aan. 91/100

Twee Caol Ila’s

De komende dagen bespreek ik enkele Islay’s. Vandaag twee Caol Ila’s, morgen twee Lagavulins en daarna zal nog een Laphroaig volgen en ééntje die zich niet kenbaar wil maken.

 
Caol Ila 12y, 43%, OB 2010
De recentste batch van deze klassieker. Jonge, cleane turf op de neus, licht medicinaal met een aangename zurigheid. Yoghurt. Zilt en zeewier voegen ‘zee’ toe. Champignons, geen off-note echter. De smaak is rokerig met tabak, wat assen (zonder te storen), rijpe sinaas en zilt. Licht drogend, ook in de rokerige maar vrij korte afdronk. Ver van slecht maar mist wat complexiteit om nog hoger te scoren. 83/100
 
Caol Ila 1996/2008 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, ref 4/468, moscatel cask
Zeer lichte turf, op de achtergrond. Meer op de voorgrond heb ik planten, banaan, appels, zeewier, mineralen en zachte waxyness. Schoensmeer. Zachte en lekkere neus, die zoeter wordt met de tijd. Honing. Erg aangenaam. Ook de smaak is zacht, fruitig (sinaas) met hier iets meer turf. Turf die bijlange niet domineert maar gewoon een toegevoegde waarde is, juist zoals ik het graag heb. Een beetje hout, noten en zoethout ook. Middellange afdronk, fruitig en ook hier lichte turf. Ik vind dit erg lekkere whisky. Lekkerder en vooral complexer dan de standard 12y en dus ook enkele puntjes meer. 87/100

Laphroaig ‘Philo Raga’ 1998, Daily Dram

De Philo Raga past in het rijtje Hag Rap Oil en de lichtjes geweldige Aloha Grip. Een vierde anagram diende niet meer gezocht te worden, het concept werd immers begraven en een nieuwe Laphroaig mag bij de jongens van The Nectar weer gewoon Laphroaig heten.


Laphroaig ‘Philo Raga’ 11y 1998/2009, 57.5%, Daily Dram, The Nectar
Veel rook en assen op de neus, samen met de schil van witte pompelmoezen, citroen, donkere chocolade, hazelnoten en medicinale toetsen. Rokerig en bitter zijn de hoofdkenmerken. Met water komt er wat zilt bij, maar wordt vooral de rook versterkt. Invasief en droog in de mond met veel rook, gele appels, zilt, munt, noten, zoethout en peper naar het einde. Lange, assige afdronk met teer, zilt en citroen. Niet slecht, verre van, maar te veel assen, te scherp, te agressief om in de buurt van de Aloha Grip te komen. Dit is eerder een Laffie in de stijl van de nieuwe OB’s 10y CS. 84/100