Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Islay’

Ardbeg 1991 for Hotel Bero

Bon, vandaag een whisky die op korte tijd een redelijke cultstatus heeft verworven. Het feit dat Geert Bero (Mister Ardbeg) voor het eerst een eigen Ardbeg selecteert (voor z’n hotel), het feit dat je de whisky enkel kan kopen als je in Hotel Bero overnacht, gecombineerd met de geruchten dat het echt wel een top-Ardbeg is… tja, dan krijg je een hype natuurlijk.
225 euro is misschien niet goedkoop voor een 20-jarige onafhankelijke botteling, maar anderzijds wel zéér correct geprijsd voor een 20-jarige Ardbeg Single Cask gerijpt op sherryvat. Zeker als je kijkt naar vergelijkbare bottelingen. Niet dat die er veel zijn, Ardbeg verkoopt geen vaten meer aan bottelaars.
We proefden deze whisky al op de weg naar het Lindores Whiskyfest vorig weekend en hadden allen iets van “wow, dit is goed man!” Eens zien of ik vandaag even zeer onder de indruk ben.

 

Ardbeg 20y 1991/2011, 48,4%, Malts of Scotland for Hotel Bero, sherry hogshead #11003, 240 bottles
Mmm, die neus is toch al fantastisch hoor. Sherry en turf… als de balans tussen beide goed zit, is het bingo. En dat is hier dus absoluut het geval. Aan de éne kant rook, teer en smeulend kampvuur, en aan de andere kant een erg breed scala aan sherry-associaties: noten, appelsiroop, vijgencompote, warme – net gemaakte – aardbeienconfituur, balsamico crème, tabak, geboend leder, enzoverder. Daaronder wat natte aarde en mos. En dan nog iets vlezigs. Sappig, zoet en zilt vlees. Zalig. Ha, ook wat kruiden merk ik op: eucalyptus en een klein beetje tijm. Erg complexe, grootse neus. Op de smaak valt de turfrook als eerste op, maar dat zit heel mooi ingekapseld in zowel zoete (karamel, kandij), zilte als drogere aroma’s. Onder die laatste categorie vallen allerlei kruiden, eik en noten. Amandelen. Toch ook wat fruit: citroen en ananas. Het zoete, het zilte en het rokerige blijven hangen in de erg lange afdronk. Oké, dit is dus effectief een top-botteling, en voor mij merkelijk beter dan de 1998 voor Feis Ile dit jaar. Prachtige whisky Geert! 91/100

Ardbeg 1977

Ardbeg 1977, een klassieker die je vaak tegenkomt op veilingen. En nog best betaalbaar. Nu ja, ergens tussen 220 en 250 euro, goedkoop is dat niet, maar anderzijds is dat niet meer dan recente jonge officiële single casks.

 

Ardbeg 1977, 46%, OB 2002
De geur van deze whisky doet me denken aan een wandeling langs het strand, maar al evenzeer aan een kampvuur. Wel ja, een kampvuur op het strand. Ik denk dat dat ondertussen verboden is, maar zo zou het ruiken. Zilt, zeewier, jodium en rook. Wat fruit erdoorheen. Sinaas en mandarijn. Delicaat en elegant, met weinig turf. Het mondgevoel is olieachtig, romig en licht. Zachte rook, best wat citrus, vanille (best zoet), licht zilte tonen, vlees. Een hammetje aan het spit (boven dat vuur op het strand dus). De turf(rook) groeit, en maakt het geheel na enige tijd aangenaam drogend. Kruiden komen er bij, net als een beetje teer. Maar het blijft allemaal zijdezacht. Zeer lange, verwarmende afdronk op turfrook en sinaas. Complexe en elegante whisky, klassieke jaren zeventig Ardbeg eigenlijk. 91/100

Ardbeg 1998 for Feis Ile 2011

Tijd voor een hype. De Ardbeg 1998 voor het Feis Ile festival dit jaar was in een mum van tijd uitverkocht en wordt nu voor zotte prijzen op veilingen verhandeld. Het is een vatting van twee vaten Ardbeg 1998, beide gerijpt op Pedro Ximenez sherry butts, resulterend in botteling van 1200 flessen.

 

Ardbeg 13y 1998, 55.1%, OB for Feis Ile 2011, Pedro Ximenez sherry casks, 1200 bottles
Lekkere, ronde en zoete neus op gekonfijt fruit, orangettes, peren- en appelsiroop, gedroogde vijgen en chocolade. Dat alles doorweven met turf en zilte aroma’s. Tabak ook, en koffie. Erg lekker om ruiken. Smeuïg, stroperig mondgevoel, de whisky plakt zich echt tegen je gehemelte en tong. Stroop, allerlei bessen (braambessen, rode en zwarte bessen), rozijnen, gedroogde pruimen, dan wat zilt en daarna de rook die langzaamaan opzet. Een beetje rubber. Eik. Toch wel wat bitter, maar de balans bitter-zoet zit een stuk beter met wat water toe te voegen. Lange, licht drogende afdronk op de sherrytonen van de smaak en turf. Dikke, stropige Ardbeg die een beetje water kan gebruiken. Best een uniek profiel. 88/100

Bunnahabhain 38y 1973, Malts of Scotland

Ik herinner er graag nog eens aan dat Malts of Scotland recent op de Independent Bottlers’ Challenge 2011 een resem medailles in de wacht sleepte, en dit voor de Old Pulteney 1998 (Highlands, goud), de Ledaig 1998 sherry cask (Island non-Islay, goud), de Highland Park 1986 (Island non-Islay, brons), de Bunnahabhain 1973 sherry (Islay, zilver) en niet te vergeten de Auchantoshan 1999 for Fulldram (Lowlands, goud). En het werd met twee medailles ook nog eens uitgeroepen tot beste bottelaar in de catagorie Island non-Islay. Ik proef m.a.w. vandaag een zilveren medaille winnaar.

 

Bunnahabhain 38y 1973/2011, 50.2%, Malts of Scotland, sherry butt #3463, 216 bottles
Lichte en toch prikkelende neus die start op zachte karamel, zilt, een beetje jodium en mineralige tonen. Natte stenen en zo. Dan, maar pas na enige tijd ademen, zet er zich fruit door (sinaas, citroen en ananas). Na nog wat wachten ook opgelegde peren. Wat honing, net als een weinig turf en eik. Zoethout, mos en kamille komen ook nog om de hoek kijken. Net als wat bijenwas. Licht maar dus best complex deze neus, doet me zelfs wat aan oude Springbank denken. Ook de smaak is zacht, maar heeft toch genoeg ‘body’. Karamel en honing zorgen voor het zoets, ananas, sinaas en sappige rode appels voor het fruit. Daaronder heb ik nog zilt en rook. Best wat eik en kruiden (gember, nootmuskaat) die het geheel een lichte bitterheid geven. Water doet die bitterheid wat naar de achtergrond verhuizen en brengt het fruit meer naar voor. Lange afdronk op eik, kruiden, honing, zilt en een beetje rubber. Hier niet zo veel fruit meer. Lekkere Bunnahabhain die op de smaak een beetje water kan gebruiken. Zilver inderaad, geen goud, maar ook geen brons. 88/100

Liquid Sun

Hoog tijd dat ik ook eens een botteling van het nieuwe Liquid Sun label bespreek. Of laat me daar meteen enkele bottelingen van maken. Liquid Sun is een reeks whisky’s met een sprekend en bijpassend label, van het excellente The Whisky Agency.
Ik heb de indruk dat de prijszetting iets onder deze van bv. The Perfect Dram zit. 190 euro voor een 42-jarige Bunnahabhain is in ieder geval best redelijk te noemen.

 

Bunnahabhain 42y 1968/2011, 47.8%, Liquid Sun, refill sherry, 257 bts.
42 jaar op vat gerijpt, maar nog een erg frisse, fruitige neus. Fruit van de boomgaard. Appels, peren, zelfs wat pruimen en kersen in de verte. Niet te verbazen dat er wat eik en hars doorheen priemt. Honing ook, net als antiekwas en oude meubelen. Iets van geroosterde noten. Melkchocolade. En een klein beetje zilt. Zeer mooi. De smaak start even fris en prikkelend, met een goede balans tussen het fruit en de eik, maar is minder complex dan de neus. Achterliggende honing en wat zilt. Na enige tijd gaat de eik wel een beetje domineren. Vrij lange, lichtjes bittere afdronk. Erg lekkere neus, op de smaak naar het einde een beetje te droog om negentig punten te halen. 89/100

Laphroaig 1998, A.D. Rattray

Laphroaig 1998? Hebben we dat al niet eens gehad? Ik ga hier niet verder uitweiden over de achterliggende mechanismen bij het bijna simultaan releasen van vaten van een bepaalde jaargang van eenzelfde distilleerderij. Op het excellente WhiskyNotes haalde Ruben dit gegeven onlangs al eens aan. Lees zeker ook de commentaren op z’n post. Wat deze botteling echter wel interessant maakt, is dat dit een sherryvat is. Niet de eerste 1998 op sherry, maar de sherryvaten zijn duidelijk wel in de minderheid. Het is een split cak, maar geen idee bij wie het andere deel van deze butt zit.

 

Laphroaig 13y 1998/2011, 63.9%, A.D. Rattray, sherry butt #800017 (part), 277 bottles
Hola, als turf en sherry mooi in elkaar verweven raken, is het bingo. En ik heb zo de indruk dat dit hier wel degelijk het geval is. Ondanks het astronomische alcoholpercentage zalig om ruiken. Mooie, ronde turf, medicinale toetsen, teer, alcohol (yeah right), heel wat aardse tonen ook (klei, aarde, wortels), veel kandijsuiker, rijpe sinaas, zoethout, chocolade, marsepein… heerlijk zoet, inderdaad. Met een beetje water krijg ik er lichte farmy tonen, leder en zilt bij. Njummie! Onverdund is ie op de smaak nogal… euh, krachtig. En heet. Maar niet ondrinkbaar, best romig en vol. Scherpe turf, bittere chocolade, eik, wat noten en kruiden. Maar ik kan me voorstellen dat water heel wat meer naar boven zal halen en hem vooral toegankelijker maken. Inderdaad, en wel in de vorm van citrusfruit (sinaas), maar ook zilt, zoethout (zoute drop that is), teer en stevige rook. Het geheel blijft aangenaam droog, maar de sherry wordt wat meer naar de achtergrond verdrongen. Nog wat extra water toevoegen maakt de aardetonen van de neus nu ook detecteerbaar op de smaak. Lange, wat drogende afdronk op cleane turf, zilt en sinaas, een typische en vooral geslaagde combinatie. Oké, er komt veel jonge Laphroaig op de markt, maar dit is toch één van de beste die ik al kon proeven. Maar zie wel dat je water bij de hand hebt. 88/100

Ardbeg 21y 1974, Sestante

Nog eens een Ardbeg 1974? Why not, een mens kan immers nooit teveel Ardbeg 1974 proeven. Het wordt een botteling uit 1996 door het Italiaanse Sestante.

 

Ardbeg 21y 1974/1996, 40%, Sestante
Zachte, smeuïge en fruitige turf, hét kenmerk van Ardbeg uit deze periode. Ik denk aan mandarijn en citroensnoepjes, vermengd met turf en wat coastal tonen zoals zilt en zeewier. Marsepein en gebak geven de neus een zoete toets. Een beetje bijenwas niet te vergeten, wat altijd een mooie meerwaarde is. Erg lekkere neus. Hopelijk kan de smaak dit niveau aanhouden. Het mondgevoel is alvast romig en zacht. Erg zacht. Mmm, misschien wel wat té zacht, hij mist hier toch wat kracht. Turfrook, bijenwas, amandelspijs (om niet opnieuw marsepein te schrijven), maar minder fruit dan op de neus (juist een beetje citrus). Weinig complexe en ook niet al te lange afdronk op turf en noten, wat drogend. Op de smaak een beetje een tegenvaller, maar meer dan aangenaam om ruiken. 85/100

Caol Ila 2000, Single Cask Collection

Een dikke week geleden proefde ik met een erg lekkere Bladnoch 1990 voor het eerst een botteling van het Oostenrijkse Single Cask Collection. Benieuwd of deze Caol Ila 2000 opnieuw een schot in roos is.

 

Caol Ila 10y 2000/2011, 58.5%, Single Cask Collection, bourbon barrel #309889
Zachte neus op tonen van rook (turfrook), gedroogd gras, vanille, een frisse zeebries, pompelmoes en citroen. Wat ‘zesty’ (de schil van het vermelde fruit) en mineralig (natte stenen). Cleane en droge smaak op jonge turf, gerookte heilbot, zilt, gras en noten. Amandelspijs. Op de neus had deze whisky geen water nodig, op de smaak kan ie dat wel gebruiken, we zitten tenslotte ook tegen de 60%. Met water zet er zich zoethout door, net als wit fruit en komt het zilt nog meer naar voor. Middellange afdronk op citrus, zilt en rook. Erg cleane Caol Ila, heel rechttoe rechtaan. 84/100

Ardbeg 12y 1998, The Nectar of the Daily Drams

Na de overname door LVMH zien we nog maar zelden onafhankelijke Ardbegs gebottled worden. Deze 1998 van The Nectar is dus eerder een uitzondering. Hij kost je een 80 euro.

 

Ardbeg 12y 1998/2011, 55.4%, The Nectar of the Daily Drams
Zeer cleane en mineralige neus. Natte aarde, kalk, gras, planten… turf natuurlijk, maar ook deze is erg clean, zilt, zeelucht (jodium) en een beetje fruit (harde peren, kruisbessen). Niet echt complex maar wel aangenaam. Op de smaak stevig, mondvullend en met een rokerige start. Maar dan komt er zoets door (vanille, zoethout en marsepein), vervolgens kruiden, citrus en ook wat zilt. Complexer op de smaak dan op de neus. Met water wordt het geheel zoeter en fruitiger, en eigenlijk ook beter. Lange afdronk op zoete turfrook. Interessante botteling en zeker beter dan de klassieke Ardbeg 10y. 86/100

Laphroaig 12y 1996, Milroy’s

Laphroaig heeft lange tijd een bijzondere relatie gehad met Lagavulin. Zo werd de distilleerderij opgericht door de zoon van de stichter van Lagavulin, Donald Johnston en werd het een tijd gerund door de manager van Lagavulin, Walter Graham, toen Donald’s zoon op elfjarige leeftijd de distilleerderij erfde van zijn vader. Graham beheerde dus een tijdje twee distilleerderijen. Daarna verslechterde gedurende een bepaalde tijd de relatie tussen beide, resulterend in meerdere gerechtelijke procedures.

 
Laphroaig 12y 1996/2009, 46%, Milroy’s, bourbon hogshead #7289, 337 bottles
De neus neemt een cleane, mineralige en grassige start. Natte stenen, hooi en stro. Daarna zet de rook zich door en vervolgens komen vegetale en kruidige toetsen (zoethout o.a.) en wat vanille bij. Op de smaak rook, meer dan op de neus, dat grassige opnieuw, alsook de mineralen. Mist hier wel wat complexiteit. Geen al te lange afdronk, clean en rokerig. Niet slecht maar misschien een beetje simpel. 83/100

Caol Ila 20y 1988, Wilson & Morgan

Caol Ila werd in 1846 gebouwd door Hector Henderson, op dat ogenblik de eigenaar van Littlemill. In 1863 verkocht Henderson Caol Ila aan Bulloch Lade, wiens naam nog op heel wat oudere bottelingen prijkt (Bulloch Lade & Co).

 

Caol Ila 20y 1988/2008, 46%, W&M Barrel Selection, casks 4224 & 4225
De neus is zoet (vanille), fruitig (appel, peer, witte perzik) en licht floraal. Onderliggend zachte turf en even zachte sherry-aroma’s (koffie, tabak). Zacht en olieachtig op de tong. Romige chocolade, praliné… mellow. Best wat eik. Witte pompelmoes, wat kruiden. Licht (maar aangenaam) bitter. Mooi evenwicht tussen de eik en de fruitige turf. Wat zilt hier ook. Lange, bitterzoete afdronk. Niets mis mee, integendeel, I like this. 87/100

Port Ellen 23y 1983, Douglas Laing Provenance

Port Ellen, we kunnen er maar niet genoeg van krijgen… Vandaag een 1983 die Douglas Laing onder z’n Provenance label bottelde. Provenance is zowat het instaplabel van DL met toegankelijke whisky’s op drinksterkte.

 

Port Ellen 23y 1983/2007, 46%, DL Provenance, cask 3402 & 3403
Aangename Port Ellen. Oké, dat is een pleonasme. De neus geeft rokerige, zilte en fruitige aroma’s vermengd met zachte turf. Een beetje vanille ook, zeewier en vers gemaaid gras. Zachte smaak (het alcoholpercentage speelt mee natuurlijk) op zilt, citroen, amandelen, groene appel, peper, vanille, nat hout, rook… nice, maar mist toch wat ballen hier. Het zilt en de zachte turf blijven lang hangen in de zoete afdronk. De balans tussen de turf, de rook, het zoete en de citrus klopt als een bus. Zeker niet de beste Port Ellen die ik al proefde, maar lekker, dat wel. 86/100

Bowmore 8y 2000, A.D. Rattray

Bowmore mout nog steeds zelf een deel van z’n gerst, ongeveer een derde, de rest van de malt komt van Port Ellen maltings. Dit moutproces maakt een bezoek aan Bowmore extra interessant mocht je ooit eens op Islay verzeild raken.

 
Bowmore 8y 2000, 46%, A.D. Rattray for Single & Single, 2009
Op de neus enorm olieachtig. Lijnzaadolie, zelfs wat levertraan (jeugdtrauma). Nieuw rubber (binnenband). Gelukkig blijft het daar niet bij, ook een beetje turf, iets waxy en meer en meer florale toetsen. Gedroogde bloemen. Mineralen en jodium. De lichte off-notes van het begin worden weggedrukt, mooi. Dat florale (de gedroogde bloemen) gaat verder op de smaak, de turf komt meer naar voor, en hier komt er een lekkere kruidigheid bij. Tuinkruiden. Vanille ook. Helemaal niks storends op de smaak. Zacht en romig mondgevoel. Best lange afdronk, op zoete en kruidige turf. Had even tijd nodig, maar werd dan toch een mooie whisky. Bronze medaille op de Malt Maniacs Awards 2009. 84/100

Bruichladdich 28y 1970, Old Malt Cask

Het wordt tijd dat ik eens de Bruichladdich 1970 OB (44.2%) proef, volgens velen de beste Laddie ever. Maar intussentijd moet ik het doen met een andere 1970’er, eentje gebotteld door Douglas Laing in z’n Old Malt Cask reeks. Ook niks mis mee.

 

Bruichladdich 28y 1970/1999, 50%, DL Old Malt Cask, 199 bottles
Dit is een erg complexe en subtiele Bruichladdich. Op de neus kruiden en fruit, vermengd met zachte rook en een lichte farmy toets. Nat hooi en zo. Qua fruit denk ik aan perziken, abrikozen, peren en meloenen. Maar zoals gezegd zeer subtiel allemaal. Super! De smaak is romig en zoet op de abrikozen en de perziken van de neus maar ook banaan. De kruiden komen vooral naar het einde en in de afdronk opzetten. Nootmuskaat. Een topper deze Bruichladdich. 90/100

Port Ellen 26y 1982, Douglas Laing for The Nectar

Pfff, weer Port Ellen…

 

Port Ellen 26y 1982/2009, 56.2%, DL OMC for The Nectar, refill hogshead #4900, 193 bottles
Bitterzoete neus op vanille, citroen, roze pompelmoes en groene appels. Ertussen priemt zilt en jodium, amandelen en versgemaaid gras. En natuurlijk ontbreekt ook de zachte turfrook niet. Krachtig op de tong, mondvullend. Een behoorlijke hoeveelheid turf, wat zilt, hars ook, vanille, honing, sinaasconfituur (best wat zoete tonen), citroen, gember en peper. Lekkere neus, maar ik vind de smaak nog beter. Lange, kruidige afdronk met een aangename bitterzoete fruitigheid. 91/100

Bowmore 25y

Als we van de bottelperiode van de nieuwe Bowmore 25y z’n leeftijd aftrekken, belanden we midden in de jaren tachtig, midden in de lavendel- en zeepperiode dus. Desondanks blijkt mijn vrees voor een ‘French Whore Perfume’ bom onterecht te zijn…

 

Bowmore 25y, 43%, OB 2011
Zachte sherry vermengd met zilt en turf. Munt ook, eucalyptus, hout en drop. Gedroogde bloemen. Confituur. Alles behoorlijk subtiel. De smaak is zijdezacht en licht droog op turf, karamel, bloemen, noten en kruiden. Veel ‘bloemen’ zoals je kan lezen, floraal is inderdaad het woord, maar nooit ‘zeep’. De afdronk is best lang en zoet op zilt en fruitige turf. Dit is lekkere whisky, maar aan het niveau van de 21y kan hij naar mijn smaak toch niet tippen. 84/100

Port Ellen 1982, Thosop

Vandaag een whisky die me meer dan een jaar terug in de tijd doet belanden. Meer bepaald naar mijn eerste stappen op Islay, vergezeld van enkele andere whiskyfreaks, een frisse zeebries, kippenvel en Port Ellen 1982. En niet de eerste de beste Port Ellen 1982. Toen scoorde ik ‘m 100, vandaag een iet of wat objectievere herneming.

 

Port Ellen 1982/2010, 56%, Thosop, handwritten Label, 150 bottles
Een zalige Port Ellen is dit toch wel hoor! Hij heeft niet dat scherpe, rubberige dat sommige Port Ellens kunnen hebben. Neen, deze is erg elegant en complex. Op de neus geeft dat fruit (ik denk aan peer en rabarber), zilt, rook, vanille, vers gemaaid gras, mineralen (natte stenen – flinty!) en eucalytus. Top! Op de smaak is het qua fruit eerder citrus, aangevuld met turf, zilt en kruiden (peper en zout). Gestoofd fruit na enige tijd… ja, een geweldige zoetigheid. Perfect drinkbaar op 56%. Lange, erg lange finish op de turf en het zilt. Puur genieten! Ook nu. 92/100

Bowmore 21y 1989 for QV.ID & Whiskysite.nl

Met een Bowmore 1989 brengt QV.ID, de speciaalzaak uit het Vlaams-Brabantse Huldenberg, een derde botteling onder eigen label uit. De eerste was een geweldig lekkere Caol Ila, de tweede een nu al legendarische Port Ellen. Net als bij de Port Ellen is ook dit trouwens een split cask met Whiskysite.nl.

 


Bowmore 21y 1989/2011, 51.2%, selected by Luc Timmermans and The Whiskyman for QV.ID/Whiskysite.nl, Bourbon Hogshead, 233 bts.
Erg cleane, mineralige (natte stenen) en grassige (versgemaaid gras) neus met de typische ‘eiland’ associaties zoals zilt, zeewier, oesters (besprenkeld met citroen), jodium enzomeer. Daarnaast ook de geur van boter (melkerijboter), net zoals deze van vanille en hazelnoten. Zachte turf. Na enige tijd zet er zich fruit door. Vooral veel kruisbessen. Mooie en complexe neus. Op de tong is de turf(rook) prominenter, vergezeld van citroen, hetzelfde grassige karakter van de neus, zilt en butterscotch. Clean, droog en scherp. Dat laatste in de positieve betekenis van het woord, ‘gefocust’ zou je ook kunnen zeggen. Minder complex dan de neus evenwel. Middellange afdronk op rook, zilt, peper en citrus, een klassieke Islay-combinatie. Dit is een erg lekkere whisky die in niets meer doet denken aan die typische jaren-tachtig Bowmore. Ook de derde in de rij is dus een zeer geslaagde botteling. En voor 95 euro is hij de jouwe. 89/100

Weedram Masters – Het vierde koppel

Voordat de Benriach 1975 voor Asta Morris voor het orgelpunt mocht zorgen, moesten we toch nog even richting Islay trekken. En wat beter dan Ardbeg 1974 om een statement te maken?

 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2011
Ik vind dit nog steeds een correcte standaardbotteling. Complexloze whisky, in alle betekenissen van het woord. Veel (medicinale) turfrook, zilt en kruiden. Aardetoetsen en noten ook nog. Olijven. Zo goed als geen fruit. Een gelijkaardig verhaal op de smaak. Turf (op het assige af), kruiden (zoethout vooral), zilt en aarde. Hier ook wat vanille. Lange afdronk op zit en rook. Weinig complex dus maar wel lekker. Lekker zonder meer. 83/100
 
Ardbeg 1974/1997, 50.9%, Signatory, cask 1045, 248 bottles
Ja ja, die smeuïge, zoete turf op de neus vermengd met fruit en zilt. Het fruit is zoetzuur, ik denk in eerste instantie aan die gesuikerde citroenschijfjes van bij de bakker. Witte pompelmoes, mandarijn. Misschien ook wat abrikoos in de verte. Maar dan komt het coastal karakter opzetten met het zilt, jodium en zeewier. Gerookte vis. Het zoete vertaalt zich ook in marsepein. Een lichte kruidigheid ook: munt en gember. O ja, duidelijk gember. Complex en heel elegant die neus. Zachte, romige smaak op turf, citrus, zilt en kruiden. Hier komt ook een beetje eik om de hoek kijken. Zeer mooi. Lange afdronk, zoet en zilt met citroen en de turfrook die lang blijft nazinderen. Perfect gebalanceerd op neus en smaak. 91/100
 

Tja, Ardbeg 1974, what can I say. Een uniek profiel, alhoewel deze misschien niet bij de beste 1974’ers hoort, was het toch weer genieten. Thanks again Bert!

Eindigen in schoonheid

Laat ons het rijtje feestwhisky’s in schoonheid afsluiten met twee sublieme pareltjes van whisky’s. Twee compleet verschillende profielen, in een ander decennium gebotteld, maar beide niet meer of niet minder dan onversneden godendranken. Eén van de twee is de Ardbeg Ardbeggeddon, een cult-Ardbeg als geen ander. Deze whisky werd in 2001 door Douglas Laing gebotteld onder hun Old Malt Cask label en dit voor het whiskygenootschap PLOWED, ofte People Lucid Only While Enjoying Dalwhinnie (de originele afleiding, maar daar zijn ondertussen al meerdere varianten op gefabriceerd).

 

Ardbeg 29y 1972/2001 ‘Arbeggeddon’, 48.4%, DL OMC for PLOWED, 227 bottles
Halleluja, dit is zalig! Big! Enorm intense neus op romige turf, gerookte vis en andere zilte aroma’s. Asfalt ook, net als een beetje teer. Houtskool. Zoete appels. Vanille. Gerookt spek. Nat hooi. Wat farmy, indeed. Wat een complexiteit en zo geconcentreerd, genieten in overdrive. Op de tong is hij dik en romig. De associaties die me het eerste te binnen springen zijn turf, smeuïge turf that is, honing, kandij, citrus, zilt, wat eik, kruiden… lichte sherrytonen. En wat een prachtige bitterheid! En dan hebben de afdronk nog niet gehad… gigantisch. Man man, wat een dijk van een whisky! 95/100