Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Glen Garioch’

Glen Garioch 13y Fino, Samaroli

Ik sluit het rijtje af met een whisky die mij simpelweg van de sokken blaast. Eén van de Glen Gariochs die Samaroli gebotteld heeft. Niet de meest gekende über-cult 8y 1971, maar een 13y (ook al zo jong) die rijpte op een finovat en in de tweede helft van de jaren tachtig op flessen werd getrokken. Aanschouw!

 

Glen Garioch 13 YO, 57%, Samaroli, 1988, Fino sherryGlen Garioch 13y, 57%, Samaroli, +/- 1988, Fino sherry, 75cl
Eén van de mooiste turfneuzen die ik ooit al gehad heb. Krachtig, intens, expressief, complex, vol, rond, en nog een pak andere adjectieven. De turf is zoet en medicinaal (jodium, mercurochroom) en wordt vergezeld van zilt, gedroogde bloemen, noten, de heerlijke lapsang souchong thee en hoe langer hoe meer fruit. Sinaas, citroen en meloen vallen op. En niet te vergeten van een sublieme ‘farmy’ toets. De boerderij met al z’n stallen, nat hooi, mest (dat geweldige zoetzure) en de obligate natte hond. En dan proeven. Jawel, één van de mooiste turfsmaken die ik ooit al gehad heb. Krachtig, intens, expressief, complex, vol, rond, en nog een pak andere adjectieven. Erg dik, stroperig mondgevoel. Grootse turf, zalig farmy, licht kruidig (zoethout, munt, drop), smeuïg waxy (schoensmeer, kaarsvet), mooi zoet en fruitig (citroen en limoen). De okkernoten van de fino ontbreken niet, ik heb ook pollen, en ook een subtiele mineraliteit valt te ontwaren. Wat een ongelooflijk heerlijk goedje! En dan die afdronk… man, man. Dat doet verdorie niet veel onder voor de 8y 1971 van Samaroli. Wat zeg ik, dat kan er naast gaan staan. Denk ik toch, zou ze effectief eens naast elkaar moeten (kunnen) zetten. 96/100

Glen Garioch NAS, Samaroli Import

Menig liefhebber herkent ongetwijfeld onderstaande fles. Deze fles vermeldt in tegenstelling tot gelijkaardige flessen geen leeftijd. Het is dus geen achtjarige. Of misschien wel. Veel jonger werd in die dagen in ieder geval niet gebotteld. Het is daarenboven ook geen Lemar import, maar een Samaroli import. Hoeveel verschillende varianten bestaan er eigenlijk van fles? Lemar was in ieder geval lange tijd de importeur van Glen Garioch in Italië, maar ook Samaroli heeft Glen Garioch ingevoerd. En onder eigen vlag enkele legendarische whisky’s van deze distilleerderij gebotteld, denk maar aan de 8y 1971 of de 13y 1975 handwritten label op Finovat.

 

Glen Garioch, NAS, Samaroli ImportGlen Garioch NAS, 43%, OB 1970’s, Samaroli Import, brown dumpy, 75cl
Wat een mooie oude neus. Niet al te veel old bottle effect, alhoewel dat er wel in zit, ik denk hierbij vooral al oude boeken. Maar weinig stof of oude kleren. Nee, het is eerder de geur van een antiquariaat. De oude boeken dus, maar ook oude kasten en oud leder. En daaronder best wat kruiden. Citroenmelisse, munt, tijm. Heel wat nat hooi (de geweldige boerderij). En iets waxy. Geen bijenwas, eerder kaarsvet. Geroosterde noten. En praliné. Achterliggend hars en lichte eik. Zachte rook ook. Complex seg. Heb ik al fruit vermeld? Niet overweldigend, maar ik noteer toch ananas, mango en zelfs een klein beetje passievrucht. Allemaal heel elegant en subtiel. De smaak vind ik iets minder complex en iets ‘dunner’ (minder vol) maar het blijft erg lekker. Kruiden, sappgie eik, veel was (nu wel bijenwas), lindethee met honing, groene thee. Die subtiele rook zit ook hier. Net als de geroosterde noten en het (oud) leder. Lange afdronk op kruiden (allerlei kruidenthees), honing en bijenwas. De neus verdient een nog hogere score, maar in z’n geheel vond ik de Lemor import net iets beter. 86/100

Glen Garioch 27y 1970

Oude Glen Garioch kan vreselijk goed zijn. Denk maar aan de legendarische 1968’ers of die paar sublieme Samaroli’s. Maar er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen die de regel zo nodig dienen te bevestigen…

 

Glen Garioch 27y 1970/1997, 43.9%, OB, cask 7
Oei… wat ruik ik daar? Zeep, jawel. In het begin valt het nogal mee, maar het groeit. Spijtig genoeg. Het is op de duur moeilijk om nog naast de zeep te ruiken. En als dat toch lukt, krijg je sinaas, pompelmoes en tijm. Bloesems ook, maar dat florale leunt natuurlijk erg dicht aan bij parfum en zo beland je vanzelf bij zeep. Lijm misschien nog. Op de smaak laat de zeep nog minder ruimte voor andere sensaties. Misschien wat gras, peper, noten en tuinkruiden. Maar ver op de achtergrond. Er zit ook wel een zoete ondertoon in, maar veel positiefs brengt dat niet bij. Hout ja, maar ook dat verbleekt bij de zeep. De afdronk is er spijtig genoeg ook nog en hij is daarenboven wreed lang. En dat ‘wreed’ mag je hier letterlijk nemen. 67/100

Glen Garioch 8y, Lemar Import

De Glen Garioch 8y for Lemar (Italiaanse importeur) is een whisky die een bepaalde reputatie heeft verworven bij liefhebbers van eh… lekkere whisky. Het betreft een botteling van eind jaren zeventig, dus whisky van 1970 en omstreken. Het is met dit soort oude flessen niet altijd duidelijk wat de invloed is van de zogenaamde flessenrijping en wat de initiële kwaliteiten van de whisky waren. Het kan best zijn dat deze whisky dertig jaar geleden helemaal niet bijzonder was. Eens zien of hij dit vandaag wel is.

 

Glen Garioch 8y, 43%, OB end 1970’s, Lemar Import, Italy
Nu, de neus is in ieder geval nog erg fris na meer dan dertig jaar op fles. Dat frisse vertaalt zich in munt, eucalyptus en gras. Weide. En de bijhorende bloemen. Granen ook, hars en daarna bijenwas. Lichte rook en chocolade vullen aan. Elegante neus. De smaak is een stuk scherper en wat droog. Hars, kruiden, groene thee en lichte rook. Nooit te droog of te scherp echter, integendeel, dat was vooral de eerste impressie, hij wordt zachter met de tijd. Lange, verwarmende afdronk. Zowel op neus als op smaak een zeer aangename whisky, zeker als je ‘m wat tijd geeft, maar helemaal beantwoorden aan mijn verwachtingen doet hij toch niet, deze waren net iets te hoog gespannen. 88/100

Glen Garioch 21y 1990, Archives

In de First Release van Archives (de tweede, na de Inaugural dus) zit ook een Glen Garioch 1990, te koop via hun shop voor 70 euro. Ik proefde reeds een Glen Garioch 1990 van Kintra en van A. Dewar Rattray, geen van beide kon me overtuigen. Ik begin hier dus met enige onvermijdelijke scepsis aan.

 

Glen Garioch 21y 1990/2012, 54%, Archives, bourbon hogshead #252, 267 bottles
Frisse neus die start op een combinatie van planten en honing. Serieus wat flora, naast de planten ook gras, weide en de bijhorende bloemen. Het is lente! De honing zorgt voor zoets, hierin ondersteund door kokos. Vervolgens krijgt de neus een fruitige twist: abrikoos, perzik en appels. Wat olie ook. Erg genietbaar. De smaak start wat nerveus op appel en groene bananen, en gaat dan over in honing en sinaas. Opnieuw het grassige dat ik ook op de neus had. Naar het einde zoethout en zelfs wat zilt. Lange afdronk, vegetaal en zoet. Wat vooral blijft hangen, is groene thee met honing. Ik vind dit erg lekkere whisky, en een stuk beter dan z’n hierboven vermelde tegenhangers. Dit is dus een knappe selectie. 86/100

Glen Garioch 20y 1990, Kintra Single Cask Collection

De tweede Kintra botteling die ik proef, is een Glen Garioch 1990. Mijn ervaring tot op heden met deze distilleerderij is nogal zwart/wit: de oude distillaten zijn meestal super (denk aan de officiële 1968’ers of 1971 en de Samaroli’s van de jaren 1970), de recentere distillaten bekoren me een stuk minder. Ook met 1990 had ik al niet zo’n geweldige ervaring.

 

Glen Garioch 20y 1990/2011, 49.6%, Kintra Single Cask Collection, bourbon hogshead #5873, 96 bottles
Cleane en wat delicate neus waar de granen het eerste opvallen, gevolgd door hooi en fruit. Perzik, rode appels en een beetje kokos. Vanille ook, net zoals de geur van cider. Prikkelend op de tong met ook hier de granen die domineren. Naast de granen heb ik eik, vanille, English Breakfast thee en kruiden. Nootmuskaat. Vrij korte afdronk op granen en gedroogd gras/hooi. Niet zo bijzonder. 78/100

Glen Garioch 19y 1991, Malts of Scotland

De volgende Malts of Scotland is een Glen Garioch 1991, eentje die vorig jaar gebotteld werd, in juli, maar nu in België verkrijgbaar is.

 

Glen Garioch 19y 1991/2010, 50.1%, Malts of Scotland, cask 3175, bourbon hogshead, 142 bottles
Ik proefde deze samen (of beter naast) de Miltonduff en dan viel het meteen op dat deze een pak minder fris en fruitig is. Zoet is hij wel, vegetaal ook. Bieslook. Qua zoete associaties denk ik aan kandijsiroop en melkchocolade. Kokos (samen met de chocolade hebben we een Bounty), ananas in blik. Pina colada, juist ja. Misschien een klein beetje appel. Hij groeit wel. Steenkool, asfalt? Iets licht rokerigs. Ook op de smaak zit dat licht rokerige. Stevig en rond mondgevoel, kruidig. Zoethout, nootmuskaat, peper. In de fruitafdeling hebben we appels en groene banaan. Kandij, vanille en noten (amandelen) vervolledigen. Vrij bitter wel, met wat water wordt ie iets zoeter. Lange, bitterzoete afdronk, op noten, vrij veel eik, kandij en zelfs wat zilt. Geen slechte whisky, maar op de smaak blijft hij me wat te bitter om hoger te scoren. 83/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Kruiden etc. – de smaak van whisky

Woensdag had ik het over turf en de rol die het speelt in het productieproces, vandaag maak ik tijd voor een koppel kruidige whisky’s.
Nu, het kruidig karakter van een whisky heeft niets met kruiden an sich te maken. Het is gewoon zo dat het distilleren en het rijpen van whisky resulteert in verschillende types whisky. Zo kan een whisky zoet zijn, of fruitig, of ziltig, of kruidig…
De smaak van een whisky wordt voor een groot stuk (70% naar men aanneemt) bepaald door het vat waarop het rijpt, het gebruikte hout, de poreusiteit van het vat, de regio waar dat vat ligt te rijpen, enzovoort. De whisky neemt smaken en geuren op uit het vat en uit de lucht die door de poriën van het vat raakt. Een vat dat rijpt aan zee zal een andere whisky geven dan een whisky gerijpt in het binnenland. De zeelucht zal jodium, zilt, zeewier… afgeven. Een dennenbos of de heide zullen andere aroma’s geven. Ook de ligging van een vat in de opslagplaats speelt een rol. Op de grond, zeven, acht rijen hoog, het speelt allemaal een rol.

Niet te onderschatten ook is het blakeren van het vat, het zwart branden van de binnenkant. Dit blakeren en de duur ervan hebben een invloed op de aroma’s die het hout (eik) aan de whisky zal geven. Vanille, tannines, kruidigheid, etc.. Het blakeren van een vat duurt over het algemeen 40 tot 60 seconden, soms ook langer. Suikers uit het hout worden zo ‘gekarameliseerd’, wat ook weer z’n invloed op de whisky heeft.

Soit, Google-gewijze vind je hier heel wat bijkomende technische info over. Soms wordt het wel heel technisch, wanneer het bijvoorbeeld gaat over chemische reacties tussen de vanille in het eikenhout en het koper in de whisky, afkomstig van de stookketels… In ieder geval, er zijn zoveel elementen die meespelen in het ontstaan van een bepaalde smaak, dat er geen twee identiek smakende vaten whisky bestaan. Gelijk smakende whisky kan enkel verkregen worden door de kunst van het blenden, het mengen van whisky uit verschillende vaten.

De praktijk leert dat je vooral in de (noordelijke) Highlands – en in mindere mate ook wel in Speyside – whisky’s met een kruidig karakter vindt.

Twee voorbeelden:
 
Blair Athol 15y 1990, 61.4%, Blackadder Raw Cask, sherry finish, cask 7161, 483 bottles – Highland – 73/100
Erg kruidig, zowel in de neus als in de smaak. Ook behoorlijk wat sherry. Smaak: hier moet water bij! Dan krijg je de kruiden en iets zoets. Bittere chocolade. Relatief korte peperige afdronk. Wat eenzijdig.
 
Glen Garioch 16y 1990/2007, 52.5%, Dewar Rattray, cask 4125, 264 bottles – Highland – 72/100
Spreek uit ‘Glen Gierie’. Fruitge neus (veel citrus, maar ook appel), zoet en kruidig. Mosterd ook. Zachte, licht zoete smaak. Hint van rook. Vrij lange, kruidige afdronk. Voor mij een ‘unusual’ dram, door de mosterd denk ik. Globaal niet slecht, maar word er niet wild van.