Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Glenfarclas’

Glenfarclas 44y 1968, ‘My Tribute’ by Luc Timmermans

Wie Luc Timmermans zegt, zegt Glenfarclas. Wie Glenfarclas zegt, zegt Luc Timmermans. Luc’s liefde voor de distilleerderij is een passionele. En eentje met een lange voorgeschiedenis. Als eerbetoon aan Glenfarclas heeft Luc ter gelegenheid van 175 jaar bestaan een zeer bijzondere 1968 (zijn geboortejaar) geselecteerd en gebotteld. Momenteel reist hij in grote stijl de wereld rond om deze fles op verschillende exclusieve diners aan de wereld voor te stellen. Ik had de eer en vooral het genoegen de Belgische lancering in restaurant Pastorale te mogen bijwonen.

 

Glenfarclas 44y 1968/2012, 54.4%, OB, Family Cask Special Release ‘Tribute to the 175th Anniversary’, selected by Luc Timmermans, cask 5241, 175 bottles
Ah, wat een heerlijke sherryneus! Een neus waar de sherry (het vat) z’n stempel op drukt, maar meer dan genoeg ruimte laat voor het fruit. De balans tussen de drogere sherrytonen en het zoete fruit is perfect en resulteert in eerste instantie in associaties van geroosterde noten, cake met gekonfijt fruit, marsepein, dadels en honing, snel gevolgd door bitterzoete appelsienen, warme abrikozencompote en rijpe ananas, maar ook chocolade (geen al te bittere), oud geboend leder en balsamico (high-end, dat spreekt). Een beetje munt noteer ik nog. Zijn we er dan? Vergeet het, onderliggend dienen zich ook tabak, antiekwas en oude boeken aan. Samen met de geur van het oude leder betreden we een (gelukkig) slecht verluchte antiekshop. Mooie, ronde eik en een ideale hoeveelheid kruiden (die opsommen zou erover zijn, zit nu al over de normale lengte van een volledige tasting note). Subtiele rook mag ik niet vergeten te vermelden. Wreed complexe neus, hoeft het nog gezegd? Mooi gelaagd. Zacht op de tong. Zijdezacht bijna. Eigenlijk uitzonderlijk zacht voor 44 jaar rijping op sherryvat en nog altijd meer dan 54% alcohol. De sherry vertaalt zich hier in chocolade (eerder melkchocolade, praliné ook), pruimen en vijgen. Daarna eik, zwarte bessen en kruiden (peper, zoethout, kruidnagel), wat het geheel een beetje droger maakt, maar dit draait dan plots weer naar zoetere en fruitigere tonen. Bananen nu (nog een beetje groen), samen met de zwarte bessen, maar ook braambessen. Knappe evolutie. Koffie noteer ik nog, net als tabak. De eik blijft erg goed getemd, overheerst nooit. Dat is trouwens de grote sterkte van deze whisky, de balans, nergens gaat er ook maar iets overheersen. Ook in de lange afdronk niet: eik en kruiden in harmonie met honing en fruit. Stijlvolle, complexe en elegante whisky. Grote klasse. 93/100

Advertenties

Glen Avon 35y

Glen Avon is de naam waaronder Gordon & MacPhail Glenfarclas bottelde. Glenfarclas, één van die distilleerderijen die het niet erg op prijs stelt dat onafhankelijke bottelaars onder zijn naam whisky op de markt brengt.

 

Glen Avon 35 YOGlen Avon 35y, 41.2%, Gordon & MacPhail mid 1990’s
Meer dan aangename sherryneus, waar veel kruiden, chocolade en eik de dienst uitmaken. Koffie, de geweldige sigarendoosjes en rook van het hout. Niet veel fruit, buiten een beetje sinaas. Ook niet veel zoete elementen. Tenzij sojasaus. Tamari. Op de smaak zet dat patroon zich verder, wat wil zeggen dat het behoorlijk droog is. Noten, donkere chocolade, eik, kruiden, je kent het plaatje. Eucalyptus en peper wat die kruiden betreft. Kersen en appelsienen compenseren, maar net iets te weinig. Zeker naar het einde wordt het mij te droog. Lange, licht bittere afdronk. De neus is geweldig, op de smaak is hij me wat te bitter. Een whisky die net boven de negentig startte maar er uiteindelijk stevig onder tuimelde. 85/100

Glenfarclas 105 8y, mid 1980’s

Glenfarclas werd in 1844 opgericht door Robert Hay, op de gronden van het Ballindalloch Estate. Hay gebruikte een deel van de uitrusting van de Dandalieth distilleerderij, die in 1825 werd gebouwd maar amper 12 jaar in gebruik was. Vandaag de klassieker ‘105’, maar dan een oude botteling, ergens van midden jaren tachtig, wat dus één van de eerste batchen moet zijn geweest.

 

Glenfarclas ‘105’ 8y, 60%, mid 1980’s, 75cl
Njummie, dit is zo’n lekker oud sherry-profiel: antieke meubelen, boenwas, chocolade, praliné, rijpe sinaas, mooie zachte eik, braambessen, rook van het hout… absoluut geen stevige sherry, wel zachte, belegen sherrytonen. Op de smaak laat het alcoholpercentage zich natuurlijk gelden. Stevig, mondvullend, maar perfect drinkbaar. Het kan zijn dat dat altijd zo geweest is, het kan ook zijn dat de tijd het geheel wat zachter heeft gemaakt. Vettig, olieachtig mondgevoel. Mooie fruitigheid (gedroogde abrikozen, mandarijnen en braambessen opnieuw), nougat, leder (oud leder natuurlijk) en daarachter kruiden. Gember, zoethout, tijm en peper. Erg lange afdronk (nu ja, sherrygerijpe whisky op dit alcoholpercentage, wat wil je), kruidig maar ook nog voldoende fruitig. Geen al te complexe, maar wel zeer genietbare oldie. 89/100

Glenfarclas 1968, sherry cask #697 by Luc Timmermans

Luc Timmermans kan het niet laten, zo af en toe selecteert hij een Glenfarclas uit z’n geboortejaar. En wat hij selecteert is meestal… euh, niet slecht. Z’n recentste 1968’er is een whisky gerijpt op Pedro Domecq Manzanilla sherryvat. Dit is een Fino sherry gemaakt van de Palominodruif, welke geteeld wordt nabij de Spaanse kust. Het is een droge en delicate sherry met een licht zilte toets. De naam Manzanilla verwijst naar het Spaans voor kamille, een smaak die in deze sherry terug te vinden zou zijn.

 

Glenfarclas 43y 1968/2011, 47.5%, Family Cask Special Release, selected by Luc Timmermans, Manzanilla sherry cask #697, 133 bts.
Ja, bingo! M’n neus een fractie van een seconde het glas in en meteen een smile op m’n gezicht. Alles wat je kan verwachten van perfect gerijpte whisky op sherryvat, maar met een stevige nadruk op fruit. En dat fruit laat zich niet vangen in één of twee associaties, o nee. Ik verwachtte vooral gedroogd fruit, wat er zeker in zit (denk vijg en abrikoos), maar dat is maar een fractie, ik heb ook druivensap (blauwe druiven), bitterzoete appelsien, meloen (cavaillon), rijpe ananas, papaya. Behoorlijk tropisch inderdaad. En dan, wat buiten dit fruit? Wel, allereerst gebak (tarte tatin en abrikozentaart), vervolgens antiekwinkel-toestanden à la oud leder, antiekwas, oude boeken, tabak, sigarendoos. Een heerlijke lichte rokerigheid. Een kampvuur waar je dennennaalden en denappels op gooit. Zoethout en zoute drop. Complex, elegant en stijlvol. En dan hebben we nog niet geproefd. Het mondgevoel is zacht en romig, en toch stevig. Meer zilt dan op de neus, en ook meer kruiden, maar het fruit blijft prominent aanwezig. Sinaas, braambessenconfituur en een licht tropische toets. Qua kruiden denk ik aan kruidnagel, peper, wat eucalyptus en gember. Ginger Ale in de verte. Koffie en kandijsuiker. Onderliggende eik en geroosterde noten geven het geheel een aangename bitterheid. De lichte ziltigheid blijft een tijdje hangen. Lange, elegante en gebalanceerde afdronk. Een whisky met klasse. Grote klasse. 93/100

Televoting

Gisteren stond er een nieuwe Fulldram tasting op het programma, met als thema ‘televoting’. De leden kregen op voorhand een lijst van twintig whisky’s voorgeschoteld, waaruit ieder zes whisky’s diende te selecteren. De zes met het hoogste aantal stemmen zouden dan de line-up uitmaken, uiteindelijk werden het er zeven. Vandaag en morgen een verslagje hiervan.

 
The Irishman, 40%, OB 2010
Als opwarmer kregen we deze malt uit de Bushmills stal te proeven, een tiental jaar gerijpt. Granige en licht fruitige neus. Slappe thee, wat kruiden. De smaak gaat daar op door en voegt wat vanille toe. Korte, licht kruidige afdronk. Niets bijzonders. 70/100
 
Glenfarclas 14y 1991/2005, 46%, OB, cask 164, 454 bottles
De neus is zoet en bitter. Hij start op rozijnen, pruimen, karamel en eik, en wordt dan hoe langer hoe kruidiger. Na wat verder in de line-up terug te gaan naar deze Glenfarclas vielen vegetale tonen op. Peterselie, oxo. De smaak is vrij droog. Bittere citrus, wat hars. Iemand merkte koffielikeur op. Middellange bitterzoete afdronk. Niet slecht maar nogal eenzijdig en op sommige momenten wat scherp. De standaard 15y lijkt mij ronder en complexer. 82/100
 
Clynelish 20y 1983/2004, 46%, Murray McDavid Mission III, 498 bts.
Op de neus heb ik niet de verwachte waxyness en ook minder fruit dan verhoopt. Wel dennennaalden, vanille, citrus en abrikoos. En wat peper en zout. Erg delicaat allemaal. Op de tong is hij zoet en fruitig (de citrus maar ook de abrikoos opnieuw). Misschien heel in de verte wat turf. De afdronk is niet echt lang en licht drogend. Ik was hier in eerste instantie een beetje door teleurgesteld, maar na wat andere whisky’s gedronken te hebben, treedt het fruit maar op de voorgrond. Tropisch fruit dan vooral. Toch bleef ie onder par voor Clynelish uit deze periode. 86/100
 
Caol Ila 11y 1995/2006, 57.6%, G&M Cask, casks 10638/10639
Cleane turf en zilt. Gerookt vlees, een hammetje aan het spit. Jodium. Een beetje fruit, niet veel. Op de tong agressief en bitter. Scherpe turf en peper. Niet echt aangenaam maar water doet wonderen. Veel ronder, romiger, zoeter dan. De peper blijft, maar het fruit komt er meer door. Lange, zoete en kruidige afdronk met cleane turf. Lekkere whisky, maar dat is ie enkel met water. 85/100

Glenfar… euh Speyside 1976 by Thosop

Neen, de naam Glenfarclas staat niet vermeld op de fles, maar als Luc Timmermans een niet nader genoemde Speysider bottelt, mag men ervan uit gaan dat het om Glenfarclas gaat. Hij bottelde deze onder z’n handwritten label, een label dat zo stilaan een stevige reputatie aan het opbouwen is.

 

Speyside 33y 1976 (Glenfarclas), 53%, Thosop 2010, Handwritten label
Schitterende smeuïge, romige en zoete neus op tonen van gekonfijt fruit, vanille, honing, siroop en pruimentaart. Confituren. Bijenwas. Daarna heb ik ook wat geroosterde vlees, geroosterd en gemarineerd eigenlijk. Gekruid vlees op de barbeque. Een beetje eucalyptus. Wat meloen. Subtiele en delicate neus. Het zoete en het fruitige zetten zich door op de smaak, maar moeten daar opboksen tegen het hout. Eik, noten, kastanjes, hars en veel kruiden. Nootmuskaat, en peper vooral. Doorheen deze ‘droogmakers’ priemt wat peer en meloen, groene thee en het (gemarineerde) vlees dat ik ook op de neus had. Naar het einde komt het fruit meer opzetten, very nice. Lange, kruidige afdronk met voldoende speelruimte voor het fruit. Erg lekkere whisky, waarbij de neus het absolute hoogtepunt is. 88/100

En nog twee Glenfarclassen

Vandaag de twee andere Glenfarclas samples, de 25-jarige en de 40-jarige. Glenfarclas maakte doorheen z’n geschiedenis een gestage groei door. In 1897 werd de distilleerderij volledig herbouwd, in 1960 werd de productiecapaciteit verdubbeld en in 1976 werden er twee nieuwe stills geplaatst, wat het totaal op zes bracht. Momenteel gaat ongeveer de helft van de productie naar single malt, de rest naar de blenders.

 

Glenfarclas 25y, 43%, OB 2010
Ook hier krijg je zachte en zoete sherry op de neus, bij deze vergezeld van een duidelijke munttoets. Donkere chocolade ook, wat ons bij After Eight brengt. Kersen. Honing. Het mondgevoel is vol en zijdezacht met fruit (kersen, sinaas), honing, koffie en noten. Een beetje hout. Peperkoek? Best lange afdronk op hout en een lichte kruidenheid. Lekkere whisky, absoluut, maar eens te meer: waarom deze kopen als je met de 15y voor de helft van de prijs een even goede whisky hebt? 85/100

 

Glenfarclas 40y, 46%, OB 2010
Ola, dit is iets anders! Ook zoet, maar veel meer fruit. Gedroogd fruit à la rozijnen, pruimen, vijgen, maar ook orangettes en van die halve-maan-vormige gesuikerde sinaasschijfjes. Braambessen. Naast het fruit noten, eucalyptus, heide en redelijk wat kruiden. Kaneel en zoethout. Drop. Heerlijk om ruiken. De smaak is nog kruidiger dan de neus, het fruit komt wat in de verdrukking. Hier is het vooral gedroogd fruit dat tussen de kruiden en het hout doorpriemt. Qua kruiden denk ik aan zoethout, nootmuskaat en veel peper. Donkere chocolade en drop zorgen voor een zoete toets. Koffielikeur steekt ook nog de kop op. Toch wel een pak complexer dan de voorgangers. De afdronk is lang en droog (maar zeker niet té droog, wordt net als op de tong nooit wrang), met tonen van koffie en chocolade – altijd al een geslaagde combinatie – en zoethout. Zéér lekkere whisky en met z’n dikke 250 euro ook zeer betaalbaar voor een veertigjaar oude whisky. 91/100

Twee Glenfarclassen

Voor mij staan samples van de recentste batches van vier officiële Glenfarclas bottelingen: de 15y, de 21y, de 25y en de 40y. Deze laatste is een nieuwe leeftijd en eentje die ik enkele maanden geleden al proefde en waar ik behoorlijk weg van was. Vandaag kraak ik de 15-jarige en de 21-jarige.
Glenfarclas is één van de weinige Schotse distilleerderijen die nog volledig in familiale handen is, nl. sedert 1865 in deze van de familie Grant. De huidige eigenaar, John Grant, vertegenwoordigt de vijfde generatie Grants.

 

Glenfarclas 15y, 46%, OB 2010
Ja, dit blijft toch wel een dijk van een whisky. Prijs/kwaliteit nog steeds een aanrader. Lekkere, zachte en romige sherry, zoet en fruitig. Gestoofd fruit, gedroogd fruit. Bijenwas, heel subtiele rook (van het hout waarschijnlijk). Het mondgevoel is stevig en smeuïg. Middellange, bitterzoete afdronk. Ideale daily dram. 85/100

 

Glenfarclas 21y, 43%, OB 2010
Zachte neus op vanille-fudge, zoete appels, wat banaan en noten. Wat rook van het hout. De smaak is vol en geeft zoete sherrytonen, vanille, granen en noten. Licht zoete en maltige afdronk. Wel, dit is zeker niet slecht, maar ik vind de 15y beter, die is wat expressiever. Dus waarom meer betalen voor de 21y? 83/100

Malts of Scotland, Luc’s choice – part II

Na de plaspauze – veel te veel water gedronken om die dekselse chipssmaken te neutraliseren – gingen we verder met twee Malts of Scotland die ik hier al eens eerder zij aan zij besprak, whisky’s waarvan ik het absoluut niet erg vond ze nog eens te kunnen proeven. Daarna volgde een nieuwe botteling, een Caol Ila, en afsluiten deden we met Luc’s recentste Glenfarclas.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
Zie hiervoor mijn notes in bovenstaand link. De score blijft dezelfde, in dit rijtje scoort enkel de Glenfarclas heel nipt meer. Ik heb er lang over gedaan om uit te maken welke van deze twee ik de beste vond, twee compleet verschillende profielen maar beide absolute top, eigenlijk zou ik ‘m 92,5 moeten geven, het verschil is misschien geen heel punt. Prachtig oud Campbeltownprofiel. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
Ook van deze was ik volledig weg, hij moest indertijd maar nipt voor de Glen Scotia onderdoen. Ook nu, hij nestelt zich mooi tussen de Glen Scotia en de Bunnahabhain in. Frisser (fruitig, floraal) en makkelijker dan z’n voorganger, minder complex, meer ‘direct’, maar o zo heerlijk direct. 91/100
 
Caol Ila 29y 1981/2010, 59.8%, MoS, cask 4807, 216 bottles
Dit is één van de nieuwe bottelingen. Petrolium, rook, plastic, niet meteen de beste neus ever. Maar dat is dan zonder water. Water toevoegen doet wonderen, een heel pallet een geuren komt naar voor. Zoet fruit, oesters, zilt, winegums, vanille, zoethout… complex. Zoete turf ook, zowel op de neus als op de smaak. Ik noteerde qua smaken nog drop (zoute drop) en het zoete fruit van de neus. Lange, fruitige en kruidige finish. A perfect swimmer, gaat van gesloten en niet aangenaam zonder water naar open en heerlijk mét. 89/100
 
Glenfarclas 41y 1968/2010, 49.7%, OB for Thosop, casks 702 & 5240, 318 bts.
Eindigen deden we dus met deze Glenfarclas, een whisky die al behoorlijk wat airplay heeft gehad maar waarbij ik voor de volledigheid nog vermeld dat het een vatting is van twee vaten die elk op zich hun kwaliteiten hadden maar ook hun mindere kanten. Samengevoegd bleken ze echter elkaars mindere kanten op te heffen, resulterend is een perfect huwelijk. Vat 702 is een first fill oloroso, vat 5240 een first fill fino. De complexe neus geeft donkere chocolade (waarvoor dank oloroso, maar zonder echt bitter te zijn, waarvoor dank fino), noten, hout (niet te veel, niet te weinig), fruit (zowel gedroogd als geconfijt fruit), kruiden, leder, een lekkere waxyness en nog heel wat meer. Na enige tijd krijg ik ook wat vegetale tonen (denk aan peterselie, en zeker ook munt). Een neus om van te genieten. Op de tong toont hij zich stevig, mondvullend en licht drogend. Veel kruiden, bessen, hout, koffie, de donkere chocolade, enzovoort enzoverder. Lange, droge, kruidige finish met ook het fruit dat nog de kop opsteekt. Vooral de neus van deze whisky is geweldig. 93/100
 
Voila, ik vond dit een mooie line-up. Buiten onze opwarmer was de jongste whisky 29 jaar oud, en toch had ik nooit het gevoel op een stuk hout te sjieken, het zijn stuk voor stuk zeer mooi gerijpte whisky’s die alle hun smaken perfect geïntegreerd hebben. Mijn top-3 bleek dezelfde te zijn als deze van de groep (alhoewel ze voor mij alle drie erg dicht in elkaars buurt liggen), nl.:

  1. Glenfarclas 1968
  2. Glen Scotia 1972
  3. Glengoyne 1973

Malts of Scotland, Luc’s choice – part I

Maandagavond stond een mooi rijtje Malts of Scotland op het Fulldram programma. Niet zomaar wat nieuwe bottelingen, maar het beste wat ze daar volgens Luc Timmermans in Paderborn in hun pril bestaan op fles getrokken hebben. Een beetje een ‘best of’ dus. Een groot deel kende ik al, wat de line-up alleen maar aantrekkelijker maakte.Vandaag en morgen lees je hier een verslagje van deze Malts of Scotland bloemlezing.

Bij binnenkomst kreeg ik een glaasje Charlepoeng in de handen geduwd, een bier van de biergilde Dijleland uit Huldenberg. Een erg lekker brouwsel. Fris, hoppig, licht bitter. Ook een ander, donker bier van dezelfde gilde, St. Roch kon gedegusteerd worden. Beide zijn te verkrijgen bij QV.ID van Koen Philips in Huldenberg. Koen z’n populariteit in de club verkent stilaan ongekende hoogtes.

Wat zeker ook niet onvermeld mag blijven bij deze tasting is de voorafgaande opwarmer. Bestuurslid Peter had immers een eigen(zinnige) tasting in elkaar geknutseld. Ieder kreeg een blad met 40 smaken (gaande van Heinz Ketchup over Babi Pangang tot RHAHG, ofte Rudi Heeft Achter de Haag Gekakt), tien (blinde) zakken chips gingen rond, aan ons om beide aan elkaar te linken. Nadien volgde een klassikale verbetering. Boeiend en bij momenten behoorlijk hilarisch. De beste scoorde 5/10, ik deed het met 3/10 nog zo slecht niet. Kebabchips, hoe kom je er op… Soit, na de – soms vrij degoutante – chipssmaken weggewerkt te hebben met brood, water of nog wat bier, was het hoog tijd om ons aan de whisky te zetten.

 
Glen First Class 2000, 50%, Malts of Scotland 2010
Om het pallet juist te zetten, had Luc de Glen First Class bij. Als je dat met een stuk in je voeten tracht uit te spreken, dan heb je meteen de naam van de distilleerderij. Samen met de Glen Peat Class zijn dat de twee instapmalts van Malts of Scotland, op de volgens hen ideale drinksterkte van 50%. De Glen First Class is een vatting van een 40-tal sherryvaten van het jaar 2000, op tienjarige leeftijd gebotteld. Lekkere whisky en voor 36 euro prijs/kwaliteit een koopje. Een ideale daily dram. De neus is zoet en fruitig. Ik schreef ananas, sinaas, amandelen, honing en marsepein op. De smaak is romig en vol, en moet het hebben van fruit, noten, koffie en tabak. Alles vrij zacht en ‘smooth’. Middellange, fruitige afdronk. 83/100
 
Deanston 33y 1977/2010, 43%, Thosop, handwritten label, 205 bts.
De eerste topper was een whisky waarvan maar weinig bottelingen bestaan, zeker onafhankelijk is er niet veel voorradig. En wat opzoekingswerk leert dat enkel James MacArthur en Cadenhead in het verleden Deanston 1977 hebben gebotteld. Nu ook Thosop. Deze werd dus door Luc onder zijn eigen ‘handwritten’ label gebotteld en niet onder dat van MoS. Let op: 43% is hier vatsterkte. De neus deed me denken aan één van de lekkerste taarten van onze bakker: Frangipanetaart met peer. Fris, zoet en zeer fruitig. Lekker! De smaak voegt daar nog wat kruiden, bijenwas en pompelmoes aan toe. Vrij korte, fruitige afdronk. Knappe vatselectie. 86/100
 
Bunnahabhain 43y 1967/2010, 41.1%, MoS, cask 3315, 147 bts.
Vat 3315 is een bourbonvat. En een vat waarvan de inhoud al serieus bejubeld is. Ik proefde hem al eens, maar had hem nog niet besproken. Complexe neus die erg discreet van start gaat en langzaamaan meer en meer prijs geeft. Ik had zowel fruitige, kruidige, florale als zoete toetsen. Ook wat lichte zilt. Mooie evolutie. Ook de smaak is complex, en romig, met fruit (citrus, ananas) en kruiden (zoethout o.a.) die de eerste viool spelen. Alles perfect vermengd met het hout. De afdronk is middellang en kruidig. Zalige, perfect gebalanceerde whisky. 92/100
 
En dan… dan was er nog een Auchentoshan. Een wreed lekkere Auchentoshan. Atypsich, maar bangelijk goed. Hierover echter later meer. Pauze. Morgen deel twee.
 

Adelphi’s Laudale

Deze Laudale (‘Valley of the Mountain Streams’) is eigenlijk een vatted Glenfarclas. Hij bevat whisky van tien first fill sherryvaten waarvan de jongste 12 jaar en de oudste 15 jaar oud is, alle van dezelfde Speyside distilleerderij dus. Ook Adelphi was vroeger een distilleerderij en is nu gekend als onafhankelijk bottelaar. Het wordt geadviseerd door Charles McLean.

 
Adelphi’s Laudale ‘Batch #1’ 12y, 46%, Adelphi 2009, 3458 bottles
Droge en sterke sherryneus. Veel hout, rubber, bittere chocolade, tabak, rozijnen, leder… the usual suspects. Herbal ook. Eigenlijk helemaal niet slecht, maar de smaak kondigt zich aan als ‘erover’. Inderdaad, alhoewel het nog meevalt. Vrij bitter en droog maar misschien eerder ‘op het randje’ dan ‘erover’. Rode bessen, onrijpe kruisbessen, maar vooral rubber, bittere chocolade, koffie, noten en sterke thee. Ook de afdronk is droog en bitter met veel noten en espresso. De score kan vooral op het conto van de neus geschreven worden. 81/100

Twee sherryvaten (de inhoud welteverstaan)

Vandaag publiceer ik mijn notes van twee jonge gesherriede whisky’s die ik vorig weekend vanuit het noorden van het land op m’n bord kreeg. De eerste is de Glengoyne 1998 cask 1131 van Malts of Scotland. Vaten 1132 en 1133 had ik al geproefd, deze ontbrak nog. De tweede is een Glenfarclas 1994, OB for Cöpernicker Whiskyherbst, een whiskyfestival in Berlijn.

 
Glengoyne 11y 1998/2010, 54.8%, Malts of Scotland, cask 1131, 295 bts
Neus: frisse, kruidige sherry. Herbal kruidigheid, type eucalyptus, munt, vickstoestanden. Woodsmoke, tabak, wat karamel en zoethout ook. Kruisbessen, gedroogde abrikozen, onrijpe banaan. Dezelfde dominante ‘herbal’ tonen in de smaak, net als de kruisbessen. Hij is wel erg droog, op hout, okkernoten, tamme kastanjes, wat kruidnagel en vijgen. De afdronk is droog (veel hout) en kruidig. Niet slecht, maar ook niet geweldig. In ieder geval beter dan een gemiddeld kruidendrankje. 78/100
 
Glenfarclas 1994/2004,57.6%, OB for the Cöpernicker Whiskyherbst, cask 932, 318 bts
Bij deze is het kernwoord bitterzoet. En ‘lekker’. Kandijsuiker, geconfijt fruit, sinaas, gedroogde abrikozen, geroosterde amandelen, schoensmeer, een waxy toets, koffie, licht stoffig en lichte rook ook. Erg complex. I like. Het zoete en het bittere houden ook op de smaak het geheel mooi in evenwicht. Olieachtig op rozijnen, bosbessen, hout, kastanjes, noten, kruiden. Middellange, kruidige afdronk met zoethout en misschien een tikkeltje honing. Heel mooi. Een whisky die zich laat lezen als een statement. 88/100
 

En dan ga ik me nu nog een dram inschenken zie. Wat te denken van een Littlemill?

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.

 

Glenfarclas 105

De Glenfarclas 105 is één van de eerste standaardbottelingen op vatsterkte en ondertussen een klassieker. Nu ja vatsterkte, het is een vatting op 60%.

 
Glenfarclas 105, 60%, OB 2010
Aangenaam geurende sherry. Sojasaus, rode bessen, dadels, vijgen, karamel, hert (nadat het gedood werd weliswaar), espresso. Met wat water doet hij me denken aan kruidige rode wijn. De onversneden (moet dat woord wat vaker gebruiken) smaak is… euh ja, stevig. Alhoewel best drinkbaar hoor. Aangename sherry met kandijsuiker, allerlei gedroogd fruit, sinaasschil, een bitterheid die mooi onder controle blijft. Met water meer fruit en ook zoethout en kruidnagel. Verwarmende droge en kruidige afdronk. Het alcoholpercentage kan afschrikken, maar daar is absoluut geen reden voor. 85/100

Glenfarclas 1968, Family Cask #699 (Luc Timmermans)

Glenfarclas vat nr. 699 is eigendom van Luc Timmermans, notoir Glenfarclasverzamelaar. Ter gelegenheid van het vijfjarige bestaan van de Lindores Society werden eerst 11 flessen van dit vat manueel gebotteld op 51.2% in de distilleerderij zelf. Daarna zijn nog eens 35 flessen gebotteld in de bottelaarij op 51.0%. Het meten van het alcoholpercentage gebeurde voor die eerste 11 flessen manueel, op de bottelaarij elektronisch, vandaar het miniem verschil. Maar wat ik me vooral afvraag, is waar de rest van het vat naartoe is. Laat ons er maar van uit gaan dat Luc er serieus plezier aan beleeft of beleefd heeft. A propos, vat 699 is een sherryvat – u raadde het al – waar finosherry van Gonzales Byass op heeft gerijpt. Let’s taste.

 
Glenfarclas 1968, 51%, OB 2009, Family Cask for Luc Timmermans, cask 699, Lindores 5th anniversary, 35 bottles – Speyside – 93/100
Whoehoehoe… wat een schitterende neus! Ik ben geen ‘sherry-head’, maar deze sherry is zó zacht, zó subtiel. Tabak (van de allerbeste kwaliteit, dat spreekt), honing, prachtig succulent fruit. Ik denk bij dit laatste aan een rijpe peer, verse zuurzoete Granny Smith schillen, abrikozen, maar dan gedroogde. Ja, nog meer gedroogd fruit na enige tijd. Vijgen, rozijnen. Kruiden, ook dat. Kruidnagel, peper. Antiekwas. Hout ook, en heel lichte rook. Het stopt maar niet. Ik wel, ik proef nu. En of dat ik proef… de whisky explodeert in de mond. Stevig, ruw en mondvullend, op kruiden (peper, zoethout), fruit (bittere citrus), noten, hout en ook hier honing. Het hout speelt langzaamaan wel wat op, maar het gaat er nooit over, de balans blijft behouden. Mooi, mooi, mooi. Lange afdronk, drogend en kruidig. Slotsom: de smaak is zalig, maar die neus, die grenst aan de perfectie. 93/100, en dat is dan nog omdat de smaak het niveau van de neus niet (helemaal) aanhoudt.